Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Zoeterwoude

Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoeterwoude houdende regels omtrent de leefomgeving Beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude: Dichtbij en verantwoordelijk, 2014-2018

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieZoeterwoude
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBeleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoeterwoude houdende regels omtrent de leefomgeving Beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude: Dichtbij en verantwoordelijk, 2014-2018
CiteertitelBeleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude: Dichtbij en verantwoordelijk, 2014-2018
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Inclusief de aanvulling op: hoofdstuk 4: van kaders naar uitvoering; paragraaf 4.2: Doelstellingen en acties.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Wet Vergunningverlening Toezicht en Handhaving

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

30-03-2018artikel 4.2, toelichting

13-03-2018

Gemeenteblad 2018, 1562

.
02-12-201430-03-2018Onbekend

02-12-2014

Gemeenteblad van 19 februari 2015.

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Beleidsregels van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zoeterwoude houdende regels omtrent de leefomgeving Beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude: Dichtbij en verantwoordelijk, 2014-2018

 

 

Hoofdstuk 1 Inleiding

 

Voor u ligt het Beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude: Dichtbij en verantwoordelijk.

 

De wet Vergunningverlening Toezicht en Handhaving (VTH) geeft aan dat aan zowel vergunningverlening, toezicht als handhaving een beleid ten grondslag moet liggen. Binnen Zoeterwoude vindt handhaving al een aantal jaren plaats op basis van vastgesteld beleid. Voor vergunningverlening was er geen beleid opgesteld.

 

De Wet gaat er vanuit dat prioritering van vergunningverlening, toezicht  en handhaving op een objectieve wijze geschiedt zoals omschreven in vastgesteld beleid. Gedurende het kalenderjaar dient te worden gemonitord of de in het beleid omschreven doelstellingen worden gehaald of dat bijgestuurd moet worden.

 

Binnen dit beleid gaan vergunningverlening, toezicht en handhaving hand in hand. Immers daar waar de gemeente de prioriteit legt bij vergunningverlening dient dit een vervolg te krijgen bij toezicht en handhaving. Alleen op deze wijze kan inbedding van prioriteiten plaatsvinden.

 

In dit beleidsplan worden allereerst de kaders opgenomen op basis waarvan prioritering plaatsvindt. Vervolgens wordt uitgewerkt wat dit praktisch gezien voor gevolgen heeft voor vergunningverlening toezicht en handhaving, de wijze waarop hierop wordt gemonitord en bijgestuurd.

 

Dit beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude sorteert voor op de nog te ontwikkelen Omgevingsvisie (regio) en het Omgevingsplan (lokaal). Omdat de ontwikkeling van deze twee onderwerpen nog even op zich laat wachten (verwachting 2015-2016) is ervoor gekozen om, redenerend vanuit de kaders uit de wet VTH én de toekomstige Omgevingswet, een beleidsplan voor de fysieke leefomgeving op te stellen. Uiteraard vormt de huidige regelgeving vanuit de WABO/Bor, WRO en wet VTH de basis. Naast de wettelijke kaders spelen de kaders voor de fysieke leefomgeving zoals opgenomen in het coalitieprogramma/collegeprogramma een belangrijke rol.

 

Dit beleidsplan op de fysieke leefomgeving wordt een maal per vier jaar opgesteld. Omdat de door het bestuur gestelde uitgangspunten leidend zijn, loopt de duur van het beleidsplan gelijk aan die van de bestuurlijke periode van de raad (2014-2018).

Hoofdstuk 2 De fysieke leefomgeving

Een goede fysieke leefomgeving moet er toe leiden dat bewoners en gebruikers van de openbare ruimte hun leefomgeving als schoon en aantrekkelijk ervaren, zodat ze er graag wonen, werken en verblijven. Daarbij gaat het om bijvoorbeeld milieuaspecten, zoals geluid- en stankoverlast, de aanpak van bodemvervuiling, veiligheidsrisico's van bedrijvigheid en afvalinzameling, maar ook over de aanwezigheid en kwaliteit van groen en de bebouwing in de leefomgeving. Ook de Drank- en horecawet en APV vallen onder de paraplu van de fysieke leefomgeving en vormen onderdeel van dit beleidsplan.

Artikel 2.1 De fysieke leefomgeving en de wet

De WABO/Bor en Wro en de wet VTH rechten zich onder andere op borging van de kwaliteit van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Naast het stellen van eisen aan de kwaliteit en de kwantiteit van de uitvoerende organisatie, richt de wet zich op een gesloten cirkel van een beleidscyclus en uitvoeringscyclus (visie, doelen, en prioriteiten, strategie, programma en verslag, evaluatie, werkwijze, uitvoering en monitoring).

 

De Omgevingswet richt zich op het vereenvoudigen van regelgeving met betrekking tot de fysieke leefomgeving in de meest brede zin van het woord. Het doel van de Omgevingswet is ruimte creëren waardoor slagvaardig en flexibel kan worden ingespeeld op initiatieven. De basis is vertrouwen in plaats van vanuit wantrouwen zoveel mogelijk regels opstelle

 

Artikel 2.2 De fysieke leefomgeving en het coalitieprogramma

In het coalitieprogramma 2014-2018 en het hierop aansluitende collegeprogramma staat  over de fysieke leefomgeving het volgende opgenomen. Vergunningverlening, toezicht  en handhaving vinden gestructureerd en consequent plaats op basis van actuele wetgeving. Regelgeving wordt waar mogelijk vereenvoudigd ten dienste van burgers, bedrijven en organisaties. Binnen de bebouwde kom vindt alleen nieuwbouw plaats bij herstructurering. Buiten bebouwde kom vindt alleen nieuwbouw plaats in Meerburg en Zwethof.

 

Nieuwe vormen van bedrijvigheid kunnen zich voldoende ontwikkelen binnen de bestaande planologische kaders.

 

Het bestuur wil in een vroegtijdig stadium in gesprek gaan met burgers, instellingen en bedrijven, hen uit nodigen en faciliteren om gezamenlijk initiatieven op te pakken en te ontwikkelen. Daarnaast worden burgers vroegtijdig betrokken bij veranderingen in de woonomgeving. Zij worden vervolgens goed geïnformeerd over de besluitvorming hierover.

 

De economische en recreatieve functie van het Groene Hart wordt bevorderd.  Er vindt een dialoog plaats met agrariërs en andere betrokkenen over intensieve veehouderij, landschappelijke inpassing, dierenwelzijn, milieu en recreatieve ontwikkelingen. Daarnaast wordt aangegeven dat het Groene Hart zijn karakter dient te behouden.

 

Afvalinzameling is ingericht met focus op recycling. Burgers en bedrijven worden gestimuleerd om afvalstromen zoveel mogelijk bij de bron aan te pakken.

 

Er moet aandacht zijn voor leefbaarheid en voldoende ruimte voor groen en speelgelegenheid.

 

Rode draad in deze kaders is vereenvoudiging van regelgeving ten behoeve van de burgers en bedrijven waardoor initiatieven en bedrijvigheid zich kunnen ontwikkelen. Daarnaast ligt de focus op het behoud van het landelijk gebied.

 

Uit deze zaken vloeit voort dat vergunningverlening, toezicht en handhaving gestructureerd plaats moeten vinden en het landelijk gebied behouden dient te worden met oog voor de belangen van agrariërs, dierenwelzijn, milieu en recreatieve ontwikkelingen.

Artikel 2.3 De fysieke leefomgeving en de gebruikers

Binnen de fysieke leefomgeving moet het belang van alle gebruikers zo goed mogelijk worden gediend. Het mag duidelijk zijn dat deze belangen zeer tegenstrijdig kunnen zijn. Dat wat voor de ene inwoner belangrijk is, kan voor de ander van zeer ondergeschikt of geen belang zijn.

 

De roep om een terugtredende overheid is groot. Dit uit zich in de grote vraag naar deregulering. De burger vraagt om meer vrijheid en minder regeldruk, maar vraagt wel om een waarborging van de fysieke veiligheid en de volksgezondheid en leefbaarheid als basis. Dit wordt bevestigd op momenten dat zich een incident voor doet in de fysieke leefomgeving.

 

De overheid heeft daarom in haar terugtredende rol vooral een taak waar het gaat om de veiligheid en de volksgezondheid en leefbaarheid en gaat uit van vertrouwen. Dit uit zich onder andere in de uitbreiding van de mogelijkheid voor vergunningvrij bouwen, het steeds ruimer worden van het gebied voor welstandsvrij bouwen etc.

 

Inwoners en bedrijven beseffen steeds meer dat zij zelf de eigenaar zijn  van de fysieke leefomgeving en zij voelen zich steeds meer verantwoordelijk voor een goede staat van deze leefomgeving. Rekening houdend met de eigen belangen en die van andere inwoners en bedrijven. Dit schept ruimte voor initiatieven en brengt verantwoordelijkheid met zich mee ten opzichte van anderen.

