Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gouda

Beleidsregels drempelbedrag en draagkracht Participatiewet

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGouda
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels drempelbedrag en draagkracht Participatiewet
CiteertitelBeleidsregels drempelbedrag en draagkracht Participatiewet
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Participatiewet, artt. 34 en 35.
  2. Algemene wet bestuursrecht, art. 4:81.

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201501-01-2015nieuwe regeling

09-12-2014

De Goudse Post, 7-1-2015

920327

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels drempelbedrag en draagkracht Participatiewet

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Gouda;

Gelet op artikel 34 en 35 van de Participatiewet alsmede artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;

b e s l u i t:

vast te stellen de navolgende beleidsregels:

Beleidsregels drempelbedrag en draagkracht Participatiewet

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

wet: Participatiewet.

Artikel 2 Drempelbedrag

  • 1.

    Het drempelbedrag als bedoeld in artikel 35 lid 2 van de wet wordt niet toegepast bij aanvragen bijzondere bijstand als bedoeld in artikel 35 van de wet.

Artikel 3 Draagkracht uit inkomen

  • 1.

    Voor personen met een uitkering op grond van de wet geldt dat er geen draagkracht uit inkomen aanwezig is;

  • 2.

    Voor personen met een IOAW- of IOAZ-uitkering, of een inkomen van maximaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm uit een andere inkomstenbron inclusief vakantietoeslag, geldt dat er geen draagkracht uit inkomen aanwezig is;

  • 3.

    Voor personen met een meerinkomen tussen 100% en 120% boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag wordt een draagkracht van 30% in acht genomen;

  • 4.

    Voor personen met een meerinkomen tussen 100% en 120% boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag wordt een draagkracht van 100% in acht genomen in het geval van:

    • a.

      Woonkostentoeslag;

    • b.

      Bijstand voor 18- tot 21-jarigen, voor zover die de landelijke norm te boven gaat;

    • c.

      Bijstand voor 18- tot 21-jarigen in een inrichting;

    • d.

      Bijstand voor kosten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering voor zelfstandigen;

    • e.

      Bijstand voor kosten van een ziektekostenverzekering.

  • 5.

    Personen met een meerinkomen boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag komen in beginsel niet in aanmerking voor de bijzondere bijstand;

  • 6.

    Bij een draagkracht uit inkomen van minder dan € 25,00 per jaar wordt geen draagkracht in mindering gebracht.

Artikel 4 Draagkracht uit vermogen

Draagkracht uit in aanmerking te nemen vermogen, als bedoeld in artikel 34 van de wet, wordt enkel meegenomen voor zover het vermogen € 2500,00 overschrijdt en indien:

  • 1.

    Personen recht hebben op een IOAW of IOAZ-uitkering, of

  • 2.

    Personen een inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm ontvangen (inclusief vakantietoeslag).

Artikel 5 Draagkrachtperiode

  • 1.

    De periode waarover de draagkracht wordt vastgelegd, de draagkrachtperiode, is in beginsel een jaar beginnend op de eerste dag van de maand waarin de (oudste) kosten zijn gemaakt;

  • 2.

    Als het periodieke bijzondere bijstand betreft wordt de draagkracht per maand vastgesteld;

  • 3.

    De draagkracht wordt in beginsel in mindering gebracht op de eerste vergoeding uit de bijzondere bijstand binnen de draagkrachtperiode, ook bij periodieke bijzondere bijstand.

Artikel 6 Hardheidsclausule

Burgemeester en wethouders kunnen artikel 3 lid 5 en artikel 4 van deze beleidsregels buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van het welzijn van belanghebbende en diens omgeving en daaruit voortvloeiende maatschappelijke kosten leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 7 Overgangsrecht

Deze beleidsregels zijn niet van toepassing op aanvragen die zijn ingediend voor 1 januari 2015.

Artikel 8 Inwerkingtreding

De beleidsregels treden in werking op 1 januari 2015.

Artikel 9 Citeertitel

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels drempelbedrag en draagkracht Participatiewet.

 

Gouda, 9 december 2014

Het college van burgemeester en wethouders,

de burgemeester de secretaris

M.Schoenmaker L. Bakker

TOELICHTING BELEIDSREGELS DREMPELBEDRAG EN DRAAGKRACHT PARTICIPATIEWET

ALGEMENE TOELICHTING

In het coalitieakkoord 2014-2018 is een herijking van het armoedebeleid aangekondigd, met als doel de mensen die op of onder de armoedegrens leven nog beter te ondersteunen. Deze beleidsregels vallen binnen de eerste fase van de herijking die per 1 januari 2015 wordt ingevoerd en maken het huidige beleid socialer, flexibeler en meer gericht op de individuele situatie.

