Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Schinnen

Uitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2016

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieSchinnen
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingUitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2016
CiteertitelUitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2016
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Jeugdwet, art. 2.9
  2. Jeugdwet, art. 2.10
  3. Jeugdwet, art. 2.12
  4. Jeugdwet, art. 8.1.1, lid 4

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

21-07-201601-01-2016Nieuwe regeling

23-02-2016

Goed Nieuws, 20-07-2016

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Uitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2016

Het college van de gemeente Schinnen

gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1., vierder lid, van de Jeugdwet en de verordening jeugdhulp Schinnen 2015;

besluit vast te stellen het uitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2016

Artikel 1 Begripsbepalingen

1.

Hulpvraag:

behoefte van een jeugdige en/of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet;

2.

Gesprek:

gesprek als bedoeld in artikel 5;

3.

Melding:

melding van een hulpvraag als bedoeld in artikel 3;

4.

Gebruikelijke zorg:

Gebruikelijke zorg bestaat uit de activiteiten die partners, ouders van kinderen of huisgenoten normaal gesproken geacht worden voor elkaar te doen. Welke zorg mensen elkaar moeten bieden, hangt af van hun sociale relatie. Hoe intiemer de relatie, des te meer zorg ze elkaar horen te geven. Vanuit het oogpunt van de Jeugdwet is het van belang te weten welke activiteiten partners, ouders van kinderen en huisgenoten al geacht worden te doen vanuit andere verplichtingen zoals het uitvoeren van huishoudelijke taken. Dit weegt mee bij de mate waarin zij overbelast zijn of dreigen te raken en bij de vraag in hoeverre van hen verlangd kan worden om bijvoorbeeld persoonlijke verzorging of begeleiding te bieden aan hun partner, kind of huisgenoot. Hiervoor wordt aangesloten op de regelgeving gebruikelijke zorg zoals bepaald door het Zorginstituut.

5.

Voor de overige begripsbepalingen wordt verwezen naar de Jeugdwet en het beleidsplan Jeugdhulp 2015-2016.

Artikel 2 Vormen van jeugdhulp (artikel 2 verordening)

  • 1.

    Er zijn geen arrangementen bij de overige (vrij toegankelijke) voorzieningen beschikbaar.

  • 2.

    De volgende arrangementen individuele (niet vrij toegankelijke) voorzieningen zonder verblijf zijn beschikbaar:

    Soort voorziening

    Type jeugdhulp

    Arrangement

    Individuele voorzieningen

    Diagnose

    Dyslexie diagnose

    (zonder verblijf)

    Begeleiden

    Ambulante individuele begeleiding

     

     

    BOR middel

     

     

    BOR zwaar

     

    Behandelen

    Ambulante groepsjeugdhulp

     

     

    Ambulante behandeling

     

     

    Dyslexie behandeling

     

     

    Behandeling GGZ

  • 3.

    De volgende arrangementen individuele (niet vrij toegankelijke) voorzieningen (met verblijf)zijn beschikbaar:

    Soort voorziening

    Type jeugdhulp

    Arrangement

    Individuele voorzieningen

    Behandelen

    Logeren

    (met verblijf)

     

    Residentiele behandeling

     

     

    Verblijf

     

     

    Begeleid wonen

     

     

    GGZ verblijf zonder overnachting

     

     

    24-uurs verblijf GGZ

     

     

    Pleegzorg

     

    Stabilisatie crisisopvang

    Crisisopvang

Artikel 3 Toegang jeugdhulp via de gemeente, melding hulpvraag (artikel 4 verordening)

  • 1.

    Jeugdige en/of zijn ouders kunnen een hulpvraag melden bij het college.

  • 2.

    Het college bevestigt de ontvangst van een melding schriftelijk.

  • 3.

    In spoedeisende gevallen treft het college zo spoedig mogelijk een passende tijdelijke maatregel of vraagt het college een machtiging voor gesloten jeugdhulp als bedoeld in hoofdstuk 6 van de wet.

