Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Korendijk

Privacyreglement gebruik e-mail, internet en social media en overige ICT middelen

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieKorendijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingPrivacyreglement gebruik e-mail, internet en social media en overige ICT middelen
CiteertitelPrivacyreglement gebruik e-mail, internet, social media en overige ICT middelen betreffende ICT Samenwerkingsverband Hoeksche Waard
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbestuur en recht

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, artikel 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-07-2016nieuwe regeling

22-03-2016

Gemeenteblad 2016, 41796

KDK/8317

Tekst van de regeling

Intitulé

Privacyreglement gebruik e-mail, internet en social media en overige ICT middelen

 

 

Hoofdstuk I WERKINGSSFEER EN BEGRIPPENKADER

Privacyreglement

gebruik e-mail, internet en social media en overige ICT middelen

ICT Samenwerkingsverband

Hoeksche Waard

Inwerking getreden: 1 juli 2016

Inleiding

In de organisaties wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van internet, social media en e-mail. Dit geldt ook voor de medewerkers die gebruik maken van de systemen van het ICT samenwerkingsverband Hoeksche Waard. Om het gebruik hiervan in goede banen te leiden is een privacyreglement wenselijk. Voor u ligt om die reden het ‘Privacyreglement e-mail, internet en social media en overige ICT middelen’, wat met instemming van de ondernemingsraden tot stand is gekomen. Dit reglement legt de rechten en verplichtingen bij het zakelijk- en privégebruik van e-mail, social media en internetgebruik vast. Er wordt gestreefd naar een goede balans tussen controle op verantwoord gebruik van e-mail, internet en social media en overige ICT middelen en bescherming van de privacy van medewerkers op de werkplek.

Dit reglement wordt aan de medewerkers op de volgende wijze kenbaar gemaakt:

De nieuwe medewerkers, zowel die met een vast of tijdelijk contract als ook inhuurkrachten, krijgen dit reglement bij de aanstelling.

Voor de medewerkers die al reeds in dienst zijn is de direct leidinggevende verantwoordelijk dat zij het bestaan en de inhoud van het reglement kennen. Het wordt ook op Samen@work geplaatst.

Artikel 1

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • 1.

    Werkgever:

    • a.

      Voor de medewerkers van de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen: het college van burgemeester en wethouders van de desbetreffende gemeente.

    • b.

      Voor het griffiepersoneel werkzaam bij één van de bovengenoemde gemeenten: de gemeenteraad.

    • c.

      Voor de medewerkers van de ICT samenwerking Hoeksche Waard en Werk & Inkomen Hoeksche Waard: het dagelijks bestuur van de organisatie. En voor de medewerkers van aangesloten gemeenschappelijke regelingen: het dagelijks bestuur van de organisatie.

  • 2.

    Medewerker: degene die bij de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen, het ICT samenwerkingsverband Hoeksche Waard en Werk & Inkomen Hoeksche Waard, of een aangesloten gemeenschappelijke regeling, onder welke titel en hoedanigheid ook, werkzaam is (geweest) of werkzaamheden (heeft) verricht.

  • 3.

    Werkplek: iedere plaats die in verband met het verrichten van arbeid wordt gebruikt.

  • 4.

    Organisaties: onder organisaties wordt verstaan het ICT Samenwerkingsverband Hoeksche Waard, Werk & Inkomen Hoeksche Waard, aangesloten gemeenschappelijke regelingen en de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen.

  • 5.

    Persoonsgegevens: gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijk persoon in de zin van de Wet bescherming persoonsgegevens.

  • 6.

    Verkeersgegevens: tijdstippen, adressen en duur van het gebruik van ICT middelen.

  • 7.

    Verwerken van persoonsgegevens: elke handeling of het geheel van handelingen met betrekking tot persoonsgegevens, waaronder in ieder

geval het verzamelen, vastleggen, ordenen, bewaren, bijwerken, wijzigen,

opvragen, raadplegen, gebruiken, verstrekken door middel van

doorzending, verspreiden of enige andere vorm van ter

beschikkingstelling, samenbrengen, met elkaar in verband brengen,

alsmede het afschermen, uitwissen of vernietigen van gegevens.

