Regeling vervallen per 01-01-2014

Verdening omtrent het medegebruik van gebouwen van de openbare en bijzondere scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

Geldend van 01-08-1995 t/m 31-12-2013

Intitulé

Verdening omtrent het medegebruik van gebouwen van de openbare en bijzondere scholen voor basisonderwijs en (voortgezet) speciaal onderwijs

De raad der gemeente Heerenveen;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 22 juni 1995,

preadvies *;

gelet op de Algemene wet bestuursrecht, de Wet op het basisonderwijs en de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs;

B E S L U I T :

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. WBO

de Wet op het basisonderwijs (Stb. 1986, 256);

b. ISOVSO

de Interimwet op het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs (Stb. 1987, 614);)

c. bevoegd gezag

voor wat betreft

-een openbare school: het college van burgemeester en wethouders, voor zover de raad niet anders bepaalt, en, indien de raad dit wenselijk oordeelt, met inachtneming van door hem te stellen regelen;

-een bijzondere school: een rechtspersoon zoals bedoeld in artikel 35 van de WBO (respectievelijk artikel 44 van de ISOVSO);

d. medegebruik

het gebruik door derden ten behoeve van ander onderwijs, dan wel andere culturele, maatschappelijke, educatieve of recreatieve doeleinden van een gebouw (al dan niet met de daarin aanwezige voorzieningen) van een openbare of bijzondere school, zoals bedoeld in artikel 86 van de WBO en artikel 88f van de ISOVSO.

e. medegebruiker

de natuurlijke of rechtspersoon die één of meerdere ruimten van een openbare of bijzondere school (al dan niet met de daarin aanwezige voorzieningen) in medegebruik heeft;

f. ruimten

de onderwijsruimten en andere ruimten aanwezig in een schoolgebouw, met inbegrip van A-lokalen;

g. A-lokaal

gymnastieklokaal gesticht of in gebruik genomen met inachtneming van de voor het gewoon (of buitengewoon) lager onderwijs of voor het basisonderwijs of voor het speciaal onderwijs en het voortgezet speciaal onderwijs geldende bepalingen en die voor vergoeding door het Rijk ten behoeve van het basisonderwijs of speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs in aanmerking is gebracht;

h. ander onderwijs

het uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs niet zijnde basisonderwijs respectievelijk voor het (voortgezet) speciaal onderwijs: het uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs niet zijnde speciaal onderwijs of voortgezet speciaal onderwijs. Tevens wordt onder ander onderwijs verstaan basiseducatie aan volwassenen.

i. voorzieningen

de in een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs aanwezige voorzieningen als bedoeld in artikel 88f, derde lid, van de ISOVSO.

Artikel 2 Voorschriften voor het gebruik

  • 1.

    De medegebruiker gebruikt de in medegebruik gegeven ruimten uitsluitend voor die doeleinden waarvoor het medegebruik is toegestaan.

  • 2.

    Het is de medegebruiker niet toegestaan de in medegebruik verkregen ruimten aan derden in gebruik te geven.

  • 3.

    De medegebruiker onthoudt zich van activiteiten die hinder veroorzaken voor het in het gebouw gegeven onderwijs.

  • 4.

    De medegebruiker maakt alleen gebruik van onderwijsleerpakket, meubilair en aanwezige voorzieningen voor zover het bevoegd gezag dit toestaat en met inachtneming van de door het bevoegd gezag gestelde voorwaarden.

  • 5.

    De medegebruiker is verplicht na ieder medegebruik de ter beschikking gestelde ruimten, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de aanwezige voorzieningen in dezelfde staat achter te laten als waarin deze werden aangetroffen.

  • 6.

    Het bevoegd gezag kan een huishoudelijk reglement vaststellen, waarin nadere regels worden gegeven met betrekking tot de wijze waarop de medegebruiker de door het bevoegd gezag ter beschikking gestelde ruimten met het beschikbaar gestelde onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzieningen gebruikt.

Artikel 3 Schade

  • 1.

    De medegebruiker onthoudt zich van activiteiten waarvan redelijkerwijs kan worden verondersteld dat deze kunnen leiden tot schade aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzieningen.

  • 2.

    Indien voor de aanvang van het medegebruik schade aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair of de voorzieningen wordt geconstateerd, doet de medegebruiker hiervan onverwijld mededeling aan het bevoegd gezag.

  • 3.

    De medegebruiker is aansprakelijk voor de schade die ten gevolge van het medegebruik aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzieningen ontstaat.

  • 4.

    De medegebruiker doet van iedere schade als bedoeld in het voorgaande lid onverwijld mededeling aan het bevoegd gezag.

  • 5.

    In het in artikel 2 genoemde huishoudelijk reglement kan het bevoegd gezag nadere regels stellen ter voorkoming van schade aan het gebouw, het onderwijsleerpakket, het meubilair en de voorzieningen.

