Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Weert

Verordening commissie onderzoek jaarrekening 2010

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWeert
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening commissie onderzoek jaarrekening 2010
CiteertitelVerordening commissie onderzoek jaarrekening 2010
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpCommissies

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. Gemeentewet, art. 84
  2. Gemeentewet, art. 147
  3. Gemeentewet, art. 197

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-05-2010Nieuwe regeling

27-04-2010

Land van Weert, 12-05-2010

RAD-000181

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening commissie onderzoek jaarrekening 2010

De raad van de gemeente Weert;

gezien het voorstel van het college d.d. 30 maart 2010;

gelet op de artikelen 84, 147 en 197 e.v. van de Gemeentewet;

 

besluit vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening commissie onderzoek jaarrekening 2010

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    commissie: de commissie onderzoek jaarrekening ex artikel 84 Gemeentewet;

  • b.

    doelmatigheid: de mate waarin met gegeven middelen het maximale resultaat wordt bereikt of de mate waarin een gegeven resultaat met een minimum aan middelen wordt bereikt;

  • c.

    rechtmatigheid: de mate waarin ontvangsten en bestedingen plaatsvinden in overeenstemming met geldende wet- en regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en collegebesluiten;

  • d.

    raad: de gemeenteraad van Weert;

  • e.

    college: het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeente Weert;

  • f.

    voorzitter: de voorzitter van de commissie onderzoek jaarrekening;

  • g.

    lid: een lid van de commissie onderzoek jaarrekening;

  • h.

    secretaris: de ambtelijk secretaris van de commissie onderzoek jaarrekening;

  • i.

    vergadering: de vergadering van de commissie onderzoek jaarrekening.

Artikel 2 Instelling en samenstelling

  • 1.

    De raad stelt een commissie onderzoek jaarrekening in.

  • 2.

    De commissie bestaat uit raadsleden.

  • 3.

    In de commissie kan elk der raadsfracties met één lid vertegenwoordigd zijn.

  • 4.

    De leden kunnen zich laten vervangen door een plaatsvervangend lid, tevens raadslid van hun fractie.

Artikel 3 Benoeming en ontslag

  • 1.

    Zo spoedig mogelijk na de aanvang van een nieuwe zittingsperiode van de raad benoemt de raad op voordracht van de fracties de leden en plaatsvervangende leden van de commissie.

  • 2.

    De leden en plaatsvervangende leden worden benoemd voor de zittingsperiode van de raad.

  • 3.

    Een lid of plaatsvervangend lid houdt op lid van de commissie te zijn op het tijdstip waarop hij/zij ophoudt raadslid te zijn.

  • 4.

    De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.

  • 5.

    De leden en plaatsvervangende leden kunnen te allen tijde ontslag nemen door schriftelijke kennisgeving aan de raad. Het ontslag gaat onmiddellijk in.

  • 6.

    Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat beslist de raad zo spoedig mogelijk over de invulling daarvan.

  • 7.

    Indien een fractie, blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad, niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid en het plaatsvervangend lid, dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege.

  • 8.

    Indien één of meer leden van één of meer fracties als zelfstandige fractie gaan optreden vervalt het lidmaatschap van dit lid/deze leden in de commissie namens hun oorspronkelijke fractie van rechtswege en draagt de nieuwe fractie een lid en eventueel een plaatsvervangend lid van de commissie voor ter benoeming door de raad.

  • 9.

    Indien één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie vervalt het lidmaatschap van dit lid/deze leden in de commissie namens hun oorspronkelijke fractie van rechtswege.

Artikel 4 Voorzitter

  • 1.

    De commissie kiest uit haar midden een voorzitter.

  • 2.

    Oproeping ter vergadering geschiedt door de secretaris in overleg met de leden.

  • 3.

    De voorzitter draagt zorg voor het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitgangspunten en de werkwijze van de commissie, het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming en het opstellen van een rapportage van bevindingen.

  • 4.

    De voorzitter vertegenwoordigt de commissie in contacten met de ambtelijke organisatie, het college, de raad, raadscommissies en derden.

Artikel 5 Ambtelijke bijstand en accountant

  • 1.

    De commissie wordt bijgestaan door de directeur middelen, het hoofd financiën en belastingen en/of door deze aan te wijzen medewerkers.

  • 2.

    Een van deze medewerkers is ambtelijk secretaris van de commissie.

  • 3.

    De accountant van de gemeente verschijnt in de vergadering voor het geven van een toelichting op zijn verslag van bevindingen bij de jaarrekeningcontrole.

Artikel 6 Vergaderingen

  • 1.

