Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Houten

Verordening op de heffing en invordering van de hondenbelasting [Verordening hondenbelasting gemeente Houten]

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHouten
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening op de heffing en invordering van de hondenbelasting [Verordening hondenbelasting gemeente Houten]
CiteertitelVerordening hondenbelasting gemeente Houten
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2020Nieuwe regeling

10-12-2019

gmb-2019-317642

181351

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening op de heffing en invordering van de hondenbelasting [Verordening hondenbelasting gemeente Houten]

 

De raad van de gemeente Houten;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 5 november 2019;

gelet op artikel 226 van de Gemeentewet;

 

besluit

 

vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van de hondenbelasting

(Verordening hondenbelasting gemeente Houten)

 

Artikel 1 Belastbaar feit

 

Onder de naam 'hondenbelasting' wordt een directe belasting geheven voor het houden van een hond binnen de gemeente.

 

Artikel 2 Belastingplicht

 

1. Belastingplichtig is de houder van één of meer honden.

2. Als houder wordt aangemerkt degene die onder welke titel dan ook een hond onder zich heeft, tenzij blijkt dat een ander de houder is.

3. Het houden van een hond door een lid van het huishouden wordt aangemerkt als het houden van een hond door een door de in artikel 232, vierde lid, onderdeel a, van de Gemeentewet bedoelde ambtenaar aan te wijzen lid van dat huishouden.

 

Artikel 3 Vrijstellingen

 

1. In dit artikel wordt verstaan onder hondenasiel: aan één locatie gebonden ruimte of ruimtes bestemd of gebruikt voor het in bewaring houden van honden die zwervend zijn aangetroffen, dan wel waarvan door de eigenaar permanent afstand is gedaan, welke locatie als inrichting is aangemeld overeenkomstig artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren

2. De belasting wordt niet geheven voor honden:

a. die zijn opgeleid tot en dienen als blindengeleidehond en in hoofdzaak als zodanig door een blind persoon worden gehouden;

b. die zijn opgeleid tot en dienen als assistentiehond en in hoofdzaak als zodanig door een gehandicapt persoon worden gehouden;

c. die verblijven in een hondenasiel;

d. die uitsluitend ter verkoop of aflevering in voorraad worden gehouden in een inrichting als bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, van het Besluit houders van dieren;

e. die jonger zijn dan drie maanden, voor zover zij samen met de moederhond worden gehouden.

f. waarvan de houder in het bezit is van een geldend diploma dat is afgegeven door de Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging, mits de houder zich heeft verbonden deze met begeleider, aan wiens bevelen de hond gehoorzaamt, op aanvraag aan de politie ter beschikking te stellen.

 

Artikel 4 Maatstaf van heffing

 

De belasting wordt geheven naar het aantal honden dat wordt gehouden.

 

Artikel 5 Belastingtarief

 

1. De belasting bedraagt per belastingjaar:

a. voor een eerste hond € 53,84;

b. voor iedere hond boven het aantal van één € 76,46.

2. In afwijking in zoverre van het voorgaande lid bedraagt de belasting voor honden, gehouden in kennels

die zijn geregistreerd bij de Raad van beheer op kynologisch gebied in Nederland, € 372,66 per kennel.

3. Het tweede lid blijft buiten toepassing indien belastingplichtige schriftelijk verzoekt de verschuldigde

belasting vast te stellen naar het werkelijke aantal honden indien blijkt dat dit bedrag lager is dan het op voet van het tweede lid bepaalde bedrag.

 

Artikel 6 Belastingjaar

 

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

 

Artikel 7 Wijze van heffing

 

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

 

Artikel 8 Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang

 

1. De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het jaar aanvangt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar toeneemt, is de belasting, respectievelijk de hogere belasting voor het toegenomen aantal honden, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, respectievelijk de toename van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, dan wel het aantal honden in de loop van het belastingjaar vermindert, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht respectievelijk de vermindering van het aantal honden, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij blijkt dat het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 10,--.

4. Belastingbedragen van minder dan € 10,-- worden niet geheven. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van op één aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen hondenbelasting of andere heffingen aangemerkt als één belastingbedrag.

 

Artikel 9 Termijnen van betaling

 

1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

2. In afwijking van het eerste lid geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in maximaal tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

 

Artikel 10 Nadere regels

 

Het bestuur van de belastingsamenwerking gemeenten en hoogheemraadschap Utrecht (BghU) kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de hondenbelasting.

 

Artikel 11 Overgangsrecht, inwerkingtreding en citeertitel

 

1. De “Verordening op de heffing en invordering van de hondenbelasting” vastgesteld bij raadsbesluit van 15 december 2016, laatstelijk gewijzigd bij raadsbesluit van 11 december 2018, vervalt met ingang van de in het derde lid genoemde datum, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020;

4. Deze verordening kan worden aangehaald als: “Verordening hondenbelasting gemeente Houten”.

 

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 10 december 2019.

 

De griffier,

W. van Zanen

 

De voorzitter,

G.P. Isabella