Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Korendijk

Subsidieverordening Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieKorendijk
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSubsidieverordening Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018
CiteertitelSubsidieverordening Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze bekendmaking betreft een rectificatie vanwege het niet integraal opnemen van de bijlage behorende bij de regeling. De oorspronkelijke bekendmaking heeft op 16 november 2017 plaatsgevonden via het Gemeenteblad 2017, 201567.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, artikel 108
  2. Gemeentewet, artikel 149
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

03-01-2019nieuwe regeling

07-11-2017

gmb-2019-1211

KDK/11288
01-01-201803-01-2019nieuwe regeling

07-11-2017

Gemeenteblad 2017, 201567

KDK/11288

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieverordening Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018

 

 

Subsidieverordening Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Korendijk;

  • b.

    College: College van burgemeester en wethouders van Korendijk;

  • c.

    bestuur: het bestuur van een geregistreerde voorschoolse voorziening;

  • d.

    doelgroep: peuters in de leeftijd van 2 jaar tot de leeftijd waarop het kind naar de basisschool gaat;

  • e.

    voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderopvang die aan de geldende wettelijke eisen voldoet;

  • f.

    LRK: het landelijk register kinderopvang, bedoeld in artikel 1.47b, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen;

  • g.

    indicatie VVE: een door de jeugdgezondheidszorg(consultatiebureau) afgegeven verklaring dat deelname aan voorschoolse educatie (VVE) geïndiceerd is;

  • h.

    landelijk register kinderopvang: een register met gegevens van alle gecertificeerde kinderopvangvoorzieningen en peuterspeelzalen in Nederland; hierin staat tevens vermeld of voorschoolse educatie wordt aangeboden;

  • i.

    ouder: persoon met ouderlijk gezag;

  • j.

    verzorger: verzorger van de peuter;

  • k.

    peuter: een kind in de leeftijd van 2 jaar tot de leeftijd waarop het kind naar de basisschool gaat dat gebruik maakt van een in het landelijk register kinderopvang opgenomen voorschoolse voorziening;

  • l.

    subsidie: een bedrag dat via het bestuur beschikbaar wordt gesteld voor een aanbod aan ouders;

  • m.

    kindplaats: een aanbod van een voorschoolse voorziening met een omvang van tenminste 2 momenten (tot een maximum van 6 uur) per week op een voorschoolse voorziening. Voor door het consultatiebureau geïndiceerde peuters geldt nog eens tenminste 1 moment (tot een maximum van 6 uur) extra per week op een VVE gecertificeerde voorschoolse voorziening;

  • n.

    inkomensafhankelijke bijdrage: voor de eerste 6 uur per week betalen ouders een inkomensafhankelijke bijdrage. Deze is afhankelijk van de hoogte van het gezinsinkomen. De eigen bijdrage is gebaseerd op de ouderbijdragetabel van de kinderopvangtoeslag die jaarlijks door het rijk wordt vastgesteld. De genoemde ouderbijdragetabel wordt toepast op het door het college vastgestelde maximale normtarief. Voor de door het consultatiebureau geïndiceerde peuters zijn de extra 6 uur per week volledig voor rekening van de gemeente en geldt geen ouderbijdrage

Artikel 2 Reikwijdte verordening

  • 1.

    De ASV is niet van toepassing op de subsidieverlening op grond van deze verordening.

  • 2.

    Tenzij in deze verordening uitdrukkelijk anders wordt vermeld, is de Algemene wet bestuursrecht onverminderd van toepassing.

Artikel 3 Bevoegdheid college

  • 1.

    Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de voorwaarden en de doelgroepen worden omschreven.

  • 2.

    Het college is bevoegd te besluiten over het verstrekken van subsidies.

  • 3.

    Het college kan voorwaarden en verplichtingen verbinden aan de beschikking tot subsidieverlening.

Artikel 4 Doel

Met deze subsidieverordening wordt beoogd ouders te stimuleren om hun kinderen een voorschoolse voorziening te laten bezoeken en te laten deelnemen aan een voorschools programma.

Artikel 5 Subsidieaanvrager

Voor subsidie komt in aanmerking het bestuur van een in het LRK geregistreerde voorschoolse voorziening in de gemeente.

Artikel 6 Aanvraag en aanvraagtermijn

  • 1.

