Verordening voor de Rekenkamercommissie 2014

Geldend van 04-06-2014 t/m heden

Intitulé

Verordening voor de Rekenkamercommissie 2014

De Algemene Vergadering van Waterschap Zuiderzeeland;

gelezen het voorstel van d.d. 9 januari 2014, nummer 182386 (zaaknummer 182381;

overwegende, dat het wenselijk is een Rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland in te stellen;

gelet op het bepaalde in artikel 78 van de Waterschapswet;

besluit:

vast te stellen de Verordening voor de Rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland 2009, luidende als volgt:

Verordening

Begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    waterschap: Waterschap Zuiderzeeland

  • 2.

    commissie: Rekenkamercommissie

  • 3.

    voorzitter: voorzitter van de Rekenkamercommissie

  • 4.

    college: college van Dijkgraaf en Heemraden

  • 5.

    extern lid: lid van de Rekenkamercommissie niet zijnde een lid van de Algemene Vergadering

  • 6.

    intern lid lid van de Rekenkamercommissie die de Algemene Vergadering uit haar midden kiest.

Taak van de commissie

Artikel 2

  • 1. Er is een commissie die door de Algemene Vergadering wordt ingesteld en wordt aangeduid als de Rekenkamercommissie.

  • 2. De Rekenkamercommissie doet onderzoek naar de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het door het waterschapsbestuur gevoerde bestuur.

Samenstelling, benoeming en aftreedvolgorde

Artikel 3

  • 1. De commissie bestaat uit 5 leden, waaronder de voorzitter.

  • 2. De Algemene Vergadering benoemt de voorzitter en de leden van de commissie. 2 leden worden benoemd door de Algemene Vergadering uit haar midden. De overige leden, waaronder de voorzitter, zijn geen lid van de Algemene Vergadering.

  • 3. De commissie wijst uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter aan.

  • 4. De interne leden van de commissie worden benoemd voor een periode van twee jaar; externe leden worden in beginsel benoemd voor een periode van vier jaar.

  • 5. De Algemene Vergadering stelt een rooster van aftreden vast voor de externe leden op zodanige wijze dat niet alle externe leden gelijktijdig aftreden. In verband hiermee kunnen de externe leden, in afwijking van het bepaalde in de laatste volzin van het vierde lid, voor een periode korter dan vier jaar worden benoemd.

  • 6. Indien het lidmaatschap van een extern lid eindigt vóór het einde van zijn benoemingstermijn, treedt zijn opvolger af op het moment dat de benoemingstermijn van het vertrekkende lid zou zijn afgelopen.

  • 7. De interne leden kunnen ten hoogste tweemaal herbenoemd worden. De externe leden kunnen ten hoogste eenmaal herbenoemd worden.

Eed

Artikel 4

  • Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de externe leden van de Rekenkamercommissie in de vergadering van de Algemene Vergadering, in handen van de Dijkgraaf, de volgende eed (verklaring en belofte) af:

  • “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

  • Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

  • Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen.

  • Zo waarlijk helpe mij God Almachtig. (Dat verklaar en beloof ik.)”

Nevenfuncties

Artikel 5

  • 1. De leden van de commissie maken openbaar welke andere functies zij vervullen.

  • 2. Openbaarmaking geschiedt door ter inzage legging van een opgave van de in het eerste lid bedoelde functies op de secretarie van het waterschap.

  • 3. Een lid van de commissie is niet tevens:

    a. minister;

    b. staatssecretaris;

    c. lid van de Raad van State;

    d. lid van de Algemene Rekenkamer;

    e. Nationale Ombudsman;

    f. substituut-ombudsman als bedoeld in artikel 9, eerste lid, van de Wet Nationale Ombudsman;

    g. Commissaris van de Koning van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

    h. gedeputeerde van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

    i. secretaris van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

    j. griffier van de provincies waarin het waterschap is gelegen;

    k. burgemeester van een gemeente die in het gebied van het waterschap is gelegen;

    l. wethouder van een gemeente die in het gebied van het waterschap is gelegen;

    m. ambtenaar, door of vanwege het waterschapsbestuur aangesteld of daaraan ondergeschikt;

    n. ambtenaar, door of vanwege de provincie of het Rijk aangesteld, tot wiens taak behoort het verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op het waterschap;

    o. lid van het college.

