Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
West Betuwe

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent de aanleg instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente West Betuwe

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWest Betuwe
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent de aanleg instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente West Betuwe
CiteertitelAlgemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente West Betuwe
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpruimtelijke ordening, verkeer en vervoer
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt alle vorige versies van de AVOI van de gemeenten Lingewaal, Neerijnen en Geldermalsen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht
  2. artikel 147 van de Gemeentewet
  3. artikel 1 van de Belemmeringenwet Privaatrecht
  4. artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-01-2019nieuwe regeling

15-01-2019

gmb-2019-16458

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente West Betuwe houdende regels omtrent de aanleg instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente West Betuwe

De raad van de gemeente West Betuwe;

 

gelezen het voorstel van de stuurgroep van 6 november 2018;

 

gelet op artikel 4:23 van de Algemene wet bestuursrecht, artikel 147 van de Gemeentewet, gelet op artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht, artikel 5.4, vierde lid, van de Telecommunicatiewet;

 

besluit de volgende verordening vast te stellen:

Verordening inzake werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van ondergrondse infrastructuren

 

Hoofdstuk Een: Inleidende bepalingen

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    (aan)melder grondroerder (of degene die door de grondroerder gemachtigd is namens deze op te treden), die met inachtneming van het bepaalde in deze verordening melding doet van (voorgenomen) werkzaamheden;

  • b.

    aansluiting het gedeelte van de kabel of leiding door openbare grond dat een netwerk verbindt met een netwerkaansluitpunt ten behoeve van een onroerende zaak als bedoeld in artikel 16, onderdelen a tot en met d, van de Wet waardering onroerende zaken, of met een ander netwerk;

  • c.

    breekverbod verbod op het uitvoeren van breek- en graafwerkzaamheden in de grond, geldend bij extreme weersomstandigheden;

  • d.

    Calamiteit: Een incident met voor de omgeving mogelijke grote gevolgen, die niet zelfstandig kunnen worden afgewikkeld en waarbij gecoördineerde inzet van hulpverleningsorganisaties en diensten van verschillende disciplines is vereist om de gevolgen te beperken.

  • e.

    college het college van burgemeester en wethouders van de gemeente;

  • f.

    coördinator de contactpersoon van de gemeente, die gemandateerd is door het college, inzake werkzaamheden of bevoegdheden krachtens deze verordening.

  • g.

    Coördinatieverplichting de coördinerende rol van de gemeenten over de aanleg, instandhouding en opruiming van alle kabels n leidingen in de gehele openbare grond binnen de gemeentelijke grenzen;

  • h.

    gedoogplichtige degene op wie een gedoogplicht rust als bedoeld in artikel 1, van de Belemmeringenwet Privaatrecht of in artikel 5.2, eerste lid, van de Telecommunicatiewet;

  • i.

    grondroerder: degene onder wiens verantwoordelijkheid of leiding graafwerkzaamheden worden verricht; indien deze partij zich laat vertegenwoordigen door een (onder)aannemer of uitvoerder of in een combinatie van aannemers, dient deze te beschikken over een machtiging van de partij namens welke opgetreden wordt;

  • j.

    instemmingsbesluit (positief) besluit van het college op een melding van voorgenomen werkzaamheden;

  • k.

    kabels en leidingen kabels en/of leidingen als onderdeel van een net(werk), daaronder mede begrepen de daarmee verbonden transformator-, schakel-, verdeel- en onderstations en andere hulpmiddelen, behoudens voor zover deze verbindingen en hulpmiddelen liggen binnen de installatie van een producent of van een afnemer, en tevens omvattende lege buizen, ondergrondse ondersteuningswerken en beschermingswerken; voorbeelden van deze kabels en leidingen zijn telecommunicatie- en omroepkabels, elektriciteitskabels (koppel-, transport- en distributiekabels), gasleidingen (transport-, distributie- en dienstleidingen), waterleidingen, (pers)rioolleidingen van derden en kabels en leidingen ten behoeve van industriële en private netwerken; met uitzondering van gemeentelijke rioleringen, bronnering en drainage met bijhorende kolken, putten en appendages.

