Regeling vervallen per 23-10-2014

Verordening Leerlingenvervoer 2013 gemeente Wijchen

Geldend van 04-07-2013 t/m 22-10-2014

Intitulé

Verordening Leerlingenvervoer 2013 gemeente Wijchen

TITEL 1: ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1: Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder

  • a.

    school:

  • b.

    ouders: de ouders, pleegouders, voogden of verzorgers van de leerling;

  • c.

    leerling: een leerling van een school als bedoeld onder a;

  • d.

    gehandicapte leerling: een leerling bedoeld onder c, die door een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap niet, of niet zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik kan maken;

  • e.

    woning: de plaats waar de leerling structureel en feitelijk verblijft;

  • f.

    afstand: de afstand tussen de woning en de school, gemeten langs de kortste voor de leerling voldoende begaanbare en veilige weg;

  • g.

    vervoer: openbaar vervoer, aangepast vervoer of eigen vervoer tussen de woning en de school dat plaatsvindt aansluitend aan het begin en einde van de schooldag volgens de schoolgids, tenzij de structurele handicap van een leerplichtige leerling die aansluiting onmogelijk maakt;

  • h.

    openbaar vervoer: voor eenieder openstaand personenvervoer volgens een dienstregeling per trein, metro, tram, bus, veerdienst of auto;

  • i.

    aangepast vervoer: vervoer per besloten (school)busvervoer, taxi, treintaxi of bustaxi;

  • j.

    eigen vervoer: vervoer per eigen motorvoertuig, scootmobiel, bromfiets, scooter of fiets;

  • k.

    begeleider: degene die meereist van en naar school, zodat de leerling in staat is van het openbaar vervoer of eigen vervoer gebruik te maken.

  • l.

    reistijd: de tijd die ligt tussen het verlaten van het huis en het begin van de schooldag volgens de schoolgids, danwel de tijd die ligt tussen het einde van de schooldag volgens de schoolgids en de aankomst bij het huis;

  • m.

    toegankelijke school:

    • -

      voor wat betreft basisscholen en speciale scholen voor basisonderwijs: de basisschool van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school of de speciale school voor basisonderwijs waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school;

    • -

      voor wat betreft scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs en scholen voor voortgezet onderwijs: de school van de soort waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school van de soort waarop de leerling is aangewezen;

  • n.

    inkomen: het ingevolge de Wet op de inkomstenbelasting 2001 (Stb. 2000, 215) vastgestelde gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het schooljaar waarvoor bekostiging van de vervoerskosten wordt gevraagd.

  • o.

    commissie voor de begeleiding: de commissie die is ingesteld door het bevoegd gezag van een school als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde een instelling, of de bevoegde gezagsorganen van twee of meer scholen als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra, niet zijnde instellingen, die hetzelfde expertisecentrum instandhouden.

  • p.

    vervoersvoorziening: een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider, of bekostiging van de goedkoopst mogelijke wijze van openbaar vervoer voor de leerling en zo nodig diens begeleider, of aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen.

  • q.

    permanente commissie leerlingenzorg: de commissie als bedoeld in artikel 23 van de Wet op het primair onderwijs;

  • r.

    samenwerkingsverband: het samenwerkingsverband als bedoeld in artikel 18 van de Wet op het primair onderwijs;

  • s.

    regionale verwijzingscommissie: de commissie als bedoeld in artikel 10 g van de Wet op het voortgezet onderwijs;

  • t.

    opdc: orthopedagogisch en -didactisch centrum als bedoeld in artikel 10h , derde lid, Wet op het voortgezet onderwijs;

  • u.

    ambulante begeleiding: de begeleiding door een personeelslid van een school of instelling als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de expertisecentra van leerlingen die zijn geplaatst op een basisschool of leerlingen die zijn geplaatst op een school voor voortgezet onderwijs en die naar het oordeel van het bevoegd gezag zonder die begeleiding zouden zijn aangewezen op het speciaal onderwijs of het voortgezet speciaal onderwijs;

  • v.

    commissie voor de indicatiestelling: de commissie als bedoeld in artikel 28 c van de Wet op de expertisecentra.

Artikel 2: Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten

  • 1.

    Ten behoeve van het schoolbezoek kent het college aan de ouders van in de gemeente verblijvende leerlingen op aanvraag een vervoersvoorziening toe met inachtneming van het bepaalde in deze verordening.

  • 2.

    Indien het college toepassing geeft aan het eerste lid, verlangt zij van de ouders aan wie slechts een gedeeltelijke bekostiging van de vervoerskosten toekomt, betaling van een bijdrage tot ten hoogste het bedrag dat de ouders volgens het bepaalde in deze verordening moeten bijdragen aan de kosten van het vervoer. Weigering tot of nalatigheid in de betaling van de in de vorige volzin bedoelde bijdrage doet de aanspraak op bekostiging vervallen.