 

Hoofdstuk 3 Visie op en kaders voor de fysieke leefomgeving

Artikel 3.1 Visie op de fysieke leefomgeving

De verschillende wetten, belangen en behoeften gericht op de fysieke leefomgeving vragen om het maken van keuzes. Waar ligt de verantwoordelijkheid bij de gemeente Zoeterwoude en waar ligt dit bij de burgers zelf? Hiertussen ligt uiteraard een grijs gebied. De uitdaging is om hier goed mee om te gaan. De uitgangspunten van de wetgeving, het coalitieprogramma en het belang van de burgers binnen de fysieke leefomgeving worden omvat in de volgende visie:

 

Zoeterwoude werkt mee aan en faciliteert de door haar burgers en bedrijven ingebrachte ontwikkelfaciliteiten en beperkt zich hierbij tot het algemeen belang, waarbij zij de hoogste prioriteit geeft aan een fysiek veilige leefomgeving waarin een goede volksgezondheid en leefbaarheid  is gewaarborgd met in achtneming van wet en regelgeving. De ligging van Zoeterwoude binnen het Groene Hart vraagt om extra aandacht voor het behoud van de unieke landelijke omgeving.

 

Artikel 3.2 Kaders voor de fysieke leefomgeving

Om op een goede wijze uitvoering te kunnen geven aan dit beleidsplan en deze te vertalen naar de taken van de gemeente voor de fysieke leefomgeving, zijn kaders gesteld. Het doel van deze kaders is om als overheid toetsbaar en transparant te zijn, waarbij ongewenste situaties worden voorkomen.

 

  • 1.

    Vergunningverlening, toezicht en handhaving: twee kanten van de medaille:

    Daar waar bij vergunningverlening de focus vanuit veiligheid en volksgezondheid en leefbaarheid wordt gelegd zet zich dit consequent door in toezicht en handhaving. Vergunningverlening, toezicht en handhaving vinden plaats op basis van prioriteitstelling.

     

  • 2.

    Ruimte geven waar kan, consequent en effectief optreden waar moet

    Deregulering, de verruiming van vergunningvrij bouwen, vermindering van de welstandseisen én de toekomstige verruiming van het bestemmingsplan (straks Omgevingsplan) geven veel ruimte voor ontwikkeling op maat. Verschil kan en mag er zijn. De regels vanuit wetgeving, fysieke veiligheid, volksgezondheid, leefbaarheid én het behoud van de landschappelijke omgeving dienen wel te worden nageleefd. Deze regels worden bewaakt en daar waar nodig zal consequent en effectief worden opgetreden. Vastgestelde regels zijn leidend maar uitzonderingen zijn mogelijk mits deze transparant, gemotiveerd en niet willekeurig zijn. Het bestaan van regels betekent niet dat wij zelf stoppen met nadenken.

     

  • 3.

    Duidelijke communicatie als basis bij vergunningverlening, toezicht en handhaving

    Duidelijke communicatie vergroot het acceptatievermogen en naleefgedrag. Duidelijkheid betekent ook heldere regels en waar mogelijk minder regels. Goede voorlichting aan inwoners en bedrijven en consequent gedrag biedt houvast voor burgers en bedrijven. Hierbij staan “afspraak is afspraak” en “verantwoordelijkheid in gezamenlijkheid” centraal.

 

  • 4.

    Integraal en effectief

    De medewerkers hebben allen hun eigen specialisme. Integraliteit en samenwerking van de verschillende vakdisciplines staan voorop.

     

    Voor de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening toezicht en handhandhaving zijn zware kwaliteitseisen gesteld. Samenwerking met (overheids)partners in de regio is daardoor een vereiste. Het gebruiken van elkaars expertise staat hierbij centraal.

     

    Voor kennisdeling op het gebied van vergunningverlening en voor toezicht en handhaving worden regionale klankbordgroepen ingesteld. Deze komen 2-4 maal per jaar bijeen om kennis en ervaring te delen.

 

Hoofdstuk 4 Doelstellingen en acties

Om uitvoering te kunnen geven aan de visie en de kaders worden deze vertaald naar ambities, doelstellingen en acties.

 

Artikel 4.1 Ambitie:

Zoeterwoude zet zich primair in voor de belangen van burgers en bedrijven door de hoogste prioriteit te schenken aan de fysieke veiligheid, de volksgezondheid en leefbaarheid. Daarbij is het behoud van de landelijke omgeving een belangrijke kernwaarde. De prioritering van alle VTH activiteiten is aan deze ambitie gekoppeld. Hierbij wordt rekening gehouden met het voorkomen van financiële schade voor de gemeente, het bestuurlijk imago en cultuurhistorische waarden.

Artikel 4.2 Doelstellingen en acties

1. Het optimaliseren van communicatie. Dit vormt de basis voor een goede fysieke leefomgeving

 voor burgers en bedrijven.

Acties:

  • -

    De website van de gemeente is actueel.

  • -

    De medewerkers aan de frontoffice/KCC kennen de meest actuele regelgeving en kunnen algemene vragen beantwoorden of verwijzen naar gespecialiseerde informatie op internet

  • -

    Tijdens het vooroverleg voor een Omgevingsvergunning wordt met de aanvragers meegedacht in termen” Er is veel mogelijk, mits…..”  Dit zorgt voor een snelle doorloop bij de daadwerkelijke vergunningaanvraag of voorkomt onnodige of kansloze vergunningaanvragen en tijdrovende handhavingsacties.

  • -

    Voorafgaande aan de eventuele indiening van een aanvraag Omgevingsvergunning kan een concept-aanvraag worden ingediend om de haalbaarheid van het gewenste plan te toetsen.

  • -

    Bij aanvragen in afwijking van het bestemmingsplan wordt de aanvrager gestimuleerd vooraf in contact te treden met de buren en aan hun door middel van een burenbrief, goedkeuring te vragen. Dit kan het proces van de vergunningaanvraag versnellen.

  • -

    Heldere communicatie over primaire verantwoordelijkheid van burgers en bedrijven én over consequent handhaven van zaken die niet mogen.

     

2. Verminderen van regels en stimuleren eigen verantwoordelijkheid burgers en bedrijven bij naleving van wet- en regelgeving die wel blijft bestaan.

Acties:

  • -

    Gemeentelijke regels op het gebied van de leefomgeving worden beoordeeld op actualiteit, relevantie en toegevoegde waarde. Overbodige regels worden ingetrokken.

  • -

    Wet en regelgeving die blijft bestaan wordt consequent toegepast.

  • -

    Goed naleef gedrag wordt beloond met minder controles. Slecht naleef gedrag wordt bestraft met meer controles.

  • A.

    De gemeente maakt in beginsel aan iemand over wie zij een klacht, melding of verzoek om handhaving ontvangt, bekend wat de klacht, de melding of het verzoek om handhaving is, en wie de indiener ervan is

  • B.

    De gemeente behandelt anonieme klachten, meldingen en verzoeken om handhaving niet

  • C.

    De gemeente kan tegemoet komen aan een verzoek van een klager of melder om anoniem te blijven voor degene over wie hij klaagt of iets meldt

  • D.

    Na ontvangst van een verzoek om handhaving deelt de gemeente aan de verzoeker mee dat zijn identiteit bekendgemaakt wordt aan de andere partij, zodat de verzoeker daarop kan reageren

 

3. Vergunningverleners, toezichthouders en handhavers hebben dezelfde prioriteiten en werken zo efficiënt mogelijk samen.

Acties:

  • -

    Bij het verstrekken van een vergunning wordt een handhaafbaarheidstoets uitgevoerd.

  • -

    Bij het opstellen van nieuwe beleidsregels wordt de afstemming met zowel vergunningverlening, toezicht  als handhaving gezocht zodat regels goed handhaafbaar zijn.

  • -

    De prioriteiten van de risicoanalyse gelden voor zowel vergunningverlening, als toezicht en handhaving.

  • -

    Controlerapporten worden altijd gecommuniceerd met de vergunningverleners.

     

4. Sanctioneren op basis van de aard van de overtreding.

Acties:

  • -

    Bij overtredingen wordt in eerste aanleg bekeken of legalisatie mogelijk is.

  • -

    Is dit niet het geval, dan worden de stappen zoals opgenomen in de Landelijke Handhavingsstrategie (sanctioneren) gevolgd. Deze  maakt onderdeel uit van dit beleidsplan.

Hoofdstuk 5 Prioriteren

Artikel 5.1 Noodzaak tot prioriteren

Het is niet mogelijk om alle ambities met volle kracht uit te voeren. De capaciteit is hiervoor niet toereikend. Daarnaast leidt het implementeren van nieuwe wet- en regelgeving tot een extra claim op de beschikbare capaciteit.

 

Dit vraagt om het maken van keuzes. Niet alles kan hierdoor even intensief worden getoetst en gehandhaafd. Om de beschikbare middelen zo efficiënt en effectief mogelijk in te zetten, wordt een risicoanalyse uitgevoerd. Op basis van de risicoanalyse worden prioriteiten gesteld. De beschikbare capaciteit wordt aan de prioriteiten toegedeeld

Artikel 5.2 Wijze van prioriteren

Om de beschikbare capaciteit voor vergunningverlening, toezicht en handhaving zo efficiënt mogelijk in te zetten is aansluiting gezocht bij het systeem van de “risicomatrix”. Met dit systeem, met scores voor negatieve effecten en kansen, wordt een brede ordening aangebracht waardoor prioritering makkelijk wordt. De risicoanalyse helpt door haar structuur bij het rationaliseren van keuzes.

