Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent subsidie bescherm wonen (Subsidieregeling Beschermd Wonen 2020)

Geldend van 11-06-2020 t/m heden met terugwerkende kracht vanaf 01-01-2020

Intitulé

Besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden houdende regels omtrent subsidie bescherm wonen (Subsidieregeling Beschermd Wonen 2020)

Het college van burgemeester en wethouders van Vijfheerenlanden;

gelet op:

de bepalingen in titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht;

de afdeling 10.1.2 Algemene wet bestuursrecht;

artikel 4.10 lid 2, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Vijfheerenlanden 2020

en de verordening beschermd wonen en opvang van de gemeente Dordrecht;

de Samenwerkingsovereenkomst beschermd wonen en opvang 2017-2018.

BESLUIT:

vast te stellen de navolgende Subsidieregeling Beschermd Wonen 2020.

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Afschaling: Doorstroom naar lichtere vormen van ondersteuning, dan wel uitstroom uit BW (al dan niet met een vorm van maatwerkondersteuning zoals Individuele Begeleiding/ Dagbesteding of vanuit algemene voorziening).

BW: Beschermd Wonen

BW-cliënten: inwoners van de Drechtsteden/Alblasserwaard/Vijfheerenlanden die een Beschermd Wonen indicatie hebben ontvangen (niet zijnde cliënten met een indicatie maatschappelijke opvang).

College: College van burgemeester en wethouders van de centrumgemeente

Centrumgemeente Gemeente Dordrecht

IB: Individuele Begeleiding

Return on investment: De berekening van het rendement op een investering. Om de Return on investment te kunnen berekenen dienen zowel de totale kosten (investering) als de opbrengst (resultaat) bekend te zijn. Vervolgens wordt de (verwachte) opbrengst door de investering (kosten) gedeeld en vervolgens wordt de uitkomst ervan vermenigvuldigd met 100%. Het eindpercentage is de Return on investment.

Regiogemeenten de gemeenten Alblasserdam, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Hendrik-Ido-Ambacht, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Vijfheerenlanden, Zwijndrecht.

Zittende BW-cliënten: inwoners van de Drechtsteden/Alblasserwaard/Vijfheerenlanden die uiterlijk 31 december 2019 een Beschermd Wonen-indicatie hebben ontvangen en verblijven in een intramuraal of extramuraal arrangement, niet zijnde cliënten die op de wachtlijst staan.

Artikel 2. Doelstelling

Het doel van deze regeling is de voorwaarden voor een subsidie Beschermd Wonen te benoemen. Door middel van deze subsidie wil de gemeente aanbieders stimuleren om zittende BW-cliënten in de regio Drechtsteden, Alblasserwaard en Vijfheerenlanden zichtbaar af te schalen of anders preventief extra zorg te voorkomen.

Artikel 3. Doelgroep

De subsidie kan uitsluitend worden aangevraagd door rechtspersonen en samenwerkingsverbanden tussen rechtspersonen, die zowel een intentieovereenkomst BW als een deelovereenkomst BW (normaliseren wonen) met de centrumgemeente hebben afgesloten.

Artikel 4. Activiteiten

Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten, dan wel te treffen maatregelen in de bedrijfsvoering van aanbieder(s), die bijdragen aan zichtbare afschaling van zittende BW-cliënten.

Artikel 5. Aanvraagvereisten

  • A.

    De aanvraag bevat de volgende documenten: Een begroting met de kosten van de activiteiten zoals in artikel 4 benoemd.

  • B.

    Een activiteitenplan, dat in ieder geval de volgende onderwerpen bevat:

    • 1.

      Visie

      Visie van de aanvrager op de transformatie van Beschermd Wonen. De aanvraag dient aan te sluiten op de visie "Beschermd Wonen van de centrumgemeente Dordrecht".

    • 2.

      Activiteiten

      Beschrijving van activiteiten (niet zijnde activiteiten die vallen onder de financiering van de reguliere dienstverlening waar reeds een (arrangements)vergoeding voor wordt ontvangen).

    • 3.

      Duurzame integratie

      Een beschrijving hoe de activiteiten duurzaam geïntegreerd worden in de werkwijze of processen.

    • 4.

      Meten resultaat impact cliënt

      De impact van de activiteiten op de cliënt en de wijze waarop de tevredenheid van de cliënt wordt gemeten.

    • 5.

      Return on investment

      Een berekening van de Return on investment van het plan/de activiteiten en de terugverdientijd van de investering.

Indien de activiteiten uit de aanvraag een lokale uitrol hebben, dan moet het activiteitenplan tevens het volgende onderwerp bevatten:

    • 6.

      Samenwerking sociale wijkteams

      De wijze waarop wordt samengewerkt met de sociale wijkteams (en/of andere relevante lokale partners).

  • C.

