Beleidsnota gedenktekens gemeente Nuenen c.a.

Geldend van 13-04-2004 t/m heden

Intitulé

Beleidsnota gedenktekens gemeente Nuenen c.a.

Gedenktekens langs gemeentelijke wegen in de gemeente Nuenen c.a.

1 Inleiding

Wegbeheerders in Nederland worden meer en meer geconfronteerd met verzoeken van burgers om een gedenkteken langs een weg te plaatsen, zo ook de gemeente Nuenen c.a..

Het gaat hierbij om nabestaanden van slachtoffers die een gedenkteken willen plaatsen op de plek in de berm waar het dodelijk ongeval heeft plaatsgevonden. Uit ervaringen in de afgelopen jaren is gebleken dat het plaatsen van een gedenkteken van grote emotionele betekenis kan zijn voor de nabestaanden en een bijdrage kan leveren in de verwerking van het verlies van dierbaren.

De gemeente Nuenen c.a. wil het plaatsen van gedenktekens langs de weg, onder bepaalde voorwaarde, toestaan. De gemeente houdt hierbij rekening met de veiligheid van de weggebruiker, diegene die het gedenkteken plaatst en de bezoekers ervan. Om te voorkomen dat de aandacht van weggebruikers te veel wordt afgeleid, door allerlei uiteenlopende vormen van gedenktekens in de berm van de gemeentelijke weg, gaat de voorkeur uit naar een gedenktegel.

Indien een gedenktegel voor de nabestaanden absoluut onacceptabel is en de verkeerssituatie ter plaatse geen belemmering vormt kan worden toegestaan dat een ander gedenkteken wordt geplaatst.

2 Wanneer kan een gedenkteken worden geplaatst

Als algemeen uitgangspunt in artikel 1, lid b Wegenverkeerswet 1994 kan worden afgeleid dat de berm uitsluitend een verkeersbelang heeft te dienen. Gedenktekens dienen in dat opzicht geen verkeersbelang en dienen daarom slechts met de nodige zorgvuldigheid en terughoudendheid te worden toegestaan. Zowel gedenktekens als de bezoekers ervan kunnen de aandacht van de automobilisten afleiden. Daarnaast kunnen bezoekers door emoties minder aandacht hebben voor het verkeer, waardoor gevaarlijke verkeerssituaties kunnen ontstaan. Vandaar dat bij de beoordeling van een verzoek tot plaatsing van een gedenkteken de verkeersveiligheid een doorslaggevende rol speelt. Door een aantal voorwaarden te verbinden aan het geven van toestemming voor een gedenkteken, wordt getracht de verkeersveiligheid te waarborgen. Om te voorkomen dat de aandacht van de weggebruikers teveel wordt afgeleid door allerlei uiteenlopende gedenktekens in de berm van de gemeentelijke weg gaat de voorkeur van de gemeente uit naar een eenvoudig object zoals bijvoorbeeld een gedenktegel.

Bij de beoordeling of een locatie voor een gedenkteken verkeersveilig is dient te worden gekeken naar de functie en inrichting van de weg, de oorzaak van het ongeluk en de geschiedenis van de weg (ongevallenbeeld). Een feitenonderzoek zal meer duidelijkheid hierover kunnen verschaffen (zoals verkeersintensiteiten en verkeersongevallengegevens).

Ook kan een verkeersveiligheidsadviseur de situatie nader beoordelen.

Dit tezamen levert een actieve houding op van de gemeente in het streven naar een zo hoog mogelijke verkeersveiligheid.

Wanneer blijkt dat een beoogde locatie niet verkeersveilig is, dan zal in goed overleg met de nabestaanden een alternatieve locatie moeten worden bezocht. Bezoekers van het gedenkteken moeten de auto zoveel mogelijk parkeren bij bestaande parkeergelegenheden in de buurt. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de verkeerskundige situatie ter plaatse. Parkeren in de berm kan niet worden verboden, maar dient zoveel mogelijk te worden voorkomen.

3 Type gedenkteken

Gedenktegel

Een gedenktegel is een verkeersveilige manier om als gedenkteken in de berm van de weg te plaatsen. De gedenktegel valt niet zodanig op voor weggebruikers dat het een belemmering voor het gezichtsveld vormt. De gedenktegel is van een duurzaam materiaal gemaakt zodat de aanvrager deze later man meenemen als de gedenktegel verwijderd wordt.

