Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Maastricht

Verordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO).

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieMaastricht
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO).
CiteertitelVerordening Subsidie VVE-TPO
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerponderwijs
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 149 van de Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Tarieventabel VVE vanaf 1 januari 2017

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

08-12-201701-01-2017Tarieventabel VVE vanaf 1 januari 2017

28-11-2017

gmb-2017-217286

10-11-201701-01-201708-12-2017nieuwe regeling

31-10-2017

gmb-2017-196088

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO).

 

DE RAAD VAN DE GEMEENTE MAASTRICHT,

 

Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 10 oktober 2017; korr.nr.2017-33044; inzake Voor- en Vroegschoolse Educatie en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO),

 

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en art. 2 en 3 ASV Maastricht, Wet primair onderwijs afdeling 10 onderwijsachterstandenbeleid (artikel 165 t/m 168a),

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de bijzondere subsidieverordening Voor- en Vroegschoolse Educatie (VVE) en Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

 

Considerans

Deze Verordening heeft tot doel het bieden van financiële ondersteuning voor gecertificeerde voorschoolse voorzieningen kinderopvang en scholen primair onderwijs, zodat zij kinderen met (taal)achterstand naadloos tussen hun 2,5e en 13e jaar kunnen ondersteunen en begeleiden als hun eigen middelen daar niet toereikend voor zijn.

 

 

AFDELING 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Art. 1.1 begripsbepalingen

In dit hoofdstuk van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    ASV: Algemene subsidieverordening gemeente Maastricht.

  • b.

    College: het college van burgemeester en wethouders.

  • c.

    Aanvrager subsidie voorschoolse educatie: het bestuur van een VVE-gecertificeerde voorschoolse voorziening kinderopvang.

  • d.

    Aanvrager subsidie vroegschoolse educatie: het bestuur (bevoegd gezag) van een onderwijsstichting of –vereniging.

  • e.

    Aanvrager subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO): het bestuur (bevoegd gezag) van een onderwijsstichting of –vereniging.

  • f.

    VVE-Gecertificeerde voorschoolse voorziening: een voorziening voor kinderopvang die zowel aan de geldende wettelijke eisen, als aan de overige in Maastricht van toepassing zijnde VVE-keuringseisen voldoet, zoals die zijn vastgesteld bij de subsidieverordening kindgebonden subsidie voorschoolse educatie.

  • g.

    School: onderwijsvoorziening voor regulier of speciaal (basis)onderwijs conform de wet op het primair onderwijs.

  • h.

    Kindcentrum: een samenwerkingsverband tussen een school voor basisonderwijs en een of meerdere locaties voor kinderopvang.

  • i.

    Voorschoolse educatie: het geheel van activiteiten dat wordt ingezet om peuters met een risico op (taal)achterstand danwel peuters met een feitelijke achterstand een zodanig aanbod te bieden dat de (taal)achterstand wordt voorkomen danwel beperkt of opgeheven. De activiteiten kunnen gericht zijn op de peuter zelf, op de ouder van de peuters, op de kwaliteit en tijd van de pedagogisch medewerker en op de kwaliteit van het aanbod, de kwaliteitszorg en de zorg op de locatie, alsmede op de doorgaande lijn met de basisschool.

  • j.

    Vroegschoolse educatie: het geheel van activiteiten dat wordt ingezet om kleuters in de groepen 1 en 2 van het basisonderwijs met een risico op (taal)achterstand danwel kleuters met een feitelijke achterstand een zodanig aanbod te bieden dat de (taal)achterstand wordt voorkomen danwel beperkt of opgeheven. De activiteiten kunnen gericht zijn op de kleuter zelf, op de ouder van de kleuters, op de kwaliteit en tijd van de leerkracht/onderwijsassistent en op de kwaliteit van het aanbod, de kwaliteitszorg en de zorg op de locatie, alsmede op de doorgaande lijn met de voorschoolse voorziening kinderopvang.

  • k.

    Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO): het geheel van activiteiten binnen het basisonderwijs gericht op het beperken dan wel inhalen van de achterstand voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, die bedoeld worden in artikel 165 van de wet op het primair onderwijs artikel 165, alsmede de specifieke taalactiviteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, die korter dan 3 jaar in Nederland zijn.

  • l.

    Middelen onderwijsachterstandenbeleid (OAB): het bedrag waarvoor de school bekostigd wordt ten behoeve van onderwijsachterstandenbestrijding als bedoeld in artikel 28 van het Besluit bekostiging WPO.

  • m.

    Impulsmiddelen: het bedrag waarvoor de school bekostigd wordt ten behoeve van onderwijsachterstandenbestrijding in impulsgebieden. Met impulsgebied wordt een postcode¬gebied bedoeld waar zich een combinatie voordoet van hoge werkloosheid en lage inkomens. Zie ook artikel 28a van het Besluit bekostiging WPO.

  • n.

    Middelen voor leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn: rijksmiddelen die in het schooljaar van aanvraag worden ontvangen voor nieuwkomers (rijksmiddelen tbv. eerste keer bekostiging nieuwkomers en rijksmiddelen tbv. onderwijs aan asielzoekers en statushouders en overige vreemdelingen).

  • o.

    Eigen middelen voorschool: de opslag kindgebonden financiering die door de gemeente wordt verstrekt bovenop het wettelijk uurbedrag op basis van de subsidieverordening kindgebonden subsidie voorschoolse educatie.

  • p.

    Eigen middelen onderwijs: de middelen die worden beschreven in artikel 1.1 lid m, n en o.

  • q.

    Tekortfinanciering: er wordt gefinancierd op basis van het eerst inzetten van eigen middelen (onderwijs) dan wel de opslag kindgebonden subsidie (voorschool). Op voorwaarde dat deze eigen middelen zijn ingezet ten behoeve van hetzelfde doel als waarvoor subsidie wordt aangevraagd, zal subsidie worden verstrekt.

  • r.

    Gewichtenleerling: een leerling in het basisonderwijs met een ten behoeve van de rijksbekostiging toegekend leerlingengewicht conform de landelijke gewichtenregeling, zoals opgenomen in artikel 27 lid van het Besluit bekostiging WPO.

  • s.

    Stuurgroep Kindcentra: bestuurlijke stuurgroep bestaande uit de wethouder onderwijs, bestuurders onderwijs en bestuurders van VVE-Gecertificeerde voorschoolse voorzieningen, die sturing geeft aan de vorming van kindcentra binnen de gemeente Maastricht.

  • t.

    T-1 systematiek subsidie TPO: de peildatum 1 oktober van het vorig schooljaar is geldend voor de bepaling van het aantal gewichtenleerlingen dat wordt opgegeven bij de aanvraag voor de subsidie van het schooljaar waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

 

Art. 1.2 Doel en toepassingsbereik

Deze Verordening heeft tot doel het bieden van financiële ondersteuning voor gecertificeerde voor-schoolse voorzieningen kinderopvang en scholen primair onderwijs, zodat zij kinderen met (taal)-achter¬stand naadloos tussen hun 2,5e en 13e jaar kunnen ondersteunen en begeleiden als hun eigen middelen daar niet toereikend voor zijn.

  • 1.

    De locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie is bedoeld om activiteiten en extra ondersteuning te faciliteren die met de basisbekostiging kindgebonden subsidie niet bekostigd kan worden. Dat wil zeggen dat de opslag kindgebonden subsidie bovenop het maximum uurtarief vanuit het rijk eerst ingezet dient te worden voor activiteiten voorschoolse educatie voordat de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie wordt aangevraagd.

  • 2.

    De tijdelijke subsidie vroegschoolse educatie is bedoeld om de inzet van activiteiten in het kader van de doorgaande lijn binnen het kindcentrum tijdelijk extra te faciliteren.

  • 3.

