Verordening op de heffing en invordering van logiesbelasting

Geldend van 01-01-2024 t/m heden

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van logiesbelasting

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 14 mei 2019;

gelet op artikel 224 van de Gemeentewet;

HEEFT BESLOTEN:

de Verordening op de heffing en invordering van logiesbelasting vast te stellen.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    haven: de in de gemeente gelegen wateren die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn en voor de scheepvaart toegankelijk zijn;

  • b.

    kampeerterrein: terrein, geheel of gedeeltelijk ingericht, en volgens die inrichting bestemd, om daarop gelegenheid te geven tot het plaatsen of geplaatst houden van kampeermiddelen.

  • c.

    jongerenhotel en hostel: een gebouw of onderkomen, in hoofdzaak bestemd voor trekkers en jongeren die in de regel slaapplekken per bed huren, met een gemeenschappelijke slaapzaal, sanitair en kookfaciliteiten. Ook wanneer er in het hostel of het jongerenhotel privékamers met eigen sanitair verhuurd worden, blijft het onder de categorie hostel of jongerenhotel vallen.

Artikel 2 Belastbaar feit

Onder de naam 'logiesbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van verblijf met overnachting binnen de gemeente tegen een vergoeding in welke vorm dan ook door personen die niet als ingezetene met een adres in de gemeente in de basisregistratie personen zijn ingeschreven.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1. Belastingplichtig is degene die gelegenheid biedt tot verblijf als bedoeld in artikel 2.

  • 2. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

  • 3. Als er geen persoon is aan te wijzen die gelegenheid biedt tot verblijf, is degene belastingplichtig die verblijf houdt als bedoeld in artikel 2.

Artikel 4 Vrijstellingen

De belasting wordt niet geheven voor het verblijf:

  • a.

    van degene die op dag van de eerste overnachting de leeftijd van vijf jaar nog niet heeft bereikt;

  • b.

    van degene die verblijft in een instelling als bedoeld in artikel 4 van de Wet toetreding zorgaanbieders;

  • c.

    van een vreemdeling als bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, die rechtmatig in Nederland verblijft in de zin van artikel 8, letters c, d, f, g, h, van voornoemde wet en voor zover deze persoon verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 van de Verordening, onder verantwoordelijkheid van het Centraal Orgaan opvang Asielzoekers.

Artikel 5 Maatstaf van heffing

De belasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen in het belastingjaar. Het aantal overnachtingen wordt gesteld op het aantal overnachtende personen vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden.

Artikel 6 Belastingtarief

  • 1. Het tarief bedraagt per persoon per overnachting € 4,00.

  • 2. In afwijking van het eerste lid bedraagt het tarief voor het houden van verblijf met overnachting op een kampeerterrein of in een haven, jongerenhotel of hostel per persoon per overnachting € 2,15.

  • 3. In afwijking van het eerste en tweede lid bedraagt het tarief voor het houden van verblijf met overnachting in een verblijfsaccommodatie, niet zijnde een hotel, gelegen binnen het grondgebied van de voormalige gemeenten Ten Boer en Haren per persoon per overnachting € 1,60.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8 Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 9 Aanslaggrens

Een belastingaanslag wordt niet opgelegd als het aantal overnachtingen waartoe gelegenheid wordt of is gegeven tijdens het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen.

Artikel 10 Termijn van betaling

  • 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later.

  • 2. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 11 Kwijtschelding

Bij de invordering van de logiesbelasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 12 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling Noordelijk Belastingkantoor kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van de logiesbelasting.

Artikel 13 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1. De Verordening logiesbelasting van de gemeente Groningen van 29 mei 2013, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 30 maart 2016, en de Verordening toeristenbelasting 2011 van de gemeente Haren van 29 november 2010, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 29 oktober 2018, worden ingetrokken met ingang van 1 januari 2020, met dien verstande dat zij van toepassing blijven op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2. Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2020 welke datum tevens de datum van ingang van de heffing is.

  • 3. Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening logiesbelasting'.

Ondertekening

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 26 juni 2019.

De griffier,

Toon Dashorst

De voorzitter,

Peter den Oudsten