Indien sprake is van een ander gedenkteken kan worden toegestaan dat een ander gedenkteken wordt geplaatst. Is dat van een duurzaam materiaal gemaakt, dan kan de aanvrager deze later meenemen als het gedenkteken wordt verwijderd.

Vanuit verkeersveiligheidsoverwegingen is het van belang dat de gedenktegel of het gedenkteken wel gezien mag worden, maar niet dusdanig mag opvallen dat de aandacht van verkeersdeelnemers wordt afgeleid.

Een gedenktegel/ ander gedenkteken verankerd aan de ondergrond vormt daarmee een goede oplossing. De gedenktegel/ander gedenkteken dient aan de volgende vereisten te voldoen:

  • ·

    De gedenktegel of andere gedenkteken mag alleen worden toegestaan in de buitenberm. Plaatsing van een gedenktegel/ander gedenkteken in de midden- of tussenberm is uit het oogpunt van de verkeersveiligheid en bereikbaarheid niet wenselijk;

  • ·

    Een maximale hoogte van een gedenktegel bedraagt 0,10 meter boven het maaiveld; afhankelijk van aard en locatie van een ander gedenkteken, kan de maximale hoogte daarvan worden afgestemd, doch niet hoger zijn dan 2 meter;

  • ·

    De gedenktegel of ander gedenktegel dient verankerd te worden om vandalisme te voorkomen;

  • ·

    Maximaal oppervlakte gedenktegel 0,50 x 0,50 meter; een voorkeur gaat uit naar een tegel van 0,30 x 0,30 meter, ruimte rondom de gedenktegel: maximaal 1x 1 meter, voor een ander gedenkteken geldt een maximale oppervlakte van 1 x 1 meter;

  • ·

    De afstand tussen het gedenktegel/ ander gedenkteken en de weg dient, indien praktisch mogelijk, in overeenstemming te zijn met de obstakelvrije zone volgens de RONA richtlijn. Aangezien deze afstand in de praktijk vaak haalbaar zal zijn is een afstand van minimaal 2 meter vanaf de weg een vereiste.

    Naast het feit dat bezoekers van de gedenktegel/ ander gedenkteken hierdoor veiliger een bezoek daaraan kunnen brengen, geldt dat wanneer de gedenktegel/ ander gedenkteken niet vlak naar de weg ligt, de aandacht van de weggebruikers in de meeste gevallen op de weg gericht zal blijven;

  • ·

    De gedenktegel/ ander gedenkteken moet een op zich zelf staand object zijn. Dat wil zeggen dat het niet verbonden of gemonteerd mag worden aan objecten die in eigendom of beheer zijn van de gemeente Nuenen c.a. zoals bijvoorbeeld verkeersborden etc. Met name in het geval van verkeersborden, wordt afbreuk gedaan aan de functie die het verkeersbord in eerste instantie heeft;

  • ·

    De locatie dient zo verkeersveilig mogelijk te zijn. Te denken valt bijvoorbeeld aan het veilig kunnen parkeren van auto’s van de bezoekers;

  • ·

    De kleur van de gedenktegel/ ander gedenkteken mag geen hinder of gevaar voor het verkeer opleveren;

  • ·

    De gedenktegel/ ander gedenkteken moet adequaat worden verankerd in de grond door gebruikmaking van betonvoet met schroefhuls of een andere gelijkwaardige oplossing.

4 Het hebben en behouden van een gedenkteken

4.1 Plaatsing

Alvorens het gedenkteken geplaatst mag worden dient de gemeente hiervoor schriftelijk toestemming (inclusief nadere informatie over de rechten en plichten van de nabestaanden) te hebben gegeven aan de nabestaanden c.q. direct betrokkenen. Deze toestemming wordt gegeven voor een periode van drie jaar met de mogelijkheid deze periode met drie jaar te verlengen. Het plaatsen moet in het bijzijn van de afdeling Werken en Beheer worden uitgevoerd.

Het bepaalde in CROW publicatie 96A of 96B zal in acht moeten worden genomen.

Indien men een bijeenkomst (b.v. bij het plaatsen of verwijderen) wil houden dan dient dit te geschieden in overleg met het college van burgemeester en wethouders en de politie Afdeling Geldrop-Mierlo-Nuenen. De kosten voor het aanschaffen en het plaatsen van het gedenkteken komen geheel voor rekening van de nabestaanden.

