Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoeksche Waard

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de auditcommissie Verordening auditcommissie gemeente Hoeksche Waard 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoeksche Waard
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de auditcommissie Verordening auditcommissie gemeente Hoeksche Waard 2019
CiteertitelVerordening auditcommissie gemeente Hoeksche Waard 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening op de Auditcommissie gemeente Binnenmaas 2007, het Reglement van orde voor de auditcommissie gemeente Korendijk, de Verordening Auditcommissie gemeente Cromstrijen 2014 en de Verordening Auditcommissie gemeente Strijen 2007.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 213 van de Gemeentewet
  2. artikel 213a van de Gemeentewet
  3. artikel 82 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-01-2019

02-01-2019

gmb-2019-13951

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de auditcommissie Verordening auditcommissie gemeente Hoeksche Waard 2019

De raad van de gemeente Hoeksche Waard;

 

Gelet op de besprekingen in de werkgroep Planning en Controle en gelet op de voorlopige besprekingen en vaststellingen in de klankbordgroepvergadering van 2 juli 2018;

 

Gelet op de artikelen 213, 213a en 82 Gemeentewet;

 

b e s l u i t :

 

Vast te stellen de Verordening op de auditcommissie gemeente Hoeksche Waard 2019

 

Paragraaf 1: Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Commissie: een raadscommissie, genaamd auditcommissie, ingesteld krachtens deze verordening;

  • b.

    Lid: een door de raad benoemd raadslid of burgerlid, die zitting heeft in de commissie;

  • c.

    Voorzitter: de voorzitter van de auditcommissie;

  • d.

    Plv. voorzitter: de plaatsvervangend voorzitter van de auditcommissie;

  • e.

    Griffier: de griffier van de raad of diens vervanger;

  • f.

    Vergadering: de vergadering van de commissie.

Artikel 2. Instelling

Er is een adviescommissie ten behoeve van de gemeenteraad, genaamd auditcommissie, gebaseerd op artikel 82 van de Gemeentewet.

Artikel 3. Samenstelling

  • 1.

    De commissie bestaat uit vijf raadsleden of burgerleden, door de raad gekozen, waarbij in ieder geval één uit de coalitiepartijen en één uit de oppositiepartijen. De meerderheid van de commissie bestaat uit raadsleden.

  • 2.

    De raad benoemt twee plaatsvervangende leden die namens de raad zitting hebben in de commissie.

  • 3.

    De zittingsperiode van de leden eindigt wanneer zij ophouden lid te zijn van de raad of wanneer zij ophouden burgerlid te zijn en aan het einde van de zittingsperiode van de raad.

  • 4.

    Een lid kan door de raad worden ontslagen.

  • 5.

    Een lid kan altijd ontslag nemen. Hij geeft daarvan kennis aan de voorzitter.

  • 6.

    In tussentijds in de commissie ontstane vacatures wordt zo snel mogelijk voorzien.

  • 7.

    Een benoeming geschiedt voor de zittingsperiode gelijk aan die van de leden van de zittende raad. Dit geldt eveneens voor tussentijdse benoemingen.

Artikel 4. De voorzitter

  • 1.

    De voorzitter en de plaatsvervangend voorzitter worden door de commissie uit zijn midden benoemd.

  • 2.

    De voorzitter is belast met:

    • a.

      het tijdig en periodiek bijeenroepen van de commissie;

    • b.

      het leiden van de vergadering

    • c.

      het handhaven van de orde;

    • d.

      het doen naleven van deze verordening;

    • e.

      het bewaken van de uitgangspunten en het bevorderen van een heldere besluitvorming.

  • 3.

    De voorzitter maakt deel uit van de commissie.

Artikel 5. Secretariaat, ondersteuning en adviseurs

  • 1.

    De griffier levert de ambtelijke ondersteuning en advies en verzorgt het secretariaat.

  • 2.

    Van de vergadering wordt een verslag gemaakt.

  • 3.

    Het verslag bevat een beknopte, zakelijke weergave van het besprokene.

  • 4.

    Het verslag vermeldt de namen van de aanwezige en afwezige leden van de commissie;

  • 5.

    Het verslag wordt ter vaststelling opgenomen op de voorlopige agenda voor de eerstvolgende commissievergadering;

  • 6.

    Alle raadsleden krijgen het verslag van de vergaderingen van de auditcommissie.

  • 7.

    De commissie kan de volgende adviseurs oproepen: de wethouder financiën, de gemeentesecretaris, een lid van de directie en de concerncontroller.

     

Paragraaf 2: Taak commissie

Artikel 6. Taken commissie

De commissie heeft de volgende taken:

Accountant

  • 1.

    De commissie onderhoudt contact met de accountant en begeleidt deze bij zijn werkzaamheden.

  • 2.

    De commissie evalueert de werkzaamheden van de accountant en brengt hierover verslag uit aan de raad.

  • 3.

    De commissie vormt het schakelpunt voor de verzameling, de uitwisseling en de afstemming van relevante informatie vanuit de raad, het college en de ambtenaren inzake de accountantscontrole.

  • 4.

    De commissie heeft een voorbereidende en adviserende taak richting de raad bij het selecteren van de accountant na afloop van het contract.

  • 5.

    De commissie bereidt jaarlijks het op grond van de Controleverordening gemeente Hoeksche Waard 2019 op te stellen programma van eisen voor de accountantscontrole voor en legt dit ter vaststelling voor aan de raad.

  • 6.

    De commissie bespreekt jaarlijks het onderzoeksplan zoals bedoeld in artikel 3, lid 1 , van de Verordening onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid gemeente Hoeksche Waard 2019.

  • 7.