  • 3.

    De bepalingen in deze verordening laten onverlet de verantwoordelijkheid van de ouders voor het schoolbezoek van hun kinderen.

  • 4.

    Indien de leerling meerderjarig en handelingsbekwaam is, wordt de bekostiging op aanvraag verstrekt aan de leerling.

Artikel 3: Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school

  • 1.

    Bekostiging van de vervoerskosten wordt toegekend over de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school, tenzij vervoer naar een verder weggelegen school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen en de ouders schriftelijk instemmen met het vervoer naar die school.

  • 2.

    Indien ouders bekostiging van de vervoerskosten aanvragen voor het bezoeken van een school, die op grotere afstand van de woning is gelegen dan in artikel 11 of 15 is bepaald, terwijl een of meer scholen van dezelfde onderwijssoort dichterbij de woning zijn gelegen, ontstaat slechts aanspraak op bekostiging naar eerstgenoemde school als door de ouders schriftelijk wordt verklaard dat zij overwegende bezwaren hebben tegen het openbaar onderwijs dan wel tegen de richting van het onderwijs van alle bijzondere scholen, van de soort waarop de leerling is aangewezen, die dichterbij de woning zijn gelegen.

Artikel 4: Uitbetaling van de bekostiging

Het college bepaalt bij het verstrekken van bekostiging van de vervoerskosten de wijze en het tijdstip van de uitbetaling, alsmede de tijdsduur van de verstrekte bekostiging, met dien verstande dat de tijdsduur, indien dit mogelijk is, voor meerdere jaren of de hele schoolperiode wordt vastgesteld.

Artikel 5: Aanvraagprocedure

  • 1.

    Een aanvraag voor bekostiging van de vervoerskosten wordt gedaan door indiening bij het college van een volledig ingevuld en door de ouders ondertekend formulier, voorzien van de op het formulier vermelde gegevens.

  • 2.

    Indien een vervoersvoorziening wordt toegekend wordt deze getroffen:

    • a.

      met ingang van het nieuwe schooljaar indien de aanvraag tijdig is ingediend;

    • b.

      met ingang van de door de ouders verzochte datum als het een aanvraag gedurende het schooljaar betreft, met dien verstande dat de datum waarop bekostiging wordt verstrekt niet ligt voor de datum van ontvangst van de aanvraag door het college.

Artikel 6: Doorgeven van wijzigingen

  • 1.

    De ouders zijn verplicht wijzigingen, die van invloed kunnen zijn op de verstrekte bekostiging van de vervoerskosten, onder vermelding van de datum van wijziging, onmiddellijk schriftelijk mede te delen aan het college.

  • 2.

    Indien sprake is van een wijziging die van invloed is op de verstrekte bekostiging, vervalt de aanspraak op bekostiging en verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten.

  • 3.

    Indien de ouders niet voldoen aan het bepaalde in het eerste lid, en het college een wijziging als bedoeld in het tweede lid vaststelt, waardoor blijkt dat ten onrechte bekostiging is verstrekt, vervalt de aanspraak op bekostiging van de vervoerskosten direct en verstrekt het college al dan niet opnieuw bekostiging van de vervoerskosten. Het college deelt zijn besluit schriftelijk mee aan de ouders.

  • 4.

    Ten onrechte genoten bekostiging kan van de ouders worden teruggevorderd, dan wel worden verrekend bij een eventuele nieuwe verstrekking van bekostiging.

Artikel 7: Peildatum leeftijd leerling

Voor het verstrekken van bekostiging op basis van artikel 12 is bepalend de leeftijd van de leerling op 1 augustus van het schooljaar waarop de bekostiging betrekking heeft.

Artikel 8: Andere vergoedingen

De aanspraak op bekostiging wordt verminderd met de aanspraak op een andere vergoeding, voorzover die voor de betreffende leerling betrekking heeft op de reiskosten.

TITEL 2: BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE (NIET-GEHANDICAPTE) LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR PRIMAIR ONDERWIJS

Artikel 9: Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 wordt bekostiging verstrekt van de kosten van het vervoer over de afstand tussen de woning en:

  • a.

    de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is, of

  • b.

    een andere speciale school voor basisonderwijs in het onder a. bedoelde samenwerkingsverband, indien het vervoer naar die school voor de gemeente minder kosten met zich mee zou brengen dan het vervoer naar de speciale school voor basisonderwijs, bedoeld onder a.

Artikel 10: Permanente commissie leerlingenzorg

  • 1.

    Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling op een school voor primair onderwijs niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking de beslissing te betrekken van de permanente commissie leerlingenzorg over de toelating van de leerling op een speciale school voor basisonderwijs.

  • 2.

    Het college betrekt bij de beoordeling van de aanvraag voor leerlingenvervoer eventuele adviezen van de permanente commissie leerlingenzorg die voor de beoordeling van die aanvraag van belang zijn.