  • 8.

    ICT middelen: alle huidige en toekomstige elektronische communicatie- en informatiemiddelen door of namens de werkgever aan medewerkers ter beschikking gesteld inclusief alle bijbehorende hardware bestanden zoals (mobiele) telefoon, smart Phone, tablet (zoals een I-Pad, Androïd), laptop, WiFi en software bestanden zoals e-mail, internet, (social) intranet en WiFi netwerk die tot doel hebben het ondersteunen van de functie-uitoefening van de medewerker.

  • 9.

    Bestand: elk gestructureerd geheel van persoonsgegevens, ongeacht of dit geheel van gegevens gecentraliseerd is of verspreid is op een functioneel of geografisch bepaalde wijze, dat volgens bepaalde criteria toegankelijk is en betrekking heeft op verschillende personen of eenheden.

  • 10.

    E-mailfaciliteiten: de door of namens de werkgever aan de medewerker ter beschikking gestelde e-mailfaciliteiten.

  • 11.

    Internetfaciliteiten: de door of namens de werkgever aan de medewerker

ter beschikking gestelde internetfaciliteiten, daar mede onder begrepen social media

  • 12.

    Elektronische communicatiemiddelen: e-mail, social media- en/of internetfaciliteiten.

  • 13.

    E-mailberichten: berichten die op elektronische wijze tussen communicatie- en informatiemiddelen worden uitgewisseld. De verzend- informatie en het aan het bericht toegevoegde elektronische document maken integraal onderdeel uit van het e-mailbericht.

  • 14.

    Digitale bestanden: bestanden die via de ICT middelen zijn opgeslagen op het systeemnetwerk.

  • 15.

    Systeemnetwerk van de werkgever: het netwerk van het ICT Samenwerkingsverband Hoeksche Waard.

  • 16.

    Applicatiebeheerder: een functioneel beheerder van een applicatie van het systeemnetwerk van de werkgever binnen de betreffende organisatie.

  • 17.

    Manager van ISHW: degene die belast is met de dagelijkse leiding van het ICT Samenwerkingsverband Hoeksche Waard.

  • 18.

    Contentfiltering: het op inhoud filteren van dataverkeer. Via een programma worden automatisch bestanden en/of teksten onderzocht op bepaalde trefwoorden.

  • 19.

    Observatie: het onderzoeken van het gebruik van ICT middelen door kennis te nemen van de inhoud van de elektronische postbussen, het internetverkeer en door het genereren van kengetallen over het gebruik.

  • 20.

    Zakelijk gebruik: gebruik van de ICT middelen alsmede de faciliteiten en digitale bestanden van de werkgever ten behoeve van de functie-uitoefening door de medewerker.

  • 21.

    Privé gebruik: gebruik van de ICT middelen alsmede de faciliteiten en digitale bestanden van de werkgever ten behoeve van geheel of overwegend persoonlijk gebruik door de medewerker.

  • 22.

    Verantwoordelijke: de door de betreffende organisatie of gemeente aangewezen verantwoordelijke, zijnde het bestuursorgaan dat het doel van en de middelen voor de verwerking van persoonsgegevens vaststelt.

  • 23.

    BYOD: afkorting voor Bring Your Own Device. Een door de medewerker zelf aangekocht mobiel ICT middel dat door de medewerker wordt ingezet om werkzaamheden te verrichten, gebruikmakend van een dienst die de werkgever aanbiedt.

  • 24.

    Onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van elektronische communicatie- en/of informatiemiddelen: een doen of nalaten in strijd met deze regeling of andere wet- en regelgeving of een inbreuk op een recht.

Artikel 2
  • 1.