    Bij een eerste subsidieaanvraag van een bestuur moet worden overgelegd:

    • a.

      de laatste jaarrekening van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert.

    • b.

      een recent (dagtekening minder dan 3 maanden voor de aanvraag) uittreksel van de Kamer van Koophandel van de rechtspersoon die de te subsidiëren voorschoolse voorziening exploiteert.

  • 2.

    De subsidieaanvraag bevat:

    • a.

      Informatie over het aantal peuters per locatie (peildatum 1 oktober) waarvoor subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      Een onderverdeling naar de volgende categorieën: a. met aanspraak op kinderopvangtoeslag (WKO), b. zonder aanspraak op kinderopvangtoeslag (NWKO), c. VVE-geïndiceerd (VVE) en d. niet VVE-geïndiceerd (NVVE);

    • c.

      Een onderbouwing van de behoefte aan het te subsidiëren aanbod.

  • 3.

    De aanvrager vraagt de subsidie aan met een vastgesteld aanvraagformulier.

  • 4.

    Een aanvraag voor subsidie wordt uiterlijk ingediend vóór 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarop de subsidie betrekking heeft.

  • 5.

    Het college neemt voor 1 januari van het uitvoeringsjaar een besluit over de subsidieaanvraag.

Artikel 7 Weigeringsgronden

  • 1.

    Het college kan, onverminderd het bepaalde in de artikelen 4:25 en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht, een aanvraag voor subsidie geheel of gedeeltelijk weigeren indien:

  • a.

    de aanvrager niet alle benodigde vergunningen en ontheffingen te behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft of zal kunnen verkrijgen;

  • b.

    niet voldaan wordt aan de wettelijke vereisten voor het te exploiteren voorschoolse aanbod;

  • c.

    de behoefte aan het te subsidiëren aanbod onvoldoende is onderbouwd.

Artikel 8 Verlening subsidie

Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording van de te ontvangen subsidie plaats dient te vinden.

Artikel 9 Betaling en bevoorschotting

  • 1.

    Indien een beschikking tot subsidieverlening wordt gegeven, kan het college voorschotten verstrekken tot maximaal 100% van het, bij beschikking verleende, subsidiebedrag.

  • 2.

    In het besluit tot subsidieverlening wordt de hoogte en de termijnen van de voorschotten vastgelegd.

Artikel 10 Subsidiehoogte

  • 1.

    De bijdrage bestaat uit een subsidie per uur per geplaatste peuter tot een maximum van 6 uur per week voor niet-geïndiceerde peuters en een maximum van 12 uur per week voor geïndiceerde peuters.

  • 2.

    De subsidieopbouw is nader gespecificeerd in bijlage A en wordt jaarlijks, voorafgaande aan het betreffende subsidiejaar, vastgesteld door het college.

Artikel 11 VVE-kwaliteit

  • 1.

    Het college kan nadere regels stellen over de kwaliteit van voorschoolse educatie als aanspraak wordt gedaan op een gemeentelijke vergoeding.

  • 2.

    Het college kan nadere regels stellen over de hoogte van bijdragen voor de kwaliteit van voorschoolse educatie.

Artikel 12 Subsidieduur

  • 1.

    De subsidie wordt verstrekt aan het bestuur van de geregistreerde voorschoolse voorziening voor een aanbod van maximaal 40 schoolweken.

  • 2.

    De subsidie gaat in op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter een plaats bezet.

  • 3.

    De subsidie eindigt met ingang van de datum waarop de peuter om welke reden dan ook, de voorschoolse voorziening verlaat.

Artikel 13 Verplichtingen

  • 1.

    Het bestuur bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken actuele inkomensgegevens, de subsidie- en ouderbijdrage die van toepassing is op het aanbod.

  • 2.

    Het bestuur brengt de subsidie in mindering op de door de ouders/verzorgers van de peuters te betalen kosten voor gebruik van een kindplaats.

  • 3.

    Het bestuur rapporteert per kwartaal cumulatief per geplaatste peuter de volgende gegevens:

    • a.

      klantnummer peuter/ ouder(s)

    • b.

      geboortedatum

    • c.

      startdatum

    • d.

      einddatum, indien relevant

    • e.

      geïndiceerd of niet-geïndiceerd

    • f.

      met kinderopvangtoeslag (WKO)/ zonder kinderopvangtoeslag niet-WKO

    • g.

      aanwezigheid inkomensverklaring (J/N)

    • h.

      ouderbijdrage in %

Artikel 14 Verantwoording en vaststelling subsidie

  • 1.

