Regeling vervallen per 08-07-2008

Organisatieverordening provincie Overijssel 2003

Geldend van 21-09-2005 t/m 07-07-2008

Intitulé

Organisatieverordening provincie Overijssel 2003

Algemene Toelichting

Voor de algemene toelichting op deze verordening wordt verwezen naar het statenvoorstel nr. 2 van de agenda 1998 betreffende de organisatieverandering (en het daarbij als bijlage gevoegde eindrapport van de stuurgroep Organisatie-in-verandering). In deze toelichting wordt op enkele specifieke punten uit de organisatieverordening dieper ingegaan.

Hoofdstuk 1. De structuur van de ambtelijke organisatie

Artikel 1. Indeling in organisatorische eenheden

  • 1. De ambtelijke organisatie van de provincie Overijssel is ingedeeld in organisatorische eenheden, welke worden aangeduid als eenheden. Eenheden staan onder leiding van een hoofd eenheid. Aan het hoofd van de hele organisatie staat een directie. Naast de ambtelijke organisatie functioneert de griffie van de provincie Overijssel.

  • 2. Gedeputeerde staten stellen de organisatorische hoofdstructuur vast. 1

  • 3. Gedeputeerde Staten stellen, op advies van de directie, de naamgeving, aantal en taken van de eenheden vast. 2

  • 4. De directie stelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, de interne structuur en naamgeving, aantal en taken van de onderdelen binnen die interne structuur vast. 3

  • 5. De directie besluit, naar aanleiding van een door Gedeputeerde Staten vastgesteld project- of programmavoorstel, tot het instellen van tijdelijke organisatorische verbanden tussen eenheden ter voorbereiding en/of uitvoering van het beleid dat meerdere organisatorische eenheden aangaat. Het beheer van zo'n verband kan worden opgedragen aan een project- of programmaleider. 4

  • 6. Het hoofd eenheid besluit, naar aanleiding van een door de directie vastgesteld project, tot het instellen van tijdelijke organisatorische verbanden binnen de eenheid of tussen eenheden ter uitvoering van projecten en programma's ressorterende onder zijn/haar eenheid. Het beheer van zo'n verband wordt opgedragen aan een project- of programmaleider.

Artikel 2. Functioneren van de organisatie 

  • 1. Gedeputeerde Staten zijn verantwoordelijk voor het functioneren van de ambtelijke organisatie.

  • 2. De secretaris is, als voorzitter van de directie, ambtelijk eindverantwoordelijk voor het functioneren van de organisatie Gedeputeerde Staten.

  • 3. Gedeputeerde Staten stellen nadere regels vast voor taken en werkwijze van de directie.

  • 4. De directie stelt nadere regels vast voor taken en werkwijze van de hoofden eenheden en project- en programmaleiders, als bedoeld in artikel 1, lid 5.

  • 5. De hoofden eenheden stellen nadere regels vast voor verdeling van taken en werkwijze binnen hun eenheid.

Artikel 3. Benoeming en ontslag

  • 5

  • 1. De secretaris en directeuren worden benoemd en ontslagen door Gedeputeerde Staten.

  • 2. Hoofden eenheden en project- en programmaleiders als bedoeld in artikel 1, lid 5, worden benoemd en ontslagen door de directie, binnen het daartoe door Gedeputeerde Staten toegekende mandaat.

  • 3. Medewerkers en leidinggevenden ressorterende onder de eenheden worden benoemd en ontslagen door het hoofd van de betreffende eenheid, binnen het daartoe door Gedeputeerde Staten en directie toegekende mandaat.

Artikel 4. Vervanging

  • 1. De secretaris, directeuren, hoofden eenheden en project- en programmaleiders, als bedoeld in artikel 1, worden bij afwezigheid of ontstentenis vervangen door een plaatsvervanger.

  • 2. Gedeputeerde Staten regelen de vervanging van de secretaris. 6

  • 3. De directie regelt, onder goedkeuring van Gedeputeerde Staten, onderling haar vervanging.

  • 4. De directie regelt de overige vervanging van hoofden eenheden en project- en programmaleiders als bedoeld in artikel 1lid 5

  • 5. De hoofden eenheden regelen de vervanging binnen hun eenheid.

Artikel 5. Mandaat

Gedeputeerde Staten stellen nadere regels ten aanzien van mandatering van bevoegdheden.

Hoofdstuk 2. De ambtelijke organisatie

Artikel 6. Instructie secretaris van de Provincie

  • 1. Gedeputeerde Staten geven in een instructie nadere richtlijnen voor het functioneren van de secretaris als eerste adviseur van de bestuursorganen en als eindverantwoordelijke voor de ambtelijke organisatie, in zijn/haar hoedanigheid van voorzitter van de directie.

  • 2. De secretaris is voorzitter van de directie.

Artikel 7. Verantwoordelijkheiddirectie

  • 1. Met inachtneming van de verantwoordelijkheden en bevoegdheden van Gedeputeerde Staten en de secretaris heeft de directie de Verantwoordelijkheid voor:7

    • a.

      het algemeen beheer van de ambtelijke organisatie;

    • b.

      kwaliteit (tijdigheid en compleetheid) van ambtelijke adviezen en voorstellen;

    • c.

      de doelmatigheid en doeltreffendheid in het functioneren van de organisatie;

    • d.

      het signaleren van alle ontwikkelingen in het bestuur en beleid, die een bestuurlijke interventie vragen en het tot stand komen en actueel houden van een strategische visie;

    • e.

      een correcte uitvoering van het middelenbeleid en de inzet van ter beschikking gestelde middelen;

    • f.

      de nadere uitwerking van mandatering, als bedoeld in artikel 5.