    Dit reglement legt de rechten en verplichtingen bij het zakelijk- en privégebruik van e-mail, social media en internetgebruik vast. Daarnaast is deze regeling van toepassing op het gebruik van overige ICT middelen Tevens regelt het reglement in verband met bovengenoemde het verwerken van persoonsgegevens.

  • 2.

    Deze regeling geldt voor degene die bij de gemeenten Binnenmaas, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en Strijen, het ICT Samenwerkingsverband Hoeksche Waard en Werk & Inkomen Hoeksche Waard en van aangesloten gemeenschappelijke regelingen onder welke titel en hoedanigheid ook, werkzaam is (geweest) of werkzaamheden (heeft) verricht, nadat deze regeling in werking is getreden.

Hoofdstuk II DOEL EN UITGANGSPUNTEN

Artikel 3

Dit privacyreglement beschrijft:

  • a.

    de gedragscode ten aanzien van het gebruik van alle ICT middelen die tot doel hebben om de medewerker te ondersteunen in de functie-uitoefening;

  • b.

    wanneer en op welke wijze de werkgever het gebruik van de ICT middelen door de medewerker mag inzien. Het reglement beschrijft de juiste toepassing van bestaande bevoegdheden hieromtrent;

  • c.

    de wijze waarop de werkgever de door de medewerker middels ICT middelen verstuurde persoonsgegevens controleert. Zij beschrijft de juiste toepassing van bestaande bevoegdheden hieromtrent;

  • d.

    het kunnen nagaan van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van ICT middelen en het, indien daar aanleiding toe is, bestraffen van dergelijk gebruik en of misbruik. Dit gebeurt door het verkrijgen van inzicht in de aard en de mate van het gebruik van ICT middelen.

Artikel 4
  • 1.

    De controle op ICT middelen door de werkgever vindt plaats met als doel:

    • a.

      tegengaan van verboden en/of disproportioneel (privé)gebruik;

    • b.

      voorkomen van negatieve publiciteit of schade van het imago van de werkgever en diens organisatie;

    • c.

      tegengaan van seksuele intimidatie, pesten, discriminatie en andere vormen van ongewenst gedrag;

    • e.

      controle op het uitlekken van bedrijfsgeheimen en bedrijfsvoering;

    • f.

      controle en bewaken van systeem- en netwerkbeveiliging; g. kosten- en capaciteitsbeheersing.

  • 2.

    Gestreefd wordt naar een goede balans tussen controle op verantwoord gebruik van ICT middelen en bescherming van de privacy van medewerkers.

Hoofdstuk III GEBRUIK VAN DE ICT MIDDELEN

Artikel 5
  • 1.

    ICT middelen worden aan de medewerker voor zakelijk gebruik beschikbaar gesteld ten behoeve van de functie-uitoefening.

  • 2.

    De medewerker is volledig verantwoordelijk voor het door de medewerker zelf aangekochte ICT middel indien dat door de medewerker wordt ingezet om werkzaamheden te verrichten (BOYD), inclusief de data van de organisatie die erop staan en de informatiebeveiligingsaspecten die dit met zich meebrengt.

  • 3.

    Incidenteel privégebruik van de ICT middelen door de medewerker is toegestaan, mits dit gebruik in overeenstemming is met dit reglement en dit gebruik niet storend is voor dan wel ten koste gaat van de uit te voeren werkzaamheden.

  • 4.

    Ten behoeve van het gebruik van de ICT-middelen ontvangt de medewerker van de werkgever één of meerdere persoonlijke toegangs-code(s) met wachtwoord(en). De medewerker is zelf verantwoordelijk voor de vertrouwelijkheid van deze code(s) en wachtwoord(en) en het periodiek wijzigen daarvan.

  • 5.

    De medewerker is zelf verantwoordelijk voor de handelingen die onder deze code(s) en wachtwoord(en) worden uitgevoerd.

Artikel 6
  • 1.

    Medewerkers zullen bij het gebruik van ICT middelen de nodige zorgvuldigheid betrachten om de integriteit en de goede naam van de werkgever(s) te waarborgen.

