Regeling vervallen per 19-07-2010

Herziening maaltijdvoorziening en personenalarmering 2003

Geldend van 15-11-2003 t/m 18-07-2010

Intitulé

Herziening maaltijdvoorziening en personenalarmering 2003

Herziening maaltijdvoorziening en personenalarmering 2003

Inleiding

Zowel maaltijdvoorzieningen als personenalarmering (sociale alarmering) zijn ontwikkeld vanuit het ouderenwerk als een welzijnsvoorziening. Vrij snel zijn de gemeenten dit soort voorzieningen (veelal in samenhang) gaan subsidiëren. De huidige regelgeving is de Welzijnswet 1994 waaronder het welzijn van ouderen wordt gesubsidieerd.

In is de maaltijdvoorziening in 1980 gestart vanuit een initiatief van de Stichting Gecoördineerd Bejaardenwerk Roosendaal.

Bestaande afspraken

Momenteel zijn er subsidiecontracten met de Stichting Thuiszorg West-Brabant en de Stichting Groenhuysen en levert Chapeau in 2003 warme maaltijden.

Voor Thuiszorg en Groenhuysen gaat het om:

  • ·

    het op aanvraag verstrekken van maaltijden aan ouderen en gehandicapten die om gezondheidsredenen van lichamelijke of geestelijke aard niet meer in staat zijn voor zichzelf te koken of niet de vaardigheid hebben een dieetvoeding te bereiden.;

  • ·

    het op aanvraag verstrekken van sociale alarmering aan ouderen en gehandicapten die vanwege hun geestelijke en lichamelijke conditie grotere risico’s lopen in een alarmsituatie verzeild te raken en zich daardoor onzeker voelen.

Voor Chapeau betreft het:

·het - op declaratiebasis – leveren van warme maaltijden in 2003.

In het subsidiecontract met de instellingen is opgenomen dat er bij de voorjaarsnota 2003 een evaluatie zal plaatsvinden. Overigens hebben voor 2004 drie instellingen een subsidieverzoek ingediend voor het realiseren van maaltijdvoorzieningen: twee zorginstellingen Stichting Thuiszorg West-Brabant en Stichting Groenhuysen en een derde partij Chapeau.

Huidige contracten

Op grond van de huidige subsidiecontracten beoogt de gemeente bij de maaltijdvoorziening die ouderen en gehandicapten te bereiken die om gezondheidsredenen van lichamelijke of verstandelijke aard niet meer in staat zijn voor zichzelf te koken of niet de vaardigheid hebben een dieetvoeding te bereiden. Hetzelfde criterium geldt voor de personenalarmering. De criteria waarop de maaltijdvoorziening verstrekt wordt (de indicatiestelling), behoeven de goedkeuring van de gemeente (bepaling subsidiecontract) maar de indicatiestelling geschiedt door de instelling zelf waarbij de criteria bij de gemeente op dit moment onbekend zijn. Uit gesprekken met Thuiszorg West-Brabant blijkt dat hoofdzakelijk de vraag van de cliënt bepalend is voor verstrekking van een maaltijd. Op zich is dit niet verwonderlijk want de wijze van subsidiëring van (een deel van) de overheadkosten maakt het voor de organisatie aantrekkelijk om zoveel mogelijk maaltijden af te zetten.

Daarbij moet in het oog gehouden worden dat de organisaties zich - wat de maaltijdvoorziening betreft – kunnen richten op de commerciële markt. Daarnaast hebben het afgelopen decennium met name de supermarktketens het aanbod van kwalitatief hoogwaardige kant- en klare maaltijden tegen betaalbare prijzen (die niet of nauwelijks verschillen van de gesubsidieerde leveranciers) sterk uitgebreid.

Uit een oogpunt van kostenbeheersing is het wenselijk om de huidige systematiek van subsidiëring aan te passen. Immers, bij ongewijzigd beleid neemt het te verstrekken aantal maaltijden in de komende jaren en daarmee de kosten voor de gemeente substantieel toe.

In de huidige systematiek van financiering van de maaltijdvoorziening blijken er een aantal ongewenste effecten op te treden zoals het ontbreken van (‘harde’) criteria waarop maaltijdverstrekking plaatsvindt, het substantieel toenemen van de omzet van maaltijden (en daarmee de kosten), en een verstoring van de marktwerking tussen de aanbiedende partijen van maaltijden.

