Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoeksche Waard

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges (Legesverordening 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoeksche Waard
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges (Legesverordening 2020)
CiteertitelLegesverordening 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Deze regeling vervangt de Legesverordening 2019.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 156, eerste lid, van de Gemeentewet
  2. artikel 156, tweede lid, van de Gemeentewet
  3. artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet
  4. artikel 2, tweede lid, van de Paspoortwet
  5. artikel 7 van de Paspoortwet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

28-12-2019nieuwe regeling

17-12-2019

gmb-2019-318868

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Hoeksche Waard houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges (Legesverordening 2020)

De raad van de gemeente Hoeksche Waard;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;

 

gelet op de artikelen 156, eerste en tweede lid, aanhef en onderdeel h, en 229, eerste lid, aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet en de artikelen 2, tweede lid, en 7 van de Paspoortwet;

 

besluit vast te stellen de verordening:

 

Verordening op de heffing en de invordering van leges 2020 (Legesverordening 2020).

Artikel 1 Definities

In deze verordening wordt verstaan onder::

  • -

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur, waarbij een gedeelte van een dag als een hele dag wordt aangemerkt;

  • -

    jaar: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalenderjaar tot en met de (n-1)e dag in het volgende kalenderjaar;

  • -

    kalenderjaar: de periode van 1 januari tot en met 31 december;

  • -

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen;

  • -

    maand: het tijdvak dat loopt van de ne dag in een kalendermaand tot en met de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand, met dien verstande dat als de ne dag in een kalendermaand 30 of 31 januari is, de (n-1)e dag in de volgende kalendermaand altijd de laatste dag van de maand februari is;

  • -

    week: een aaneengesloten periode van 7 dagen.

Artikel 2 Belastbaar feit

  • 1.

    Onder de naam ‘leges’ worden rechten geheven voor:

    • -

      het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten;

    • -

      het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag van een Nederlandse identiteitskaart of een reisdocument;

  • een en ander zoals genoemd in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel.

  • 2.

    Hetgeen in deze verordening en de daarbij behorende tarieventabel is bepaald over een Nederlandse identiteitskaart voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is van overeenkomstige toepassing op een vervangende Nederlandse identiteitskaart voor personen met een uitreisverbod, ongeacht de leeftijd van de betrokken persoon.

Artikel 3 Belastingplicht

Belastingplichtig is de aanvrager van de dienst, de Nederlandse identiteitskaart of het reisdocument dan wel degene ten behoeve van wie de dienst is verleend of de handelingen zijn verricht.

Artikel 4 Vrijstellingen

Leges worden niet geheven voor:

  • a.

    diensten waarvan de kosten krachtens afdeling 6.4 van de Wet ruimtelijke ordening (grondexploitatie) zijn of worden verhaald;

  • b.

    diensten die ingevolge wettelijk voorschrift zijn vrijgesteld van rechtenheffing of kosteloos moeten worden verleend;

Artikel 5 Maatstaven van heffing en tarieven

  • 1.

    De leges worden geheven naar de maatstaven en tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel.

  • 2.

    Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een projectuitvoeringsbesluit als bedoeld in artikel 2.10 van de Crisis- en herstelwet bedraagt het tarief de som van de bedragen die op grond van deze verordening verschuldigd zouden zijn voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een vergunning, ontheffing, vrijstelling of enig ander besluit in het kader van de ontwikkeling en verwezenlijking van het project, voor zover het projectuitvoeringsbesluit strekt ter vervanging van deze besluiten, zoals bedoeld in artikel 2.10, derde lid, van de Crisis- en herstelwet .

  • 3.

    Voor de berekening van de leges wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt.

Artikel 6 Wijze van heffing

De leges worden geheven door middel van een mondelinge dan wel een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een stempelafdruk, zegel, nota of andere schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt.

Artikel 7 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de leges worden betaald ingeval de kennisgeving bedoeld in artikel 6:

    • a.

      mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving;

    • b.

      schriftelijk wordt gedaan, op het moment van uitreiken van de kennisgeving, dan wel in geval van toezending daarvan, binnen 1 maand na de dagtekening van de kennisgeving.

  • 2.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen.

Artikel 8 Kwijtschelding

Bij de invordering van de leges wordt geen kwijtschelding verleend, met uitzondering van de leges . voor een Nederlandse Identiteitskaart, voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerkaart en voor de aanvraag van een gehandicaptenparkeerplaats op kenteken, zoals nader omschreven in de Verordening Kwijtschelding 2020.

Artikel 9 Vermindering of teruggaaf

Gehele of gedeeltelijke vermindering of teruggaaf van leges voor een in de bij deze verordening behorende tarieventabel omschreven dienst wordt verleend overeenkomstig een met betrekking tot die dienst in die tarieventabel opgenomen bepaling.

Artikel 10 Overdracht van bevoegdheden

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening, indien de wijzigingen:

  • a.

    van zuiver redactionele aard zijn;

  • b.

    een gevolg zijn van nieuwe of gewijzigde rijksregelgeving die in werking treedt binnen drie maanden na de officiële bekendmaking van de inwerkingtreding ervan in het Staatsblad of de Staatscourant en het de volgende hoofdstukken of onderdelen van titel 1 van de tarieventabel betreft:

    1. onderdeel 1.1.8 (akten burgerlijke stand);

    2. hoofdstuk 2 (reisdocumenten);

    3. hoofdstuk 3 (rijbewijzen);

    4. onderdeel 1.4.5 (papieren verstrekking uit de basisregistratie personen);

    5. onderdeel 1.9.1 (verklaring omtrent het gedrag);

    6. hoofdstuk 16 (kansspelen);

een en ander voor zover met deze wijzigingen niet reeds bij het vaststellen of latere wijziging van deze verordening bij raadsbesluit rekening is gehouden.

