Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zeeland

Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZeeland
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingRegeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand
CiteertitelRegeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpPersoneel

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-02-201601-01-201601-07-2016Art. 1

25-01-2016

Provinciaal Blad, 2016, 771

16000340
17-07-201301-01-2016Art. 1, 5, 6, 7, 8, 9, 10, 11 en 12.

02-07-2013

Provinciaal Blad, 2013, 16

13013604
14-10-200901-10-200917-07-2013Nieuwe regeling

01-10-2009

Provinciaal Blad, 2009, 37

09028232

Tekst van de regeling

Intitulé

Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand

Gedeputeerde staten van Zeeland maken bekend dat zij in hun vergadering van 1 september 2009 onder nummer 45 hebben besloten de Procedureregeling melding misstand provincies in te trekken en de hierna volgende Procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand met bijbehorende Handleiding anoniem melden integriteitschendingen bij Provincies vast te stellen. Het besluit treedt in werking op 1 oktober 2009.

Artikelen
Artikel 1 Definities
  • 1.

    In deze regeling wordt verstaan onder:

    • a.

      vermoeden van een misstand: een vermoeden van

      • 1.

        schending van wettelijke voorschriften of beleidsregels;

      • 2.

        een gevaar voor de gezondheid, de veiligheid of het milieu;

      • 3.

        een onbehoorlijke wijze van functioneren die een gevaar vormt voor het goed functioneren van de openbare dienst;

    • b.

      vertrouwenspersoon: de persoon die als zodanig door de provincie is aangewezen;

    • c.

      de OIO: de Onderzoeksraad Integriteit Overheid, ingesteld voor in ieder geval de sectoren rijk, defensie en politie;

  • 2.

    Tot een misstand wordt niet gerekend een handeling of besluit inzake de rechtspositie van degene die een vermoeden van een misstand meldt.

  • 3.

    Voor de toepassing van de artikelen 2 tot en met 12 wordt degene die anders dan op basis van een ambtelijke aanstelling of een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht bij de provincie werkzaam is, gelijkgesteld met een ambtenaar in dienst van de provincie.

Artikel 2 Interne melding
  • 1.

    De ambtenaar die een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie wil melden doet dat bij zijn direct leidinggevende of, als het vermoeden van een misstand betrekking heeft op zijn direct leidinggevende, bij zijn naast hogere leidinggevende. Indien de ambtenaar melding aan een van zijn leidinggevenden niet wenselijk acht kan hij een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie melden bij een vertrouwenspersoon.

  • 2.

    De gewezen ambtenaar, die een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie wil melden, doet dit bij een vertrouwenspersoon. Hij doet dit uiterlijk binnen twaalf maanden na zijn ontslag bij de provincie. Melding kan alleen worden gedaan indien hij als ambtenaar bij de provincie kennis heeft gekregen van een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie. Voor de toepassing van de artikelen 3 tot en met 12 wordt onder ambtenaar mede verstaan de gewezen ambtenaar die overeenkomstig deze regeling een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie meldt.

  • 3.

    De vertrouwenspersoon, bij wie overeenkomstig het eerste of tweede lid een melding is gedaan, maakt de identiteit van de ambtenaar of gewezen ambtenaar, die de melding heeft gedaan, op diens verzoek niet bekend.

Artikel 3 Behandeling interne melding
  • 1.

    De leidinggevende of de vertrouwenspersoon stelt de provinciesecretaris onverwijld op de hoogte van een bij hem gemeld vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie en van de datum waarop de melding is ontvangen.

  • 2.

    De provinciesecretaris

    • a.

      informeert gedeputeerde staten over de melding;

    • b.

      stuurt een schriftelijke bevestiging van de ontvangst van de melding aan de ambtenaar die de melding heeft gedaan of, in voorkomend geval, aan de vertrouwenspersoon die hem ingevolge het eerste lid van de melding op de hoogte heeft gesteld;

    • c.

      informeert de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad;

    • d.

      zorgt ervoor dat onverwijld een onderzoek naar aanleiding van de melding van een vermoeden van een misstand wordt gestart en dat dit onderzoek niet wordt verricht door een persoon die betrokken is of is geweest bij de vermoede misstand waarop de melding betrekking heeft;

    • e.

      zorgt ervoor dat de identiteit van de ambtenaar die overeenkomstig het bepaalde in artikel 2 een melding heeft gedaan, niet verder bekend wordt dan noodzakelijk is voor de behandeling van de melding.

