Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Peel en Maas

Geldend van 02-04-2020 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2020

Intitulé

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Peel en Maas

BURGEMEESTER EN WETHOUDERS VAN PEEL EN MAAS;

Gelet op het bepaalde in artikel 26 lid 9 van de verordening maatschappelijke ontwikkeling Peel en Maas

BESLUITEN:

Vast te stellen:

Nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Peel en Maas

Artikel 1 Begripsomschrijving

  • 1.

    In deze beleidsregel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

    • a.

      Awb : Algemene wet bestuursrecht;

    • b.

      MGR : Modulaire gemeenschappelijke regeling sociaal domein Limburg Noord;

    • c.

      pgb : persoonsgebonden budget;

    • d.

      Wmo : Wet maatschappelijke ondersteuning.

  • 2.

    Alle begrippen die in deze nadere regel worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de wet en de verordening maatschappelijke ondersteuning Peel en Maas.

Artikel 2 Meldingsregeling calamiteiten en geweld

  • 1.

    Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de uitvoering van een voorziening onverwijld in geval van maatschappelijke ondersteuning aan de op grond van artikel 6.1 Wmo 2015 aangewezen toezichthoudende ambtenaar, hierna te noemen toezichthouder kwaliteit Wmo.

  • 2.

    De toezichthouder kwaliteit Wmo doet onafhankelijk onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het college over noodzakelijke maatregelen ten aanzien van

    de betrokken aanbieder om calamiteiten en (gewelds)incidenten in de zoveel mogelijk te voorkomen.

  • 3.

    De toezichthouder kwaliteit Wmo adviseert het college jaarlijks over het voorkomen van

    (verdere) calamiteiten en het voorkomen bestrijden van geweld.

Artikel 3 Bevoegdheden toezichthouder kwaliteit en rechtmatigheid

  • 1.

    De toezichthouders kwaliteit en rechtmatigheid Wmo zijn bevoegd om met gebruikmaking van de aan hen toegekende bevoegdheden ingevolge de artikelen 5:15 t/m 5:20 van de Awb en artikel 6.1 van de Wmo, onafhankelijk onderzoek te doen naar de kwaliteit en de rechtmatigheid van de ondersteuning. Zij kunnen onderzoek doen op basis van signalen, meldingen of klachten, dan wel proactief, op basis van een steekproefsgewijze aanpak.

  • 2.

    De toezichthouders zijn bevoegd om het college onafhankelijk te adviseren om op basis van de bevindingen van een onderzoek:

    • a.

      de betreffende aanbieder, al dan niet tijdelijk, uit te sluiten van overleggen in het

      kader van inkoop of van verlengen van overeenkomsten voor zorg in natura;

    • b.

      tijdelijk geen pgb’s te verstrekken ten behoeve van het verlenen van hulp,

      ondersteuning of hulpmiddelen door de betreffende aanbieder;

    • c.

      tijdelijk geen cliënten toe te wijzen aan de betreffende aanbieder;

    • d.

      tijdelijk de betalingen op te schorten;

    • e.

      een aanwijzing met hersteltermijn te bieden;

    • f.

      indien er sprake is van ernstige en/of herhaalde overtreding de overeenkomsten met de betreffende aanbieder voor zorg in natura te beëindigen, dan wel het pgb waarmee de betreffende aanbieder wordt bekostigd, te beëindigen;

    • g.

      aangifte te doen;

    • h.

      andere maatregelen te treffen.

  • 3.

    De maatregelen zoals bedoeld in lid 2. dienen in alle gevallen proportioneel te

    zijn naar de aard van de overtreding of melding.

  • 4.

    Indien het onderzoek als bedoeld in lid 1. betrekking heeft op een aanbieder die namens

    de gemeente door de MGR is gecontracteerd voor de levering van voorzieningen in het

    kader van de Wmo, adviseert de toezichthouder ook aan de MGR.

  • 5.