Artikel 4 Vooronderzoek (artikel 4 verordening)

  • 1.

    Het college verzamelt alle voor het onderzoek van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige zijn situatie en maakt vervolgens binnen 5 werkdagen met hem en/of zijn ouders een afspraak voor een gesprek. Hierbij brengt het college de jeugdige en/of zijn ouders op de hoogte van de mogelijkheid om binnen een redelijke termijn een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet op te stellen. Als de jeugdige en/of zijn ouders daarom verzoeken, draagt het college zorg voor ondersteuning bij het opstellen van een familiegroepsplan.

  • 2.

    Voor het gesprek verschaffen de jeugdige en/of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige en/of zijn ouders verstrekken in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.

  • 3.

    Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste en tweede lid, dit wordt schriftelijk door het college vastgelegd.

Artikel 5 Gesprek (artikel 4 verordening)

  • 1.

    Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundigen en de jeugdige en/of zijn ouders voor zover nodig:

    • a.

      Of de jeugdige en/of zijn ouders een familiegroepsplan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet hebben opgesteld;

    • b.

      De behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;

    • c.

      Het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;

    • d.

      Het vermogen van de jeugdige en/of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;

    • e.

      De mogelijkheden om gebruik te maken van een algemene voorziening;

    • f.

      De mogelijkheden om jeugdhulp te verlenen met gebruikmaking van een overige voorziening;

    • g.

      De wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;

    • h.

      Hoe rekening wordt gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en/of zijn ouders;

    • i.

      De mogelijkheid om te kiezen voor de verstrekking van een PGB (onder voorwaarden), waarbij de jeugdige en/of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden geïnformeerd over de gevolgen van die keuze.

  • 2.

    In het gesprek worden de onderdelen d tot en met g achtereenvolgens afgewogen, dat wil zeggen dat pas op het moment dat hetgeen benoemd in het onderdeel d niet voorhanden is het volgende onderdeel e wordt ingezet etc. tenzij meteen blijkt dat zwaardere ondersteuning, zorg of hulp nodig is om de jongere te helpen. Dit is aan de afweging van de deskundige beroepskracht.

  • 3.

    Het college informeert de jeugdige en/of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen (schriftelijke) toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.

  • 4.

    Het college kan in overleg met de jeugdige en/of zijn ouders afzien van een gesprek als bedoeld in lid 1 tot en met 3 met schriftelijke toestemming.

Artikel 6 Verslag (artikel 4 verordening)

  • 1.

    Het college zorgt voor een schriftelijke verslaglegging van het onderzoek, bedoeld in artikel 4.

  • 2.

    Na het gesprek verstrekt het college aan de jeugdige en/of zijn ouders een verslag van de uitkomsten van het onderzoek, tenzij zij hebben medegedeeld dit niet te wensen.

  • 3.

    Opmerkingen of latere aanvullingen van de jeugdige en/of zijn ouders worden aan het verslag toegevoegd.

  • 4.

    Indien opmerkingen of latere aanvullingen leiden tot een wijzigingen in de in te zetten ondersteuning, zorg of hulp, wordt het verslag opnieuw ondertekend door zowel het college als de jeugdige en/of zijn ouders.

Artikel 7 Aanvraag (artikel 4 verordening)

  • 1.

    Jeugdige en/of zijn ouders kunnen een aanvraag om een individuele voorziening schriftelijk indienen bij het college.

  • 2.

    Het college kan een ondertekend verslag van het gesprek aanmerken als aanvraag als de jeugdige en/of zijn ouders dat op het verslag hebben aangegeven.

  • 3.

    Een aanvraag dient te allen tijde ondertekend te zijn door de gezaghebbende ouder(s) én door de jeugdige indien deze 12 jaar en ouder is.

Artikel 8 Beschikking en verleningsbesluit (artikel 5 verordening)

  • 1.

    Een beschikking wordt alleen afgegeven als jeugdige en/of ouders daarom verzoeken of indien het een afwijzing betreft.

  • 2.

    Het verleningsbesluit cq beschikking wordt afgegeven voor de duur van:

    • a.