  • 3.

    Als toepassing is gegeven aan artikel 2, derde lid, stuurt de vertrouwenspersoon de ontvangstbevestiging door aan de ambtenaar.

  • 4.

    Indien de melding betrekking heeft op de provinciesecretaris wijzen gedeputeerde staten voor de uitvoering van diens taken op grond van dit artikel een vervanger aan.

Artikel 4 Oordeel naar aanleiding van de interne melding
  • 1.

    Binnen acht weken na de melding van een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie stellen gedeputeerde staten de ambtenaar of, in voorkomend geval, de vertrouwenspersoon, alsmede de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, schriftelijk en gemotiveerd in kennis van de bevindingen van het onderzoek, van hun oordeel daarover en van de eventuele consequenties die zij daaraan verbinden.

  • 2.

    De in het eerste lid genoemde termijn van acht weken kan met maximaal vier weken worden verlengd. De ambtenaar of, in voorkomend geval, de vertrouwenspersoon, alsmede de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, worden daarvan schriftelijk in kennis gesteld.

Artikel 5 Externe melding
  • 1.

    De ambtenaar kan het vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie melden bij de OIO, indien:

    • a.

      hij het niet eens is met het oordeel, bedoeld in artikel 4;

    • b.

      hij geen oordeel heeft ontvangen binnen de termijnen, bedoeld in artikel 4.

  • 2.

    De ambtenaar doet de melding schriftelijk binnen zes weken na ontvangst van het oordeel, bedoeld in artikel 4, dan wel binnen zes weken na afloop van de in artikel bedoelde termijnen als hij binnen die termijnen het oordeel niet heeft ontvangen.

  • 3.

    In afwijking van het bepaalde in artikel 2 kan de ambtenaar een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie rechtstreeks schriftelijk melden bij de OIO, indien zwaarwegende belangen toepassing van dat artikel in de weg staan. Het bepaalde in de tweede en derde volzin van artikel 2, tweede lid, is van toepassing.

Artikel 6 De Onderzoeksraad Integriteit Overheid (OIO)

Er is een onderzoeksraad. Als zodanig treedt op de OIO.

Artikel 7 Taak en werkwijze van de OIO
  • 1.

    De OIO heeft tot taak een door een ambtenaar gemeld vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie te onderzoeken en gedeputeerde staten daaromtrent te adviseren.

  • 2.

    De OIO besluit bij meerderheid van stemmen.

  • 3.

    De OIO

    • a.

      bevestigt schriftelijk de ontvangst van de melding aan de ambtenaar die de melding heeft gedaan;

    • b.

      informeert schriftelijk gedeputeerde staten over de melding;

    • c.

      informeert schriftelijk de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang kan worden geschaad.

  • 4.

    De OIO maakt de identiteit van de ambtenaar die overeenkomstig artikel 5 een melding heeft gedaan, op diens verzoek niet bekend.

Artikel 8 Onderzoek OIO
  • 1.

    Indien de OIO dit voor de uitoefening van haar taak noodzakelijk acht stelt zij een onderzoek in.

  • 2.

    Gedeputeerde staten verstrekken de OIO alle inlichtingen die zij voor de vorming van haar oordeel en advies nodig acht. Wanneer de inhoud van bepaalde door gedeputeerde staten verstrekte informatie vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van de OIO dient te blijven, wordt dit aan de OIO medegedeeld.

Artikel 9 Niet ontvankelijkheid
  • 1.