    De toezichthouders zijn voorts bevoegd om op basis van de bevindingen in hun

    onderzoekspraktijk, aanbevelingen aan het college dan wel de MGR te doen ten aanzien van

    aanpassing van beleid of van werkwijzen.

Artikel 4 Citeertitel en inwerkingtreding

  • 1.

    Dit besluit wordt aangehaald als nadere regels maatschappelijke ondersteuning gemeente Peel en Maas;

  • 2.

    De nadere regel treedt in werking op de eerste dag na de dag van bekendmaking en heeft terugwerkende kracht vanaf 1 januari 2020.

Ondertekening

Panningen, 23 maart 2020

Burgemeester en wethouders van de gemeente Peel en Maas,

de gemeentesecretaris/directeur, de burgemeester,

L.P.H. Breukers W.J.G. Delissen-van Tongerlo

Toelichting

Artikel 1Begripsomschrijving

Dit artikel heeft geen toelichting nodig.

Artikel 2 Meldingsregeling calamiteiten en geweld

Het is belangrijk dat meldingen van calamiteiten en geweld direct bij de toezichthouder Wmo

worden gemeld, zodat deze kunnen worden onderzocht en eventuele problemen kunnen

worden opgelost. Dat wordt in dit artikel beschreven.

De toezichthouder die het onderzoek zoals bedoeld in lid 2 uitvoert is onafhankelijk

gepositioneerd, om ook de onafhankelijkheid van zijn onderzoek te waarborgen.

Wanneer zich een incident voordoet tussen een lid van het sociaal wijkteam en een

cliënt, dient eerstgenoemde het agressieprotocol te volgen. Dat wil zeggen een melding

aan de wijkcoördinator en de agressiecoördinator van de gemeente Venlo.

Artikel 3 Bevoegdheden toezichthouders

Toezicht kwaliteit Wmo

In artikel 6.1 van de Wmo 2015 is bepaald dat gemeenten een toezichthouder aan moeten stellen, die belast is met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens de Wmo 2015.

Sinds 2015 is dit toezicht door de Noord-Limburgse gemeenten regionaal georganiseerd en

is er gezamenlijk een toezichthouder aangesteld. Deze toezichthouder heeft zowel een

(pro)actieve als een reactieve taak. Onafhankelijk en deskundig onderzoek staat centraal bij

de werkzaamheden van de toezichthouder. Op de eerste plaats heeft de toezichthouder de

taak om naar aanleiding van meldingen en klachten over een aanbieder onderzoek te doen

bij de aanbieder naar de kwaliteit van de geleverde ondersteuning door de aanbieder (reactief).

De toezichthouder kan ook (pro)actief, via een steekproefsgewijze aanpak, onderzoek doen naar de kwaliteit van de ondersteuning.

Daarnaast kan de toezichthouder ook andere taken vervullen die voortvloeien uit artikel 6.1 van de Wmo 2015.

Het toezicht op de kwaliteit van jeugdhulp is wettelijk belegd bij de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd. Hierin heeft de gemeente geen rol.

Toezicht rechtmatigheid

In 2018 hebben de colleges van de gemeenten in Noord-Limburg besloten om met ingang

van 1 januari 2019 het toezicht rechtmatigheid ten behoeve van de Wmo te beleggen bij de sociale recherche van de gemeente Venlo, die dit toezicht voor de Noord Limburgse gemeenten al langer uitvoert in het kader van de Participatiewet. Dit vooralsnog tijdelijk voor 1,5 jaar.

In dit artikel zijn de bevoegdheden van alle toezichthouders nader uitgewerkt. Daarbij is ook

bepaald, dat in de gevallen waarop hun onderzoek betrekking heeft op een aanbieder die is

gecontracteerd door de MGR voor voorzieningen in het kader van de Wmo ten behoeve van de gemeente Venlo, zij ook adviseren aan de MGR. In dat geval is de MGR (mede) de aangewezen organisatie om de adviezen of maatregelen uit te voeren, of om de uitvoering te coördineren.

Artikel 4Citeertitel en inwerkingtreding

Dit artikel heeft geen toelichting nodig.