    Uiterlijk vóór 1 april in het jaar na afloop van het kalenderjaar waarvoor subsidie is verleend, dient het bestuur de aanvraag tot subsidievaststelling in.

  • 2.

    Deze aanvraag tot subsidievaststelling wordt ingediend met een door het college vastgesteld format.

  • 3.

    De subsidie wordt vastgesteld op basis van het daadwerkelijk aantal bestede uren per peuter aan de hand van het afgesproken uurtarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 6, lid 2 onder a. en b.

  • 4.

    Indien de subsidie lager wordt vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag, zal op basis van het verleende subsidiebedrag met de subsidieontvanger worden afgerekend en vindt indien van toepassing na vaststelling een terugvordering plaats of vooraf aan vaststelling een verrekening plaats.

  • 5.

    Indien bij de afrekening blijkt dat de te ontvangen subsidie hoger moet zijn dan het toegekende subsidiebedrag dient een verzoek tot wijziging van de beschikking tot verlening van de subsidie te worden ingediend.

  • 6.

    Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidie-vaststelling de subsidie vast.

  • 7.

    Het college kan deze termijn voor ten hoogste 13 weken verlengen.

  • 8.

    Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 15 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

1.De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over

  • a.

    besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, of ontbinding van de rechtspersoon;

  • b.

    relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

  • c.

    ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat de, aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden, niet of niet geheel kunnen worden nagekomen;

  • d.

    wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 16 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, en 3 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 17 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze subsidieverordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is van toepassing op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2018.

  • 2.

    Op aanvragen die voor de datum als genoemd in lid 1 zijn ingediend wordt beslist overeenkomstig deze verordening.

Artikel 18 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Subsidieverordening kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018”.

Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Korendijk

d.d. 7 november 2017.

de griffier, de voorzitter,

T.P.P. Broek drs. S. Stoop

Bijlage A.: subsidie opbouw 2018

(voorbeeld op basis van prijspeil / tarieven 2018)

 

 

Toelichting Subsidieverordening Kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018  

Algemeen deel

De gemeenteraad heeft het besluit genomen om de subsidiering van het voorschoolse aanbod volgens het principe ‘geld volgt kind’ te laten lopen. In deze verordening is de subsidieregeling nader uitgewerkt.

 

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1Begripsomschrijvingen

In dit artikel wordt een aantal begrippen verduidelijkt dat in de subsidieverordening wordt gehanteerd.

 

Artikel 2Reikwijdte verordening 

Vanwege de specifieke voorwaarden is ervoor gekozen een aparte subsidieverordening voor het op te stellen voor peuteropvang en deze te laten vaststellen door de raad.

 

Artikel 3Bevoegdheid college

Dit artikel mandateert het college om de subsidieverordening toe te passen.

 

Artikel 4Doel

De subsidie past in het gemeentelijk streven om voorschoolse voorzieningen voor iedereen financieel bereikbaar te maken en een hoog bereik van de voor VVE-geïndiceerde kinderen te realiseren. De subsidie draagt er aan bij dat kinderen zonder ontwikkelingsachterstand in groep 1 van het basisonderwijs kunnen beginnen.

 

Artikel 5  Subsidieaanvrager

De subsidie wordt aangevraagd door het bestuur van een houder met een wettelijk geregistreerd aanbod in de gemeente.

 

Artikel 6 Aanvraag en aanvraagtermijn

Nieuwe aanvragers voegen bij de eerste subsidieaanvraag een jaarrekening en recent uittreksel van de Kamer van Koophandel toe. Omdat de subsidiebijdrage per peuter afhankelijk is van aanspraak op kinderopvangtoeslag en afhankelijk is van een VVE indicatie wordt deze informatie bij de aanvraag verstrekt. Voor de aanvraag is een formulier beschikbaar.

De aanvrager dient bij de aanvraag een onderbouwing te voegen van de behoefte aan het te subsidiëren aanbod.

 

Artikel 7 Weigeringsgronden

Dit artikel geeft het college de bevoegdheid de subsidieaanvraag te weigeren indien het aannemelijk is dat de te subsidiëren activiteiten niet of niet volledig kunnen worden uitgevoerd.