Artikel 11: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

  • 1.

    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor hem toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, maar met inachtneming van de genoemde afstand van zes kilometer, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets.

Artikel 12: Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een begeleider

  • 1.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 11, bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van 1 begeleider, indien de leerling jonger dan negen jaar is, en door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.

  • 2.

    Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

Artikel 13: Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer

Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 11, en

  • a.

    de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of:

  • b.

    openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets.

Artikel 14: Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer

  • 1.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan een of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

  • 2.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

    • a.

      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;

    • b.

      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 3.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 4.

    Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.

  • 5.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het college toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets, bekostigt het college aan de ouders een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

TITEL 3: BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN DE LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR (VOORTGEZET) SPECIAAL ONDERWIJS

Artikel 15: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets

  • 1.

    Het college verstrekt aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan zes kilometer bedraagt.

  • 2.

    In afwijking van het eerste lid, maar met inachtneming van de genoemde afstand van zes kilometer, verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.

Artikel 15a: Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke WEC school cluster 4

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 geldt voor de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs uit cluster 4 bezoekt als dichtstbijzijnde toegankelijke school, de school die door de commissie voor de indicatiestelling is geadviseerd. Dit is van toepassing zolang de leerling zijn woonplaats heeft in het gebied van het regionale expertisecentrum waaraan deze commissie is verbonden.

Artikel 16: Advies

Indien het college de gevraagde voorziening ten behoeve van een leerling op een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van deskundigen te betrekken.

Artikel 17: Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer ten behoeve van een begeleider

  • 1.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 15, bekostigt het college tevens de daarin bedoelde kosten ten behoeve van een begeleider, indien door de ouders ten behoeve van het college genoegzaam wordt aangetoond dat de leerling, gelet op zijn lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke handicap of leeftijd, niet in staat is zelfstandig van het openbaar vervoer of de fiets gebruik te maken.

  • 2.

    Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de commissie voor de begeleiding of het advies van andere deskundigen te betrekken.

  • 3.

    Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

Artikel 18: Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer

  • 1.

    Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, indien voldaan wordt aan het afstandscriterium van artikel 15, en

    • a.

      de gehandicapte leerling, naar het oordeel van het college niet in staat is - ook niet onder begeleiding - van openbaar vervoer gebruik te maken, of:

    • b.

      de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of:

    • c.

      openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.

  • 2.

    Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij het besluit het advies van deskundigen te betrekken.

Artikel 19: Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer

  • 1.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

  • 2.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

    • a.

      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;

    • b.

      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 3.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan één leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 4.

    Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die van gemeentewege voor het vervoer van één of meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.

  • 5.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

Artikel 20: Bekostiging vervoerskosten van gehandicapte leerlingen voor scholen voor (voortgezet) speciaal onderwijs

  • 1.

    Het college verstrekt eveneens bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een school voor (voortgezet) speciaal onderwijs bezoekt, in het geval de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school minder bedraagt dan is bepaald in artikel 15, indien het college van oordeel is dat de leerling gehandicapt is.

  • 2.

    Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van deskundigen te betrekken.

  • 3.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten zoals bedoeld in het eerste lid, is artikel 19 van toepassing.

TITEL 4: BEPALINGEN OMTRENT WEEKEINDE- EN VAKANTIEVERVOER

Artikel 21: Bekostiging van de kosten van het weekeinde en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders

Het college bekostigt desgewenst de kosten van het weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente ingeschreven ouders van de leerling die, met het oog op het volgen van voor hem passend (voortgezet) speciaal onderwijs in een internaat of pleeggezin verblijft, volgens het bepaalde in deze Titel.

Artikel 22: Bekostiging kosten weekeinde en vakantievervoer

  • 1.

    Het college verstrekt aan de ouders bekostiging van de kosten van het weekeindevervoer van de leerling voor de, eenmaal per weekeinde gemaakte, reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voorzover de weekeinden niet vallen binnen de in het tweede lid bedoelde schoolvakanties.

  • 2.

    Het college bekostigt de kosten van het vakantievervoer van de leerling voor de, eenmaal per schoolvakantie van twee dagen of meer, gemaakte reis van het internaat of het pleeggezin waar de leerling verblijft, naar de woning van de ouders en terug, voorzover de vakantie voorkomt in de schoolgids van de school die de leerling bezoekt.

  • 3.

    Titel 3 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van artikel 16, artikel 17, tweede lid, artikel 18, eerste lid onder b, artikel 18, tweede lid, en artikel 20.

TITEL 5: EIGEN BIJDRAGE EN BEKOSTIGING NAAR FINANCIËLE DRAAGKRACHT

Artikel 23: Drempelbedrag

  • 1.

    Aan de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, van wie het inkomen gezamenlijk meer bedraagt dan € 24.300,--, wordt slechts bekostiging verstrekt voorzover de kosten van het vervoer van die leerling de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand te boven gaan.

