Regeling vervallen per 01-01-2010

Marktverordening Venlo

Geldend van 04-01-2001 t/m 31-12-2009

Intitulé

Marktverordening Venlo

Afdeling 1 Begripsbepalingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      markt: de warenmarkt, welke krachtens besluit van de gemeenteraad op de daartoe aangewezen plaats, dag en tijd wordt gehouden;

    • b.

      marktterrein: de gehele oppervlakte openbare of voor het publiek toegankelijke grond, welke bij besluit van de gemeenteraad voor het uitoefenen van de markthandel is aangewezen;

    • c.

      standplaats: de op en voor de duur van de markt door het bestuursorgaan aangewezen ruimte voor het uitoefenen van de markthandel;

    • d.

      vaste plaats: een standplaats, waarvoor het bestuursorgaan voor onbepaalde tijd een vergunning heeft verleend;

    • e.

      dagplaats: een standplaats, die per marktdag beschikbaar wordt gesteld;

    • f.

      standwerker: de marktkoopman, die publiek om zich verzamelt, een het publiek aansprekende uiteenzetting houdt over het door hem te verkopen artikel en tenslotte tracht een aantal personen gelijktijdig tot aankoop daarvan te bewegen;

    • g.

      standwerkersplaats: een standplaats, bestemd voor het uitoefenen van de handel op een wijze als bij standwerken gebruikelijk is;

    • h.

      vergunninghouder: ieder aan wie door het bestuursorgaan een vergunning is verleend om gedurende een markt een standplaats in te nemen;

    • i.

      marktmeester: de met het toezicht op de naleving en de handhaving van de bepalingen van deze verordening door het bestuursorgaan aangewezen persoon;

    • j.

      bestuursorgaan: het college van burgemeester en wethouders;

    • k.

      adviseur: de door het bestuursorgaan aangewezen marktcommissie.

  • 2.

    Daar waar in deze verordening de mannelijke persoonsvorm wordt gebruikt, wordt de vrouwelijke persoonsvorm geacht te zijn inbegrepen.

Afdeling 2 Marktterreinen

Artikel 2 Markten

  • 1.

    De markten worden gehouden op de volgende plaatsen, dagen en tijden:

    • a.

      de markt op woensdag van 09.00 uur tot 16.00 uur op het parkeerterrein Mgr. Nolensplein;

    • b.

      de markt op donderdag van 14.00 uur tot 19.00 uur op het Muldersplein, met uitzondering van het weggedeelte Oude Kerkstraat;

    • c.

      de markt op vrijdag van 15.00 uur tot 20.30 uur in de Kloosterstraat en een deel van de 1e Graaf van Loonstraat direct grenzend aan de Kloosterstraat;

    • d.

      de markt op zaterdag van 08.00 uur tot 14.00 uur op het parkeerterrein Mgr. Nolensplein en het straatgedeelte van het Mgr. Nolensplein, tussen de Parkstraat en de Geldersepoort en het verharde gedeelte van het Mgr. Nolenspark;

    • e.

      de markt op zaterdag van 14.00 uur tot 18.00 uur op het Wilhelminaplein.

  • 2.

    Indien dringende omstandigheden daartoe noodzaken, kan het bestuursorgaan tijdelijk een andere plaats voor het houden van de markt aanwijzen. In dit geval blijft het bepaalde in deze verordening onverminderd van kracht. Vergunninghouders zijn alsdan verplicht van de aan te wijzen standplaats gebruik te maken, zonder enig recht op schadevergoeding, in welke vorm dan ook, te kunnen doen gelden.

  • 3.

    Valt een marktdag samen met een algemeen erkende, christelijke of nationale feestdag of aswoensdag, dan vervalt de markt op die dag. Het bestuursorgaan kan de vervallen markt verplaatsen naar een nader door het bestuursorgaan aan te wijzen dag.

  • 4.