  • l.

    marktconforme kosten kosten zoals deze door een onderneming onder normale omstandigheden in een markteconomie op de desbetreffende markt worden gemaakt;

  • m.

    net of netwerk samenstel van ondergrondse kabel(s) en/of leiding(en), bestemd voor het transport van vaste, vloeibare of gasvormige stoffen, van energie of van informatie (een, al dan niet openbaar, elektronisch communicatienetwerk als bedoeld in artikel 1.1.e van de Telecommunicatiewet);

  • n.

    netbeheerder vennootschap (of andere rechtspersoon) die is aangewezen als beheerder van een net voor levering van elektriciteit, gas of water, dan wel die aanbieder is van een (al dan niet openbaar) elektronisch communicatienetwerk; de netbeheerder kan gedoogplichtige zijn en opdrachtgever/grondroerder;

  • o.

    niet-openbare kabels en leidingen kabels en leidingen (dan wel het netwerk waartoe deze behoren) die niet gebruikt worden om openbare diensten aan te bieden, waaronder verstaan wordt het aanbieden van diensten die beschikbaar zijn voor het publiek;

  • p.

    opdrachtgever: degene die opdracht geeft tot het uitvoeren van een werk waarbij graafwerkzaamheden worden verricht; (waaronder mede verstaan wordt degene die in eigen naam en voor eigen rekening kabels en/of leidingen ten dienste van een netwerk aanlegt, in standhoudt en opruimt);

  • q.

    omwonenden de bewoners, de vertegenwordiger van verenigde gebruikers en bedrijfsmatige gebruikers van alle percelen, grenzend aan het tracé van kabels en leidingen;

  • r.

    openbare gronden openbare gronden als genoemd in artikel 1.1, onder aa, van de Telecommunicatiewet;

  • s.

    registratiesysteem geautomatiseerd systeem waarin meldingen en instemmingsbesluiten, van (graaf)werkzaamheden aan kabels en leidingen worden verwerkt door of namens de gemeente;

  • t.

    spoedeisende werkzaamheden reparatie of onderhoudswerkzaamheden waarvan uitstel niet mogelijk is als een ernstige belemmering of storing in de dienstverlening via het betreffende net is opgetreden;

  • u.

    verordening Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuren; deze dient tevens als gemeentelijke Telecomverordening zoals verplicht op grond van de Telecommunicatiewet;

  • v.

    werken een constructie, of werkzaamheden, niet zijnde een gebouw, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond;

  • w.

    werkzaamheden handmatige en mechanische (graaf)werkzaamheden in de openbare grond in verband met de aanleg, instandhouding, verlegging en opruiming van kabels en leidingen, en daarnaast alle werkzaamheden die de gemeente uit hoofde van haar functie als beheerder van openbare grond in het kader van kabels en leidingen dient uit te voeren;

Artikel 2 Toepasselijkheid

Deze verordening is van toepassing op de procedures en voorschriften voor het aanleggen, instandhouden en opruimen van kabels en leidingen in openbare gronden, voor zover de gemeente deze gronden beheert, in bezit heeft dan wel daarover coördinatieverplichtingen heeft conform de Telecommunicatiewet en de Belemmeringenwet Privaatrecht, waarvan de bepalingen onverkort van toepassing zijn op het in deze verordening bepaalde.

Artikel 3 Nadere regels

Het college kan ter uitvoering van deze verordening nadere regels vaststellen.

 

Hoofdstuk Twee: Aanvragen en melden van graafwerkzaamheden

Artikel 4 Instemmingsvereiste

  • 1.

    Het is verboden zonder, of in afwijking van, een voorafgaand door het college verleend instemmingsbesluit omtrent de plaats, het tijdstip en de wijze van uitvoering van de werkzaamheden, kabels en/of leidingen in of op openbare gronden aan te leggen in stand te houden of op te ruimen.

  • 2.

    Voor werkzaamheden van minder ingrijpende aard, waaronder verstaan wordt het realiseren van incidentele (huis-)aansluitingen met een gezamenlijke lengte korter dan vijfentwintig meter in of op openbare gronden, waarbij geen gesloten verhardingen worden gekruist, is geen instemming van het college, als bedoeld in het eerste lid, noodzakelijk.

Artikel 5 Aanvragen en melden

  • 1.

    Een grondroerder die werkzaamheden wil verrichten vraagt daarvoor een instemmingsbesluit aan bij het college of bij de coördinator.

  • 2.

    Indien de werkzaamheden mede betrekking hebben op gronden van een andere gedoogplichtige dan de gemeente, wordt uiterlijk vier weken na ontvangst van de aanvraag, als genoemd in het eerste lid, het college schriftelijk in kennis gesteld van de uitkomsten van het (voor)overleg tussen de grondroerder en de andere gedoogplichtige(n).