    De subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) is bedoeld om taalactiviteiten en extra ondersteuning te faciliteren die met de rijksmiddelen niet of niet volledig kunnen worden bekos¬tigd. Het gaat specifiek om activiteiten voor leerlingen met een grote achterstand in de Nederlandse taal, waarbij er een discrepantie is tussen taal- en andere leerprestaties (ontwikke¬ling) als indicatie voor onbenut leerpotentieel.

 

Art. 1.3 bevoegdheden College

  • a.

    Het college beslist op aanvragen om subsidie, dit met inachtneming van het bepaalde in de wet, de Algemene subsidieverordening en deze verordening.

  • b.

    Het college kan de subsidie lager vaststellen dan wel intrekken indien niet is voldaan aan de uitvoerings- en kwaliteitseisen voor onderhavige subsidies zoals vermeld in de wet, de Algemene subsidieverordening en deze verordening.

  • c.

    Het college is bevoegd de bij deze verordening horende tarieventabel VVE aan te passen.

  • d.

    Het college is bevoegd om ten behoeve van Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) een subsidieplafond vast te stellen.

  • e.

    Het college is bevoegd om een controleprotocol vast te stellen.

 

AFDELING 2 VOORSCHOOLSE EDUCATIE

Art. 2.1 subsidieaanvrager locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

Voor de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie komen in aanmerking de VVE-gecertificeerde voorschoolse voorzieningen.

 

Art. 2.2 aanvraag en verlening locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

  • a.

    De aanvrager vraagt de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie aan voor 1 november in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Voor het jaar 2018 geldt hierop een uitzondering en is de uiterste aanvraagdatum 1 februari 2018.

  • b.

    De subsidie wordt aangevraagd op basis van het aantal peuters in de leeftijd 2,5 - 4 jaar op teldatum 1 oktober in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

  • c.

    In afwijking van het gestelde onder lid a en b kunnen locaties, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen voor voorschoolse educatie, eenmalig de subsidieaanvraag indienen op een ander moment. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het college de aanvraag heeft ontvangen.

  • d.

    De aanvrager vraagt de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie aan met een vastgesteld aanvraagformulier voor:

    • -

      Extra formatie voorschoolse educatie (o.a. ten behoeve van taakuren, extra handen in de groep, gesprekken met ouders)

    • -

      Inzet van een of meerdere derde(n) ten behoeve van het vergroten van de ouderbetrok-kenheid

    • -

      Scholing en toetsing medewerkers op het gebied van taalniveau 3F/Speelplezier/ VVE/Kwaliteitszorg/ Opbrengstgericht werken

    • -

      Coaching on the job

    • -

      Materialen VVE

 

Art. 2.3 aanvraag en vaststelling locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

  • a.

    De aanvrager subsidie voorschoolse educatie verantwoordt jaarlijks voor 1 april de in het voorafgaande kalenderjaar verkregen subsidie VVE via een rapportage en financiële verantwoording, die dient ter definitieve vaststelling van de subsidie.

  • b.

    De subsidie wordt vastgesteld op basis van tekortfinanciering. Eerst wordt de opslag kindgebonden subsidie aangewend. Daarna kan de locatiegebonden subsidie worden ingezet, waarbij een eventueel niet-besteed overschot dient te worden terugbetaald.

  • c.

    De opslag kindgebonden subsidie en de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie dienen aantoonbaar besteed te zijn aan VVE-specifieke onderdelen zoals:

    • -

      Extra formatie VVE (bijv. voor oudercontacten/ouderbetrokkenheid, extra overleggen zorg, dubbele bezetting op de VVE-groep, aandachtsfunctionaris, taakuren);

    • -

      Inzet van derden voor vergroten ouderbetrokkenheid (bijv. Trajekt) of taalstimulering in de doorgaande lijn;

    • -

      Scholing en toetsing medewerkers op het gebied van Taalbeheersing 3F en speelplezier/ VVE/kwaliteits¬zorg/opbrengstgericht werken;

    • -

      Coaching on the job;

    • -

      Materialen VVE (NB alleen noodzakelijke materialen. Bij onredelijke uitgaven worden deze bedragen teruggevorderd)Middelen die niet besteed zijn aan bovenstaande elementen, dienen te worden terugbetaald aan de gemeente.