Bijzondere bijstand is bedoeld om mensen met een laag inkomen tegemoet te komen bij bijzondere en noodzakelijke kosten die ze niet uit hun eigen inkomen en/of vermogen kunnen voldoen. Het college heeft besloten om het drempelbedrag van € 128 euro af te schaffen. Op deze manier hoeven mensen niet meer te wachten tot zij dit drempelbedrag bereikt hebben. Tevens is er geen sprake meer van een eigen bijdrage. Daarmee komt de bijzondere bijstand toe aan de Goudse inwoners die dit het hardste nodig hebben. Om de aanvragen bijzondere bijstand toe te spitsen op personen met een minimum inkomen is besloten personen met een netto meerinkomen boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag in beginsel uit te sluiten van de bijzondere bijstand. Echter, indien het welzijn van belanghebbende en/of zijn omgeving in het geding komt, en/of de maatschappelijke kosten in geval van afwijzing hoger zijn dan bij toekenning, kunnen burgemeester en wethouders besluiten tot heroverweging op grond van de hardheidsclausule als opgenomen in de beleidsregels.

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

 

Artikel 1

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 2

Het drempelbedrag als bedoeld in artikel 35 lid 2 van de wet zal niet ingezet worden als zijnde een minimaal bedrag aan bijzondere noodzakelijke kosten (artikel 35 lid 1 van de wet) dat een persoon moet maken om in aanmerking te komen voor de bijzondere bijstand. Personen kunnen dus tevens bij een lager bedrag aan gemaakte bijzondere noodzakelijke kosten een aanvraag voor bijzondere bijstand indienen. Het drempelbedrag zal ook niet ingezet worden als zijnde een eigen bijdrage die eenmaal per jaar afgetrokken wordt van het totaal toegekende bedrag aan bijzondere bijstand. Bij toekenning zal dus het volledige aangevraagde bedrag uitbetaald worden.

 

Artikel 3

Personen die een uitkering ontvangen op grond van de wet, de IOAW of de IOAZ hebben geen draagkracht uit inkomen. Dit geldt ook voor personen die leven van een inkomen (inclusief vakantietoeslag) van maximaal de van toepassing zijnde bijstandsnorm uit een andere bron en voor mensen die op jaarbasis (inclusief vakantietoeslag) maximaal € 25,00 aan draagkracht hebben.

 

Personen met een meerinkomen tussen 100% en 120% boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag) kunnen zelf in bepaalde kosten voldoen. Om deze groep tegemoet te komen wordt een draagkracht van 30% in acht genomen. Voor enkele, vooraf vastgestelde kosten, wordt een draagkracht van 100% in acht genomen. Indien er draagkracht aanwezig is, wordt deze in beginsel in mindering gebracht op de eerste vergoeding uit de bijzondere bijstand, ook bij periodieke bijzondere bijstand.

 

Het idee achter de bijzondere bijstand is dat deze als vangnet dient voor personen op het sociaal minimum, die bepaalde bijzondere noodzakelijke kosten niet uit het eigen inkomen en vermogen kunnen voldoen. Derhalve worden personen met een inkomen boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm inclusief vakantietoeslag in beginsel uitgesloten van de bijzondere bijstand.

 

Artikel 4

Enkel voor personen met een IOAW of IOAZ uitkering en voor personen met een inkomen boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm hoeft het vermogen in de draagkracht meegenomen te worden. Dit gaat enkel om het vermogen boven € 2500,00.

 

Artikel 5

De draagkracht wordt bepaald aan de hand van het inkomen gedurende de draagkrachtperiode. Er moet dus over een jaar worden berekend hoe groot de ruimte in het inkomen en het vermogen is. Vervolgens moet op het totaal hiervan de draagkracht worden berekend.

Artikel 6

Personen welke:

  • -

    een inkomen hebben boven 120% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm;

  • -

    een inkomen hebben boven de van toepassing zijnde bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag) plus een vermogen boven € 2500,00 dat de te maken kosten dekt;

  • -

    een IOAW/IOAZ uitkering hebben plus een vermogen boven € 2500,00, dat de te maken kosten dekt;

komen in beginsel niet in aanmerking voor bijzondere bijstand. Op basis van de hardheidsclausule kunnen burgemeester en wethouders besluiten de bijzondere bijstand in individuele gevallen alsnog toe te kennen. Voorwaarde hiervoor is dat afwijzing van de bijzondere bijstand tot gevolg heeft dat het welzijn van belanghebbende, en/of diens omgeving, in het geding komt en/of dat de maatschappelijke kosten in geval van afwijzing de kosten van toekenning overstijgen.

 

Artikel 7

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 8

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 9

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.