    De commissie adviseert de raadscommissie en de gemeenteraad over de genoemde taken.

  • 8.

    De coördinatie van het accountantsonderzoek, het onderzoek als bedoeld in artikel 213a van de Gemeentewet en het onderzoeksplan van de rekenkamer.

 

Jaarrekening

  • 9.

    Onderzoeken van de jaarrekening.

    • a.

      De commissie doet onderzoek naar de jaarrekening. De commissie betrekt daarbij de door of namens het college aangeleverde en met de jaarrekening verband houdende bescheiden.

    • b.

      De commissie draagt de jaarrekening over aan de raad voor onderzoek met behulp van de methode Duisenberg.

  • 10.

    Het onderzoek als bedoeld in lid 9 onder a. richt zich op de doelmatigheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur.

  • 11.

    Op verzoek van de raad kan de commissie ook aspecten van doeltreffendheid bij haar onderzoek betrekken.

  • 12.

    De commissie stelt op grond van het onderzoek een nota op waarin de bevindingen van het onderzoek zijn opgenomen en voorstellen worden gedaan.

  • 13.

    Het college wordt de gelegenheid geboden om schriftelijk te reageren op de bevindingen en voorstellen van de commissie. Deze reactie maakt onderdeel uit van de nota van bevindingen.

  • 14.

    De nota wordt aangeboden aan de raad, die deze in zijn beraadslaging over de jaarrekening kan betrekken.

 

Financieel beleid, beheer en organisatie

  • 15.

    De commissie kan de raad gevraagd en ongevraagd advies uitbrengen ten aanzien van in de verordening ex art. 212 Gemeentewet vastgelegde beleidskaders inzake het financiële beleid, de financiële organisatie en het financiële beheer van de gemeente.

     

Paragraaf 3: de werkwijze van de commissie

Artikel 7. Werkwijze van de commissie

  • 1.

    De vergaderingen van de commissie zijn besloten. De commissie kan besluiten in openbaarheid te vergaderen.

  • 2.

    De commissie vergadert zo dikwijls als de voorzitter het nodig oordeelt of het door tenminste twee leden van de commissie, schriftelijk en met opgave van redenen, wordt gevraagd.

  • 3.

    De voorzitter bepaalt in overleg met de griffier de voorlopige agenda van de vergadering.

  • 4.

    De voorlopige agenda wordt tenminste 7 dagen voor een vergadering toegezonden aan de leden van de commissie.

  • 5.

    De commissie stelt aan het begin van de vergadering de definitieve agenda vast.

  • 6.

    In gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de commissie schriftelijk worden geraadpleegd. Indien schriftelijke afdoening bij één of meer leden op bezwaar stuit, vindt de behandeling van de desbetreffende aangelegenheid in de eerstvolgende commissievergadering plaats.

Artikel 8. Bijwonen vergaderingen

  • 1.

    De leden van de raad die geen lid zijn van de commissie en de collegeleden kunnen de vergaderingen van de commissie bijwonen. Ze mogen niet aan de beraadslagingen deelnemen tenzij de voorzitter anders beslist.

  • 2.

    De voorzitter van de commissie is bevoegd om naast de vaste adviseurs collegeleden en ambtenaren van de gemeente en externe deskundigen tot het bijwonen van de vergadering uit te nodigen voor het verstrekken van inlichtingen of het geven van adviezen.

  • 3.

    Indien een collegelid of een ambtenaar niet aanwezig kan zijn, wordt daarvan mededeling gedaan aan de voorzitter van de commissie.

  • 4.

    De voorzitter nodigt eveneens de in lid 2 genoemden uit indien tenminste twee leden van de commissie daarom verzoeken.

Artikel 9. Geheimhouding

Artikel 25 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10. Besluiten

  • 1.

    Voor zover en besluiten nodig zijn, worden deze genomen bij meerderheid van stemmen.

  • 2.

    Indien de stemmen staken beslist de stem van de voorzitter.

Artikel 11. Informatieverstrekking

  • 1.

    Op grond van een verzoek van de commissie verstrekt het college binnen drie weken de onder het college berustende stukken.

  • 2.

    Het college kan op grond van artikel 55 Gemeentewet omtrent de inhoud van de stukken die hij aan de commissie verstrekt, geheimhouding opleggen.

Artikel 12. Toelichting tijdens raadsvergadering en commissievergadering

  • 1.

    Tijdens de raadsvergadering of raadscommissievergadering kan de voorzitter van de commissie namens de commissie het woord voeren.

  • 2.

    De commissie kan in een voorkomend geval een ander lid uit haar midden aanwijzen om in de vergadering van de commissie of de raad de adviezen van de commissie toe te lichten.

     

Paragraaf 4: Slotbepalingen

Artikel 13. Uitleg verordening

Bij twijfel over de betekenis of de toepassing van deze verordening en in gevallen waarin niet in deze verordening is voorzien, beslist de voorzitter van de commissie.

Artikel 14. Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking de dag na bekendmaking.

  • 2.

    Na de inwerkingtreding als bedoeld in lid 1 vervallen de navolgende besluiten:

    • a.

      Verordening op de Auditcommissie gemeente Binnenmaas 2007

    • b.

      Reglement van orde voor de auditcommissie gemeente Korendijk

    • c.

      Verordening Auditcommissie gemeente Cromstrijen 2014

    • d.

      Verordening Auditcommissie gemeente Strijen 2007

Artikel 15. Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als:

“Verordening auditcommissie gemeente Hoeksche Waard 2019”.

Vastgesteld door de raad van de gemeente Hoeksche Waard

gehouden op 2 januari 2019,

de griffier,

E.R.M. Hesen

de voorzitter,

P.A.C.M. van der Velden..