Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Lopik

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieLopik
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBesluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2015
CiteertitelBesluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Lopik 2015
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt het Besluit Individuele voorzieningen Maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2012.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 1.d
  2. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 6.10
  3. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 12.4
  4. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 12.7
  5. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 13.2
  6. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 14.5
  7. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 16.7
  8. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 17.2
  9. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 19.1
  10. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 19.4
  11. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 20
  12. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 21
  13. Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015, art. 26.2

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2015nieuwe regeling

16-12-2014

Elektronisch gemeenteblad, 24-12-2014

Onbekend.

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2015

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik,

gelet op de artikelen 1.d, 6.10, 12.4, 12.7, 13.2, 14.5, 16.7, 17.2, 19.1, 19.4, 20, 21 en 26.2 van de Verordening Maatschappelijke Ondersteuning Gemeente Lopik 2015;

 

besluit vast te stellen

 

het Besluit maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2015

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In dit Besluit wordt verstaan onder:

    • a.

      Wet: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015;

    • b.

      Verordening: Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2015

    • c.

      Uitvoeringsbesluit: Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015 (Algemene Maatregel van Bestuur)

  • 2.

    Alle begrippen die in dit Besluit worden gebruikt en niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet, de Verordening, het Uitvoeringsbesluit en de Algemene Wet bestuursrecht (Awb).

Hoofdstuk 2 Persoonsgebonden budget

Artikel 2.1 Verstrekking op verzoek

  • 1.

    Verstrekking van een persoonsgebonden budget vindt plaats op verzoek van de cliënt.

  • 2.

    De cliënt is verplicht desgevraagd inlichtingen te verstrekken over de met het persoonsgebonden budget aan te schaffen dan wel in te kopen maatwerkvoorziening.

Artikel 2.2 Budgetperiode

  • 1.

    Het persoonsgebonden budget wordt geacht in ieder geval toereikend te zijn, voor zover van toepassing, met de normale afschrijvingstermijn die geldt voor de met het persoongebonden budget aan te schaffen dan wel in te kopen maatwerkvoorziening. Daaronder worden ook de instandhoudingskosten gerekend.

  • 2.

    Indien binnen de afschrijvingstermijn blijkt dat geen recht meer bestaat op de maatwerkvoorziening waarvoor het persoonsgebonden budget is verstrekt, wordt het persoonsgebonden budget naar rato teruggevorderd dan wel de maatwerkvoorziening ingevorderd.

Artikel 2.3 Eisen aan toekenning persoonsgebonden budget

  • 1.

    Onverminderd de voorwaarden en/of weigeringsgronden van artikel 2.3.6 van de wet bestaat geen recht op een persoonsgebonden budget indien en zolang een risico bestaat dat beslag kan worden gelegd op het persoonsgebonden budget.

  • 2.

    Uit het persoonsgebonden budget kunnen personen uit het sociale netwerk worden betaald, voor zover de zorg de gebruikelijke- en mantelzorg overstijgt en indien:

    • a.

      Dat tot een effectieve en doelmatige ondersteuning leidt zoals die beschreven staat in het ondersteuningsplan

    • b.

      Deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de cliënt voor hem niet tot overbelasting leidt.

  • 3.

    Het is niet toegestaan het persoonsgebonden budget te besteden aan tussenpersonen, belangenbehartigers, vertegenwoordigers of bemiddelaars.

  • 4.

    Het is niet toegestaan het persoonsgebonden budget te besteden aan bemiddelingskosten en administratiekosten.

  • 5.

    Het is toegestaan het persoonsgebonden budget te besteden aan reiskosten van de zorgverlener, mits in verhouding en doelmatig.

  • 6.

    Het is toegestaan een feestdagenuitkering uit het persoonsgebonden budget te betalen, mits in verhouding.

Artikel 2.4 Persoonsgebonden budget en kwaliteit

Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel, een woningaanpassing, diensten en huishoudelijke ondersteuning dient te worden voldaan aan de door het College gestelde voorwaarden voor wat betreft de kwaliteit als bedoeld in de wet.

Daaronder wordt in ieder geval verstaan dat de maatwerkvoorziening:

  • a.

    als veilig, doeltreffend en cliëntgericht kan worden aangemerkt;

  • b.

    wordt afgestemd op de individuele situatie van de cliënt;

  • c.

    wordt verstrekt in overeenstemming met de professionele standaard;

  • d.

    wordt verstrekt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt

Artikel 2.5 Persoonsgebonden budget woningaanpassing

  • 1.