  • d.

    Ten behoeve van het wel of niet indienen van een accountantsverklaring dienen alle subsidies die in het kader van VVE aan een organisatie worden verstrekt bij elkaar opgeteld te worden. Het gaat dan in ieder geval over de kindgebonden subsidie en de subsidie voorschoolse educatie. Indien bij vaststelling blijkt dat het totaal van de subsidies boven de € 50.000 komt is een accountantsverklaring verplicht.

  • e.

    Indien het college een controleprotocol heeft vastgesteld en dit is meegezonden met de verleningsbeschikking dient de aanvrager ervoor zorg te dragen dat dit controleprotocol wordt nageleefd.

 

Art. 2.4 subsidiehoogte locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

De subsidie is bedoeld om activiteiten en extra ondersteuning te faciliteren die met de basisbe-kostiging kindgebonden subsidie niet bekostigd kunnen worden. Er wordt gefinancierd op basis van tekortfinanciering. De maximumhoogte van de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie is in de bij deze verordening behorende bijlage tarieventabel VVE.

 

Art. 2.5 subsidieduur locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

De locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie wordt toegekend per kalenderjaar.

 

Art. 2.6 inwerkingtreding locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie

De bepalingen in het hoofdstuk voorschoolse educatie in deze subsidieverordening treden in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is met uitzondering van het principe van de tekortfinanciering met terugwerkende kracht van toepassing op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2017. Het principe van de tekortfinanciering op de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie zal per 1 januari 2018 in werking treden.

 

AFDELING 3 VROEGSCHOOLSE EDUCATIE

Art. 3.1 subsidieaanvrager vroegschoolse educatie

  • a.

    Voor subsidie vroegschoolse educatie komen in aanmerking schoolbesturen primair onderwijs

  • b.

    De aanvrager geeft aan voor welke scholen, die onder het schoolbestuur dan wel gezamenlijke schoolbesturen vallen, de subsidie wordt aangevraagd.

 

Art. 3.2 aanvraag en verlening subsidie vroegschoolse educatie

  • a.

    De aanvrager vraag de subsidie vroegschoolse educatie aan voor 1 november in het jaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd. Voor het jaar 2018 geldt hierop een uitzondering en is de uiterste aanvraagdatum 1 februari 2018.

  • b.

    In afwijking van het gestelde onder lid a kunnen locaties, die in het verleden nog geen subsidie hebben ontvangen voor vroegschoolse educatie eenmalig de subsidieaanvraag indienen op een ander moment. De subsidie wordt dan verstrekt naar rato van het aantal maanden in het kalenderjaar waarvoor wordt aangevraagd, vanaf de datum waarop het college de aanvraag heeft ontvangen.

  • c.

    De aanvrager vraagt verlening van de subsidie vroegschoolse educatie aan met een vastgesteld aanvraagformulier voor:

    • -

      de inzet van tijdelijke extra uren aandachtsfunctionaris bovenop de standaard formatie

    • -

      activiteitenbudget ten behoeve van het kindcentrum in het kader van VVE/doorgaande lijn.

 

Art. 3.3 aanvraag en vaststelling subsidie vroegschoolse educatie

De aanvrager voorschoolse educatie verzoekt om vaststelling van de subsidie voor 1 april in het jaar volgende op het jaar waarvoor subsidie is verleend.

Verantwoordingseisen:

  • Met betrekking tot de rechtmatige besteding van de middelen aandachtsfunctionaris geldt:

    Dat de middelen zijn ingezet voor extra uren aandachtsfunctionaris in de periode januari-december van het jaar van aanvragen. Dit zijn tijdelijke extra uren bovenop de standaardformatie. Dit wordt aangetoond door middel van een of meerdere van de volgende situaties:

    • -

      Een aandachtsfunctionaris krijgt het gehele jaar extra uren voor deze functie.

