Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Westervoort

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westervoort houdende regels omtrent de heffing en invordering van marktgelden (Verordening marktgelden 2020)

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieWestervoort
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Westervoort houdende regels omtrent de heffing en invordering van marktgelden (Verordening marktgelden 2020)
CiteertitelVerordening marktgelden 2020
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Verordening marktgelden 2019.

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229, eerste lid, van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

24-12-2019nieuwe regeling

09-12-2019

gmb-2019-311615

Z/19/057031

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Westervoort houdende regels omtrent de heffing en invordering van marktgelden (Verordening marktgelden 2020)

De raad besluit

Vast te stellen de navolgende Verordening Marktgelden 2020

 

 

Verordening op de heffing en invordering van marktgelden 2020

Artikel 1. Belastbaar feit.

Onder de naam marktgelden worden rechten geheven voor het ter zake van het ter beschikking stellen van een standplaats voor de uitvoering van de markthandel en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de markt.

Artikel 2. Belastingplicht.

  • 1.

    Het marktgeld wordt geheven van degene, aan wie een standplaats ter beschikking is gesteld, of degene die in zijn plaats optreedt.

  • 2.

    Het recht als bedoeld in artikel 4, lid 3 en 4 wordt geheven van degene ten behoeve van wie de dienst wordt verleend.

Artikel 3. Maatstaf van heffing.

  • 1.

    Het marktgeld wordt bepaald aan de hand van de met de standplaats ingenomen ruimte in strekkende meters, of gedeelte daarvan, berekend over de grootste lengte van de ingenomen ruimte.

  • 2.

    Onder ingenomen ruimte wordt mede begrepen de ruimte, welke wordt ingenomen door voertuigen waarmede koopwaren worden aan- c.q. afgevoerd, alsmede de ruimte welke wordt ingenomen voor opslag van een reservevoorraad van koopwaren, al dan niet op of in voertuigen, tafels en dergelijke geplaatst.

Artikel 4. Tarieven.

Het marktgeld bedraagt per marktdag of gedeelte daarvan per strekkende meter frontbreedte of gedeelte daarvan:

  • a.

    € 2,40 voor vaste standplaatshouders met een minimum van € 9,60 per standplaats;

  • b.

    € 3,20 voor losse standplaatshouders met een minimum van € 12,80 per standplaats.

Artikel 5. Wijze van heffing.

Het marktgeld en de rechten worden geheven door middel van een gedagtekende nota of andere schriftuur waarop het verschuldigde bedrag wordt vermeld.

Artikel 6. Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang.

Indien het gebruik van de plaats aanvangt of wordt beëindigd in de loop van een kwartaal, is het marktgeld als bedoeld in artikel 4, tweede lid, niet verschuldigd, respectievelijk wordt ontheffing verleend, over zoveel derde gedeelte van het over dat kwartaal verschuldigde recht, als er in dat kwartaal volle maanden zijn, waarin die plaats niet is gebruikt.

Artikel 7. Termijnen van betaling.

  • 1.

    Het marktgeld bedoeld in artikel 4, eerste lid, is verschuldigd bij de aanvang van het in gebruik nemen van de ruimte en dient te worden voldaan op het moment van aanbieding van de nota of andere schriftuur.

  • 2.

    Het marktgeld bedoeld in artikel 4, tweede lid, is verschuldigd bij de aanvang van elk kwartaal, of indien de plaats in de loop van een kwartaal in gebruik wordt genomen, bij de aanvang van dat gebruik en dient te worden voldaan binnen 14 dagen na dagtekening van de nota of andere schriftuur.

  • 3.

    De rechten als bedoeld in artikel 4, derde en vierde lid, zijn verschuldigd op het moment van het verlenen van de dienst en dient te worden voldaan binnen 14 dagen na dagteke-ning van de nota of andere schriftuur.

  • 4.

    De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 8. Kwijtschelding.

Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 9. Overgangsrecht.

  • 1.

    De “Verordening marktgelden 2019”, van 10 december 2018, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 10, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in artikel 10, tweede lid, opgenomen datum van ingang van de heffing, blijft de in het eerste lid genoemde verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de marktgelden hiervoor in die periode plaatsvindt.

Artikel 10. Inwerkingtreding.

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 2.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2020.

Artikel 11. Citeertitel.

Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening marktgelden 2020”.

Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad voornoemd d.d. 9 december 2019,

de griffier,

mr. M. Smits - Jansen

de voorzitter,

drs. A.J. van Hout