Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Schinnen

Treasurystatuut RUD Zuid-Limburg

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSchinnen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingTreasurystatuut RUD Zuid-Limburg
CiteertitelTreasurystatuut RUD Zuid-Limburg
Vastgesteld doorgedelegeerde functionaris
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp
Externe bijlageTreasurystatuut RUD Zuid-Limburg

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

09-01-201401-01-2014Nieuwe regeling

11-12-2013

Goed Nieuws, 8 januari 2014

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Treasurystatuut RUD Zuid-Limburg

 

 

Treasurystatuut RUD Zuid-Limburg

0 Inleiding

Het treasurystatuut vormt het kader voor de uitvoering van het treasurybeleid. Het treasurybeleid ondersteunt, als onderdeel van het financieel beleid, de uitvoering van de publieke taken en biedt mede waarborgen voor de financiële continuïteit van de RUD Zuid-Limburg op korte en lange termijn. De treasuryfunctie heeft bij lagere overheden de laatste jaren sterk aan betekenis gewonnen, ondermeer vanwege de inwerkingtreding van de wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO) per 1januari 2001, de ontwikkelingen op de Europese geld- en kapitaalmarkt en de introductie van nieuwefinancieringsinstrumenten.

Met de komst van de Wet FIDO zijn voor de gemeentelijke treasuryfunctie duidelijke kaders geboden ten aanzien van risicobeheersing en transparantie. Dat laatste komt onder meer tot uitdrukking in de voorschriften voor een verplicht treasurystatuut. Het treasurystatuut bepaalt de kaders voor de uitvoering van het treasurybeleid en maakt een objectieve en transparante verantwoording achteraf mogelijk.

De specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het beleid op het gebied van treasury worden besproken in de treasuryparagraaf van de productbegroting en de jaarstukken.

Bij de inrichting van het treasuryproces zorgen de vier elementen sturing, uitvoering, verantwoording en toezicht houden voor duidelijkheid en transparantie. Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van de geldende wetgeving.

Bij het opstellen van dit statuut is rekening gehouden met het relevante wettelijke kader in:

  • -

    de Provincie- en Gemeentewet;

  • -

    de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO);

  • -

    het met de Wet FIDO samenhangende Besluit leningsvoorwaarden decentraleoverheden;

  • -

    de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden;

  • -

    het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten 2004;

  • -

    de Financiële verordening RUD Zuid-Limburg 2013;

  • -

    Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDDO);

  • -

    De invoering van schatkistbankieren.

Het statuut is voor de RUD ZUID-LIMBURG beperkt gehouden omdat de RUD ZUID-LIMBURG een eenvoudige rol heeft op het geheel van treasury. De dagelijkse financieringsbehoefte bestaat uit:

  • -

    het aantrekken van geld voor investeringen ten behoeve van de bedrijfsvoering;

  • -

    het overbruggen van de mate van bevoorschotting zoals geregeld in degemeenschappelijke regeling of bij het offreren van projecten en de voortgang vanuitvoering van de projecten en begroting.

Voorgaande betekent dat er een langlopende financiering zal zijn en blijven voor investeringen in de bedrijfsvoering en een korte termijn financiering voor de overbrugging van bevoorschotting versus uitvoering.

Op langere termijn zal, bij volledige werking van de intracomptabele bedrijfsvoering en verdergaande digitalisering van verrekeningsmogelijkheden tussen overheden, dé bevoorschotting worden teruggebracht tot de werkelijke kosten van de productie zoals vastgelegd in begroting en projecten. Hierdoor zal de noodzaak van korte termijn financiering tot een minimum worden gereduceerd.

Doelstellingen van de treasuryfunctie

De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op dé financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.

Bij de RUD Zuid-Limburg gelden de volgende doelstellingen van de treasuryfunctie;

  • 1.

    Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities;

  • 2.

    Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • 3.

    Het minimaliseren van de risico’s op de renteresultaten binnen de kaders van de Wet FIDO en de limieten en richtlijnen van het treasurystatuut;

  • 4.

    Waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op het gebied van treasury duidelijk worden geregeld.