    Bij bijzondere gelegenheden kan het bestuursorgaan het houden van markt, ook op andere dan de in het derde lid bedoelde dagen, verbieden. Zo tijdig mogelijk wordt van een wijziging van de markt of het verbod tot het houden van markt openbaar aankondiging gedaan.

Artikel 3 Marktinrichting

  • 1.

    Het bestuursorgaan bepaalt ten aanzien van de markt:

    • a.

      het aantal standplaatsen;

    • b.

      de afmetingen van de standplaatsen;

    • c.

      de opstelling en indeling van de markt;

    • d.

      welke plaatsen op het marktterrein uitsluitend bestemd zijn voor standwerken, waarbij onderscheid kan worden gemaakt in vaste plaatsen en dagplaatsen;

    • e.

      welke gedeelten van het marktterrein bestemd zijn voor het verhandelen van bepaalde artikelen;

    • f.

      welk gedeelte van het marktterrein eventueel bestemd wordt voor het plaatsen van verkoopwagens.

  • 2.

    Het bestuursorgaan kan het aantal standplaatsen per artikelengroep vaststellen.

  • 3.

    Het bestuursorgaan hoort omtrent de uitoefening van de in dit artikel genoemde bevoegdheden de adviseur.

Afdeling 3 Vergunningen

Artikel 4 Vergunning

Het is verboden zonder vergunning van het bestuursorgaan standplaats in te nemen op het marktterrein.

Artikel 5 Verbod innemen standplaats

Het is verboden een andere standplaats in te nemen dan waarvoor een vergunning is afgegeven en handel uit te oefenen anders dan vanuit een standplaats.

Artikel 6 Verbod voorwerpen

Het is verboden zonder vergunning van het bestuursorgaan op het marktterrein kramen, of andere voor de verkoop van waren bestemde bedrijfsmiddelen te plaatsen en te verhuren.

Artikel 7 Aanvraag vergunning

  • 1.

    Een vergunning voor een vaste plaats dient schriftelijk te worden aangevraagd bij het bestuursorgaan.

  • 2.

    Een vergunning voor een dagplaats kan zowel schriftelijk als mondeling worden aangevraagd.

  • 3.

    De aanvragen worden in volgorde van binnenkomst met vermelding van de artikelen vermeld op een lijst voor de vaste plaatsen respectievelijk een lijst voor de dagplaatsen. De aanvragers wordt daarvan een schriftelijk bewijs verstrekt.

Afdeling 4 Toewijzing standplaatsen

Artikel 8 Vergunning standplaats

De toewijzing van standplaatsen geschiedt bij door het bestuursorgaan af te geven vergunning.

Artikel 9 Toewijzing standplaatsen

  • 1.

    De standplaatsen op de markt worden als regel als vaste plaatsen toegewezen.

  • 2.

    Een vrijgekomen vaste plaats wordt als dagplaats beschouwd en blijft als zodanig aangemerkt, zolang zij niet overeenkomstig het bepaalde in artikel 12 opnieuw als vaste plaats is toegewezen.

Artikel 10 Vereisten aanvrager

  • 1.

    Om voor een standplaats in aanmerking te komen dient de aanvrager:

    • a.

      natuurlijk persoon te zijn;

    • b.

      handelingsbekwaam te zijn;

    • c.

      te voldoen aan alle wettelijke verplichtingen op het gebied van bedrijfsuitoefening en bedrijfsorganisatie;

    • d.

      voldoende verzekerd te zijn tegen vorderingen tot schadevergoeding, waartoe hij als gebruiker van een verkoopinrichting op de markt krachtens wettelijke aansprakelijkheidsbepalingen zou kunnen worden verplicht wegens aan derden toegebrachte schade.

  • 2.

    Om voor een vaste plaats in aanmerking te komen dient de aanvrager bovendien aan te tonen dat hij van het uitoefenen van handel zijn hoofdberoep maakt.

  • 3.

    Om voor een standwerkersplaats (vaste plaats) in aanmerking te komen dient de aanvragen ook te voldoen aan de in artikel 14, lid 4, onder a, genoemde vereisten.

  • 4.