  • 3.

    Werkzaamheden van minder ingrijpende aard, als bedoeld in artikel 4 lid 2, dienen een week (tenminste 5 werkdagen) voor de uitvoering digitaal bij de gemeente te worden gemeld. Op grond van de belangen zoals genoemd in artikel 8 lid 1 kan het college bepalen dat de realisatie van deze werkzaamheden op een later tijdstip dient plaats te vinden.

  • 4.

    In geval van spoedeisende werkzaamheden en/of calamiteiten, dient melding bij voorkeur voorafgaand aan de werkzaamheden te worden verricht, doch dient uiterlijk binnen één werkdag na de uitvoering gemotiveerd te worden gedaan.

  • 5.

    Als werkzaamheden worden verricht in nader door het college aan te wijzen gebieden, wordt in ieder geval acht weken voor de aanvang van de werkzaamheden een aanvraag, als genoemd in het eerste lid, gedaan bij het college en is de uitzonderingsbepaling voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden niet van toepassing.

Artikel 6 Aanvraag- en meldingsvoorwaarden

  • 1.

    Voor het aanvragen van een instemmingsbesluit en het melden van minder ingrijpende- of spoedeisende werkzaamheden kan uitsluitend gebruik gemaakt worden van (digitale) formulieren die deel uitmaken van een online registratiesysteem.

  • 2.

    Bij de aanvraag voor een instemmingsbesluit verstrekt de aanmelder de volgende gegevens:

    • a.

      een uittreksel uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel bij de eerste aanvraag van ieder kalenderjaar indien de aanvrager daar ingeschreven is;

    • b.

      een machtiging indien het een aanvraag betreft voor de aanleg, instandhouding en opruiming van kabels of leidingen voor of namens een opdrachtgever;

    • c.

      NAW-gegevens van de eigenaar, beheerder en exploitant van de kabels en/of leidingen en van de (onder)aannemer, alsmede de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon voor de werkzaamheden;

    • d.

      een opgave van het aantal, de soort en het beoogde gebruik van de kabels en/of leidingen;

    • e.

      welke belanghebbenden en instanties vooraf in kennis worden gesteld van de voorgenomen datum van aanvang, beëindiging en aard van de werkzaamheden;

    • f.

      een uitvoeringsplan met daarin opgenomen:

      • -

        een opgave van het gewenste tracé;

      • -

        de resultaten van het haalbaarheidsonderzoek inzake de beschikbare ruimte;

      • -

        een opgave van de objecten die ten tijde van de werkzaamheden worden geplaatst, van permanente als tijdelijke aard, alsmede van de situering daarvan;

      • -

        een omschrijving van eventuele opbrekingen;

      • -

        de maatregelen voor de bereikbaarheid van in de openbare gronden aanwezige kabels en leidingen;

      • -

        het voorgenomen tijdstip van aanvang en beëindiging van de werkzaamheden;

  • 3.

    Indien de werkzaamheden betrekking hebben op kabels van elektronische communicatienetwerken dienen, aanvullend op lid 2 van dit artikel, bij de melding tevens de volgende gegevens te worden verstrekt:

    • a.

      een kopie van de door de Autoriteit Consument en Markt (ACM) afgegeven registratie;

    • b.

      aanvullend op het uitvoeringsplan wordt daarin ook opgenomen:

      • -

        een opgave van het aantal kabels dat direct in gebruik wordt genomen en een opgave van het aantal kabels dat niet direct in gebruik wordt genomen;

      • -

        de doorsnede van de kabel(goot) en lengte en breedte van de kabelsleuf.

  • 4.

    Bij de melding voor minder ingrijpende of spoedeisende werkzaamheden, als bedoeld in artikel 5, kan uitsluitend gebruik gemaakt worden van (digitale) formulieren die deel uitmaken van een online registratiesysteem. Daarbij dient te worden verstrekt:

    • a.

      naam, adres en ondertekening van de aanmelder;

    • b.

      naam en adres van de aannemer(s) en onderaannemer(s) die belast zijn met de werkzaamheden, alsmede de naam en telefoonnummer van de uitvoerder, zijnde een Nederlands sprekende contactpersoon voor de werkzaamheden;

    • c.

      de dagtekening van de melding;

    • d.

      de lengte van de sleuf die wordt opengebroken;

    • e.

      het oppervlak van het lasgat dat wordt opengebroken.