Huidige kosten

In de huidige subsidiecontracten voor 2003 gaat het om een totaalbedrag aan subsidie van € 206.135 t.w. een bedrag van € 191.636 voor Thuiszorg West-Brabant en een bedrag van € 14.499 voor Groenhuysen. In 2002 werd uitgegeven: een totaalbedrag € 170.722 t.w. Thuiszorg West-Brabant € 157.100 en Groenhuysen € 13.822; in 2001 totaal € 164.033 t.w. Thuiszorg West-Brabant € 150.768 en Groenhuysen € 13.265. Personenalarmering (sociale alarmering) is in de bovenstaande bedragen van Thuiszorg West-Brabant inbegrepen. Wat personenalarmering betreft gaat het slechts een klein onderdeel: in 2003 om een bedrag van circa € 10.000 voor Thuiszorg West-Brabant. De kosten voor het bezorgen van warme maaltijden door Chapeau in 2003 bedragen maximaal € 57.600.

Overigens wordt in de onderhandelingen en in het subsidiecontract met Thuiszorg West-Brabant en Groenhuysen in 2001 al gesproken over een herziening van het gemeentelijke beleid waarin sprake moet zijn van meer heldere en eenduidige criteria, het opzetten van eetpunten en (gedeeltelijke) vergoeding vanuit de bijzondere bijstand.

Kwaliteitseisen

In het verleden werden warme maaltijden verstrekt aan ouderen door vrijwilligers. Recentelijk zijn deze warme maaltijden met het oog op de steeds strengere kwaliteits- en hygiëne-eisen vervangen door koelverse en diepvriesmaaltijden. Mede om deze reden vervoert Thuiszorg West-Brabant geen warme maaltijden maar bereidt desgevraagd de maaltijd thuis. Voor een aantal cliënten en voor een deel van de raad blijft het garanderen van een warme maaltijd op de traditionele manier zoals dat in deze gemeente een aantal jaren werd verzorgd een punt van aandacht.

Met de toegezegde evaluatie en visie op de maaltijdvoorziening en personenalarmering aan de nu nog levende bezwaren tegemoet worden gekomen en meer structuur gebracht worden in de maaltijdvoorzienig en personenalarmering. Tevens kunnen daarbij de verantwoordelijkheden beter worden aangegeven. Daarbij is het van belang hieronder eerst kort in te gaan op het brede kader waarin het beleid met betrekking tot de maaltijden en personenalarmering een plaats dient te hebben.

Toekomstig beleid: Masterplan Wonen, Welzijn en Zorg

Begin dit jaar is gestart met de ontwikkeling van het masterplan wonen, welzijn en zorg. In dit masterplan wordt op hoofdlijnen het samenhangende Roosendaalse beleid beschreven ten aanzien van de terreinen wonen, welzijn en zorg. Dit gebeurt in samenwerking met de zorgvragers, de bewonersplatforms, de zorg- en welzijnaanbieders en de woningcorporaties. Dit beleid dient afgestemd te zijn op de behoefteontwikkeling en vraag van zorgvragers, te weten ouderen en mensen met een verstandelijke, lichamelijke of psychiatrische handicap. Maatschappelijke ontwikkelingen, zoals extramuralisering van de zorg, toenemende vergrijzing en het langer zelfstandig wonen in de eigen omgeving en veranderende wet- en regelgeving, zoals de modernisering van de AWBZ, leggen een grote druk op partijen met betrekking tot de ontwikkeling van beleid ten aanzien van de zich snel ontwikkelende vraag. Het masterplan wonen, welzijn en zorg beoogt hierop een gezamenlijk gedragen visie te geven. Hierbij wordt uitgegaan van het uitgangspunt dat zorgvragers zo lang als mogelijk en wenselijk is de regie moeten kunnen voeren over de inrichting van hun eigen leven.