    De aanvrager voldoet aan het bepaalde in het eerste lid, onder d, als hij een geldig bewijs overlegt van het lidmaatschap van een organisatie, die voor haar leden een collectieve verzekering als in dat lid bedoeld, heeft afgesloten.

Artikel 11 Lijst

Vergunninghouders van vaste plaatsen worden met vermelding van en in volgorde van de datum, waarop aan hen voor het eerst een vaste plaats is toegewezen, op een doorlopend te nummeren lijst ingeschreven.

Artikel 12 Toewijzing vrijgekomen plaatsen

  • 1.

    Voor de toewijzing van vrijgekomen vaste plaatsen, waartoe op gezette tijden, doch tenminste eenmaal per jaar wordt overgegaan, komen allereerst in aanmerking de vergunninghouders van vaste plaatsen op de markt, die aan het bestuursorgaan de wens te kennen hebben gegeven van standplaats te willen veranderen. De volgorde waarin zij op de in artikel 11 bedoelde lijst zijn ingeschreven, is bepalend.

  • 2.

    Daarna komen in aanmerking degenen die zich op de in artikel 7 bedoelde lijst hebben laten inschrijven, zulks in volgorde van hun inschrijving op deze lijst.

  • 3.

    Indien voor de markt een indeling per artikelengroep geldt, wordt hiermee rekening gehouden.

Artikel 13 Toewijzing dagplaatsen

De toewijzing als dagplaats van de vaste plaatsen geschiedt overeenkomstig de volgende regels:

  • a.

    De vaste plaatsen, waarvan de vergunninghouder zich vooraf bij het bestuursorgaan heeft afgemeld, kunnen voor die marktdag aan een andere vaste vergunninghouder worden toegewezen. De vergunninghouder, die van standplaats verwisselt, dient de eigen standplaats ongebruikt te laten.

  • b.

    De dan beschikbare vrije kramen worden een half uur na het begin van de markt door het bestuursorgaan als dagplaats toegewezen aan de gegadigden (meelopers), die zich hiervoor bij de marktmeester hebben aangemeld.

  • c.

    Voor de volgorde van toewijzing voor een dagplaats geldt de datum, waarop betrokkene zich voor de eerste maal op de markt bij de marktmeester heeft aangemeld voor een dagplaats en als zodanig staat ingeschreven op de in artikel 7, lid 3, bedoelde lijst.

Artikel 14 Standwerkers

  • 1.

    Standwerkers mogen uitsluitend op daartoe aangewezen standplaatsen optreden.

  • 2.

    De toewijzing van standwerkersplaatsen (dagplaatsen) geschiedt bij door het bestuursorgaan per marktdag af te geven vergunningen.

  • 3.

    De in het tweede lid bedoelde afgifte geschiedt zonodig bij loting ter bepaling van de volgorde, waarin gegadigden een plaats kiezen, zulks met inachtneming van de wijze van werken.

  • 4.

    Tot de loting voor een standwerkersplaats kunnen slechts worden toegelaten marktkooplieden die handelingsbekwaam zijn en aantonen dat zij voldoen aan de in artikel 9, eerste lid, gestelde eisen, met dien verstande:

    • a.

      dat allereerst tot de loting worden toegelaten de door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerker geregistreerde personen, van wie gebleken is dat zij in de uitoefening van de markthandel uitsluitend en daadwerkelijk als standwerker plegen op te treden;

    • b.

      dat vervolgens tot de loting worden toegelaten andere marktkooplieden die door het Centraal Registratiekantoor Detailhandel-Ambacht als standwerker geregistreerd zijn en ten aanzien van wie niet gebleken is dat zij op een standwerkersplaats niet daadwerkelijk actief zijn als standwerker.

  • 5.

    Standwerkers die gezamenlijk willen optreden, kunnen slechts gezamenlijk voor een vergunning voor een standwerkersplaats loten en gezamenlijk slechts één soort artikel op de voor standwerkers geboden wijze ten verkoop aanbieden. De betrokkenen dienen zulks voor de loting aan de marktmeester kenbaar te maken met vermelding van het te verhandelen artikel.