    Een kopie van een meest recent dagafschrift van de bank van het rekeningnummer van de aanvrager, waarop de eventuele subsidie kan worden gestort.

  • D.

    Een uittreksel van de Kamer van Koophandel, niet ouder dan drie maanden.

Artikel 6. Beoordelingscriteria

De aanvraag wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria.

  • 1.

    Activiteiten

    • a.

      De impact van de activiteiten en maatregelen op de BW-cliënt.

      Concrete beschrijving van de impact van de voorgestelde activiteiten en maatregelen op de afschaling van cliënten.

    • b.

      De mate waarin de activiteiten, indien van toepassing, duurzaam geïntegreerd kunnen worden in de werkwijze of processen.

  • 2.

    Return on investment

    • a.

      De hoogte van de opbrengst van het voorstel in relatie tot de gevraagde investering.

    • b.

      De terugverdientijd van de investering.

Artikel 7. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor de kosten van de activiteiten en maatregelen zoals omschreven bij artikel 4 wordt een eenmalige subsidie verstrekt.

Artikel 8. Subsidieplafond

  • 1. Het college stelt voor de subsidieregelingen Beschermd Wonen 2020 van de regiogemeenten en centrumgemeente voor het kalenderjaar 2020 één subsidieplafond vast.

  • 2. Het college kent maximaal € 75.000 per subsidieaanvraag per rechtspersoon of samenwerkingsverband tussen rechtspersonen toe.

Artikel 9. Wijze van behandeling

  • 1. Het college rangschikt de voor subsidieverlening in aanmerking komende aanvragen zodanig dat een aanvraag hoger rangschikt naarmate die naar zijn oordeel beter voldoet aan de criteria genoemd in artikel 6 van deze subsidieregeling.

  • 2. Het college kent subsidie toe aan de hoogst scorende aanvragen totdat het subsidieplafond is bereikt.

  • 3. Ten behoeve van de rangschikking kunnen maximaal de volgende punten worden toegekend:

    Nr.

    Omschrijving

    Maximaal te behalen punten

    1

    Activiteiten

    a. De impact van de activiteiten en maatregelen op de cliënt(vraag). Concrete beschrijving van de impact van de voorgestelde activiteiten en maatregelen op de afschaling van cliënten

    b. De mate waarin de activiteiten, indien van toepassing, duurzaam geïntegreerd kunnen worden in de werkwijze en processen.

    a. 30

    b. 30

    2

    Return on investment

    a. De hoogte van de opbrengst van het voorstel in relatie tot de gevraagde investering.

    b. De terugverdientijd van de investering.

    a. 30

    b. 10

    Totaal

    100

Artikel 10. Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag om een subsidie kan tot en met 1 juli 2020 ingediend worden bij het college.

  • 2. De aanvraag wordt digitaal ingediend door middel van een webformulier.

Artikel 11. Weigeringsgronden

  • 1. De aanvraag voor een subsidie wordt naast het in artikel 4:25, lid 2 Awb genoemde geval geweigerd als:

    • a.

      de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt;

    • b.

      het een aanvrager betreft tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de interne markt is verklaard;

    • c.

      de aanvraag niet past binnen het gemeentelijke beleid;

    • d.

      de gelden naar redelijke verwachting niet of in onvoldoende mate zullen worden besteed aan de doelstellingen waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld;

    • e.

      de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien, die in strijd zijn met de wet- en regelgeving, het algemeen belang of de openbare orde;

    • f.

      de activiteiten uitsluitend of in hoofdzaak het doel hebben het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard;

    • g.

      de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen.

  • 2. De aanvraag voor een subsidie kan naast de in artikel 4:35 Awb genoemde gevallen geheel of gedeeltelijk worden geweigerd:

    • a.

      als aan de aanvrager voor dezelfde activiteiten reeds door enig bestuursorgaan een subsidie is verstrekt;

    • b.

      als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • c.

      in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • d.

      als de aanvraag niet voldoet aan de regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • e.

      als de aanvrager niet alle benodigde vergunningen, ontheffingen en/of vrijstellingen ten behoeve van de gesubsidieerde activiteiten heeft gekregen;

    • f.

      indien het college van mening is dat de egalisatiereserve van dusdanige omvang is dat de subsidie niet (geheel) nodig is.

  • 3. Het college kan een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4. Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

  • 5. Het college kan in een subsidieregeling aanvullende weigerings-, intrekkings-en terugvorderingsgronden opnemen.

