Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Wassenaar

Verordening baatbelasting Wittelaan, Laantje van Paridon en gedeelte Waalsdorperlaan

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWassenaar
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening baatbelasting Wittelaan, Laantje van Paridon en gedeelte Waalsdorperlaan
CiteertitelVerordening baatbelasting Wittelaan, Laantje van Paridon en gedeelte Waalsdorperlaan
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpbelastingen

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-1984nieuwe regeling

15-08-1983

onbekend

0267v

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening baatbelasting Wittelaan, Laantje van Paridon en gedeelte Waalsdorperlaan

 

 

Artikel 1. Aard der belasting

Er wordt in deze gemeente ter verkrijging van een billijke bijdrage in de kosten van aanleg van een riolering:

  • a.

    in de Wittelaan;

  • b.

    in het Laantje van Paridon en

  • c.

    in het "Oostersportpark" nabij een gedeelte van de Waalsdorperlaan, een directe belasting geheven wegens onroerende goederen, die gelegen zijn:

    • 1e.

      aan, dan wel in de onmiddellijke nabijheid van, de Wittelaan en het Laantje van Paridon;

    • 2e.

      in het Oostersportpark en plaatselijk bekend zijn Waalsdorperlaan 1, 2, 3, 3a, 4 en 5 en van andere in dat gebied gelegen onroerende goederen, die door de aanleg van bedoelde rioleringen zijn gebaat.

  • 2.

    De te belasten onroerende goederen zijn die, welke op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaarten in rood omlijnd zijn aangeduid.

Artikel 2. Belastingplicht

  • 1.

    Belastingplichtig is degene, die krachtens zakelijk recht het genot heeft van de onroerende goederen, bedoeld in artikel 1 en die als zodanig bij het begin van het belastingjaar in de kadastrale leggers is aangewezen, tenzij blijkt, dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens zakelijk recht was.

  • 2.

    Degene, die na 1 januari ophoudt genothebbende te zijn, is de belasting over het gehele lopende belastingjaar verschuldigd.

Artikel 3. Grondslag

  • 1.

    Voor het riool in de Wittelaan en in het Laantje van Paridon wordt de belasting berekend naar de langs de grond gemeten lengte van de zijde van het onroerend goed, die grenst aan of het meest nabij gelegen is aan de van riolering voorziene weg.

  • 2.

    Voor het riool in het Oostersportpark nabij een gedeelte van de Waalsdorperlaan wordt de belasting berekend naar de langs de grond gemeten lengte van die zijde van het onroerend goed, plaatselijk gemerkt Waalsdorperlaan 1, 2, 3, 3a, 4 en 5, en van andere onroerende goederen, die het meest gelegen zijn nabij de aangebrachte riolering.

  • 3.

    Bij de in de vorige leden bedoelde berekeningen worden onderdelen niet groter dan een halve meter verwaarloosd en onderdelen groter dan een halve meter voor één meter gerekend.

Artikel 4. Tarief

De belasting bedraagt per jaar voor iedere strekkende meter der in artikel 3 bedoelde lengte.

 

gebouwde

ongebouwde

onroerende goederen

1.

Wittelaan

€ 11,34

€ 7,55

2.

Laantje van Paridon

€ 10,21

€ 6,80

3.

Oostersportpark, nabij Waalsdorperlaan

€ 10,27

€ 6,85

Artikel 5. Afkoop

  • 1.

    Op een bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar in te dienen schriftelijk verzoek van de belastingplichtige wordt de belasting met betrekking tot nog niet aangevangen belastingjaren ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar waarin het verzoek wordt gedaan - voor elk van die nog niet aangevangen belastingjaren.

  • 2.

    De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rente van elf en een half procent 's-jaars.

Artikel 6. Belastingjaar

Het belastingjaar loopt van 1 januari tot en met 31 december. De belasting wordt geheven over de belastingjaren 1984 tot en met 2013.

Artikel 7. Wijze van heffing

De belasting wordt bij wege van aanslag geheven.

Artikel 7a. Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, van de Invorderingsweg 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet maar één aanslag bevat het bedrag daarvan, meer is dan € 75,00 en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de aanslagen moeten worden betaald in tien gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 3.

    Met betrekking tot een ingevolge artikel 2, tweede lid, onderdeel c, van de Invorderingsweg 1990 met een belastingsaanslag gelijkgestelde beschikking inzake een bestuurlijke boete is het eerste lid van overeenkomstige toepassing, voorzover deze gelijktijd wordt opgelegd met de vaststelling van de aanslag.

  • 4.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8. Vrijstelling

Van de belasting zijn vrijgesteld de onroerende goederen:

  • a.

    uitsluitend bestemd voor de uitoefening van de openbare eredienst;

  • b.

    uitsluitend dienende als inrichting van onderwijs, voor zover een zodanig inrichting van overheidswege wordt gesubsidieerd of in stand gehouden;

  • c.

    waarvoor reeds hetzij krachtens de bepalingen van de bouwverordening hetzij op andere wijze dan door middel van een belastingverordening een bijdrage in de kosten van aanleg van de in artikel 1 genoemde rioleringen aan de gemeente is betaald;

  • d.

    welke krachtens een bestaande of te treffen gemeentelijke regeling, zoals: het vestigen van een bouwverbod, het vaststellen van rooilijnen of een bestemmingsplan of dergelijke voorzieningen niet voor bebouwing in aanmerking kunnen komen, zolang deze onbebouwd zijn;

  • e.

    waarvan de gemeente of haar instellingen de genothebbenden zijn.

De belasting wordt geheven, te beginnen met het belastingjaar waarin een bestaande regeling als onder d bedoeld wordt opgeheven. Zij wordt niet meer geheven met ingang van het jaar volgende op dat, waarin een dergelijke regeling wordt getroffen.

Artikel 9 [Vervallen]

 

Artikel 9a [Vervallen]

 

Artikel 9b Nadere regels door burgemeester en wethouders.

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.

Artikel 10. Naam verordening

Deze verordening kan worden aangehaald onder de titel "Verordening baatbelasting Wittelaan, Laantje van Paridon en gedeelte Waalsdorperlaan".

Artikel 11. Datum in werking treden

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 1984.

Vastgesteld door de Raad op 15 augustus 1983

Voorzitter

Mr. K. Staab

Secretaris

A.Mighout

Bijlage