    4. Een lid van de commissie mag niet:

    • a.

      als advocaat, procureur of adviseur in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van het waterschap of het waterschapsbestuur dan wel ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

    • b.

      als gemachtigde in geschillen werkzaam zijn ten behoeve van de wederpartij van het waterschap of het waterschapsbestuur;

    • c.

      als vertegenwoordiger of adviseur werkzaam zijn ten behoeve van derden tot het met het waterschap aangaan van:

  • 1e. overeenkomsten als bedoeld in onderdeel d;

  • 2e. overeenkomsten tot het leveren van onroerende zaken aan het waterschap;

  • d. rechtstreeks of middellijk een overeenkomst aangaan betreffende:

  • 1e. het aannemen van werk ten behoeve van het waterschap;

  • 2e. het buiten dienstbetrekking tegen beloning verrichten van werkzaamheden ten behoeve van het waterschap;

  • 3e. het leveren van roerende zaken anders dan om niet aan het waterschap;

  • 4e. het verhuren van roerende zaken aan het waterschap;

  • 5e. het verwerven van betwiste vorderingen ten laste van het waterschap;

  • 6e. het van het waterschap onderhands verwerven van onroerende zaken of beperkte rechten waaraan deze zijn onderworpen;

  • 7e. het onderhands huren of pachten van het waterschap;

  • e. van het vierde lid, sub 4, kan de Algemene Vergadering ontheffing verlenen.

Ontslag

Artikel 6

  • 1. De Algemene Vergadering ontslaat de leden van de commissie.

  • 2. Het lidmaatschap van een lid dat tevens lid van de Algemene Vergadering is eindigt:

    a. op eigen verzoek;

    b. indien de termijn waarvoor hij is benoemd eindigt;

    c. indien het lid niet langer deel uitmaakt van de Algemene Vergadering;

    d. indien de Algemene Vergadering van oordeel is dat het lid niet langer geschikt is de functie van lid van de commissie te vervullen.

    3. Het lidmaatschap van een extern lid eindigt:

    • a.

      op eigen verzoek;

    • b.

      indien de termijn waarvoor hij is benoemd eindigt;

    • c.

      bij aanvaarding van een functie die naar het oordeel van de Algemene Vergadering onverenigbaar is met het lidmaatschap van de commissie;

    • d.

      wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel zulk een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft;

    • e.

      indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld;

    • f.

      indien het lid door ziekte of gebreken blijvend ongeschikt is zijn functie als lid van de commissie te vervullen.

Vergoeding leden

Artikel 7

  • 1. De voorzitter en de leden ontvangen een vergoeding voor de werkzaamheden die zij voor de commissie verrichten. Deze vergoeding wordt bij besluit van de Algemene Vergadering vastgesteld.

  • 2. De vergoeding bedoeld in het eerste lid komt ten laste van het budget van de commissie.

Onderwerpselectie en onderzoeksopzet

Artikel 8

  • 1.

    De Algemene Vergadering kiest de onderwerpen voor het door de commissie uit te voeren onderzoek en formuleert de probleemstelling.

  • 2.

    Aan de hand van de probleemstelling maakt de commissie een onderzoeksvoorstel. Het onderzoeksvoorstel omvat de probleemstelling, aanleiding en doel van het onderzoek, onderzoeksvragen, normenkader, onderzoeksaanpak, planning en een inschatting van de benodigde financiële middelen en capaciteitsbeslag. De commissie geeft de secretaris-directeur de gelegenheid te reflecteren op het onderzoeksvoorstel.

  • 3.