Dit wordt uitgewerkt op wijk- en kernniveau. Hierbij wordt ingestoken op het ontwikkelen van woonservicegebieden. Een woonservicegebied wordt gekenmerkt door een zodanige combinatie van voorzieningen en woonmilieu, dat er een gelijkwaardig alternatief ontstaat voor groepen die nu nog merendeels intramuraal zijn gehuisvest. De combinatie omvat een zorgkruispunt met enkele kleinere zorgsteunpunten, aanpasbare en aangepaste woningen en een barrièrevrij, sociaal veilig en verkeersveilig woonmilieu. Binnen de woonservicezone vormen genoemde doelgroepen niet de exclusieve populatie maar een minderheid.

Vooruitlopend op de vaststelling van het masterplan wonen, welzijn en zorg en in overeenstemming met de uitgangspunten van dit plan wordt reeds een aanzet gemaakt voor een beleidswijziging ten aanzien van de maaltijdvoorziening en personenalarmering.

Zelfstandigheid

De zorg voor ouderen en gehandicapten in de thuissituatie is er op gericht dat mensen zo lang mogelijk de regie over hun eigen leven kunnen voeren en eigen keuzes kunnen blijven maken. Die zorginfrastructuur wordt gerealiseerd en in stand gehouden door een groot aantal partijen en bestaat uit voorzieningen waarop afhankelijk van handicaps en eigen mogelijkheden een beroep gedaan worden. Maaltijdvoorziening en personenalarmering maken deel uit van deze structuur. Gemeenten, zorginstellingen, zorgverzekeraars en de betrokkenen zelf hebben daarin ieder hun eigen verantwoordelijkheid.

Alternatieven

Maaltijdvoorziening en personenalarmering als op zichzelf staande voorzieningen stroken niet meer met de eigentijdse opvattingen over de zorginfrastructuur in het algemeen. Het zo lang mogelijk thuis laten blijven wonen van mensen vereist de aanwezigheid van een goede sociaal ondersteunende infrastructuur met een veelheid aan maatschappelijke voorzieningen. Maaltijdvoorziening is geen doel op zich meer maar wordt gezien als een onderdeel van een samenhangend geheel van voorzieningen die gericht zijn op het zelfstandig kunnen blijven functioneren in de samenleving. Maaltijdvoorziening, eetpunten en personenalarmering passen daarbij in het zorgaanbod als middelen om sociale isolering en eenzaamheid te voorkomen. Deze gedachte sluit aan bij het masterplan Wonen, Welzijn en Zorg waarin een sluitende keten van zorgvoorzieningen op termijn gerealiseerd zal worden.

Dit betekent dat maaltijdvoorziening en personenalarmering in eerste instantie gezien moet worden als een zorgvoorziening en dat verstrekking plaats zou moeten vinden vanuit de behoefte van de cliënt ingebed in een breder kader.

Op dit moment komt nadrukkelijk de rol van de gemeente als (mede)financier om de hoek kijken. Gelet op de regisserende rol en de uitgangspunten van (budget)financiering is het onverantwoord een organisatie te subsidiëren die een maaltijdvoorziening opzet of in standhoudt die voor een deel een commercieel karakter krijgen.

Maaltijdvoorziening

De AWBZ biedt de mogelijkheid aan cliënten die na (medische) indicatie door het Regionaal Indicatie Orgaan daarvoor in aanmerking komen, hulp te verstrekken bij de huishoudvoering (inclusief het bereiden van maaltijden). Na een positieve indicatie de cliënt zelf in natura of via een PGB (persoonsgebonden budget) de door hem gewenste diensten inkopen. Dit traject staat los van enige gemeentelijke bemoeienis.

Daarnaast blijft er een groep waarbij de maaltijdvoorziening als een ‘gemaksdienst’ of ‘welzijnsdienst’ gezien moet worden. Op medische indicatie dus toegang tot zorg verkregen worden. Voor niet-geïndiceerden zijn er voldoende andere mogelijkheden om aan de vraag te voldoen, hetzij via commerciële leveranciers, hetzij via thuiszorginstellingen. Voor zover daarbij sprake is van een financiële drempel een beroep gedaan worden op de bijzondere bijstand. De bijzondere bijstand vergoedt de meerkosten van de maaltijdvoorziening en eventuele huur van een magnetron voor het bereiden van de diepvries- of koelverse maaltijden.