      Maximaal 1 jaar als het zorg in natura betreft;

    • b.

      Maximaal 1 jaar als het een PGB betreft.

Artikel 9 Toekenning van een PGB

  • 1.

    De jeugdige en/of zijn ouders aan wie een PGB wordt verstrekt, kan de jeugdhulp niet inzetten bij een door de gemeente voor jeugdhulp gecontracteerde aanbieder.

  • 2.

    Een PGB kan alleen aan professionele beroepskracht worden verstrekt indien aan de kwaliteitseisen wordt voldaan zoals in bijlage 1 opgenomen.

Artikel 10 De hoogte tarief PGB (artikel 6 verordening)

Het tarief voor een PGB:

  • 1.

    is gebaseerd op:

    • a.

      doelen en resultaten die in de beschikking worden genoemd;

    • b.

      de complexiteit (bepaald van de te adviseren activiteiten als onderdeel van de functie begeleiding);

    • c.

      de benodigde inzet (de frequentie en duur van de begeleiding), en

  • 2.

    is gebaseerd op een door de jeugdige en/of zijn ouders opgesteld plan over hoe zij het PGB gaan besteden;

  • 3.

    is toereikend om effectieve en kwalitatief goede zorg in te kopen, en

  • 4.

    is afgeleid van de tarieven zorg in natura :

    • a.

      voor niet-professionele zorgverleners maximaal 90% van het arrangementstarief zoals opgenomen in de PGB jeugdmatrix (zie bijlage 2).

    • b.

      Voor professionele zorgverleners maximaal 95% van het arrangementstarief zoals opgenomen in de PGB jeugdmatrix (zie bijlage 2).

  • 5.

    De hoogte van een PGB, is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten, zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.

  • 6.

    Indien het tarief van de door de cliënt gewenste aanbieder hoger is dan de kostprijs van de individuele voorziening in natura, blijft de hoogte van het PGB gelijk aan het tarief dat is bepaald op basis van de hierboven genoemde punten. De extra kosten om de maatschappelijke ondersteuning of jeugdhulp te contracteren, dienen dan bijbetaald worden door de aanvrager.

  • 7.

    De tarieven zijn jaartarieven, tenzij de aard van de voorziening dit niet toelaat (een diagnose bijvoorbeeld). Als de beschikking voor een andere duur dan een jaar wordt afgegeven, dan is het tarief naar rato.

Artikel 11 Inzet sociale netwerk bij het PGB (artikel 6 verordening)

De jeugdige en/of zijn ouders aan wie een PGB wordt verstrekt, kan de jeugdhulp onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk:

  • 1.

    dat deze persoon voor zijn diensten maximaal 90% van het arrangementstarief opgenomen in de PGB jeugdmatrix ontvangt (zie bijlage 2);

  • 2.

    dat deze persoon heeft aangegeven dat de zorg aan de jeugdige voor hem niet tot overbelasting leidt, en

  • 3.

    dat tussenpersonen of belangbehartigers niet uit het PGB mogen worden betaald;

  • 4.

    dat voor gezinsleden binnen hetzelfde huishouden als de jeugdige Gebruikelijke Zorg geldt zoals dat wordt toegepast door het zorginstituut1.;

  • 5.

    dat deze persoon alleen in aanmerking komt voor het uitvoeren van het arrangement individuele begeleiding in verband met het waarborgen van de kwaliteit.

Er wordt een beroep gedaan op professionele autonomie van de beroepsbeoefenaar om de beoordeling van lid 5 verder in te vullen.

Artikel 12 Werkwijze jongerencliëntenraad (artikel 11 verordening)

  • 1.

    In het kader van de burgerparticipatie Jeugd vragen college en/of gemeenteraad de jongerencliëntenraad tijdig advies over alle voorgenomen besluiten over ambulante jeugdhulp, op een zodanige wijze dat de jongerencliëntenraad minimaal 6 weken heeft om advies uit te brengen. In spoedeisende gevallen wordt de reden van het spoedeisende karakter door het college of de gemeenteraad toegelicht. In spoedeisende gevallen zal het college en/of de gemeenteraad overleg plegen met de voorzitter en/of het bestuur van de jongerencliëntenraad.