  • 6.

    Een standwerker mag de aan hem toegewezen plaats niet tezamen met een ander benutten, waaronder mede wordt verstaan dat hij zich niet door een ander mag doen aflossen. Het bovenstaande geldt niet voor degenen bedoeld in het vijfde lid van dit artikel.

  • 7.

    Een standwerker die heeft deelgenomen aan de loting als bedoeld in lid 4, wordt op de dag dat hij heeft deelgenomen aan de loting, niet ingeschreven op de lijst als bedoeld in artikel 7. De standwerker kan op deze dag dan ook geen andere plaats bezetten dan een standwerkersplaats.

Afdeling 5 Voorschriften

Artikel 15 Tijdstip innemen vaste standplaats

Indien de rechthebbende op een vaste plaats deze niet binnen een half uur na het begin van de markt heeft bezet en vóór dat tijdstip geen kennis heeft gegeven van latere komst op grond van bijzondere omstandigheden, vervalt voor die dag voor de rechthebbende zijn recht om die vaste plaats in te nemen.

Artikel 15 Legitimatie

Degene die een standplaats op de markt inneemt of wenst in te nemen, dient op eerste aanvraag van de marktmeester aan te tonen dat hij de vergunninghouder is.

Artikel 16 Verlichting

De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats vanaf zonsondergang voorzien te hebben van een verlichting, waarmee de uitgestalde waren helder verlicht dienen te zijn.

Artikel 17 Niet innemen van de vaste plaats

  • 1.

    Houders van vaste plaatsen, die wegens ziekte verhinderd zijn hun standplaats in te nemen, dienen het bestuursorgaan daarvan schriftelijk in kennis te stellen. Bij plotselinge verhindering moet het bestuursorgaan mondeling of telefonisch worden ingelicht, gevolgd door een schriftelijke bevestiging van deze afmelding binnen vijf dagen na de desbetreffende markt.

  • 2.

    Bij langdurige afwezigheid wegens ziekte dient ten bewijze hiervan iedere drie maanden een geneeskundige verklaring te worden overgelegd, waaruit de ongeschiktheid tot het bezoeken van de markt blijkt.

  • 3.

    Zij, die wegens vakantie een markt niet kunnen bezoeken, dienen daarvan tijdig onder opgave van de duur van de vakantie, schriftelijk mededeling te doen aan het bestuursorgaan. De afwezigheid wegens vakantie mag maximaal vier opeenvolgende weken duren per kalenderjaar, tenzij voor een langere periode door het bestuursorgaan toestemming wordt verleend.

Artikel 18 Persoonlijk innemen standplaats

  • 1.

    Een standplaats moet door de vergunninghouder persoonlijk worden ingenomen.

  • 2.

    De vergunninghouder mag zich op de standplaats doen bijstaan.

Artikel 19 Ontheffing

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan in bijzondere omstandigheden aan de vergunninghouder ontheffing verlenen van de verplichting, bedoeld in artikel 18, eerste lid.

  • 2.

    Het bestuursorgaan kan de vergunninghouder in de gevallen, bedoeld in het eerste lid van dit artikel, alsmede in die, bedoeld in artikel 17, toestemming verlenen zich te laten vervangen.

Artikel 20 Aan- en afvoer goederen

  • 1.

    Het is verboden vroeger dan drie uren voor de aanvang van de markt artikelen op de markt aan te voeren.

  • 2.

    De aanvoer moet uiterlijk een kwartier voor de aanvang van de markt zijn beëindigd. De afvoer moet zijn beëindigd en de voertuigen moeten verwijderd zijn uiterlijk twee uur na de sluitingstijd van de markt.

  • 3.

    De marktartikelen mogen niet voor de sluitingstijd van de markt worden afgevoerd.

Artikel 21 Innemen standplaats

De vergunninghouder is verplicht zijn standplaats tot de sluitingstijd van de markt te blijven innemen.