 

Artikel 8 Verlening subsidie

In de subsidiebeschikking wordt vastgelegd hoe de aanvrager verantwoording moet afleggen. Daarvoor wordt een standaard format vastgesteld.

 

Artikel 9 Betaling en bevoorschotting

In de subsidiebeschikking wordt vastgelegd hoe de betaling van de subsidiebevoorschotting zal plaatsvinden.

 

Artikel 10 Subsidiehoogte

De hoogte van de gemeentelijke subsidie wordt bepaald door het gezamenlijke ouderinkomen, de eventuele kinderopvangtoeslag en de mogelijke VVE indicering door het consultatiebureau.

Dit leidt tot vier categorieën peuters/ouders:

 

Niet VVE-geïndiceerd (NVVE)

 

VVE-geïndiceerd (VVE)

Geen recht op kinderopvangtoeslag (NWKO)

Gemeentelijke subsidie peuteropvang voor 2 dagdelen

Inkomensafhankelijke bijdrage ouders voor 2 dagdelen

 

Gemeentelijke subsidie peuteropvang

Inkomensafhankelijke bijdrage ouders voor 2 dagdelen

Gemeentelijke subsidie 3e en 4e dagdeel (volledig)

Recht op kinderopvangtoeslag (WKO)

Kinderopvangtoeslag voor 2 dagdelen

Inkomensafhankelijke bijdrage ouders voor 2 dagdelen

 

Kinderopvangtoeslag voor 2 dagdelen

Inkomensafhankelijke bijdrage ouders voor 2 dagdelen

Gemeentelijke subsidie 3e en 4e dagdeel (volledig)

Alle ouders van peuters van 2 jaar tot de leeftijd waarop het kind naar de basisschool gaat die wonen in de gemeente komen in aanmerking. De subsidieopbouw wordt toegelicht in de bijlage.

Voor de dagdelen 1 en 2 wordt een subsidie gegeven aan de ouders van zowel geïndiceerde als niet-geïndiceerde kinderen die niet in aanmerking komen voor kinderopvangtoeslag via de belastingdienst. De inkomensafhankelijke bijdrage die ouders zonder kinderopvangtoeslag betalen, komt overeen met de tabel kinderopvangtoeslag van het Rijk. Hierdoor komen de bijdragen voor ouders met en zonder recht op kinderopvangtoeslag, bij een vergelijkbaar inkomen, overeen.

Aan het voor geïndiceerde kinderen bestemde derde en vierde dagdeel zijn voor de ouders in kwestie geen kosten verbonden. Deze dagdelen worden volledig door de gemeente bekostigd.

De (tijdelijke) vaste subsidiebijdrage als genoemd in bijlage A is beschikbaar voor alle categorieën ouders van alle subsidieaanvragers, voor zover het kostendekkende uurtarief van het aanbod het normtarief peuteropvang als genoemd in bijlage A overstijgt. Deze component is bedoeld ter compensatie van aantoonbare hogere kosten van peuteropvang ten opzichte van kinderdagopvang, bijvoorbeeld als gevolg van het kostenverschil in de cao’s van beide werkvormen, voor zover van toepassing.

In de gemeenten Korendijk en Binnenmaas wordt deze tijdelijke subsidiebijdrage na twee jaar, gerekend vanaf 1 januari 2018 stopgezet.

 

Artikel 11 VVE Kwaliteit

Het college kan een tegemoetkoming verstrekken in de extra kosten die het bestuur van een voorschoolse voorziening maakt om VVE aan te bieden. De hoogte van deze tegemoetkoming wordt vastgesteld door het college.

 

Artikel 12 Subsidieduur

De subsidie wordt verstrekt voor het aanbod gedurende maximaal 40 schoolweken per kalenderjaar en start op de eerste of de vijftiende van de maand waarin de peuter een plaats bezet.

 

Artikel 13 Verplichtingen

Het bestuur bepaalt, aan de hand van door de ouders te verstrekken inkomensverklaring en indien van toepassing een VVE indicatie, welke subsidie- en ouderbijdrage van toepassing is op het aanbod. Het bestuur brengt de subsidie in mindering op de door de ouders/verzorgers van de peuters te betalen kosten voor gebruik van een kindplaats.