Artikel 4 De tariefstelling

  • 1.

    Het bevoegd gezag brengt aan de medegebruiker de kosten in rekening zoals die worden berekend overeenkomstig de artikelen 5, 6 en 7.

  • 2.

    In bijzondere gevallen, ter beoordeling van het bevoegd gezag, kan ten gunste van de medegebruiker worden afgeweken van het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 5 De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het basisonderwijs

De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het basisonderwijs, met uitzondering van A-lokalen, worden naar rato van het aantal uren gebruik bepaald aan de hand van de jaarlijks door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen ten behoeve van het basisonderwijs vast te stellen bedragen voor zowel de andere voorzieningen als de gebouwgebonden materiële instandhouding ter zake van huurvergoeding t.b.v. tijdelijke voorzieningen.

Artikel 6 De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het (voortgezet) speciaal onderwijs

  • 1.

    De kosten van het medegebruik van de ruimten voor het (voortgezet) speciaal onderwijs, met uitzondering van A-lokalen en in het gebouw aanwezige voorzieningen, worden naar rato van het aantal uren gebruik bepaald aan de hand van de jaarlijks door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen ten behoeve van het (voortgezet) speciaal onderwijs vast te stellen bedragen voor zowel de andere voorzieningen als de gebouwgebonden materiële instandhouding ter zake van huurvergoeding t.b.v. de materiële instandhouding.

  • 2.

    Indien het medegebruik eveneens een in het gebouw aanwezige voorziening omvat, worden de kosten daarvan berekend aan de hand van de jaarlijks door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen met betrekking tot de betreffende voorziening vast te stellen bedragen voor zowel de materiële instandhouding als de andere voorzieningen.

Artikel 7 De kosten van het medegebruik van A-lokalen

  • 1.

    De kosten van het medegebruik van A-lokalen worden naar rato van het aantal uren gebruik bepaald aan de hand van de jaarlijks door de minister van onderwijs, cultuur en wetenschappen vast te stellen bedragen voor zowel de vaste als de variabele kosten ter zake van medegebruik van ruimten voor het onderwijs in lichamelijke oefening.

  • 2.

    Voor de bepaling van de kosten van het medegebruik als bedoeld in het voorgaande lid wordt als uitgangspunt genomen het bouwjaar en de netto-vloeroppervlakte van het in medegebruik gegeven A-lokaal.

Artikel 8 Vergoeding eigenaarskosten

Het bevoegd gezag vergoedt elke 6 maanden aan de eigenaar van het gebouw die op grond van de artikelen 96 of 100 van de WBO (of artikel 97 van de ISOVSO) (een gedeelte van) de materiële instandhouding van het gebouw verzorgt, de door het medegebruik veroorzaakte kosten, zoals berekend aan de hand van de artikelen 5, 6 en 7. Het bevoegd gezag verstrekt hiertoe elke 6 maanden een overzicht van het aantal uren medegebruik per gebouw aan de in de vorige volzin bedoelde eigenaar van het gebouw.

Artikel 9 Opschorten medegebruik

  • 1.

    Indien het bevoegd gezag een in medegebruik gegeven ruimte incidenteel zelf nodig heeft voor de eigen school op een voor medegebruik overeengekomen tijdstip, dan ziet de medegebruiker af van het medegebruik op dit tijdstip.

  • 2.

    Het bevoegd gezag stelt de medegebruiker ten minste twee weken van tevoren schriftelijk op de hoogte van de noodzaak om zelf over de ruimte te kunnen beschikken.

Artikel 10 Beëindiging medegebruik

Het bevoegd gezag kan, zonder dat de medegebruiker deswege aanspraak op schadevergoeding heeft, het medegebruik met onmiddellijke ingang beëindigen, indien:

  • a.

    de medegebruiker de voorschriften gegeven in deze verordening en, voor zover vastgesteld, in het huishoudelijk reglement, niet stipt naleeft;

  • b.

    de medegebruiker, na hiertoe te zijn aangemaand, niet binnen 1 maand de in rekening gebrachte kosten van medegebruik heeft voldaan.

Artikel 11 Beslissing van het bevoegd gezag in die gevallen waarin de verordening niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van het medegebruik betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het bevoegd gezag.

Artikel 12 Slotbepaling

  • 1.

    De verordening kan worden aangehaald als "Verordening medegebruik schoolge-bouwen".

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 augustus 1995. Alsdan vervalt de "Verordening tot het vaststellen van algemene regelen voor het ingebruik geven van schoollokalen, niet zijnde gymnastieklokalen, en van gymnastieklokalen gedurende de schooltijden", vastgesteld bij raadsbesluit van 31 augustus 1971 en gewijzigd bij raadsbesluit van 26 april 1976.

    Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 3 juli 1995.

De secretaris,

De voorzitter,

(drs. H.C. Witbraad-Wiltink)

(drs. P.M.M. de Jonge)