  • 2.

    In geval het college in plaats van bekostiging in geld toe te kennen het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, betalen de ouders van een leerling die een school voor basisonderwijs of een speciale school voor basisonderwijs bezoekt, per leerling per schooljaar een eigen bijdrage die gelijk is aan de kosten van het openbaar vervoer over de in artikel 11 bepaalde afstand, indien het gezamenlijk inkomen van de ouders meer bedraagt dan € 24.300,--.

  • 3.

    De kosten voor openbaar vervoer, genoemd in het eerste en tweede lid, betreffen de kosten van openbaar vervoer die op grond van de zone-indeling in de regeling die is gebaseerd op artikel 30 , eerste lid, van de Wet personenvervoer 2000, voor de afstand redelijkerwijs zouden worden gemaakt, ongeacht de aanwezigheid van openbaar vervoer of het daadwerkelijk gebruik ervan.

  • 4.

    Het bedrag van € 24.300,--, genoemd in het eerste en tweede lid, wordt jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van het voorafgaande jaar en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 450,-. Het aangepaste bedrag treedt in plaats van het in het eerste en tweede lid genoemde bedrag van € 24.300,--.

  • 5.

    Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.

Artikel 24: Financiële draagkracht

1. Indien de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, wordt de vastgestelde bekostiging verminderd met een van de financiële draagkracht van de ouders afhankelijk bedrag.

2. In geval het college het vervoer zelf verzorgt dan wel doet verzorgen, en de afstand van de woning naar de dichtstbijzijnde toegankelijke school voor basisonderwijs meer dan 20 km bedraagt, betalen de ouders een van de financiële draagkracht afhankelijke bijdrage tot ten hoogste het bedrag van de kosten van het vervoer.

3. De hoogte van het bedrag als bedoeld in het eerste lid en de bijdrage als bedoeld in het tweede lid worden berekend per gezin en zijn afhankelijk van de hoogte van het gecorrigeerde verzamelinkomen van de ouders in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 2001.

Zij bedragen:

 Inkomen in €’s

 Eigen bijdragen in €’s

 0 – 32.500

 Nihil

 32.500- 39.000

 130

 39.000 45.000

 545

 45.000 51.000

 1015

 51.000-58.000

 1.485

 58.000-64.000

 1955

 64.000 en verder

 Voor elke extra € 5.000: € 480 erbij

4. De inkomensbedragen, genoemd in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het indexcijfer van de regelingslonen van volwassen werknemers heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 500,-.

5. De bedragen van de eigen bijdrage, bedoeld in het derde lid, worden met ingang van 1 januari 2014 jaarlijks aangepast aan de wijziging die het consumentenprijsindexcijfer van de reeks alle huishoudens op het onderdeel vervoersdiensten heeft ondergaan ten opzichte van 1 januari van het voorafgaande jaar, en rekenkundig afgerond op een veelvoud van € 5,-.

6. Deze bepaling is niet van toepassing op de leerling voor wie ingevolge Titel 6 een vervoersvoorziening is verstrekt.

TITEL 6: BEPALINGEN OMTRENT HET VERVOER VAN GEHANDICAPTE LEERLINGEN VAN SCHOLEN VOOR PRIMAIR ONDERWIJS EN VOORTGEZET ONDERWIJS

Artikel 25: Bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding

  • 1.

    Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3 verstrekt het college bekostiging op basis van de kosten van openbaar vervoer met begeleiding aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt en die gehandicapt is. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht.

  • 2.

    Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dienen zij bij de beschikking het advies van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken.

  • 3.

    Indien een begeleider meer dan één leerling tegelijk begeleidt, komen slechts de kosten van het openbaar vervoer ten behoeve van één begeleider voor bekostiging in aanmerking.

  • 4.

    In afwijking van het eerste lid verstrekt het college de ouders bekostiging op basis van de kosten van het vervoer per fiets dan wel bromfiets, indien de leerling naar het oordeel van het college, al dan niet onder begeleiding, gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.

Artikel 26: Bekostiging op basis van kosten van aangepast vervoer

  • 1.

    Het college verstrekt bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer aan de ouders van de leerling die een basisschool, speciale school voor basisonderwijs of een school voor voortgezet onderwijs bezoekt, indien

    • a.

      de leerling naar het oordeel van het college gehandicapt is. Ten aanzien van een leerling van een speciale school voor basisonderwijs neemt het college artikel 9 in acht. Of:

    • b.

      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en de leerling met gebruikmaking van openbaar vervoer naar school of terug, meer dan anderhalf uur onderweg is en de reistijd met aangepast vervoer tot 50% of minder van de reistijd per openbaar vervoer kan worden teruggebracht, of:

    • c.

      aanspraak bestaat op bekostiging zoals bedoeld in artikel 25 en openbaar vervoer ontbreekt, tenzij de leerling naar het oordeel van het college al dan niet onder begeleiding gebruik kan maken van het vervoer per fiets, dan wel zelfstandig gebruik kan maken van het vervoer per bromfiets.