  • 2.

    De jongerencliëntenraad is tevens gerechtigd uit eigen beweging advies uit te brengen aan het college en/of de gemeenteraad.

  • 3.

    Het advies van de jongerencliëntenraad wordt aan het college en de gemeenteraad aangeboden. In het geval dat het college in een voorstel aan de gemeenteraad afwijkt van dit advies, wordt tevens aangegeven op welke gronden van het advies van de jongerencliëntenraad is afgeweken. De jongerencliëntenraad wordt terstond over het ingenomen standpunt geïnformeerd.

  • 4.

    Het college voorziet de jongerencliëntenraad tijdig van alle en begrijpelijke informatie, noodzakelijk om naar behoren te kunnen functioneren. Het betreft hier alle informatie die noodzakelijk is om beleid en uitvoering te begrijpen én om te kunnen reageren op plannen voor ontwikkelingen en wijzigingen.

  • 5.

    Tussen de gemeente en de jongerencliëntenraad vindt structureel ambtelijk overleg plaats, maximaal 6 maal per jaar, waarvoor beide partijen kunnen agenderen.

  • 6.

    Van overleg en afspraken met de jongerencliëntenraad doet het college binnen 10 werkdagen schriftelijke verslag aan de jongerencliëntenraad.

  • 7.

    Het college wijst een vaste contactambtenaar aan als aanspreekpunt voor de jongerencliëntenraad.

  • 8.

    De samenwerking tussen de gemeente en de jongerencliëntenraad wordt jaarlijks geëvalueerd.

  • 9.

    Het college stelt aan de jongerencliëntenraad jaarlijks €7.500,- ter beschikking, zoals deze ook aan andere adviesraden ter beschikking worden gesteld, zodat deze redelijkerwijze in staat kan worden geacht om in het kader van de uitvoering van deze verordening zijn taken naar behoren uit te voeren.

  • 10.

    Het college draagt tevens zorg voor de vergaderlocatie en plaatsing van de betreffende aankondigingen en bepaalde mededelingen op de gemeentelijke infopagina.

  • 11.

    Voor niet-reguliere activiteiten kan de jongerencliëntenraad bij het college een doel- of projectsubsidie aanvragen.

Artikel 13 Hardheidsclausule

Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de jeugdige en/of zijn ouders afwijken van de bepalingen in dit uitvoeringsbesluit, als toepassing van dit uitvoeringsbesluit tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.

Artikel 14 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Het uitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2015 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Dit uitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2016 treedt in werking op 1 januari 2016.

  • 3.

    Dit uitvoeringsbesluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsbesluit jeugdhulp Schinnen 2016.

Aldus besloten door het college van de gemeente Schinnen in zijn vergadering van 23 februari 2016

De Burgemeester

De Secretaris

Bijlage 1 Kwaliteit

Artikel 5 lid 3 van de verordening Jeugdhulp 2015 geeft aan dat in de beschikking wordt aangegeven welke kwaliteitseisen gelden voor een PGB. Hieronder staan deze opgesomd.

Jeugdhulpaanbieders:

  • 1.

    Hebben de verplichting om verantwoorde hulp te bieden;

  • 2.

    Moeten zich zo organiseren en voorzien van kwalitatief en kwantitatief personeel, dat verantwoorde hulp kan worden geboden (norm van de verantwoorde werktoedeling);

  • 3.

    Moeten werken met een familiegroepsplan, hulpverleningsplan of plan van aanpak;

  • 4.

    Dienen een kwaliteitssysteem te hebben; (Dat aansluit bij de omvang van de organisatie en de soort hulp die verleend wordt (MvT Jeugdwet)

  • 5.

    Moeten werken met medewerkers die beschikken over een VOG;

  • 6.

    Dienen een verplichte meldcode vast te stellen en toe te passen voor huiselijk geweld en kindermishandeling;

  • 7.

