Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hoogeveen

Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHoogeveen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2011
CiteertitelVerordening parkeerbelastingen 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpBelastingen en tarieven

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, artikel 225

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

30-12-201004-01-2012nieuwe regeling

02-12-2010

Hgv.Crt. 22-12-2010

H.10.02681

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2011

De raad van de gemeente Hoogeveen;

Gelet op het voorstel van het college;

Gelet op artikel 225 van de Gemeentewet;

Besluit vast te stellen de: Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelastingen 2011.

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van zaken, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden.

  • b.

    houder: degene die naar de omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een motorrijtuig dat is ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven.

  • c.

    parkeerapparatuur: parkeermeters, parkeerautomaten, met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan.

  • d.

    kort-parkeren: het parkeren op de daartoe aangewezen straten en pleinen met een beperkte parkeerduur.

  • e.

    lang-parkeren: het parkeren op de daartoe aangewezen straten en pleinen met een onbeperkte parkeerduur.

  • f.

    feestdagen: de algemeen erkende feestdagen bedoeld in artikel 3 van de Algemene termijnenwet.

Artikel 2 Belastbaar feit en belastingplicht

Onder de naam “parkeerbelastingen” worden de volgende belastingen geheven:

  • a.

    een belasting ter zake van het parkeren van een voertuig op een bij, dan wel krachtens deze verordening in de daarin aangewezen gevallen door het college te bepalen plaats, tijdstip en wijze.

  • b.

    een belasting ter zake van een van gemeentewege verleende vergunning voor het parkeren van een voertuig op de in die vergunning aangegeven plaats en wijze.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven van degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 2.

    Als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt mede aangemerkt:

    • a.

      degene die de belasting voldoet, dan wel te kennen geeft of heeft gegeven de belasting te willen voldoen.

    • b.

      zolang geen voldoening van de belasting genoemd in artikel 2, onderdeel a, heeft plaatsgevonden: de houder van het voertuig, met dien verstande dat:

      • 1.

        indien een voor ten hoogste drie maanden aangegane huurovereenkomst wordt overgelegd waaruit blijkt wie ten tijde van het parkeren ingevolge deze overeenkomst de huurder van het voertuig was, niet de houder maar de huurder wordt aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

      • 2.

        indien blijkt dat een ander in het kentekenregister had moeten staan ingeschreven, wordt die ander aangemerkt als degene die het voertuig heeft geparkeerd.

  • 3.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt niet geheven van degene die op de voet van het tweede lid, onderdeel b als degene die het voertuig heeft geparkeerd wordt aangemerkt, indien deze aannemelijk maakt dat ten tijde van het parkeren een ander tegen zijn wil van het voertuig heeft gebruik gemaakt en dat hij dit gebruik redelijkerwijs niet heeft kunnen voorkomen.

  • 4.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven van degene die de vergunning heeft aangevraagd.

  • 5.

    De voldoening van de belasting heeft niet eerder plaats gevonden dan dat het parkeerbewijs onomstotelijk duidelijk zichtbaar voor derden achter de voorruit in het geparkeerde voertuig is geplaatst en zichtbaar is tijdens het parkeren van het voertuig.

Artikel 4 Maatstaf van heffing, belastingtarief en belastingtijdvak

De maatstaf van heffing, het belastingtarief en het belastingtijdvak zijn vermeld in de bij deze verordening behorende en daarvan deel uitmakende tarieventabel.

Artikel 5 Ontstaan van de belastingschuld

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend.

Artikel 6 Wijze van heffing en termijnen van betaling

  • 1.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald bij de aanvang van het parkeren. Met uitzondering van de parkeerterreinen waar is aangegeven dat achteraf betaald moet worden. Op deze parkeerterreinen wordt de belasting geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet achteraf bij het beëindigen van het parkeren worden betaald.

  • 2.

    De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, wordt geheven bij wege van voldoening op aangifte en moet worden betaald op het tijdstip waarop de vergunning wordt verleend. De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, kan bij een bedrag van meer dan € 68,00 worden betaald in zes gelijke termijnen waarvan de eerste termijn vervalt op de laatste dag van de maand waarin de vergunning is verleend en de volgende steeds een maand later.

  • 3.

    Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaald.

Artikel 7 Bevoegdheid tot aanwijzing parkeerplaatsen

De aanwijzing van de plaats waar, het tijdstip en de wijze waarop tegen betaling van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, mag worden geparkeerd geschiedt in alle gevallen door het college.