1. Algemene bepalingen

Artikel 1 Begrippenkader

In dit statuut wordt verstaan onder:

  • A.

    Financiering: het aantrekken van de benodigde financiële middelen dan wel het uitzetten van tijdelijk overtollige middelen voor een bepaalde periode

  • B.

    Geldstromenbeheer: al die activiteiten die nodig zijn om liquiditeiten te transfereren zowel binnen de organisatie zelf als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).

  • C.

    Intern liquiditeitsrisico: de risico's van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitsplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële resultaten kunnen afwijken van de verwachtingen.

  • D.

    Kasgeldlimiet: een bedrag op basis van de Wet FIDO ter grootte van een percentage van het totaal van de jaarbegroting van de RUD Zuid-Limburg bij aanvang van het jaar. Dit ter bepaling van de liquiditeitspositie van de RUD Zuid-Limburg.

  • E.

    Kredietrisico’s: de risico's op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet (tijdig) na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie of deficit, conform Wet FIDO.

  • F.

    Liquiditeitsbeheer: het aantrekken van benodigde en het uitzetten van overtollige liquide middelen voor een periode tot één jaar.

  • G.

    Liquiditeitsplanning: een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld per tijdseenheid.

  • H.

    Liquiditeitsrisico: het risico dat de RUD Zuid-Limburg over onvoldoende liquide middelen beschikt om de lopende betalingen te verrichten.

  • I.

    Onderhandse geldlening: lening waarbij de voorwaarden van de lening in onderling overleg met de geldgevende partij kan worden vastgesteld.

  • J.

    Relatiebeheer het onderhouden van relaties met financiële ondernemingen.

  • K.

    Renterisico; het gevaar van ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de RUD Zuid-Limburg door rentewijzigingen.

  • L.

    Renterisiconorm: een bij de aanvang van het jaar op basis van de Wet FIDO gefixeerd percentage van het begrotingstotaal van de RUD Zuid-Limburg. Dit ter bepaling van lange termijn risico's.

  • M.

    Rentetypische looptijd: het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de voorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.

  • N.

    Rentevisie: toekomstverwachting over de renteontwikkeling.

  • O.

    RUDDO: de ministeriële Regelingen uitzettingen en derivaten decentrale overheden

  • P.

    Saldobeheer het beheer van de dagelijkse saldi op de rekeningen.

  • Q.

    Schatkistbankieren: liquide middelen worden aangehouden in de schatkist.

  • R.

    Solvabiliteitsratio van 0%: status die door een bancaire toezichthouder in een EU-lidstaat aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend. Deze solvabiliteitsvrije status houdt in dat een bank voor desbetreffend papier geen reserves hoeft aan te houden.

  • S.

    Treasuryfunctie: alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico's.

    De treasuryfunctie bestaat uit drie deelfuncties:

    • Risicobeheer; het beschermen tegen de financiële risico's (renterisico, koersrisico, intern liquiditeitsrisico en kredietrisico);

    • Financiering: het verzekeren van de toegang tot de financiële markten (relatiebeheer) en het (tijdelijk) aantrekken (financiering) van benodigde en het uitzetten (beleggen) van (tijdelijk) overtollige financiële middelen;

    • Liquiditeiten- en werkkapitaalbeheer: het optimaliseren van de financiële logistiek (geldstromenbeheer en saldo- en liquiditeitenbeheer).

  • T.

    Wet FIDO: Wet financiering decentrale overheden.

  • U.

    De treasurer: De door de directeur aangewezen functionaris belast met de uitvoering van de treasuryfunctie.

Artikel 2 Doelstellingenvan de Treasuryfunctie

De treasuryfunctie van de RUD Zuid-Limburg dient tot:

  • 1.

    Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities;

  • 2.

    Het minimaliseren van financiële risico's zoals rente-, liquiditeits- en kredietrisico's.

2. Risicobeheer

Artikel 3 Uitgangspunten risicobeheer

Het beheersen en vermijden van risico's staat in het treasurybeleid voorop. ln dit verband is het risicomanagement gericht op het inzichtelijk maken van toekomstige risico's en deze te beheersen, te verminderen en te spreiden. De treasuryfunctie zal nadrukkelijk geen bankachtige activiteiten ontplooien, met het oogpunt om geld te verdienen.