    Bij de verlening van een persoonsgebonden budget voor het realiseren van een woningaanpassing dient binnen 6 maanden na het besluit met de werkzaamheden te worden aangevangen.

  • 2.

    Voor de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een woningaanpassing gelden de volgende voorwaarden:

    • a.

      met de werkzaamheden waarop de maatwerkvoorziening betrekking heeft, mag geen aanvang worden gemaakt voordat het College positief heeft beslist op de aanvraag;

    • b.

      het College heeft desgevraagd op één of meer door het College te bepalen tijdstippen toegang tot de woning of het gedeelte van de woning waar de aanpassing wordt aangebracht;

    • c.

      de cliënt verstrekt desgevraagd inzage in de bescheiden en tekeningen die betrekking hebben op de woningaanpassing;

    • d.

      aan het College wordt desgevraagd de gelegenheid geboden tot het controleren van de gerealiseerde woningaanpassing.

  • 3.

    Onmiddellijk na de voltooiing van de aanpassingswerkzaamheden verklaart de cliënt schriftelijk aan het College dat de bedoelde werkzaamheden zijn voltooid.

  • 4.

    De gereed melding, bedoeld in het vorige lid, is voorzien van een verklaring waaruit blijkt dat bij het treffen van de maatwerkvoorziening is voldaan aan de voorwaarden waaronder het persoonsgebonden budget is toegekend.

  • 5.

    Het persoonsgebonden budget wordt achteraf en per omgaande na ontvangst van de nota(’s), uitgekeerd aan cliënt. De cliënt is zo in de gelegenheid om de nota(‘s) binnen de betalingstermijn met het persoonsgebonden budget te voldoen.

  • 6.

    De cliënt aan wie de persoonsgebonden budget is verstrekt voor het realiseren van een woningaanpassing aan de eigen woning is verplicht zorg te dragen voor een opstalverzekering die in voldoende mate de te verzekeren waarde van de woning dan wel de getroffen woningaanpassing dekt voor het risico van schade.

Artikel 2.6 Persoonsgebonden budget hulpmiddel en vervoersvoorziening

  • 1.

    Bij de verstrekking van een persoonsgebonden budget voor een hulpmiddel kunnen voor zover van toepassing in de individuele situatie, de volgende voorwaarden worden opgelegd:

    • a.

      de cliënt dient een maatwerkvoorziening van goede kwaliteit aan te schaffen volgens de door het College daaraan gestelde eisen;

    • b.

      de cliënt dient een onderhoudscontract af te sluiten met een leverancier, waarin hij tenminste zijn opgenomen kosten van reparaties (inclusief onderdelen, voorrijdkosten en arbeidsloon), 24-uurs service, recht op gebruik van leenvoorziening, jaarlijks onderhoud en keuring;

    • c.

      de cliënt dient bij aanschaf van een vervoersvoorziening een wettelijk aansprakelijkheidsverzekering af te sluiten.

  • 2.

    De cliënt dient het College desgevraagd in de gelegenheid te stellen de met het persoonsgebonden budget aangeschafte maatwerkvoorziening te bezichtigen en te laten beoordelen.

  • 3.

    Het persoonsgebonden budget wordt achteraf en per omgaande na ontvangst van de nota(’s), uitgekeerd aan cliënt. De cliënt is zo in de gelegenheid om de nota(‘s) binnen de betalingstermijn met het persoonsgebonden budget te voldoen.

Artikel 2.7 Hoogte persoonsgebonden budget diensten

  • 1.

    Onder diensten als bedoeld in dit artikel worden verstaan: Ondersteuning Zelfredzaamheid, 1,2 en 3, Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 1, 2 en 3, kortdurend verblijf alsmede het noodzakelijk vervoer van en naar de locatie waar deze diensten worden geboden.

  • 2.

    De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is gerelateerd aan de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd. Er zijn Tarieven Maatwerkvoorziening Begeleiding Overgangsrecht en Tarieven Maatwerkvoorzieningen Begeleiding Instroom (zie bijlage tarievenlijst).

  • 3.

    De hoogte van het persoonsgebonden budget voor diensten is gerelateerd aan de tarieven waarvoor het college deze diensten heeft gecontracteerd.

  • 4.

    Bij het vaststellen van de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid houdt het college in ieder geval rekening met overheadkosten, de kwaliteitseisen die aan de beroepskrachten mogen worden gesteld en andere kostencomponenten, zoals secundaire arbeidsvoorwaarden.

  • 5.

    Het bedrag voor het persoonsgebonden budget dat ten behoeve van de inschakeling van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt wordt verstrekt en aan de persoon die niet als beroepskracht wordt aangemerkt bedraagt maximaal 75 procent van de goedkoopst passende oplossing in natura.