  • 2.

    Het is de medewerker niet toegestaan de door de werkgever ter beschikking gestelde ICT middelen te gebruiken:

    • a.

      voor het bezoeken van sites of voor berichtenverkeer met een pornografische, racistische, discriminerende, (seksueel) intimiderende, dreigende, beledigende of aanstootgevende inhoud of gerelateerd aan ongewenst gedrag of sites voor berichtenverkeer die (kunnen) aanzetten tot haat en/of geweld;

    • b.

      om de werkgever en/of zijn medewerkers in diskrediet te brengen of anderszins te beschadigen;

    • c.

      om eventuele auteurs- en eigendomsrechten te schenden;

    • d.

      om kettingbrieven te versturen;

    • e.

      berichten aan alle of vrijwel alle medewerkers van de werkgever(s) tegelijkertijd te versturen, tenzij hiervoor door de betreffende verantwoordelijke toestemming is verleend;

    • f.

      voor commerciële doeleinden;

    • g.

      om zich ongeoorloofd toegang tot niet-openbare bronnen te verschaffen;

    • h.

      om illegale software te versturen, te downloaden, te ontvangen of te streamen;

    • i.

      om voor privédoeleinden software of bestanden (bijvoorbeeld (ten behoeve van) foto’s, films, muziek, boeken et cetera) te versturen, te downloaden, te ontvangen of te streamen, dan wel zonder voorafgaand overleg met de applicatiebeheerder(s) bestanden te verzenden of op te vragen waarvan de medewerker redelijkerwijs moet aannemen dat deze te omvangrijk zijn;

    • j.

      om deel te nemen aan internet-, sms- of belspelletjes of online te gokken.

Artikel 6A

Medewerkers zullen bij het gebruik van social media de richtlijn Social Media in acht nemen zoals beschreven in de bijlage bij dit reglement.

Artikel 7
  • 1.

    Een medewerker kan een collega toestemming geven om zijn e-mail-berichten en digitale bestanden (bijvoorbeeld tijdens afwezigheid) te lezen. Anderen dan degene aan wie toestemming is verleend, hebben geen recht om van de inhoud van e-mailberichten kennis te nemen.

  • 2.

    In geval van dienstbelang en/of bij langdurige afwezigheid van de medewerker heeft de betreffende werkgever het recht om de digitale bestanden en e-mailberichten van de medewerker in te zien.

  • 3.

    Het verzoek tot inzage van de digitale bestanden en e-mailberichten wordt schriftelijk gedaan en met redenen omkleed. Het verzoek wordt gedaan door de direct leidinggevende met toestemming van de naast hogere leidinggevende. Het verzoek wordt bij de manager van ISHW ingediend.

Hoofdstuk IV BEHEER VAN DE ICT MIDDELEN

Artikel 8
  • 1.

    Door de verantwoordelijke worden een of meerdere applicatiebeheerders aangewezen die belast zijn met het beheer van het (de) bestand(en).

  • 2.

    De applicatiebeheerders van de betreffende organisatie zijn belast met de het beheer van de bestanden. Zij zijn op grond van artikel 125 a, derde lid Ambtenarenwet verplicht tot geheimhouding van de persoonsgegevens waarvan zij kennisnemen, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot mededeling verplicht of uit hun taak de noodzaak tot mededeling voortvloeit.

Hoofdstuk V VASTLEGGING

Artikel 9
  • 1.

    Elektronische vastlegging van de persoonsgegevens geschiedt (automatisch) door de door de betreffende werkgever ingezette software.

  • 2.

    De vastlegging beperkt zich tot de gegevens die noodzakelijk zijn voor de doeleinden als bedoeld in artikel 4 van deze regeling.

Artikel 10
  • 1.

