Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Hulst

Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieHulst
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBoeteverordening Wet inburgering nieuwkomers
CiteertitelBoeteverordening Wet inburgering nieuwkomers gemeente Hulst
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpSociale Zaken en Werkgelegenheid

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Wet inburgering nieuwkomers, art. 18, lid 1, is vervangen door Wet inburgering, [Hoofdstuk 6, § 2. Bestuurlijke boete](HTTP://WETTEN.OVERHEID.NL/BWBR0020611#HOOFDSTUK6_2)

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Wet inburgering nieuwkomers, art. 18, lid 7(Wet inburgering, art. 35)
  2. Wet werk en bijstand
  3. Gemeentewet
  4. Algemene wet bestuursrecht
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2005Nieuwe regeling

23-12-2004

Zeeuwsch Vlaams Advertentieblad, 30-12-2004

Rb2004/137

Tekst van de regeling

Intitulé

Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers

De raad van de gemeente Hulst;

 

Gezien het advies van de commissie Samenleving

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders dd.3 november 2004

 

gelet op artikel 18, zevende lid van de Wet inburgering nieuwkomers, artikel 18 van de Wet werk en bijstand, de bepalingen van de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht;

 

overwegende dat het noodzakelijk is het opleggen van boetes bij het niet nakomen van uit de Wet inburgering nieuwkomers voortvloeiende verplichtingen bij verordening te regelen;

 

B E S L U I T :

 

vast te stellen de volgende

 

BOETEVERORDENING WET INBURGERING NIEUWKOMERS

Artikel 1 Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    wet: de Wet inburgering nieuwkomers (Staatsblad 1998; 261);

  • b.

    nieuwkomer: een persoon als genoemd in artikel 1, aanhef en onder a van de wet;

  • c.

    bestuurlijke boete: de bestuurlijke boete bedoelt in artikel 18, eerste lid, van de wet;

  • d.

    bijstandsnorm: de bijstandsnorm bedoeld in artikel 5, onderdeel c, van de WWB;

  • e.

    het college: het van burgemeester en wethouders van de gemeente Hulst.

Artikel 2 Opdracht college

Het college van burgemeester en wethouders neemt bij toepassing van artikel 18, eerste lid, van de wet de bepalingen van dit besluit in acht, onverminderd artikel 18, tweede en vierde lid van de wet.

Artikel 3 Afstemming en dringende redenen

  • 1.

    Bij het opleggen van een boete wordt deze verordening in acht genomen. De boete wordt opgelegd als de nieuwkomer naar oordeel van het college zich gedraagt in strijd met artikel 2, 4, vierde lid, 8, eerste volzin, 9, eerste lid, 10 derde lid of 12, eerste lid van de wet.

  • 2.

    Als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt wordt geen bestuurlijke boete opgelegd.

Artikel 4 Hoogte van de boete

  • 1.

    De bestuurlijke boete bedraagt 40% van de bijstandsnorm voor een maand die voor de nieuwkomer geldt of zou gelden als hij belanghebbende in de zin van de WWB zou zijn.

  • 2.

    Het percentage van de bestuurlijke boete wordt verdubbeld, indien de nieuwkomer zich binnen 24 maanden na bekendmaking van een besluit waarbij een bestuurlijke boete is opgelegd, opnieuw schuldig maakt aan een verwijtbare gedraging.

Artikel 5 Samenloop van maatregel en bestuurlijke boete

Indien de nieuwkomer een uitkering op grond van de Wet werk en bijstand ontvangt, blijft een bestuurlijke boete achterwege als voor dezelfde gedraging een maatregel, in de vorm van een verlaging van de WWB, is opgelegd.

Artikel 6 Nadere regels

Het college is bevoegd om nadere regels te stellen met betrekking tot de uitvoering van deze verordening.

Artikel 7 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald: Boeteverordening Wet inburgering nieuwkomers gemeente Hulst.

Artikel 8 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt onder toepassing van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet in werking met ingang van 1 januari 2005.

 

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Hulst van 23 december 2004.

 

De gemeenteraad van de gemeente Hulst,

 

De Raadsgriffier, De Raadsvoorzitter,

Drs. D.J.M. Van Bunder J.F. Mulder

Algemene & artikelsgewijze toelichting

ALGEMEEN

 

In de Wet inburgering nieuwkomers (WIN) is bepaald dat, indien de nieuwkomer niet voldoet aan de wettelijke inburgeringsverplichtingen, sanctionering plaatsvindt door het opleggen van een bestuurlijke boete (artikel 18 tot en met 20). De inburgeringsverplichtingen kunnen echter ook deel uitmaken van de aan de bijstandsuitkering verbonden verplichtingen. Indien niet voldaan wordt aan dergelijke aan de bijstandsuitkering verbonden verplichtingen, vindt afstemming plaats door een verlaging van de uitkering. Omdat bijstandsgerechtigde nieuwkomers daardoor dubbel kunnen worden gesanctioneerd (zowel een boete als een korting op de uitkering) is ter voorkoming daarvan in de Boeteverordening WIN een anticumulatiebepaling opgenomen (zie artikel 5).

 

Sanctionering bij het niet voldoen aan de inburgeringsverplichtingen vindt dus op twee verschillende manieren plaats. Om te voorkomen dat het op twee verschillende manieren sanctioneren van dezelfde wettelijke bepalingen leidt tot verschillende sancties was tot 1 januari 2004 in een Algemene Maatregel van Bestuur op grond van de WIN de hoogte van de boetes geregeld. De hoogte van de boetes sloten aan bij het Maatregelenbesluit Abw, IOAW, en IOAZ.

