Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan houdende regels omtrent subsidie voorschoolse educatie (Subsidieregeling voor Voorschoolse educatie Oostzaan 2020)

Geldend van 22-04-2020 t/m heden

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Oostzaan houdende regels omtrent subsidie voorschoolse educatie (Subsidieregeling voor Voorschoolse educatie Oostzaan 2020)

Het college van burgemeester en wethouders, in de vergadering van 24-3-2020;

gelet op de Algemene wet bestuursrecht (Awb);

gelet op de Algemene subsidieverordening gemeente Oostzaan 2014;

gelet op de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen, het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie, de Wet op het primair onderwijs en het “Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs”;

B E S L U I T:

vast te stellen de Subsidieregeling voor Voorschoolse educatie Oostzaan 2020.

Doelstelling

Oostzaanse kinderen van circa twee tot vier jaar kunnen in een veilige en uitdagende sfeer en omgeving met leeftijdgenoten spelen, bewegen, zich uiten, praten, zingen, knutselen, ontdekken, enzovoort. Deze georganiseerde ontwikkeling van taal-, reken-, motorische, kunstzinnige en sociaal-emotionele vaardigheden draagt bij aan een ononderbroken ontwikkeling van de kinderen en aan een soepele overgang naar het basisonderwijs of een andere voorziening voor het kind.

Artikel 1 Begripsbepalingen

  • -

    Aanvrager: een rechtspersoon die een Aanvraag indient op grond van deze subsidieregeling;

  • -

    College: het College van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Oostzaan;

  • -

    Kinderopvangtoeslag: een tegemoetkoming van het Rijk als bedoeld in artikel 1.1, lid 1, van de Wet kinderopvang en de andere daaraan verbonden wettelijke bepalingen;

  • -

    Onderzoekskader: het “Onderzoekskader voor het toezicht op de voorschoolse educatie en het primair onderwijs” van de Inspectie voor het Onderwijs;

  • -

    Voorschoolse educatie: peuteropvang als bedoeld in de Wet kinderopvang voor kinderen in de leeftijd van in beginsel twee tot vier jaar, waarbij gebruik wordt gemaakt van een VVE-programma. Daarbij wordt voldaan aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie en de “eigen aspecten van kwaliteit” uit het Waarderingskader;

  • -

    VVE: voor- en vroegschoolse educatie;

  • -

    VVE-programma: een erkend integraal programma dat in het kader van VVE-beleid wordt uitgevoerd en is opgenomen in de databank Effectieve Jeugdinterventies van het Nederlands Jeugdinstituut;

  • -

    Waarderingskader: bijlage 5 van het Onderzoekskader, namelijk het “waarderingskader voorschoolse educatie”, inclusief de “eigen aspecten van kwaliteit”;

Artikel 2 Subsidiabele activiteiten

De subsidie is bedoeld voor het organiseren van Voorschoolse educatie voor kinderen in de leeftijd van 2 tot 4 jaar uit Oostzaan, waarbij onderscheid wordt gemaakt tussen

  • A.

    2-4 jarigen zonder VVE-indicatie (regulier) en waarvoor wel aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag.

  • B.

    2-4 jarigen zonder VVE-indicatie (regulier) en waarvoor geen aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag.

  • C.

    2,5-4 jarigen met een VVE-indicatie (doelgroep) en waarvoor wel aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag.

  • D.

    2,5-4 jarigen met een VVE-indicatie (doelgroep) en waarvoor geen aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag.

  • E.

    2-2,5 jarigen met een VVE-indicatie (doelgroep) en waarvoor wel aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag.

  • F.

    2-2,5 jarigen met een VVE-indicatie (doelgroep) en waarvoor geen aanspraak bestaat op kinderopvangtoeslag.

Artikel 3 VVE-indicatie

Een VVE-indicatie wordt verleend voor

  • 1.

    kinderen waar naar de beoordeling van de jeugdgezondheidszorg thuis niet of nauwelijks Nederlands wordt gesproken (taalrisicokinderen);

  • 2.

    kinderen die qua ontwikkeling in de knel dreigen te raken door de gezinssituatie, waaronder de geestelijke of lichamelijke toestand van een of beide ouders. (opgroeirisicokinderen).