Artikel 11 Overgangsrecht

  • 1.

    De Legesverordening 2019 van 2 januari 2019, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 12, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover de heffing van de leges hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als ‘Legesverordening 2020’.

 

Vastgesteld in de openbare vergadering van raad van de gemeente Hoeksche Waard van 17 december 2019.

De griffier,

G. de Schipper-Tinga

De voorzitter

G. Veldhuijzen

Bijlage: Tarieventabel, behorende bij de Legesverordening Hoeksche Waard 2020

 

Titel 1 Algemene dienstverlening

 

Hoofdstuk 1 Burgerlijke stand

 

 

 

 

1.1.1

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, een registratie van een partnerschap of een omzetting van een partnerschap in een huwelijk in het servicepunt te Oud-Beijerland op:

 

1.1.1.1

maandagmorgen en dinsdagmorgen om 09.00 en 09.30 uur, met maximaal 10 personen

€ 0,-

 

1.1.1.2

maandagmorgen en dinsdagmorgen om 09.00 en 09.30 uur,

met meer dan 10 personen, gebruik trouwzaal

€ 76,05

 1.1.1.3

maandag en dinsdag tussen 10.00 en 12.00 uur, woensdag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 12.00 uur, met maximaal 10 personen, zonder toespraak

 € 50,70

1.1.1.4

maandag en dinsdag tussen 10.00 en 12.00 uur, woensdag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 12.00 uur met meer dan 10 personen, zonder toespraak, incl. gebruik trouwzaal

€ 126,75

1.1.1.5

maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 17.00 uur (met uitzondering van de hierboven genoemde voltrekkingen)

€ 294,05

1.1.1.6

zaterdag tussen 10.00 en 15.00 uur

€ 588,10

1.1.2

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, een registratie van een partnerschap of een omzetting van een partnerschap in een huwelijk in Het Oude Raadhuis te Oud-Beijerland op:

 

1.1.2.1

maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 17.00 uur

€ 395,40

1.1.2.2

zaterdag tussen 10.00 en 15.00 uur

€ 689,50

1.1.3

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, een registratie van een partnerschap of een omzetting van een partnerschap in een huwelijk op een door de gemeente aangewezen externe locatie op

 

1.1.3.1

maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 17.00 uur

€ 304,20

1.1.3.2

maandag tot en met vrijdag tussen 17.00 en 21.00 uur

€ 456,30

1.1.3.3

zaterdag tussen 10.00 en 21.00 uur

€ 608,40

 1.1.4

Het tarief bedraagt voor de voltrekking van een huwelijk, een registratie van een partnerschap of een ceremoniële omzetting van een partnerschap in een huwelijk op een eenmalige externe locatie op:

 

1.1.4.1

maandag tot en met vrijdag tussen 09.00 en 17.00 uur

€ 405,60

1.1.4.2

maandag tot en met vrijdag tussen 17.00 en 21.00 uur

€ 557,70

1.1.4.3

zaterdag tussen 10.00 en 21.00 uur

€ 709,80

1.1.5

Het tarief voor het verlenen van de volgende diensten bedraagt:

 

1.1.5.1

het leveren van een getuige door de gemeente, per getuige

€ 23,80

1.1.5.2

het verstrekken van een trouwboekje

€ 27,85

1.1.5.3

de benoeming van een eenmalige trouwambtenaar

€ 101,40

1.1.6

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een stuk als bedoeld in artikel 2 van de Wet rechten burgerlijke stand geldt het tarief zoals dat is opgenomen in het Legesbesluit akten burgerlijke stand.

 

1.1.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.1.7.1

verklaring van huwelijksbevoegdheid

€ 24,30

1.1.7.2

tot het verkrijgen van een bewijs van in leven

€ 13,80

1.1.7.3

tot het verkrijgen van een gewaarmerkt afschrift

€ 13,80

 

Hoofdstuk 2 Reisdocumenten en Nederlandse identiteitskaart

 

1.2

Het tarief bedraagt voor het verrichten van handelingen ten behoeve van een aanvraag:

 

1.2.1

van een nationaal paspoort:

 

1.2.1.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 71,37;*

1.2.1.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,97*

1.2.2

van een nationaal paspoort, een groter aantal bladzijden bevattende dan een nationaal paspoort als bedoeld in subonderdeel 1.2.1 (zakenpaspoort):

 

1.2.2.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 71,37;*

1.2.2.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,97;*

1.2.3

van een reisdocument ten behoeve van een persoon die op grond van de Wet betreffende de positie van Molukkers als Nederlander wordt behandeld (faciliteitenpaspoort):

 

1.2.3.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 71,37;*

1.2.3.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 53,97;*

1.2.4

van een reisdocument voor vluchtelingen of een reisdocument voor vreemdelingen

€ 53,97;*

1.2.5

van een Nederlandse identiteitskaart:

 

1.2.5.1

voor een persoon die op het moment van de aanvraag 18 jaar of ouder is

€ 56,83;*

1.2.5.2

voor een persoon die op het moment van de aanvraag de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt

€ 29,95;*

1.2.6

voor de versnelde uitreiking van een in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in die onderdelen genoemde bedragen

€ 48,60;*

1.2.7

voor het bezorgen van een in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.5 genoemd document, zijnde een toeslag op de in de onderdelen 1.2.1 tot en met 1.2.6 genoemde bedragen

€ 0,-

* Dit is het maximumtarief vanaf 1 januari 2019. Op grond van artikel 10 van deze verordening kunnen deze tarieven aangepast worden na bekend worden van de maximale tarieven 2020 (Rijk).