    De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar.

  • 2.

    Er is geen spreekrecht voor burgers.

  • 3.

    Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt deze lijst door de voorzitter en de secretaris door ondertekening vastgesteld.

  • 4.

    De commissie beslist over haar werkwijze en over de inhoud van haar rapportage indien meer dan de helft van haar leden dan wel diens plaatvervangers aanwezig is/zijn en bij meerderheid van stemmen van de aanwezige (plaatsvervangende) leden.

  • 5.

    Bij staken der stemmen is de stem van de voorzitter doorslaggevend.

Artikel 7 Taken en bevoegdheden

  • 1.

    De commissie heeft tot taak het uitvoeren van onderzoek naar de gemeentelijke jaarrekeningen, zodra deze door het college aan de raad zijn aangeboden, teneinde tot een oordeel te komen over de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het gevoerde financieel beleid en beheer.

  • 2.

    De commissie ontvangt jaarlijks een overzicht van de declaraties van de leden van het college van burgemeester en wethouders. De commissie betrekt dit overzicht bij het onderzoek als bedoeld in lid 1.

  • 3.

    De commissie is bevoegd tot inzage in de gehele financiële administratie van de gemeente, alsmede van de stukken die aan die administratie ten grondslag liggen, voor zover zij die voor haar onderzoek van belang acht.

  • 4.

    De commissie brengt rechtstreeks aan de raad een rapportage van bevindingen uit, tevens inhoudende een advies over de bevindingen bij het onderzoek van de jaarrekening. Het rapport wordt in afschrift aan het college gezonden en bij de vergaderstukken van de raad gevoegd.

  • 5.

    Het college zendt tijdig voor behandeling van de jaarrekening in de raadsvergadering een reactie op de bevindingen van de commissie naar de raad.

  • 6.

    De voorzitter licht de rapportage van de commissie toe tijdens de behandeling van de jaarrekening in de raadsvergadering en gaat dan tevens zo nodig in op de reactie van het college.

Artikel 8 Rapportage van bevindingen

  • 1.

    De commissie stelt een rapportage met bevindingen van de commissie op.

  • 2.

    De rapportage moet inhouden:

    • a.

      de namen van de voorzitter, de leden, de plaatsvervangende leden, de ambtelijke ondersteuning, de aanwezigen van de zijde van de gemeentelijke accountant, allen voorzover aanwezig;

    • b.

      de namen van de afwezige leden;

    • c.

      een vermelding van de onderwerpen die aan de orde zijn geweest;

    • d.

      een samenvattend verslag van de behandeling per onderwerp;

    • e.

      een vermelding van het overleg met de accountant;

    • f.

      een advies aan de raad met betrekking tot de jaarrekening als geheel;

    • g.

      indien van toepassing een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden.

  • 3.

    De rapportage wordt na instemming van de leden door de voorzitter in procedure gebracht.

  • 4.

    De rapportage is openbaar.

Artikel 9 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de commissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of en tot wanneer omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.

Artikel 10 Opheffing geheimhouding

Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de commissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de commissie overleg gevoerd.

Artikel 11 Uitleg verordening

In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening beslist de commissie op voorstel van de voorzitter.

Artikel 12 Inwerkingtreding

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de dag volgende op die van de bekendmaking van dit besluit.

  • 2.

    Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening commissie onderzoek jaarrekening 2010”.

Artikel 13 Intrekking

De “Verordening op de commissie onderzoek jaarrekening”, vastgesteld door de raad in zijn openbare vergadering van 28 maart 1991 en opnieuw vastgesteld voor de nieuwe gemeente Weert in zijn openbare vergadering van 8 januari 1998, wordt ingetrokken.

Aldus besloten door de raad van de gemeente Weert in zijn openbare vergadering van 27 april 2010.

De griffier, De voorzitter,

Mr. M.H.R.M. Wolfs-Corten, Mr. J.M.L. Niederer

Toelichting bij de verordening commissie onderzoek jaarrekening.

Algemeen

 

In de Gemeentewet wordt onderscheid gemaakt tussen raadscommissies, bestuurscommissies en andere commissies (resp. artikel 82, 83 en 84 Gemeentewet). Raadscommissies bereiden de besluitvorming in de raad voor en voeren overleg met het college en de burgemeester. Bestuurscommissies zijn commissies waaraan bevoegdheden van de raad, het college of de burgemeester worden overgedragen. Andere commissies kunnen allerlei taken hebben. Er kan gedacht worden aan adviescommissies en ad hoc commissies.