    De OIO adviseert gedeputeerde staten binnen acht weken schriftelijk en gemotiveerd de melding van een vermoeden van een misstand in de provinciale organisatie niet ontvankelijk te verklaren, indien:

    • a.

      er naar het oordeel van de OIO geen sprake is van een misstand of van een misstand van voldoende gewicht;

    • b.

      de ambtenaar de procedure, bedoeld in artikel 2 niet heeft gevolgd, tenzij hij de melding naar het oordeel van de OIO op goede gronden rechtstreeks schriftelijk aan de oio heeft gedaan als bedoeld in artikel 5, derde lid;

    • c.

      de ambtenaar de procedure, bedoeld in artikel 2 wel heeft gevolgd, maar de termijnen als bedoeld in artikel 4 nog niet zijn verstreken en er nog geen oordeel van gedeputeerde staten is ontvangen als bedoeld in artikel 4.

  • 2.

    De OIO zendt de ambtenaar een afschrift van het advies.

Artikel 10 Inhoudelijk advies OIO
  • 1.

    Indien de OIO het gemeld vermoeden van een misstand ontvankelijk acht legt zij binnen acht weken haar bevindingen schriftelijk en gemotiveerd neer in een advies aan gedeputeerde staten.

  • 2.

    De OIO kan de in het eerste lid genoemde termijn van acht weken met maximaal vier weken verlengen. De OIO stelt gedeputeerde staten en de ambtenaar van deze verlenging in kennis.

  • 3.

    De OIO zendt de ambtenaar een afschrift van het advies met inachtneming van het mogelijk vertrouwelijke karakter van aan de OIO verstrekte inlichtingen.

  • 4.

    Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het eventueel vertrouwelijk karakter van aan de OIO verstrekte informatie en van de ter zake geldende wettelijke bepalingen openbaar gemaakt op een wijze die de OIO geëigend acht, tenzij naar het oordeel van de OIO zwaarwegende belangen zich daartegen verzetten. Kosten van de openbaarmaking komen ten laste van de provincie.

  • 5.

    Het advies van de OIO wordt niet eerder openbaar gemaakt dan nadat gedeputeerde staten hun standpunt over het gemelde vermoeden van een misstand en over het daarop betrekking hebbende advies van de OIO aan de ambtenaar hebben medegedeeld.

  • 6.

    Indien de OIO oordeel is dat er sprake is van een situatie die onmiddellijk optreden noodzakelijk maakt, adviseert zij gedeputeerde staten om, lopende het onderzoek, passende voorlopige maatregelen te treffen.

Artikel 11 Standpunt naar aanleiding van het advies van de OIO
  • 1.

    Gedeputeerde staten bepalen op basis van het advies van de OIO, bedoeld in de artikelen 9 en 10, hun standpunt omtrent het gemeld vermoeden van een misstand en stellen de ambtenaar, de OIO en de persoon of personen op wie de melding betrekking heeft, binnen vier weken na ontvangst van dit advies, schriftelijk op de hoogte van hun standpunt.

  • 2.

    Als toepassing is gegeven aan artikel 7, vierde lid, stuurt de OIO het standpunt van gedeputeerde staten door aan de ambtenaar.

Artikel 12 Jaarverslag
  • 1.

    De OIO stelt jaarlijks een verslag op en biedt dit aan gedeputeerde staten aan.

  • 2.

    In dat verslag worden in geanonimiseerde vorm vermeld:

    • a.

      het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een misstand;

    • b.

      het aantal meldingen dat niet tot een onderzoek heeft geleid;

    • c.

      het aantal ondernomen onderzoeken dat de OIO heeft verricht, en

    • d.

      het aantal adviezen en de aard van de adviezen die de OIO heeft uitgebracht.

Artikel 13 Bescherming ambtenaar tegen benadeling
  • 1.

    Onder nadelige gevolgen als bedoeld in artikel 125 quinquies, derde lid, van de Ambtenarenwet worden in ieder geval verstaan besluiten ten aanzien van de ambtenaar die strekken tot:

    • a.

      het verlenen van ongevraagd ontslag;

    • b.

      het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd;

    • c.

      het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een aanstelling voor onbepaalde tijd;

    • d.

      de opgelegde benoeming in een andere functie;

    • e.

      het treffen van ordemaatregelen, schorsing en disciplinaire straffen als bedoeld in hoofdstuk G van de CAP;

    • f.

      het onthouden van een salarisverhoging, van een incidentele beloning voor prestaties of extra inzet en van toelagen, uitkeringen of vergoedingen als bedoeld in hoofdstuk C van de CAP;

    • g.

      het onthouden van promotiekansen en

    • h.

      het afwijzen van een verlofaanvraag, voor zover dit besluit wordt genomen vanwege een door de ambtenaar gedane melding overeenkomstig deze regeling.

