Beleidsregels kostendelersnorm en verlagingen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Velsen, eerste wijziging

Geldend van 01-01-2016 t/m heden

Intitulé

BELEIDSREGELS KOSTENDELERSNORM EN VERLAGINGEN PARTICIPATIEWET, IOAW EN IOAZ 2015 GEMEENTE VELSEN, EERSTE WIJZIGING

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Velsen besluit vast te stellen de Beleidsregels kostendelersnorm en verlagingen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Velsen, eerste wijziging.

Artikel 1. Begripsbepalingen

  • 1. In deze beleidsregels wordt verstaan onder:

    • a.

      de wet: de Participatiewet

    • b.

      belanghebbende: persoon die een uitkering aanvraagt of ontvangt

    • c.

      bijstand: algemene en bijzondere bijstand;

    • d.

      kostendelersnorm: de per persoon lager vastgestelde bijstand naarmate er meer personen in de woning wonen.

    • e.

      commerciële relatie: zowel ten aanzien van de huisvesting als ten aanzien van de zorg treedt geen financiële verstrengeling op. Daarnaast moet voor de te leveren prestaties een prijs worden bedongen en betaald. Deze prijs moet in verhouding staan tot de geleverde prestaties en datgene wat in het commerciële verkeer gebruikelijk is.

Artikel 2. Commerciële relatie

  • 1. Een commerciële relatie dient aan de hand van schriftelijke bewijsstukken te worden aangetoond. In ieder geval zijn vereist:

    • -

      een schriftelijke overeenkomst waarin de prestaties over en weer zijn omschreven; en

    • -

      betalingsbewijzen in de vorm van bank- of giroafschriften.

  • 2. Ten aanzien van de schriftelijke overeenkomst gelden de volgende voorwaarden:

    • -

      de overeenkomst moet zijn ondertekend en gedateerd; en

    • -

      de ingangsdatum van de overeenkomst moet zijn genoemd; en

    • -

      de te leveren prestaties en de daarvoor bedongen prijs dienen te zijn vastgelegd, waarbij een onderscheid wordt gemaakt tussen de prijs voor huisvesting en overige diensten.

Artikel 3. Onderhuurders, kostgangers, verhuurders en kostgevers

  • 1. Een onderhuurder en een kostganger dienen een commerciële relatie met de hoofdbewoner te hebben.

  • 2. Een onderhuurder huurt een deel van een woning, bijvoorbeeld een kamer. De afspraken met de onderhuurder zijn in een schriftelijke overeenkomst vastgelegd.

  • 3. Een kostganger is bij iemand in de kost en betaalt hier een commerciële prijs voor. In de kost betekent dat de kostganger een gangbare prijs betaalt voor inwonen en eten.

  • 4. Indien belanghebbende een ruimte verhuurt aan een onderhuurder of kostgever is, dan dient hij, naast de bewijsstukken, genoemd in artikel 2, eveneens een overzicht van de opgave van deze inkomsten van de belastingdienst te overleggen.

Artikel 4. Verlaging van de norm

  • 1. De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 20% van de gehuwdennorm, indien belanghebbende, zelfstandig of met een ten laste komend kind(eren), een woning bewoont waaraan voor de belanghebbende geen woonkosten zijn verbonden.

  • 2. De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm, indien belanghebbende, zelfstandig of met een ten laste komend kind(eren), een woning bewoont waaraan voor de belanghebbende geen huur of hypotheek zijn verbonden, maar wel andere woonlasten.

  • 3. De verlaging voor schoolverlaters zoals bedoeld in artikel 28 van de wet bedraagt 10% van de gehuwdennorm gedurende 6 maanden, gerekend vanaf het tijdstip van de beëindiging van de aanspraak op studiefinanciering of tegemoetkoming in de onderwijsbijdrage en de schoolkosten.

Artikel 5. Inwerkingtreding en citeertitel

Deze beleidsregels treden in werking op de dag volgend op de bekendmaking, onder gelijktijdige intrekking van de Beleidsregels kostendelersnorm en verlagingen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Velsen en worden geciteerd als Beleidsregels kostendelersnorm en verlagingen Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Velsen, eerste wijziging.

Algemene toelichting

De bijstand is een vangnet met als doel om te voorzien in de noodzakelijke kosten van het bestaan. Als er binnen één huishouden meerdere bijstandsuitkeringen zijn toegekend, kan door de stapeling van uitkeringen het huishoudinkomen zo hoog zijn, dat daarmee meer dan alleen de noodzakelijke kosten kunnen worden gedekt. Dit is bijvoorbeeld het geval als er in één huishouden drie of meer mensen met een bijstandsuitkering zijn. In zo’n geval is het niet meer lonend om op zoek te gaan naar regulier werk. Hierdoor is de systematiek per 01 januari 2015 gewijzigd waarmee er middels de kostendelersnorm rekening wordt gehouden met de voordelen van het delen van de kosten binnen één huishouden. Dit wordt geregeld in artikel 22a van de Participatiewet.