  • 5.

    Het college kan nadere regels stellen inzake de te verstrekken gegevens.

Artikel 7 Termijnen

  • 1.

    Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag. Betreft het een aanvraag waarbij meerdere gedoogplichten zijn betrokken dan beslist het college binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag en alle bijbehorende instemmingen van de betreffende gedoogplichtigen.

  • 2.

    De termijnen zoals bedoeld in het eerste lid kunnen eenmaal met acht weken worden verlengd.

  • 3.

    Indien van de bevoegdheid tot verlenging gebruik wordt gemaakt, doet het college daarvan vóór afloop van de termijnen zoals genoemd in lid 1, een schriftelijke bevestiging met motivering toekomen aan de aanvrager.

Artikel 8 Voorschriften en beperkingen

  • 1.

    Het college kan aan de werkzaamheden, zoals bedoeld in artikel 5, voorschriften en beperkingen verbinden in het belang van:

    • a.

      de openbare orde;

    • b.

      veiligheid, waaronder mede verstaan wordt de verkeersveiligheid en/of een goede doorstroming van het verkeer;

    • c.

      het voorkomen of beperken van schade of overlast; waaronder mede verstaan wordt de bescherming van eventuele archeologische vondsten, van groenvoorzieningen, bomen en beplantingen en van het uiterlijke aanzien van de omgeving;

    • d.

      de bereikbaarheid van gronden of gebouwen; waaronder mede verstaan wordt het veilig en doelmatig gebruik van openbare gronden en gebouwen en het doelmatig beheer en onderhoud ervan en het belang van nader aan te geven grote lokale evenementen als weekmarkten en kermissen etc.;

    • e.

      de ondergrondse ordening, waaronder mede verstaan wordt het zo min mogelijk hinder veroorzaken voor reeds in de grond aanwezige werken en het niet in gevaar brengen of zonder noodzaak bemoeilijken van deze werken, waaronder mede verstaan worden werken ten behoeve van de riolering en de levering of het transport van elektronische informatie, gas, water en elektriciteit.

  • 2.

    Ter bescherming van de belangen als genoemd in het eerste lid kan het college aan het instemmingsbesluit voorschriften of beperkingen verbinden over het medegebruik van voorzieningen, zoals kabelgoten en geleidingen, die door derden of de gemeente tegen marktconforme prijzen ter beschikking worden gesteld, en een zekerheidsstelling voor de nakoming van verplichtingen die gesteld zijn bij de voorschriften en beperkingen aan het instemmingsbesluit.

  • 3.

    De aanbieder dient omwonenden ter plaatse van de uit te voeren werkzaamheden minimaal zeven dagen voor de start van de werkzaamheden schriftelijk te informeren over aanvang, duur, aard en plaats van de werkzaamheden.

  • 4.

    De wijze van uitvoering bij aanleg, onderhoud, verplaatsing en opruiming van kabels en leidingen en medegebruik van voorzieningen dient te geschieden conform het “Handboek Ondergrondse Infrastructuur”. In dat kader is het college tevens bevoegd voorschriften te stellen op het gebied van markering, afzetting en het toepassen van proefsleuven. Bij tegenstrijdigheden van de bepalingen van deze verordening en het Handboek, hebben de bepalingen van deze verordening voorrang.

  • 5.

    Indien en zodra wettelijke bepalingen van toepassing worden op het gebied van verplichte informatie-uitwisseling voor ondergrondse netten, gelden deze wettelijke verplichtingen tevens als voorschriften als bedoeld in dit artikel.

  • 6.

    De grondroerder vergoedt aan de gemeente de schade voortvloeiend uit de werkzaamheden, waarbij de omvang beperkt is tot vergoeding van de marktconforme kosten van de voorzieningen en van de meerdere marktconforme kosten van onderhoud. Voor de berekening van de vergoeding worden de meest actuele tarieven gebruikt welke zijn opgenomen in het digitaal registratiesysteem. Als basis gelden hierin de VNG tarieven die gebaseerd zijn op afspraken tussen de telecomsector en de VNG, neergelegd in de Richtlijn tarieven (graaf-)werkzaamheden telecom uit 2004. Het college behoudt zich het recht voor om hier vanaf te wijken.

  • 7.

    De grondroerder is verplicht na einde van de werkzaamheden de grond (en eventuele verhardingen en/of groen) terug te brengen in de oude staat, tenzij de gemeente vooraf heeft aangegeven hier zelf zorg voor te willen dragen. De grondroerder draagt de marktconforme kosten die nodig zijn voor het terugbrengen van de grond in de oude staat.