  • 2.

    Gedeputeerde staten dragen ervoor zorg dat de ambtenaar ook anderszins bij de uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen ondervindt van de door hem gedane melding overeenkomstig deze regeling.

  • 3.

    Het bepaalde in het eerste en tweede lid is van overeenkomstige toepassing op de ambtenaar die te goeder trouw een vermoeden van een misstand in een andere dan de provinciale organisatie volgens de in die organisatie geldende regels bij die organisatie heeft gemeld. De bescherming geldt slechts als de ambtenaar

    • a.

      uit hoofde van zijn functie met die organisatie samenwerkt of heeft samengewerkt;

    • b.

      uit hoofde van zijn functie kennis heeft gekregen van de misstand die wordt vermoed;

    • c.

      het vermoeden van de misstand in die andere organisatie tijdig vooraf bij zijn leidinggevende heeft gemeld, en

    • d.

      zich heeft gehouden aan de afspraken die de provincie met hem heeft gemaakt en de aanwijzingen die de provincie hem heeft gegeven ter zake van eventuele melding van de vermoede misstand.

Artikel 14 Bescherming vertrouwenspersoon tegen benadeling

De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in artikel 13, eerste en tweede lid, tegen benadeling als gevolg van het uitoefenen van zijn in deze regeling vastgelegde taken.

Artikel 15 Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als Regeling procedure en bescherming bij melding van vermoedens van een misstand.

Handleiding anoniem melden integriteitschendingen bij Provincies

Burgers en ambtenaren hebben de mogelijkheid om vermoedens van integriteitschendingen te melden. Bij deze meldmogelijkheden wordt de identiteit van de melder in de meeste gevallen bekend bij bijvoorbeeld degene op wie de melding betrekking heeft, diens leidinggevende, de algemeen directeur enzovoorts. Dit is in principe prima omdat dan ook hoor en wederhoor kunnen plaatsvinden en een nader onderzoek gestart kan worden. Het kan echter ook voorkomen dat personen om welke reden dan ook niet willen dat hun identiteit bekend wordt. Om ook deze personen de mogelijkheid te bieden om vermoedens van integriteitschendingen te melden is voorzien in de mogelijkheid om anoniem te melden.

 

Op 19 juni 2008 heeft het IPO-bestuur, conform het advies van de BOAG Middelen, besloten om als gezamenlijke provincies gebruik te gaan maken van de mogelijkheid voor provinciepersoneel en burgers om integriteitschendingen anoniem te melden bij het meldpunt Meld Misdaad Anoniem (hierna: M.). Daarmee is volgens het IPO-bestuur een eenduidige, zorgvuldige en trans­parante procedure van anoniem melden van integriteitschendingen ge­waarborgd. Om de implementatie voor te bereiden is een werkgroep met vertegenwoordigers van de provincies Gelderland, Drenthe, Friesland, Zeeland en Limburg en M. gevormd. Deze werkgroep heeft deze handleiding opgesteld.

 

In deze handleiding wordt het instrument anoniem melden integriteitschendingen toegelicht en wordt aangegeven wat binnen een organisatie minimaal geregeld moet zijn om het anoniem melden van integriteitschendingen via M. mogelijk te maken en een goed en zorgvuldig vervolg te geven aan een anonieme melding.

Wijze van indiening anonieme melding

Anonieme meldingen kunnen gedaan worden bij M. op telefoonnummer 0800-7000. Bij M. werken gekwalificeerde medewerkers die meldingen aannemen. Hierbij geldt dat meldingen voldoende concreet moeten zijn en bijvoorbeeld doorgevraagd zal worden over wie het gaat en wat er waar, wanneer en hoe is gebeurd. De anonimiteit van de melder wordt te allen tijde gewaarborgd. Dit betekent ook dat in voorkomende gevallen een melding niet wordt aangemaakt als daarmee de identiteit van de beller bekend zou kunnen raken. Een melder zal, wanneer er geen reden is om anoniem te blijven, geadviseerd worden om niet-anoniem te melden.