  • 6.

    Het bedrag voor het persoonsgebonden budget dat ten behoeve van de inschakeling van een persoon die behoort tot het sociale netwerk van de cliënt wordt verstrekt, bedraagt maximaal de in het persoonlijke budgetplan gemotiveerde en door het college aannemelijk geachte inkomstenderving.

  • 7.

    Persoonsgebonden budget voor een dienst wordt verstrekt middels trekkingsrecht via de Sociale Verzekeringsbank na goedkeuring van de zorgovereenkomst.

Artikel 2.8 Hoogte persoonsgebonden budget huishoudelijke ondersteuning

  • 1.

    het persoonsgebonden budget voor hulp bij het huishouden vastgesteld op basis van het aantal geïndiceerde uren conform de tabel normering huishoudelijke taken, vermenigvuldigd met het uurtarief. Afronding van de uren vindt plaats naar boven op 15 minuten.

  • 2.

    Het bij het in het vorige lid bedoelde persoonsgebonden budget van toepassing zijnde uurtarief is vastgelegd in de bijlage, behorend bij dit Besluit. Hierbij wordt onderscheid gemaakt tussen contracten met particulieren en contracten met een bemiddelingsorganisatie voor HH1 en HH2. Deze bedragen kunnen worden geïndexeerd.

  • 3.

    Persoonsgebonden budget voor huishoudelijke hulp wordt verstrekt middels trekkingsrecht via de Sociale Verzekeringsbank na goedkeuring van de zorgovereenkomst.

Artikel 2.9 Hoogte persoonsgebonden budget hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen

  • 1.

    De hoogte van het persoonsgebonden budget voor hulpmiddelen, vervoersvoorzieningen en woningaanpassingen bedraagt in ieder geval niet meer dan de huur- dan wel aanschafprijs van de goedkoopst passende oplossing in natura, waaronder gerekend onderhoud, reparatie en verzekering (instandhoudingskosten) zoals die door het college aan de aanbieder verschuldigd is.

  • 2.

    Het college kan de hoogte van het persoonsgebonden budget als bedoeld in het vorige lid vaststellen op basis van een offerte.

Artikel 2.10 Controle op besteding

  • 1.

    Het college kan ten aanzien van cli雗ten die een persoonsgebonden budget ontvangen:

    • a.

      tussentijds een rapportage over de besteding eisen;

    • b.

      steekproefsgewijs informatie van de besteding van het persoonsgebonden budget opvragen;

    • c.

      de besteding van het persoonsgebonden budget inhoudelijk laten beoordelen door een medewerker van het breed sociaal loket of met een door het college in te schakelen derde.

  • 2.

    De cliënt is eraan gehouden volledige medewerking te verlenen aan verzoeken van het college genoemd in het eerste lid.

  • 3.

    In geval van weigering van medewerking kan het college op grond van artikel 14.3 lid d en 15.1 van de Verordening overgaan tot terugvordering.

Hoofdstuk 3 Bijdrage in de kosten

Artikel 3.1. Eigen bijdrage Regiotaxi

De ritbijdrage voor gebruik van de Regiotaxi voor Wmo-vervoerpashouders bedraagt op 1 januari 2015 € 0,65 per zone. Dit bedrag kan jaarlijks worden geïndexeerd.

Artikel 3.2 Verschuldigde bijdrage in de kosten maatwerkvoorziening

  • 1.

    De bijdrage in de kosten is verschuldigd met inachtneming van de regels waaronder het bijdrageplichtig inkomen van het Uitvoeringsbesluit.

  • 2.

    De bijdrage in de kosten bedraagt niet meer dan de kostprijs van de maatwerkvoorziening.

  • 3.

    De kostprijs van de maatwerkvoorziening is:

    • a.

      het toegekende en betaalde PGB;

    • b.

      de huurprijs die het College verschuldigd is aan de aanbieder;

    • c.

      de koopprijs die het College verschuldigd is aan de aanbieder;

    • d.

      voor diensten geldt het tarief welke het College verschuldigd is aan de aanbieder;

  • 4.

    De eigen bijdrage voor huishoudelijke hulp in natura wordt als volgt gemaximeerd:

    • a.

      Voor HH1: maximaal de uurprijs van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder met de laagste prijs, zoals vastgelegd in de bijlage van dit besluit

    • b.

      Voor HH2: maximaal de uurprijs van de door de gemeente gecontracteerde zorgaanbieder met de laagste prijs, zoals vastgelegd in de bijlage van dit besluit

  • 5.

