Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Houten

Mandaatregeling Stichting Sociaal Team Houten

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHouten
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingMandaatregeling Stichting Sociaal Team Houten
CiteertitelMandaatregeling Stichting Sociaal Team Houten
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet
  2. afdeling 10.1.1, Algemene Wet Bestuursrecht
  3. artikel 7, lid 3, Statuten van de Stichting Sociaal Team Houten
  4. artikel 25, Statuten van de Stichting Sociaal Team Houten
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

05-07-2018Onbekend

25-06-2018

Gemeenteblad 2018-144

BWV18.0206

Tekst van de regeling

Intitulé

Mandaatregeling Stichting Sociaal Team Houten

Het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Houten, ieder voor zover het zijn bevoegdheden betreft;

overwegende, dat het wenselijk is ter bevordering van de dienstverlening alsmede de efficiency van de gemeentelijke organisatie, ten aanzien van bepaalde bevoegdheden mandaat, volmacht en machtiging te verlenen aan het bestuur van de Stichting Sociaal Team Houten;

gelet op :

 

  • -

    de Gemeentewet

  • -

    afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht

  • -

    Artikel 7 lid 3 en artikel 25 van de Statuten van de Stichting Sociaal Team Houten

  • -

    overige van toepassing zijnde wettelijke voorschriften;

 

besluiten vast te stellen de:

 

MANDAATREGELING STICHTING SOCIAAL TEAM HOUTEN

Paragraaf I Begripsbepalingen

Artikel 1 Definities

  • a.

    Bestuur: Bestuur van de Stichting Sociaal Team Houten

  • b.

    Directiestatuut: De regeling waarin het bestuur, met inachtneming van de aanwijzingen zoals vermeld in voorliggende regeling en register, de interne bevoegdheidsverdeling in haar organisatie verdeelt. In geval er tegenstrijdigheid zit in vooliggende regeling, het register of het directiestatuut, dan prevaleert als eerste de regeling, dan het register en dan het directiestatuut.

  • c.

    Gemandateerde: De functionaris die namens het college de bevoegdheid uitoefent

  • d.

    Gemeente: de gemeente Houten.

  • e.

    Machtiging: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan handelingen te verrichten, die noch een besluit, noch een privaatrechtelijke rechtshandeling zijn.

  • f.

    Mandaat: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan besluiten te nemen.

  • g.

    Raad van Toezicht: Raad van Toezicht van de Stichting

  • h.

    Register: Het register van mandaten wat integraal deel uitmaakt van deze regeling.

  • i.

    Stichting: Stichting Sociaal Team Houten.

  • j.

    Volmacht: de bevoegdheid om in naam van een bestuursorgaan privaatrechtelijke rechtshandelingen te verrichten.

Artikel 2 Reikwijdte regeling

Voor de toepassing van deze regeling en de daarop berustende bepalingen worden met mandaat gelijk gesteld de verlening van volmacht en machtiging.

Artikel 3 Mandaat

  • 1.

    Het college verleent aan het bestuur van de stichting mandaat uitsluitend voor de bevoegdheden genoemd in het register, wat als bijlage integraal deel uitmaakt van deze regeling.

  • 2.

    De bevoegdheid op een aanvraag om een besluit te nemen omvat elk op die aanvraag te nemen besluit, waaronder begrepen buiten behandeling laten, verlenen, verlenen onder voorwaarden, vaststellen en weigeren. Op deze bevoegdheid is in alle gevallen één uitzondering en dat is de bevoegdheid tot beslissen op bezwaarschriften, bedoeld in artikel 6:4, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    De in mandaat verleende bevoegdheid wordt uitgeoefend conform de aanwijzingen zoals vermeld in deze regeling enin het register.

  • 4.

    Tot het mandaat behoren mede het afdoen en voeren van correspondentie ter zake van de gemandateerde bevoegdheden, alsmede het treffen van voorbereidings- en uitvoeringshandelingen.

Artikel 4 Ondermandaat

  • 1.

    Het bestuur van de stichting kan de bevoegdheden in ondermandaat opdragen aan personen die onder zijn verantwoordelijkheid werkzaam zijn, tenzij dat ten aanzien van een concreet mandaat in het register uitdrukkelijk is uitgesloten of zich een situatie voordoet als bedoeld in lid 2.

  • 2.

    Aan een medewerker die niet in vaste dienst is bij de Stichting wordt geen ondermandaat verleend, tenzij het bestuur hem die bevoegdheid uitdrukkelijk en schriftelijk heeft gegeven en akkoord blijkt van genoemde medewerker.

  • 3.

    Bij afwezigheid of verhindering van de gemandateerde worden de aan hem gemandateerde bevoegdheden uitgeoefend door het bestuur, tenzij in voorliggende regeling, het register of het Directiestatuut anders is aangegeven.

  • 4.

    Op ondermandaat zijn de overige bepalingen van deze regeling van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5 Instructies voor de gemandateerde

  • 1.