 

Meldingen die bij M. binnenkomen en die behandelbaar zijn zullen op uiterst vertrouwelijke wijze worden overgedragen aan de organisatie die verantwoordelijk is voor de verdere behandeling. Hiertoe maakt M. een melding aan in het beveiligde informatiesysteem van M. De aangewezen persoon in de organisatie krijgt vervolgens een brief met uitleg over de wijze waarop de melding opgehaald kan worden uit het systeem. Daarnaast ontvangt men ook een email op het persoonlijke emailadres. De gegevens uit de brief en de email tezamen geven een eenmalige toegang tot het informatiesysteem om de melding te kunnen inzien en op te halen.

Wie kunnen anoniem melden?

Zowel burgers als ambtenaren kunnen anoniem melden. Dit betekent dat ambtenaren zowel de indiener als "het onderwerp" van een anonieme melding kunnen zijn.

Afhandeling anonieme meldingen

Voor wat betreft de afhandeling van anonieme meldingen wordt aangehaakt bij de werkwijze bij niet-anonieme meldingen. Het feit dat het een anonieme melding betreft heeft wel tot gevolg dat er enerzijds extra / speciale eisen worden gesteld aan de afhandeling en anderzijds dat de mogelijkheden om onderzoek te verrichten beperkt zijn. Voor de werkwijze bij niet-anonieme meldingen wordt verwezen naar de klokkenluiderregeling en het specifieke beleid van de betreffende organisatie.

 

Met betrekking tot de klokkenluiderregeling wordt voor de volledigheid opgemerkt dat in de toelichting op de nieuwe model klokkenluiderregeling van het IPO wordt ingegaan op anoniem melden in relatie tot de klokkenluiderregeling.

 

Voor meer informatie over het onderzoeken van mogelijke integriteitschendingen wordt verwezen naar de handleidingen en leidraden van het Bureau Integriteitbevordering Openbare Sector (BIOS). Meer in het bijzonder wordt verwezen naar de "Handreiking melding integriteitschending". Alle handleidingen en leidraden van het BIOS zijn beschikbaar via hun internetsite www.integriteitoverheid.nl.

Vangnet

Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat niet-anoniem melden de voorkeur blijft hebben en het uitgangspunt blijft omdat alleen dan een optimale behandeling van de melding kan plaatsvinden. De mogelijkheid om anoniem te melden moet worden gezien als een vangnet.

Andere meldmogelijkheden en onderlinge verhoudingen

Zoals hierboven gesteld gaat de voorkeur uit naar het niet-anoniem melden. Bij alle provincies zijn regelingen vastgesteld met betrekking tot het melden van misstanden / integriteitschendingen. Voor ambtenaren betekent dit dat zij zich kunnen wenden tot hun leidinggevende of een vertrouwenspersoon en/of gebruik kunnen maken van de klokkenluiderregeling. Burgers (en dus ook ambtenaren als burger) kunnen gebruik maken van de klachtenregeling (klachten als bedoeld in hoofdstuk 9 Algemene wet bestuursrecht).

Het is belangrijk dat voor iedereen duidelijk is welke procedure wanneer gevolgd kan of moet worden en wat de onderlinge samenhang is. Voor het afhandelen van anonieme meldingen is geen speciale procedure vastgesteld. Het is aan het betreffende bestuursorgaan om, met inachtneming van de omstandigheden van het geval en het eventueel geldende wettelijke kader, te beslissen hoe een anonieme melding afgehandeld moet worden.

Geadviseerd wordt om, als dit mogelijk is, aansluiting te zoeken bij de werkwijze bij niet-anonieme meldingen. Zie in dit kader ook de toelichting bij de nieuwe klokkenluiderregeling.

