Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Scherpenzeel

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Scherpenzeel houdende regels omtrent huisvesting (Huisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieScherpenzeel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Scherpenzeel houdende regels omtrent huisvesting (Huisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel)
CiteertitelHuisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Huisvestingsverordening 2018 gemeente Scherpenzeel.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

02-08-2019nieuwe regeling

16-07-2019

gmb-2019-185021

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Scherpenzeel houdende regels omtrent huisvesting (Huisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel)

 

HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1 Begripsbepalingen

In de verordening wordt verstaan onder:

 

1

Aanbodmodel:

woonruimteverdeelsysteem waarbij woonruimte te huur wordt aangeboden door middel van het adver-tentiemedium Huiswaarts.nu aan woningzoekenden op basis van inschrijftijd (uitzondering hierop zijn de herstructureringskandidaten, hierbij is de woonduur bepalend);

 

 

 

2

Adviesorgaan:

het door de gemeente Scherpenzeel aangewezen orgaan voor advisering in het kader van urgentieaanvragen;

 

 

 

3

Bewoning:

met bestemming tot bewoning wordt bedoeld dat men daar permanent woont en dar zijn hoofdverblijf heeft, zoals bedoeld in de Wet Basisregistratie Personen (Wet BRP);

 

 

 

4

College:

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Scherpenzeel;

 

 

 

5

Directe bemiddeling:

mogelijkheid om bij urgentie woonruimte niet aan te bieden door middel van het woonruimteverdeelsysteem omdat de woning bij uitstek geschikt is voor een specifiek persoon;

 

 

 

6

Economische binding:

de binding van een persoon aan de gemeente

 

 

Scherpenzeel of de Regio FoodValley, daarin gelegen

 

 

dat die persoon, met het oog op de voorziening in het

 

 

bestaan, is aangewezen op het verrichten van arbeid

 

 

binnen of vanuit deze gemeente of deze regio. Hier is

 

 

sprake van als de betreffende persoon:

 

 

  • -

    een dienstverband heeft van minimaal 18 uur per week en dit kan aantonen met een werkgeversverklaring, of;

 

 

  • -

    als zelfstandig ondernemer in het bestaan voorziet en kan aantonen dat het bedrijf in de gemeente Scherpenzeel of de Regio FoodValley is gevestigd, of;

 

 

  • -

    een dagopleiding volgt aan een in de gemeente Scherpenzeel of de Regio FoodValley gevestigde onderwijsinstelling;

 

 

 

7

Gemeente Scherpenzeel:

het grondgebied van de gemeente Scherpenzeel;

8

GGZ-doelgroep:

mensen in de geestelijke gezondheidzorg. Daarbij gaat het om mensen met een psychische aandoening of een psychiatrische diagnose;

 

 

 

 

Vrijwillige brandweer Scherpenzeel-doelgroep:

leden van de vrijwillige brandweer Scherpenzeel die binnen de brandweer Scherpenzeel een functie hebben met een onmiddellijk oproepbaar karakter;

 

 

 

9

Herstructurering:

een indicatie voor zittende huurders van een toegelaten

 

 

instelling wiens woning wordt gesloopt of ingrijpend

 

 

gerenoveerd. De betreffende toegelaten instelling

 

 

besluit of iemand voor voorrang op basis van

 

 

herstructurering in aanmerking komt en draagt zorg

 

 

voor registratie van de betreffende woningzoekende als

 

 

herstructureringskandidaat;

 

 

 

10

Huishouden:

een alleenstaande persoon, ouder dan 18 jaar, dan wel

 

 

twee of meer personen die een duurzame

 

 

gemeenschappelijke huishouding voeren of willen gaan

 

 

voeren en waarvan tenminste één persoon de leeftijd

 

 

van 18 jaar heeft bereikt;

 

 

 

11

Huisvestings-vergunning:

de vergunning als bedoeld in artikel 7, eerste lid

 

 

van de Huisvestingswet 2014;

 

 

 

12

Huiswaarts.nu:

website waar woningzoekenden zich kunnen inschrijven

 

 

voor het verkrijgen van woonruimte met een huurprijs

 

 

beneden de huurliberalisatiegrens;

 

 

 

13

Huurliberalisatie-grens:

het bedrag dat wordt genoemd in artikel 13, eerste lid,

 

 

van de Wet op de huurtoeslag;

 

 

 

14

Huurprijs:

prijs die bij huur en verhuur is verschuldigd voor het

 

 

enkele gebruik van een woonruimte, uitgedrukt in een

 

 

bedrag per maand;

 

 

 

15

Ingezetene:

degene die in de Basisregistratie Personen (BRP) van

 

 

de gemeente Scherpenzeel is opgenomen en het

 

 

feitelijk hoofdverblijf heeft in een voor permanente

 

 

bewoning aangewezen woonruimte;

 

 

 

16

Inkomen:

de gezamenlijke toetsingsinkomens, zoals dit wordt

 

 

verwoord in de MG-circulaire die jaarlijks door het

 

 

Ministerie van Binnenlandse Zaken en

 

 

Koninkrijksrelaties wordt gepubliceerd;

 

 

 

17

Inschrijftijd:

tijd tussen datum waarop een woningzoekende

 

 

geregistreerd staat (de registratiedatum) in een

 

 

register van toegelaten instellingen (Huiswaarts.nu) in

 

 

de regio en het moment waarop deze woningzoekende

 

 

reageert op een woning;

 

 

 

18

Lotingmodel:

woonruimteverdeelsysteem waarbij woonruimte te

 

 

huur wordt aangeboden door middel van een

 

 

advertentiemedium, de toewijzing plaatsvindt via een

 

 

geautomatiseerde loting, en het inschrijfnummer van

 

 

de woningzoekende bij Huiswaarts.nu, als lotnummer

 

 

geldt;

 

 

 

19

Maatschappelijke

de binding van een persoon aan de gemeente

 

binding:

Scherpenzeel of de Regio FoodValley daarin gelegen

 

 

dat die persoon een redelijk met de plaatselijke

 

 

samenleving verband houdend belang heeft zich in dit

 

 

gebied te vestigen. Een maatschappelijke binding wordt

 

 

in elk geval aangenomen ten aanzien van personen

 

 

die de afgelopen 6 jaar onafgebroken ingezetene zijn

 

 

geweest, dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar

 

 

ten minste zes jaar ingezetene zijn geweest van de

 

 

gemeente Scherpenzeel of de Regio FoodValley;

 

 

 

20

Mantelzorg:

hulp als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet

 

 

maatschappelijke ondersteuning 2015;

 

 

 

21

MG-Circulaire:

circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken

 

 

en Koninkrijksrelaties waarin jaarlijks de parameters

 

 

voor huurtoeslag, inkomensgrenzen staatssteun,

 

 

verkoopregels, inkomensafhankelijke huurverhoging

 

 

en de liberalisatiegrens worden verwoord;

 

 

 

22

MiVa woning:

een Minder Valide-woning is een woning die is

 

 

aangepast zodanig dat een persoon in een rolstoel er

 

 

volledig zelfstandig kan wonen en in overleg met de

 

 

gemeente Scherpenzeel en toegelaten

 

 

instelling/eigenaar is bestempeld tot MiVa woning;

 

 

 

23

OGGZ-doelgroep:

Sociaal kwetsbare personen, zonder zelfstandige

 

 

huisvesting, waarvan door of namens de

 

 

centrumgemeente is vastgesteld dat de gemeente

 

 

Scherpenzeel de gemeente van herkomst is. OGGZ

 

 

staat voor Openbare Geestelijke Gezondheidzorg. De

 

 

OGGZ richt zich op een doelgroep van sociaal

 

 

kwetsbare mensen die niet of niet voldoende in staat

 

 

zijn in de eigen bestaansvoorwaarden te voorzien.

 

 

Daarnaast is er veelal sprake van meervoudige

 

 

problematiek en doen deze mensen geen beroep op

 

 

bestaande hulpverlening;

 

 

 

24

Onzelfstandige

kamerverhuur, een woonruimte, welke geen eigen

 

woonruimte:

toegang heeft en welke niet door een huishouden kan

 

 

worden bewoond zonder dat dit daarbij afhankelijk is

 

 

van wezenlijke voorzieningen buiten die woonruimte;

 

 

 

25.

Regio FoodValley:

het grondgebied van de gemeenten Barneveld, Ede,

 

 

Nijkerk, Renswoude, Rhenen, Scherpenzeel,

 

 

Veenendaal en Wageningen;

 

 

 

26

Taakstelling:

de taakstelling als bedoeld in artikel 1, lid 1f van de

 

 

Huisvestingswet 2014;

 

 

 

27

Toegelaten instelling:

een instelling in de zin van artikel 19 van de

 

 

Woningwet;

 

 

 

28

Urgentiecommissie:

commissie die als taak heeft, namens het college, het

 

 

nemen van besluiten op grond van hoofdstuk 4 van

 

 

deze verordening;

 

 

 

29

Vergunninghouder:

vreemdeling die in Nederland asiel voor bepaalde tijd

 

 

heeft aangevraagd en als gevolg daarvan een

 

 

verblijfsvergunning heeft ontvangen als bedoeld in

 

 

artikel 8, onderdeel a, b, c, of d, van de Vreemdelingenwet 2000.

 

 

Vergunninghouders worden ook wel statushouders of

 

 

verblijfsgerechtigden genoemd;

 

 

 

30

Verordening:

de Huisvestingsverordening 2019 gemeente

 

 

Scherpenzeel;

 

 

 

31

Wet:

de Huisvestingswet 2014;

 

 

 

32

Woningvorming:

woningvorming als bedoeld in artikel 21 onder d van de Huisvestingswet 2014;

 

 

 

33

Woningzoekende:

perso(o)n(en) op zoek naar (andere) zelfstandige

 

 

woonruimte en die zijn ingeschreven in het

 

 

inschrijfsysteem als bedoeld in artikel 5 van deze

 

 

verordening;

 

 

 

34

Woonruimteverdeel-

systematiek die bepaalt welke volgorde wordt

 

systeem

gehanteerd voor woningzoekenden die hun

 

 

belangstelling kenbaar hebben gemaakt voor een

 

 

aangeboden woonruimte en die voor de huur van die

 

 

woonruimte in aanmerking komen;

 

 

 

35

Woonruimte:

het daaromtrent in artikel 1, lid 1j van de Wet

 

 

bepaalde;

 

 

 

36

Zelfstandige

dit is een woning met een eigen toegang. In de woning

 

 

moeten in elk geval aanwezig zijn: een eigen

 

 

woon(slaap)kamer, een eigen keuken met aanrecht,

 

 

aan- en afvoer voor water en een aansluitpunt voor

 

 

een kooktoestel en een eigen toilet met waterspoeling.

 

HOOFDSTUK 2 DE VERGUNNINGPLICHTINGE VOORRAAD

Artikel 2 Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

De volgende categorieën goedkope woonruimte, met uitzondering van standplaatsen voor woonwagens, mogen enkel voor bewoning in gebruik worden gegeven als daarvoor een huisvestingsvergunning is verleend:

  • 1.

    Zelfstandige woonruimten in eigendom van toegelaten instellingen met een huurprijs beneden de huurliberalisatiegrens zoals verwoord in de MG-Circulaire.

Artikel 3 Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

Onverminderd het bepaalde in artikel 10, tweede lid, van de Wet, komen voor een huisvestigingsvergunning in aanmerking:

  • a.

    woningzoekenden met een huishoudinkomen zoals dit wordt verwoord in de MG-circulaire zoals die jaarlijks door het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties wordt gepubliceerd, met de Wet op de huurtoeslag als juridische grondslag;

  • b.

    huishoudens waarvan tenminste één persoon 18 jaar of ouder is.

Artikel 4 Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning

  • 1.

    Het college heeft de vergunningverlening voor de vergunningplichtige huurvoorraad gemandateerd aan de in de gemeente werkzame toegelaten instellingen op basis van de samenwerkingsovereenkomst van 29 december 1999.

  • 2.

    Met de ondertekening van het huurcontract wordt automatisch voldaan aan de door de gemeente gestelde voorwaarden en wordt de huisvestingsvoorziening geacht te zijn verleend.

  • 3.

    Een besluit tot het niet aanbieden van een huurcontract impliceert een weigering van een huisvestingsvergunning en wordt schriftelijk gemotiveerd.

  • 4.

    Voor het verstrekken van een huisvestingsvergunning worden leges geheven.

HOOFDSTUK 3 WOONRUIMTEVERDELING

Artikel 5 Inschrijfsysteem van woningzoekenden

  • 1.

    De in Scherpenzeel werkzame toegelaten instellingen dragen in het kader van deze verordening zorg voor het aanleggen en bijhouden van een uniform inschrijfsysteem van woningzoekenden.

  • 2.

    Zij stellen regels op over de wijze van (betaling voor) inschrijving, registratie van gegevens, opschorting en einde van de inschrijving.

  • 3.

    De woningzoekende ontvangt een bewijs van inschrijving.

  • 4.

    Indien een jongere als bedoeld in artikel 7:274c, tweede lid, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek een huurovereenkomst op grond van dat artikel is aangegaan, vervalt de inschrijving van die jongere om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

  • 5.

    Indien een huurder een huurovereenkomst voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 271, eerste lid, tweede volzin, van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek is aangegaan, vervalt de inschrijving van die huurder om in aanmerking te komen voor een woonruimte niet.

Artikel 6 Aanbod van huurwoningen

  • 1.

    Woonruimten die voor verhuur beschikbaar komen, kunnen door de toegelaten instelling aan woningzoekenden aangeboden worden door middel van een aanbodmodel, een lotingmodel en/of een optiemodel, tenzij het om maatwerk gaat als bedoeld in artikel 17

  • 2.

    Toegelaten instelling(en) geven bij de publicatie van het aanbod duidelijk aan welke woonruimten volgens het aanbodmodel worden toegewezen, welke volgens het lotingsmodel en voor welke woonruimten aanvullende criteria gelden in het kader van het maatwerk.

  • 3.

    De volgorde van de reactie bij het lotingsmodel worden aselect bepaald. Een woningzoekende kan per vrijkomende woning één reactie uitbrengen.

  • 4.

    Indien een loting tot een toewijzing leidt, wordt daarvan in het advertentiemedium binnen 14 dagen na ingang van de contractueel overeengekomen ingangsdatum van het huurcontract mededeling gedaan.

Artikel 7 Voorrang bij woonruimte van een bepaalde prijs

Bij de toewijzing van woonruimte van een bepaalde huurprijs hanteert de toegelaten instelling de wet- en regelgeving zoals die door het Rijk in dezen wordt opgelegd en jaarlijks geïndexeerd met bijpassende huurinkomenstabel van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (de MG-circulaire).

Artikel 8 Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard

  • 1.

    Woningen met kwalitatief en/of kwantitatief aanzienlijke WMO-voorzieningen, met een hogere waarde dan € 15.000,- en woningen die rolstoeltoel- en doorgankelijk zijn, worden niet eerder opnieuw verhuurd dan nadat de toegelaten instelling het vrijkomen van de woning heeft gemeld bij de gemeente en de gemeente heeft verklaard er geen bezwaar tegen te hebben dat de woning via de gebruikelijk wijze (via het digitale platform ‘Huiswaarts.nu) opnieuw aangeboden wordt voor verhuur;

  • 2.

    In potentie kan woonruimte die voldoet aan het bepaalde in lid 1 in aanmerking komen voor directe bemiddeling.

  • 3.

    De reactietermijn voor de gemeente voor de in lid 1 genoemde woningen is maximaal 6 maanden.

Artikel 9 Verhuisintentie

  • 1.

    De gemeente en de toegelaten instelling spannen zich in om – voor zover rechtens mogelijk – de verhuur van de woningen genoemd in artikel 8, lid 1 te verbinden aan het daadwerkelijk gebruik door personen met een desbetreffende WMO-indicatie;

  • 2.

    Toegelaten instelling en gemeente zullen zich pas op lid 1 van dit artikel beroepen als een nieuwe bewoner met indicatie voor de woning beschikbaar is en de zittende huurder passend vervangende woonruimte kan worden aangeboden.

Artikel 10 Voorrang bij woonruimte van een bepaalde omvang

Eengezinswoningen met minimaal vier slaapkamers en/of woningen met een gebruiksoppervlakte van minimaal 100 m2 kunnen met voorrang worden verhuurd aan huishoudens van tenminste vijf personen.

Artikel 11 Woonzorginstellingen - woongroepen

  • 1.

    De in de bijlage van deze verordening gevoegde lijst van instellingen en woongroepen zijn niet verplicht vrijgekomen woonruimte aan te bieden via het digitale platform ‘Huiswaarts.nu’;

  • 2.

    Tussentijdse mutaties op de lijst in de bijlage vallen tijdelijk onder artikel 17 “Experimentbepaling”

  • 3.

    Voor (toekomstige) huurders gelden de bepalingen zoals die zijn verwoord in artikel 3 van deze verordening.

Artikel 12 Voorrang op basis van herstructurering

  • 1.

    Herstructureringskandidaten uit Scherpenzeel, dat wil zeggen mensen die vanwege sloop of ingrijpende renovatie (tijdelijk) hun woning moeten verlaten, krijgen voorrang binnen de gemeente Scherpenzeel;

  • 2.

    De voorrangsverklaring is alleen van toepassing op de legale hoofdbewoner(s) van het pand;

  • 3.

    Indien nodig kan er directe bemiddeling plaatsvinden door de toegelaten instelling;

  • 4.

    Indien in de periode van directe bemiddeling woningen onterecht zijn geweigerd dan wel de kandidaat geen medewerking verleent aan het tijdig verhuizen, is de toegelaten instelling gerechtigd een ontruimingsprocedure op te starten.

Artikel 13 Regionale voorrang bij economische of maatschappelijke binding

Van de in artikel 2 aangewezen woonruimte kan maximaal 50% van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan Regio FoodValley (artikel 1, lid 23) of de gemeente Scherpenzeel.

Artikel 14 Lokale voorrang bij economische of maatschappelijke binding

  • 1.

    Van de in het vorige artikel aangewezen woonruimte kan maximaal 50% van het aanbod met voorrang worden toegewezen aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan Scherpenzeel.

  • 2.

    De voorrangscriteria kunnen niet meer van toepassing worden verklaard als de wettelijke percentages zijn bereikt.

Artikel 15 Rangorde woningzoekenden

  • 1.

    Voor het verkrijgen van huurwoningen komen achtereenvolgens onderstaande categorieën in aanmerking:

    • 1.

      Woningzoekenden met een urgentieverklaring, waarvoor het college op grond van de wettelijke taakstelling volgens artikel 1, lid 1f van de Huisvestingswet 2014 verantwoordelijkheid draagt (artikel 20);

    • 2.

      Lokale urgenties (artikel 42);

    • 3.

      Herstructureringskandidaten (artikel 12);

    • 4.

      Voorrang bij woonruimte van bepaalde omvang, mits aangegeven op huiswaarts.nu (artikel 10)

    • 5.

      Lokale voorrang (artikel 14);

    • 6.

      Regionale voorrang (artikel 13);

    • 7.

      Overige woningzoekenden.

  • 2.

    Voor woningtoewijzingen (ongeacht voorrangsbepalingen) geldt dat de woningzoekende een passend inkomen moet hebben als genoemd in artikelen 3 en 7.

  • 3.

    Indien meerdere personen uit dezelfde categorie op een woning reageren dan heeft de persoon met de langste inschrijftijd of een eerder afgegeven urgentie het eerste recht.

  • 4.

    Uitzonderingen op lid 3 zijn de kandidaten die voorrang hebben op basis van herstructurering. Bij deze kandidaten is de woonduur leidend.

  • 5.

    Uitzonderingen op lid 3 zijn vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet, zij worden in principe direct bemiddeld.

  • 6.

    In afwijking van het bepaalde in lid 1 komen herstructureringskandidaten (artikel 12) als eerste in aanmerking voor de nieuwbouwwoningen binnen het betreffende gebied van herstructurering.

Artikel 16 Vruchteloze aanbieding

In overeenstemming met artikel 17 van de Wet wordt in afwijking van het in artikel 15 bepaalde de huisvestingsvergunning verleend als de woonruimte door de eigenaar overeenkomstig de in het tweede en derde lid van artikel 15 weergegeven procedure gedurende 1 week vruchteloos is aangeboden aan de woningzoekenden die ingevolge artikel 3 voor die woonruimte in aanmerking komen.

Artikel 17: Maatwerk.

  • 1.

    Het college kan, indien de toegelaten instelling daarom verzoekt, tijdelijk ontheffing verlenen van de toewijzingscriteria in deze verordening voor een beperkt deel van de woningvoorraad; deze lijst is als bijlage bij de verordening opgenomen.

  • 2.

    De in het vorige lid genoemde afwijkingsmogelijkheid kan worden toegepast voor het uitvoeren van experimenten of het passend huisvesten (bemiddelen) van bijzondere doelgroepen;

  • 3.

    In de ontheffing, zoals genoemd in lid 1 van dit artikel, worden heldere voorwaarden gesteld aan het experiment met betrekking tot de aard, inhoud, toepassingsgebied, looptijd, rapportage en evaluatie.

  • 4.

    Daarnaast kan het gaan om specifieke beleids- en toewijzingsexperimenten. Daarbij gaat het per definitie om maatregelen van tijdelijke aard. De betreffende toegelaten instelling stelt het college in kennis en maakt zo nodig nadere afspraken met het betreffende college.

Artikel 18. Vrije toewijzingsruimte woningcorporaties

  • 1.

    Corporaties kunnen in bijzondere gevallen woonruimte toewijzen aan woningzoekenden wier specifieke situatie vraagt om een snelle oplossing op maat. Bij deze vrije beleidsruimte gaat het bijvoorbeeld om toewijzingen in verband met calamiteiten- en beheerproblemen. De verhuurders leggen jaarlijks achteraf verantwoording af;

  • 2.

    Een corporatie mag maximaal 3% van het gemiddelde aantal verhuringen van de voorafgaande 3 kalenderjaren van die corporatie gebruiken voor het toewijzen van woningen op grond van het eerste lid.

  • 3.

    De 3% vrije toewijzingsruimte kan enkel worden ingezet nadat een urgentieaanvraag is gedaan op grond van artikel 20 en deze is geweigerd.

Artikel 19. Bijzondere bemiddeling

De woningen in Woonservicezone Weijdelaer worden niet in het woonruimte-verdeelsysteem opgenomen. Gezien de bijzondere bestemming van de woonservicezone.

HOOFDSTUK 4 WETTELIJKE URGENTIE

Artikel 20. Urgentiecategorieën

  • 1.

    In aansluiting op het bepaalde in de wet zijn er twee verplichte woonurgentiecategorieën die een aanvraag kunnen indienen bij het college met het verzoek een urgentie te verstrekken.

    • a.

      woningzoekenden die verblijven in een voorziening voor tijdelijke opvang voor personen die hun woning hebben moeten verlaten in verband met relationele problemen of geweld;

    • b.

      woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen.

  • 2.

    Naast de twee wettelijk verplicht urgentiecategorieën kent de urgentieregio de volgende vijf lokale woonurgentiecategorieën.

    • a.

      Vergunninghouders, als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub h van de Huisvestingswet 2014;

    • b.

      medische urgentie;

    • c.

      financiële urgentie;

    • d.

      relatiebeëindiging;

    • e.

      sociale urgentie.

Artikel 21. Algemene voorwaarden woonurgentiecategorieën art. 20 lid 2 b t/m e

Om voor een lokale woonurgentie in aanmerking te kunnen komen moet aan alle onderstaande voorwaarden worden voldaan:

  • 1.

    de aanvrager moet voorafgaand aan de aanvraag van een woonurgentie tenminste één jaar aaneengesloten ingezetene zijn en ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) van één van de gemeenten uit de Urgentieregio FoodValley;

  • 2.

    de aanvrager moet 18 jaar of ouder zijn en;

  • 3.

    de aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of beschikt over een geldige verblijfstitel en;

  • 4.

    de aanvrager beschikt over legale zelfstandige woonruimte binnen de Urgentieregio en;

  • 5.

    de aanvrager dient ingeschreven te staan als woningzoekende bij www.huiswaarts.nu.

Artikel 22. Bewijsstukken woonurgentiecategorieën art. 20 lid 2 b t/m e

Bij het aanvragen van een woonurgentie moeten in ieder geval de volgende bewijsstukken worden aangeleverd:

  • 1.

    een gemotiveerd schrijven met daarin de reden van de aanvraag en de inspanningen van aanvrager om zelf in woonruimte te voorzien en;

  • 2.

    inschrijfnummer van aanvrager bij www.huiswaarts.nu en;

  • 3.

    een inkomensverklaring van aanvrager (voorheen IB60 en IBRI formulier) van de Belastingdienst van het jaar voorafgaand aan de aanvraag voor een woonurgentie en;

  • 4.

    een kopie van de loonstrook van aanvrager van de maand voorafgaand aan de aanvraag voor een woonurgentie en;

  • 5.

    kopie van identiteitsbewijs van aanvrager (paspoort of identiteitskaart) en;

  • 6.

    kopie van de huurovereenkomst of koopovereenkomst van de huidige woning van aanvrager en;

  • 7.

    bij de verschillende woonurgentiecategorieën staat beschreven welke aanvullende documenten er verder nog kunnen en/of moeten worden aangeleverd.

Artikel 23. Algemene beoordelingscriteria voor woonurgentiecategorieën art. 20 lid 2 b t/m e

Voordat inhoudelijke beoordeling van de aanvraag woonurgentie kan plaatsvinden moet eerst vastgesteld worden dat de aanvrager ook voldoet aan de algemene beoordelingscriteria van dit artikel:

  • 1.

    de aanvrager bevindt zich in een acute woonnoodsituatie waarin het noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen;

  • 2.

    deze acute woonnoodsituatie:

    • a.

      is ontstaan binnen de urgentieregio en buiten de schuld van de aanvrager;

    • b.

      was voor betrokkene niet te voorzien ofwel betrokkene was niet in staat tijdig maatregelen te nemen om de acute woonnoodsituatie te voorkomen. Verder was de betrokkene niet in staat daarop te anticiperen. In uitzonderlijke situaties kan de toepassing van de regel ‘buiten eigen schuld’ niet gerechtvaardigd zijn;

    • c.

      is niet door de aanvrager op eigen kracht of binnen zes maanden op te lossen;

    • d.

      is in het geval van een alleenstaande alleen van toepassing bij zwaarwegende medische of sociale redenen. Een alleenstaande wordt geacht binnen zes maanden op eigen kracht alternatieve woonruimte te vinden;

    • e.

      heeft aantoonbare gevolgen voor het functioneren van de aanvrager en de toewijzing van een (andere) woning in de Urgentieregio levert een substantiële bijdrage aan de oplossing van het probleem.

  • 3.

    de aanvrager kan aantonen dat een maximale eigen inspanning is geleverd om eerst zelf naar een oplossing van het woonprobleem te zoeken, alvorens een urgentie aan te vragen. Andere oplossingen kunnen onder andere zijn: een kamer huren, inwoning bij derden, een woning kopen, particuliere verhuur etc.

  • 4.

    de aanvrager kan aantonen dat een maximale eigen inspanning is geleverd om de huidige woning te behouden.

Artikel 24. Behandeling aanvraag urgentie

  • 1.

    Het college beslist op de in artikel 20 bedoelde aanvraag binnen 8 weken na ontvangst van de aanvraag en de daarbij over te leggen bescheiden en brengen de beslissing ter kennis van de aanvrager.

  • 2.

    Het college kan de beslissing als bedoeld in het eerste lid voor ten hoogste 4 weken verdagen. Van de verdaging wordt schriftelijk mededeling gedaan aan de aanvrager.

Artikel 25. Niet in behandeling nemen van een woonurgentie aanvraag

Een aanvraag voor een woonurgentie wordt niet in behandeling genomen indien deze niet compleet is. Dat wil zeggen onvolledig ingevuld, niet ondertekend of niet voorzien van de vereiste bewijsstukken.

  • 1.

    Ingevolge artikel 4:5 lid 1 Awb stelt het college van burgemeester en wethouders de aanvrager in de gelegenheid binnen een bepaalde termijn de aanvraag aan te vullen. Wanneer de aanvrager hieraan niet voldoet zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen.

  • 2.

    Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen 4 weken nadat de aanvraag is aangevuld of nadat de daarvoor gestelde termijn ongebruikt is verstreken (artikel 4:5 lid 1 Awb).

Artikel 26. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie verblijf in een tijdelijke opvangvoorziening

  • 1.

    Woningzoekende die verblijven in een tijdelijke opvangvoorziening, omdat zij vanwege geweld of problemen van relationele aard hun woonruimte hebben moeten verlaten, kunnen in aanmerking komen voor urgentie;

  • 2.

    De aanvraag voor een urgentie wordt ingediend bij het college en gaat in ieder geval vergezeld van een advies van de aanbieder van dergelijke opvang waarom zelfstandige huisvesting in de urgentieregio noodzakelijk is;

  • 3.

    Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Artikel 27. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie mantelzorg

  • 1.

    Mantelzorgverleners of mantelzorgontvangers als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste lid, van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, ook als deze niet aan economische en maatschappelijke binding voldoen, kunnen in aanmerking komen voor een woonurgentie. De vervangende huisvesting moet een wezenlijke bijdrage leveren aan de taakverlichting van de mantelzorgverlener;

  • 2.

    Burgemeester en wethouders kunnen een urgentie verlenen aan mantelzorgverleners of mantelzorgontvangers. Hierbij zijn de volgende voorwaarden van toepassing:

    • a.

      de aanvrager dient ingeschreven te staan als woningzoekende bij www.huiswaarts.nu;

    • b.

      de aanvrager heeft in de huidige woonsituatie geen huurschulden en heeft geen overlast veroorzaakt;

    • c.

      Het inkomen van het huishouden van de aanvrager is niet hoger dan de door de rijksoverheid vastgestelde inkomensnorm voor sociale huurwoningen;

    • d.

      de afstand tussen de woningen van de ontvanger en verlener van mantelzorg wordt verminderd tot een als redelijk te kwalificeren loop- en/of fietsafstand. De toepassing van deze voorwaarde geldt ter beoordeling aan de urgentiecommissie;

    • e.

      Er is sprake van dagelijkse formele zorg (7 dagen per week) van minimaal 3 uur per dag. Het gaat hier om thuis geboden zorg in de vorm van huishoudelijke hulp, persoonlijke verzorging en/of verpleging en individuele begeleiding. Het aandeel mantelzorg in deze zorg is hierbij minimaal 10 uur per week.

    • f.

      er is sprake van langdurige ondersteuning met de verwachting dat de mantelzorgrelatie minimaal 1 jaar in stand blijft.

    • g.

      de zorgverlening vloeit voort uit een tussen personen bestaande sociale relatie en wordt niet verleend in het kader van een hulpverlenend beroep;

    • h.

      per mantelzorgsituatie wordt eenmalig één woonurgentie afgegeven.

    • i.

      de mantelzorgurgentie is alleen geldig in de gemeente die deze verklaring heeft afgegeven.

  • 3.

    Indien de ontvanger van mantelzorg in een geschikte woning woont, een mantelzorgurgentie heeft, en verhuist naar een ongeschikte woning dan kan geen beroep worden gedaan op aanpassing van de nieuwe woning op basis van de Wmo;

  • 4.

    Bij het aanvragen van een urgentie in de categorie mantelzorg moeten de volgende bewijsstukken worden aangeleverd:

    • a.

      een kopie van een recent WMO-advies van de huidige woongemeente of;

    • b.

      een zorgovereenkomst (indien er sprake is van een Persoons Gebonden Budget) of;

    • c.

      een indicatie vanuit de Wet langdurige zorg (Wlz) of;

    • d.

      een schriftelijke verklaring/omschrijving hoe de mantelzorg geregeld is en door wie;

  • 5.

    Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Artikel 28. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie vergunninghouders

Op basis van een taakstelling van het Rijk krijgen gemeenten een bepaald aantal vergunninghouders te huisvesten als bedoeld in artikel 28 van de wet. De gemeente heeft in deze een in de Wet vastgelegde plicht. Hierbij gelden de aanvullende bepalingen:

  • 1.

    Vergunninghouders, als bedoeld in artikel 1 lid 1 sub h van de Huisvestingswet 2014;

  • 2.

    de vergunninghouder is door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) als bedoeld in artikel 2 van de Wet Centraal orgaan opvang asielzoekers bij de gemeente voorgedragen voor huisvesting;

  • 3.

    Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Artikel 29. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie medische urgentie

  • 1.

    Er is sprake van een medische woonurgentie in het geval er sprake is van een vastgestelde medische aandoening. Naast een fysieke aandoening kan ook psychiatrische of psychische problematiek leiden tot een medische urgentie;

    • a.

      de vastgestelde problematiek heeft een duidelijke relatie met de woonsituatie in de huidige woning en;

    • b.

      de vastgestelde problematiek heeft een chronisch karakter en;

    • c.

      er is sprake van ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie en;

    • d.

      de aanvrager is aantoonbaar onder behandeling van een specialist, niet zijnde een huisarts.

  • 2.

    Indien in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning een verhuisindicatie is toegekend dan kan deze gelden als medische urgentie wanneer ook aan de urgentiecriteria zoals genoemd in het eerste lid onder sub a, b, c en d is voldaan;

  • 3.

    Er kan bij een onafhankelijke externe deskundige advies worden gevraag over de noodzaak tot verhuizing in relatie tot de medische aandoening en de woonsituatie.

Artikel 30. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie financiële urgentie

  • 1.

    Er is sprake van een financiële woonurgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar:

    • a.

      buiten de eigen schuld door acute en onvoorziene omstandigheden te maken heeft met een grote inkomensachteruitgang waardoor de huidige zelfstandige woonruimte niet langer betaalbaar is. Onvrijwillig werklozen of arbeidsongeschikten kunnen hiertoe behoren en;

    • b.

      de zorg heeft voor één of meer kinderen jonger dan 21 jaar.

Artikel 31. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie relatiebeëindiging

Beëindiging van een samenwoningvorm is op zichzelf geen reden voor een woonurgentie. Als het huisvestingsprobleem primair is ontstaan door het beëindigen van een samenwoningvorm, is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de woningzoekende om zelf in andere huisvesting te voorzien. De aanvrager van een woonurgentie moet al het mogelijke hebben gedaan om het woonrecht in de oude woning te behouden, tenzij dit aantoonbaar op juridische- en/of financiële gronden niet haalbaar is gebleken. Iemand die zelf vrijwillig met de kinderen de woning verlaat, kan de ontstane huisvestingsproblematiek niet afwentelen op de gemeente/toegelaten instelling. Nadrukkelijk moet er eerst sprake zijn van een onhoudbare situatie en daarna wordt pas beoordeeld of er wordt voldaan aan de aanvullende bepalingen.

 

  • 1.

    Er wordt bij beëindiging van een samenwoningvorm geen woonurgentie verleend, tenzij:

    • a.

      Er sprake is van aantoonbare zorg voor één of meer kinderen jonger dan 21 jaar, geregistreerd in BRP op het adres van de aanvrager en;

    • b.

      de aanvraag voor een woonurgentie moet binnen twee maanden na de gerechtelijke uitspraak of het verbreken van de samenleving worden ingediend en;

    • c.

      het huwelijk / de samenleving tenminste twee jaar heeft bestaan, aan te tonen in de BRP en;

    • d.

      de aanvrager niet vrijwillig de woning heeft verlaten en;

    • e.

      de aanvrager geen aanspraak kan maken op de woning waaruit men vertrekt en;

    • f.

      slechts één van de scheidende partijen kan in aanmerking komen voor een woonurgentie.

  • 2.

    Bij het aanvragen van een urgentie in de categorie relatiebeëindiging moeten de volgende bewijsstukken worden aangeleverd:

    • a.

      In alle situaties dient er een ouderschapsplan te worden aangeleverd;

    • b.

      In het geval van het beëindigen van een huwelijk wordt een echtscheidingsconvenant overlegd of een beschikking van de rechtbank. In het geval er geen overeenstemming is tussen partijen wordt een eenzijdig echtscheidingsverzoek overlegd;

    • c.

      Bij beëindiging van een geregistreerd partnerschap wordt een overeenkomst tot beëindiging van het partnerschap overlegd, een inschrijving van de beëindiging van het partnerschap bij de burgerlijke stand of een beschikking van de rechtbank. Als er geen overeenstemming is kan een eenzijdig verzoek aan de rechter tot ontbinding van het partnerschap worden overlegd.

    • d.

      Bij het beëindigen van een relatie op basis van een samenlevingsovereenkomst dient een overeenkomst tot beëindiging van de samenlevingsovereenkomst te worden overlegd, of als er geen overeenstemming is, een eenzijdige opzegging van de samenlevingsovereenkomst.

    • e.

      Bij het beëindigen van een samenwoonrelatie waarbij niets formeel geregeld is moet een document worden overlegd waaruit blijkt dat de samenwoning niet langer bestaat. Dit document heet een vaststellingsovereenkomst en hierin is het volgende vastgelegd:

      • -

        De aanvangsdatum van het samenwonen, blijkend uit de inschrijving in het BRP (te controleren door de secretaris);

      • -

        De datum van ontbinding van de relatie;

      • -

        De regeling omtrent hoofdverblijfplaats van de kinderen (mogelijkheid is ook om via een advocaat/mediator/notaris een ouderschapsplan te laten opstellen);

      • -

        De vaststellingsovereenkomst moet door beide partners worden getekende en bij een notariskantoor worden gelegaliseerd

    • f.

      In het geval van een huurwoning, een officiële beschikking van de rechtbank met betrekking tot het claimen van de betreffende woning;

    • g.

      In het geval van een koopwoning een voorlopig verkoopcontract of een schriftelijk bewijs dat u ontslagen bent uit de hoofdelijke verplichtingen met betrekking tot de hypothecaire geldlening;

    • h.

      Alle bewijsstukken dienen door beide partijen te zijn ondertekend en voorzien van een datum.

Artikel 31a. Aanvullende bepalingen indien de huidige woonsituatie een huurwoning betreft

  • 1.

    Bij een huurwoning wordt verwacht dat de woning door beide ouders wordt geclaimd bij de rechtbank. De Rechter doet uitspraak wie in de huidige huurwoning mag blijven wonen.

  • 2.

    Beslist de rechter dat de huurwoning verlaten moet worden door de ouder die de volledige zorg heeft over de kind(e)ren, dan kan men in aanmerking komen voor een woonurgentie.

  • 3.

    Als er sprake is van co-ouderschap/gedeelde zorg voor de kind(e)ren, dan is er voor de kind(e)ren een plek beschikbaar bij één van de ouders en dan is een woonurgentie voor de andere ouder uitgesloten. De ouder die de huurwoning dient te verlaten, zal dan zelfstandig in huisvesting moeten voorzien.

  • 4.

    Indien de huurwoning om financiële redenen niet te claimen is daar de netto huurprijs ver boven de huidige huurtoeslag norm valt, dan moeten de volgende bewijsstukken worden aangeleverd:

    • a.

      Kopie van het huurcontract;

    • b.

      Bankafschrift van de rekening waar de huur van afgeschreven wordt (van de maand waarin de woonurgentie aanvraag wordt ingediend);

    • c.

      Kopie van een salarisspecificatie.

Artikel 31b. Aanvullende bepalingen indien de huidige woonsituatie een koopwoning betreft

  • 1.

    Bij verkoop van de koopwoning of overname van deze woning door de ex-partner wordt de woonurgentieverklaring afgegeven op termijn en deze zal in werking treden op het moment dat u daarvoor de volgende bewijsstukken aanlevert:

    • a.

      Een ondertekend voorlopig verkoopcontract of;

    • b.

      Een schriftelijk bewijs dat u ontslagen bent uit de hoofdelijke verplichtingen met betrekking tot de hypothecaire geldlening.

  • 2.

    In geval van co-ouderschap/ gedeelde zorg voor de kind(e)ren, kan slechts één partij in aanmerking komen voor urgentie.

    • a.

      Bij verkoop van de koopwoning betekent dat in het geval beide ouders in gelijke mate de zorg voor een kind(e)ren hebben en beide de gezamenlijke woning verlaten, door henzelf een aantoonbare keus moet worden gemaakt wie de aanvraag voor een woonurgentie indient.

    • b.

      Wordt de koopwoning volledig overgenomen door de ex-partner dan wordt er geen woonurgentie afgegeven. Er is voor de kind(e)ren dan een plek beschikbaar bij één van de ouders. De ouder die de huurwoning dient te verlaten, zal dan zelfstandig in huisvesting moeten voorzien.

Artikel 32. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie sociale urgentie

Er is sprake van een sociale woonurgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar:

  • 1.

    Ten gevolge van de huidige huisvestingssituatie een onhoudbare acute woonnoodsituatie is ontstaan, die binnen een half jaar moet worden opgelost;

    • a.

      De aanvrager dient aan te tonen dat de sociale problemen direct samenhangen met de huidige woonsituatie en dat hij/zij er alles aan heeft gedaan om de situatie te voorkomen of te verbeteren;

    • b.

      Ten gevolge van psychische en/of sociale problemen permanent ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervindt in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie;

    • c.

      De sociale problematiek dient al geruime tijd bekend te zijn bij een op dat gebied werkzame instantie en zij dienen de problematiek te onderschrijven;

    • d.

      Van levensbedreiging of levensontwrichting is sprake als het dagelijkse leven zo erg is verstoord dat er sprake is van levensgevaar voor één of meer leden van het gezin. De verstoring gaat dan om geestelijke, emotionele of lichamelijke belasting die niet zelf is op te lossen;

    • e.

      Er kan bij een onafhankelijke externe deskundige advies worden gevraag over de noodzaak tot verhuizing in relatie tot de psychische en/of sociale problemen en de woonsituatie.

  • 2.

    dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een van gemeentewege erkend opvang-, BW- of hulp- en dienstverleningsinstelling in de urgentieregio. Voor deze urgentiecategorie geldt dat:

    • a.

      in afwijking van het bepaalde in artikel 21 lid 1 de woningzoekende tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling, blijkens de inschrijving in de basisadministratie, woonachtig was in de urgentieregio;

    • b.

      in afwijking van het bepaalde in artikel 21 lid 4 een woningzoekende niet over legale zelfstandige woonruimte beschikt binnen de urgentieregio;

    • c.

      het bepaalde in artikel 33 lid 2 onder a, d, h en r niet van toepassing is;

    • d.

      woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

Artikel 33 Aanvullende bepalingen urgentiecategorie Vrijwillige brandweer Scherpenzeel-doelgroep

  • 1.

    Er is sprake van een woonurgentie in het geval de woningzoekende:

    • a.

      Mimimaal 20 en maximaal 50 jaar oud is, en

    • b.

      tenminste 2 jaar aaneengesloten lid is van de Vrijwillige brandweer Scherpenzeel.

Artikel 34: Weigeringsgronden urgentie

  • 1.

    Een urgentie kan worden geweigerd indien op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat een nieuwe woning noodzakelijk zou worden en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodsituatie.

  • 2.

    Er wordt geen urgentie verleend wanneer de huisvestingsproblematiek primair veroorzaakt wordt door:

    • a.

      (dreigende) dakloosheid door eigen toedoen / woningontruiming;

    • b.

      terugkeer naar gemeente en/of familie na echtscheiding elders;

    • c.

      terugkeer of komst naar de gemeente op medische gronden, tenzij alleen een woning in de gemeente Scherpenzeel als enige oplossing overblijft. De noodzaak moet worden aangetoond door de aanvrager;

    • d.

      inwoning/kamerbewoning;

    • e.

      zwangerschap/gezinsuitbreiding;

    • f.

      ruimtegebrek in een woning;

    • g.

      burenruzie/hinder/overlast;

    • h.

      huurschuld of schadevordering woningstichting;

    • i.

      gezins- of familieproblematiek;

    • j.

      gezinshereniging;

    • k.

      maatschappelijke binding;

    • l.

      remigratie / terugkeer uit het buitenland;

    • m.

      onregelmatige werktijden / reisafstand werk / economische binding;

    • n.

      vrijwillige verlating van een woning;

    • o.

      lange wachttijd reguliere toewijzing n.a.v. reacties via Huiswaarts.nu;

    • p.

      tijdelijk huurcontract;

    • q.

      terugkeer van detentie;

    • r.

      illegale bewoning;

    • s.

      Onderhoudsproblemen of gebreken van de huidige woning, bijvoorbeeld vochtproblematiek.

  • 3.

    in afwijking van hetgeen genoemd in het tweede lid kan er een woonurgentie verleend worden indien de gevolgen van de huidige woonsituatie dermate ernstig zijn dat voortzetten niet van de aanvrager gevergd kan worden.

Artikel 35. Inkomen en vermogen

Er geldt geen inkomens- en vermogensgrens voor de aanvraag van een woonurgentie. Voor woningtoewijzing door de toegelaten instelling geldt dat de woningzoekende een passend inkomen moet hebben. Tot slot kan een hoog inkomen of vermogen tot oordeel leiden dat de aanvrager zelf in woonruimte kan voorzien en dat daarom geen woonurgentie wordt verleend.

Artikel 36. Procedure toewijzing woningen

  • 1.

    Bij het toekennen van een woonurgentie stelt de urgentiecommissie, rekening houdend met de urgentieredenen, het ‘zoekprofiel woonruimte’ vast;

  • 2.

    het ‘zoekprofiel woonruimte’ is de minimaal passende woning met de kortste wachttijden (in de praktijk betekent dit een appartement/flatwoning) rekening houdend met het passend toewijzen;

  • 3.

    woningzoekenden met een woonurgentie kunnen zelf reageren binnen het vastgestelde zoekprofiel of worden bemiddelingsurgent waarbij de woningcorporatie zoekt naar passende huisvesting;

  • 4.

    bij woonurgenties in de woonurgentiecategorie sociale urgentie en medische urgentie kan het voorkomen dat de toe te wijzen woningen aan bepaalde kenmerken moet voldoen. Het zoekprofiel kan dan worden afgegeven als bemiddelingsurgent of wonen onder voorwaarden.

  • 5.

    woningzoekenden met een woonurgentie kunnen de eerste beschikbare passende woning niet weigeren zonder dat de woonurgentie komt te vervallen. Hierbij wordt geen rekening gehouden met woonwensen;

  • 6.

    indien meerdere woningzoekenden met een woonurgentie op dezelfde woningen reageren, dan heeft de woningzoekende met een eerder afgegeven urgentie het eerste recht. Indien daartussen geen verschil bestaat dan heeft de woningzoekende met de langste inschrijftijd op huiswaarts.nu het eerste recht;

  • 7.

    de woonurgentie is maximaal zes maanden na besluitvorming geldig;

  • 8.

    indien binnen 6 maanden geen woning is toegewezen die aan het zoekprofiel dan wel de eisen conform lid 4 voldoet, of wanneer na 3 maanden al voorzienbaar is dat dit niet zal lukken, vindt overleg plaats tussen de aanvrager, de woningcorporatie en de urgentiecommissie om te komen tot een voorlopige oplossing dan wel dat gekozen wordt voor verlening van de woonurgentie;

Artikel 37. Beëindiging van een woonurgentie

  • 1.

    In de volgende gevallen wordt de woonurgentie beëindigd:

    • a.

      indien de woonurgentie aanvraag gebaseerd is op onjuiste of onvolledige gegevens waarvan de aanvrager redelijkerwijs op de hoogte kon zijn;

    • b.

      indien de omstandigheden, na verlening van de urgentie doch vóór het woningaanbod, dermate wijzigen dat er geen urgentie verleend was indien deze omstandigheden hadden plaatsgevonden voor verlening van urgentie.

    • c.

      wanneer een passende woning is aangeboden maar deze wordt geweigerd;

    • d.

      de woonurgentie vervalt van rechtswege als de termijn waarvoor zij geldig is (6 maanden) afloopt (artikel 35 lid 7);

    • e.

      na acceptatie van een aangeboden woning;

    • f.

      wanneer een woonurgentie wordt ingetrokken, dan wordt de aanvrager hiervan schriftelijk op de hoogte gesteld;

    • g.

      tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders kan binnen zes weken na dagtekening bezwaar worden gemaakt. De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn op deze besluiten van toepassing;

    • h.

      Een bezwaarschrift wordt mondeling behandeld in een zitting van de bezwaarschriftencommissie van de gemeente Scherpenzeel. Deze commissie geeft vervolgens een advies aan het college van burgemeester en wethouders en die nemen vervolgens een beslissing.

Artikel 38. Directe bemiddeling

Woonruimte voor de urgentiecategorieën als bedoeld in artikel 20 wordt in principe direct bemiddeld.

HOOFDSTUK 5. WIJZIGINGEN IN DE WOONRUIMTEVOORRAAD

Artikel 39. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

  • 1.

    Woonruimten mogen niet zonder vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet, worden onttrokken of gesplitst. De vergunningplicht geldt voor woningen die:

    • a.

      van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte worden omgezet en

    • b.

      worden verbouwd tot twee of meer woonruimten.

  • 2.

    Het verbod als bedoeld in artikel 21 van de wet, eerste volzin onder c en d is van toepassing op alle woonruimten die zijn gelegen in de gemeente Scherpenzeel.

  • 3.

    Het eerste lid is niet van toepassing op:

    • a.

      onzelfstandige woonruimten ten tijde van inwerkingtreding van deze verordening;

    • b.

      woonruimten die op basis van het bestemmingsplan een gemengde bestemming of centrumbestemming heeft en als zodanig (mede) bedoeld is voor onzelfstandige bewoning.

Artikel 40. Aanvraag vergunning

  • 1.

    Een aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste volzin onder c en d van de wet wordt ingediend bij het college van burgemeester en wethouder door gebruikmaking van een vastgesteld formulier.

  • 2.

    Bij de aanvraag worden in ieder geval de volgende gegevens verstrekt:

    • a.

      volledige (persoons)gegevens van de eigenaar van de woonruimte waarop de aanvraag betrekking heeft;

    • b.

      adres en kadastrale gegevens van de woonruimte;

    • c.

      bewijs van eigendom van de woonruimte en, voor zover van toepassing, bewijs dat de aanvrager gerechtigd is tot de gevraagde omzetting;

    • d.

      de gegevens over de bestaande situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, het woonoppervlak, de woonlaag en de staat van onderhoud;

    • e.

      de gegevens over de beoogde situatie, welke, voor zover van toepassing, omvatten de huurprijs, het aantal kamers, de bouwtekening of bouwvergunning, en

    • f.

      de beoogde doelgroep en duur van de onzelfstandige woonruimten.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen bij de beoordeling van aanvragen als bedoeld in het eerste lid, ten behoeve van de uitoefening van een bedrijf, advies inwinnen bij de Kamer van Koophandel.

Artikel 41. Voorwaarden en voorschriften

Aan een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste volzin onder c en d van de wet kunnen de volgende voorwaarden en voorschriften verbonden worden:

  • a.

    een beperkte geldingsduur van de vergunning, indien de vergunning voorziet in een tijdelijke behoefte, en

  • b.

    voorschriften in het kader van de borging van een goed woon- en leefklimaat.

Artikel 42. Weigeringsgronden

  • 1.

    Een vergunning als bedoeld in artikel 21, eerste volzin onder c en d van de wet kan worden geweigerd als:

    • a.

      naar het oordeel van het college het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad groter is dan het met de omzetting of woningvorming gediende belang;

    • b.

      het onder a genoemde belang niet voldoende kan worden gediend door het stellen van voorschriften en voorwaarden aan de vergunning, en/of;

    • c.

      het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand, mede gelet op de beleidsregels die verbonden zijn aan het onttrekkingsstelsel.

HOOFDSTUK 6 LOKALE URGENTIE

Artikel 43. Aanvraag

De aanvraag wordt ingediend bij de gemeente Scherpenzeel of indien van toepassing bij de externe urgentiecommissie. Degene die dringend behoefte heeft aan (andere) woonruimte, verder te noemen de aanvrager, kan aan de urgentiecommissie verzoeken hem een urgentie te verstrekken. Vergunninghouders als bedoeld in art. 1, lid 1, sub h. van de Huisvestingswet 2014 worden in principe direct bemiddeld, zonder tussenkomst van de urgentiecommissie.

Artikel 44. Urgentiecategorieën

Naast de twee wettelijk verplichte urgentiecategorieën, zoals omschreven in hoofdstuk 4, kent de gemeente Scherpenzeel de volgende lokale urgentiecategorieën:

  • 1.

    Vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet;

  • 2.

    Sociale urgentie;

  • 3.

    Financiële urgentie;

  • 4.

    Medische urgentie;

  • 5.

    Echtscheiding / verbreken samenwoning.

Artikel 45. Afbakening

Om voor lokale urgentie in aanmerking te komen, moet de aanvrager in ieder geval aan de volgende criteria voldoen:

  • a.

    een aanvrager van urgentie op grond van artikel 38 moet voorafgaand aan de aanvraag tenminste één jaar aaneengesloten ingezetene zijn en ingeschreven staan in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente Scherpenzeel;

  • b.

    de aanvrager heeft de Nederlandse nationaliteit of beschikt over een geldige verblijfstitel;

  • c.

    de aanvrager beschikt over legale zelfstandige woonruimte binnen de gemeente Scherpenzeel;

  • d.

    de criteria onder a, b en c van dit artikel gelden niet voor vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet;

  • e.

    de criteria onder a en c van dit artikel gelden niet voor de aanvrager die behoort tot de OGGZ-doelgroep. De aanvrager behoort tot de OGGZ-doelgroep als de centrumgemeente heeft vastgesteld of doen vaststellen dat de gemeente Scherpenzeel de gemeente van herkomst is;

  • f.

    het genoemde onder c. geldt niet voor de Vrijwillige brandweer Scherpenzeel-doelgroep.

Artikel 46. Leges

Voor het in behandeling nemen van een aanvraag voor een urgentie op grond van artikel 38 kunnen leges worden geheven.

Artikel 47. Bewijsstukken

  • 1.

    De aanvraag voor een urgentie wordt ingediend bij de urgentiecommissie en gaat in ieder geval vergezeld van de volgende bewijsstukken met betrekking tot:

    • a.

      het aantal woningen waar via Huiswaarts.nu op is gereageerd;

    • b.

      overige inspanningen om zelf in woonruimte te voorzien;

    • c.

      het belastbare jaarinkomen en het vermogen in het jaar voorafgaand aan de aanvraag;

    • d.

      huurovereenkomst of koopovereenkomst;

  • 2.

    Bij echtscheiding, verbreking samenwoning, of geregistreerd partnerschap worden bewijsstukken overlegd met betrekking tot:

    • a.

      relevante stukken over de echt- en boedelscheiding, alimentatie en gezag over kinderen;

    • b.

      bewijs waaruit blijkt dat de aanvrager geen aanspraak kan maken op de voorheen gezamenlijk bewoonde woning.

  • 3.

    Het aanvragen bij de urgentiecommissie en het overleggen van bewijsstukken zoals vermeld in lid 1 geldt niet voor vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet.

Artikel 48. Algemene bepalingen over urgenties

Bij de behandeling van de aanvraag moet vastgesteld worden dat:

  • a.

    de aanvrager zich bevindt in een acute woonnoodsituatie waarin het noodzakelijk is om binnen een half jaar te verhuizen;

  • b.

    deze acute woonnoodsituatie:

    • -

      heeft aantoonbare gevolgen voor het functioneren van de aanvrager en de toewijzing van een (andere) woning in de gemeente Scherpenzeel levert een substantiële bijdrage aan de oplossing van het probleem;

    • -

      is niet door de aanvrager op eigen kracht of binnen zes maanden op te lossen;

    • -

      is ontstaan binnen de gemeente Scherpenzeel en buiten de schuld van de aanvrager;

  • c.

    de aanvrager kan aantonen dat een maximale eigen inspanning is geleverd om zelf een passende woning te vinden;

  • d.

    de criteria onder a, b en c gelden niet voor vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet. Op basis van de Rijkstaakstelling gelden voor deze groep urgenten afwijkende regels.

Artikel 49. Behandeling aanvraag urgenties

Er is een urgentiecommissie die, namens het college, als taak heeft het nemen van besluiten heeft op grond van hoofdstuk 5 van deze verordening.

Vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet worden in principe direct bemiddeld, zonder tussenkomst van een urgentiecommissie.

Artikel 50. Aanvullende bepalingen met betrekking tot sociale urgentie

Er is sprake van een sociale urgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar:

  • 1.

    ten gevolge van ernstige psychische en/of sociale problematiek ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering ondervindt in de huidige woonsituatie;

  • 2.

    dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een van gemeentewege erkend opvang-, BW- of hulp- en dienstverleningsinstelling in de gemeente. Voor deze urgentiecategorie geldt dat:

    • a.

      in afwijking van het bepaalde in artikel 25 lid a de woningzoekende tenminste twee van de drie jaren direct voorafgaand aan het verblijf in de instelling, blijkens de inschrijving in de basisadministratie, woonachtig was in de gemeente Scherpenzeel;

    • b.

      in afwijking van het bepaalde in artikel 25 lid c een woningzoekende niet over legale zelfstandige woonruimte beschikt binnen de gemeente Scherpenzeel;

    • c.

      het bepaalde in artikel 34 lid 2 onder a, d, g en q niet van toepassing is;

    • d.

      woonruimte voor deze urgentiecategorie direct wordt bemiddeld.

Artikel 51. Aanvullende bepalingen met betrekking tot financiële urgentie

Er is sprake van een financiële urgentie in het geval een woningzoekende aantoonbaar buiten de eigen schuld door acute en onvoorziene omstandigheden te maken heeft met een grote inkomensachteruitgang waardoor de huidige zelfstandige woonruimte niet langer betaalbaar is.

Artikel 52. Aanvullende bepalingen met betrekking tot medische urgentie

  • 1.

    Er is sprake van een medische urgentie in geval van ernstige onhoudbare fysieke-, psychiatrische of psychische problematiek en;

    • a.

      de vastgestelde problematiek heeft een duidelijke relatie met de woonsituatie in de huidige woning en;

    • b.

      de vastgestelde problematiek heeft een chronisch karakter en;

    • c.

      er is sprake van ernstige hinder en/of schade, belemmering of verslechtering in combinatie met de huidige zelfstandige woonsituatie en;

    • d.

      de aanvrager is aantoonbaar onder behandeling van een specialist, niet zijnde een huisarts.

  • 2.

    Indien in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning een verhuisindicatie is gegeven, kan deze gelden als medische urgentie wanneer ook aan de urgentiecriteria zoals genoemd in het eerste lid onder sub a, b en c is voldaan.

Artikel 53. Aanvullende bepalingen met betrekking tot urgentie wegens echtscheiding

Er wordt bij echtscheiding, verbreking samenwoning of verbreking geregistreerd partnerschap geen urgentie verleend, tenzij:

  • 1.

    er sprake is van aantoonbare zorg voor één of meer kinderen jonger dan 21 jaar, geregistreerd in BRP op het adres van de aanvrager en;

  • 2.

    de aanvraag binnen twee maanden na de gerechtelijke uitspraak of het verbreken van de samenleving wordt ingediend en;

  • 3.

    het huwelijk / de samenleving tenminste één jaar heeft bestaan, aan te tonen in de BRP en;

  • 4.

    de aanvrager niet vrijwillig de woning heeft verlaten en;

  • 5.

    de aanvrager geen aanspraak kan maken op de woning waaruit men vertrekt.

Bovendien kan slechts één van de scheidende partijen in aanmerking komen voor urgentie.

Artikel 54. Weigeringsgronden urgentie

  • 1.

    Er wordt geen urgentie verleend indien op basis van leeftijd, gezinssituatie of woonsituatie te voorzien was dat een nieuwe woning noodzakelijk zou worden en er geen sprake is van een onverwacht optredende noodsituatie. De beoordeling wordt afgestemd op het individuele geval.

  • 2.

    Er wordt geen urgentie verleend wanneer de huisvestingsproblematiek primair veroorzaakt wordt door:

    • a.

      (dreigende) dakloosheid door eigen toedoen / woningontruiming;

    • b.

      terugkeer naar gemeente en/of familie na echtscheiding elders;

    • c.

      terugkeer of komst naar de gemeente op medische gronden, tenzij alleen een woning in de gemeente Scherpenzeel als enige oplossing overblijft. De noodzaak moet worden aangetoond door de aanvrager;

    • d.

      inwoning/kamerbewoning;

    • e.

      zwangerschap/gezinsuitbreiding;

    • f.

      burenruzie/hinder/overlast;

    • g.

      huurschuld of schadevordering woningstichting;

    • h.

      gezins- of familieproblematiek;

    • i.

      gezinshereniging;

    • j.

      maatschappelijke binding;

    • k.

      remigratie

    • l.

      onregelmatige werktijden / reisafstand werk / economische binding;

    • m.

      vrijwillige verlating van een woning;

    • n.

      lange wachttijd reguliere toewijzing n.a.v. reacties via Huiswaarts.nu;

    • o.

      tijdelijk huurcontract;

    • p.

      terugkeer van detentie;

    • q.

      illegale bewoning, bijvoorbeeld op een recreatiepark.

  • 3.

    Een combinatie van factoren zoals genoemd in het tweede lid, kan wel aanleiding zijn voor een urgentie. In geval van een combinatie van factoren kan urgentie worden toegekend indien de gevolgen van de huidige woonsituatie dermate ernstig zijn dat voortzetten niet van de aanvrager gevergd kan worden.

  • 4.

    Het tweede lid onder a, b, g en h blijven buiten beschouwing indien de aanvrager behoort tot de OGGZ-doelgroep.

Artikel 55. Inkomen en vermogen

Er geldt geen inkomens- en vermogensgrens voor de aanvraag urgentieverlening, maar wel bij de toewijzing van woningen door de toegelaten instelling.

Artikel 56. Procedure toewijzing woningen en eisen woonprofiel

  • 1.

    Bij urgentieverlening stelt de urgentiecommissie een ‘zoekprofiel woonruimte’ vast. Dit zoekprofiel woonruimte is de minimaal passende woning met de kortste wachttijden;

  • 2.

    Bij de vaststelling van een medische urgentie dient duidelijk naar voren te komen waaraan de toe te wijzen woning in verband met de medische urgentie moet voldoen. Medisch urgenten krijgen zo snel mogelijk, in ieder geval binnen 6 maanden na bekendmaking van het besluit een passende woning aangeboden. Dit is de eerst beschikbare passende woning;

  • 3.

    Indien binnen 6 maanden geen woning is toegewezen die aan de eisen voldoet, of wanneer na 3 maanden al voorzienbaar is dat dit niet zal lukken, vindt overleg plaats tussen de toegelaten instelling, de aanvrager en de urgentiecommissie om te komen tot een voorlopige oplossing dan wel dat gekozen wordt voor uitstel;

  • 4.

    Bij de overige urgenties wordt door de urgentiecommissie een zoekprofiel toegewezen conform de normale uitgangspunten voor de passendheid van woningen;

  • 5.

    Waar sprake is van een mogelijke combinatie van urgentieredenen wordt altijd een afweging ten aanzien van het te omschrijven zoekprofiel gemaakt.

Artikel 57. Intrekken of vervallen urgentie

  • 1.

    In de volgende gevallen wordt de urgentie ingetrokken;

    • a.

      indien de urgentie is gebaseerd op onjuiste of onvolledige gegevens waarvan de aanvrager redelijkerwijs op de hoogte kon zijn;

    • b.

      indien de omstandigheden, na verlening van de urgentie doch vóór het woningaanbod, dermate wijzigen dat er geen urgentie verleend was indien deze omstandigheden hadden plaatsgevonden voor verlening van urgentie.

  • 2.

    In de volgende gevallen komt de urgentie te vervallen:

    • a.

      wanneer een passend woningaanbod wordt geweigerd, waartoe gerekend wordt dat het woningaanbod afwijkend is van de woonwens;

    • b.

      na acceptatie van een aangeboden woning.

HOOFDSTUK 7 OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 58. hardheidsclausule

Indien de woonurgentie aanvraag niet voldoet aan de voorwaarden en criteria kan er in zeer specifieke gevallen, op de grond van de hardheidsclausule, alsnog een woonurgentie worden toegekend.

  • 1.

    Het college is bevoegd in gevallen waarin de toepassing van deze verordening naar haar oordeel tot een bijzondere hardheid leidt ten gunste van de aanvrager af te wijken van deze verordening;

  • 2.

    Het advies tot het al dan niet toepassen van de hardheidsclausule wordt gemotiveerd in het besluit opgenomen.

HOOFDSTUK 8 SLOTBEPALINGEN

Artikel 59. Overgangsrecht

Besluiten, genomen krachtens de Huisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel, die gelding was vóór de inwerkintreding van deze verordening, en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.

Artikel 60. Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking en vervalt op 1 juli 2023.

  • 2.

    Bij inwerkingtreding van de voorliggende Huisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel wordt de Huisvestingsverordening 2018 gemeente Scherpenzeel zoals vastgesteld d.d. 15 februari 2018 ingetrokken.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als Huisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 16 juli 2019.

B.S. van Ginkel-Schuur

Griffier

M.J. Zwankhuizen

voorzitter

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

 

In deze artikelsgewijze toelichting worden enkel die bepalingen, die nadere toelichting behoeven, behandeld.

 

Vanaf artikel 33 alle artikelen te hernummeren met +1 (inclusief toelichting vanaf genoemd artikel)

 

 

HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen

 

Artikel 1. Begripsbepalingen

Voor de definities is zoveel mogelijk aangesloten bij de in de Huisvestingswet en Huisvestingsverordening genoemde begrippen. De in Scherpenzeel werkzame toegelaten instellingen zijn gemandateerd om de Huisvestingsverordening uit te voeren.

 

 

HOOFDSTUK 2. De vergunningplichtige voorraad

 

Artikel 2. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 7 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening categorieën goedkope woonruimte kan aanwijzen die niet voor bewoning in gebruik mogen worden genomen of gegeven als daarvoor geen huisvestingsvergunning is verleend.

In het eerste lid is aangegeven tot welke huurprijsgrens de huisvestingsvergunning verplicht is en dat deze vergunningsplicht alleen van toepassing is op woningen van toegelaten instellingen. Hiermee wordt de werking van de verordening beperkt tot dat specifieke deel van de woningmarkt waarop de schaarste en verdringing zich met name voordoet.

 

Een huisvestingsvergunning is enkel verplicht voor zelfstandige woonruimte in eigendom van toegelaten instellingen. In voorkomende gevallen is onzelfstandige woonruimte (een kamer) echter tevens een passende oplossing voor met name urgent woningzoekende. Dit kan helpen om de extra druk op de woningmarkt te verlichten. De verordening verplicht niet tot zelfstandige huisvesting van urgenten, die alleenstaand zijn.

 

De gemeente Scherpenzeel heeft de keuze gemaakt om woonruimten in eigendom van particuliere verhuurders (niet zijnde toegelaten instellingen) zonder vergunningplicht te verhuren. Deze keuze is gemaakt omdat er redenen kunnen zijn (b.v. echtscheiding of verandering van baan) dat personen die met spoed in aanmerking willen komen voor woonruimte, niet voldoen aan de urgentiecriteria, op basis van inschrijftijd geruime tijd moeten wachten om in aanmerking te komen voor een huurwoning onder de huurprijsgrens en mogelijk een (iets) te hoog inkomen hebben.

 

Artikel 3. Criteria voor verlening huisvestingsvergunning

Deze bepaling is in de eerste plaats een uitwerking van artikel 9 van de Wet waarin dwingend is bepaald dat als de gemeenteraad toepassing heeft gegeven aan artikel 7 van de Wet, hij in de huisvestingsverordening de criteria vastlegt voor de verlening van huisvestingsvergunningen. De gemeenteraad is vrij in het vaststellen van die criteria. Deze bepaling is in de tweede plaats een uitwerking van artikel 10, eerste lid, van de Wet waarin in het belang van de transparantie van het huisvestingsvergunningstelsel is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening vastlegt welke categorieën woningzoekenden in aanmerking komen voor het verkrijgen van een huisvestingsvergunning.

 

In het tweede lid van artikel 10 van de Wet is bepaald dat voor een huisvestingsvergunning slechts in aanmerking komen woningzoekenden die de Nederlandse nationaliteit bezitten of op grond van een wettelijke bepaling als Nederlander worden behandeld, of vreemdeling zijn en rechtmatig verblijf in Nederland hebben als bedoeld in artikel 8, onderdelen a tot en met e en l, van de Vreemdelingenwet 2000.

 

Woningzoekenden die niet aan deze wettelijke criteria voldoen, komen in geen geval in aanmerking voor een huisvestingsvergunning.

 

De gemeente Scherpenzeel sluit aan op de toewijzingsregels zoals die door het rijk worden opgelegd aan toegelaten instellingen en zijn verwoord in de MG-circulaire van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties.

 

Opgemerkt wordt dat de in dit artikel genoemde MG-circulaire op het grootste gedeelte van de woningtoewijzingen van toepassing is. De huidige rijkswetgeving beoogt hiermee dat 80% van de woningen moet worden toegewezen aan huishoudens die recht hebben op huurtoeslag (i.c. huishoudens met een inkomen dat lager is dan € 38.035,- (prijspeil 2019). Tot en met 2020 mag 10% van de woningen worden verhuurd aan huishoudens met een inkomen tussen de € 38.035,- en € 42.436,- (prijspeil 2019). De laatste 10% mag de corporatie vrij toewijzen waarbij de regels uit de huisvestingsverordening in acht moeten worden genomen.

 

De inkomensgrenzen gelden niet voor woningen die worden toegewezen op grond van de AWBZ en waar sprake is van een integrale levering van wonen en zorg. Voor zorgbehoevenden met een zorgindicatie geldt dus geen inkomenstoets. Dit type woningen is ondergebracht in artikel 11 van deze verordening. Opgemerkt moet worden dat het hier ook kan gaan om onzelfstandige woonruimte (verpleegunits) die niet vallen binnen de reikwijdte van deze verordening.

 

De bovenstaande wet- en regelgeving is aan verandering onderhevig. In de toekomst moeten toegelaten instellingen hun huren meer afstemmen op de inkomensniveaus van de doelgroep. Vanaf 1 januari 2016 moeten toegelaten instellingen aan tenminste 95% van de huishoudens die recht hebben op huurtoeslag een woning toewijzen met een huurprijs onder de voor hun geldende aftoppingsgrens.

 

Aanvullend aan de bepalingen in de Wet eist de gemeente Scherpenzeel dat iemand, om in aanmerking te komen voor woonruimte, meerderjarig moet zijn. Hiermee wordt aangesloten bij de in het verleden gemaakte keuzes in dezen.

 

Artikel 4. Aanvraag en inhoud huisvestingsvergunning

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 19 van de Wet. Daarin is bepaald dat het college gebruik kan maken van de bevoegdheden krachtens artikel 15 van de Wet (dit artikel is in deze verordening uitgewerkt door middel van artikel 4) door mandaat te verlenen aan eigenaren van woonruimte voor zover het die woonruimte betreft.

 

De gemeente Scherpenzeel mandateert, door vaststelling van deze verordening, de vergunningverlening aan de toegelaten instellingen die werkzaam zijn in de gemeente Scherpenzeel.

 

Het niet voldoen aan de voorwaarden zoals deze verwoord zijn in deze verordening leidt tot het weigeren van een Huisvestingvergunning door de toegelaten instelling. Een dergelijke besluit moet altijd schriftelijk kenbaar worden gemaakt. Tegen dit besluit kan binnen zes weken na dagtekening bezwaar worden gemaakt. De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht zijn op deze besluiten van toepassing.

 

Er kunnen privaatrechtelijk ook redenen zijn op basis waarvan een toegelaten instelling de keuze maakt een aanbieding van de woning in te trekken. Redenen kunnen zijn (niet uitputtend): het hebben van een huurschuld of het exploiteren van een hennepkwekerij in de vorige woning. Een dergelijke keuze vindt geen grondslag in de Huisvestingswet en staat dus niet open voor bezwaar en beroep. Wél staat een rechtsgang open naar een civiele rechter.

 

 

HOOFDSTUK 3. Woonruimteverdeling

 

Artikel 5. Inschrijfsysteem van woningzoekenden

Deze bepaling is gegrond op artikel 4, eerste lid, onder a, van de Wet. Het hanteren van eenzelfde woonruimteverdeelsysteem bevordert de transparantie en vermindert de administratieve lasten voor woningzoekenden.

 

De gemeente Scherpenzeel sluit met deze formulering aan op de huidige werkwijze van de toegelaten instellingen in Scherpenzeel. Dit is de werkwijze zoals deze door vrijwel alle toegelaten instellingen in Regio FoodValley wordt gehanteerd.

 

Het vierde en vijfde lid zijn verplichte toevoegingen aan deze verordening op grond van de Wet doorstroming huurmarkt (Stb. 2016, 158) in combinatie met de Wet van 14 april 2016 tot wijziging van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek, de Huisvestingswet 2014 en de Woningwet (aanvulling van de opzeggingsgrond dringend eigen gebruik voor de tijdelijke huisvesting van jongeren) (Stb. 2016, 157).

 

Artikel 6. Aanbod van huurwoningen

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 20 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad regels kan stellen over de wijze van bekendmaking van de beschikbaarheid van vergunningplichtige woonruimte. Transparantie in het woningaanbod draagt voor woningzoekenden bij aan het gericht vinden van voor hen beschikbare woonruimte.

 

Artikel 7. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde prijs

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 11 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte in verband met de prijs van die woonruimte voorrang wordt gegeven aan een daarbij aangewezen gedeelte van de overeenkomstig artikel 10, eerste lid, van de Wet (artikel 3 van de verordening) aangewezen categorieën woningzoekenden.

 

De gemeente Scherpenzeel verwijst in deze naar artikel 3 van deze verordening waar aansluiting wordt gezocht op de toewijzingsregels zoals die door het rijk worden opgelegd aan toegelaten instellingen en zijn verwoord in de MG-Circulaire.

 

Artikel 8. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde aard

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 11 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte in verband met de aard van die woonruimte bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan een daarbij aangewezen gedeelte van de overeenkomstig artikel 10, eerste lid, van de Wet (artikel 3 van de verordening) aangewezen categorieën woningzoekenden.

 

Deze bepaling heeft de gemeente Scherpenzeel overgenomen uit de “Samenwerkingsovereenkomst Inzake Woonvoorzieningen Wet maatschappelijke ondersteuning” (WMO2015) die de gemeente Scherpenzeel en de toegelaten instelling hebben gesloten. Met het in werking treden van de Huisvestingwet 2014 is het voor de gemeente niet toegestaan om afspraken te maken in convenanten of in andere overeenkomsten over de toewijzing van woningen. De gemeente Scherpenzeel heeft deze bepaling opgenomen om efficiënt gebruik te kunnen maken van de beschikbaar financiële middelen in het kader van de WMO 2015 (of wet- en regelgeving die hiervoor in de plaats komt). Hierbij is door de gemeente Scherpenzeel een grens gesteld van € 15.000,-. Desbetreffende woonruimte wordt voor een periode van maximaal 6 maanden niet aangeboden via het aanbodmodel op het digitale platform Huiswaarts.nu. Indien er zich binnen genoemde periode een inwoner meldt met een indicatie voor een dergelijke woningaanpassing kan deze door middel van directe bemiddeling worden toegewezen. Als genoemde periode is verstreken wordt de woning aangeboden via het digitale platform ‘Huiswaarts.nu’.

 

Artikel 9. Verhuisintentie

In het verlengde van artikel 8 is deze bepaling opgenomen. Hierbij moet gedacht worden aan situaties waarbij de geïndiceerde persoon is overleden of is verhuisd naar een verpleeghuis en de niet geïndiceerde partner/echtgenoot/ouder(s) in de aangepaste woning achterblijft (de in deze regel genoemde voorbeelden zijn niet limitatief). Gezien de inbreuk die een dergelijke bepaling kan opleveren voor het woongenot van de huurder(s) zal deze bepaling uitsluitend worden ingezet als er sprake is van ‘dringend eigen gebruik’ door de gemeente Scherpenzeel. De huurder die op grond van deze bepaling de woning moet verlaten, krijgt in overleg met de toegelaten instelling via directe bemiddeling een woning aangeboden en komt in aanmerking voor een wettelijke vergoeding.

 

Artikel 10. Voorrang bij woonruimte van een bepaalde omvang

Een toegelaten instelling kan bij woonruimte met minimaal vier slaapkamers de aanvullende eis opnemen dat huishoudens van tenminste vijf personen voorrang krijgen.

 

Artikel 11. Woonzorginstellingen – woongroepen

De toegelaten instelling Woonstede heeft met zorginstellingen privaatrechtelijke afspraken gemaakt over de verhuur van hun vastgoed. Desbetreffende instellingen hanteren over het algemeen hun eigen wachtlijsten waarbij de hoogte van de zorgvraag veelal rangordecriterium is. Dit houdt mede verband met de kwetsbaarheid van de doelgroep. Het is niet wenselijk dat de Huisvestingsverordening die afspraken doorkruist. Om die reden is er in de bijlage bij deze verordening een overzicht opgenomen van woonruimte die niet aangeboden wordt via het digitale platform Huiswaarts.nu.

 

Indien zorginstellingen dat wensen (b.v. bij langdurige leegstand), kan woonruimte aangeboden worden via het digitale platform ‘Huiswaarts.nu’ waarbij gebruik kan worden gemaakt van volgordecriteria. Aanvullende criteria zijn niet toegestaan.

 

De lijst wordt jaarlijks in overleg met de toegelaten instelling in Scherpenzeel geactualiseerd en ter kennisname aangeboden aan de gemeenteraad.

 

Artikel 12. Voorrang op basis van herstructurering

Een toegelaten instelling kan bij sloop of ingrijpende renovatie van een woning of complex van woningen besluiten om de zittende huurders een herstructureringsurgentie toe te kennen. De betreffende toegelaten instelling draagt zorg voor registratie van de betreffende woningzoekende als herstructureringskandidaat. De rangorde van herstructureringskandidaten onderling wordt bepaald door de woonduur (oudste datum gaat voor). De voorrang vervalt bij definitieve huisvesting van de betreffende herstructureringskandidaat. Dit geldt dus niet voor het huisvesten in een wisselwoning.

 

Herstructuringskandidaten zijn zelf verantwoordelijk voor het vinden van geschikte woonruimte via het digitale platform Huiswaarts.nu. Indien deze zoektocht niet tot gewenste resultaten leidt, kan de toegelaten instelling de keuze maken voor directe bemiddeling. Dit is ter beoordeling van de toegelaten instelling. Als de toegelaten instelling kan aantonen dat de woningzoekende onvoldoende initiatieven heeft ontplooid om via het digitale platform Huiswaarts.nu vervangende woonruimte te zoeken en geen medewerking wil verlenen aan het tijdig verhuizen (door onterecht woningen te weigeren bij de actieve bemiddeling) staat de toegelaten instelling een gang naar de rechter vrij.

 

Artikel 13. Regionale voorrang bij economische of maatschappelijke binding

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 14 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de Regio FoodValley of de gemeente Woudenberg voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte.

 

Deze voorrangsregel kan er bijvoorbeeld toe leiden dat als er meer dan één gegadigde is voor een bepaalde woonruimte, degene die economisch of maatschappelijk gebonden is aan het in de verordening aangewezen deel van de gemeente als eerste in aanmerking komt voor de aangeboden woonruimte.

 

Deze voorrang kan niet onbeperkt worden verleend, maar tot het maximum van het in de verordening genoemde percentage van het aanbod (artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet). Dit impliceert dat 50% van de woningen bij het aanbieden van de woonruimte ‘gelabeld’ kan worden voor het stellen van bindingseisen. Maximaal 25% van die 50% is beschikbaar voor personen met regionale binding. Het labelen van een woning geschiedt bij de aanbieding.

 

Artikel 14. Lokale voorrang bij economische of maatschappelijke binding

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 14 van de Wet, waarin is bepaald dat de gemeenteraad in de huisvestingsverordening kan bepalen dat bij de verlening van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die economisch of maatschappelijk gebonden zijn aan de gemeente Scherpenzeel of een tot de gemeente behorende kern voor een of meer daarbij aangewezen categorieën woonruimte. Een woningzoekende is economisch gebonden aan het in de verordening aangewezen gebied als hij met het oog op de voorziening in het bestaan een redelijk belang heeft zich in dit gebied te vestigen; en hij is maatschappelijk gebonden als hij een redelijk, met de plaatselijke samenleving verband houdend belang heeft zich in dat gebied te vestigen, of ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is dan wel gedurende de voorafgaande tien jaar ten minste zes jaar onafgebroken ingezetene is geweest (artikel 14, derde lid, van de Wet).

 

Deze voorrangsregel kan er bijvoorbeeld toe leiden dat als er meer dan één gegadigde is voor een bepaalde woonruimte, degene die economisch of maatschappelijk gebonden is aan het in de verordening aangewezen deel van de gemeente als eerste in aanmerking komt voor de aangeboden woonruimte.

 

Deze voorrang kan niet onbeperkt worden verleend, maar tot het maximum van het in de verordening genoemde percentage van het aanbod (artikel 14, eerste en tweede lid, van de Wet). Dit impliceert dat 50% van de woningen bij het aanbieden van de woonruimte ‘gelabeld’ kan worden voor het stellen van bindingseisen. Maximaal 25% van die 50% is beschikbaar voor personen met lokale binding aan Scherpenzeel. Het labelen van een woning geschiedt bij de aanbieding.

Lokale binding moet gespecificeerd worden. Als er geen gegadigden zijn uit Scherpenzeel, vervallen de voorrangscriteria. Het voorrangscriterium regionale binding vervangt niet automatisch die van lokale binding als die laatste niet succesvol is.

 

Artikel 15. Rangorde woningzoekenden

In deze bepaling wordt, in aansluiting op de voorrangsregels van deze verordening, een rangorde voor de toewijzing van woonruimte gegeven. Het artikel treedt in werking bij situaties waarin er meer dan één gegadigde is voor een bepaalde woning.

 

Het artikel dient als volgt gelezen te worden. Alle gegadigden (zowel de voorrangskandidaten als de personen die op basis van inschrijftijd in aanmerking zouden kunnen komen voor een woning) dienen te voldoen aan de bepalingen zoals die zijn verwoord met betrekking tot het inkomen in de artikelen 3 en 7. Het inkomen is altijd leidend, tenzij het hier een situatie betreft als genoemd in de toelichting van artikel 3 (waar gesproken wordt over de rijksregels waaraan een toegelaten instelling is gehouden).

 

Daarnaast wordt opgemerkt dat de voorrangsbepalingen alleen gehanteerd kunnen worden als deze kenbaar zijn gemaakt bij aanbieding van de woning op het digitale platform ‘Huiswaarts.nu’. Uitzondering hierop is het criterium ‘herstructurering’. Er kunnen meerdere voorrangsbepalingen tegelijkertijd gehanteerd worden, waarbij de in dit artikel gekozen volgorde in principe leidend is.

 

Voor herstructureringskandidaten die specifiek willen terugkeren naar een nieuwbouwwoning binnen het herstructureringsgebied, wordt bepaald dat zij hiervoor als eerste in aanmerking komen. In dit geval gaan zij vóór op wettelijk en lokaal urgenten, die voor de woningen buiten het gebied van herstructurering als eerste in aanmerking zullen komen, zoals bepaald in lid 1. Voor alle woningen buiten het herstructureringsgebied blijft de volgorde zoals bepaald in lid 1 van kracht.

 

Lokale binding moet gespecificeerd worden. Als er geen gegadigden zijn uit Scherpenzeel, vervallen de voorrangscriteria. Het voorrangscriterium regionale binding vervangt niet automatisch die van lokale binding als die laatste niet succesvol is.

 

Overigens is het de toegelaten instelling op privaatrechtelijke gronden toegestaan, als sprake is van een gerechtvaardigd onderscheid bijvoorbeeld bij woonruimte specifiek geschikt voor jongeren dan wel ouderen, om leeftijdscriteria te hanteren. Het is echter niet toegestaan om leeftijd als rangordecriterium te hanteren. Dit laatste wordt aangemerkt als leeftijdsdiscriminatie. Bij het hanteren van het leeftijdscriterium moet deze expliciet geduid zijn (bijvoorbeeld met een formulering als ‘maximaal 30 jaar’ of ‘vanaf 65 jaar’).

 

Artikel 16. Vruchteloze aanbieding

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 17 van de Wet, waarin wordt bepaald dat als woningzoekenden met economische of maatschappelijke binding te lang stilzitten, hun aanspraak op voorrang verdwijnt. In dit artikel is de termijn gesteld waarna de huisvestingsvergunning aan een andere gegadigde (zonder economische of maatschappelijke binding) moet worden verstrekt, mits de betreffende woonruimte binnen die termijn deugdelijk en tegen een realistische prijs is aangeboden. Om frictieleegstand (en daarmee inkomstenderving) zo veel als mogelijk te voorkomen, is er gekozen voor een termijn van één week.

 

Artikel 17. Maatwerk

Nieuwe inzichten of nieuwe technische mogelijkheden kunnen er toe leiden dat andere systemen van woningtoewijzing worden ontwikkeld dan waarop deze huisvestingsverordening is gebaseerd (eventueel voor specifieke woonruimte). Dit artikel maakt het mogelijk om te experimenteren met dergelijke systemen zonder de hele verordening aan te hoeven aanpassen. Ook kan geëxperimenteerd worden met regels waarvan de gevolgen niet geheel voorspelbaar zijn, waarna (bij gebleken succes) een dergelijke regeling via aanpassing van de verordening formeel kan worden ingevoerd.

 

Artikel 18. Vrije toewijzingsruimte voor toegelaten instellingen

Vrije toewijzijngsruimte voor toegelaten instellingen is bedoeld om lokale problemen op te lossen waarvoor de toewijzingsregels onvoldoende ruimte bieden of te generiek zijn. In deze situaties dient allereerst een urgentie te worden aangevraagd op basis van hoofdstuk 4 van de verordening. Indien de urgentieaanvraag wordt geweigerd staat de mogelijkheid open tot het toepassen van dit artikel door de toegelaten instelling. Achteraf vindt verantwoording plaats aan het college.

 

Artikel 19. Bijzondere bemiddeling

Dit artikel is opgenomen om te voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde beleidskaders Woonvisie Scherpenzeel 2013-2020.

 

HOOFDSTUK 4. Wettelijke urgentie

 

Artikel 20. Urgentiecategorieën

De Huisvestingswet 2014 biedt de mogelijkheid een urgentieregeling op te stellen. Gemeenten zijn vrij om urgentiecategorieën te bepalen. Echter, als een gemeente ervoor kiest een urgentieregeling te hanteren dan schrijft de Wet de in dit artikel genoemde verplichte urgentiecategorieën voor.

 

Artikel 21. Algemene voorwaarden woonurgentiecategorieën art. 19 lid 2 b t/m e

Dit artikel geeft door middel van enkele voorwaarden aan wie er een beroep kunnen doen op de urgentiecategorieën medische urgentie, financiële urgentie, relatiebeëindiging en sociale urgentie. Wanneer niet aan deze eisen wordt voldaan, wordt (behoudens mogelijke toepassing van de hardheidsclausule) geen urgentie verleend.

 

Alleen aanvragen van meerderjarige inwoners van de gemeente Scherpenzeel die tenminste één jaar aaneengesloten ingezetene zijn, worden behandeld. Tevens dienen zij ingeschreven te staan als woningzoekende bij www.huiswaarts.nu en dient de aanvrager de leges te voldoen conform de geldende Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Scherpenzeel houdende regels omtrent de heffing en invordering van leges.

 

Ingezetenen zijn personen die staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van Scherpenzeel en feitelijk hoofdverblijf hebben in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte.

 

Als er sprake is van twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren en waarvan tenminste één persoon de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, dan kan er een aanvraag worden ingediend. Als één van de meerderjarige inwoners korter dan één jaar aaneengesloten ingezetene is, dan is dat geen belemmering.

 

Artikel 22. Bewijsstukken woonurgentiecategorieën art. 19 lid 2 b t/m e

In dit artikel is opgenomen welke algemene bewijsstukken de aanvrager moet meesturen bij een aanvraag in de categorie medische urgentie, financiële urgentie, relatiebeëindiging en sociale urgentie. Deze bewijsstukken zijn nodig om te kunnen vaststellen hoe dringend de noodzaak is voor het verlenen van urgentie. Bij de verschillende woonurgentiecategorieën staat beschreven welke aanvullende documenten er verder nog kunnen en/of moeten worden aangeleverd.

 

Een vereiste is dat de aanvrager zelf actief zoekt naar een woning. De aanvrager is immers zelf verantwoordelijk voor zijn huisvesting. Dit dient dan ook beschreven te worden. Een bewijs daarvan kan o.a. bestaan uit een overzicht van woningen waarop is gereageerd. Dit overzicht kan de woningzoekende zelf via internet uitdraaien of de toegelaten instelling kan daarvan een overzicht verstrekken. Een periode van maximaal 6 maanden voorafgaand aan het besluit op aanvraag wordt meegenomen in het onderzoek in hoeverre de aanvrager zelf actief heeft gezocht naar een woning.

 

Het inkomen en het vermogen zijn nodig wanneer er urgentie wordt verleend. De toegelaten instelling heeft deze gegevens nodig voor het toewijzen van een passende woning. Om deze reden zijn een inkomensverklaring en kopie van de loonstrook van belang.

 

Het secretariaat levert bij toezending van de aanvraag zoveel mogelijk relevante stukken aan de commissie. De commissie bepaalt uiteindelijk welke bescheiden essentieel zijn om tot een zorgvuldig besluit te komen en vraagt met het oog daarop zo nodig aanvullende stukken aan de aanvrager.

 

Artikel 23: Algemene beoordelingscriteria voor woonurgentiecategorieën art. 19 lid 2 b t/m e

Voordat inhoudelijke beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 28 t/m 31 plaatsvindt, dient de belanghebbende te voldoen aan de algemene voorwaarden van artikel 20.

 

Eigen verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de acute woonnoodsituatie kan zowel uit een handelen als een nalaten voortvloeien. De acute woonnoodsituatie was voor betrokkene niet te voorzien ofwel betrokkene was niet in staat tijdig maatregelen te nemen om de acute woonnoodsituatie te voorkomen. Verder was de betrokkene niet in staat daarop te anticiperen. In uitzonderlijke situaties kan de toepassing van de regel ‘buiten eigen schuld’ niet gerechtvaardigd zijn.

 

De woningzoekende heeft aantoonbaar eerst zelf naar een oplossing van zijn probleem gezocht, alvorens een urgentie aan te vragen. Andere oplossing kunnen zijn: een kamer huren, inwonen bij derden, een woning kopen of particuliere verhuur. In voorkomende gevallen is een kamer (onzelfstandige woonruimte) tevens een passende oplossing voor met name (alleenstaande) urgent woningzoekenden. Dit kan helpen om de extra druk op de woningmarkt te verlichten. Daarnaast moet ook een maximale eigen inspanning zijn geleverd om de huidige woning te behouden.

 

Artikel 24. Behandeling aanvraag urgentie

Het eerste lid van dit artikel bepaalt de reguliere beslistermijn op acht weken. Het tweede lid bepaalt dat die termijn met vier weken verlengd kan worden.

 

Artikel 25. Niet in behandeling nemen van een woonurgentie aanvraag

In het geval een aanvraag voor een woonurgentie niet compleet is (onvolledig ingevuld, niet ondertekend of niet voorzien van de vereiste bewijsstukken) dan kan deze niet goed worden beoordeeld en dus niet in behandeling worden genomen. De aanvrager wordt eerst in de gelegenheid gesteld de aanvraag compleet te maken. Indien de aanvrager hieraan niet voldoet zal de aanvraag niet in behandeling worden genomen. Een besluit om de aanvraag niet te behandelen wordt aan de aanvrager bekend gemaakt.

 

Artikel 26. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie verblijf in een tijdelijke opvangvoorziening

Dit artikel geldt voor personen die verblijven in een tijdelijke opvangvoorziening. Om in aanmerking te komen voor een urgentieverklaring dient de betrokkene gedurende een bepaalde tijd te zijn begeleid of behandeld door een in de regio werkzame hulp- en dienstverleningsinstelling. Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

 

Artikel 27. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie mantelzorg

De Huisvestingswet 2014 schrijft voor dat mantelzorgverleners en – ontvangers in aanmerking kunnen komen voor een urgentieverklaring. Mantelzorgverleners en – ontvangers moeten aan een aantal voorwaarden voldoen om voor urgentie in aanmerking te komen. De vervangende huisvesting moet een wezenlijke bijdrage leveren aan de taakverlichting van de mantelzorgverlener. Daarnaast moet er sprake zijn van een mantelzorgrelatie waarbij de zorg niet wordt verleend in het kader van een hulpverlenend beroep. Er is sprake van dagelijkse zorg van minimaal 3 uur per dag waarbij de mantelzorger minimaal 10 uur per week aan mantelzorg besteedt en er is sprake van langdurige ondersteuning waarbij de verwachting bestaat dat de mantelzorgrelatie minimaal 1 jaar na de verklaring in stand blijft. Daarnaast kan de afstand of reistijd tussen de ontvanger en verlener van mantelzorg bij de beoordeling van een aanvraag om een mantelzorgurgentieverklaring worden betrokken.

 

De mantelzorgurgentieverklaring is alleen geldig in de gemeente die deze verklaring heeft afgegeven. Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

 

Artikel 28. aanvullende bepalingen urgentiecategorie vergunninghouders

 

Gemeenten krijgen op basis van hun grootte per jaar een taakstelling van het Rijk om een bepaald aantal vergunninghouders te huisvesten (artikel 60A e.v. van de Woningwet). Op basis van een informatieprofiel van het Centraal Orgaan Asielzoekers zoekt de gemeente geschikte woonruimte. Woonruimte voor deze urgentiecategorie wordt direct bemiddeld.

 

Artikel 29. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie medische urgentie

Centraal staat dat hier sprake is van een vastgestelde medische aandoening. Psychische- en/of psychiatrische aandoeningen kunnen ook leiden tot een medische urgentie. Dit wordt beoordeeld door het college. Er kan bij een onafhankelijke externe deskundig advies worden gevraagd over de noodzaak tot verhuizing in relatie tot de medische aandoening en de woonsituatie.

 

Artikel 30. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie financiële urgentie

Het kan zijn dat de aanvrager om financiële redenen in een noodsituatie verkeert. Er kan dan reden zijn om urgentie te verlenen. Van financiële omstandigheden, op grond waarvan urgentie kan worden toegekend, kan sprake zijn indien de aanvrager, buiten eigen schuld om, als gevolg van plotseling optredend ernstig inkomstenverlies of faillissement, de lasten van zijn bestaande woonruimte redelijkerwijs niet meer kan dragen. Onvrijwillig werklozen of arbeidsongeschikten kunnen hiertoe behoren. Om voor een financiële urgentie in aanmerking te kunnen komen moet de aanvrager de zorg hebben voor één of meer kinderen jonger dan 21 jaar.

 

Artikel 31. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie relatiebeëindiging

Verbreking van een samenlevingsvorm is geen reden voor urgentie. Als het huisvestingsprobleem primair is ontstaan door het verbreken van een samenlevingsvorm, is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de aanvrager om zelf in andere huisvesting te voorzien. De ouder die de zorg heeft voor de kinderen zal over het algemeen de woning toegewezen krijgen wanneer hij of zij de rechter daarom vraagt. De ander kan meestal zelfstandig in huisvesting voorzien. Het is van belang dat de partners gezamenlijk hun zaken goed regelen of dit via de rechter afdwingen. Iemand die zelf vrijwillig met de kinderen de woning verlaat, kan de ontstane huisvestingsproblematiek niet afwentelen op de gemeente/toegelaten instelling. Om deze reden zijn de aanvullende eisen opgenomen. Nadrukkelijk moet er eerst sprake zijn van een onhoudbare situatie en daarna wordt pas beoordeeld of er wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden.

 

Vanzelfsprekend moet de aanvrager al het mogelijke hebben gedaan om het woonrecht in de oude woning te behouden, tenzij dit aantoonbaar op juridische- en/of financiële gronden niet haalbaar is gebleken.

 

In geval van co-ouderschap kan slechts één partij in aanmerking komen voor urgentie. Dit betekent dat in het geval beide ouders in gelijke mate de zorg voor een kind hebben en beide de gezamenlijke woning verlaten, door henzelf een aantoonbare keus moet worden gemaakt wie de aanvraag indient. Zo nodig moet dit formeel worden vastgelegd in een convenant en ouderschapsplan. Hiermee wordt voorkomen dat beide partners een huurwoning kunnen claimen. Als er bij co-ouderschap een eigen plek voor het kind / de kinderen beschikbaar is bij één van de ouders dan is woonurgentie voor de andere ouder uitgesloten.

In dit artikel staat ook welke bewijsstukken de aanvrager dient te overleggen.

 

Artikel 31a. Aanvullende bepalingen indien de huidige woonsituatie een huurwoning betreft

 

Dit artikel geeft aanvullende bepalingen voor een situatie waarin de huidige woning een huurwoning is. De ouder die de zorg heeft voor de kinderen zal over het algemeen de woning toegewezen krijgen wanneer hij of zij de rechter daarom vraagt. Het recht op de huidige woning moet dus altijd worden geclaimd bij de rechtbank. Beslist de rechter dat de huurwoning verlaten moet worden door de ouder die de volledige zorg heeft over de kinderen, dan kan men in aanmerking komen voor een woonurgentie. In geval van co-ouderschap is er voor de kinderen een plek beschikbaar bij één van de ouders en dan is een woonurgentie voor de andere ouder uitgesloten.

 

Artikel 31b. Aanvullende bepalingen indien de huidige woonsituatie een koopwoning betreft

Dit artikel geeft aanvullende bepalingen voor een situatie waarin de huidige woning een koopwoning is. In het geval van co-ouderschap en verkoop van de koopwoning kan slechts één partij in aanmerking komen voor urgentie. In het geval van co-ouderschap waarbij de ex-partner de koopwoning volledig overneemt is er sprake van een plek voor de kinderen bij één van de ouders en dan is een woonurgentie voor de andere ouder uitgesloten.

 

Artikel 32. Aanvullende bepalingen urgentiecategorie sociale urgentie

De huisvestingssituatie moet onhoudbaar zijn (woonnoodsituatie) en moet binnen een half jaar (acuut) worden opgelost. De aanvrager dient aan te tonen dat de sociale problemen direct samenhangen met de huidige woonsituatie en dat hij/zij er alles aan heeft gedaan om de situatie te voorkomen of te verbeteren. De sociale problematiek dient bekend te zijn bij een op dat gebied werkzame instantie, die de problematiek onderschrijft. De omstandigheden moeten een duidelijke relatie hebben met de woonsituatie. Hiervoor kan schriftelijk advies van een externe deskundige gevraagd worden.

 

Ten behoeve van sociale urgentie waarbij een woningzoekende dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een opvang-, BW of hulp- en dienstverleningsinstelling in de urgentieregio, beoordeelt de (centrum)gemeente feiten en omstandigheden die betrekking hebben op onder meer het sociaal netwerk (familie en vrienden), het doorlopen traject, persoonlijke overwegingen en bekendheid bij zorginstellingen. In artikel 33 worden redenen genoemd die op zichzelf onvoldoende reden zijn om urgentie te verlenen. Voor de doelgroep onder artikel 32 lid 2 zijn een viertal redenen hiervan niet van toepassing:

  • (dreigende) dakloosheid door eigen toedoen / woningontruiming;

  • inwoning/kamerbewoning;

  • huurschuld of schadevordering woningstichting;

  • illegale bewoning, bijvoorbeeld op een recreatiepark.

Woonruimte voor de doelgroep onder artikel 32 lid 2 wordt direct bemiddeld.

 

De algemene voorwaarde dat een woningzoekende eerst aantoonbaar zelf naar een passende woning heeft gezocht, blijft hierbij gelden.

 

Artikel 33. Weigeringsgronden urgentie

In dit artikel worden praktijksituaties gegeven waarvoor zondermeer geen urgentie wordt verleend. In afwijking van hetgeen genoemd in het tweede lid kan er een woonurgentie verleend worden indien de gevolgen van de huidige woonsituatie dermate ernstig zijn dat voortzetten niet van de aanvrager gevergd kan worden. Bijvoorbeeld als er sprake is van een combinatie van factoren die hier genoemd worden.

 

In geval van een huurschuld wordt de uitsluitingsgrond onder h buiten toepassing gelaten. Dit betekent dat ondanks een huurschuld er toch urgentie verleend kan worden. De toegelaten instelling stelt echter als voorwaarde voor het feitelijk verstrekken van een woning dat er een betalingsregeling getroffen wordt. Om de betaling van de aflossingen te waarborgen, zal de aanvrager zich moeten laten bijstaan door een hulpverlenende instantie. Daarnaast zal de toegelaten instelling van de aanvrager verlangen een aanvullende overeenkomst te tekenen, waarbij deze hulpverlenende instantie de bereidheid moet hebben om de overeenkomst mee te tekenen. Dit laatste geldt ook voor de doelgroep onder artikel 31 lid 2.

 

Indien de aanvrager niet bereid is aan deze voorwaarden mee te werken, zal deze niet in staat zijn de urgentieverklaring te effectueren. Om de aanvrager vooraf te informeren zal hierover informatie worden verstrekt via internet en in een informatiebijlage in de beschikking.

 

Artikel 34. Inkomen en vermogen

 

Er geldt geen inkomens- en/of vermogensgrens voor urgentieverlening. De hoogte van het inkomen en vermogen zijn echter wel van belang bij de toewijzing omdat door de toegelaten instelling wordt gekeken naar de huur van de woning (passendheidstoets). Het inkomen en vermogen worden daarom wel gevraagd op het aanvraagformulier voor urgentie. Mogelijk leidt een hoog inkomen of vermogen tot oordeel dat de aanvrager zelf in woonruimte kan voorzien.

 

Artikel 35. Procedure toewijzing woningen

 

Toewijzing vindt plaats op basis van het zoekprofiel. Dat wil zeggen welke woning past, in verband met de urgentie, het beste bij de aanvrager. De commissie besluit over deze eisen. Dit is het minimaal passende woningaanbod met de kortste wachttijden. Urgent woningzoekenden kunnen vervolgens zelf reageren op woning uit het vastgestelde zoekprofiel of worden bemiddelingsurgent waarbij de toegelaten instelling zoekt naar passende huisvesting.

 

Omdat men als urgent woningzoekende wordt aangemerkt, moet de aanvrager de eerst beschikbaar komende passende woning aanvaarden. Met de woonwensen wordt, zo mogelijk, rekening gehouden.

De woonurgentie is maximaal zes maanden na besluitvorming geldig. In het geval van een bemiddelingsurgent moet binnen zes maanden na besluitvorming toewijzing van een woning door de toegelaten instelling plaatsvinden. Als dit niet mogelijk is binnen deze periode, dan vindt er overleg plaats met de aanvrager en eventueel de commissie.

 

Artikel 36. Beëindiging van een woonurgentie

 

In dit artikel is bepaald wanneer een urgentie wordt beëindigd. Bij beëindiging van een urgentie in de situaties zoals genoemd in het eerste lid wordt de aanvrager schriftelijk geïnformeerd.

 

Tegen het besluit van het college kan binnen zes weken na dagtekening bezwaar worden gemaakt. De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) zijn op deze besluiten van toepassing;

 

Een bezwaarschrift wordt mondeling behandeld in een zitting van de bezwaarschriftencommissie gemeente Scherpenzeel. Deze commissie geeft vervolgens een advies aan het college en die neemt vervolgens een beslissing.

 

Artikel 37. Directe bemiddeling

Directe bemiddeling spreekt voor zich i.v.m. de wettelijke voorschriften.

In voorkomende gevallen is een kamer (onzelfstandige woonruimte) tevens een passende oplossing voor met name (alleenstaande) urgent woningzoekenden. Dit kan helpen om de extra druk op de woningmarkt te verlichten.

 

HOOFDSTUK 5. Wijzigingen in woonruimtevoorraad

 

Artikel 38. Aanwijzing vergunningplichtige woonruimte

 

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 21 van de wet. Hiermee worden twee soorten wijzigingen in de woningvoorraad gereguleerd, te weten:

  • 1.

    Omzetting: ‘van zelfstandige in onzelfstandige woonruimte om te zetten’.

  • 2.

    Woningvorming: ‘te verbouwen tot twee of meer woonruimten’.

 

In het eerste lid is bepaald dat het vergunningvereiste van toepassing is op alle woonruimten die zijn gelegen in de gemeente Scherpenzeel. Deze aanwijzing is gedaan met het oog op het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad. Enerzijds voor het bestrijden van onevenwichtige en onrechtvaardige effecten van schaarste aan goedkope woonruimte (zie artikel 2, eerste lid, van de wet) en anderzijds met het oog op de leefbaarheid.

 

Artikel 39. Aanvraag vergunning

Op grond van artikel 35, eerste lid, van de Huisvestingswet dienen er in de verordening onder andere regels te worden gesteld met betrekking tot de wijze waarop een vergunning kan worden aangevraagd, de gegevens die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beoordeling van de aanvraag. Hieraan wordt in dit artikel uitvoering gegeven.

 

Zo is in het eerste lid bepaald dat de vergunningaanvraag niet vormvrij is, maar geschiedt door middel van een aanvraagformulier. De vergunning wordt aangevraagd bij het bestuursorgaan dat bevoegd is op de aanvraag te beslissen: het college.

 

In het tweede lid is aangeven welke gegevens en bescheiden in ieder geval bij de aanvraag dienen te worden overgelegd. In het derde lid wordt ten slotte de mogelijkheid geopend om advies in te winnen bij de Kamer van Koophandel, waarmee de belangenafweging nog beter kan plaatsvinden.

 

Artikel 40 en 41. Voorwaarden en voorschriften / Weigeringsgronden

 

De gemeenteraad dient in de huisvestingsverordening mogelijke voorwaarden en voorschriften en weigeringsgronden op te nemen ten aanzien van een vergunning als bedoeld in artikel 21 van de wet. Een weigeringsgrond is slechts aan de orde als door het stellen van voorwaarden en voorschriften het belang van behoud of samenstelling van de woonruimtevoorraad onvoldoende kan worden gewaarborgd.

 

Uitgangspunt is dat er een belangenafweging moet plaatsvinden tussen het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad en het belang van de aanvrager. Onder het belang van het behoud of de samenstelling van de woonruimtevoorraad valt het belang van het tegengaan en verder voorkomen van schaarste en het belang van een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het desbetreffende pand, oftewel de leefbaarheid. In artikel 26 van de wet zijn intrekkingsgronden opgenomen. Deze gelden rechtstreeks en zijn in de verordening niet herhaald.

 

Onder artikel 39, sub b (voorschriften in het kader van de borging van een goed woon- en leefklimaat), vallen bijvoorbeeld voorschriften over de aanwezigheid van voldoende ruimte ten behoeve van (fiets)parkeren, het voorkomen van (geluids)hinder, het voorkomen van verrommeling etc.

 

Om het kader voor vergunningverlening - met name in het kader van de controle op een goed woon- en leefklimaat - scherper te maken, zijn beleidsregels opgesteld. Deze worden bij de toetsing van een aanvraag betrokken.

 

HOOFDSTUK 6. Lokale urgentie

 

Artikel 42. Aanvraag

De aanvraag wordt ingediend bij de gemeente Scherpenzeel of indien van toepassing bij de externe urgentiecommissie.

 

Artikel 43. Urgentiecategorieën

Naast de twee wettelijke urgentiecategorieën heeft de gemeente Scherpenzeel vijf lokale urgentiecategorieën: vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet, sociale, medische, financiële en echtscheiding/verbreken samenwoning. Omdat urgenten hiermee een sterke positie krijgen op de woningmarkt wordt getracht het aantal urgentiebeschikkingen te beperken tot een minimum. Noodsituaties kunnen verschillend zijn in beleving, daarom zijn de noodsituaties beschreven in de Huisvestingsverordening.

 

Gemeenten krijgen op basis van hun grootte per jaar een taakstelling van het Rijk om een bepaald aantal vergunninghouders te huisvesten (artikel 60A e.v. van de Woningwet). Vergunninghouders mogen niet zelf beslissen waar ze gaan wonen. Op basis van een informatieprofiel van het Centraal Orgaan Asielzoekers zoekt de gemeente geschikte woonruimte. De gemeente moet in de huisvestingsverordening aangeven hoe zij zorgt voor de huisvesting van vergunninghouders. De gemeente heeft in deze een in de Wet vastgelegde zorgplicht.

 

Artikel 44. Afbakening

Dit artikel geeft door middel van enkele hoofdregels aan wie er een beroep kunnen doen op lokale urgentie. Wanneer niet aan deze eisen wordt voldaan, wordt (behoudens mogelijke toepassing van de hardheidsclausule) geen urgentie verleend.

Alleen aanvragen van meerderjarige inwoners van de gemeente Scherpenzeel die tenminste één jaar aaneengesloten ingezetene zijn, worden behandeld.

Ingezetenen zijn personen die staan ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP) van Scherpenzeel en feitelijk hoofdverblijf hebben in een voor permanente bewoning aangewezen woonruimte.

Als er sprake is van twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren of willen voeren en waarvan tenminste één persoon de leeftijd van 18 jaar heeft bereikt, dan kan er een aanvraag worden ingediend. Als één van de meerderjarige inwoners korter dan één jaar aaneengesloten ingezetene is, dan is dat geen belemmering.

Onder letter d is een uitzondering gemaakt voor de OGGZ-doelgroep, omdat deze personen doorgaans niet (meer) in het BRP van de gemeente Scherpenzeel staan ingeschreven, maar dakloos zijn of in crisisopvang verblijven. Om de urgentieregeling toegankelijk te maken voor deze personen is het vereiste van ingezetene en het hebben van woonruimte in Scherpenzeel buiten toepassing verklaard voor die personen. De aanvrager behoort pas tot de OGGZ-doelgroep als de centrumgemeente heeft vastgesteld of doen vaststellen dat de gemeente Scherpenzeel de gemeente van herkomst is.

Onder letter e is een uitzondering gemaakt voor vergunninghouders omdat deze groep nooit aan de onder letter a, b en c genoemde criteria zal kunnen voldoen.

 

Artikel 45. Leges

Dit artikel is opgenomen zodat de gemeente Scherpenzeel leges kan worden gevraagd voordat de aanvraag in behandeling wordt genomen.

 

Artikel 46. Bewijsstukken

In dit artikel is opgenomen welke bewijsstukken de aanvrager moet meesturen bij de aanvraag. Deze bewijsstukken zijn nodig om te kunnen vaststellen hoe dringend de noodzaak is voor het verlenen van urgentie. Een vereiste is dat de aanvrager zelf actief zoekt naar een woning. De aanvrager is immers zelf verantwoordelijk voor zijn huisvesting. Een bewijs daarvan kan o.a. bestaan uit een overzicht van woningen waarop is gereageerd. Dit overzicht kan de woningzoekende zelf via internet uitdraaien of de toegelaten instelling kan daarvan een overzicht verstrekken. Een periode van maximaal 6 maanden voorafgaand aan het besluit op aanvraag wordt meegenomen in het onderzoek in hoeverre de aanvrager zelf actief heeft gezocht naar een woning.

 

Met betrekking tot verbreking van een samenlevingsvorm dient de aanvrager de officiële bewijsstukken van de rechtbank en/of notaris te overleggen, zoals:

  • -

    aanvraag om echtscheiding via de advocaat;

  • -

    echtscheidingsbeschikking;

  • -

    echtscheidingsconvenant of indien er geen overeenstemming is, een eenzijdig echtscheidingsverzoek;

  • -

    bewijs van inschrijving echtscheiding of beëindiging samenleving uit het BRP;

  • -

    notariële akten van samenwoning / geregistreerd partnerschap en de verbreking hiervan of bij geen overeenstemming een eenzijdig verzoek hiertoe;

  • -

    relevante stukken over echt- en boedelscheiding, alimentatie en gezag over kinderen;

  • -

    ouderschapsplan

  • -

    bij niet geregistreerde samenwoning moet worden aangetoond dat sprake is van een gemeenschappelijke huishouding van tenminste één jaar d.m.v. inschrijving bij de BRP/Publiekszaken en dat sprake is van het verbreken van deze gemeenschappelijke huishouding. Dit is vastgelegd in een vaststellingsovereenkomst met daarin opgenomen: aanvangsdatum samenwonen, datum van relatiebeëindiging, regeling betreffende hoofdverblijfplaats van de kinderen of ouderschapsplan en bij een huurwoning, een officiële beschikking van de rechtbank m.b.t. het claimen van de woning.

 

Het inkomen en het vermogen zijn nodig wanneer er urgentie wordt verleend. De toegelaten instelling heeft deze gegevens nodig voor het toewijzen van een passende woning.

 

Het secretariaat levert bij toezending van de aanvraag zoveel mogelijk relevante stukken aan de commissie. De commissie bepaalt uiteindelijk welke bescheiden essentieel zijn om tot een zorgvuldig besluit te komen en vraagt met het oog daarop zo nodig aanvullende stukken aan de aanvrager.

 

Artikel 47. Algemene bepalingen over urgenties

Voordat inhoudelijke beoordeling van de aanvraag op grond van artikel 31 t/m 34 plaatsvindt, dient de belanghebbende te voldoen aan de algemene voorwaarden van artikel 26.

Eigen verantwoordelijkheid voor het ontstaan van de acute woonnoodsituatie kan zowel uit een handelen als een nalaten voortvloeien. De acute woonnoodsituatie was voor betrokkene niet te voorzien ofwel betrokkene was niet in staat tijdig maatregelen te nemen om de acute woonnoodsituatie te voorkomen. Verder was de betrokkene niet in staat daarop te anticiperen. In uitzonderlijke situaties kan de toepassing van de regel ‘buiten eigen schuld’ niet gerechtvaardigd zijn.

De woningzoekende heeft aantoonbaar eerst zelf naar een oplossing van zijn probleem gezocht, alvorens een urgentie aan te vragen. Andere oplossing kunnen zijn: een kamer huren, inwonen bij derden, een woning kopen of particuliere verhuur.

Vergunninghouders als bedoeld in artikel 28 van de Wet hoeven geen aanvraag bij de urgentiecommissie in te dienen en hoeven geen bewijsstukken te overleggen.

 

Artikel 48. Behandeling aanvraag urgentie

Voor het beoordelen van de mate van financiële, sociale en medische urgentie en urgentie op grond van echtscheiding wordt advies gevraagd bij een onafhankelijk vakkundig adviesorgaan.

 

Artikel 49. Aanvullende bepalingen met betrekking tot sociale urgentie

De huisvestingssituatie moet onhoudbaar zijn (woonnoodsituatie) en moet binnen een half jaar (acuut) worden opgelost. De sociale problematiek dient bekend te zijn bij een op dat gebied werkzame instantie, die de problematiek onderschrijft. De omstandigheden moeten een duidelijke relatie hebben met de woonsituatie. Hiervoor kan schriftelijk advies van een externe deskundige gevraagd worden. Ook kan advies gevraagd worden aan andere (hulpverlenende) instanties.

 

Ten behoeve van sociale urgentie waarbij een woningzoekende dringend woonruimte nodig heeft vanwege uitstroom uit een opvang-, BW of hulp- en dienstverleningsinstelling in de gemeente Scherpenzeel, beoordeelt de (centrum)gemeente feiten en omstandigheden die betrekking hebben op onder meer het sociaal netwerk (familie en vrienden), het doorlopen traject, persoonlijke overwegingen en bekendheid bij zorginstellingen.

 

In artikel 34 worden redenen genoemd die op zichzelf onvoldoende reden zijn om urgentie te verlenen. Voor de doelgroep onder artikel 30 lid 2 kan een viertal redenen hiervan echter wel aanleiding zijn voor urgentie:

  • -

    (dreigende) dakloosheid door eigen toedoen / woningontruiming;

  • -

    inwoning/kamerbewoning;

  • -

    huurschuld of schadevordering woningstichting;

  • -

    illegale bewoning, bijvoorbeeld op een recreatiepark.

De algemene voorwaarde dat een woningzoekende eerst aantoonbaar zelf naar een passende woning heeft gezocht, blijft hierbij gelden.

 

Artikel 50. Aanvullende bepalingen met betrekking tot de financiële urgentie

Het kan zijn dat de aanvrager om financiële redenen in een noodsituatie verkeert. Er kan dan reden zijn om urgentie te verlenen. Van financiële omstandigheden, op grond waarvan urgentie kan worden toegekend, kan sprake zijn indien de aanvrager, buiten eigen schuld om, als gevolg van plotseling optredend ernstig inkomstenverlies of faillissement, de lasten van zijn bestaande woonruimte redelijkerwijs niet meer kan dragen. Onvrijwillig werklozen of arbeidsongeschikten kunnen hiertoe behoren.

 

Artikel 51. Aanvullende bepalingen met betrekking tot de medische urgentie

Centraal staat dat hier sprake is van een vastgestelde medische aandoening. Psychische- en/of psychiatrische aandoeningen kunnen ook leiden tot een medische urgentie. Dit wordt beoordeeld door het adviesorgaan.

 

Artikel 52. Aanvullende bepalingen met betrekking tot urgentie ten gevolge echtscheiding

Verbreking van een samenlevingsvorm is geen reden voor urgentie. Als het huisvestingsprobleem primair is ontstaan door het verbreken van een samenlevingsvorm, is het in de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de aanvrager om zelf in andere huisvesting te voorzien. De ouder die de zorg heeft voor de kinderen zal over het algemeen de woning toegewezen krijgen wanneer hij of zij de rechter daarom vraagt. De ander kan meestal zelfstandig in huisvesting voorzien. Het is van belang dat de partners gezamenlijk hun zaken goed regelen of dit via de rechter afdwingen. Iemand die zelf vrijwillig met de kinderen de woning verlaat, kan de ontstane huisvestingsproblematiek niet afwentelen op de gemeente/toegelaten instelling. Om deze reden zijn de aanvullende eisen opgenomen. Nadrukkelijk moet er eerst sprake zijn van een onhoudbare situatie en daarna wordt pas beoordeeld of er wordt voldaan aan de aanvullende voorwaarden.

 

Vanzelfsprekend moet de aanvrager al het mogelijke hebben gedaan om het woonrecht in de oude woning te behouden, tenzij dit aantoonbaar op juridische- en/of financiële gronden niet haalbaar is gebleken.

 

In geval van co-ouderschap kan slechts één partij in aanmerking komen voor urgentie. Dit betekent dat in het geval beide ouders in gelijke mate de zorg voor een kind hebben en beide de gezamenlijke woning verlaten, door henzelf een aantoonbare keus moet worden gemaakt wie de aanvraag indient. Zo nodig moet dit formeel worden vastgelegd in een convenant en ouderschapsplan. Hiermee wordt voorkomen dat beide partners een huurwoning kunnen claimen.

Als er bij co-ouderschap een eigen plek voor het kind / de kinderen beschikbaar is bij één van de ouders dan is woonurgentie voor de andere ouder uitgesloten.

 

Een toegekende urgentieverklaring treedt in werking zodra de huurwoning is geclaimd of de koopwoning is verkocht.

 

Artikel 53. Weigeringsgronden urgentie

In dit artikel worden praktijksituaties gegeven waarvoor zondermeer geen urgentie wordt verleend. Een combinatie van factoren die hier genoemd worden, kan echter wel aanleiding zijn voor een urgentie. Het college kan hiervoor advies opvragen bij het adviesorgaan.

 

In geval van een huurschuld wordt de uitsluitingsgrond onder g buiten toepassing gelaten. Dit betekent dat ondanks een huurschuld er toch urgentie verleend kan worden. De toegelaten instelling stelt echter als voorwaarde voor het feitelijk verstrekken van een woning dat er een betalingsregeling getroffen wordt. Om de betaling van de aflossingen te waarborgen, zal de aanvrager zich moeten laten bijstaan door een hulpverlenende instantie. Daarnaast zal de toegelaten instelling van de aanvrager verlangen een aanvullende overeenkomst te tekenen, waarbij deze hulpverlenende instantie de bereidheid moet hebben om de overeenkomst mee te tekenen.

Dit laatste geldt ook voor de nieuwe sociale urgentiecategorie ‘uitstroom uit een van gemeentewege erkende opvang-, BW- of hulp- en dienstverleningsinstelling’. Ondanks de verruiming van de urgentieregels worden aanvragen nog steeds zeer kritisch beoordeeld.

 

Indien de aanvrager niet bereid is aan deze voorwaarden mee te werken, zal deze niet in staat zijn de urgentieverklaring te effectueren. Om de aanvrager vooraf te informeren zal hierover informatie worden verstrekt via internet en in een informatiebijlage in de beschikking.

 

Artikel 54. Inkomen en vermogen

Er geldt geen inkomens- en/of vermogensgrens voor urgentieverlening. De hoogte van het inkomen en vermogen zijn echter wel van belang bij de toewijzing omdat door de toegelaten instelling wordt gekeken naar de huur van de woning (passendheidstoets). Het inkomen en vermogen worden daarom wel gevraagd op het aanvraagformulier voor urgentie. Mogelijk leidt een hoog inkomen of vermogen tot oordeel dat de aanvrager zelf in woonruimte kan voorzien.

 

Artikel 55. Procedure woningtoewijzing en eisen woonprofiel

Binnen zes maanden na besluitvorming vindt toewijzing van een woning plaats door de toegelaten instelling. Als dit niet mogelijk is binnen deze periode, dan vindt er overleg plaats met de aanvrager en eventueel de commissie.

Omdat men als urgent woningzoekende wordt aangemerkt, moet de aanvrager de eerst beschikbaar komende passende woning aanvaarden. Met de woonwensen wordt, zo mogelijk, rekening gehouden.

Voor senioren (55+) geldt dat dringende psychosociale omstandigheden mee kunnen wegen bij de eisen die aan de toe te wijzen reguliere, senioren-, dan wel aanleunwoningen kunnen worden gesteld. Ook de woonomgeving, dorpskern of wijk, kan hierbij een rol spelen. Alleen voor 65+ kan in bijzondere gevallen een aanleunwoning worden geïndiceerd. Voor senioren van 55+ kan een indicatie voor een seniorenwoning of –appartement met een lift afgegeven worden. De medische en sociale adviseurs worden geacht goed op de hoogte te zijn van de gebruikelijke regels die gelden voor de passendheid van woningen en het beschikbare aanbod van woonruimte.

 

Toewijzing vindt plaats op basis van het zoekprofiel. Dat wil zeggen welke woning past, in verband met de urgentie, het beste bij de aanvrager. De commissie besluit over deze eisen. De eisen dienen daarom zodanig geformuleerd te worden dat dit voor alle betrokkenen probleemloos helder is. Urgent woningzoekenden kunnen vervolgens zelf reageren op woning uit het vastgestelde zoekprofiel. Dit is het minimaal passende woningaanbod met de kortste wachttijden.

 

Artikel 56. Intrekken of vervallen van urgentie

In dit artikel is bepaald wanneer een urgentie wordt ingetrokken of komt te vervallen. Intrekking van de urgentie in de situaties genoemd in het eerste lid wordt de aanvrager schriftelijk en met redenen omkleed medegedeeld.

 

Tegen dit besluit van het college kan binnen zes weken na dagtekening bezwaar worden gemaakt. De bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht zijn op deze besluiten van toepassing.

Een bezwaarschrift wordt mondeling behandeld in een zitting van de bezwaarschriftencommissie gemeente Scherpenzeel. Deze commissie geeft vervolgens een advies aan het college en die neemt vervolgens een beslissing.

 

HOOFDSTUK 7. Overige bepalingen

 

Artikel 57. Hardheidsclausule

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting

 

HOOFDSTUK 8. Slotbepalingen

 

Artikel 58. Overgangsrecht

Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.

 

Artikel 59. Inwerkingtreding en citeertitel

De Huisvestingswet 2014 schrijft voor dat een huisvestingsverordening een tijdelijk karakter heeft van maximaal 4 jaar, waarna opnieuw schaarste en verdringing moet worden aangetoond. Het onderzoek naar schaarste en verdringing is uitgevoerd in 2019. De Huisvestingsverordening 2019 gemeente Scherpenzeel, op basis van het onderzoek naar schaarste en verdringing Regio FoodValley, geldt daarom van rechtswege nog tot 1 juli 2023.