Artikel 22 Voertuigen

Het is verboden voertuigen, waarmee de artikelen op de markt worden of zijn aangevoerd, op de markt aanwezig te hebben op een andere plaats dan die, welke door het bestuursorgaan is aangewezen.

Artikel 23 Verboden

Het is de vergunninghouder verboden:

  • a.

    op het marktterrein op een andere dan voor de markt bestemde tijd artikelen te koop aan te bieden, te verkopen of af te leveren;

  • b.

    meer ruimte in te nemen dan hem is toegewezen;

  • c.

    de opstal op zijn standplaats tijdens de markt af te breken of te verplaatsen;

  • d.

    de doorgang in de wandelgangen op en langs het marktterrein op enigerlei wijze te hinderen of te belemmeren;

  • e.

    zich, behoudens ontheffing van het bestuursorgaan, aan de voorzijde van de standplaats op te houden bij het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van artikelen;

  • f.

    op de standplaats andere artikelen in voorraad te hebben dan die, waarvoor vergunning is verleend.

Artikel 24 Verzorging standplaats

  • 1.

    De vergunninghouder is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn standplaats steeds een goed verzorgd aanzien biedt.

  • 2.

    Tijdens de markt dient hij zijn afval, verpakkingsmaterialen en dergelijke zelf in te zamelen.

  • 3.

    Alvorens hij het marktterrein verlaat, dient hij zijn standplaats en de onmiddellijke omgeving daarvan schoon op te leveren en het afval zelf af te voeren.

Artikel 25 Eet- en drinkwaren

De vergunninghouder aan wie het is toegestaan eet- en drinkwaren te verkopen, is verplicht deze waren op zodanige wijze te stallen, dat zij voldoende beschermd zijn tegen verontreiniging door stof, vuil of anderszins.

Artikel 26 Andere verkoop

  • 1.

    Het is verboden op het marktterrein tijdens de duur van de markt met artikelen ten verkoop rond te lopen of te rijden.

  • 2.

    Van het bepaalde in het eerste lid kan door het bestuursorgaan ontheffing worden verleend, voor zoveel betreft de verkoop van alcoholvrije dranken en geringe eet- en drinkwaren ten behoeve van de vergunninghouders.

Afdeling 6 Overschrijving en intrekking vergunningen

Artikel 27 Overschrijving vergunning

  • 1.

    Bij het overlijden van de vergunninghouder wordt de vergunning voor de vaste plaats overgeschreven op de overblijvende echtgenote (echtgenoot) of op één van de meewerkende kinderen, als een daartoe strekkende aanvraag binnen zes weken na het overlijden bij het bestuursorgaan wordt ingediend.

  • 2.

    Bij beëindiging van de markthandel door de vergunninghouder, anders dan in de omstandigheid als bedoeld in het eerste lid, kan de vergunning voor de vaste standplaats, op verzoek van de vergunninghouder, worden overgeschreven op de echtgenote (echtgenoot) of op één van de meewerkende kinderen. In dat geval kan de vergunninghouder geen rechten meer doen gelden op een standplaats (vaste plaats of dagplaats) op de betreffende markt.

  • 3.

    Voor de toepassing van de voorgaande leden dient het kind reeds gedurende een termijn van twee jaren op de betreffende markt meegewerkt te hebben. Van de aanvang van de werkzaamheden door een kind dient het bestuursorgaan in kennis gesteld te worden.

Artikel 28 Intrekking vergunning

  • 1.

    De vergunning voor een vaste plaats wordt ingetrokken:

    • a.

      op verzoek van de vergunninghouder;

    • b.

      bij overlijden van de vergunninghouder, behoudens het bepaalde in artikel 27;

    • c.

      wanneer niet langer wordt voldaan aan één of meer van de eisen, gesteld in artikel 10.

  • 2.

    Indien het bepaalde in het eerste lid toepassing vindt, wordt de inschrijving op de in artikel 11 bedoelde lijst van vergunninghouders doorgehaald.