    • -

      Een aandachtsfunctionaris voert een deel van de periode de taak binnen de reguliere functie uit en krijgt op een later tijdstip de extra uren om zaken die zijn blijven liggen door het uitvoeren van de taak alsnog uit te voeren.

    • -

      De aandachtsfunctionaris voert de taak uit binnen de reguliere functie en een vervanger krijgt de tijdelijke extra uren om de taken die zijn blijven liggen uit te voeren.

  • Met betrekking tot het rechtmatige besteden van het activiteitenbudget (NB het budget is bedoeld voor het kindcentrum, dus voor zowel voor- als vroegschool) geldt:

    Een kort overzicht per kindcentrum met de opsomming van de kostenposten met de feitelijke kosten erachter, voorzien van een handtekening “voor akkoord” door zowel de basisschool als de VVE-gecertificeerde voorschoolse voorziening binnen het kindcentrum.

 

Art. 3.4 subsidiehoogte subsidie vroegschoolse educatie

De maximumhoogte van de locatiegebonden subsidie voorschoolse educatie is geregeld in de bij deze verordening behorende bijlage tarieventabel VVE.

 

Art. 3.5 subsidieduur subsidie vroegschoolse educatie

De subsidie vroegschoolse educatie wordt toegekend per kalenderjaar tot uiterlijk einde 2020.

 

Art. 3.6 inwerkingtreding

De bepalingen in het hoofdstuk vroegschoolse educatie in deze subsidieverordening treden in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en is met terugwerkende kracht van toepassing op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2017.

 

AFDELING 4 TAALACTIVITEITEN PRIMAIR ONDERWIJS (TPO)

Art. 4.1 subsidieaanvrager Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • a.

    Voor subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) komen in aanmerking schoolbesturen primair onderwijs.

  • b.

    De aanvrager geeft aan voor welke scholen, die onder het schoolbestuur danwel gezamenlijke schoolbesturen vallen, de subsidie wordt aangevraagd.

 

Art. 4.2 aanvraag en verlening subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • a.

    De aanvrager vraagt de subsidie aan met een vastgesteld aanvraagformulier.

  • b.

    De aanvrager toont aan dat voldaan wordt aan de subsidievoorwaarden, zoals gesteld in dit artikel onder lid d. Bij de financiële componenten wordt een raming gemaakt voor het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan. Bij afrekening wordt op basis van feitelijke rijksmiddelen die in het schooljaar zijn verkregen, afgerekend.

  • c.

    De aanvraag dient te zijn ingediend voor 1 juni voorafgaand aan het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan. Voor schooljaar 2017/2018 geldt hierop een uitzondering en is de uiterste aanvraagdatum 1 februari 2018.

  • d.

    Subsidievoorwaarden:

    Financieel

    • 1.

      De aanvrager toont aan dat alle OAB- en impulsmiddelen die de deelnemende school/scholen ontvangt/ontvangen in het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan, zijn besteed worden aan VVE en eventueel activiteiten zoals genoemd in artikel 165 WPO.

    • 2.

      De aanvrager toont aan dat alle specifieke middelen die de deelnemende school/scholen ontvangt/ontvangen in het schooljaar waarvoor de aanvraag wordt gedaan, ten behoeve leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn, van de deelnemende school/schoolbesturen, zijn besteed aan deze specifieke doelgroep, danwel aan VVE en eventueel activiteiten zoals genoemd in artikel 165 WPO.

    • 3.

      De aanvrager maakt inzichtelijk welke extra inspanningen nodig zijn en welke kosten daaraan verbonden zijn, welke kosten zij zelf voor haar rekening neemt en hoe zij de extra middelen wil inzetten.

Inhoudelijk

  • 1.

    Uit de doelomschrijving blijkt dat deze activiteiten gericht zijn op het verhelpen van taalachterstanden bij vooraf geselecteerde leerlingen, gedurende een afgebakende periode.