    De netbeheerder is met betrekking tot de werkzaamheden leges verschuldigd conform de Legesverordening van de Gemeente @@@@

Artikel 9 Verleggingen

  • 1.

    Op verleggingen van openbare telecommunicatiekabels op verzoek van de Gemeente is de Telecomwet van toepassing.

  • 2.

    Op verleggingen van kabels en leidingen die ten dienste staan van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden gelden de volgende bepalingen:

    • a.

      De netbeheerder is verplicht op verzoek van de Gemeente over te gaan tot het nemen van maatregelen ten aanzien van kabels en leidingen ten dienste van zijn netwerk, waaronder het verplaatsen van de kabels en leidingen, voor zover deze noodzakelijk zijn voor de oprichting van gebouwen of de uitvoering van werken door of vanwege de Gemeente;

    • b.

      Indien de netbeheerder binnen vijf jaren na de datum van inwerkingtreding van het instemmingsbesluit een aanwijzing krijgt tot het nemen van maatregelen ten aanzien van een kabels en leiding, bedraagt de compensatie 100% van het schadebedrag;

    • c.

      Indien de netbeheerder een aanwijzing krijgt tot het nemen van maatregelen ten aanzien van een kabels en leiding in de periode gelegen vanaf vijf tot en met vijftien jaren, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van het betrokken instemmingsbesluit, zal de Gemeente 80% van het schadebedrag vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 16e jaar (trapsgewijs) als compensatie uitkeren;

    • d.

      Indien de netbeheerder een aanwijzing krijgt tot het nemen van maatregelen ten aanzien van een kabels en leiding na vijftien jaar, gerekend vanaf de datum van de inwerkingtreding van zijn instemmingsbesluit, wordt geen compensatie uitgekeerd;

    • e.

      Een netbeheerder komt alleen voor compensatie in aanmerking als deze een gespecificeerd kostenoverzicht kan overleggen;

    • f.

      Het college en de netbeheerder zullen bij verwijdering, verlegging of aanpassing van de kabels en leiding van de belanghebbende elkaars schade zo veel mogelijk beperken;

    • g.

      Ingeval een verzoek tot het nemen van maatregelen is gedaan, gaat de netbeheerder zo snel mogelijk over tot de gevraagde maatregelen, doch niet later dan twaalf weken na de datum van ontvangst van het verzoek.

Hoofdstuk Drie: Overige bepalingen

Artikel 10 Breekverbod

  • 1.

    Als er sprake is van extreme (weers)omstandigheden, is het college bevoegd een breekverbod op te leggen. De vaststelling dat sprake is van extreme (weersomstandigheden), is een bevoegdheid van het college.

  • 2.

    Tijdig, of in ieder geval één dag voor beëindiging van het breekverbod, informeert het college de betrokken grondroerder hierover.

  • 3.

    Het breekverbod is niet van toepassing in geval van spoedeisende werkzaamheden en/of calamiteiten.

Artikel 11 Eigendom

  • 1.

    Indien de eigendom, exploitatie of beheer van de kabel of leiding wordt overgedragen aan een andere netbeheerder, gaan de rechten en plichten die betrekking hebben op de kabel of leiding van de oude netbeheerder over op de nieuwe netbeheerder.

  • 2.

    De netbeheerder stelt het college onverwijld in kennis van het feit dat het eigendom, de exploitatie of het beheer van de kabel of leiding verandert.

  • 3.

    Op het eigendom van de kabels en leidingen zijn de desbetreffende wettelijke bepalingen van toepassing.

Artikel 12 Niet-openbare kabels en leidingen

  • 1.

    Bij werkzaamheden in verband met de aanleg, instandhouding en opruiming van

    niet-openbare kabels en leidingen in openbare wegen en wateren is het bepaalde in deze verordening van overeenkomstige toepassing.

  • 2.

    Met betrekking tot verzoeken voor het verleggen van niet-openbare kabels en leidingen geldt dat deze op verzoek van de gemeente, altijd op kosten van de eigenaar van de kabels en leidingen, uitgevoerd dienen te worden.

Artikel 13 Geldigheidsduur gedoogplicht kabels en leidingen

  • 1.

    De geldigheidsduur van de gedoogplicht voor leidingen die geen deel uitmaken van een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen bedraagt tien jaar.