  • 2.

    Indien het college de in het vorige lid bedoelde aanvraag niet of slechts gedeeltelijk toekent, dient het bij de beschikking het advies van de permanente commissie leerlingenzorg, de ambulante begeleider of het advies van andere deskundigen te betrekken.

Artikel 27: Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer

  • 1.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten, kan het college de ouders op aanvraag toestaan één of meer leerlingen zelf te vervoeren of te laten vervoeren.

  • 2.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, bekostigt het college aan de ouders die een leerling zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren:

    • a.

      een bedrag op basis van de kosten van het openbaar vervoer met begeleiding, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging op basis van de kosten van het openbaar vervoer, behoudens het bepaalde in het vijfde lid;

    • b.

      een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling binnenland, indien aanspraak zou bestaan op bekostiging van de kosten van aangepast vervoer, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 3.

    Indien toestemming ingevolge het eerste lid aan de ouders is verleend, verstrekt het college aan de ouders die meer dan een leerling tegelijk zelf vervoeren, dan wel laten vervoeren, bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling Binnenland, behoudens het bepaalde in het vierde lid.

  • 4.

    Aan de ouders die één of meer leerlingen laten vervoeren door andere ouders die voor het vervoer van een of meer leerlingen bekostiging ontvangen afgeleid van de Reisregeling binnenland, wordt door het college geen bekostiging verstrekt.

  • 5.

    Indien aanspraak bestaat op bekostiging van de vervoerskosten en het college desgewenst toestaat, dan wel van oordeel is, dat de leerling gebruik kan maken van het vervoer per fiets of bromfiets, verstrekt het college aan de ouders bekostiging van een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de fiets dan wel bromfiets, afgeleid van de Reisregeling binnenland.

TITEL 7: SLOTBEPALINGEN

Artikel 28: Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet

In gevallen, de uitvoering van het leerlingenvervoer betreffende, waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college.

Artikel 29: Afwijken van bepalingen

Burgemeester en wethouders kunnen artikelen van deze verordening buiten beschouwing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang van de leerling leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 30: Intrekking oude regeling

De verordening leerlingenvervoer 2002 gemeente Wijchen wordt ingetrokken.

Artikel 32: Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 4 juli 2013.

Artikel 33: Citeertitel

Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening Leerlingenvervoer 2013 gemeente Wijchen.

Ondertekening

Aldus besloten door de gemeenteraad in zijn openbare vergadering van 27 juni 2013.
Laatstelijk gewijzigd op 27 juni 2013.

Artikelsgewijze toelichting Verordening Leerlingenvervoer 2013 gemeente Wijchen

Artikel 1 Begripsomschrijving

Ad a. De Wet op de expertisecentra onderscheidt de volgende clusters:

  • Cluster 1: onderwijs aan visueel gehandicapte kinderen dan wel meervoudig gehandicapte kinderen met deze handicap.

  • Cluster 2: onderwijs aan dove kinderen, slechthorende kinderen en kinderen met ernstige spraakmoeilijkheden dan wel meervoudige gehandicapte kinderen met een van deze handicaps.

  • Cluster 3: onderwijs aan langdurige zieke kinderen met een lichamelijke handicap, lichamelijk gehandicapte kinderen en zeer moeilijk lerende kinderen dan wel meervoudig gehandicapte kinderen met een van deze handicaps.

  • Cluster 4: onderwijs aan langdurig zieke kinderen anders dan met een lichamelijke handicap, zeer moeilijk opvoedbare kinderen en kinderen in scholen verbonden aan pedologische instituten.

Ad e. Woning. Dit houdt in dat de plaats waar de leerling feitelijk verblijft bepalend is voor het recht op leerlingenvervoer. Dat hoeft niet altijd de plaats te zijn waar de leerling als inwoner staat ingeschreven.

Bij gescheiden ouders kan er sprake zijn van co-ouderschap. In dat geval is er sprake van twee hoofdverblijven.

Als sprake is van tijdelijk verblijf elders, b.v. bij een crisisplaatsing, dan blijft de bekostiging gedurende maximaal 6 weken gehandhaafd. Tevoren moet duidelijk worden aangetoond dat er sprake is van een tijdelijk verblijf. Zo niet, dan is sprake van verhuizing en moet een aanvraag worden ingediend bij de gemeente waar de leerling verblijft.

Ad g. Het schoolrooster is bepalend voor het vervoer. Vervoer van en naar school op andere tijden dan het schoolrooster, b.v. in verband met doktersbezoek of tussentijds ziek worden, is niet mogelijk. In dat geval moeten ouders zelf voor een oplossing zorgen.