 

Hoofdstuk 3 Rijbewijzen

 

1.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het afgeven, vernieuwen of omwisselen van een rijbewijs

€ 39,78.*

1.3.2

Het tarief genoemd in onderdeel 1.3.1 wordt:

 

1.3.2.1

bij een spoedlevering vermeerderd met

€ 34,10

1.3.3

Voor Gezondheidsverklaringen 75+, 75-, C, D en EC zal het bedrag dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) aan de gemeente hiervoor in rekening brengt, doorberekend worden aan de aanvrager.

 

* Dit is vanaf 1 januari 2019 het maximumtarief van € 30,08, vermeerderd met het rijkskostendeel van € 9,70. Op grond van artikel 10 van deze verordening kunnen deze tarieven aangepast worden na bekend worden van de maximale tarieven 2020 (Rijk).

 

Hoofdstuk 4 Verstrekkingen uit de basisregistratie personen

 

1.4.1

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, met uitzondering van de onderdelen 1.4.3 en 1.4.4, wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon waarvoor de basisregistratie personen moet worden geraadpleegd.

 

1.4.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.4.2.1

tot het verstrekken van gegevens, per verstrekking

€ 8,60;

1.4.2.2

uittreksel BRP online

€ 6,55

1.4.3

Voor de toepassing van onderdeel 1.4.4 wordt onder één verstrekking verstaan één of meer gegevens over één persoon die niet zijn opgenomen in basisregistratie personen.

 

1.4.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.4.4.1

tot het verstrekken van gegevens: per verstrekking

€ 8,60

 

Hoofdstuk 5 (Vervallen)

 

Hoofdstuk 6 (Vervallen)

 

Hoofdstuk 7 (Vervallen)

 

Hoofdstuk 8 Vastgoedinformatie

 

1.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.8.1.1

een fotokopie van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in subonderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan:

 

1.8.1.1.1

in formaat A4 of kleiner, per bladzijde

€ 0,50

1.8.1.1.2

in formaat A3

€  0,60

1.8.1.2

een lichtdruk van een plan, zoals bestemmingsplan, voorbereidingsbesluit, streekplan, wegenkaart behorende bij de legger bedoeld in subonderdeel 1.8.2.2, structuurplan of stadsvernieuwingsplan, per dm² lichtdruk

€ 25,35

1.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van een afschrift van of uittreksel uit:

 

1.8.2.1

de gemeentelijke basisregistratie adressen of de gemeentelijke basisregistratie gebouwen, bedoeld in artikel 2 van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen, per adres of object

€  9,10

1.8.2.2

de legger bedoeld in artikel 27 van de Wegenwet

€  7,60

1.8.2.3

een inschrijving in het rijksmonumentenregister die aan de gemeente verzonden is, als bedoeld in artikel 3.3, vijfde lid, van de Erfgoedwet

€  9,10

1.8.2.4

het gemeentelijk erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.16 van de Erfgoedwet, per aangewezen cultureel erfgoed

€  9,10

1.8.2.5

het gemeentelijke beperkingenregister of de gemeentelijke beperkingenregistratie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a en b, van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken, dan wel tot het verstrekken van een aan die registratie ontleende verklaring, als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder c, van die wet

€ 23,80

 

Hoofdstuk 9 Overige publiekszaken

 

1.9

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.9.1

tot het verstrekken van een verklaring omtrent het gedrag

€ 41,35*;

1.9.2

tot het legaliseren van een handtekening

€  8,60.

1.9.3

Tot het verkrijgen van alle niet genoemde verklaringen

€ 8,60

* Dit is het maximumtarief vanaf 1 maart 2016 (tot 1 maart 2016: € 30,05).

 

Hoofdstuk 10 Gemeentearchief

 

1.10.1

Het tarief bedraagt voor het op verzoek doen van naspeuringen in de in het gemeentearchief berustende stukken, voor ieder daaraan besteed kwartier

€ 20,25

 

Hoofdstuk 11 Huisvestingswet 2014

 

1.11

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.11.1

tot het verlenen van een huisvestingsvergunning als bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Huisvestingswet 2014

€ 44,60;

1.11.2

tot indeling in een urgentiecategorie als bedoeld in artikel 13, tweede lid, van de Huisvestingswet 2014

€ 43,10

1.11.3

tot medische keuring ten behoeve van een urgentieverklaring voor medische of sociale urgentie

€ 70,95

1.11.4

Indien een urgentieverklaring voor een medische of sociale urgentie als bedoeld in de Huisvestingsverordening wordt toegekend, bestaat aanspraak op volledige teruggaaf van de kosten van het medisch advies als bedoeld in 1.11.3.

 

 

Hoofdstuk 12 Leegstandwet

 

1.12

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.12.1.1

tot het verlenen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van leegstaande woonruimte als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Leegstandwet

€ 108,50

1.12.1.2

tot het verlengen van een vergunning tot tijdelijke verhuur van woonruimte als bedoeld in artikel 15, negende lid, van de Leegstandwet

€  60,80

1.12.2

Indien aanvragen als bedoeld in de subonderdelen 1.12.1.1 en 1.12.1.2 gelijktijdig worden ingediend en woonruimten in hetzelfde gebouw, zoals een flat, een school of een kantoor betreffen, worden de in die subonderdelen bedoelde leges slechts eenmaal geheven.