Artikel 29 Intrekkingsgronden

  • 1.

    Het bestuursorgaan kan de vergunning voor een vaste plaats intrekken, indien:

    • a.

      de vergunninghouder het bij of krachtens deze verordening bepaalde overtreedt;

    • b.

      de vergunninghouder niet of niet tijdig het verschuldigde marktgeld voldoet;

    • c.

      de vergunninghouder zich schuldig maakt aan wangedrag of bedrog;

    • d.

      indien de vergunninghouder niet tenminste eenmaal per twee weken en tenminste negen maal per kwartaal zijn plaats op de markt inneemt, zulks met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 17, 18 en 20.

  • 2.

    De in het eerste lid bedoelde intrekking kan voorwaardelijk of tijdelijk geschieden.

  • 3.

    Bij definitieve intrekking van de vergunning wordt de inschrijving op de in artikel 7, derde lid, bedoelde lijst doorgehaald.

  • 4.

    Het bestuursorgaan trekt de vergunning niet in, voordat de betrokken vergunninghouder in de gelegenheid gesteld is zich te rechtvaardigen.

Artikel 30 Last tot onmiddellijke ontruiming

De vergunninghouder, die in strijd handelt met het bij of krachtens deze verordening bepaalde of zich aan wangedrag of bedrog op de markt schuldig maakt, het marktpersoneel in de uitoefening van zijn taak belemmert, dan wel direct of indirect de orde op de markt verstoort of in gevaar brengt kan door het bestuursorgaan gelast worden zijn standplaats onmiddellijk te ontruimen.

Afdeling 7 Marktcommissie

Artikel 31 Taak marktcommissie

Er bestaat een marktcommissie, welke tot taak heeft het bestuursorgaan te adviseren inzake aangelegenheden met betrekking tot de wekelijkse goederenmarkten.

Artikel 32 Samenstelling

  • 1.

    De commissie bestaat uit 7 leden.

  • 2.

    De leden worden benoemd volgens onderstaande verdeling:

    • a.

      een lid, dat tevens als voorzitter optreedt, uit het bestuursorgaan, tot wiens portefeuille het marktwezen behoort; bij diens verhindering wordt hij vervangen door een ander lid van het bestuursorgaan;

    • b.

      een lid op voordracht van de marktkooplieden van de weekmarkt in het stadsdeel Venlo dat een vaste standplaats inneemt, zoals bedoeld in artikel 1, sub d, van deze verordening;

    • c.

      een lid op voordracht van de marktkooplieden van de weekmarkt in het stadsdeel Blerick, dat een vaste standplaats inneemt, zoals bedoeld in artikel 1, sub d, van deze verordening;

    • d.

      een lid op voordracht van de marktkooplieden van de weekmarkt in het stadsdeel Tegelen dat een vaste standplaats inneemt, zoals bedoeld in artikel 1, sub d, van deze verordening;

    • e.

      een lid op voordracht van de marktkooplieden van de weekmarkt in het stadsdeel Belfeld, dat een vaste standplaats inneemt, zoals bedoeld in artikel 1, sub d, van deze verordening;

    • f.

      een lid op voordracht en uit het midden van het hoofdbestuur van de Centrale Vereniging voor de Ambulante Handel te 's-Gravenhage;

    • g.

      een lid op voordracht van de Consumentenbond, afdeling Venlo.

  • 3.

    Aan de commissie wordt als adviserend lid de marktmeester toegevoegd.

  • 4.

    Indien de voorzitter van de commissie dit wenselijk acht kunnen derden als adviserend lid aan de vergaderingen deelnemen.

Artikel 33 Zittingsduur

  • 1.

    De zittingsduur van de leden is gelijk aan de zittingsduur van de gemeenteraad.

  • 2.

    De leden zijn terstond opnieuw benoembaar.

  • 3.

    Een lid dat tussentijds wordt benoemd, treedt af op het tijdstip, waarop diens voorganger zou zijn afgetreden.

  • 4.