  • 2.

    Uit de beschrijving van de activiteiten blijkt welke vorm/uitvoering van taalactiviteiten wordt gekozen.

  • 3.

    Uit de definitie van de doelgroep blijkt dat er bij de geselecteerde doelgroepkinderen sprake is van een discrepantie tussen taal- en andere leerprestaties (ontwikkeling) als indicatie voor onbenut leerpotentieel. De wijze waarop deze discrepantie wordt vastgesteld, wordt overgelaten aan de school danwel het schoolbestuur, op voorwaarde dat deze controleerbaar is door zowel onderwijsin-spectie als een accountant.

  • 4.

    De resultaatbeschrijving is op leerlingenniveau (doelformulering).

  • 5.

    De wijze waarop resultaten worden gemeten, wordt beschreven.

  • 6.

    Er wordt ingezet op deskundigheidsbevordering van docenten.

  • 7.

    De schakelklas/taalactiviteiten maakt deel uit van een groter geheel aan interventies om achterstanden te verkleinen van een school. In de subsidieaanvraag en -verantwoording wordt beschreven hoe de activiteiten zijn ingebed in een groter geheel/integrale aanpak.

  • 8.

    De aanvrager besteedt aandacht aan het vergroten van de ouderbetrokkenheid, ouders worden gestimuleerd om thuis activiteiten te ondernemen met hun kind die gericht zijn op ontwikkeling.

  • 9.

    De aanvrager voert ieder schooljaar een zelfevaluatie uit, waarin aandacht is voor de mate waarin de doelen zijn bereikt en de effectiviteit van de schakelklas.

 

Art. 4.3 aanvraag en vaststelling subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • a.

    Een verzoek tot vaststelling van de subsidie over een schooljaar wordt uiterlijk 1 april na afloop van het schooljaar ingediend.

  • b.

    In alle gevallen, ook bij een subsidie onder de € 50.000, is een accountantsverklaring verplicht.

  • c.

    Er wordt afgerekend op basis van feitelijk verkregen rijksmiddelen in het schooljaar waarvoor de subsidie is verstrekt. De subsidie wordt vastgesteld op basis van tekortfinanciering, rekening houdend met artikel 4.2. Eerst worden alle rijksmiddelen aangewend (OAB, impuls en middelen voor leerlingen die korter dan 3 jaar in Nederland zijn) die het schoolbestuur in het schooljaar van aanvraag heeft ontvangen. Daarna wordt de subsidie vanuit de gemeente ingezet, waarbij een eventueel niet besteed overschot dient te worden terugbetaald. De verdeling van de subsidie op basis van het aantal gewichtenleerlingen in het jaar ervoor wordt hierbij gehandhaafd (t-1). Het gemeentelijk budget wordt niet herverdeeld. Ook eventueel teruggevorderde overschotten worden niet herverdeeld.

  • d.

    In de accountantsverklaring wordt opgenomen dat minimaal de volgende zaken zijn gecontroleerd:

    • 1.

      Het aantal gewichtenleerlingen in het schooljaar voorafgaand aan het schooljaar waarvoor subsidie wordt aangevraagd.

    • 2.

      Alle subsidievoorwaarden zoals gesteld in artikel 4.2 lid d

    • 3.

      De berekening zoals gesteld in art. 4.3 lid c. Deze wordt opgenomen in de accountantsverklaring, danwel op een separate bijlage voorzien van een stempel en een paraaf van de accountant.

       

Art. 4.4 subsidiehoogte subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

  • a.

    Het college kan een subsidieplafond vaststellen.

  • b.

    Er wordt maximaal subsidie verstrekt ter hoogte van de gevraagde subsidie.

 

Art. 4.5 subsidieduur subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO)

De subsidie Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) wordt toegekend per schooljaar.