 

 

Hoofdstuk 13 (Vervallen)

 

Hoofdstuk 14 (Vervallen)

 

Hoofdstuk 15 (Vervallen)

 

Hoofdstuk 16 Kansspelen

 

1.16.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een aanwezigheidsvergunning als bedoeld in artikel 30b van de Wet op de kansspelen:

 

1.16.1.1

voor een periode van twaalf maanden voor één kansspelautomaat

€ 56,50*;

1.16.1.2

voor een periode van twaalf maanden voor twee of meer kansspelautomaten, voor de eerste kansspelautomaat

€ 56,50*

 

en voor iedere volgende kansspelautomaat

€ 34,-*

1.16.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning als bedoeld in artikel 3 van de Wet op de kansspelen (loterijvergunning)

€ 25,35

1.16.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een mededeling, zoals bedoeld in artikel 7C lid 2 onder a , van de wet op de Kansspelen”

€ 0,-

1.16.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren of doen exploiteren van een speelgelegenheid als bedoeld in artikel 2:39 van de Algemene plaatselijke verordening

€ 70,95

* Dit is het maximumtarief.

 

Hoofdstuk 17 Telecommunicatie

 

1.17.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een melding in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van de Telecommunicatiewet

€ 218,-,

1.17.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een vergunning in verband met het verkrijgen van instemming omtrent plaats, tijdstip en wijze van uitvoering van werkzaamheden als bedoeld in artikel 4 van de Leidingenverordening voor de aanleg van kabels c.q. leidingen

€ 420,80

 

Hoofdstuk 18 Verkeer en vervoer

 

1.18

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

1.18.1

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 87 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990

€ 37,50

1.18.2

tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 9.1 van de Regeling voertuigen

€ 50,70

1.18.3

tot het verstrekken van een gehandicaptenparkeerkaart als bedoeld in artikel 49 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW)

€ 40,55

1.18.4

tot medische keuring ten behoeve van een gehandicapten-parkeerkaart

€ 70,95

1.18.5

voor het aanleggen van een algemene gehandicaptenparkeerplaats bij woon- of werkadres, per aanleg

€ 314,35

1.18.6

voor het aanleggen van een gehandicapten-parkeerplaats bij woon- of werkadres op kenteken, wordt het tarief per aanleg genoemd onder 1.18.5 verhoogd met

€ 106,45

1.18.7

voor het wijzigen van een kenteken op het bij de gehandicaptenparkeerplaats behorende bord, per wijziging

€ 116,60

 

Hoofdstuk 19 Diversen

 

1.19.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verstrekken van:

 

1.19.2.1

gewaarmerkte afschriften van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per pagina

€ 8,60

1.19.2.2

afschriften, doorslagen of fotokopieën van stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen:

 

1.19.2.2.1

per pagina op papier van A4-formaat

€ 0,50

1.19.2.2.2

per pagina op papier van een ander formaat

€ 0,60;

1.19.2.3

kaarten, tekeningen en lichtdrukken, al dan niet behorend bij de in subonderdelen 1.19.2.1 en 1.19.2.2 genoemde stukken, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen, per kaart, tekening of lichtdruk

€ 25,35

1.19.2.4

stukken of uittreksels, welke op aanvraag van de aanvrager moeten worden opgemaakt, voor zover daarvoor niet elders in deze tabel of in een andere wettelijke regeling een tarief is opgenomen,

€ 15,20;

1.19.3

tot het verlenen van een ontheffing voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de publieke functie van de weg: (art. 2:10 APV)

€ 50,70.

1.19.4

tot het verlenen van een vergunning voor het ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de verkoopdagen

€ 101,40

1.19.5

tot het verkrijgen van een ligplaatsvergunning of omruilvergunning woonarken in de Boezemvliet Maasdam en Puttershoek

€ 202,80

1.19.6

tot het verkrijgen ligplaatsvergunning voor (woon-) schepen buiten de Boezemvliet Maasdam en Puttershoek:

 

1.19.6.1

per dag

€ 20,25

1.19.6.2

per maand

€ 55,75

1.19.6.3

per kwartaal

€ 131,80

1.19.6.4

per jaar

€ 334,60

1.19.7

tot het verlenen van een ontheffing van het verbod voor verbranden van afvalstoffen of vuur te stoken, zoals bedoeld in artikel 5:34 APV

€ 96,30

1.19.8

tot het verlenen van een andere, in deze titel, hoofdstuk 1 tot en met 19 niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking

€ 50,70

 

 

Titel 2 Dienstverlening vallend onder fysieke leefomgeving/ omgevingsvergunning

 

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

 

2.1.1

Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

2.1.1.1

aanlegkosten:

 

[de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk

2.1.1.2

bouwkosten:

 

[de aannemingssom, bedoeld in paragraaf 1, eerste lid, van de Uniforme administratieve voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012 (UAV 2012; Stcrt. 2012, 1567), voor het uit te voeren werk

2.1.1.3

Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

2.1.2

In deze titel voorkomende begrippen die in de Wabo zijn omschreven, hebben dezelfde betekenis als bij of krachtens de Wabo bedoeld.

2.1.3

In deze titel voorkomende begrippen die niet nader in de Wabo zijn omschreven en die betrekking hebben op activiteiten waarvoor het toetsingskader in een ander wettelijk voorschrift is uitgewerkt, hebben dezelfde betekenis als in dat wettelijk voorschrift bedoeld.