Bouwvergunningvrij

Het karakter van een gedenktegel/gedenkteken en de beperkte omvang daarvan leidt tot de constatering dat –handelend naar de geest van de Woningwet- de betreffende gedenktekens vallen onder het begrip ‘straatmeubilair’, als bedoeld in artikel 3, 3e lid onder a van Koninklijk Besluit nummer 410 van 13 juli 2002, houdende voorschriften omtrent het bouwen, waarvoor het vereiste van een bouwvergunning niet geldt;

Schriftelijke toestemming

Nabestaanden dienen voor het plaatsen van een gedenkteken over een schriftelijke toestemming van het college van burgemeester en wethouders te beschikken. Deze toestemming zal gezamenlijk met de gemaakte afspraken met de nabestaanden in een brief van het college van burgemeester en wethouders aan de nabestaanden worden verstrekt.

4.2 Onderhoud van een gedenkteken

De nabestaanden dienen, op eigen kosten, het gedeelte waarin het gedenkteken ligt in ordentelijke staat te houden. Bloemen mogen in geringe mate, binnen de daarvoor beschikbaar gestelde ruimte van maximaal 1 x 1 meter, bij het gedenkteken worden neergelegd. Deze bloemen dienen echter zo te worden neergelegd dat de aandacht van de automobilist hierdoor niet teveel wordt afgeleid. Hierbij mag het gedenkteken niet het karakter krijgen van een grafmonument.

Daarbuiten is het een verantwoordelijkheid van de wegbeheerder. In geval van dagelijks onderhoud of gewenste dan wel noodzakelijke wijziging van de weg c.q. wegconstructie, dienen de nabestaanden daaraan hun medewerking te verlenen. Indien blijkt dat er naar het oordeel van het college van burgemeester en wethouders geen of onvoldoende onderhoud wordt gepleegd en/of het gedenkteken kennelijk niet meer wordt bezocht, kan het college van burgemeester en wethouders in overleg met de nabestaanden het gedenkteken laten verwijderen.

4.3 Verwijdering van een gedenkteken

Na drie jaar wordt de nabestaanden gevraagd of een verlenging van de toestemming wenselijk is of dat het gedenkteken verwijderd kan worden. Dit gesprek kan zonodig met behulp van Bureau Slachtofferhulp plaatsvinden. Indien de nabestaanden geen verlenging wensen dan wordt het gedenkteken, op kosten van de nabestaanden, verwijderd. Dit geldt eveneens in de situatie waarin de gemeente, om nader te bepalen redenen, de toestemming niet met drie jaar wenst te verlengen.

4.4 Aansprakelijkheid

Het is in principe voor een ieder mogelijk de gemeentelijke weg te betreden. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid dat het gedenkteken beschadigd of vernield wordt. De gemeente zal geen aansprakelijkheid aanvaarden voor de door haar gegeven toestemming en het daarmee gepaard gaande gebruik maken van het gemeentelijk eigendom. Daarom is het belangrijk om de nabestaanden er op te wijzen dat de gemeente Nuenen c.a. niet aansprakelijk kan worden gesteld voor dergelijke beschadigingen of vernielingen. Dit dient ook als zodanig in de schriftelijke toestemming te worden opgenomen. Eventuele schadelijke gevolgen komen derhalve geheel voor risico van de nabestaanden.

5 Overgangsbeleid

Het college van Burgemeester en wethouders heeft tot nu toe voor het plaatsen van een gedenkteken éénmaal medewerking verleend waarbij geanticipeerd is op de bepalingen in deze beleidsnota.

Omdat uit onderzoek is gebleken dat tot op heden verder nooit gedenktegels/andere gedenktekens als bedoeld zijn opgericht, is de vaststelling van overgangsbeleid overbodig.

6 Kosten

Normaal gesproken worden leges geheven voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor toestemming. Gezien de gevoeligheid van het onderwerp ligt dit hier niet voor de hand. Leges voor een eventueel noodzakelijke bouwvergunning worden volgens legesverordening wel in rekening gebracht.

Kosten als gevolg van aanschaf, het plaatsen, instandhouden en het verwijderen van een gedenkteken komen voor rekening en verantwoordelijkheid van de nabestaanden.

7 Evaluatie

Op dit moment is het moeilijk in te schatten hoeveel verzoeken de gemeente zal ontvangen om een gedenkteken te plaatsen. Drie jaar na vaststelling van het beleid zal worden nagegaan hoe het beleid in de praktijk is uitgevoerd.