Van belang is dat ouders van geïndiceerde peuters en die recht hebben op kinderopvangtoeslag, deze alleen aanvragen voor het eerste en tweede dagdeel. Het bestuur dient dit in het contract met de ouders vast te leggen, zodat zij geen kinderopvangtoeslag aanvragen voor het eventuele derde en vierde dagdeel. Die dagdelen zijn immers al gratis beschikbaar gesteld door de gemeente.

Het bestuur rapporteert per kwartaal over het aantal geplaatste peuters.

 

Artikel 14 Verantwoording en vaststelling subsidie

De subsidie wordt vastgesteld op de daadwerkelijk bestede uren per peuter aan de hand van het afgesproken uurtarief, de berekende ouderbijdrage en onderverdeling naar categorieën van artikel 6, lid 2. onder a. en b. Voor de subsidieverantwoording wordt een standaard format vastgesteld.

De subsidie kan lager worden vastgesteld dan het verleende subsidiebedrag. Dit kan zijn als gevolg van een lager aantal kinderen dan vooraf verwacht werd, of als gevolg van een afwijking in het verwachte inkomen en de bijbehorende bijdrage van ouders. De subsidieverlening vindt plaats op basis van een gemiddeld inkomen en de vaststelling op basis van het daadwerkelijke inkomen en de in rekening gebrachte ouderbijdrage. Na vaststelling wordt met de aanvrager afgerekend en vindt –indien van toepassing terugvordering plaats. Indien bij de afrekening blijkt dat de te ontvangen subsidie hoger moet zijn dan het toegekende subsidiebedrag dient een verzoek tot wijziging van de beschikking tot verlening van de subsidie te worden ingediend.

Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidie-vaststelling de subsidie vast. Het college kan deze termijn voor ten hoogste 13 weken verlengen. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet tijdig is ontvangen heeft het college de bevoegdheid om na een eenmalige rappel over te gaan tot ambtshalve vaststelling.

 

Artikel 15 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

Dit artikel verplicht de subsidieontvanger melding te maken aan het college van gebeurtenissen die van invloed kunnen zijn op de uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend.

In de beschikking kunnen eventueel aanvullende verplichtingen worden opgenomen, zoals het hanteren van lokaal gehanteerde meldcodes en protocollen.

 

Artikel 16 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, en 3 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Dit artikel biedt bijvoorbeeld ruimte om aanvragen in behandeling te nemen die na 15 oktober 2017 worden ingediend (zie artikel 6) vanwege het feit dat meer peuters een beroep doen op de voorschoolse voorzieningen dan waarmee bij de eerste aanvraag rekening is gehouden.

 

Artikel 17 Inwerkingtreding

Deze subsidieverordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is van toepassing op de subsidie aanvragen voor de uitvoering van gesubsidieerde activiteiten vanaf 1 januari 2018.

 

Artikel 18 Citeertitel

In deze verordening is de citeertitel vastgelegd als “Subsidieverordening kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Korendijk 2018”.

 

Bijlage A

In bijlage A is de subsidieopbouw in het eerste jaar opgenomen.

De subsidieopbouw inclusief bedragen wordt jaarlijks door het college vastgesteld.

De maximaal te subsidiëren kosten per uur bedragen voor 2018 € 8,50.

Voor aanbieders met een aantoonbaar kostendekkend uurtarief van € 8,00 of hoger subsidieert de gemeente in 2018 een vaste subsidiebijdrage per uur van maximaal € 0,50.

Dit betreft een bruto-uurtarief, dat wil zeggen voor verrekening van de gemeentelijke toeslagbijdrage of de kinderopvangtoeslag).

Aan ouders zonder recht op kinderopvangtoeslag wordt een inkomensafhankelijke netto bijdrage berekend door de aanbieder. De aanbieder ontvangt zelf de gemeentelijke subsidiebijdrage.

Aan ouders met recht op kinderopvangtoeslag wordt het bruto uurtarief berekend door de aanbieder, waarna de ouder een inkomensafhankelijke bijdrage ontvangt van het Rijk op basis van de kinderopvangtoeslagregeling.

Hierdoor komt de ouderbijdrage voor ouders met en zonder recht op toeslag, bij een vergelijkbaar inkomen, overeen.