 

De risicomatrix gaat uit van een formule waarmee de prioriteit wordt bepaald, te weten:

- Risico = negatief effect maal de kans dat het effect zich zal voordoen (R = NE x K)

 

Alle taken zijn onderverdeeld in activiteiten (bijlage 1). Per activiteit worden het negatieve effect en de kans bepaald, als volgt:

 

Negatieve effecten:

Er worden zes soorten negatieve effecten onderscheiden, die de overheid met gedragsvoorschriften tracht te voorkomen. Deze negatieve effecten liggen op de volgende gebieden:

- Fysieke veiligheid.

- Volksgezondheid.

- Bestuurlijk imago.

- Kwaliteit sociale leefomgeving.

- Natuur-/Cultuurhistorische waarden.

- Financiële schade/aansprakelijkheid.

 

Elk negatief effect kan van 1 (nauwelijks ) tot en met 5 (zeer groot) scoren.

 

Deze scores worden opgeteld en daarna gedeeld door zes. Dit resulteert in een gemiddelde, en dat is de totaalscore voor het negatieve effect.

 

Kans:

Bij de kans gaat het om de kans op niet-spontane naleving, of de kans dat de overtreding wordt gemaakt.

Er zijn vijf categorieën van (niet-)spontane naleving. Bij de beoordeling van deze categorieën gaat het om hoe de doelgroep deze inschat.

 

De vijf categorieën van (niet-)spontane naleving zijn de volgende:

- Kennis van regels (is de wet- en regelgeving bij de doelgroep voldoende bekend en duidelijk?).

- Kosten-baten (hoe verhouden zich de [im]materiële voor- en nadelen die uit overtreden of naleven van de regel volgen, uitgedrukt in tijd, geld en moeite?).

- Mate van acceptatie bij de doelgroep (in welke mate vindt de doelgroep het beleid en de regelgeving redelijk?).

- Gezagsgetrouwheid van de doelgroep (in welke mate is de doelgroep bereid om zich te conformeren aan het gezag van de overheid?).

- Informele controle (hoe groot is de geschatte kans op positieve/negatieve sanctionering van het gedrag van de doelgroep door niet-overheidsinstanties?).

 

Elke kans kan van 1 (nauwelijks) tot en met 5 (zeer groot) scoren. De scores worden opgeteld en gedeeld door vijf (gemiddelde).

De score voor negatief effect en kans worden vermenigvuldigd. De uitkomst is de score van het risico. Deze score wordt in gedeeld in de categorieën zeer laag tot zeer hoog.

 

Categorie Score

Zeer laag 1-4

Laag 4-5,5

Gemiddeld 5,5-7

Hoog 7-9

Zeer Hoog 9-16

 

Artikel 5.3 Toepassen van de prioritering

Binnen het aandachtsgebied van de Omgevingsvergunning, APV en Drank- en Horecawet  zijn categorieën vastgesteld. De risicomatrix wordt op alle verzamelde categorieën in het kader van de Omgevingsvergunning toegepast voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.

 

In het uitvoeringsprogramma vergunningverlening, toezicht en handhaving, wordt jaarlijks aangegeven aan welke thema’s binnen de fysieke leefomgeving de hoogste prioriteit wordt gegeven. Een en ander op basis van de hoogte van het risico. De beschikbare capaciteit wordt hieraan toegedeeld . Binnen de beschikbare capaciteit is 10% beschikbaar/gereserveerd voor bestuurlijke prioriteiten.

 

Artikel 5.4 Uitvoeringsplan

Binnen het jaarlijks op te stellen uitvoeringsplan vergunningverlening, toezicht en handhaving, wordt opgenomen:

  • -

    De prioriteitstelling voor vergunningverlening, toezicht en handhaving op basis van de opgestelde categorieën, de  risicomatrix en zich nieuw voordoende problematiek. Deze uitkomst wordt beschouwd als de probleem analyse.

  • -

    De beschikbare capaciteit.

  • -

    Het aantal te verwachten aanvragen Omgevingsvergunning.

  • -

    De wijzigingen in wet- en regelgeving die invloed hebben op de inhoud van het werk en daarmee op de capaciteit.

Het Uitvoeringsplan (bijlage 3) is gebaseerd op het in deze notitie opgestelde beleid.

 

Hoofdstuk 6 Capaciteit en Financiën

 

Binnen de wet  VTH worden zware eisen gesteld aan de capaciteit en kwaliteit van de medewerkers. Om de kwaliteit op de verschillende gebieden van de Omgevingsvergunning te borgen moeten medewerkers zich meer specialiseren op een bepaald onderdeel (vergunningverlening, toetsing en handhaving, juridische taken). Dat vraagt van de medewerkers in Zoeterwoude een andere minder integrale werkwijze, maar door dat taken frequenter worden uitgevoerd zal dit naar verwachting leiden naar een hogere kwaliteit.

 

Ook aan de capaciteit stelt de Wet VTH hoge eisen. Voor ieder vakgebied (totaal 26) dienen minimaal 2 fte aangesteld te zijn. Deze eis is gesteld om de kwaliteit en de voortgang te waarborgen en onderlinge kennisdeling te stimuleren. Zoeterwoude kan, net als vele andere gemeenten, niet aan deze capaciteitseis voldoen.

 

Daarom is besloten om in regionaal verband samen te werken met de gemeente Leiden, Leiderdorp, Noordwijk en de ODWH. Samen voldoen de gemeenten wel aan de capaciteitseis. Er zijn afspraken gemaakt  om daar waar capaciteitstekorten ontstaan, bij elkaar de kennis en capaciteit in te huren. Verder is afgesproken dat minimaal twee maal per jaar een vakberaad plaatsvindt van de verschillende vakdisciplines. Dit om onderlinge kennisdeling te stimuleren.

 

De regio gemeenten hebben hiertoe een verbeterprogramma opgesteld dat kennisdeling, onderling inhuren van capaciteit en het komen tot gezamenlijk technisch VTH beleid regelt. Het gezamenlijke VTH beleid zal zich uitsluitend richten op de zaken die voor alle gemeenten hetzelfde zijn. Denk hierbij aan opleidingen, voldoen aan wet en regelgeving, wellicht verdere standaardisering van processen etc. Volgens de planning is dit technische regionale beleid in juni 2015 gereed. Waar nodig zal deze beleidsnotitie hierop worden aangepast

Artikel 6.1 Beschikbare capaciteit vs prioriteit

Zoals hiervoor aangegeven moeten de medewerkers groeien van generalist naar meer specialist. Dat zorgt voor een ander werkpakket en een herschikking van de uren. Op basis van de voorkeuren van de medewerkers zijn de taken herschikt. Per 1 oktober 2014 is een pilot gestart met de herschikking van deze taken. Twee wekelijks wordt gemonitord of de beschikbare capaciteit voldoende is en/of bijstelling of her prioritering moet plaatsvinden. Zoals in hoofdstuk 5 is aangegeven, vindt prioritering van de activiteiten plaats op basis van het systeem van de Risicomatrix.

 

Jaarlijks wordt in het uitvoeringsprogramma de beschikbare capaciteit opgenomen en gekoppeld aan de prioriteiten en activiteiten. Het Tijdregistratiesysteem wordt ingericht op de activiteiten die in het systeem van de Risicomatrix zijn benoemd. Dit zijn wezenlijk andere activiteiten dan in 2014 waren opgenomen. Het is daardoor lastig om op voorhand de uren aan de activiteiten te koppelen. In de periode januari 2015 tot en met april 2015 vindt een pilot plaats. Op basis van de evaluatie van deze pilot kan een bijstelling in de capaciteitsraming plaatsvinden.

Artikel 6.2 Kostendekkende leges

Het streven is om de leges dienen in principe kostendekkend te laten zijn, dit zonder aanvragers van een Omgevingsvergunning nodeloos op kosten te jagen. De gemeente treedt niet in de rol van extern advies bureau, maar indien meer inhoudelijk advies wordt gevraagd dan de standaard, worden de kosten hiervoor in rekening gebracht bij de aanvrager.

 

De legesverordening is transparant en goed leesbaar voor de aanvragers van een Omgevingsvergunning.

 

De ontwikkelingen van de leges worden jaarlijks gemonitord op mate van transparantie en kostendekkendheid.

Hoofdstuk 7 Monitoren, verantwoorden en bijsturen

 

De in de vorige hoofdstukken omschreven doelstellingen, acties en prioriteiten dienen ook daadwerkelijk te worden nageleefd. Om dit te borgen wordt binnen de wet VTH het  zgn “Big Eigth Model” ingevoerd:

Dit model vormt de basis voor de control op de uitvoering van het beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude. Onderstaand volgt per onderwerp een nadere toelichting.

Artikel 7.1 Rapportage en evaluatie

In dit beleidsplan wordt aangegeven dat de fysieke veiligheid, de volksgezondheid, de leefomgeving en het landelijk gebied extra aandacht behoeven. Dit is uitgewerkt in de vier doelstellingen: Optimaliseren van communicatie, Verminderen van regels en stimuleren eigen verantwoordelijkheid burgers en bedrijven bij naleving van wet en regelgeving die wel blijft bestaan, Vergunningverleners, toezichthouders en handhavers hebben de zelfde prioriteiten en werken zo efficiënt mogelijk samen, Sanctioneren op basis van de aard van de overtreding (zie voor de uitwerking paragraaf 4.2).  