Het door de gemeente georganiseerde vervoer vindt plaats van de woning naar school en vice versa. Voor na- of buitenschoolse opvang, gastouderopvang en vervoer naar logeerhuizen wordt geen leerlingenvervoer ingezet. Uiteraard ook niet voor vervoer naar vriendjes, familieleden, sportclubs, muzieklessen, feestjes e.d.

In die gevallen, waarin het alternatieve uitstapadres op de route ligt en er geen meerkosten aan dit vervoer vastzitten, kan de gemeente aan de wens van de ouders tegemoet komen door de leerlingen te laten uitstappen op een ander gewenst adres dan het huisadres. Hieraan kunnen ouders geen enkel recht ontlenen. Als het alternatieve uitstapadres door een wijziging in het vervoerplan niet meer op de route ligt of tot een kostenverhoging leidt, zal de leerling weer op het huisadres worden afgezet.

Ad k. Het organiseren van de begeleiding is een zaak van ouders. Zij hoeven niet persé zelf begeleider te zijn, dat kunnen ook anderen zijn (b.v. familie, buren etc.).

Ad l. De tijd dat de leerling op school aanwezig is vóórdat de lessen beginnen, wordt (met maximum van 10 minuten) niet tot de reistijd gerekend. De eventuele wachttijd aan het eind van de schooldag wordt wel meegerekend bij de totale reistijd.

Ad p. De wet bepaalt dat de gemeenten het vervoer zelf kunnen verzorgen, dan wel doen verzorgen. Er dient een keuze te worden gemaakt tussen één van de drie weergegeven mogelijkheden:

  • 1.

    Een gehele of gedeeltelijke bekostiging van de door het college noodzakelijk geachte vervoerskosten van de leerling en zo nodig diens begeleider.

  • 2.

    De verstrekking van een abonnement voor de leerling en zo nodig diens begeleider, of

  • 3.

    aanbieding van aangepast vervoer dat de gemeente verzorgt of doet verzorgen.

Het leerlingenvervoer kan geheel of gedeeltelijk bekostigd worden. Uitgangspunt is een vergoeding voor de kosten van het openbaar vervoer of het eigen vervoer ((brom)fiets, scootmobiel). Indien dit noodzakelijk is worden ook de kosten van een begeleider vergoed.

Is de leerling door zijn handicap niet in staat om van de eerste twee mogelijkheden gebruik te maken dan is aangepast vervoer mogelijk. In Wijchen gaat het dan om door de gemeente georganiseerd vervoer of eigen vervoer (auto) wanneer het college dit toestaat.

Artikel 2 Bekostiging van de door het college noodzakelijk te achten vervoerskosten

Ad lid 2. De gemeente Wijchen vraagt ouders van leerlingen die worden vervoerd naar scholen die vallen onder de Wet primair onderwijs om een eigen bijdrage (drempelbedrag). Zie hiervoor ook artikel 23.

Ad lid 3. Het is altijd de verantwoordelijkheid van de ouders dat hun kind naar school gaat.

De gemeente is verantwoordelijk voor de bekostiging van het vervoer.

Ad lid 4. Als een leerling meerderjarig is en handelingsbekwaam moet hij zelf leerlingenvervoer aanvragen.

Artikel 3 Bekostiging dichtstbijzijnde toegankelijke school

Ad lid 2. Als er meerdere scholen zijn waar een leerling terecht kan, verstrekt de gemeente alleen bekostiging naar de dichtstbijzijnde school. Als ouders er voor kiezen om hun kind op een school in te schrijven die verder weg ligt, is dat weliswaar hun goed recht, maar dan vergoedt de gemeente alleen de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde school. De meerkosten zijn voor rekening van de ouders.

Mocht de leerling niet op de dichtstbijzijnde school kunnen worden geplaatst omdat er een wachtlijst is, dan gaat de gemeente uit van de volgende dichtstbijzijnde school. Dit geldt zolang er sprake is van een wachtlijst. Zodra de wachtlijst is opgelost, wordt weer bekostiging naar de dichtstbijzijnde school verstrekt. Uiteraard kunnen ouders er voor kiezen om de leerling op de verder weg gelegen school te houden maar ook in dat geval zijn de meerkosten voor hun rekening.

Mocht de dichtstbijzijnde school binnen een afstand van 6 kilometer van de woning liggen (zie artikel 11 en 15) dan bestaat geen recht op leerlingenvervoer en zijn de kosten volledig voor rekening van de ouders.

Ad lid 3. Ouders hebben de vrijheid om te kiezen voor een school met een specifieke godsdienstige of levensbeschouwelijke signatuur (b.v. de Vrije school). Het college zal nadere regels opstellen met betrekking tot de soort bekostiging.

Artikel 5 Aanvraagprocedure

Ad lid 2a. Als de aanvraag voor het nieuwe schooljaar niet tijdig is ingediend kan de gemeente niet garanderen dat het vervoer op tijd zal worden geregeld. Volgens de Algemene wet bestuursrecht heeft de gemeente 8 weken de tijd om de een besluit op de aanvraag te nemen. Ouders zijn in dit geval zelf verantwoordelijk voor het vinden van een oplossing.