 

Hoofdstuk 2 Vooroverleg/beoordeling conceptaanvraag

 

2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

2.2.1

tot het houden van vooroverleg in verband met het verkrijgen van een indicatie of een voorgenomen project in het kader van de Wabo vergunbaar is, indien er een uitspraak van het college noodzakelijk is

€ 250,-

 

Hoofdstuk 3 Omgevingsvergunning

 

 

 

 

2.3

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project: de som van de verschuldigde leges voor de verschillende activiteiten of handelingen waaruit het project geheel of gedeeltelijk bestaat en waarop de aanvraag betrekking heeft en de verschuldigde leges voor de extra toetsen die in verband met de aanvraag moeten worden uitgevoerd, berekend naar de tarieven en overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk en hoofdstuk 4 van deze titel. In afwijking van de vorige volzin kan ook per activiteit, handeling of andere grondslag een legesbedrag worden gevorderd.

 

2.3.1

Bouwactiviteiten

 

2.3.1.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.1.1.1

indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen:

4,2%

 

van de bouwkosten, met een minimum van:

€ 225,-

2.3.1.1.2

indien de bouwkosten € 25.000tot € 100.000 bedragen:

3,8%

 

van de bouwkosten, met een minimum van

 € 1.000,-

2.3.1.1.3

indien de bouwkosten € 100.000 tot €  250.000 bedragen:

3,5%

 

van de bouwkosten, met een minimum van

 € 3.800,-

2.3.1.1.4

indien de bouwkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen:

3,2%

 

van de bouwkosten, met een minimum van

 € 8.750,-

2.3.1.1.5

indien de bouwkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen:

2,9%

 

van de bouwkosten, met een minimum van

 € 16.000,-

2.3.1.1.6

indien de bouwkosten € 1.000.000 of meer bedragen:

2,7%

 

van de bouwkosten, met een minimum van :

€ 29.000,-.

 

 En een maximum van:

€ 500.000,-

 

 

 

 

Welstandstoets

 

2.3.1.2

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, voor een welstandstoets os een hernieuwde toets indien zich tijdens de beoordeling van de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wijzigingen voordoen in het bouwplan en daarvoor een nieuwe welstandstoets noodzakelijk is:

.

 2.3.1.2.1

Indien de bouwkosten minder dan € 25.000 bedragen 

 € 45,-

2.3.1.2.2

Indien de bouwkosten € 25.000 tot € 1.250.000 bedragen

1,8%o van de bouwkosten

2.3.1.2.3

Indien de bouwkosten € 1.250.000 of meer bedragen

€ 2.250,-

2.3.1.2.4

adviezen inzake reclames

€ 45,-

 

de legeskosten worden naar boven afgerond op € 5 en worden berekend tot een maximum van € 20.000.000 aan bouwkosten

 

 

 

 

 

Verplicht advies agrarische commissie

 

2.3.1.3

Onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1.1 wordt het bedrag dat de agrarische adviescommissie bij de gemeente in rekening brengt, indien voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een advies van een agrarische commissie nodig is, doorberekend aan de aanvrager.

 

 

 

 

 

Achteraf ingediende aanvraag

 

2.3.1.4

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief, indien de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag wordt ingediend na aanvang of gereedkomen van de bouwactiviteit:

25 %

 

van de op grond van dat onderdeel verschuldigde leges.

 

 

 

 

 

Beoordeling aanvullende gegevens

 

2.3.1.5

Onverminderd het bepaalde in subonderdeel 2.3.1.1 bedraagt het tarief voor het in behandeling nemen van aanvullende gegevens die worden ingediend nadat de in dat subonderdeel bedoelde aanvraag al in behandeling is genomen:

€ 0,-

 

 

 

2.3.2

Aanlegactiviteiten

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een aanlegactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder b, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

 

indien de aanlegkosten € 0 tot € 50.000 bedragen

2,1% 

 

van de aanlegkosten, met een minimum van

€ 175,-

 

indien de aanlegkosten € 50.000 tot € 250.000 bedragen

1,9%

 

van de aanlegkosten met een minimum van

€ 1.050,-

 

indien de aanlegkosten € 250.000 tot € 500.000 bedragen

1,7%

 

van de aanlegkosten met een minimum van

€ 4.750,-

 

indien de aanlegkosten € 500.000 tot € 1.000.000 bedragen

1,6%

 

van de aanlegkosten met een minimum van

€ 8.000,-

 

indien de aanlegkosten meer dan € 1.000.000 bedragen

1,5%

 

van de aanlegkosten met een minimum van

€ 16.000,-

 

en een maximum van

€ 200.000,-

 

 

 

2.3.3

Planologisch strijdig gebruik waarbij tevens sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in onderdeel 2.3.1 en het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.3.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 365,-

2.3.3.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking):

€ 365,-

2.3.3.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

€ 4.000,-

2.3.3.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 450,-

2.3.3.5

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 450,-

2.3.3.6

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 450,-

2.3.3.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 450,-

 

 

 

2.3.4

Planologisch strijdig gebruik waarbij geen sprake is van een bouwactiviteit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo, en niet tevens sprake is van een bouwactiviteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder a, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.4.1

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 1º, van de Wabo wordt toegepast (binnenplanse afwijking):

€ 450,-

2.3.4.2

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 2º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse kleine afwijking of tijdelijke afwijking):

€ 450,-

2.3.4.3

indien artikel 2.12, eerste lid, onder a, onder 3º, van de Wabo wordt toegepast (buitenplanse afwijking):

€ 4.000,-

2.3.4.4

indien artikel 2.12, eerste lid, onder b, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van exploitatieplan):

€ 450,-

2.3.4.5

indien de aanvraag een project van provinciaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van provinciale regelgeving):

€ 450,-

2.3.4.6

indien de aanvraag een project van nationaal belang betreft, de activiteit in strijd is met de regels die zijn gesteld krachtens artikel 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening en artikel 2.12, eerste lid, onder c, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van nationale regelgeving):