In het vijfde lid van artikel 22a is een aantal uitzonderingen opgesomd. Om te voorkomen dat een aantal van die uitzonderingen voor meerdere uitleg vatbaar is, zijn deze beleidsregels opgesteld.

Artikelsgewijze toelichting

Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder behandeld.

Artikel 2. Commerciële relatie

Met de prestaties genoemd in dit artikel worden in ieder geval bedoeld, de te betalen huur van de huurder / kostganger en de te leveren diensten van de verhuurder / kostgever (zoals het beschikbaar stellen van de ruimte voor de huurder en voor de kostganger ook nog de extra diensten, zoals de maaltijden)

Artikel 3. Onderhuurders, kostgangers, verhuurders en kostgevers

Gemeenten hebben de vrijheid om te bepalen wat onder een commerciële huurprijs verstaan wordt. Omdat ook bij huur van kleine ruimten sprake kan zijn van een commerciële relatie, houden we als richtlijn een m2-huurprijs van €22,92 aan. Dit bedrag is tot stand gekomen door een huurprijs van €275,- per maand te delen door 12 m2. Het bedrag van €275,- vindt zijn oorsprong in een uitspraak van de CRvB uit 2001, waarin een bedrag lager dan €227,- (in 2001 was dit 500 gulden) per maand als niet commercieel werd gezien. Dit bedrag is richtinggevend voor de gestelde €275,-. Daarnaast blijkt uit de puntenberekening op de site van de huurcommissie (http://www.huurcommissie.nl/onderwerpen/huurprijs-en-punten/huurprijscheck-en-puntentelling), dat een commerciële prijs, die een verhuurder mag vragen voor één kamer, waarbij de huurder gebruik mag maken van een gemeenschappelijk douche/toilet/keuken wordt gesteld op €275,-. Wij gaan er hierbij vanuit dat een kamer gemiddeld 12m2groot is.

Kostgangers en –kostgevers zullen in de praktijk minder voorkomen, voor zover ze aan de

kostendelersnorm raken (vaak betreft het familierelaties). Een kostganger is een soort huurder-plus. De prijs moet dus meer bedragen dan de commerciële huurprijs. Bij een prijs van € 5,- per dag voor drie maaltijden, gaat het om € 150,- per maand. Indien belanghebbende optreedt als verhuurder of kostgever dan dienen de inkomsten uit huur / kost te worden verrekend met de uitkering.

Artikel 4. Verlaging

Naast het kunnen delen van de algemene bestaanskosten met een ander kunnen er aanzienlijke lagere algemene bestaanskosten zijn als gevolg van het ontbreken van bepaalde kosten. Bij het verlenen van bijstand, moet hier rekening mee gehouden worden. Van lagere kosten als gevolg van de woonsituatie kan sprake zijn bij de bewoning van een woning waaraan geen woonlasten zijn verbonden, bijvoorbeeld in het geval van krakers. Hiervan is echter ook sprake in geval een derde, bijvoorbeeld een onderhoudsplichtige, de woonlasten betaalt van de woning. Er wordt dan een woning bewoond waaraan voor de bijstandsgerechtigde geen woonkosten zijn verbonden. Het financiële voordeel van het niet verschuldigd zijn van woonkosten rechtvaardigt een lager bedrag aan bijstand. Bij lid 2 hoeft de belanghebbende geen huur of hypotheek te voldoen, of is de huur / hypotheek beperkt, maar heeft hij wel andere woonlasten, zoals onderhoudskosten woning of onroerendzaakbelasting.

Bij toepassing van de verlaging voor schoolverlaters is het volgende van belang. Om de verlaging te kunnen toepassen moet voldaan zijn aan de voorwaarde dat voor het onderwijs of de beroepsopleiding recht bestond op studiefinanciering op grond van de Wet op de studiefinanciering 2000 (WSF 2000) of op een tegemoetkoming in de studiekosten op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS). Van belang is dat de belanghebbende daadwerkelijk recht heeft op studiefinanciering. Dit volgt uit de bedoeling van de wetgever zoals die blijkt uit de toelichting op artikel 28 Participatiewet. Daarnaast is van belang dat de belanghebbende zijn recht op studiefinanciering ontleent aan de WSF 2000 of de WTOS.