  • 6. Daarnaast wordt de subsidie in ieder geval geweigerd, indien:

    • a.

      de aanvraag niet past binnen wet- en regelgeving en BW-beleid;

    • b.

      de aanvraag geen betrekking heeft op zittende BW-cliënten;

    • c.

      de aanvraag geen betrekking heeft op afschaling van zittende BW-cliënten;

    • d.

      het eindpercentage Return on investment negatief is (dus de investering levert minder op dan dat het kost);

    • e.

      activiteiten of maatregelen reeds regulier vanuit de bestaande BW arrangementen worden gefinancierd;

    • f.

      de activiteiten als onvoldoende worden beoordeeld op basis van de in artikel 6 van deze subsidieregeling genoemde criteria;

    • g.

      niet wordt voldaan aan het bepaalde in deze subsidieregeling.

Artikel 12. Verantwoording

  • 1. Bij de verleningsbeschikking wordt vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden en, behoudens de verplichtingen genoemd in artikel 13 en 14, aan welke verplichtingen hij moet voldoen.

  • 2. Het gestelde in lid 1 geldt niet voor subsidies die bij de verlening direct worden vastgesteld.

Artikel 13. Algemene verplichtingen van subsidieontvanger

  • 1. Het college kan aan de subsidieontvanger verplichtingen opleggen conform het bepaalde in artikel 4:37 Awb.

  • 2. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan het college.

  • 3. Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

  • 4. De subsidieontvanger is verplicht mee te werken aan een steekproefsgewijze controle ten aanzien van de gesubsidieerde activiteiten. De subsidieontvanger dient desgevraagd bewijsstukken te overleggen.

  • 5. Indien het verstrekken van subsidie heeft geleid tot vermogensvorming, is de subsidieontvanger in de gevallen zoals genoemd in artikel 4:41, lid 2 Awb, daarvoor een vergoeding verschuldigd aan het college. De vergoeding wordt bepaald naar evenredigheid van de mate waarin de subsidie aan de vermogensvorming heeft bijgedragen. Het college kan een lagere vergoeding vaststellen.

Artikel 14. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1. Bij subsidiebeschikking kunnen aan de subsidieontvanger ook andere verplichtingen dan genoemd in artikel 4:37, eerste lid, van de Awb worden opgelegd, voor zover deze strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie.

  • 2. Het college kan in de subsidiebeschikking verplichtingen opleggen met betrekking tot:

    • a.

      de bereikbaarheid, toegankelijkheid en bruikbaarheid voor minder validen van de accommodatie waar de activiteiten plaatsvinden;

    • b.

      de inzet bij de activiteiten van personen die onder de zorgplicht van de gemeente vallen in het kader van de Participatiewet;

    • c.

      duurzaamheid bij de uitvoering van de te subsidiëren activiteiten;

    • d.

      de vermelding in (reclame)uitingen dat de activiteit of het project door de gemeente (mede) wordt gesubsidieerd met gebruikmaking van het logo van de gemeente.

  • 3. Bij subsidies vanaf € 20.000,- kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

Artikel 15. Betaling en bevoorschotting

In de subsidiebeschikking wordt besloten of de subsidie wordt bevoorschot of uitbetaald en worden de hoogte en de termijnen van de voorschotten of betalingen bepaald.

Artikel 16. Eindverantwoording subsidies tot € 20.000,-

  • 1. Subsidies tot € 20.000,- worden door het college:

    • a.

      direct vastgesteld, of

    • b.

      verleend en - tenzij toepassing wordt gegeven aan het volgende lid - binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht, ambtshalve vastgesteld.

  • 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het vorige lid kan de aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13 weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.

Artikel 17. Eindverantwoording subsidies vanaf € 20.000,- tot € 100.000,-

  • 1. Bij subsidies vanaf € 20.000,- tot € 100.000,- dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

    • a.

      in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 mei van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

  • 2. De aanvraag bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht en in hoeverre de doelstellingen zijn behaald;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening) op dezelfde wijze ingericht als de voor de subsidieaanvraag ingediende begroting.

Artikel 18. Eindverantwoording bij meerdere subsidies

Als een aanvrager in hetzelfde kalenderjaar meerdere subsidies verstrekt krijgt, kan het college bepalen dat deze voor de eindverantwoording bij elkaar moeten worden opgeteld en samen worden verantwoord. Hierdoor kan een hoger verantwoordingsregime van toepassing worden (conform artikel 16 of 17).

Artikel 19. Subsidievaststelling

  • 1. Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken na de ontvangst van de volledige aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 2. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip of de termijn, bedoeld in de artikelen 16 en 17 is ingediend, kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan gaat zij over tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 20. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van artikel 1, 2, 4, 7, 8, 9, 10 en 11, lid 1 en lid 6 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. De reden voor het toepassen van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit.

Artikel 21. Slotbepalingen

  • 1. Deze subsidieregeling treedt in werking op de dag na de bekendmaking en werkt terug tot 1 januari 2020 en eindigt op 31 december 2020.

  • 2. Deze subsidieregeling wordt aangehaald als Subsidieregeling Beschermd Wonen 2020.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de vergadering van 26 mei

Het college van Burgemeester en Wethouders van Vijfheerenlanden