 

Op 1 januari 2004 is de Wet werk en bijstand (WWB) ingevoerd. Op grond van de WWB dient de gemeente het maatregelenbeleid bij het niet voldoen aan verplichtingen die aan de uitkering zijn verbonden te regelen in de afstemmingsverordening. Zodra deze afstemmingsverordening wordt ingevoerd vervalt het Maatregelenbesluit Abw, IOAW en IOAZ.

Vanwege het vervallen van dit Maatregelenbesluit dient de boete op grond van de WIN op een andere wijze te worden vastgelegd. In de Invoeringswet Wet werk en bijstand is dan ook een wijziging van de WIN geregeld. Deze wijziging houdt onder andere in dat regels over de hoogte van de WIN-boetes vastgelegd dienen te worden in een gemeentelijke verordening.

 

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

 

Artikel 1 Begripsomschrijving

 

In dit artikel wordt een aantal in de verordening gehanteerde begrippen verklaard.

 

Artikel 2 Opdracht college

 

In dit artikel wordt verwezen naar het artikel in de WIN dat voorschrijft dat het college van burgemeester en wethouders een bestuurlijke boete oplegt wanneer de nieuwkomer niet meewerkt aan het inburgeringsonderzoek, het educatief programma, maatschappelijke begeleiding en doorgeleiding naar een instantie die zorgdraagt voor verdere scholing of voor toegang tot de arbeidsmarkt, voor zover de nieuwkomer daarvoor in aanmerking komt.

Overigens wordt in artikel 17 van de WIN bepaald dat het college controleert of de nieuwkomer zich houdt aan de verplichtingen. Indien blijkt dat dit niet het geval is, zonder dat een grond voor ontheffing of vrijstelling aanwezig is of indien berichtgeving van een andere instantie hierover ontvangen is, stelt de gemeente een onderzoek in. Zij heeft een gesprek met de nieuwkomer en tracht hem te bewegen de verplichtingen na te komen en legt de nieuwkomer een termijn van orde op.

 

Indien de nieuwkomer de verplichtingen dan nog niet nakomt, wordt de nieuwkomer gehoord en wordt door het college een boete opgelegd op grond van artikel 18 van de WIN. In dit artikel wordt overigens tevens bepaald dat de boete wordt afgestemd op de ernst van het feit, de omstandigheden van de nieuwkomer en de mate van verwijtbaarheid.

 

Artikel 3 Afstemming en dringende redenen

 

Er wordt een boete opgelegd als de nieuwkomer zich gedraagt in strijd met de in de WIN opgenomen verplichtingen. De betreffende artikelen genoemd in het eerste lid geven de verplichtingen aan.

 

In het tweede lid wordt aangegeven dat er van een bestuurlijke boete kan worden afgezien als het strijdige gedrag niet verwijtbaar is.

 

Afzien van een boete wegens dringende reden kan slechts gebeuren indien er sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor de nieuwkomer. Wat concreet een dringende reden kan opleveren is niet op voorhand vast te leggen. Gedacht kan worden aan sociaal/psychische omstandigheden.

 

Artikel 4 Hoogte van de boete

 

Bij bepaling van de hoogte van de boete is aansluiting gezocht bij de Afstemmingsverordening Wet werk en bijstand van de gemeente Hulst. De hoogte van de boete wordt gerelateerd aan een gedraging van de tweede categorie zoals genoemd in artikel 9 lid 2 sub b met een daarbij behorende maatregel gebaseerd op artikel 10 lid 1 sub b van de Afstemmingsverordening WWB. Ten aanzien van de bijstandsnorm (voor een maand) waarvan de 40% wordt berekend, is ook de Verordening Toeslagen Wet werk en bijstand van toepassing. Er wordt bij de berekening van de hoogte van de boete uitgegaan van de feitelijk van toepassing zijnde bijstandsnorm. Van de standaardhoogte kan worden afgeweken door de boete af te stemmen op de ernst van het feit, de omstandigheden van de nieuwkomer en de mate van verwijtbaarheid.

 

Het tweede lid is de recidivebepaling en bepaalt dat de boete wordt verdubbeld wanneer sprake is van eenzelfde verwijtbare gedraging binnen 24 maanden na de eerste boeteoplegging. Met een boeteoplegging wordt gelijkgesteld het besluit om van het opleggen van een boete af te zien wegens dringende reden. De boete wordt verdubbeld omdat er bij een tweede schending van de verplichting sprake is van een grotere verwijtbaarheid.

 

Artikel 5 Samenloop van maatregel en bestuurlijke boete

 

Het kan niet zo zijn dat de nieuwkomer voor hetzelfde strijdige gedrag twee keer wordt gestraft.

Dit artikel stelt dat de nieuwkomer met een WWB-uitkering wordt afgestemd volgens de Afstemmingsverordening en niet volgens deze Boeteverordening Wet Inburgering Nieuwkomers.

 

Artikel 6 Nadere regels

 

Voor de juiste uitvoering van de verordening kan het noodzakelijk zijn dat nadere uitvoeringsregels worden vastgesteld. Dit artikel geeft het college de bevoegdheid om dergelijke regels vast te stellen.

 

Artikel 7 Citeertitel

 

Deze verordening is op grond van artikel 8 van de Tijdelijke referendumwet referendabel. De datum van de inwerkingtreding van de verordening moet daarom, met in acht name van artikel 22 Tijdelijke referendumwet (Trw), op tenminste 6 weken na datum publicatie gesteld worden. De verordening moet echter uiterlijk 1 januari 2005 in werking treden. Om deze datum te halen is het nodig om gebruik te maken van artikel 25 van de Trw.

 

Artikel 8 Inwerkingtreding

 

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting