Regeling vervallen per 05-06-2009

Beleidsnota Consumentenvuurwerk Zaanstad

Geldend van 09-04-2008 t/m 04-06-2009

Intitulé

BELEIDSNOTA CONSUMENTENVUURWERK ZAANSTAD

1. Inleiding

Op 1 maart 2002 is het naar aanleiding van de vuurwerkramp in Enschede herziene Vuurwerkbesluit in werking getreden. Voor kleinere bedrijven (opslag tot 10.000 kg) die consumentenvuurwerk aan de man brengen geldt op grond van deze regelgeving een minimale (veiligheids)afstand van acht meter tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten (onder kwetsbare objecten worden gebouwen en terreinen verstaan waar zich regelmatig mensen bevinden, dat wil zeggen gebouwen met een woon-, werk-, winkel-, zorg-, onderwijs-, sport- of recreatiefunctie, kerkgebouwen en daarmee gelijk te stellen gebouwen, sport-, kampeer- en recreatieterreinen en daarmee vergelijkbare terreinen. Tot deze objecten worden ook rijkswegen en spoorwegen gerekend). De plaatsen waar vuurwerk wordt opgeslagen en bewerkt vallen onder de Wet milieubeheer. Deze wet behoort tot het beleidsterrein van het ministerie van VROM. Op grond van de Wet milieubeheer moeten vuurwerkbedrijven een milieuvergunning aanvragen, indien er:

x

meer dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk wordt opgeslagen. Bij minder dan 1.000 kilogram consumentenvuurwerk is geen vergunning nodig. Het bedrijf moet de opslag wel melden aan de gemeente;

x

professioneel vuurwerk wordt opgeslagen;

x

vuurwerk wordt bewerkt of vervaardigd.

De milieuvergunning bevat voorschriften om de veiligheid te garanderen voor omwonenden. De gemeente is het bevoegd gezag voor vuurwerkopslagen tot ten hoogste 10.000 kg consumentenvuurwerk. De provincie is het bevoegd gezag, indien er meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk wordt opgeslagen of opslag van professioneel vuurwerk plaatsvindt. De VROM-Inspectie verzorgt de controle 'in de tweede lijn'. Dat betekent dat de VROM-Inspectie toezicht houdt op de gemeenten en de provincies bij de uitvoering van de Wet milieubeheer.

Voor grotere consumentenvuurwerkbedrijven (opslag boven 10.000 kg), is een veiligheidsafstand van 20 tot 48 meter tot (geprojecteerde) kwetsbare objecten van kracht. Deze veiligheidsafstanden moeten in acht worden genomen bij het verlenen van milieuvergunningen en bij het vaststellen van ruimtelijke ordeningsbesluiten. Na de ramp in Enschede is het toezicht op de naleving van wet- en regelgeving verscherpt. Binnen de strengere voorschriften is de opslag van consumentenvuurwerk tot 10.000 kg tussen en onder woningen mogelijk.

Hoewel bij naleving van de voorschriften van het Vuurwerkbesluit feitelijk een veilige situatie gegarandeerd wordt, zijn er andere argumenten waarom vestiging en uitbreiding van een opslag-/ verkooppunt niet altijd wenselijk is. Vanuit het oogpunt van algemene gevoelens van onveiligheid bij burgers, verkeersaantrekkende werking en ruimtebeslag bijvoorbeeld. Daarom is het wenselijk om ten aanzien van verzoeken voor nieuwe vestigingen en uitbreidingen van vuurwerkopslag/ verkoop beleid vast te stellen, voorzover de gemeente bevoegd gezag is (opslag van consumentenvuurwerk tot ten hoogste 10.000 kg), als aanvulling op het gemeentelijk vrijstellingenbeleid in het kader van de Wet op de Ruimtelijke Ordening.

2. Doel

Bestemmingsplan

Dit beleid wordt toegepast bij de beoordeling van het verzoek om vrijstelling van het bestemmingsplan voor een nieuw vuurwerkbedrijf. Dit beleid is niet van toepassing in gebieden waar bestemmingsplannen van toepassing zijn die ruimere mogelijkheden bieden dan hetgeen in dit beleid is vastgelegd. Het beleid wordt analoog toegepast op uitbreidingen van bestaande vuurwerkbedrijven, voorzover die strijdig zijn met het ter plaatse geldende bestemmingsplan.

Bouwverordening Zaanstad

Voorzover er in Zaanstad nog gebieden zijn waar geen bestemmingsplan of daarmee gelijk te stellen regeling geldt, geldt de bouwverordening Zaanstad. Hoewel de bouwverordening geen functies regelt, moeten aanvragen die in dergelijke gebieden vallen, altijd ook voldoen aan de technische eisen in deze verordening, aan de eisen van het Bouwbesluit en van de Wet milieubeheer.

3. Verhouding met de APV en het Vuurwerkbesluit

APV

Op grond van artikel 2.6.2 van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) is het verboden in de uitoefening van een bedrijf of nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder vergunning van het college. Een vergunning kan worden geweigerd in het belang van de openbare orde en in het belang van het voorkomen of beperken van overlast.

De APV is naar haar aard niet het geëigende middel om nieuwe vuurwerkopslag/verkooppunten vanuit het oogpunt van gevoelens van onveiligheid, ruimtebeslag en verkeersaantrekkende werking te reguleren.

Vuurwerkbesluit

Het in acht nemen van veiligheidsafstanden voor de inrichtingen waar vuurwerk wordt opgeslagen,

vervaardigd of bewerkt, speelt een belangrijke rol ten opzichte van kwetsbare objecten en geprojecteerde kwetsbare objecten. Degene die de inrichting exploiteert, moet aan deze afstandsvoorwaarden voldoen. Het bevoegd gezag moet de aangevraagde milieuvergunning weigeren, indien niet wordt voldaan aan de voor de betrokken inrichting geldende veiligheidsafstanden. Ook moet het bevoegd gezag in het kader van een goede ruimtelijke ordening de geldende veiligheidsafstanden in acht nemen bij de vaststelling van bestemmingsplannen, wijzigings- en vrijstellingsbesluiten etc.. Vrijstelling- c.q. vergunningverlening kan derhalve alleen worden verleend als aan de milieutechnische en veiligheidseisen is voldaan.

4. Argumentatie

Gevoel van onveiligheid

Onveiligheid is in dit geval een gevoel, dat sterker wordt naarmate de opslagcapaciteit groter is. Het is een feit dat het opslaan van consumentenvuurwerk veilig is, mits voldaan aan de wettelijke vereisten. Er is geen verschil in eisen tussen opslag in een woonomgeving of daarbuiten. Een goede communicatie is de manier om burgers te benaderen wanneer er sprake is van een ongerechtvaardigd gevoel van onveiligheid. Er is geen reden om dergelijke bedrijven te weren uit een woonomgeving.

Bevolkingsconcentraties

Hoewel grote en kleine bedrijven even veilig zijn, is er wel het argument van bevolkingsconcentraties. Mocht er onverhoopt toch iets mis gaan, dan nemen de effecten meer toe, naarmate de opslagcapaciteit groter is. Dit is een argument om grote opslagplaatsen niet in een drukke woon/winkelomgeving te willen.

Bij kleine opslagplaatsen is dat geen probleem. De praktijk is dat bij kleinere bedrijven sprake is van één kluis/ bufferbewaarplaats* (voor verpakt én onverpakt vuurwerk)*. Dat komt neer op een opslag van niet meer dan 2.000 kg consumentenvuurwerk. Bij een grens van 2.000 kg zal het vaak om 1 bufferbewaarplaats gaan, dus hier mag onverpakt en verpakt vuurwerk worden opgeslagen. Bij meerdere (buffer)bewaarplaatsen of een scheiding van verpakt en onverpakt vuurwerk vindt al snel een verveelvoudiging van de opslagcapaciteit plaats. Dat is in een woon- of winkelomgeving onwenselijk, vanwege de grotere effecten als het toch mis mocht gaan. Dergelijke bedrijven passen beter op de bedrijventerreinen.

Verkeersaantrekkende werking

Vanuit voornoemd argument (bevolkingsconcentraties) passen grote opslagplaatsen/ verkooppunten (gecombineerd) beter op bedrijventerreinen dan in een woon/ winkelomgeving. Grote opslagplaatsen/verkooppunten hebben een verkeersaantrekkende werking tot gevolg. Er moet daarom voldoende parkeergelegenheid zijn. Als gevolg van dit argument zouden grote opslag/ verkooppunten in beginsel moeten worden toegestaan op bedrijventerreinen waar perifere detailhandelsvestigingen mogelijk zijn. In dat verband is het uitgangspunt om deze alleen toe te staan op de bedrijventerreinen Noorderveld, Westerspoor en Zuiderhout. Overigens liggen deze bedrijventerreinen ook in de nabijheid van de route gevaarlijke stoffen en zijn zij goed bereikbaarheid bij eventuele calamiteiten. Westerspoor is geen specifieke perifere detailhandelslocatie, hoewel er meerdere bedrijven zijn gevestigd in de ABC- categorie (auto’s, boten en caravans). Bovendien is er een groot tuincentrum gevestigd (Ranzijn). De verkeersaantrekkende werking en de invloed van een opslagplaats/ verkooppunt op de verkeerscirculatie wordt per aanvraag beoordeeld en naar aanleiding van onder meer deze beoordeling al dan niet toegestaan.

Verkoop vuurwerk

Op grond van het Vuurwerkbesluit is verkoop slechts toegestaan gedurende drie dagen per jaar. De bestemming tot perifere detailhandel sec is niet relevant voor de vraag of gedurende drie dagen per jaar verkoop van vuurwerk wordt toegestaan. Het draait primair om de opslag en de veiligheid daarvan. In combinatie met de verkeersaantrekkende werking is dat een reden om bij grote opslagcapaciteit te kiezen voor bedrijventerreinen. Drie (bepaalde) dagen verkoop per jaar is dusdanig beperkt, dat kan worden gesproken van ondergeschikt gebruik, inherent aan de opslag. Juist omdat dit wettelijk slechts drie (bepaalde) dagen per jaar is toegestaan, is dit niet vergelijkbaar met andere detailhandelsactiviteiten en schept dit geen precedent. Met andere woorden, door vrijstelling van het bestemmingsplan te verlenen en op die manier verkoop van vuurwerk toe te staan op bijvoorbeeld bedrijfsbestemmingen, loopt de gemeente geen risico dat een inbreuk wordt gemaakt op het beleid aangaande (perifere) detailhandel.

Overigens moet voor het hebben c.q. inrichten van een verkoopruimte voldaan worden aan wettelijke vereisten op het gebied van milieu, bouw- en brandveiligheid en zal de omgeving het verkeer aan moeten kunnen. Dit zijn voorwaarden om voor vrijstelling van het bestemmingsplan in aanmerking te komen.

Spreiding en/of maximeren van opslag/ verkooppunten

De markt zelf zorgt voor een natuurlijke spreiding van (legale) vuurwerkopslag/ verkooppunten. Daar waar de markt mogelijkheden biedt door de aanwezigheid van een klantenkring, loont het om de investeringen te doen die noodzakelijk zijn voor de vuurwerkopslag- en verkoop (zie bijlage). Hoe meer opslag/ verkooppunten er zijn, des te kleiner ze zullen zijn. En hoe kleiner de opslag/verkooppunten zijn, hoe beter het in feite is vanuit alle voornoemde argumenten bezien. Het is daarom onwenselijk om het aantal opslag/ verkooppunten te maximeren of een spreiding voor te schrijven en af te dwingen.

Overigens kan de werking daarvan ook maar beperkt zijn, omdat soms binnen bestaande bestemmingsplannen mogelijkheden bestaan en de vestiging van opslag/verkooppunten niet kan worden tegengehouden.

5. Wenselijke situatie

Het voorgaande vertaalt zich ten aanzien van consumentenvuurwerk (aanvullend op de eisen van het Vuurwerkbesluit) in de volgende beleidsuitgangspunten bij de beoordeling van een verzoek om vrijstelling van het bestemmingsplan voor een nieuw of uit te breiden vuurwerkopslagplaats/verkooppunt:

1.