  • 3.

    Kinderen bij wie de jeugdgezondheidszorg constateert dat er daadwerkelijk sprake is van achterstand in spraak- en taalontwikkeling, anders dan een taalspraakstoornis waarvoor logopedie of hulp via een audiologisch centrum is aangewezen.

Artikel 4 Aanbod Voorschoolse educatie

Het gesubsidieerde aanbod is als volgt:

  • 1.

    Voor kinderen als bedoeld onder artikel 2 A en B is 8 uur per week Voorschoolse educatie beschikbaar voor 40 weken in het jaar.

  • 2.

    Voor kinderen als bedoeld onder artikel 2 C en D is 16 uur per week Voorschoolse educatie beschikbaar voor 40 weken in het jaar.

  • 3.

    Voor kinderen als bedoeld onder artikel 2 E en F is 8 uur per week Voorschoolse educatie beschikbaar voor 20 weken in het jaar.

Artikel 5 Subsidiebedragen

  • 1. Het College stelt jaarlijks de gemeentelijke maximale vergoeding per uur voor Voorschoolse educatie, en de ouderbijdrage voor categorie A vast. Deze bedragen worden op de website van de gemeente Oostzaan gepubliceerd, onder de titel Bedragen specifieke subsidieregels Voorschoolse educatie, inclusief het betreffende jaar.

  • 2. Het College stelt de volgende subsidie beschikbaar per categorie zoals genoemd in Artikel 2.1:

    • A.

      Het verschil tussen de ouderbijdrage voor categorie A en de gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

    • B.

      Het verschil tussen de ouderbijdrage op basis van de VNG-tabel en de gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

    • C.

      Voor de eerste 8 uur Voorschoolse educatie (basisdeel): Het verschil tussen de maximaal te vergoeden uurprijs kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst en de gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

      Voor de tweede 8 uur Voorschoolse educatie (VVE-deel): De gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

    • D.

      Voor de eerste 8 uur Voorschoolse educatie (basisdeel): Het verschil tussen de ouderbijdrage op basis van de VNG-tabel en de gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

      Voor de tweede 8 uur Voorschoolse educatie (VVE-deel): De gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

    • E.

      Het verschil tussen de maximaal te vergoeden uurprijs kinderopvangtoeslag door de Belastingdienst en de gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

    • F.

      Het verschil tussen de ouderbijdrage op basis van de VNG-tabel en de gemeentelijke maximale vergoeding per uur.

Artikel 6 Criteria

  • 1. Het aanbod Voorschoolse educatie van Aanvrager vindt plaats op een of meer vestigingen in Oostzaan.

  • 2. Een vestiging van Aanvrager is verbonden aan een of meer basisscholen, wat blijkt uit het feit dat de vestiging in of nabij een basisschool is waarmee afspraken zijn over de pedagogische visie, afstemming van het educatieve aanbod en de doorgaande lijn.

  • 3. Aanvrager heeft een samenwerkingsrelatie met de jeugdgezondheidszorg over de ontwikkeling van individuele peuters.

  • 4. Aanvrager is gericht op het zo veel mogelijk voldoen aan de “eigen aspecten van kwaliteit” uit het Waarderingskader en kan dit ook aantonen;

  • 5. De pedagogisch medewerkers op de groepen van Voorschoolse educatie zijn geschoold in het bieden van VVE.

  • 6. Aanvrager maakt gebruik van een Kindvolgsysteem;

  • 7. Aanvrager maakt gebruik van een erkend VVE-Programma;

  • 8. Aanvrager voldoet aan de Wet kinderopvang;

  • 9. Aanvrager voldoet aan de basisvoorwaarden voor kwaliteit uit het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie waarbij de eis van 16 uur alleen voor de doelgroepkinderen van toepassing is.

    als het niet mogelijk is op een vestiging de vereiste 16 uur aan te bieden, kan het aanbod worden verspreid over maximaal twee vestigingen.