  • 2. De leden van de directie voeren, op basis van een onderlinge taakverdeling binnen de directie, de directie over de onder hen ressorterende organisatieonderdelen, programma's, projecten en aandachtsvelden.

Artikel 8. Verantwoordelijkheid hoofden eenheden

  • Met  inachtneming  van  de  verantwoordelijkheid van  de  secretaris  en  de  directie  heeft het  hoofd eenheid  de verantwoordelijkheid voor:

  • 1. de leiding van de eenheid;

  • 2. de werking van de eenheid;

  • 3. de kwaliteit en tijdigheid van de producten, diensten en prestaties van de eenheid;

  • 4. de integratie en coördinatie van de activiteiten van de eigen eenheid met de andere onderdelen van de organisatie;

  • 5. voor de uitvoering van het middelenbeleid en de inzet van de ter beschikking gestelde middelen in de eenheid.

Artikel 9. Verantwoording en rapportage

  • 1. De directie legt periodiek verantwoording af aan Gedeputeerde Staten door het uitbrengen van rapportages.

  • 2. Gedeputeerde Staten kunnen nadere regels stellen omtrent de inrichting van deze rapportages.

  • 3. Het hoofd eenheid en de project- en programmaleiders, als bedoeld in artikel 1, lid 5, leggen periodiek verantwoording af aan de directie door het uitbrengen van rapportages.

  • 4. De directie kan nadere regels stellen omtrent de inrichting van deze rapportages.

Artikel 10. Slotbepaling

Deze verordening kan worden aangehaald als "Organisatieverordening Provincie Overijssel 2003".

Artikel 11. Inwerkingtreding

Deze instructie treedt in werking met ingang van de eerste dag na uitgifte van het Provinciaal Blad waarin het besluit van Gedeputeerde Staten is geplaatst en werkt terug tot 20 maart 2003.


Noot
1

[Toelichting: Onder vaststellen van de hoofdstructuur door Gedeputeerde Staten wordt verstaan dat zij vaststellen dat er aan het hoofd van de organisatie een directie staat en dat de organisatie is onderverdeeld hi eenheden. Ook de verder in deze verordening op  hoofdlijnen uiteengezette toedeling van verantwoordelijkheden en bevoegdheden daarbij, vallen onder dit begrip.]

Noot
2

[Toelichting: Met de interne structuur van een eenheid wordt bedoeld de wijze waarop de eenheid is ingericht in functies, verbanden van functies (bijvoorbeeld teams, zelfsturende teams, bureaus) en welke coördinatiemechanismen worden aangewend om afstemming te waarborgen tussen processen. Onder coördinatiemechanismen moet tevens worden verstaan de leidinggevende structuur binnen de eenheid.]

Noot
3

[Toelichting: Wij onderscheiden projecten en programma's die aanvullend op de primaire ordening van processen in eenheden voor een afgestemd verloop zorgdragen van activiteiten die "grensoverschrijdend" zijn. Daarbij maken wij onderscheid in projecten en programma's die een majeur karakter hebben en die rechtstreeks door de directie - via een project- of programmaleider -worden aangestuurd en projecten die door een hoofd eenheid — via een projectleider—worden aangestuurd.]

Noot
4

[Toelichting: Wij onderscheiden projecten en programma's die aanvullend op de primaire ordening van processen in eenheden voor een afgestemd verloop zorgdragen van activiteiten die "grensoverschrijdend" zijn. Daarbij maken wij onderscheid in projecten en programma's die een majeur karakter hebben en die rechtstreeks door de directie - via een project- of programmaleider -worden aangestuurd en projecten die door een hoofd eenheid — via een projectleider—worden aangestuurd.]

Noot
5

[Toelichting: Het verlenen van ontslag, niet op verzoek, is te allen tijde voorbehouden aan Gedeputeerde Staten. Daar waar er sprake is van ontslag op verzoek van betrokkene wordt de bevoegdheidsverdeling zoals voorgesteld in dit artikel toegepast. Onder benoeming wordt inbegrepen geacht de plaatsing in een met name genoemde functie.]

Noot
6

[Toelichting: De directie doet een voorstel voor vervanging van de secretaris aan Gedeputeerde Staten. Gedeputeerde Staten nemen hierover vervolgens een besluit.]

Noot
7

[Toelichting: De directie is verantwoordelijk voor de kwaliteit van (beleids)adviezen en het tempo van de beleidsvoorbereiding van de ambtelijke organisatie. De directie zal echter slechts in een beperkt aantal gevallen een expliciete positie in de stukkenstroom innemen. Om haar verantwoordelijkheid t.a.v. kwaliteit en tempo van (beleids)adviezen en beleidsvoorbereiding te kunnen waarborgen, zal de directie:

- er anticiperend voor zorgen dat er een beleidsinhoudelijke "bedding" is, waarin de ambtenaar zijn referentiekader vindt om zijn werk te doen;

- op een nader in te vullen manier actief zicht houden op het verkeer tussen de ambtelijke organisatie en het bestuur en zo nodig initiatieven nemen om de kwaliteit van de ambtelijke advisering te garanderen;

- een werkproces ontwikkelen zodat de directie geïnformeerd is over de aard en inhoud van stukken die aan Gedeputeerde Staten worden voorgelegd;

- het geëigende initiatief nemen, als er strategische aspecten aan de orde zijn.]