 

Door middel van de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma wordt beoordeeld of:

 

  • -

    De geformuleerde doelstellingen zijn behaald.

  • -

    De prioriteitstelling heeft voldaan aan de verwachtingen.

  • -

     De beschikbare capaciteit toereikend was.

  • -

    Wijzigingen in wet en regelgeving gevolgen hebben gehad voor het behalen van de doelstellingen.

  • -

    Welke onderwerpen in het nieuwe jaar extra aandacht behoeven.

     

Voor deze evaluatie wordt een format gebruikt (bijlage 4).

 

Voor vergunningverlening richt de evaluatie zich op:

 

  • -

    Tijdigheid van de vergunning.

  • -

    Actualiteit van de vergunning.

  • -

    Juridische kwaliteit van de vergunning blijkend uit het aantal bezwaar- en beroepszaken

  • -

    Juridische kwaliteit van de bezwaar- en beroep procedure/het aantal (gewonnen en verloren) beroep- en bezwaarprocedures in relatie tot het aantal genomen besluiten.

     

Voor toezicht en handhaving richt de evaluatie zich op:

 

  • -

    Toepassen sanctiestrategie.

  • -

    Naleefgedrag.

  • -

    Bezoekfrequentie.

  • -

    Tijdigheid van de (her) controle.

  • -

    Tijdigheid versturen controle verslag en brief.

  • -

    Prestaties Zoeterwoude ten opzichte van de regio.

Artikel 7.2 Strategisch beleidskader

Zoeterwoude en haar medewerkers handelen waar het gaat om vergunningverlening, toezicht en handhaving en ontwikkeling van het Omgevingsplan op basis van het beleidskader zoals aangeven in de ambitie: “Zoeterwoude zet zich primair in voor de belangen van burgers en bedrijven door de hoogste prioriteit te schenken aan de fysieke veiligheid, de volksgezondheid en leefbaarheid. Daarbij is het behoud van de landelijke omgeving een belangrijke kernwaarde. De prioritering van alle VTH activiteiten is aan deze ambitie gekoppeld. Hierbij wordt rekening gehouden met het voorkomen van financiële schade voor de gemeente, het bestuurlijk imago en cultuurhistorische waarden”.

Artikel 7.3 Operationeel beleidskader

 

Artikel 7.3.1 Processen

Voor de uitvoering van de taken op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn de basiswerkzaamheden afgestemd door middel van procesafspraken. Deze proces afspraken zijn per werkproces in procesbeschrijvingen en processchema’s vastgelegd en uitgewerkt en voor iedereen toegankelijk. Bij wijzigingen als gevolg van wijziging van wet- en regelgeving of verschuiven van taken binnen de organisatie worden de uitgewerkte procesbeschrijvingen en processchema’s aangepast.  

 

Artikel 7.3.2 Bestemmingsplannen

Voor beoordeling van aanvragen is het van belang dat bestemmingsplannen actueel zijn. Met inachtneming van de Omgevingswet worden alle bestemmingsplannen in de komende jaren omgevormd tot een Omgevingsplan. Doel van het nieuwe Omgevingsplan is een voor burgers en bedrijven makkelijk toegankelijk en begrijpelijk inzicht in de fysieke leefomgeving in Zoeterwoude waarbij deregulering centraal staat. Omgevingsplan moet bijdragen aan het verminderen van  procedures (afwijkingen van het bestemmingsplan).

 

Na een pilot waarbij het bestemmingsplan Landelijk gebied wordt omgezet in een Omgevingsplan zal op basis van de opgedane ervaring een planning worden opgesteld om alle overige bestemmingsplannen om te vormen tot een Omgevingsplan. Naast de pilot worden ook de criteria voor afwijkingsbesluiten ontwikkeld en omgezet in beleid.

 

Artikel 7.3.3 Toezicht

De toezichtstrategie van Zoeterwoude richt zich op belonen en straffen. Dit houdt in dat bij regelmatige  overtreding van de regels er vaker een controle zal plaats vinden, ook onaangekondigd. De kaders zoals opgenomen in paragraaf 7. 1 en uitgewerkt in paragraaf 4.2 vormen hierbij de basis.

 

Het toezicht tijdens de bouw vindt plaats op basis van het Landelijk integraal toezicht protocol. Dit toezicht protocol is verwerkt in de applicatie SBA (zie hiervoor paragraaf 7.6.1). Als bijlage 5 is een samenvatting van dit protocol toegevoegd. De toezichthouder vult zijn bevindingen in op het controleformulier (bijlage 6).

Artikel 7.3.4 Gedogen

Gedogen is sterk ingekaderd in landelijke beleidsnota’s. Bij de bepaling of er sprake is van een gedoogwaardige situatie wordt aangesloten bij het landelijk gedoogbeleid.

 

Binnen Zoeterwoude is uitgangspunt, dat overtredingen slechts in zeer spaarzame gevallen gedoogd worden. Handhaven is regel, gedogen is uitzondering. In bijgaande gedoogstrategie zijn de voorwaarden etc. uitgewerkt (bijlage 7).

Artikel 7.3.4 Sanctioneren

Het bestuursrechtelijk en strafrechtelijk optreden bij overtredingen vindt plaats op basis van de Landelijke Handhavingsstrategie. 

Artikel 7.4 Planning en control

 

Artikel 7.4.1 Organisatorische condities

In het kader van transparantie, objectiviteit en het voorkomen van belangenverstrengeling vindt een scheiding plaats tussen:

 

  • -

    Vergunningverlening en handhaving en

  • -

    Planmatige handhaving en hercontrole (incl juridische opvolging)

     

Voor de specialisten en juristen is een scheiding tussen het verlenen van de vergunning (incl. toetsing activiteiten), de toezicht en handhavingstaken tijdens de bouw en bij bestaande bouw.

 

Handhavingsactiviteiten worden uitgevoerd door daartoe bevoegde medewerkers op grond van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en de Awb.

 

Bij intensieve en frequente controles vindt roulatie plaats tussen de handhavers. Dit om een handhavingsrelatie te voorkomen.

 

Buitengewone opsporingsambtenaren voor het handhaven van de APV en de Drank en Horecawet zijn via regiopartner Leiden aangesteld.

 

De bevoegdheden, taken en verantwoordelijkheden zijn volgens de bijlage vastgelegd. (bijlage 8)

 

Artikel 7.4.2 Kwaliteitsborging

Door middel van procesbeschrijvingen en processchema’s, het vier ogen principe, interne controles, audit, meten en sturen van klanttevredenheid wordt de kwaliteit van de producten beoordeeld en bijgestuurd. Het hoofd van de afdeling ziet toe op de resultaten van metingen en rapporteert als directievertegenwoordiger hierover aan het college.

Artikel 7.4.3 Interne controle/audit

Door middel van de jaarlijkse evaluatie van het uitvoeringsprogramma, vindt interne controle plaats op het proces en de resultaten.

Daarnaast voert het SP71 iedere vier jaar een audit uit, gericht op vergunningverlening, toezicht  en handhaving om de inzet, organisatie en het resultaat van de vergunningverlening en handhaving te vergelijken, te toetsen en te beoordelen.

 

Artikel 7.4.4 Meten en sturen van klanttevredenheid

Door middel van het houden van een klanttevredenheidsonderzoek (Waar staat je gemeente) meet Zoeterwoude periodiek de tevredenheid van de burgers. Aandachtspunten die uit dit onderzoek voortkomen, worden verwerkt in beleid.

Artikel 7.5 Voorbereiden

 

Artikel 7.5.1 Procesbeschrijvingen, processchema’s en protocollen en werkinstructies

Voor de voorbereiding en uitvoeren van de Wabotaken zijn protocollen opgesteld. Deze omvatten:

  • -

    Procesbeschrijvingen, processchema’s  en werkinstructies in lijn met de strategie voor vergunningverlening en objectieve criteria voor het beoordelen en beslissen over de Omgevingsvergunning.

  • -

    Procesbeschrijvingen, processchema’s  en werkinstructies voor de naleefstrategie, de toezichtstrategie, de sanctiestrategie, de gedoogstrategie.

Artikel 7.5.1 Interne en externe afstemming

Voor een goede uitvoering van de taken is een goede in en externe afstemming vereist. In bijlage 9 staan alle vaste in- en externe overleggen opgenomen met daarbij het doel van het overleg . Resultaten van overleggen worden via de mail, mondeling en via het werkoverleg teruggekoppeld.

Artikel 7.5.2 Protocollen voor communicatie, informatiebeheer en informatie-uitwisseling

Zoeterwoude communiceert over het beleidsplan, het jaarverslag en het uitvoeringsplan met andere handhavingsorganisaties zoals ODWH, brandweer, politie. De brandweer informeert Zoeterwoude jaarlijks over haar speerpunten. Deze worden verwerkt in het uitvoeringsplan.

 

Alle bestemmingsplannen (later Omgevingsplan) zijn raadpleegbaar via www. ruimtelijkeplannen.nl/zoeterwoude.

 

Openbare besluiten worden via de website www.zoeterwoude.nl   de gemeentelijke website en de lokale media gecommuniceerd.

 

Verordeningen en vastgesteld beleid worden gepubliceerd via www.overheid.nl en het Gemeenteblad.