De commissie onderzoek jaarrekening is een commissie op grond van artikel 84 van de Gemeentewet. De raad stelt de commissie in. Het betreft geen raadscommissie. De commissie komt éénmaal per jaar bijeen teneinde de jaarrekening van de gemeente te onderzoeken en de raad te adviseren over de besluitvorming daaromtrent.

 

 

Artikelsgewijze toelichting

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Om te voorkomen dat de omschrijving van terugkerende begrippen in de verordening moet worden herhaald is in deze bepaling een aantal begrippen eenmalig gedefinieerd.

 

Artikel 2 Instelling en samenstelling

Het betreft een commissie van de raad, die aan de raad advies uitbrengt over de gemeentelijke jaarrekening. De raad neemt zo spoedig mogelijk na de verkiezingen een besluit over de instelling en bemensing van de commissie. Dit besluit geldt voor de gehele raadsperiode, tenzij de raad anders besluit. Zie de toelichting bij artikel 3. De commissie is geen raadscommissie, maar een zogenaamde “andere commissie” als bedoeld in artikel 84 van de Gemeentewet. De commissie bestaat enkel uit raadsleden. Ook de eventuele plaatsvervangers dienen raadsleden te zijn. Leden kunnen zich niet door een raadslid van een andere fractie laten vervangen. De Gemeentewet bepaalt, dat de burgemeester en de wethouders geen lid kunnen zijn van deze door de raad ingestelde commissie. Er is voor gekozen elke fractie een even zware stem te geven in de commissie. Hierdoor wordt recht gedaan aan de positie van de kleinere fracties.

 

Artikel 3 Benoeming en ontslag

De zittingsperiode van de commissieleden is even lang als de zittingsperiode van raadsleden, dus in principe vier jaar. De benoeming eindigt van rechtswege, de raad hoeft aan het einde van de periode dus niet te ontslaan.

Op grond van het derde lid eindigt het lidmaatschap van de commissie eveneens van rechtswege indien een lid geen raadslid meer is en op grond van het zevende lid indien een lid is benoemd op voordracht van een fractie die blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet meer vertegenwoordigd is in de raad.

De raad kan op grond van lid 4 een lid van de commissie op voorstel van de fractie die het lid heeft voorgedragen ontslaan. Deze situatie kan zich voordoen als de fractie er de voorkeur aan geeft een ander fractielid als lid in de commissie af te vaardigen, bijvoorbeeld als een lid in buitengewone omstandigheden komt te verkeren waardoor het voor hem/haar gedurende langere tijd onmogelijk is aan de werkzaamheden van de commissie deel te nemen.

Het vijfde en zesde lid voorzien in de situatie van tussentijdse vacature, hetzij door ontslag hetzij door overlijden.

Lid 8 ziet op de situatie waarin er een nieuwe raadsfractie ontstaat. Het lidmaatschap in de commissie van personen die namens een fractie zitting hebben vervalt van rechtswege als zij lid worden van een nieuwe raadsfractie. De ontstane nieuwe fractie heeft dan overigens recht op een eigen lid en draagt een lid en eventueel een plaatsvervangend lid ter benoeming door de raad voor.

Lid 9 voorziet in een regeling als fractieleden zich aansluiten bij een andere raadsfractie en tevens lid zijn van de commissie. Daar de andere raadsfractie al een lid en mogelijk een plaatsvervangend lid in de commissie heeft, vervalt het lidmaatschap van de overstappende leden van rechtswege.

 

Artikel 4 Voorzitter

De voorzitter wordt door de commissie uit haar midden gekozen en blijft daarmee tevens lid van de commissie. De commissie kan ervoor kiezen een voorzitter te benoemen voor de hele zittingsperiode, maar er kan desgewenst ook een roulerend voorzitterschap worden gehanteerd, waarbij elk jaar een ander lid als voorzitter fungeert. Omdat in die situatie de voorzitter pas bij aanvang van de vergadering bekend is, verzorgt de secretaris de oproeping.

 

Artikel 5 Ambtelijke bijstand en accountant

De commissie bespreekt de van het college ontvangen jaarrekening. De inhoudelijke vragen die ter vergadering worden gesteld worden beantwoord door de directeur middelen en het hoofd financiën en belastingen die daarbij ondersteund worden door hun medewerkers. Een van deze medewerkers verzorgt het ambtelijk secretariaat van de commissie. De gemeentelijke accountant, die de jaarrekening van de gemeente onderzoekt en een verslag van bevindingen ter zake opstelt, woont een deel van de vergadering van de commissie onderzoek jaarrekening bij om eventuele vragen van commissieleden over zijn verslag te beantwoorden.