Bij de implementatie van het masterplan zullen er verspreid over de gemeente op een aantal locaties woon-servicegebieden gerealiseerd gaan worden. Een van de onderdelen van een dergelijk woon-servicegebied is een eetpunt waarin gebruik gemaakt worden van een (warme) maaltijd (eventueel gecombineerd met een haal- en brengservice) en andere zorgvoorzieningen. Een maaltijdvoorziening past – naast bijvoorbeeld bezigheidsactiviteiten in dagcentra - binnen het geheel van activiteiten die gericht zijn op het voorkomen van vereenzaming en sociale isolering. De uiteindelijke doelstelling is een sluitend aanbod van zorgvoorzieningen te creëren binnen een wijk. Het ligt in de rede met de maatschappelijke partners concrete afspraken te maken over het realiseren van de gewenste totale zorginfrastructuur waarvan maaltijdvoorziening een onderdeel uitmaakt. Aan de ontwikkeling hiervan zou de gemeente een financiële bijdrage kunnen leveren.

Deze gedachtegang – waarbij een voorkeur wordt uitgesproken voor een gecombineerd zorgaanbod – laat geen ruimte voor aanbieders van maaltijden als een op zichzelf staande voorziening.

Personenalarmering

De huidige organisatie van de alarmopvolging is ontwikkeld in de tijd dat ouderenorganisaties het product personenalarmering hebben ontwikkeld en zijn gaan aanbieden. De alarmopvolging vindt plaats door mantelzorgers, die door de abonnee op de alarmering zelf moeten worden aangemeld bij de alarmeringsinstantie. Het niet kunnen vinden van voldoende contactpersonen die op tijd ter plekke kunnen zijn, is een probleem dat zich steeds vaker manifesteert. Mede om die reden heeft een aantal alarmorganisaties, met name die zijn gepositioneerd bij de thuiszorg, trajecten gestart om te komen tot het aanbieden van professionele alarmopvolging. Met het aanbieden van professionele alarmopvolging wordt bedoeld dat de mogelijkheid open staat dat in plaats van eerst de mantelzorg /sleutelpersoon iemand uit de thuiszorg en/of intramurale zorg de eerste reactie op alarm verzorgt.

Er zijn drie verschillende subsidiemogelijkheden voor de financiering van de alarmeringsapparatuur:

  • 1.

    De Regeling hulpmiddelen ’96 verstrekt alarmeringsapparatuur na een indicatie op medische gronden. Overigens zijn de ziekenfondsen/zorgverzekeraars hierbij autonoom in de verdere invulling van de indicatiecriteria. De Regeling hulpmiddelen vergoedt alleen de alarmeringsapparatuur in huis en niet de alarmeringsdienstverlening.

  • 2.

    De gemeente subsidieert op basis van de Welzijnswet. Op sociale indicatie wordt een door gemeentelijke subsidiëring goedkoper abonnement toegekend.

  • 3.

    Een derde subsidiëringsvorm is de variant waarin de apparatuur niet aan de persoon wordt verhuurd, maar in de (ouderen)woning wordt aangebracht. Dit door het opvoeren van de apparatuur in de inventarislijst bij het huurcontract, waardoor de apparatuur in juridische termen tot de woning gaat behoren. Op deze manier zijn de investeringskosten in de alarmeringsapparatuur onder te brengen in de kale huur, waardoor de huurder afhankelijk van inkomen en huurhoogte, een tegemoetkoming krijgen in de vorm van huursubsidie. Deze woninggebonden alarmering komt al voor in bijvoorbeeld aanleunwoningen, serviceflats en woonzorgcomplexen.

Voor de gemeenten is het van belang de personenalarmering in te bedden in het bredere kader van een sluitende zorginfrastructuur die in het masterplan wonen welzijn zorg met de zorginstellingen en woningbouwcorporaties ontwikkeld gaat worden. Daarbij ligt met name een taak voor de woningbouwcorporaties die immers al bij de bouw rekening kunnen houden met de specifieke eisen van de toekomstige bewoners. De financiering van aanbieders van personenalarmering is niet een eerste verantwoordelijkheid van de gemeente.

De bijzondere bijstand opent de mogelijkheid om een vergoeding te verstrekken voor de eenmalige aansluitkosten, de eigen bijdrage en de abonnementskosten van alarmeringssystemen Er is dan ook geen reden om als gemeente aanbieders van alarmeringsapparatuur door subsidiëring financieel te ondersteunen.

Conclusies en aanbevelingen

Samengevat kunnen de volgende conclusies en aanbevelingen worden gedaan.

Conclusies:

  • ·

    Het is duidelijk dat wijziging van het maaltijdenbeleid noodzakelijk is. Al enkele jaren geleden is geconstateerd dat het gemeentelijke beleid voor maaltijdvoorziening en sociale alarmering aan herziening toe is. In 2002 is toegezegd dat het gemeentelijke beleid geëvalueerd zou worden en er een nieuwe visie dient te komen op de maaltijdvoorziening en sociale alarmering.

  • ·

    Maaltijdvoorziening en personenalarmering worden niet meer gezien als op zichzelf staande voorzieningen maar dienen te worden ingebed in een breder geheel van zorg- en welzijnsvoorzieningen.

  • ·

    Bij de huidige wijze van subsidiëring treden een aantal ongewenste effecten op waarbij uiteindelijk voorbij gegaan wordt aan de in het subsidiecontract geformuleerde doelstellingen. Het gaat daarbij met name om het ontbreken van heldere criteria op grond waarvan de verstrekking van maaltijden en personenalarmering plaatsvindt. Op dit moment loopt het verstrekken van maaltijden uiteen tot het verstrekken op grond van een medische indicatie als AWBZ-gefinancierde zorg tot het aanbieden van een maaltijd als ‘gemaksdienst’. Dit geldt in ongeveer gelijke mate voor de personenalarmering.

  • ·

    Die groep die hulp nodig heeft bij de bereiding van (warme) maaltijden een beroep (blijven) doen op de AWBZ – na indicatie door het Regionaal Indicatie Orgaan – en zelfstandig een keuze maken voor hulp in natura bij een van de thuiszorginstellingen of via het PGB (persoonsgebonden budget). Dit traject gaat buiten de gemeente om.

  • ·

    Zorginstellingen moeten in staat zijn kostendekkend maaltijden te blijven verstrekken aan hun cliënten. Daar waar financiële drempels bestaan bij het gebruikmaken van een maaltijdvoorziening een beroep gedaan worden op de bijzondere bijstand. De bijzondere bijstand vergoedt de meerkosten van de maaltijdvoorziening en eventuele huur van een magnetron voor het bereiden van de diepvries- of koelverse maaltijden. Daarnaast geeft de bijzondere bijstrand de mogelijkheid om een vergoeding te verstrekken voor de eenmalige aansluitkosten, de eigen bijdrage en de abonnementskosten van alarmeringssystemen.

Aanbevelingen:

  • ·

    Maaltijdvoorziening en personenalarmering vormen een onderdeel van een sluitend geheel aan zorgvoorzieningen en dienen ingebed te worden in dit bredere kader passend binnen de huidige maatschappelijke opvattingen en de visie die in het masterplan Wonen, Welzijn en Zorg ontwikkeld wordt.

  • ·

    Zorginstellingen (en woningbouwcorporaties) hebben een belangrijke rol in het mede vormgeven en tot stand brengen van een sluitende zorginfrastructuur.

  • ·

    De subsidiëring (financiering) van aanbieders van maaltijdvoorzieningen en personenalarmering, zoals die tot op heden plaatsvindt, stopzetten en de zorginstellingen waaronder Thuiszorg West-Brabant en Groenhuysen uitnodigen om – verspreid over de wijken – een bij de vraag aansluitend zorgaanbod in combinatie met eetpunten te ontwikkelen.

  • ·

    Het eerste halfjaar 2004 als overgangsfase beschouwen en met de zorginstellingen afspraken maken over de te leveren maaltijden op declaratiebasis.

  • ·

    De vrijkomende budgetten reserveren voor de implementatie van het Masterplan Wonen, Welzijn en Zorg en gebruiken als ‘stimuleringssubsidies’ voor de ingediende plannen.

  • ·

    De informatievoorziening rondom maaltijden en personenalarmering verbeteren en in een breder kader plaatsen (dus niet uitsluitend vanuit het concurrerend oogpunt vanuit de aanbieder).

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Roosendaal in de vergadering van 6 november 2003.

De secretaris, De burgemeester,