Verantwoordelijkheden bij afhandeling (anonieme) meldingen

Hierboven is de wijze waarop (anonieme) meldingen worden afgehandeld door een organisatie aan de orde geweest. Een duidelijke procedure betekent dat ook duidelijk moet zijn wie een rol spelen bij de behandeling van een (anonieme) melding en wie in welke fase verantwoordelijk is. Het verdient aanbeveling dit schematisch in kaart te brengen. Hierdoor zal ingeval van een melding direct duidelijk zijn wie wanneer wat moet doen.

Communicatie over het (anoniem) melden van integriteitschendingen

Het is van belang om zowel de eigen medewerkers als burgers adequaat te informeren over de mogelijkheid om vermoedens van integriteitschendingen (anoniem) te melden. Het gaat er uiteindelijk om of mensen voldoende vertrouwen in deze mogelijkheden hebben. Dat vertrouwen bepaalt of ze er daadwerkelijk gebruik van gaan maken of niet. Uitleg over hoe er precies wordt omgegaan met een melding is bijvoorbeeld een goed middel om het vertrouwen te vergroten.

 

Introductie van de anonieme meldmogelijkheid via M. dient bij voorkeur niet als een apart traject te worden weggezet, maar als onderdeel van (de communicatie over) het integriteitbeleid van de provincie. Het melden via M. staat dan niet centraal, maar het waarborgen van integriteit en de diverse mogelijkheden om vermoedens van schendingen te melden. In bijlage 2 bij deze handleiding treft u hierover het advies van Stichting M. aan dat u kan helpen bij het bepalen van uw communicatiestrategie over (anoniem) melden.

Voor meer informatie over communicatie over anoniem melden kan de "Leidraad communicatie anoniem melden integriteitschendingen via M." (april 2008) geraadpleegd worden. Deze handleiding is te vinden bij de handleidingen en leidraden van het BIOS op hun internetsite www.integriteitoverheid.nl.

Registratie van (anonieme) integriteitschendingen

Eerder is (onder andere) bij alle provincies nadrukkelijk aandacht gevraagd voor de uniforme registratie van integriteitschendingen. Hiertoe is het "landelijk modelformulier registratie integriteitschendingen", het boekje "Registratie integriteitschendingen openbaar bestuur en politie" en de folder "Zicht op integriteit" uitgebracht. Aanbevolen wordt gebruik te maken van het landelijke modelformulier. Ook anonieme meldingen kunnen door middel van dit landelijke modelformulier geregistreerd worden.

 

Anoniem melden van integriteitschendingen in relatie tot het brede integriteitbeleid

Het anoniem melden van integriteitschendingen vormt slechts een klein onderdeel van het integriteitbeleid in het geheel. Het is belangrijk dat de mogelijkheid om anoniem te melden ook wordt ingevoerd als onderdeel van- en wordt ingepast in het bestaande integriteitbeleid. Het heeft weinig zin om de mogelijkheid om anoniem te melden open te stellen als het overige integriteitbeleid en de overige meldmogelijkheden niet op orde of onvoldoende bekend zijn.

 

De mate waarin organisaties het integriteitbeleid op orde hebben verschilt van organisatie tot organisatie. Dit is een eigen verantwoordelijkheid waar deze handleiding niet op ziet. Enkele leden van de werkgroep anoniem melden zullen gezamenlijk het integriteitbeleid van hun organisaties in de volle breedte tegen het licht houden. Hierbij zal bekeken worden wat wel en wat niet goed geregeld is. De deelnemers zullen nadenken hoe de zaken die nog niet goed geregeld zijn opgepakt kunnen worden. Tips en best practices zullen uitgewisseld worden.

Meer informatie

Voor meer informatie over anoniem melden in het algemeen kunt u terecht bij M. op het telefoonnummer 0800-7000 of 088-5543210.

Aldus vastgesteld in de vergadering van provinciale staten van 2 oktober 2009,

Gegeven te Middelburg,

Provinciale Staten voornoemd,

drs. K.M.H. PEIJS, voorzitter.

mr. P.R.A. KATSBURG MPM, griffier.

Uitgegeven, 27 oktober 2009

De provinciesecretaris,

Mr. drs. L.J.M. Verdult