    De bijdrage in de kosten is gelijk aan de maximale bijdrage zoals opgenomen in het Uitvoeringsbesluit en volgen telkens de aanpassingen door de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

  • 6.

    De bijdrage in de kosten voor een woningaanpassing wordt gedurende maximaal 39 perioden van 4 weken opgelegd aan belanghebbende.

  • 7.

    De bijdrage in de kosten wordt berekent en geïnd door het Centraal Administratiekantoor (CAK).

Hoofdstuk 4 Tegemoetkoming meerkosten

Artikel 4.1 Primaat verhuizen

Indien de (voorzienbare) kosten voor een bouwkundige of woontechnische woonvoorziening hoger zijn dan € 7.500,- geldt als uitgangspunt dat verhuizing naar een aangepaste woning of naar een tegen lagere kosten aan te passen woning de goedkoopst compenserende voorziening is, tenzij er sprake is van individuele omstandigheden waardoor verhuizen geen adequate oplossing is.

Artikel 4.2 Meerkosten en aanvraag

  • 1.

    Het College kan aan de persoon als bedoeld in artikel 1f van de Verordening een tegemoetkoming in de meerkosten op aanvraag verlenen voor:

    • a.

      de verhuiskosten die het gevolg zijn van een verhuizing als bedoeld in artikel 10.6 van de Verordening;

    • b.

      de kosten in verband met de aanschaf van een geschikte sportrolstoel welke noodzakelijk is in verband met zelfredzaamheid en participatie;

    • c.

      de kosten in verband met het zich verplaatsen in de leefomgeving met een eigen auto

  • 2.

    Geen tegemoetkoming wordt verstrekt indien de oorzaak van de te maken meerkosten voortkomen uit een voorzienbare situatie.

Artikel 4.3 Hoogte tegemoetkoming meerkosten

  • 1.

    Het College maximeert de tegemoetkoming voor de verhuiskosten als volgt:

    • a.

      een bedrag voor de kosten van verhuizing van € 1.000,-

    • b.

      een bedrag voor de kosten van stoffering en verven/behangen van de nieuwe woning, afhankelijk van gezinsgrootte:

      • -

        eenpersoonshuishouden € 934,-

      • -

        meerpersoonshuishouden € 1.500,-

  • 2.

    Het College maximeert de tegemoetkoming aan de cliënt voor de volgende voorziening als volgt:

    • a.

      vervoerskosten € 55,40 per maand

    • b.

      een sportvoorziening € 2.527,- eenmalig voor de duur van 3 jaar voor de aanschaf en onderhoud van een sportvoorziening

    • c.

      indien de sportvoorziening na 3 jaar nog bruikbaar is, kan een vergoeding worden toegekend van maximaal € 557,- voor het onderhoud voor de duur van 3 jaar.

Artikel 4.4 Uitbetaling meerkosten

  • 1.

    De tegemoetkoming als bedoeld in 4.3 eerste lid onder a van dit Besluit wordt uitbetaald nadat het College heeft vastgesteld dat de persoon aan wie de tegemoetkoming is toegekend is verhuisd naar de voor hem meest geschikte beschikbare woning.

  • 2.

    De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3 eerste lid onder b van dit Besluit wordt uitbetaald nadat het College de aanvraag om de tegemoetkoming heeft toegekend

  • 3.

    De tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3 tweede lid onder b van dit Besluit wordt uitbetaald op basis van een door het College goedgekeurde offerte.

Artikel 4.5 Woningsanering

Bij de berekening van meerkosten voor woningsanering wordt rekening gehouden met een lineaire afschrijvingstermijn van:

  • a.

    7 jaar met betrekking tot de te vervangen vloerbedekking en/of gordijnen

  • b.

    20 jaar met betrekking tot het aanpassen van een keuken of badkamer.

De vergoeding wordt naar rato berekend. Buiten de afschrijvingstermijn wordt geen vergoeding toegekend.

Hoofdstuk 5 Jaarlijkse waardering mantelzorgers

Artikel 5.1

In samenspraak met het steunpunt Mantelzorg en de Adviesraad Sociaal Domein bepaalt het college jaarlijks wat de blijk van waardering is en op welke wijze deze wordt verstrekt.

Hoofdstuk 6 Slotbepalingen

Artikel 6.1 Inwerkingtreding

  • 1.

    Dit Besluit treedt in werking op 1 januari 2015.

  • 2.

    Het Besluit Individuele voorzieningen Maatschappelijke ondersteuning gemeente Lopik 2012 wordt ingetrokken.

Artikel 6.2 Citeertitel

Dit besluit kan aangehaald worden als Besluit Maatschappelijke Ondersteuning gemeente Lopik 2015.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik op 16 december 2014.