    Het bestuur houdt de in mandaat gegeven bevoegdheid aan zich en informeert de Raad van Toezicht indien:

    • a.

      het om onderwerpen of beslissingen gaat, waarvoor weliswaar beleidslijnen zijn vastgesteld, doch welke vanwege omstandigheden van bijzondere aard, afwijken van normale gevallen en als zodanig niet als routinebeslissingen kunnen worden gekwalificeerd.

    • b.

      het uitgaven betreft die niet passen binnen de begroting van de stichting of het daarvoor ter beschikking gestelde budget.

  • 2.

    Bij de uitoefening van een mandaat wordt het daaromtrent gestelde bij of krachtens wettelijke regelingen, besluiten, verordeningen, circulaires, aanwijzingen, richtlijnen, beleidsregels van het Rijk en het college betrokken dan wel, indien dat in een van de genoemde regels is bepaald, in acht genomen, conform de algemene en specifieke instructies en financiële afspraken die gelden op grond van de regeling voor de uitoefening van de betreffende taak.

  • 3.

    Het bestuur treedt, voorafgaand aan het uitoefenen van het mandaat, in overleg met het college indien het bestuur het noodzakelijk acht om af te wijken van vastgestelde kaders of beleid. Het college overweegt in dat specifieke geval of het bestuur de bevoegdheid in mandaat al dan niet uitoefent.

  • 4.

    Het bestuur treedt, voorafgaand aan het uitoefenen van het mandaat, in overleg met het college indien het bestuur vooraf de financiële impact niet, of niet voldoende, kan overzien.

Artikel 6 Informatieplicht

  • 1.

    Het bestuur informeert het college periodiek over ingekomen aanvragen en verzoekschriften en over de resultaten van de controles op de kwalitatieve en kwantitatieve aspecten van de gemandateerde bevoegdheden. Ook vindt periodiek een evaluatie van de mandaatverlening en de informatieverstrekking plaats tussen het bestuur en het college

  • 2.

    Het college maakt binnen tien dagen na ontvangst van informatie, bedoeld in het tweede lid, kenbaar of nader overleg gewenst is.

  • 3.

    Onverminderd het eerste lid informeert de gemandateerde, het college wanneer het voornemens is een aanvraag af te wijzen, waarbij het bestuur de procedure zoals genoemd in artikel 4:7 van de Algemene wet bestuursrecht zal toepassen.

  • 4.

    Onverminderd het eerste lid informeert de gemandateerde, het college wanneer zij voornemens is een zienswijze op te vragen van een belanghebbende die geen aanvraag heeft ingediend en waarbij het bestuur de procedure genoemd in artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht toepast..

  • 5.

    Een ieder aan wie bij of krachtens dit besluit mandaat is verleend heeft een voorafgaande informatieplicht en een signaleringsplicht jegens het college indien de uitoefening van de gemandateerde bevoegdheid voor het college, gelet op de inhoud van het besluit, de geadresseerde of de politieke gevoelens in de gemeenteraad of de samenleving naar verwachting politieke en maatschappelijke gevolgen zal hebben of indien een besluit tot consequentie kan hebben dat de gemeente aansprakelijk wordt gesteld of anderszins in rechte wordt aangesproken. In de gevallen, bedoeld in de vorige volzin, verschaft het bestuur de benodigde informatie en voert overleg met het college alvorens de in mandaat gegeven bevoegdheden uit te oefenen.

  • 6.

    Het college treedt bij voorgenomen nieuw beleid of beleidswijzigingen in overleg met het bestuur over uitvoeringsaspecten wanneer dat beleid raakt aan de taken en bevoegdheden die de stichting uitvoert.

Artikel 7 Verslaglegging

  • 1.

    Het bestuur draagt zorg voor periodieke verslaglegging van de door hem in mandaat genomen besluiten via de reguliere planningscyclus en control cyclus, een en ander in overleg met het college. De verslaglegging wordt ter kennisneming aan het ter zake bevoegd bestuursorgaan gezonden.

Artikel 8 Ondertekening

  • 1.

    In geval van uitoefening van bevoegdheden namens het college of namens de burgemeester worden uitgaande stukken uit naam van het desbetreffende bestuursorgaan opgesteld.

  • 2.

    De uitgaande stukken van het college worden als volgt door de gemandateerde ondertekend:

    Met vriendelijke groet, namens het college van burgemeester en wethouders, gevolgd door de functienaam conform de functienamenlijst van de (onder)gemandateerde en zijn naam en handtekening.

  • 3.

    De uitgaande stukken van de burgemeester worden als volgt door de gemandateerde ondertekend:

    Met vriendelijke groet, namens de burgemeester, gevolgd door de functienaam conform de functienamenlijst van de (onder)gemandateerde en zijn naam en handtekening.

Artikel 9 Geen ondertekeningsmandaat

De (onder)gemandateerde maakt geen gebruik van de bevoegdheid tot ondertekening van stukken indien:

 

  • 1.

    de wens daartoe door of namens het bestuursorgaan kenbaar is gemaakt;

  • 2.

    het correspondentie betreft die is gericht aan de gemeenteraad;

  • 3.

    het correspondentie betreft waarvan ondertekening door het bestuursorgaan uit een oogpunt van representatie van de gemeente gewenst is;

  • 4.

    zich na beslissing van het bestuursorgaan nieuwe feiten voordoen of bekend worden als gevolg waarvan het besluit heroverweging verdient of aan het besluit alsnog bestuurlijke, politieke of andere zwaarwegende aspecten verbonden raken;

 

Artikel 10 Wijzigingen of nieuwe mandaten
  • 1.