    In de in artikel 9 genoemde vastlegging worden, voor zover technisch mogelijk is, ten hoogste de volgende persoonsgegevens opgenomen:

    • a.

      gebruikersidentificatie, naam, voornaam of voorletters van de medewerker;

    • b.

      gegevens over de toegang tot internet die door de werkgever is aangeboden aan de medewerker, inclusief gebruikersnaam en internet-protocoladres;

    • c.

      gegevens betreffende de datum en het tijdstip van openen en sluiten van de toegang tot internet door de medewerker en gegevens betreffende de datum en het tijdstip van het verzenden, dan wel ontvangen van e-mailberichten van de medewerker;

    • d.

      gegevens, inclusief datum en tijdstip, betreffende de door de medewerker bezochte internetsites (internet-protocoladressen en (de onderdelen van) de webpagina’s);

    • e.

      de inhoud van de door de medewerker verzonden, dan wel ontvangen e-mailberichten.

  • 2.

    Indien een redelijk vermoeden bestaat van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de ICT middelen door de medewerker, kan door de betreffende werkgever opdracht worden gegeven aan de manager van ISHW de in het eerste lid, onderdeel d en/of onderdeel e, van dit artikel bedoelde gegevens vast te leggen en te verstrekken aan de personen bedoeld in artikel 15.

Hoofdstuk VI BEWARING EN VERWIJDERING

Artikel 11
  • 1.

    De in artikel 9, eerste lid, genoemde persoonsgegevens worden volgens wettelijke termijnen bewaard. Gegevens die ouder zijn dan zes maanden worden verwijderd, tenzij een ernstig vermoeden bestaat van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de ICT middelen in die periode. In dat geval worden de gegevens uit die betreffende periode bewaard zolang dit in het kader van nader onderzoek en eventueel te treffen maatregelen jegens een medewerker noodzakelijk is. Zodra een nader onderzoek is afgerond en dit niet leidt tot maatregelen jegens een medewerker, worden de gegevens verwijderd.

  • 2.

    De persoonlijke toegangscode(s) met wachtwoord(en), de in het eerste lid genoemde persoonsgegevens en de digitale bestanden worden uiterlijk 6 maanden na de datum waarop het dienstverband is geëindigd verwijderd. Dit tenzij er een redelijk vermoeden bestaat van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik. In dat geval worden de gegevens bewaard zolang dit in het kader van nader onderzoek en eventueel te treffen maatregelen jegens een medewerker noodzakelijk is. Zodra een nader onderzoek is afgerond en dit niet leidt tot maatregelen jegens een medewerker worden de gegevens verwijderd.

Hoofdstuk VII UITGANGSPUNTEN EN VOORWAARDEN BIJ CONTROLE

Artikel 12
  • 1.

    Een ieder die een vermoeden van misbruik van ICT middelen heeft, meldt dit aan de direct leidinggevende. De direct leidinggevende meldt dit aan de betreffende verantwoordelijke.

  • 2.

    De betreffende verantwoordelijke kan de manager van ISHW verzoeken om het gebruik van de ICT middelen van één of meerdere personen te onderzoeken. Het verzoek tot controle wordt schriftelijk gedaan en met redenen omkleed. Na toestemming van de betreffende verantwoordelijke draagt de manager van ISHW zorg voor uitvoering van dit verzoek.

  • 3.

    Individueel gerichte controles worden slechts uitgevoerd bij een redelijk vermoeden van onrechtmatig gebruik, dan wel misbruik van de elektronische communicatiemiddelen.

  • 4.

    Individueel gerichte controles kunnen betrekking hebben op het gebruik van de elektronische communicatiemiddelen op individueel en inhoudelijk niveau.

Artikel 13
  • 1.

    Controle op het gebruik van ICT middelen vindt slechts plaats in het kader van in artikel 4 genoemde doeleinden.

  • 2.

    Controle vindt in beginsel plaats op het niveau van getotaliseerde gegevens die niet herleidbaar zijn tot individuele personen.

  • 3.

    Indien bij een medewerker of een groep medewerkers een redelijk vermoeden van onrechtmatig gebruik, dan wel misbruik van de elektronische communicatiemiddelen bestaat, kan gedurende een vastgestelde (korte) periode een individueel gerichte controle plaats vinden.