Artikel 4 Renterisicobeheer

  • 1.

    Het kasgeldlimiet wordt volgens de ministeriële regelingen beheerd;

  • 2.

    De renterisiconorm wordt niet overschreden conform ministeriële regelingen;

  • 3.

    Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie, rentevisie en de liquiditeitenplanning;

  • 4.

    De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie.

Artikel 5 Kredietrisicobeheer

Met betrekking tot het kredietrisicobeheer geldt het algemene uitgangspunt dat het uitzetten en of beleggen van middelen uit hoofde van treasury uitsluitend plaatsvindt bij het Rijk of andere (Nederlandse) decentrale overheden.

Artikel 6 Intern liquiditeitsbeheer

De RUD Zuid-Limburg beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar treasuryactiviteiten te baseren op een adequate/actuele liquiditeitsplanning.

3. Kasbeheer

Artikel 7 Geldstromenbeheer

Teneinde de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt het betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd binnen één bank.

Artikel 8 Saldo en liquiditeitenbeheer

Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen:

  • 1.

    Streven naar concentratie van de liquiditeiten binnen één rentecompensatiecircuit bij de bank met de gunstigste condities;

  • 2.

    Bij het aantrekken van liquiditeiten met een looptijd van maximaal 1 jaar worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd. Hierbij wordt bij schriftelijke offertes het 4 ogenprincipe toegepast;

  • 3.

    De toegestane korte termijn financieringsinstrumenten zijn callgeld, kasgeldleningen en kredietlimiet op rekening courant.

4. Financiering RUD Zuid-Limburg

Artikel 9 Financiering

Het dagelijks bestuur neemt bij het aantrekken van financieringen de volgende uitgangspunten in acht:

  • 1.

    Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak.

  • 2.

    Financiering met vreemd vermogen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare liquide middelen te gebruiken teneinde het renteresultaat te optimaliseren.

Artikel 10 Relatiebeheer

Relatiebeheer omvat het onderhouden van relaties met banken, rijk, provincies en gemeenten die financiële diensten leveren. De treasury van de RUD Zuid-Limburg beoogt het realiseren van gunstige c.q. marktconforme condities voor af te nemen financiële diensten. Hierbij wordt in acht genomen dat financiële ondernemingen (kredietinstellingen, beleggingsinstellingen, effecteninstellingen, verzekeraars en pensioenfondsen) in het register van de AFM dienen te staan.

5. Administratieve organisatie en interne controle

Artikel 11 Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle

ln het kader van treasury gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle:

  • 1.

    De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd.

  • 2.

    De administratieve organisatie en interne controle borgen dat.

    • De uitvoering van de treasuryfunctie conform de gestelde regels plaatsvindt;

    • De uitvoering rechtmatig en doelmatig is;

    • De treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd;

    • De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd is.

  • 3.

    Bevoegdheden zijn schriftelijk vastgelegd.

  • 4.

    Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden:

    • ·

      ledere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd;

    • ·

      De uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke functionarissen;

    • ·

      De uitvoering en de registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen.

  • 5.

    Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de functionaris die de transactie heeft afgesloten.

  • 6.

    Ten aanzien van de treasuryfunctie vindt één maal per jaar controle plaats door een door de directeur aangewezen functionaris. Daarbij worden minimaal de volgende aspecten betrokken:

    • ·

      Juistheid, tijdigheid, volledigheid en relevantie van de managementinformatie;

    • ·

      Rechtmatigheid van de administratie verwerking;

    • ·

      Borging van voldoende functiescheiding;

    • ·

      Realisatie van de doelstellingen;

    • ·

      Uitvoering van het beleid.

  • 7.

    De treasurer houdt te allen tijde alle relevante stukken ter beschikking ter verantwoording van zijnwerkzaamheden. De treasurer archiveert alle offertes en de keuzen en overwegingen die tot besluiten in het kader van treasury hebben geleid.