    De commissie zendt het onderzoeksvoorstel aan de Algemene Vergadering. Op basis van dit voorstel stelt de Algemene Vergadering de onderzet vast.

Werkwijze

Artikel 9

  • 1. De commissie is verantwoording schuldig aan de Algemene Vergadering over de door de commissie uitgevoerde werkzaamheden.

  • 2. De commissie kan besluiten de Algemene Vergadering tussentijds te informeren over de voortgang van het onderzoek. Ook kan de Algemene Vergadering de commissie verzoeken om haar tussentijds te informeren over de voortgang.

  • 3. De commissie is bevoegd bij alle leden van het waterschapsbestuur en bij alle ambtenaren van het waterschap die mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen, die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het waterschapsbestuur en de ambtenaren van het waterschap zijn verplicht, behalve in geval van personeelsvertrouwelijke dossiers, de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken.

  • 4. De commissie kan zich laten adviseren door de concerncontroller.

  • 5. De commissie vergadert in beslotenheid; haar rapporten zijn openbaar.

  • 6. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe desskundigheid inschakelen.

  • 7. De commissie stelt de secretaris-directeur en het college in de gelegenheid om binnen een in onderling overleg af te spreken termijn, die in totaal ten minste vier en maximaal acht weken bedraagt, hun reactie aan de commissie te geven op de juistheid en volledigheid van het conceptonderzoeksrapport.

  • 8. De commissie geeft in een cshriftelijke reactie richting de secretaris-directeur en het college aan op welke wijze hun reactie is verwerkt.

Behandeling door de Algemene Vergadering

Artikel 10

  • 1.

    De commissie zendt haar onderzoeksrapport, de nota met conclusies en aanbevelingen aan de Algemene Vergadering en een afschrijft daarvan aan het college van Dijkgraaf en Heemraden en de secretaris-directeur.

  • 2.

    Tijdens de behandeling in de Algemene Vergadering is de gelegenheid tot het stellen van vragen aan de commissie. Bij een onderzoek dat is uitgevoerd door een extern bureau, zal de voorzitter deze vragen beantwoorden. Bij een onderzoek dat is uitgevoerd door de commissie zal het externe lid dat de trekker was van het onderzoek, deze vragen beantwoorden.

  • 3.

    De Algemene Vergadering stelt vervolgens vast aan welke aanbevelingen zij opvolging zou willen geven en zij geeft het college opdracht om hirvoor een plan van aanpak op te stellen en aan te bieden aan de Algemene Vergadering. Het plan van aanpak wordt zo spoedig mogelijk in de Algemene Vergadering geagendeerd.

  • 4.

    In het plan van aanpak wordt de haalbaarheid van de aanbevelingen getoetst, worden synergiemogelijkheden met andere trajecten inzichtelijk gemaakt en waar nodig alternatieven geschetst. Met het vaststellen van het plan van aanpak door de Algemene Vergadering krijgt het college de opdracht tot uit

voering.

Artikel 11

De commissie wordt bij haar werkzaamheden ondersteund door het hoofd van de afdeling Staf dan wel door een door haar aan te wijzen medewerk(st)er.

Budget

Artikel 12

  • 1. De commissie is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.

  • 2. Ten laste van het in het eerste lid bedoelde budget worden de kosten gebracht betreffende:

    • a.

      de vergoedingen aan de externe leden;

    • b.

      de externe deskundigen die eventueel door de commissie zijn ingeschakeld;

    • c.

      overige uitgaven die de commissie nodig acht voor de uitoefening van haar taak.

Inwerkingtreding

Artikel 13

Deze verordening treedt in werking op de dag nadat zij is vastgesteld.

Citeertitel

Artikel 13

Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening voor de Rekenkamercommissie Waterschap Zuiderzeeland 2014”.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de Algemene Vergadering d.d. 28 januari 2014.
Lelystad, 28 januari 2014
de secretaris, de voorzitter,
ir. J.B. van der Veen. ir. H.C. Klavers.