  • 4.

    Controle beperkt zich in principe tot verkeersgegevens van het gebruik van e-mail en internet. Alleen indien een met meerdere signalen omkleed redelijk vermoeden bestaat van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de ICT middelen door de medewerker vindt er, voor zover technisch mogelijk, controle op de inhoud plaats.

  • 5.

    Medewerkers ten aanzien van wie geconstateerd is dat zij zich niet aan deze regeling houden, worden zo spoedig mogelijk door de (direct) leidinggevende op hun gedrag aangesproken.

  • 6.

    Bij constatering van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de ICT middelen wordt de medewerker daarvan onverwijld op de hoogte gesteld door de betreffende werkgever.

  • 7.

    Met gegevens van derden die voortkomen uit de controle zoals bedoeld in lid 3 en 4, wordt zeer zorgvuldig omgegaan.

  • 8.

    E-mailberichten van medewerkers die op grond van hun functie en/of bijzondere taak zich op hun vertrouwelijkheid kunnen beroepen conform geldende wetgeving worden niet inhoudelijk gecontroleerd.

Artikel 14
  • 1.

    Onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de ICT middelen door de medewerker wordt zo veel mogelijk softwarematig onmogelijk gemaakt.

  • 2.

    De algemene controle op het tegengaan van verboden- en/of disproportioneel gebruik kan steekproefsgewijs plaatsvinden. Verdachte berichten worden apart gezet voor nader onderzoek.

  • 3.

    De algemene controle ter voorkoming van negatieve publiciteit en seksuele intimidatie en andere vormen van ongewenst gedrag en de controle in het kader van systeem- en netwerkbeveiliging kan steekproefsgewijs en/of op basis van content filtering plaatsvinden. Verdachte berichten worden apart gezet voor nader onderzoek.

  • 4.

    De algemene controle op het uitlekken van bedrijfsgeheimen kan steekproefsgewijs en/of op basis van content filtering plaatsvinden. Verdachte berichten worden apart gezet voor nader onderzoek.

  • 5.

    De algemene controle in het kader van kosten- en capaciteitsbeheersing wordt beperkt tot verkeersgegevens.

Hoofdstuk VIII PERSONEN AAN WIE PERSOONSGEGEVENS WORDEN VERSTREKT

Artikel 15
  • 1.

    De vastgelegde persoonsgegevens worden, na bewerking, verstrekt aan:

  • a.

    de betreffende werkgever indien een redelijk vermoeden bestaat van onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van elektronische communicatiemiddelen. Het betreft hier de gegevens als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van deze regeling.

  • b.

    degenen die op verzoek van de betreffende werkgever zijn belast met of leiding geven aan het onderzoek naar onrechtmatig gebruik dan wel misbruik van de elektronische communicatiemiddelen. Het betreft hier de gegevens als bedoeld in de artikelen 9 en 10 van deze regeling.

  • 2.

    Er worden geen digitale bestanden en/of e-mailgegevensbestanden verstrekt aan medewerkers na het einde van het dienstverband en/of beëindiging van de werkzaamheden.

Hoofdstuk IX OBSERVATIE VAN HET GEBRUIK VAN ICT MIDDELEN

Artikel 16
  • 1.

    De betreffende verantwoordelijke kan voor de betreffende organisatie opdracht geven aan de manager van ISHW om een observatie uit te voeren.

  • 2.

    Doel van observatie is te onderzoeken;

  • a.

    hoe het gebruik van de ICT middelen zich in kwalitatieve en kwantitatieve zin ontwikkelt;

  • b.

    of de ICT middelen in het algemeen conform de geldende regels worden benut;

  • c.

    of het gebruik van de ICT middelen doelmatig is.

  • 3.

    De observatie, zoals bedoeld in lid 1, zal geanonimiseerd plaatsvinden en slechts worden gebruikt om de ontwikkelingen in algemene zin met betrekking tot het gebruik van ICT middelen te beschrijven.