  • 10. Aanvrager houdt een administratie bij waaruit blijkt tot welke categorie zoals beschreven in artikel 2 van deze regeling een kind behoort.

  • 11. Het college kan een minimum stellen aan de groepsgrootte van een vestiging;

  • 12. Aanvrager neemt in de schriftelijke overeenkomst met de ouder over de peuteropvang op dat de ouders zich verplichten hun kind te laten deelnemen aan het maximumaanbod van VVE als zij gebruik maken van een gesubsidieerd aanbod en voor hun kind een VVE-indicatie is afgegeven.

Artikel 7 Subsidieverlening

  • 1. Aanvrager dient de aanvraag uiterlijk 1 oktober in voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 2. De aanvraag bevat in ieder geval de volgende stukken:

    • a.

      Een korte beschrijving van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de voorwaarden in deze specifieke subsidieregels;

    • b.

      Een bijbehorende begroting van baten en lasten;

    • c.

      Een prognose van het aantal kinderen dat gebruik zal maken van het aanbod Voorschoolse educatie van Aanvrager in het kalenderjaar waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft, uitgesplitst per maand en uitgesplitst in de categorieën zoals beschreven in artikel 2 van deze regeling.

  • 3. Het College kan, indien de aanvraag daartoe aanleiding geeft, de Aanvrager om nadere informatie verzoeken.

  • 4. De Aanvrager is verantwoordelijk voor een juiste en volledige informatieverstrekking op grond waarvan het College redelijkerwijs tot een besluit kan komen.

Artikel 8 Overgangsregeling

Voor de overgangsperiode augustus tot en met december 2020 dient Aanvrager uiterlijk 15 juni 2020 een aanvraag in.

Artikel 9 Beslistermijn en weigeringsgronden

De beslistermijn en weigeringsgronden zoals beschreven in respectievelijk artikel 7 en 8 van de Algemene subsidieverordening gemeente Oostzaan 2014 zijn van toepassing.

Artikel 10 Betaling

De subsidie wordt op basis van declaratie van de Aanvrager vastgesteld. Het College kan voorschotten op de subsidie betalen. Uitgangspunt is facturering van de ouderbijdrage en de subsidie in twaalf maandelijkse termijnen. De subsidiebedragen zoals beschreven in artikel 5 van deze regeling worden dus omgerekend naar bedragen per maand. Daarbij wordt het subsidiebedrag per wekelijks uur vermenigvuldigd met veertig weken per jaar en gedeeld door twaalf maanden. Aanvrager kan de subsidie per kwartaal declareren, uiterlijk twee maanden na afloop van elk kwartaal. Het college kan in het besluit tot subsidieverstrekking voorwaarden stellen aan de inhoud van de declaratie.

Artikel 11 Verantwoording en vaststelling

  • 1. Hoofdstuk 7 van de Algemene subsidieverordening gemeente Oostzaan 2014 is van toepassing.

  • 2. Aanvrager levert ook de administratie aan zoals bedoeld in artikel 6 lid 10 van deze regeling.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1. Deze Subsidieregeling voor Voorschoolse educatie Oostzaan 2020 heeft betrekking op subsidies vanaf 1 augustus 2020 en treden in werking op de achtste dag bekendmaking.

  • 2. Gelijktijdig met de inwerkingtreding van deze subsidieregeling wordt de Subsidieregeling voor peuteropvang Oostzaan 2018 ingetrokken maar behoudt zijn werking voor subsidies die zijn verstrekt tot 1 augustus 2020.

Artikel 13 Citeertitel

Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Subsidieregeling voor Voorschoolse educatie Oostzaan 2020’.

Ondertekening

Aldus vastgesteld op 24 maart 2020 door het college van burgemeester en wethouders van Oostzaan,

de gemeentesecretaris,

A. van den Assem

de burgemeester,

R. Meerhof