  • 2.

    De netbeheerder stelt het college onverwijld en schriftelijk in kennis van het feit dat een kabel of leiding niet langer ten dienste staat van een openbaar elektronisch communicatienetwerk, een niet-openbaar elektronisch communicatienetwerk of een netwerk ten behoeve van nutsvoorzieningen in of op openbare gronden.

  • 3.

    In dit kader wordt op verzoek van de netbeheerder jaarlijks een overzicht van alle (niet) in gebruik zijnde kabels, leidingen en ondersteuningswerken verlangd. De bewijslast van ingebruikname ligt bij de netbeheerder.

Artikel 14 Overleg

  • 1.

    De gemeente organiseert periodiek een overleg, waarvoor in elk geval de bij de gemeente bekende netbeheerders c.q. grondroerders worden uitgenodigd.

  • 2.

    In dit overleg worden de plannen van de gemeente en van de diverse netbeheerders c.q. grondroerders besproken en eventueel afgestemd in het kader van de bepalingen van deze verordening.

  • 3.

    Aan dit overleg kunnen geen rechten worden ontleend.

Hoofdstuk Vier: Handhavings- en toezichtbepalingen

Artikel 15 Toezicht en handhaving

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van het college aangewezen ambtenaren.

Artikel 16 Overtreding

  • 1.

    Indien het college of de coördinator vaststelt dat de verplichtingen van deze verordening niet zijn nagekomen, kan het college besluiten gebruik te maken van de bestuursrechtelijke instrumenten zoals bestuursdwang, last onder dwangsom en een bestuurlijke boete, alle conform de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht.

  • 2.

    Bij de bepaling van de hoogte van een op te leggen bestuursboete houdt het college rekening met de aard, ernst, duur en verwijtbaarheid van de overtreding.

  • 3.

    In geval van grove nalatigheid of recidive kan het college tevens besluiten strafrechtelijke handhaving in gang te zetten, op grond van bijv. art. 51 Wetboek van Strafrecht (betreffende opdracht tot of leiding geven aan een door een rechtspersoon begaan delict) of de Wet economische delicten.

Artikel 17 Naleving voorschriften

  • 1.

    Indien een netbeheerder of grondroerder zich niet houdt aan de voorschriften uit het instemmingsbesluit, dan kan het college het instemmingsbesluit intrekken en de oorspronkelijke situatie (laten) herstellen voor rekening van netbeheerder of grondroerder.

  • 2.

    Indien de werkzaamheden niet op de overeengekomen data worden gestart respectievelijk uitgevoerd vervalt de verleende instemming, tenzij er een gegronde reden wordt opgevoerd, zulks ter beoordeling van het college. De grondroerder is verplicht het college of de coördinator zo spoedig mogelijk en gemotiveerd te informeren over eventuele vertragingen.

Artikel 18 Bevoegdheid college

Het college is bevoegd de werkzaamheden stil te leggen, indien er wordt gewerkt:

  • 1.

    zonder voorafgaande melding of aanvraag, als bedoeld in artikel 5 van deze verordening;

  • 2.

    in strijd met het in het instemmingsbesluit opgenomen tijdstip van aanvang of voltooiing en de wijze van uitvoering.

  • 3.

    In geval van grove nalatigheid of recidive kan het college tevens besluiten strafrechtelijke handhaving in gang te zetten, op grond van bijv. art. 51 Wetboek van Strafrecht (betreffende opdracht tot of leiding geven aan een door een rechtspersoon begaan delict) of de Wet economische delicten.

Hoofdstuk Vijf: Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 19 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na bekendmaking. Gelijktijdig vervallen alle vorige versies van de AVOI van de gemeenten Lingewaal, Neerijnen en Geldermalsen..

Artikel 20 Overgangsbepalingen

De aanwezigheid van kabels en/of leidingen in of op openbare gronden, voor zover deze zijn aangelegd met toepassing van de Telecommunicatieverordening van de Gemeente West Betuwe en/of op basis van andere aantoonbare en gelegaliseerde afspraken, zoals die hebben gegolden tot de inwerkingtreding van deze Verordening, wordt per ingang van deze verordening eveneens beheerst door de regels daarvan.

Artikel 21 Benaming

Deze verordening wordt aangehaald als: "Algemene verordening ondergrondse infrastructuren gemeente West Betuwe

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van 15 januari 2019, nummer 35

De voorzitter,

de griffier,