De vrije vestiging van nieuwe bedrijven die consumentenvuurwerk opslaan en verkopen, mits er sprake is van minimaal en maximaal één bufferbewaarplaats en/of een opslagcapaciteit van maximaal 2.000 kg.

2.

De uitbreiding van bestaande bedrijven die consumentenvuurwerk opslaan en verkopen is mogelijk, mits er sprake is van minimaal en maximaal één bufferbewaarplaats en/of een opslagcapaciteit van maximaal 2.000 kg.

3.

Uitgangspunt is dat de opslag/verkooppunten van consumentenvuurwerk door bedrijven die een opslagcapaciteit hebben tussen de 2.000 en 10.000 kg consumentenvuurwerk, alleen worden toegestaan op bedrijventerreinen, waar perifere detailhandel toegestaan is en mits de verkeerssituatie is gewaarborgd gedurende de verkoopperiode. Dergelijke verkooppunten worden alleen toegestaan op de bedrijventerreinen Noorderveld, Westerspoor en Zuiderhout.

4.

Verkoop van vuurwerk gedurende de wettelijke drie dagen per jaar wordt beschouwd als inherent en ondergeschikt aan de opslag. Een detailhandelsbestemming is daarom geen voorwaarde.

6. Vaststelling, citeertitel en publicatie

Deze nota is vastgesteld in de vergadering van ons college op 1 april 2008en kan worden aangehaald onder de naam ‘Beleidsnota Consumentenvuurwerk Zaanstad’. De beleidsnota wordt na vaststelling gepubliceerd in het Zaans Stadsblad en het Gemeenteblad. Datum publicatie:8 april 2008

Bijlage Overzicht verleende vergunningen

Overzicht verleende vergunningen vuurwerkopslag/ verkoop. Voor de nummers 1 tot en met 10 geldt opslag en verkoop van vuurwerk. Op nummer 11 mag momenteel alleen opgeslagen worden.

Naam bedrijf

Adres

Huisnr.

Plaats

aantal kg vergund

1

Filmclub Double You

Vlietsend

4

Krommenie

1.000

2

Snackbar Ruud Patat

Wandelweg

71-A

Wormerveer

2.000

3

Visser

Penningweg

104

Zaandam

10.000

4

Halfords Nederland bv

Westzijde

1-B

Zaandam

1.000

5

Bofi Trade

C.van Uitgeeststraat

2-B

Zaandam

10.000

6

Van Zaane Tweewielers

Westzijde

64

Zaandam

1.000

7

Zaanse Poffertjeskraam

Wilhelminastraat

8

Zaandam

2.000

8

AKZ

Czarinastraat

6-C

Zaandam

5.000

9

Jan Bosse

Noorderhoofdstraat

5

Krommenie

5.000

10

Staphorsius Onderdelen

Guisweg

31-33

Zaandijk

2.000

11

De Vuurwerkgigant

Rosbayerweg

83

Wormerveer

6.722

Voor de locaties 12 (Kleine Tocht 19, Zaandam), 13 (Kleine Tocht 46, Zaandam) en 14 (Dorpsstraat 524 – 526, Assendelft) hebben ondernemers kenbaar gemaakt een opslag-/ verkooppunt te willen realiseren. Deze wensen zijn (nog) niet gehonoreerd.

Voor bijbehorende kaart zie Gemeenteblad 2008 nr. 30. Aanwezig op de afdeling Informatieverzorging.


Noot
*

In het Vuurwerkbesluit wordt niet (meer) gesproken van kluis, maar van bewaarplaats en bufferbewaarplaats. In de bewaarplaats mag alleen verpakt vuurwerk worden opgeslagen en in de bufferbewaarplaats naast verpakt ook onverpakt vuurwerk.

Noot
*

Onverpakt vuurwerk: vuurwerk inclusief het omhulsel en eventuele verpakking, detailhandelsverpakking of assortimentsveroakking, doch exclusief de vervoersverpakking als bedoeld in ADR.