Artikel 8 Kosten

De kosten van de naheffingsaanslag terzake van de belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedragen € 52,00.

Artikel 9 Kwijtschelding

Bij de invordering van deze belasting wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 10 Nadere regels door het college

Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van parkeerbelastingen.

Artikel 11 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    De Verordening parkeerbelastingen 2010 van 10 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening parkeerbelastingen 2011”.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hoogeveen, gehouden op 2 december 2010.

De griffier, de voorzitter,

J.P. Wind, M. de Boer

Tarieventabel

Tarieventabel, behorende bij de Verordening parkeerbelastingen 2011

1.

Het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in artikel 2, onderdeel a, bedraagt voor:

 

 

-kort-parkeren, per tijdseenheid van 4,3 minuten, per uur

€ 1,40

 

-lang-parkeren, per tijdseenheid van 4,3 minuten, per uur

€ 1,40

 

-lang-parkeren, per dagkaart, geldig voor alle pleinen

€ 4,70

1.1

In afwijking van artikel 1 van de tarieventabel bedraagt het tarief voor het parkeren bij parkeerapparatuur als bedoeld in de verordening artikel 2, onderdeel a, voor:

 

 

-kort-parkeren op het Beukemaplein, op het plein van Van Der Duyn van Maasdamstraat en Bentinckslaan, per tijdseenheid van 6 minuten, per uur

€ 1,00

 

-kort-parkeren op Markt Noord, per tijdseenheid van 30 minuten, per uur

met een maximum van € 3,50 per dag.

€ 1,00

 

-een uitrijkaart zonder parkeerkaart

€ 3,50

 

-kort-parkeren op Markt Zuid, per tijdseenheid van 22 minuten, voor de eerste twee uur, per uur

€ 1,40

 

-en voor elk volgend uur

met een maximum van € 8,00 per dag

€ 2,80

 

-een uitrijkaart zonder parkeerkaart

€ 8,00

 

-lang parkeren, per dagkaart, geldig voor de pleinen Beukemaplein en het plein aan de Van Der Duyn van Maasdamstraat

€ 3,30

2.

Het tarief voor het parkeren met een vergunning als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, bedraagt per kalendermaand of een gedeelte daarvan:

 

 

a.voor een vergunning voor een aangewezen parkeervak of –strook in een gebied met of zonder parkeerapparatuur

€ 4,00

 

b.voor een vergunning voor de Markt Noord

€ 16,65

 

c.voor een vergunning voor het Beukemaplein

€ 16,65

 

d.voor een vergunning voor alle aangewezen gebieden met langparkeren

€ 23,40

 

e.voor een vergunning voor alle aangewezen gebieden met kort- en langparkeren

€ 72,50

 

f.voor een vergunning van maandag tot en met vrijdag van 9.00 tot 18.00 uur voor medewerkers werkzaam in één van de gemeentelijke kantoorgebouwen in het centrumgebied van Hoogeveen op de pleinen Bilderdijkplein, Blankensplein Noord, Herman Bavinckplein en het plein Van der Duyn van Maasdamstraat

€ 8,33

 

g.voor een vergunning voor het aangewezen gebied op de aangewezen marktdagen voor marktkooplieden t.b.v. uitstalling van de goederen

€ 11,85

 

h.voor het overschrijven van de vergunning op een nieuw kenteken of het opnieuw afgeven van dezelfde vergunning

€ 16,00

 

i.het tarief bedraagt terzake voor het in behandeling nemen van een aanvraag tot het verkrijgen van een tijdelijke parkeerontheffing voor het verrichten van bouw of onderhoudswerkzaamheden aan een object gelegen in het gebied waar betaald parkeren of vergunning parkeren van toepassing is:

 

 

1.geldig voor één dag

€ 5,00

 

2.geldig voor ten hoogste één maand of een gedeelte daarvan, dat langer duurt dan acht dagen

€ 40,00

 

3.geldig voor ten hoofste twee maanden of een gedeelte daarvan dat langer duur dan één maand

€ 75,00

3.

a.Er vindt geen teruggaaf plaats van via een parkeermeter of parkeerautomaat betaald parkeergeld.

 

 

b.Bij tussentijdse intrekking van de vergunningen zoals bedoeld in artikel 2, onderdeel a t/m f vindt alleen restitutie plaats over de nog resterende volle kalendermaanden, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 5,00

 

4.

Op zon- en feestdagen is geen parkeergeld verschuldigd.

 

Behorende bij raadsbesluit van 2 december 2010.

De griffier,

J.P. Wind