Ad lid 2b. Als een aanvraag in de loop van het schooljaar wordt ingediend, gaat de bekostiging in op de gewenste datum, maar nooit voor de datum dat het aanvraagformulier bij de gemeente is geregistreerd.

Bij co-ouderschap dienen beide ouders een aanvraag in voor de dagen dat het kind tijdens de weekdagen bij hen verblijft. Beide aanvragen worden getoetst aan de verordening leerlingenvervoer en worden alleen gehonoreerd als er sprake is van regelmaat en structuur in het verblijf op beide adressen.

Het kan dus voorkomen dat voor de adressen van de ouders verschillend vervoer wordt toegekend of dat slechts voor één adres vervoer kan worden toegekend i.v.m. het niet voldoen aan bijvoorbeeld het afstandscriterium of aan het feit dat de bezochte school vanaf één van de adressen niet de dichtstbijzijnde is.

Het maximale aantal afzetadressen wanneer beide ouders in de gemeente Wijchen wonen, is twee.

Woont één van de ouders in een andere gemeente, dan dient hij/zij aldaar leerlingenvervoer aan te vragen voor de dagen dat het kind daar verblijft.

In de gevallen waar sprake is van gedeeltelijk verblijf bij de ouders en gedeeltelijk verblijf bij een pleegezin, of in de situatie waar sprake is verblijf in 2 pleeggezinnen, wordt gehandeld als ware het co-ouderschap.

Artikel 6 Doorgeven van wijzigingen

Als ouders een wijziging niet tijdig doorgeven, kan de bekostiging worden teruggevorderd. Als er sprake is van taxivervoer kunnen de kosten die de vervoerder de gemeente in rekening brengt voor deze onnodig gereden rit of het onnodig gereden gedeelte ervan, worden verhaald op de ouders.

Artikel 9 Bekostiging naar de dichtstbijzijnde toegankelijke speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband

Voor leerlingen uit Wijchen die een speciale school voor basisonderwijs bezoeken, is sbo De Bolster de dichtstbijzijnde toegankelijke school. Aangezien de enkele reisafstand tussen de woning en deze school minder dan 6 kilometer bedraagt wordt op grond van de kilometergrens, zoals vermeld in artikel 11 onder 1, geen bekostiging verleend.

Als ouders van deze leerlingen kiezen voor een andere sbo-school (bijvoorbeeld in Nijmegen), dan hebben zij hiervoor geen recht op bekostiging.

Voor de leerlingen uit de kerkdorpen Batenburg en Bergharen geldt dat zij kunnen kiezen uit sbo De Bolster in Wijchen of sbo De Dijk in Druten. Aangezien de enkele reisafstand tussen de woning en de school altijd meer bedraagt dan 6 kilometer, bestaat er wel recht op bekostiging.

Artikel 11 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets voor niet-gehandicapte leerlingen in het primair onderwijs

Ad ld 1. In Wet op het primair onderwijs, art. 4 staat dat de gemeente gebruik mag maken van een kilometerafstand van maximaal 6 kilometer. Wij hebben besloten deze afstand te hanteren. Dit wil zeggen dat alleen recht bestaat op bekostiging als de afstand tussen de woning en de dichtstbijzijnde toegankelijke school meer dan 6 kilometer bedraagt.

Artikel 12 Bekostiging van de kosten van vervoer ten behoeve van een begeleider voor niet-gehandicapte leerlingen in het primair onderwijs

Ad lid 1. Als de leerling jonger is dan 9 jaar bestaat aanspraak op aanvullende bekostiging van het vervoer van een begeleider.

Artikel 13 Bekostiging op basis van de kosten van aangepast vervoer voor niet-gehandicapte leerlingen in het primair onderwijs

Ad 13b. Als openbaar vervoer ontbreekt en de leerling kan wel per fiets naar school, maar alleen met begeleiding, dan bestaat geen recht op taxivervoer maar op vergoeding van de kosten van de fiets met begeleiding.

Ouders zijn verantwoordelijk voor het organiseren van de begeleiding.

Als ouders van mening zijn dat zij niet in staat zijn om hun kind te (laten) begeleiden dan moeten zijn dat voldoende aannemelijk maken. Uit rechterlijke uitspraken blijkt dat de zorg voor andere (al dan niet schoolgaande) kinderen in het gezin of het feit dat beide ouders werken, op zichzelf geen reden is om niet voor begeleiding te kunnen zorgen.