    Een lid, benoemd op grond van een bepaalde functie houdt op lid van de commissie te zijn, zodra het deze functie verliest.

  • 5.

    De leden kunnen tussentijds ontslag nemen. Zij doen dit schriftelijk aan de voorzitter.

Artikel 34 Vergadering

  • 1.

    De commissie vergadert ten minste eenmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of tenminste drie leden dit nodig acht(en).

  • 2.

    De vergaderingen van de commissie zijn besloten, tenzij de meerderheid van de commissie anders beslist.

Artikel 35 Vergaderquorum

  • 1.

    De commissie vergadert slechts als, behalve de voorzitter, de helft van het aantal stemgerechtigde leden aanwezig is.

  • 2.

    Bij onvoltalligheid van de vergadering, als vermeld in het eerste lid, belegt de voorzitter een nieuwe vergadering. Deze wordt gehouden ongeacht het aantal aanwezige leden. In deze vergadering worden uitsluitend die punten behandeld, welke reeds waren vermeld op de agenda van de eerste vergadering.

Afdeling 8 Toezicht- en strafbepalingen

Artikel 36 Toezicht

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van burgemeester en wethouders aangewezen personen.

Artikel 37 Strafbepaling

Overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 4, 5, 6, 21, 22, 23, en 26 van deze verordening wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of hechtenis van ten hoogste 2 maanden.

Afdeling 9 Overgangsbepalingen

Artikel 38 Overgangsbepalingen

  • 1.

    Vergunningen en ontheffingen - hoe ook genaamd - verleend krachtens verordeningen bedoeld in artikel 39, tweede lid blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening - van kracht tot de termijn, waarvoor zij werden verleend, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

  • 2.

    Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens verordeningen bedoeld in artikel 39, tweede lid, blijven - indien en voor zover de bepalingen in gevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening - van kracht tot de termijn, waarvoor zij werden opgelegd, is verstreken of totdat zij worden ingetrokken.

  • 3.

    Vergunningen en ontheffingen bedoeld in het eerste lid en verplichtingen bedoeld in het tweede lid, worden geacht vergunningen, ontheffingen en verplichtingen in de zin van deze verordening te zijn.

  • 4.

    Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om een vergunning of ontheffing - hoe ook genaamd - op grond van een verordening bedoeld in artikel 39, tweede lid is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvrage is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast.

  • 5.

    Op een aanhangig beroep- of bezwaarschrift, betreffende een vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 39, eerste lid, is ingekomen binnen de voordien geldende beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de verordening bedoeld in artikel 39, tweede lid.

  • 6.

    Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing vereist is krachtens deze verordening en niet voorkomend in een verordening als bedoeld in artikel 39, tweede lid, zijn niet van toepassing:

    • a.

      gedurende zes maanden na het in werking treden van deze verordening;

    • b.

      ook na de onder a bepaalde termijn, voor zover degene die de vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is beslist.

  • 7.

    De intrekking van de verordeningen bedoeld in artikel 39, tweede lid, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van de op basis van die verordeningen genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en voor zover de rechtsgrond waarop de nadere regels en de aanwijzingsbesluiten zijn gebaseerd ook vervat zijn in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken.

Afdeling 10 Slotbepalingen

Artikel 39 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  • 2.

    Op dat tijdstip worden ingetrokken:

    • a.

      de Marktverordening 1996, vastgesteld door de gemeenteraad van Venlo;

    • b.

      de Marktverordening gemeente Tegelen, vastgesteld door de gemeenteraad van Tegelen;

    • c.

      de Marktverordening, vastgesteld door de gemeenteraad van Belfeld;

    • d.

      de Verordening op de weekmarkt in de gemeente Tegelen, vastgesteld door de gemeenteraad van Tegelen;

    • e.

      de Verordening inzake de instelling van een commissie voor de ambulante handel, vastgesteld door de gemeenteraad van Tegelen.

Artikel 40 Titel van aanhaling

Deze verordening kan worden aangehaald als “Marktverordening Venlo”.