 

Artikel 7.6 Uitvoeren

Zoeterwoude beschikt over voldoende kwantitatieve en kwalitatieve voorzieningen en hulpmiddelen die de taakuitvoering informatie technisch, milieutechnisch, juriedisch en administratief mogelijk maken. Daar waar verdergaande digitalisering mogelijk is, worden de hiervoor benodigde middelen beschikbaar gesteld.

Artikel 7.6.1 Geautomatiseerd systeem

De gemeente Zoeterwoude werkt voor de vergunningenverlening, toezicht  en handhaving met applicatie StadsBeheer Administratie (SBA). Met dit systeem worden (aanvragen om) Omgevingsvergunning geregistreerd,  afgehandeld en toezicht- en  handhavingsprocessen gevoerd. Aan dit systeem zijn standaardbrieven en –besluiten gekoppeld voor de vergunningverlening, toezicht en handhaving. Vanuit SBA worden managementrapportages gegenereerd. Op basis hiervan vindt bijsturing plaats.

 

Artikel 7.6.2 Basisregistratie Adressen en Gebouwen

De BAG (Basisregistraties Adressen en Gebouwen) bevat basisgegevens van alle adressen en gebouwen in een gemeente. Kopieën van deze gegevens zijn verzameld in een Landelijke Voorziening (BAG LV). Het Kadaster beheert de BAG LV en stelt de gegevens beschikbaar aan organisaties met een publieke taak, instellingen, bedrijven en particulieren.

De BAG biedt eenduidige brongegevens, die gebruikt kunnen worden bij de handhaving.

De BAG is echter niet alleen een ondersteunend middel ten behoeve van de handhaving. De relatie tussen BAG en handhaving is wederzijds: de handhaving kan ook bijdragen aan het verzamelen van de basisgegevens voor de BAG. Jaarlijks worden namelijk in het kader van de BAG luchtfoto’s gemaakt, die vergeleken worden met de luchtfoto’s van het vorige jaar. Als uit deze vergelijking blijkt dat er nieuwe gebouwen bij zijn gekomen ten opzichte van het vorige jaar, wordt vanuit de BAG onderzocht of deze gebouwen met een vergunning opgericht zijn. De gebouwen die niet vergund zijn, zijn vergunningsvrij of illegaal. Ten gevolge van gewijzigde wetgeving zijn gebouwen steeds vaker vergunningsvrij. Gegevens omtrent deze gebouwen worden wanneer deze voldoen aan de voorwaarden van een pand, in de BAG verwerkt. De overige gebouwen worden toegevoegd aan de voorraad situaties die onderzocht moeten worden in het kader van de handhaving (toezicht, onderzoek naar legalisatie, sanctioneren, of eventueel, in bijzondere gevallen afzien van handhaving maar wel een wrakingsbrief toegezonden). Als de resultaten van de handhaving relevant zijn voor de BAG, worden zij in de betreffende registraties verwerkt.

 

Artikel 7.6.3 Veiligheidsvoorzieningen

Zoeterwoude draagt er zorg voor dat de werkomstandigheden van alle medewerkers voldoen aan de eisen zoals gesteld in de Arbowet.

Artikel 7.7 Monitoren

Twee wekelijks wordt de voortgang van vergunningverlening, toezicht en handhaving gemonitord. Aan de hand van gegevens uit SBA wordt besproken welke nieuwe aanvragen zijn ontvangen, de aard hiervan, afgehandelde meldingen, afgehandelde aanvragen, de voortgang van de aanvragen.

 

De inhoudelijke kwaliteit van de producten wordt door de coördinator gecheckt. Daarnaast wordt het vier ogen principe toegepast. Voor aanvragen die in strijd zijn met het bestemmingsplan wordt gemonitord op welke gronden een afwijkingsbesluit is genomen. Daarnaast wordt de voortgang van de aanvraag in relatie tot de wettelijke termijn gevolgd.

 

De monitoring van het toezicht en de handhaving vindt plaats door: de mate waarin toezicht-, en sanctiestrategie is toegepast, realisatie van bezoekfrequenties, geconstateerde overtredingen, tijdigheid van de (her)controle, tijdigheid van het versturen van het controleverslag en brief, het naleefgedrag. Op basis van de evaluatie van de handhavingsresultaten vindt verbetering plaats ten aanzien van de handhavingscyclus.

 

-------------------------------------------------------------------------------------

 

Toelichting

 

Aanvulling 13 maart 2018

Beleidsplan voor de fysieke leefomgeving van Zoeterwoude: Dichtbij en verantwoordelijk, 2014-2018

Aanvulling op: hoofdstuk 4: Van kaders naar uitvoering;

paragraaf 4.2: Doelstellingen en acties.

 

 

Beleid anonieme klachten, meldingen en handhavingsverzoeken 2018

 

In hoofdstuk 4 van het Beleidsplan staat als tweede doelstelling:

2. Vermindering van regels en stimuleren eigen verantwoordelijkheid burgers en bedrijven bij naleving van wet- en regelgeving die wel blijft bestaan.

In het verlengde van de eigen verantwoordelijkheid voor naleving van wetgeving ligt de eigen verantwoordelijkheid voor de klachten, meldingen en handhavingsverzoeken die burgers en bedrijven bij de gemeente indienen. Anonieme klachten, meldingen en handhavingsverzoeken passen hier niet bij. De gemeente komt alleen in bepaalde gevallen tegemoet aan verzoeken om geheimhouding van de identiteit van klagers, melders of verzoekers.

In verband hiermee wordt het volgende onder deze doelstelling opgenomen*:

 

A. De gemeente maakt in beginsel aan iemand over wie zij een klacht, melding of verzoek om handhaving ontvangt, bekend wat de klacht, de melding of het verzoek om handhaving is, en wie de indiener ervan is

De gemeente richt haar inspanningen in eerste instantie op het oplossen van een situatie via overleg tussen klager (of melder of verzoeker) en de mogelijke overtreder.

Ook is de gemeente voorstander van een voor alle partijen zo transparant en toetsbaar mogelijk toezicht- en handhavingsproces.

Hoofdregel is daarom, dat de gemeente in beginsel in elk geval aan iemand over wie zij een klacht, melding of verzoek om handhaving ontvangt, meedeelt dát een klacht, melding of verzoek om handhaving is ingekomen, wat de inhoud is, wie de indiener is, en dat zij een onderzoek instelt.

De gemeente stelt een schriftelijke klacht, melding of verzoek om handhaving in beginsel ook beschikbaar aan die betrokkene en anonimiseert de tekst niet vooraf.

Om goed met elkaar in gesprek te kunnen raken, moeten de partijen elkaar namelijk kennen en weten welke klacht, melding of welk verzoek opgelost moet worden.

Daarbij kan de gemeente de klacht, de melding of het verzoek meestal niet helemaal anonimi-seren. Vaak noemt de indiener specifieke omstandigheden of gebeurtenissen. Daaruit kan degene tegen wie de klacht, de melding of het verzoek is gericht, afleiden wie de indiener is.

Vanwege de openheid en toetsbaarheid van het handhavingsproces kan de gemeente deze passages niet volledig verwijderen uit de klacht, de melding of het verzoek. Dan zou de gemeente degene tegen wie de handhaving is gericht namelijk onvoldoende kunnen informeren over wat precies tegen hem wordt ingebracht. Daardoor kan hij zich onvoldoende verdedigen tegen dat wat de ander beweert.

De gemeente maakt ook de identiteit van de indiener niet onleesbaar. Dit heeft immers geen zin, omdat ervan uit kan worden gegaan dat uit de in de brief genoemde omstandigheden en voorvallen al voldoende duidelijk blijkt wie de indiener is.

 

* NB Waar in het navolgende “hij”, “hem” of “zijn” staat, kan natuurlijk ook “zij” of “haar” gelezen worden.

 

B. De gemeente behandelt anonieme klachten, meldingen en verzoeken om handhaving niet

Bij anonieme klachten, meldingen of verzoeken om handhaving kan de gemeente de situatie onvoldoende onderzoeken en beoordelen.

Voor verzoeken om handhaving komt daarbij dat dit aanvragen zijn volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Een aanvraag kan volgens artikel 4:2 van de Awb niet anoniem worden ingediend. De gemeente kan bij een anoniem verzoek niet beoordelen of de indiener belanghebbende is.

Uitzondering: alleen als de gemeente in een bijzonder geval inschat dat er een direct veiligheidsrisico is, begint zij een eigen onderzoek naar de situatie (alsof het een controle op eigen gemeentelijk initiatief is).

 

C. De gemeente kan tegemoet komen aan een verzoek van een klager of melder om anoniem te blijven voor degene over wie hij klaagt of iets meldt

Afhankelijk van de situatie maakt de gemeente helemaal niet bekend dat iemand geklaagd of gemeld heeft, of zegt de gemeente dit wel, zonder de identiteit van de klager of melder bekend te maken. (Dit laatste bijvoorbeeld bij situaties die de gemeente vanaf openbaar gebied niet kan zien, zodat voor de mogelijke overtreder direct duidelijk is dat het niet kan gaan om een eigen constatering van de gemeente).