Artikel 14 Bekostiging op basis van de kosten van eigen vervoer voor niet-gehandicapte leerlingen in het primair onderwijs

Ad lid 2. Als de leerling met het openbaar vervoer zou kunnen reizen maar ouders er voor kiezen om hem zelf te vervoeren, vergoedt de gemeente de kosten van het openbaar vervoer. Mocht de kilometervergoeding, afgeleid van de Reisregeling binnenland, goedkoper zijn dan worden deze kosten vergoed.

Artikel 15 Bekostiging van de kosten van openbaar vervoer en vervoer per fiets voor leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs

Ad lid 1. Ook voor het (voortgezet) speciaal onderwijs geldt de afstandsgrens van 6 kilometer. Hierbij moet worden aangetekend dat deze bepaling komt te vervallen als de leerling gehandicapt is (zie ook artikel 20 en 1d).

Artikel 20 Bekostiging vervoerskosten van gehandicapte leerlingen naar scholen voor (voortgezet) speciaal onderijs

Artikel 4 lid 7 van de Wet op de expertisecentra (WEC) bepaalt dat gehandicapte leerlingen, die op ander vervoer dan openbaar vervoer zijn aangewezen, op een passende wijze moeten worden vervoerd. In een aantal gevallen zal het voorkomen dat een leerling, gezien zijn handicap, ook over een afstand van minder dan zes kilometer aangepast vervoer moet hebben. In dergelijke gevallen vervalt de afstandsgrens van 6 kilometer.

Artikel 21 Bekostiging van de het weekeinde- en vakantievervoer aan de in de gemeente wonende ouders

Uitgangspunt is dat de ouders van de leerling waarvoor bekostiging van het weekend- en vakantievervoer wordt aangevraagd in Wijchen wonen.

Daarnaast moet de plaatsing in een internaat of pleeggezin noodzakelijk zijn vanwege het volgen van passend onderwijs. Plaatsing om b.v. sociale of medische reden valt niet onder het leerlingenvervoer.

Alleen voor leerlingen in het (voortgezet) speciaal onderwijs bestaat recht op bekostiging. Als een leerling naar het primair onderwijs gaat, valt dat niet onder het leerlingenvervoer.

Wanneer een leerling in aanmerking komt voor weekeinde- en vakantievervoer en er is in de praktijk sprake zijn van individueel vervoer terwijl er geen indicatie voor is, dan vergoedt de gemeente een bedrag op basis van een kilometervergoeding voor de auto, afgeleid van de Reisregeling Binnenland. De gemeente organiseert dan het vervoer niet.

Artikel 22 Bekostiging van de het weekeinde- en vakantievervoer.

Ad lid 3. Ook voor het weekend- en vakantievervoer gelden zaken als afstandsgrens etc.

Artikel 23 Drempelbedrag

De gemeente vraagt een eigen bijdrage voor de bekostiging van het vervoer van leerlingen die naar een school gaan die valt onder de Wet op het primair onderwijs. Dit heet het drempelbedrag. Dit bedrag is gebaseerd op de kosten van het openbaar vervoer.

Het is mogelijk om vrijstelling aan te vragen. Dit is afhankelijk van het gecorrigeerd verzamelinkomen van de ouders twee jaar voorafgaand aan het betreffende schooljaar.

In de verordening 2013 staat het bedrag over 2011 genoemd. Dit bedrag wordt gehanteerd voor het schooljaar 2013/3014. Zowel voor het drempelbedrag als het bedrag van de vrijstelling geldt dat jaarlijks worden geïndexeerd.

Artikel 24 Financiële draagkracht

Naast het drempelbedrag vragen wij een eigen bijdrage van ouders van leerlingen die naar een school voor basisonderwijs gaan die meer dan 20 kilometer van de woning verwijderd is. De in de verordening genoemde bedragen worden jaarlijks geïndexeerd.

Artikel 25, 26 en 27 Bepalingen omtrent het vervoer van gehandicapte leerlingen van scholen voor primair onderwijs en voortgezet onderwijs

Leerlingen die naar het reguliere basis- of voortgezet onderwijs gaan kunnen aanspraak maken op bekostiging van het leerlingenvervoer als er sprake is van een structurele handicap.

Daarbij wordt de mogelijkheid geboden van openbaar vervoer met begeleiding. Mocht dat vanwege de handicap niet mogelijk zijn dan is aangepast vervoer mogelijk.

Er is sprake van een structurele handicap als deze langer duurt dan 3 maanden. Dit is gebaseerd op de termijn zoals het UWV die in het verleden hanteerde.

Artikel 28 Beslissing college in gevallen waarin de regeling niet voorziet

Dit artikel biedt de mogelijkheid om snel in te kunnen spelen op ontwikkelingen die niet in de verordening staan vermeld.

Artikel 29 Afwijking van bepalingen

Dit artikel is bedoeld om onbillijkheden te voorkomen. Het is de hardheidsclausule binnen het leerlingenvervoer.

Er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden. Er wordt gekeken of de specifieke omstandigheden aanleiding geven om af te wijken van de verordening.