 

Het college van burgemeester en wethouders van Lopik;

de secretaris,

de burgemeester,

 

(H. Capel)

(mw. mr. R.G. Westerlaken-Loos)

Bijlage 1

Tarieven Maatwerkvoorziening Begeleiding Overgangsrecht

Maatwerkvoorziening

Tarief

Per

H300 BG-Begeleiding

€ 41,51

uur

H150 Begeleiding extra

€ 44,45

uur

H153 Gespecialiseerde begeleiding (PSY)

€ 72,23

uur

H152 Begeleiding speciaal (NAH)

€ 67,98

uur

H531 dagactiviteit basis (SOM, LG) gr. gr. 8+

€ 27,27

dagdeel

H533 Module cliënt kenmerk (PG, VG ouderen) gr.gr. 6+

€ 50,36

dagdeel

H801 module revalidatie (SOM) gr.gr. 6+

€ 45,94

dagdeel

H811 Dagactiviteit Licht (VG) gr.gr.6+

€ 29,03

dagdeel

F125 Dagactiviteit LZA (PSY) gr.gr.8+

€ 8,31

uur

H871 Dagactiviteit ZG visueel licht

€ 28,90

dagdeel

H800 Module cliënt kenmerk (SOM,LG) gr.gr. 5

€ 50,36

dagdeel

H812 Dagactiviteit midden (VG) gr.gr. 5 -6

€ 36,75

dagdeel

H833 dagactiviteit (LG) zwaar gr.gr. 1-4

€ 44,91

dagdeel

H832 dagactiviteit (LG) midden gr. gr. 5-6

€ 41,93

dagdeel

H533 Module cliënt kenmerk (PG, VG ouderen) gr.gr. 6+

€ 50,36

dagdeel

H813 Dagactiviteit zwaar (VG) gr.gr. 1-4

€ 56,54

dagdeel

Z996 Verblijfscomponent kortdurend verblijf V&V

€ 28,16

dag

Z992 Verblijfscomponent kortdurend verblijf GGZ ind. vast

€ 18,11

dag

Z993 Verblijfscomponent kortdurend verblijf

€ 21,33

dag

Z994 Verblijfscomponent kortdurend verblijf

€ 21,77

dag

H126 (SOM, PG,VG,LG.ZG,PSY)

€ 38,51

uur

H127 PV extra (SOM,PG,VG,LG,ZG en PSY)

€ 41,25

uur

H137 farmaceutische telezorg

€ 38,51

uur

 

 

 

H803 Vervoer dagbesteding/dagbehandeling V&V

€ 7,02

dag

H990 Vervoer dagbesteding GGZ

€ 6,84

dag

H894 Vervoer dagbesteding GHZ extramuraal

€ 8,28

dag

H895 Vervoer dagbesteding GHZ rolstoel extramuraal

€ 20,00

dag

H621 Vervoer dagbesteding rolstoel midden en zwaar toeslag

€ 18,93

dag

H625 Vervoer dagactiviteit ouderen toeslag

€ 15,99

dag

Bijlage 2

Tarieven Maatwerkvoorziening Begeleiding nieuwe instroom

Maatwerkvoorziening

Tarief

Per

 

 

 

Ondersteuning Zelfredzaamheid 1

€ 39,78

uur

Ondersteuning Zelfredzaamheid 2

€ 44,45

uur

Ondersteuning Zelfredzaamheid 3

€ 70,54

uur

 

 

 

Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 1

€ 28,86

dagdeel

Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 2

€ 43,33

dagdeel

Ondersteuning Maatschappelijke Deelname 3

€ 56,54

dagdeel

 

 

 

Kortdurend Verblijf

€ 25,97

dag

 

 

 

Vervoer dagbesteding/dagbehandeling V&V

€ 7,02

dag

Vervoer dagbesteding GGZ

€ 6,84

dag

Vervoer dagbesteding GHZ extramuraal

€ 8,28

dag

Vervoer dagbesteding GHZ rolstoel extramuraal

€ 20,00

dag

Bijlage 3

Tarieven persoonsgebonden budget Maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp

Maatwerkvoorziening

Tarief

Inhuur particulier

€ 15,00 per uur

HH 1 via organisatie

€ 15,00 per uur

HH 2 via organisatie

€ 20,00 per uur

 

 

Maximering eigen bijdrage Maatwerkvoorziening huishoudelijke hulp

Maatwerkvoorziening

Tarief

HH 1

Maximaal € 20,00 per uur

HH 2

Maximaal € 22,00 per uur