 

D. Na ontvangst van een verzoek om handhaving deelt de gemeente aan de verzoeker mee dat zijn identiteit bekendgemaakt wordt aan de andere partij, zodat de verzoeker daarop kan reageren

Een verzoeker kan weten dat zijn identiteit bekend wordt. Ten eerste omdat dit beleid bekendgemaakt is. Ten tweede omdat de gemeente het meedeelt aan de verzoeker voordat zij zijn identiteit bekendmaakt. Als uit de reactie van verzoeker voldoende blijkt dat hij evident gevaar loopt als zijn identiteit bekend wordt bij de andere partij, kan de gemeente zijn identiteit zo lang mogelijk geheimhouden.

Maar de gemeente kan niet garanderen dat de identiteit van de verzoeker geheim blijft. De verzoeker moet er rekening mee houden dat de gemeente niet kan voorkomen dat zijn identiteit in de loop van het proces bekend wordt.

Hierbij kan bijvoorbeeld het volgende een rol spelen:

- in het verzoek staan specifieke gebeurtenissen (zie bij A).

- een handhavingsverzoek is een aanvraag volgens de Awb. De gemeente neemt geen (ontwerp-)besluit op deze aanvraag zonder de aanvrager daarin te noemen. Andere betrokkenen moeten namelijk ook kunnen vaststellen of de verzoeker een belanghebbende is.

- het instellen van bezwaar en beroep na een besluit op een handhavingsverzoek. Het is dan onontkoombaar dat de identiteit van de verzoeker bekend wordt vanwege het uitwisselen van documenten en het bijwonen van zittingen.

- het indienen van een verzoek om openbaarmaking volgens de Wet openbaarheid van bestuur.

 

De verzoeker om handhaving die anoniem wil blijven voor de (mogelijke) overtreder kan ervoor kiezen, het handhavingsverzoek om te zetten in een klacht of melding, of in te trekken. Als de verzoeker voor omzetting kiest, geldt dat wat hiervóór bij C. staat.

Als de verzoeker het handhavingsverzoek intrekt, kan de gemeente in bijzondere gevallen een eigen gericht onderzoek beginnen (bijvoorbeeld als zij inschat dat de aard en de ernst van de [mogelijke] overtreding zodanig is dat er een direct veiligheidsrisico is).

 

Dit (aanvullende) beleid treedt in werking met ingang van de eerste dag na bekendmaking daarvan. Met ingang van die dag vervalt het beleid dat over dit onderwerp is vastgesteld op 4 augustus 2015 en bekendgemaakt is op 19 augustus 2015.

 

Zoeterwoude, 13 maart 2018

Burgemeester en wethouders van Zoeterwoude,

 

de secretaris,

W.A.M. Zoetemelk-van der Hulst

 

de burgemeester,

E.G.E.M. Bloemen

 

Zoeterwoude, 13 maart 2018

De burgemeester van Zoeterwoude,

E.G.E.M. Bloemen

Bijlage 1 Overzicht indeling in activiteiten

Bouwen, slopen, brandveilig gebruik, gebruik en bestemmingsplan, aanleggen, monumenten, Bouwbesluit

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B1

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B2

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B3

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B4

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B5 of bouwwerken waarvoor geen Bezettingsgraadklasse genoemd is

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B1

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B2

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B3

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B4

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B5 of bouwwerken waarvoor geen Bezettingsgraadklasse genoemd is

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B1

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B2

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B3, woningen, woongebouwen en bouwwerken waarvoor geen Bezettingsgraadklasse genoemd is

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B4

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B5

 

Bouwen tijdelijk bouwwerk, illegaal geplaatst, éénlaags gebouw of overig bouwwerk geen gebouw

Bouwen tijdelijk bouwwerk, illegaal geplaatst, twee- of meerlaags gebouw

Bouwen tijdelijk bouwwerk, vergund maar met verstreken termijn, éénlaags gebouw of overig bouwwerk geen gebouw4

Bouwen tijdelijk bouwwerk, vergund maar met verstreken termijn, twee- of meerlaags gebouw

 

Bouwen zonder of in afwijking omgevingsvergunning, al dan niet in combinatie met r.o. en/of andere ogvplichtige activiteit; binnen een erf

Bouwen zonder of in afwijking omgevingsvergunning, al dan niet in combinatie met r.o. en/of andere ogvplichtige activiteit; buiten een erf

 

Slopen met melding

Slopen zonder melding, bouw tot en met 1993

Slopen zonder melding, bouw na 1993

 

Gebruik bouwwerk dat omgevingsvergunningplichtig is voor brandveiligheid, met vergunning

Gebruik bouwwerk dat omgevingsvergunningplichtig is voor brandveiligheid, zonder vergunning

Gebruik bouwwerk dat meldingplichtig is voor brandveiligheid > 50 personen/kamergewijze verhuur, (in)complete melding

Gebruik bouwwerk dat meldingplichtig is voor brandveiligheid; gelijkwaardige oplossing, (in)complete melding

Gebruik bouwwerk dat meldingplichtig is voor brandveiligheid; helemaal geen melding

PvE brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie na positief brandweeradvies en ondertekening gemeente (niet in kader vergunningaanvraag)

 

Wijzigen gebruik van gronden of bouwwerken in landelijk gebied, met omgevingsvergunning

Wijzigen gebruik van gronden of bouwwerken in landelijk gebied, zonder omgevingsvergunning

Wijzigen gebruik van particuliere bouwwerken buiten landelijk gebied, met omgevingsvergunning

Wijzigen gebruik van particuliere bouwwerken buiten landelijk gebied, zonder omgevingsvergunning

Wijzigen gebruik van overige bouwwerken of gronden buiten landelijk gebied, met omgevingsvergunning

Wijzigen gebruik van overige bouwwerken of gronden buiten landelijk gebied, zonder omgevingsvergunning

 

Aanleggen (werk of werkzaamheid) met omgevingsvergunning; buiten landelijk gebied

Aanleggen (werk of werkzaamheid) zonder of in afwijking van omgevingsvergunning; buiten landelijk gebied

Aanleggen (werk of werkzaamheid) met omgevingsvergunning; binnen landelijk gebied

Aanleggen (werk of werkzaamheid) zonder of in afwijking van omgevingsvergunning; binnen landelijk gebied

 

Activiteiten met betrekking tot rijks- en gemeentelijke monumenten

 

Gebruik van open erven en terreinen in het kader van het Bouwbesluit

 

Bestaande bouwwerken waarvan de toestand zich bevindt onder het niveau van bestaande bouw Bouwbesluit

 

Bomen

Kappen van houtopstand met omgevingsvergunning

Beschadigen of kappen van openbaar groen, dumpen van (tuin)afval in openbaar groen

Zieke of gevaarlijke bomen

 

(Uit)weg

Aanleggen of veranderen van een uitweg naar de openbare weg met vergunning

Aanleggen of veranderen van een uitweg naar de openbare weg zonder vergunning

Aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg met vergunning

Aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg zonder vergunning

 

Afval

Aanbieden van afvalstoffen door particulieren op een niet daartoe vastgestelde dag of tijd

Aanbieden van afvalstoffen door particulieren op niet-toegestane wijze (verkeerd inzamelmiddel, niet-aangewezen plaats, verkeerde inzamelaar)

Op of in de bodem storten, houden e.d. van afvaltoffen buiten een daarvoor aangewezen plaats (bijvoorbeeld zwerfafval, drugsafval)

 

Drank- en horecawet e.d.

Aanwezigheid Dhw-vergunning met bijbehorend aanhangsel in de inrichting

Aanwezigheid bestuursreglement en barvrijwilligers

Aanwezigheid leidinggevende conform het bij de Dhw-vergunning behorende aanhangsel

Aanwezigheid kansspelautomaten (en -vergunning)

Sluitingstijden Apv

Activiteiten paracommerciële instellingen

Verstrekken alcoholhoudende drank aan personen tot 18 jaar (inrichtingen en supermarkten)

Bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende drank indien dit leidt tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid

Aanwezigheid ontheffing artikel 35 Dhw (zwak alcohol)

 

Algemene plaatselijke verordening e.d.

Parkeerexcessen

Parkeerexcessen, parkeren buiten de daarvoor aangegeven vakken

Parkeerexcessen, nadruk op recreatievoertuigen (caravans en aanhangers)

Parkeerexcessen, nadruk op een vrije doorgang (hulpdiensten/gemeentelijke diensten o.a. vuilnisophaaldienst/gladheidsbestrijding)

Voorwerpen/stoffen op, aan/boven weg ( terras, container e.d.), gebruik gemeentegrond waarbij sprake is van:

Voorwerpen/stoffen aan/boven weg/gebruik gemeentegrond: aantasting uiterlijk aanzien

Voorwerpen/stoffen aan/boven weg/gebruik gementergrond: gevaar/hinder/parkeerdruk

Voorwerpen/stoffen aan/boven weg/gebruik gemeentgrond: mogelijke ongewenste precedentwerking

Handelsreclame

Handelsreclame, i.v.m. hinder/verkeersonveiligheid

Handelsreclame, i.v.m. aantasting uiterlijk aanzien

Overlast honden en paarden

Honden, hondenpoepoverlast

Honden, loslopende honden

Paarden, nadruk op paardenpoepoverlast

Oud en Nieuw

Oud en Nieuw: Surveillance, preventief waarschuwen

Oud en Nieuw: Opslag van brandbare materialen/risico situaties ( campers e.d.)