Artikel 12 Verantwoordelijkheden

De (functie)verantwoordelijkheden met betrekking tot de treasuryfunctie van de RUD Zuid-Limburg staan in dit artikel benoemd:

Algemeen Bestuur

  • ·

    Het vaststellen van treasurydoelstellingen, het treasurybeleid, globale richtlijnen en limieten in het treasurystatuut;

  • ·

    Het vaststellen van de financieringsparagraaf, in de begroting en jaarrekening.

Dagelijks Bestuur

  • ·

    Het uitvoeren van het treasurybeleid zoals vastgesteld in het treasurystatuut evenals de financieringsparagraaf;

  • ·

    Het beheren van de administratieve organisatie van de RUD Zuid-Limburg.

Directeur RUD Zuid-Limburg

  • ·

    Het zorgdragen voor de administratieve organisatie en interne controle;

  • ·

    Het aanstellen van medewerkers belast met de treasuryfunctie;

  • ·

    Het fiatteren van voorstellen met betrekking tot treasury;

  • ·

    Het controleren en goedkeuren van de liquiditeitsprognose.

Controller

  • ·

    Het ontwikkelen van het treasurybeleid;

  • ·

    Het opstellen van voorstelen met betrekking tot het aangaan van leningen en uitzetten van middelen;

  • ·

    Het fiatteren van voorstellen van de financieel adviseur;

  • ·

    Het uitvoeren van de overige activiteiten met betrekking tot de treasuryfunctie zoalsliquiditeitsprognose en rentevisie;

  • ·

    Treasuryparagraaf (in begroting en jaarrekening).

  • ·

    Relatiebeheer.

Financieel adviseur

  • ·

    Het opstellen van alle vormen van het betalingsverkeer;

  • ·

    Het beheren van de debiteuren en crediteuren;

  • ·

    Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties;

  • ·

    Het controleren van de bevestiging van derden, met de informatie van de treasurer.

Artikel 13 Bevoegdheden treasuryactiviteiten

ln onderstaande tabel staan bevoegdheden met betrekking tot treasuryactiviteiten weergegeven alsmede de daarbij benodigde fiattering:

Activiteit

Bevoegd functionaris

Autorisatie (plaatsvervanger)*

Saldo liquiditeiten- en geldstromenbeheer:

Het uitzetten van geld

Controller / plaatsvervanger controller

Directeur / plaatsvervanger directeur

Bankrelatiebeheer:

Bankrekeningen openen/sluiten/wijzigen

Directeur / Controller

Voorzitter DB/ Directeur

Financiering:

Het afsluiten van kredietfaciliteiten en het aantrekken van gelden zoals vastgelegd in de treasuryparagraaf

Directeur / Controller

Voorzitter DB/ Directeur

Artikel 14 Informatievoorziening

In onderstaande tabel is uiteengezet welke informatie tenminste moet worden verstrekt:

Informatie

Verantwoordelijke informatieverstrekker

Informatie ontvanger

Frequentie

a) gegevens met betrekking tot toekomstige uitgaven en ontvangsten

Directeur RUD Zuid-Limburg

Treasurer

Incidenteel

b) beleidsplannen treasury in treasuryparagraaf begroting

Voorzitter Dagelijks Bestuur

Algemeen Bestuur

Jaarlijks

c) evaluatie treasury activiteiten in treasuryparagraaf van de jaarrekening

Voorzitter Dagelijks Bestuur

Algemeen Bestuur

Jaarlijks

d) informatie aan derden

Voorzitter Dagelijks Bestuur

Ministerie van BZK en het CBS

Kwartaal

6. Overige bepalingen

Artikel 15 Inwerkingtreding

Dit statuut treedt in werking op 1 januari 2014.

Artikel 16 Citeertitel

Dit statuut kan worden aangehaald als 'Treasurystatuut RUD Zuid-Limburg'

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van het Algemeen Bestuur van 11 december 2013

Secretaris

Voorzitter

Bijlage Treasurystatuut RUD Zuid-Limburg

Treasurystatuut RUD Zuid-Limburg


*

Altijd handtekeningen vereist van twee verschillende functionarissen uit de kolom bevoegd functionaris en autorisatie.