    Hebben een meldplicht bij een calamiteit;

  • 8.

    Hebben een meldplicht geweld bij de verlening van jeugdhulp;

  • 9.

    Hebben beschikking over een klachtencommissie;

  • 10.

    Moeten beschikken over een cliëntenraad;

  • 11.

    Vragen toestemming voor verlening jeugdhulp;

  • 12.

    Hebben de verplichting om een vertrouwenspersoon in de gelegenheid te stellen zijn taak uit te oefenen.

Voor professionals die jeugdhulp leveren geldt dat zij in het BIG register geregistreerd zijn als professional of zijn geregistreerd in het kwaliteitsregister Jeugd (van de Stichting kwaliteitsregister Jeugd). Wanneer een gemeente een traject inkoopt bij een solistisch werkende jeugdwerker (ZZP’er/vrijgevestigde) dan stuurt de gemeente direct op de invulling van een verantwoorde werktoedeling. In paragraaf 6.5 van de memorie van toelichting van de Jeugdwet staat uitleg over deze norm van verantwoorde werktoedeling.

Bijlage 2 PGB jeugdmatrix

Essentieel in het werkproces is:

  • ·

    Doen wat nodig is.

  • ·

    Iemands mogelijkheden centraal.

  • ·

    Tijdelijk als het kan, permanent als het moet.

Om deze essentiële zaken terug te laten komen in het gesprek met de jeugdige is het van belang dat gezamenlijk doelen en resultaten worden bepaald.

Uitgangspunt: Keukentafelgesprek

Vervolgens kan gekeken worden of en zo ja er een individuele maatwerkvoorziening nodig is. Dan wordt de afweging gemaakt of een gecontracteerde aanbieder deze hulp kan leveren of dat een pgb wordt ingezet. De wettelijke criteria dienen hierbij als leidraad (vermogen, passendheid en kwaliteit). Het uitgangspunt van de wetgever bij de inzet van het pgb om het sociale netwerk te financieren is dat het pgb voor niet-professionele zorgverleners beperkt dient te blijven tot die gevallen waarin dit aantoonbaar tot betere en effectievere ondersteuning leidt en aantoonbaar doelmatiger is.

Voor de bepaling van de hoogte van het tarief wordt gewerkt met een PGB jeugdhulpmatrix per arrangement.

Ambulante individuele begeleiding,2. waarbij factor 1 = €1.400,-

Complexiteit

Benodigde inzet

 

Licht

Matig

Zwaar

Licht

Arrangement 1 Factor 1

Arrangement 4 Factor 2

Arrangement 7 Factor 4

Matig

Arrangement 2 Factor 2

Arrangement 5 Factor 4

Arrangement 8

Factor 6

Zwaar

Arrangement 3 Factor 4

Arrangement 6 Factor 6

Arrangement 9 Factor 8

Ambulante groepsjeugdhulp, waarbij factor 1 = €1.800,-

 

Benodigde inzet

Licht

Matig

Zwaar

Arrangement 1

Factor 1

Arrangement 2

Factor 2

Arrangement 3

Factor 3

Logeren, waarbij factor 1 = €800,-

 

Benodigde inzet

Licht

Matig

Zwaar

Arrangement 1

Factor 1

Arrangement 2

Factor 3

Arrangement 3

Factor 6,5

Bij het bepalen van het aantal arrangementen en tarieven wordt uitgegaan van benodigde inzet en complexiteit. Bij de benodigde inzet gaat het om de frequentie en duur van de begeleiding. Complexiteit wordt bepaald aan de hand van hetgeen nodig is voor de cliënt in de vorm van het aantal benodigde activiteiten als onderdeel van de begeleiding.


1.

http://www.zorginstituutnederland.nl/pakket/awbz-kompas/zorgaspecten/gebruikelijke+zorg

2.

Bij samenloop van ambulante individuele begeleiding en persoonlijke verzorging bij dezelfde cliënt kan het budget verhoogd worden naar het eerstvolgende hogere bedrag.