Oud en Nieuw: Vuurwerkoverlast

Bedrijventerrein Grote Polder

Parkeerexcessen

aantasting bruikbaarheid en veiligheid van de weg (geplaatste objecten e.d.)

aantasting uiterlijk aanzien/sociale leefomgeving (graffiti, vuildump, slaapverbod etc.

Diverse onderwerpen

Graffiti

Hangjeugd/hangplekken

Overlast (brom-) fietsen

Festiviteiten (collectief en incidenteel)

Geluidhinder

Hinderlijk gedrag

Vuur stoken

Slaapverbod

Algemene surveillance ( zichtbaarheid en bekendheid GOA vergroten en voor overige APV-feiten)

Evenementen

 

Overig

Activiteiten van andere overheden

Anonieme klachten, meldingen e.d.

 

Bijlage 2 Prioriteiten op basis van de Risicomatrix

Nr

 

 

Prioriteit Zeer Hoog

14G

Verstrekken alcoholhoudende drank aan personen tot 18 jaar (inrichtingen en supermarkten)

2B

Bouwen tijdelijk bouwwerk, illegaal geplaatst, twee- of meerlaags gebouw

4B

Slopen zonder melding, bouw tot en met 1993

2D

Bouwen tijdelijk bouwwerk, vergund maar met verstreken termijn, twee- of meerlaags gebouw

10

Bestaande bouwwerken waarvan de toestand zich bevindt onder het niveau van bestaande bouw Bouwbesluit

20B

Oud en Nieuw: Opslag van brandbare materialen/risico situaties ( campers e.d.)

 

 

 

Prioriteit Hoog

5BIII

Gebruik bouwwerk dat meldingplichtig is voor brandveiligheid; helemaal geen melding

6AII

Wijzigen gebruik van gronden of bouwwerken in landelijk gebied, zonder omgevingsvergunning

2A

Bouwen tijdelijk bouwwerk, illegaal geplaatst, éénlaags gebouw of overig bouwwerk geen gebouw

1CI

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B1

13C

Op of in de bodem storten, houden e.d. van afvaltoffen buiten een daarvoor aangewezen plaats (bijvoorbeeld zwerfafval, drugsafval)

1CII

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B2

11A

Kappen van houtopstand met omgevingsvergunning

14C

Aanwezigheid leidinggevende conform het bij de Dhw-vergunning behorende aanhangsel

8

Activiteiten met betrekking tot rijks- en gemeentelijke monumenten

1BI

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B1

1CIII

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B3, woningen, woongebouwen en bouwwerken waarvoor geen Bezettingsgraadklasse genoemd is

3B

Bouwen zonder of in afwijking omgevingsvergunning, al dan niet in combinatie met r.o. en/of andere ogvplichtige activiteit; buiten een erf

7D

Aanleggen (werk of werkzaamheid) zonder of in afwijking van omgevingsvergunning; binnen landelijk gebied

31

Evenementen

1BII

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B2

1CIV

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B4

1BIII

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B3

1CV

Bouwen met omgevingsvergunning, bouwkosten hoger dan € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B5

30

Algemene surveillance ( zichtbaarheid en bekendheid GOA vergroten en voor overige APV-feiten)

 

 

 

Prioriteit Gemiddeld

12D

Aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg zonder vergunning

14A

Aanwezigheid Dhw-vergunning met bijbehorend aanhangsel in de inrichting

14H

Bedrijfsmatig verstrekken van alcoholhoudende drank indien dit leidt tot verstoring van de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid

2C

Bouwen tijdelijk bouwwerk, vergund maar met verstreken termijn, éénlaags gebouw of overig bouwwerk geen gebouw4

15C

Parkeerexcessen, nadruk op een vrije doorgang (hulpdiensten/gemeentelijke diensten o.a. vuilnisophaaldienst/gladheidsbestrijding)

1AI

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B1

1BIV

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B4

5AII

Gebruik bouwwerk dat omgevingsvergunningplichtig is voor brandveiligheid, zonder vergunning

18A

Honden, hondenpoepoverlast

14I

Aanwezigheid ontheffing artikel 35 Dhw (zwak alcohol)

20C

Oud en Nieuw: Vuurwerkoverlast

14E

Sluitingstijden Apv

1AII

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B2

1BV

Bouwen met omgevingsvergunning; leges hoger dan minimum; bouwkosten t/m € 200.000,--; Bezettingsgraadklasse B5 of bouwwerken waarvoor geen Bezettingsgraadklasse genoemd is

28

Vuur stoken

1AIII

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B3

6CII

Wijzigen gebruik van overige bouwwerken of gronden buiten landelijk gebied, zonder omgevingsvergunning

7B

Aanleggen (werk of werkzaamheid) zonder of in afwijking van omgevingsvergunning; buiten landelijk gebied

19

Paarden, nadruk op paardenpoepoverlast

9

Gebruik van open erven en terreinen in het kader van het Bouwbesluit

14D

Aanwezigheid kansspelautomaten (en -vergunning)

1AIV

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B4

5BI

Gebruik bouwwerk dat meldingplichtig is voor brandveiligheid > 50 personen/kamergewijze verhuur, (in)complete melding

5BII

Gebruik bouwwerk dat meldingplichtig is voor brandveiligheid; gelijkwaardige oplossing, (in)complete melding

17A

Handelsreclame, i.v.m. hinder/verkeersonveiligheid

4C

Slopen zonder melding, bouw na 1993

15A

Parkeerexcessen, parkeren buiten de daarvoor aangegeven vakken

11C

Zieke of gevaarlijke bomen

 

 

 

Prioriteit Laag

14B

Aanwezigheid bestuursreglement en barvrijwilligers

1AV

Bouwen met omgevingsvergunning en minimumleges en Bezettingsgraadklasse B5 of bouwwerken waarvoor geen Bezettingsgraadklasse genoemd is

12B

Aanleggen of veranderen van een uitweg naar de openbare weg zonder vergunning

15B

Parkeerexcessen, nadruk op recreatievoertuigen (caravans en aanhangers)

23

Hangjeugd/hangplekken

20A

Oud en Nieuw: Surveillance, preventief waarschuwen

14F

Activiteiten paracommerciële instellingen

3A

Bouwen zonder of in afwijking omgevingsvergunning, al dan niet in combinatie met r.o. en/of andere ogvplichtige activiteit; binnen een erf

11B

Beschadigen of kappen van openbaar groen, dumpen van (tuin)afval in openbaar groen

5AI

Gebruik bouwwerk dat omgevingsvergunningplichtig is voor brandveiligheid, met vergunning

21A

Parkeerexcessen

29

Slaapverbod

6BII

Wijzigen gebruik van particuliere bouwwerken buiten landelijk gebied, zonder omgevingsvergunning

16B

Voorwerpen/stoffen aan/boven weg/gebruik gementergrond: gevaar/hinder/parkeerdruk

12A

Aanleggen of veranderen van een uitweg naar de openbare weg met vergunning

18B

Honden, loslopende honden

6AI

Wijzigen gebruik van gronden of bouwwerken in landelijk gebied, met omgevingsvergunning

7C

Aanleggen (werk of werkzaamheid) met omgevingsvergunning; binnen landelijk gebied

21B

aantasting bruikbaarheid en veiligheid van de weg (geplaatste objecten e.d.)

25

Festiviteiten (collectief en incidenteel)

12C

Aanleggen, beschadigen of veranderen van een weg met vergunning

21C

aantasting uiterlijk aanzien/sociale leefomgeving (graffiti, vuildump, slaapverbod etc.

 

 

 

Prioriteit Zeer Laag

13B

Aanbieden van afvalstoffen door particulieren op niet-toegestane wijze (verkeerd inzamelmiddel, niet-aangewezen plaats, verkeerde inzamelaar)

7A

Aanleggen (werk of werkzaamheid) met omgevingsvergunning; buiten landelijk gebied

17B

Handelsreclame, i.v.m. aantasting uiterlijk aanzien

24

Overlast (brom-) fietsen

22

Graffiti

16A

Voorwerpen/stoffen aan/boven weg/gebruik gemeentegrond: aantasting uiterlijk aanzien

6BI

Wijzigen gebruik van particuliere bouwwerken buiten landelijk gebied, met omgevingsvergunning

4A

Slopen met melding

5C

PvE brandmeld- en ontruimingsalarminstallatie na positief brandweeradvies en ondertekening gemeente (niet in kader vergunningaanvraag)

26

Geluidhinder

6CI

Wijzigen gebruik van overige bouwwerken of gronden buiten landelijk gebied, met omgevingsvergunning

16C

Voorwerpen/stoffen aan/boven weg/gebruik gemeentgrond: mogelijke ongewenste precedentwerking

13A

Aanbieden van afvalstoffen door particulieren op een niet daartoe vastgestelde dag of tijd

27

Hinderlijk gedrag

 

Overig

32

Activiteiten van andere overheden

33

Anonieme klachten, meldingen e.d.

 

Bijlage 3 Format Uitvoeringsplan Vergunningverlening, toezicht en handhaving

Inleiding

De basis voor het uitvoeringsplan 201. vormt het Beleidsplan fysieke leefomgeving Zoeterwoude Dichtbij en verantwoordelijk, 2014-2018.

 

Vergunningverlening, toezicht en handhaving vormen een middel en geen doel om te komen tot een veilig en leefbaar Zoeterwoude.