Hoofdstuk X RECHTEN VAN DE MEDEWERKER

Artikel 17
  • 1.

    De medewerker kan niet de toegang tot zijn e-mailaccount geweigerd worden, tenzij gegronde redenen aanwezig zijn en deze gronden hem schriftelijk zijn medegedeeld.

  • 2.

    De medewerker heeft het recht om een kopie van een overzicht te ontvangen van de hem of haar betreffende persoonsgegevens die worden verwerkt.

  • 3.

    Indien de betreffende persoonsgegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn, dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift of in strijd met dit reglement worden verwerkt, kan de medewerker de betreffende werkgever schriftelijk binnen een termijn van 4 weken verzoeken deze te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen.

  • 4.

    De betreffende werkgever bericht de verzoeker schriftelijk binnen vier weken na ontvangst van het in het tweede lid genoemde verzoek. De beslissing op het verzoek moet met redenen worden omkleed en geldt als een besluit in de zin van artikel 1:3, eerste lid van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 5.

    De betreffende werkgever draagt er zorg voor dat een beslissing tot verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming zo spoedig mogelijk wordt uitgevoerd, doch in ieder geval binnen een termijn van 4 weken

Hoofdstuk XI SANCTIES

Artikel 18
  • 1.

    Het overtreden van deze regeling kan voor de door de werkgever aangestelde medewerker de in hoofdstuk 16 van de CAR/UWO bedoelde rechtspositionele consequenties hebben.

  • 2.

    Het overtreden van deze regeling kan voor de door de werkgever niet aangestelde medewerker maar die onder welke titel en hoedanigheid ook, werkzaam is of werkzaamheden verricht voor de werkgever resulteren in:

    • a.

      maatregelen waardoor de medewerker, al dan niet tijdelijk, geen beschikking meer heeft over (een deel van) de ICT middelen;

    • b.

      het door de werkgever treffen van maatregelen ten behoeve van het op de medewerker verhalen van schade die door de gepleegde overtreding door hem is geleden;

    • c.

      het (op staande voet) beëindigen van de verhouding op basis waarvan de medewerker werkzaamheden voor de werkgever verricht.

Hoofdstuk XII SLOTBEPALINGEN

Artikel 19
  • 1.

    Wanneer er zich in het kader van deze regeling situaties voordoen waarin niet voorzien wordt, wordt door de betreffende werkgever conform de geldende wet- en regelgeving gehandeld.

  • 2.

    De organisaties zijn gerechtigd om gezamenlijk na het in werking treden van deze regeling nadere vormen van niet toegestaan gebruik van de ICT middelen af te kondigen in overleg met de ondernemingsraden.

Artikel 20

Alle eerdere reglementen of gedragscodes met betrekking tot het gebruik van ICT middelen van de betreffende werkgevers worden ingetrokken op hetzelfde moment dat onderhavige regeling in werking treedt.

Artikel 21

Deze regeling inclusief de bijlage richtlijn Social Media treedt in werking op 1 juli 2016 en wordt aangehaald als “Privacyreglement gebruik e-mail, internet, social media en overige ICT middelen betreffende ICT Samenwerkingsverband Hoeksche Waard”.

Artikel 22

Onverminderd het bepaalde in dit privacyreglement, zal op het verwerken van persoonsgegevens de op 1 september 2001 in werking getreden Wet bescherming persoonsgegevens van toepassing zijn.

Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van (invullen)

datum,

de secretaris, de burgemeester,

Bijlage: Richtlijn Social media

Richtlijn Social Media

a.Je bent zelf verantwoordelijk

Alles wat je plaatst en het imago van de werkgever(s) schaadt, is je eigen verantwoordelijkheid. Ga af op je beoordelingsvermogen en eigen logica en wanneer je twijfelt, plaats dan geen bericht. Wanneer je twijfelt over de wijze waarop je moet antwoorden laat je dan adviseren door de afdeling Communicatie.

b.Signaleer complimenten en kritiek

Ook wanneer je geen officiële voorlichter bent van de gemeente, ben je een belangrijke schakel binnen het monitoren van sociale media. Indien je negatieve of positieve berichten over de gemeente signaleert, stuur deze dan naar de afdeling Communicatie. Laat onderwerpen van negatieve aard over aan de communicatieadviseurs en vermijd de verleiding om zelf impulsief te reageren.

c.Wel / niet reageren op berichten

Of je wel of niet reageert op berichten verschilt van geval tot geval. Stelregel is om in principe niet te reageren op kritische commentaren. Want iedereen heeft het recht op zijn/haar mening en je wilt niet in welles nietes discussies verzeild raken. Echter, als blijkt dat er sprake is van een duidelijke, onjuiste weergave van feiten of dat het college of medewerker van de werkgever(s) op kwetsende wijze bejegend worden, zal er overwogen moeten worden een reactie te plaatsen. Het kan natuurlijk ook voorkomen dat er vragen gesteld worden over het beleid van de werkgever(s). Een antwoord van een medewerker heeft dan toegevoegde waarde.

d.Woordvoering: dezelfde regels gelden

Voor sociale media gelden dezelfde regels op het gebied van woordvoering als voor het reageren op berichten in de traditionele media ( bijvoorbeeld de krant e.d). Stem altijd met de afdeling Communicatie af of er gereageerd moet worden en zo ja, wie dit doet. Als je zelf reageert, maak dan altijd je rol duidelijk als vertegenwoordiger van je werkgever(s). Het is niet acceptabel om een schuilnaam te gebruiken of op andere wijze mensen te misleiden. Als medewerker ben je accuraat, eerlijk, transparant en betrouwbaar. Geef nooit persoonlijke gegevens vrij zoals je huisadres en privételefoonnummers.

e.Blijf alert bij het mixen van je persoonlijke leven met je zakelijke activiteiten.

Online lopen werk en je persoonlijke leven gemakkelijk door elkaar. De werkgever(s) respecteert de vrijheid van meningsuiting van al haar medewerkers, maar je moet je bewust zijn dat je een vertegenwoordiger van de gemeente of de organisatie bent. Wees je ervan bewust dat het publiekelijk stelling nemen in tegenstelling kan zijn met de belangen van de gemeente of de organisatie en dat dit een conflict kan veroorzaken. Houd hiermee rekening indien je informatie online publiceert die niet alleen gezien kan worden door vrienden en familie. Realiseer je dat dit soort informatie makkelijk kan worden doorgestuurd.

  • f.

    Geef NOOIT vertrouwelijke informatie van de werkgever(s).

  • g.

    Leg vast wat je doet

Omdat online conversaties vaak plotseling plaatsvinden en vluchtig zijn is het belangrijk vast te leggen wanneer je de gemeente vertegenwoordigt. Onthoud hierbij dat online verklaringen dezelfde juridische standaarden dienen te bevatten als traditionele media. Leg alles vast wanneer het een online dialoog over de gemeente betreft (bijvoorbeeld door het bericht ook in JOIN op te nemen) en mail een kopie naar de afdeling Communicatie.

h.Realiseer je dat het internet blijvend is

Online bijdragen blijven altijd vindbaar, dus ook persoonlijke informatie, en deze kunnen door andere media worden overgenomen. Wanneer je reactie inclusief haar context niet kan worden weergegeven binnen het aantal te gebruiken karakters (zoals 140 karakters bij Twitter), maak dan een link naar een online ruimte waar de boodschap volledig en accuraat kan worden uitgedrukt.

  • i.

    Overig

  • -

    Vermijd ironie

  • -

    Doe geen loze beloften

  • -

    Reageer snel, want de mening wordt bepaald na de eerste vijf reacties.

  • -

    Heb je een fout gemaakt, kom er dan voor uit. Wees eerlijk en snel met de correctie van je fout.