€ 450,-

2.3.4.7

indien artikel 2.12, eerste lid, onder d, van de Wabo wordt toegepast (afwijking van voorbereidingsbesluit):

€ 450,-

 

 

 

2.3.6

Activiteiten met betrekking tot monumenten of beschermde stads- of dorpsgezichten

 

2.3.6.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit met betrekking tot een rijks-, provinciaal of gemeentelijk monument als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder f, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of artikel 13 van de Erfgoedverordening 2019 Gemeente Hoeksche Waard, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.6.1.1

voor het slopen, verstoren, verplaatsen of in enig opzicht wijzigen van een monument

€ 173,-;

2.3.6.1.2

voor het herstellen, gebruiken of laten gebruiken van een monument op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht

€ 173,-.

2.3.6.2

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het slopen van een bouwwerk in een beschermd stads- of dorpsgezicht, bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder h, of artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wabo in samenhang met de provinciale erfgoedverordening of artikel 19 van de Erfgoedverordening 2019 Gemeente Hoeksche Waard, van 2 april 2019,, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 173,-

 

 

 

2.3.9

Uitweg/inrit

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het maken, hebben, veranderen of veranderen van het gebruik van een uitweg, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de Wabo in samenhang met of artikel 2:12 van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 144,-

 

 

 

2.3.10

Kappen

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het vellen of doen vellen van houtopstand, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder g, van de Wabo in samenhang met artikel 4:11 van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019 , bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

€ 77,-

 

 

 

2.3.11

Opslag van roerende zaken

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op de opslag van roerende zaken in een bepaald gedeelte van de gemeente, bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder j of k, van de Wabo in samenhang met de provinciale wegenverordening of artikel 2:10, vijfde lid, van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten:

 

2.3.11.1

indien de activiteit bestaat uit het daar opslaan van roerende zaken

€ 50,-

2.3.11.2

indien de activiteit bestaat uit het als eigenaar, beperkt gerechtigde of gebruiker van een onroerende zaak toestaan of gedogen dat daar roerende zaken worden opgeslagen

€ 50,-.

 

 

 

2.3.12

Natura 2000-activiteiten

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder a, van het Besluit omgevingsrecht (Natura 2000-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 150,-.

 

 

 

2.3.13

Flora- en fauna-activiteiten (bescherming van soorten)

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.2aa, aanhef en onder b, van het Besluit omgevingsrecht (flora- en fauna-activiteit) bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 150,-

 

 

 

2.3.14

Andere activiteiten

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning betrekking heeft op het verrichten van een andere activiteit of handeling dan in de voorgaande onderdelen van dit hoofdstuk bedoeld en die activiteit of handeling:

 

2.3.14.1

behoort tot een bij algemene maatregel van bestuur aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder i, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 150,-

2.3.14.2

behoort tot een bij provinciale verordening, gemeentelijke verordening of waterschapsverordening aangewezen categorie activiteiten die van invloed kunnen zijn op de fysieke leefomgeving, als bedoeld in artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo, bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

 € 150,-

2.3.14.2.1

als het een gemeentelijke verordening betreft: het bedrag dat op grond van deze tarieventabel voor de betreffende vergunning of ontheffing verschuldigd is als de activiteit zou worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning. Als de activiteit in geen enkel geval kan worden uitgevoerd zonder omgevingsvergunning bedraagt het tarief, onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk indien tevens sprake is van de in die onderdelen bedoelde activiteiten

€ 150,-;

2.3.14.2.2

als het een provinciale of waterschapsverordening betreft: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 Volgens begroting

 

 

 

2.3.15

Omgevingsvergunning in twee fasen

 

 

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning op verzoek in twee fasen plaatsvindt, als bedoeld in artikel 2.5, eerste lid, van de Wabo, bedraagt het tarief:

 

2.3.15.1

voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de eerste fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de eerste fase betrekking heeft;

 

2.3.15.2

voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een beschikking met betrekking tot de tweede fase: het bedrag dat voortvloeit uit toepassing van de tarieven in dit hoofdstuk voor de activiteiten waarop de aanvraag voor de tweede fase betrekking heeft.

 

 

 

 

2.3.16

Beoordeling bodemrapport

 

 

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien krachtens wettelijk voorschrift voor de in dat onderdeel bedoelde aanvraag een bodemrapport wordt beoordeeld:

 

2.3.16.1

voor de beoordeling van een milieukundig bodemrapport

€ 352,-;

2.3.16.2

voor de beoordeling van een archeologisch bodemrapport

€ 300,-.

 

 

 

2.3.17

Advies

 

2.3.17.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wettelijk voorschrift aangewezen bestuursorgaan of andere instantie advies moet uitbrengen over de aanvraag of het ontwerp van de beschikking op de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 Volgens begroting

2.3.17.2

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.3.17.1 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

 

 

2.3.18

Verklaring van geen bedenkingen

 

2.3.18.1

Onverminderd het bepaalde in de andere onderdelen van dit hoofdstuk bedraagt het tarief, indien een daartoe bij wet of algemene maatregel van bestuur aangewezen bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven voordat de omgevingsvergunning kan worden verleend, als bedoeld in artikel 2.27, eerste lid, van de Wabo:

 

2.3.18.1.1

indien de gemeenteraad een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven:

€ 350,-

2.3.18.1.2

indien een ander bestuursorgaan een verklaring van geen bedenkingen moet afgeven: het bedrag van de voorafgaand aan het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning aan de aanvrager meegedeelde kosten, blijkend uit een begroting die door het college van burgemeester en wethouders is opgesteld.