 

Artikel 6 Vergaderingen

De vergaderingen van de commissie zijn niet openbaar. De reden hiervoor is dat de commissie bevoegd is tot inzage in de gehele financiële administratie van de gemeente, alsmede van de stukken die aan die administratie ten grondslag liggen, voor zover zij die voor haar onderzoek van belang acht. Hieronder zijn ook ambtelijke adviezen te verstaan. Bovendien wordt de commissie enkel door ambtelijke medewerkers van de gemeente bijgestaan. De raadsleden ontvangen van hen de gevraagde informatie. Bestuurders zijn hierbij niet betrokken. Zij leggen in de vergaderingen van de raadscommissies en de raad verantwoording af over de jaarrekening. Daarmee is de status van de commissie vergelijkbaar met die van intern overleg. Alle raadsleden kunnen de vergaderingen van de commissie bijwonen.

De omstandigheid dat een besloten vergadering plaatsvindt, betekent niet dat er dan ook geheimhouding geldt. Hieromtrent dient aparte besluitvorming in de commissie plaats te vinden. In de artikelen 9 en 10 is een regeling hiervoor opgenomen.

Omdat de vergaderingen in beslotenheid plaatsvinden is er geen spreekrecht voor burgers. Zij kunnen inzake de gemeentelijke jaarrekening wel spreekrecht uitoefenen bij de behandeling daarvan in de raadscommissies en de raad.

Voor het nemen van beslissingen over werkwijzen of uit te brengen adviezen dient meer dan de helft van het aantal leden dan wel van hun plaatsvervangers aanwezig te zijn. Er geldt een absolute meerderheid van stemmen.

 

Artikel 7 Taken en bevoegdheden

De commissie onderzoekt aan de hand van de jaarrekening de doelmatigheid en rechtmatigheid van het door het college gevoerde financieel beleid en beheer. Het zwaartepunt ligt bij de doelmatigheid. De rechtmatigheid wordt ook nadrukkelijk door de accountant gecontroleerd. De commissie is een adviescommissie van de raad en rapporteert dan ook rechtstreeks aan de raad. Het college geeft een reactie op de bevindingen van de commissie. De voorzitter geeft tijdens de raadsvergadering waarin de jaarrekening wordt behandeld een korte toelichting op de rapportage van bevindingen en eventueel ook op de reactie van het college daarop. De raad besluit over de vastselling van de jaarrekening.

 

Artikel 8 Rapportage van bevindingen

De commissie bespreekt slechts één agendapunt: de gemeentelijke jaarrekening. Hierbij kunnen veel verschillende onderwerpen aan de orde komen. In de rapportage van bevindingen wordt samenvattend verslag gedaan van de behandeling per onderwerp. Ook het overleg met de accountant wordt hierin beschreven. Als er tot stemming wordt overgegaan worden de resultaten daarvan ook in de rapportage vastgelegd. Nadat de leden met de concept-rapportage hebben ingestemd is deze gereed om door de voorzitter in procedure te worden gebracht. De rapportage is openbaar omdat deze als advies dient aan de raad die de jaarrekening in een openbare raadsvergadering zal behandelen.

 

Artikel 9 Geheimhouding

Hetgeen besproken wordt in een besloten vergadering valt niet van rechtswege onder de geheimhoudingsplicht. Daarvoor is toepassing van de procedure volgens artikel 86 van de Gemeentewet nodig. Niet alleen een commissie kan geheimhouding opleggen, ook de voorzitter van een commissie, het college en de burgemeester kunnen geheimhouding aan een commissie opleggen met betrekking tot aan de commissie overgelegde stukken. Overigens kan een commissie ook geheimhouding opleggen aan de raad of het college ten aanzien van de stukken die zij aan de raad of het college overlegt (artikel 25, tweede lid, en artikel 55, tweede lid, van de Gemeentewet). De geheimhouding geldt ten aanzien van een ieder die aanwezig is bij een besloten vergadering of die kennis draagt van stukken ten aanzien waarvan geheimhouding geldt. De geheimhouding geldt totdat het orgaan dat de geheimhouding heeft opgelegd of de raad haar opheft.

 

Artikel 10 Opheffing geheimhouding

Zoals uit de toelichting op artikel 9 blijkt kan de raad de geheimhouding die een commissie aan de raad oplegt opheffen. In deze bepaling is een overlegverplichting opgenomen waardoor recht wordt gedaan aan het principe van hoor en wederhoor.

 

Artikelen 11, 12 en 13 Uitleg verordening, inwerkingtreding en intrekking

Deze artikelen behoeven geen toelichting.