 

Art. 4.6 inwerkingtreding

De bepalingen in het hoofdstuk Taalactiviteiten Primair Onderwijs (TPO) in deze subsidieverordening treden in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking en met terugwerkende kracht van toepassing op de uitvoering van activiteiten vanaf 1 januari 2017.

 

AFDELING 5 OVERIGE BEPALINGEN

Art. 5.1 Incidentele subsidie werkgroep en/of stadsbrede activiteiten in het kader van VVE

Indien de stuurgroep kindcentra een bestuurlijke opdracht geeft tot:

  • het instellen van een tijdelijke werkgroep in het kader van VVE/doorgaande lijn

  • het uitvoeren van extra gezamenlijke stadsbrede activiteiten in het kader van VVE/doorgaande lijn

dan kan hiervoor een incidentele subsidie verstrekt worden door het college voor de maximale duur van 12 maanden met een maximum van het tarief zoals genoemd in de bij deze verordening behorende tarieventabel VVE.

 

Art. 5.2 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening Subsidie VVE-TPO”.

 

 

Aldus besloten door de raad van de gemeente Maastricht in zijn openbare vergadering van 31 oktober 2017.

 

De Griffier.

J.L.L. Goossens,

 

De Voorzitter,

J.M. Penn-te Strake

 

BIJLAGE TARIEVENTABEL VVE VANAF 1 JANUARI 2017

 

Per kalender jaar kunnen de volgende middelen aangevraagd worden:

  • A.

    Per kindcentrum[1] (deze middelen kunnen aangevraagd worden tot uiterlijk 31-12-2020, daarna zijn de functies ingebed in de organisaties):

    [1]Onderwijslocaties die nog geen voorschoolse partner hebben, maar wel behoefte hebben aan expertise-ontwikkeling in het kader van de vorming van kindcentra, kunnen deze middelen ook kunnen inzetten tbv deze expertise-ontwikkeling op voorwaarde dat meegedaan wordt dmv de aanwezigheid van een aandachtsfunctionaris bij de stadsbrede bijeenkomsten. Op deze wijze kunnen zij meedoen in de stadsbrede ontwikkeling waarin de doorgaande lijn voor- en vroegschool wordt vormgegeven en de stadsbrede expertise die er wordt gedeeld.

     

 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per kindcentrum

Aandachtsfunctionaris

voorschools 1 uur

per week

52

€ 45

€ 2.340

Aandachtsfunctionaris

vroegschools 2 uur

per week

104

€ 45

€ 4.680

Activiteitenbudget

 

 

€ 500

 

  • B.1

    Per voorschoolse locatie VVE met minder dan 10 peuters in de leeftijd 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

     

 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Aandachtsfunctionaris

voorschools 1 uur per

week

52

€ 45

€ 2.340

Coaching on the job (10

uur coaching on the job,

5 uur voor/nawerk)

15

€ 45

€ 675

Logopedie

7

€ 67,14

€ 470

Scholingsbudget

 

 

€ 750

Totaal basisbudget

VVE

 

 

€ 4.235

  • B.2

    Per voorschoolse locatie VVE met met 10 -45 peuters in de leeftijd 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

     

 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Aandachtsfunctionaris

voorschools 1 uur per

week

52

€ 45

€ 2.340

Coaching on the job (40

uur coaching on the job,

20 uur voor/nawerk

60

€ 45

€ 2.700

Logopedie

7

€ 67,14

€ 470

Scholingsbudget

 

 

€ 1.500

Totaal basisbudget

VVE

 

 

€ 7.010

 

  • B.3

    Per voorschoolse locatie VVE met meer dan 45 peuters in de leeftijd 2,5-4 op teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen:

     

 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per locatie

Aandachtsfunctionaris

voorschools 2 uur per

week

104

€ 45

€ 4.680

Coaching on the job (80

uur coaching on the job,

40 uur voor/nawerk

120

€ 45

€ 5.400

Logopedie

14

€ 67,14

€ 940

Scholingsbudget

 

 

€ 3000

Totaal basisbudget

VVE

 

 