 Volgens begroting

2.3.18.2

Indien een begroting als bedoeld in subonderdeel 2.3.18.1.2 is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken.

 

 

Hoofdstuk 4 Vermindering

 

 

 

 

2.4.1

Indien de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning is voorafgegaan door een aanvraag om vooroverleg of beoordeling van een conceptaanvraag als bedoeld in hoofdstuk 2, waarop de eerstgenoemde aanvraag betrekking heeft, worden de ter zake van het vooroverleg of de beoordeling van de conceptaanvraag geheven leges in mindering gebracht op de leges voor het in behandeling nemen van de aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning bedoeld in hoofdstuk 3.

 

 

Hoofdstuk 5 Teruggaaf

 

 

 

 

2.5.1

Teruggaaf als gevolg van intrekking aanvraag omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

 

Als een aanvrager zijn aanvraag tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten, als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2, 2.3.6 en 2.3.7, intrekt terwijl deze reeds in behandeling is genomen door de gemeente, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt:

 

2.5.1.1

indien de aanvraag wordt ingetrokken na het in behandeling nemen ervan maar de bestemmingsplantoets nog niet heeft plaatsgevonden:

75%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

2.5.1.2

indien de aanvraag wordt ingetrokken na het in behandeling nemen ervan en slechts de bestemmingsplantoets heeft plaatsgevonden:

50%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges;

 

2.5.1.3

indien de aanvraag wordt ingetrokken na het in behandeling nemen ervan nadat de volledige toets heeft plaatsgevonden:

25%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.5.2

Teruggaaf als gevolg van intrekking verleende omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

 

Als de gemeente een verleende omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2 of 2.3.6 , intrekt op aanvraag van de vergunninghouder, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges, mits deze aanvraag is ingediend binnen 6 maanden na verlening van de vergunning en van de vergunning geen gebruik is gemaakt. De teruggaaf bedraagt

20%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

 

 

 

2.5.3

Teruggaaf als gevolg van het weigeren van een omgevingsvergunning voor bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten

 

2.5.3.1

Als de gemeente een omgevingsvergunning voor een project dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit bouw-, aanleg- of sloopactiviteiten als bedoeld in de onderdelen 2.3.1, 2.3.2 of 2.3.6 weigert, bestaat aanspraak op teruggaaf van een deel van de leges. De teruggaaf bedraagt

20%

 

van de op grond van die onderdelen voor de betreffende activiteit verschuldigde leges.

 

2.5.3.2

Onder een weigering bedoeld in onderdeel 2.5.3.1 wordt mede verstaan een vernietiging van de beschikking waarbij de vergunning is verleend bij rechterlijke uitspraak.

 

 

 

 

2.5.4

Minimumbedrag voor teruggaaf

 

 

Een bedrag minder dan € 45,- wordt niet teruggegeven.

 

 

 

 

2.5.5

Geen teruggaaf legesdeel advies of verklaring van geen bedenkingen

 

 

Van de leges verschuldigd op grond van de onderdelen 2.3.17 en 2.3.18 wordt geen teruggaaf verleend.

 

 

Hoofdstuk 6 Intrekking omgevingsvergunning

 

 

 

 

2.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het geheel of gedeeltelijk intrekken van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.33, tweede lid, onder b, van de Wabo, tenzij onderdeel 2.5.2 van toepassing is:

€ 0,-.

 

Hoofdstuk 7 Wijziging omgevingsvergunning als gevolg van wijziging project

 

 

 

 

2.7

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een omgevingsvergunning als gevolg van een, naar de omstandigheden beoordeeld, geringe wijziging in het project:

€ 225,-.

 

Hoofdstuk 8 Bestemmingswijzigingen zonder activiteiten

 

 

 

 

2.8.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het vaststellen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1, eerste lid, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 5.450,-

2.8.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.6, eerste lid, onder a, van de Wet ruimtelijke ordening

€ 3.200,-

 

Hoofdstuk 9 [Vervallen]

 

Hoofdstuk 10 In deze titel niet benoemde beschikking

 

2.10

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het nemen van een andere, in deze titel niet benoemde beschikking, voor ieder daaraan besteed kwartier:

€ 20,-

 

Titel 3 Dienstverlening vallend onder Europese dienstenrichtlijn en niet vallend onder titel 2

 

Hoofdstuk 1 Horeca

 

3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van:

 

3.1.1

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning op grond van artikel 3 van de Drank- en Horecawet

€ 354,90

3.1.2

een aanvraag tot het verlenen van een vergunning tot het exploiteren van een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28 van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019

€ 354.90;

3.1.3

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing van de sluitingstijd voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:29, tweede lid, van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019:

 

3.1.3.1

Per dag (incidenteel)

€ 75,-

3.1.3.2

Een maand

€ 100,-

3.1.3.3

Een jaar

€ 150,-

3.1.3.4

Voor maximaal 3 jaar

€ 300,-

3.1.5

een melding als bedoeld in artikel 30 van de Drank- en Horecawet

€131,80

3.1.6

een aanvraag tot het wijzigen van het aanhangsel als bedoeld in artikel 30a, tweede lid, van de Drank- en Horecawet

€ 111,55

3.1.7

een aanvraag tot het verlenen van een ontheffing als bedoeld in artikel 35 van de Drank- en Horecawet

€ 101,40

 

Hoofdstuk 2 Organiseren evenementen of markten

 

3.2.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een evenement als bedoeld in artikel 2.25, eerste lid, van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019 (evenementenvergunning), indien het betreft:

 

3.2.1.1

een A-evenement volgens de regionale Handreiking Publieksevenementen

€ 101,40

3.2.1.2

een B-evenement volgens de regionale Handreiking Publieksevenementen

€ 304,20

3.2.1.3

een C-evenement volgens de regionale Handreiking Publieksevenementen

€ 3.042,-

3.2.1.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het wijzigen van een afgegeven evenementenvergunning

€ 111,55

3.2.1.5

Indien als onderdeel van de behandeling van een aanvraag als bedoeld onder artikel 3.2.1 advies wordt ingewonnen bij de Omgevingsdienst Zuid-Holland-Zuid met betrekking tot het maximaal toegestane geluidsniveau, worden de onder de 3.2.1 genoemde leges vermeerderd met de kosten van dit advies, zoals vooraf aan de aanvrager is meegedeeld en blijkt uit een begroting, die terzake door of vanwege burgemeester en wethouders is opgesteld. Indien een begroting als bedoeld in de eerste volzin is uitgebracht, wordt een aanvraag in behandeling genomen op de vijfde werkdag na de dag waarop de begroting aan de aanvrager ter kennis is gebracht, tenzij de aanvraag voor deze vijfde werkdag schriftelijk is ingetrokken

Volgens begroting

3.2.2

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een vergunning voor het organiseren van een snuffelmarkt als bedoeld in artikel 5:23 van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019

€ 76,05

 

Hoofdstuk 3 Seksbedrijven

 

3.3.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.3.1.1

tot het verlenen of verlengen van een vergunning als bedoeld in artikel 3:3 van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019:

 

3.3.1.1.1

voor een escortbedrijf

€ 1.521,-

3.3.1.1.2

voor een seksinrichting

€ 1.521,-

3.3.1.2

het wijzigen van een exploitatievergunning in verband met uitsluitend een wijziging van een seksinrichting of escortbedrijf, als bedoeld in artikel 3:10 van de Algemene plaatselijke verordening:

 

3.3.1.2.1

voor een escortbedrijf

€ 228,15

3.3.1.2.2

Voor een seksinrichting

€ 228,15

 

Hoofdstuk 4 Huisvestingswet 2014

 

3.4

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.4.5

tot het verlenen van een splitsingsvergunning als bedoeld in artikel 22 van de Huisvestingswet 2014

€ 65,90

 

Hoofdstuk 5 Marktstandplaatsen

 

3.5.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag op grond van artikel 5:18 van de Algemene Plaatselijke Verordening Hoeksche Waard 2019:

 

3.5.1.1

Geldig voor een dag

€ 20,25

3.5.1.2

Geldig voor een week

€ 33,45

3.5.1.3

Geldig voor een maand

€ 92,25

3.5.1.4

Geldig voor een kwartaal

€ 138,90

3.5.1.5

Geldig voor een half jaar

€ 202,80

3.5.1.6

Geldig voor een jaar:

€ 259,55

 

Hoofdstuk 6 Winkeltijdenwet

 

3.6

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag:

 

3.6.1

tot het verlenen van een ontheffing in het kader van de Winkeltijdenwet

€ 32,95

3.6.2

tot het wijzigen van een in onderdeel 3.6.1 bedoelde ontheffing

€ 32,95

 

Hoofdstuk 7 In deze titel niet benoemde vergunning, ontheffing of andere beschikking

 

3.7.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verlenen van een andere, in deze titel niet benoemde vergunning of ontheffing of tot het nemen van een andere beschikking

€ 50,70.

3.7.1.1

Het tarief bedraagt voor het in behandeling nemen van een kennisgeving, zoals bedoeld in artikel 4:3 van de Algemene plaatselijke verordening Hoeksche Waard 2019

€ 0,-

3.7.2

Van de overeenkomstig de in hoofdstuk 1 (Horeca) en 2 (Evenementen) geheven bedragen wordt de helft van de verschuldigde leges terugbetaald, indien:

 

3.7.2.1

op een verzoek/aanvraag afwijzend wordt beschikt;

 

3.7.2.2

het verzoek/aanvraag wordt ingetrokken, voordat de vergunning, ontheffing of verklaring is verleend en er door de gemeente werkzaamheden ten behoeve van de aanvraag zijn verricht.

 

3.7.3

Verrekening/terugbetaling van het onder3.7..2.1en 3.7.2.2. genoemde vindt uitsluitend plaats als het terug te betalen bedrag € 25,- of meer bedraagt.

 

3.7.4.1

Het tarief met betrekking tot de in Titel 1 en 3 genoemde APV-vergunningen, met uitzondering van de onder 3.2.1.3 van deze tabel genoemde evenementen (C evenementen), c.q. ontheffingen, die noodzakelijk zijn ter ondersteuning van sociaal maatschappelijke doeleinden en – festiviteiten van en door non-profit instellingen wordt gesteld op

€ 0,-

3.7.4.2

Onder non-profit instellingen worden verstaan organisaties zonder winstoogmerk zijnde stichtingen en verenigingen. De doelstelling van een non-profitorganisatie is de ondersteuning van private of publieke aangelegenheden voor niet-commerciële, maatschappelijke doeleinden. Particulier initiatief m.b.t. straatbarbecue/-feest, alsmede het plaatsen van een kerstboom, ofwel het tijdelijk verfraaien van de woon- en leefomgeving wordt hieraan gelijk gesteld.

 

 

Behorende bij raadsbesluit van de gemeente Hoeksche Waard van 17 december 2019

 

De griffier van gemeente Hoeksche Waard,

 

 

G. de Schipper-Tinga