    Wanneer als gevolg van wijzigingen in wet- en regelgeving een wijziging optreedt in de bevoegdheidsverdeling van het college en welke is gemandateerd aan de stichting, dan komt het mandaat, verleend aan de stichting, daarvoor te vervallen. Zonodig regelt het college zo spoedig mogelijk een aangepast mandaat. Deze maakt dan integraal deel uit van het register. De in deze regeling opgenomen mandaten worden geacht te zijn gewijzigd of vervallen voor zoveel en op het tijdstip dat de hierin genoemde wetten, regelingen, beschikkingen en verordeningen zijn gewijzigd, ingetrokken of vervallen.

  • 2.

    Wanneer er een mandaat wijzigt of een nieuw mandaat ontstaat na de inwerkingtreding van voorliggende regeling, geldt voor genoemde mandaten de voorliggende regeling.

Artikel 11 Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking op de dag nadat zij is bekendgemaakt in het Gemeenteblad.

 

 

Houten, 25 juni 2018

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Houten

de secretaris,

de burgemeester,

 

 

H.S. den Bieman

W.M. de Jong

 

 

 

 

 

  • Mandaatregister Stichting Sociaal Team Houten

    Nr

    Bevoegdheid

    Bevoegdorgaan en grondslag

    Mandaat aan

    Ondermandaat

    Instructie

    1

    Beslissing op verzoeken in het kader van de Wob

    Het college of burgemeester

    Het bestuur van de stichting (art. 1a lid 1 sub c WOB)

    Teamleider

    Inwinnen juridsich advies bij de gemeente, gebruikmaking van formats tav de besluiten die de gemeente ter beschikking stelt

    2

    Beslissing op verdaging in het kader van de Wob

    Het college of burgemeester

    Het bestuur van de stichting (art. 1a lid 1 sub c WOB)

    Teamleider

    Inwinnen juridsich advies bij de gemeente, gebruikmaking van formats tav de besluiten die de gemeente ter beschikking stelt

    3

    Beslissingen op aanvragen ingevolge de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de daarop gebaseerde gemeentelijke regelingen

    Het college

    (art. 2.3.1 WMO 2015), Vo WMO

    Het bestuur van de stichting (art. 2.6.4 lid 1 WMO 2015)

    Teamleider, Zorgprofessional

    Gebruikmaking van formats die de gemeente ter beschikking stelt, althans die samen met de gemeente worden ontwikkeld.

    4

    Beslissen op hulpvraag in verband met een toeleiding naar, advisering over en bepaling van de aangewezen voorziening jeugdhulp

    Het college

    (H2 Jeugdwet)

    Het bestuur van de stichting (art. 2.11 Jeugdwet)

    Teamleider, Zorgprofessional

    Gebruikmaking van formats die de gemeente ter beschikking stelt, althans die samen met de gemeente worden ontwikkeld.

    5

    Inzetten van passende jeugdhulp, oa - zorgen dat passende jeugdhulp ingezet wordt of dat een passende gecertificeerde instelling de kinderbeschermingsmaatregel of jeugdreclassering uitvoert; - in overleg treden met bevoegd gezag van een school of van een instelling, waar de jeugdige schoolgaand is

    Het college

    (H2 Jeugdwet)

    Het bestuur van de stichting (art. 2.11 Jeugdwet)

    Teamleider, Zorgprofessional

     

    6

    Raad voor de Kinderbescherming verzoeken het oordeel van de kinderrechter te vragen of het noodzakelijk is de minderjarige onder toezicht te stellen

    burgemeester (2.4 lid 1 Jeugdwet jo. 255 lid 3 boek 1 BW)

    Het bestuur van de stichting

    Geen ondermandaat

     

    7

    -het overleggen met SAVE Midden-Nederland over aanvullende jeugdhulp bij de uitvoering van een door de kinderrechter opgelegde kinderbeschermings- of jeugdreclasseringsmaatregel; - het beoordelen of een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is in geval dat om machtiging kinderrechter wordt gevraagd; - het beoordelen of een voorziening op het gebied van jeugdhulp en verblijf niet zijnde verblijf bij een pleegouder nodig is in geval dat om een voorwaardelijke machtiging kinderrechter wordt gevraagd; - het doen van mededeling aan de Raad voor de Kinderbescherming van het vervallen van de machtiging plaatsing in een gesloten accommodatie

    College

    (art. 3.5 lid 1 Jeugdwet, art. 6.1.2 Jeugdwet, 6.1.4 lid 3 Jeugdwet, 6.1.12 lid 6 Jeugdwet)

    Het bestuur van de stichting

    Teamleider, Zorgprofessional

     

    8

    Uitvoeren woonplaatstoets bij het GGK ten behoeve van het bepalen van de toegang

    Het college

    Het bestuur van de stichting

    Teamleider, Zorgprofessional