€ 14.020

  • B.4

    Extra middelen tbv extra middelen basisbudget VVE tbv extra formatie en oudercontacten op voorschoolse

    VVE-locaties met hogere % geindiceerde kinderen (gebaseerd op teldatum 1 oktober in het jaar voorafgaand

    aan het jaar van aanvragen):

Berekening extra middelen tbv extra formatie en

oudercontacten op locaties met hogere %

geindiceerde kinderen

bedrag per locatie

12000 extra per 10 geïndiceerde kinderen voor VVE-

locaties met meer dan 40% doelgroepkinderen

€ 12.000

6000 extra per 10 geïndiceerde kinderen voor VVE-locaties

met 20-40% doelgroepkinderen

€ 6000

 

 

Toekenning VVE-basisbudget voorschoolse locaties op basis van feitelijke

aantallen op 1 oktober het jaar voorafgaand aan het jaar van aanvragen

 

Bij knelpunten is aanpassing mogelijk in een van de volgende situaties, indien deze langer

dan 1 maand en te voorzien de komende 2 maanden minimaal bestaat:

 

A. aanpassing op grond van aantal geïndiceerde kinderen:

bij meer dan 10 doelgroepkinderen extra dan aantal op 1 oktober voorafgaand aan het jaar

van aanvragen

B. aanpassing op basis van het aantal kinderen:

bij meer dan 16 kinderen tov teldatum 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen

én een totaal aantal van boven de 45 kinderen

 

C. aanpassing op basis van het % geïndiceerde kinderen:

  • bij een verschil van meer dan 40% indien alleen obv % wordt aangevraagd

  • bij een verschil van 20% of meer in combinatie met meer dan 10 geïndiceerde kinderen extra

    tov 1 oktober voorafgaand aan het jaar van aanvragen

 

  • C.

    Aanvullende eenmalige subsidie startende voorschoolse VVE-locatie:

    Voorwaarde is dat de normale kosten voor het starten van een kinderdagverblijf door de houder zelf gedragen worden.

    De startsubsidie is bedoeld voor de extra kosten die het opstarten van VVE op een locatie met zich meebrengt

    (scholing, aanschaf van VVE-methode en VVE-materialen). De locatie heeft in het verleden nog nooit ingeschreven

    gestaan als VVE-locatie en is ook geen opvolger van een VVE-locatie die is uitgeschreven uit het landelijk register kinderopvang.

     

Eenmalige startsubsidie nieuwe VVE-locatie

(scholing en materialen)

Maximaal € 11.000 per locatie

  • D.

    Jeugdgezondheidszorg 0-4 tbv frequentere contactmomenten jeugdverpleegkundigen met de voorschoolse locaties gericht

    op de doorgaande lijn ten behoeve van de VVE-geïndiceerde ondersteuningsbehoeften:

     

 

Aantal uren

Uurprijs

Totaal per voorschoolse locatie VVE

 

Inzet jeugdverpleegkundige JGZ

gemiddeld 1 uur per

week per voorschoolse

locatie

 

52

 

€ 45

 

€ 2.340

  • E.

    Overige

    Per kalenderjaar zijn de volgende middelen beschikbaar voor inspectie, monitoring en ontwikkeling:

     

 

GGD-inspecties keuringseisen (inclusief scholingskosten en

jaarlijks 1 of 2 gesprekken met gemeente)

 

 

kostprijs

Toeleiding, monitoring en indicatiestelling JGZ

Maximaal € 15.000

 

Monitoring van resultaten

 

Maximaal € 40.000

 

 

Extra stedelijke ontwikkel- en implementatieopdrachten VVE vanuit

de stuurgroep kindcentra (additioneel aan de stuurgroep en

stedelijke coördinatiegroep). (bijvoorbeeld extra stadsbrede

bijeenkomsten, tijdelijke werkgroep).

 

NB. deelname aan de stuurgroep en de stedelijke coördinatiegroep

zelf geschiedt op eigen kosten van elke organisatie.

 

Maximaal € 50.000