 

Kaders

In het Beleidsplan fysieke leefomgeving staan de kaders uitgewerkt:

 

  • *

    Vergunningverlening, toezicht en handhaving: twee kanten van de medaille

  • *

    Ruimtegeven waar kan, consequent en effectief optreden waar moet

  • *

    Duidelijk communicatie als basis bij vergunningverlening, toezicht en handhaving

  • *

    Integraal en effectief.

     

In hoofdstuk 4 van het Beleidsplan fysieke leefomgeving Zoeterwoude staan de doelstellingen en acties voor de fysieke leefomgeving uitgewerkt.

 

Prioriteren

Het is niet mogelijk om alle ambities met volle kracht uit te voeren. De beschikbare capaciteit is hiervoor niet toereikend. Dit vraagt om het maken van keuzes. De keuzes voor vergunningverlening, toezicht en handhaving worden gemaakt op basis van een risicoanalyse. Deze risicomatrix gaat uit van de volgende formule:

 

Risico= negatiefeffect x de kans

 

Een uitgebreide uitwerking van de risicomatrix staat opgenomen in hoofdstuk 5 van het Beleidsplan fysieke leefomgeving Zoeterwoude.

 

Alle activiteiten op het gebied van vergunningverlening, toezicht en handhaving zijn met behulp van de risicomatrix gemeten. Op basis van de uitkomst zijn de risicoklassen bepaald van 1 (nauwelijks) tot 5 zeer groot risico). Activiteiten die vallen in de risicoklasse 5 vormen de hoogste prioriteiten binnen Zoeterwoude. In bijgaand document zijn alle activiteiten gesorteerd op risicoklasse en prioriteit.

 

Naast een prioritering op basis van risicoklassen wordt 10% van de beschikbare capaciteit ingezet voor speerpunten van het bestuur.

 

Capaciteit.

 

Wetgeving

Op basis van de Bor (art 7.4; 7.5) moet de beschikbare personele formatie worden vastgelegd en de financiële en personele middelen inzichtelijk worden gemaakt en in de begroting worden gewaarborgd.

 

Daarnaast geeft de Wet VTH kwaliteitscriteria aan voor capaciteit en kwaliteit. Omdat de omvang van Zoeterwoude (en hiermee de omvang van het aantal aanvragen omgevingsvergunningen en handhavingszaken) niet toestaat dat aan de capaciteitseis kan worden voldaan, wordt op een aantal zaken samengewerkt met partners in de regio.

 

Beschikbare capaciteit

Binnen Zoeterwoude is voor toezicht en handhaving …. uur beschikbaar van medewerkers die daadwerkelijk in dienst zijn en …. uur beschikbaar de buitengewoon opsporings ambtenaren (BAO) die wordt ingezet vanuit Leiden.

 

Kwaliteit

Het invoeren van nieuwe wetgeving (VTH, Omgevingswet) heeft direct invloed op het werk van de medewerkers. Regels en taken veranderen en de medewerkers veranderen mee. Om te voldoen aan de kwaliteitseisen die door de wet worden gesteld, is het van belang dat medewerkers in de gelegenheid worden gesteld bijscholing te volgen. Naar verwachting moet voor 201. …. Scholing en ontwikkeling worden opgevoerd.

 

Prognose ontwikkelingen 201..

In 201.. zijn in totaal … aanvragen omgevingsvergunningen ontvangen. Waarvan …. Eenvoudige procedures en …. Uitgebreide procedures.

 

Bij deze aanvragen waren geen grote projecten die een wezenlijke invloed hadden op de aantallen aanvragen. Voor 201 verwachten wij dat voor de projecten ........ extra inzet moet worden gepleegd.

 

Het verder verruimen van vergunningvrij bouwen heeft gevolgen voor de in te zetten capaciteit voor zowel vergunningverlening als handhaving. Door de complexiteit van de regels die aan vergunningvrij bouwen gekoppeld zijn, zal extra worden geïnvesteerd in voorlichting richting de inwoners. Daar waar inwoners zonder voorlichting vergunningvrij gaan bouwen, is de kans groot dat het gebouwde niet aan de eisen van vergunningvrij bouwen is voldaan. Naar verwachting zal dit in 2016 tot extra capaciteit voor handhaving leiden. In het uitvoeringsplan voor 2016 zal hier op worden teruggekomen.

 

Koppeling prioriteit aan beschikbare capaciteit

Voor de koppeling van prioriteiten aan beschikbare capaciteit wordt gebruik gemaakt van de berekeningstool van de gemeente Waalwijk.

 

Uit deze berekening vloeit voort dat met de beschikbare capaciteit xxx activiteiten met prioriteit .. en .. kunnen worden opgepakt.

 

Voor 201.. wordt de 10% flexibele handhavingscapaciteit in gezet voor …

Bijlage 4 Evaluatie Uitvoeringsplan

Jaarlijks vindt een evaluatie van het uitvoeringsplan plaats op basis van de doelstellingen zoals opgenomen het beleidsplan fysieke leefomgeving Zoeterwoude.

 

Algemeen

In het beleidsplan staan de doelstellingen opgenomen voor de periode 2014-2018. Aan iedere doelstelling zijn een aantal acties gekoppeld. Deze acties  vormen de basis bij de antwoorden of de doelstellingen in het jaar van evaluatie zijn behaald.

 

Onderwerp

Behaald J/N

Toelichting

Doelstelling 1: Het optimaliseren van communicatie. Dit vormt de basis voor een goede fysieke leefomgeving voor burgers en bedrijven

 

 

Doelstelling 2: Verminderen van regels en stimuleren eigen verantwoordelijkheid burgers en bedrijven bij naleving van wet- en regelgeving die wel blijft bestaan

 

 

Doelstelling 3:Vergunningverleners, toezichthouders en handhavers hebben dezelfde prioriteiten en werken zo efficiënt mogelijk samen

 

 

Doelstelling 4: Sanctioneren op basis van de aard van de overtreding

 

 

De prioriteitstelling heeft voldaan aan de verwachtingen

 

 

De beschikbare capaciteit was toereikend (zijn de toegewezen prioriteiten uitgevoerd)

 

 

Wijzigingen in wet en regelgeving of rijks prioriteiten hebben invloed gehad op het behalen van de doelstellingen

 

 

Welke onderwerpen behoeven in het nieuwe jaar extra aandacht (invullen bestuurlijke prioriteiten)

 

 

Aantal bezwaar en beroepszaken

 

 

Gewonnen aantal bezwaar en beroepszaken (=Juridische kwaliteit vergunning)

 

 

Vergunningverlening

Onderwerp

Aantal

Toelichting

Aantal eenvoudige procedures

 

 

Aantal aanvragen uitgebreide procedures

 

 

Voldaan aan de tijdigheid (afdoeningstermijn)

 

 

Handhaving

Onderwerp

Aantal

Toelichting

Aantal controles per prioriteit

 

 

Aantal malen toepassen sanctiestrategie naar type sanctie.

 

 

Aantal malen extra controle door verkeerd naleefgedrag (naleefstrategie)

 

 

In welke mate is de (her)controle tijdig uitgevoerd

 

 

Aantal niet op tijd verstuurd controleverslag en –brief

 

 

Prestaties Zoeterwoude ten opzicht van de regio (mits gegevens beschikbaar zijn)

 

 

 

 

 

WRO

J/N

Opmerking

Bestemmingsplan/omgevingsplan actueel?

 

 

Ander RO beleid vastgesteld

 

 

 

 

 

 

Bijlage 5 Toezichtmatrix

Bijlage 6 Controle formulier

Bijlage 7 Gedoogstrategie

Gedogen is sterk ingekaderd in landelijke beleidsnota’s (met name de nota “Gedogen in Nederland, en daarvan in het bijzonder deel II “Grenzen aan gedogen”). Bij de bepaling of sprake is van een gedoogwaardige situatie wordt aangesloten bij het landelijk gedoogbeleid.

 

Uitgangspunt is, dat overtredingen slechts in zeer spaarzame gevallen gedoogd worden. Handhaven is regel, gedogen is uitzondering.

 

Geen verjaring van overtredingen

Een wijd verspreid misverstand is dat bestuursrechtelijke overtredingen na verloop van tijd verjaren (“rechtsverwerking”). Dit is niet zo. Het bestuursrecht kent in tegenstelling tot het strafrecht en het privaatrecht geen expliciete verjaringstermijn. Ook als geruime tijd is verstreken na het begaan van de overtreding, kan in de meeste gevallen nog tegen de overtreding worden opgetreden. Veel is afhankelijk van de concrete situatie. Naarmate de overtreding moeilijker te constateren valt, zal minder snel sprake zijn van rechtsverwerking.

 

Registratie geconstateerde overtredingen Nu niet snel sprake is van rechtsverwerking, is het uitgangspunt dat elke geconstateerde overtreding, ongeacht de datum ervan, geregistreerd wordt. Slechts in zeer spaarzame gevallen en bij zeer gedateerde overtredingen kan rapportering achterwege blijven. Als voor deze categorie echter later blijkt dat de overtreding geïntensiveerd wordt, wordt er alsnog een rapport van opgemaakt en wordt overwogen om alsnog sanctionerend op te treden. Op grond van de huidige stand van de rechtspraak is het alsnog handhaven van overtredingen die al enkele jaren zijn begaan in beginsel mogelijk.

 

Situaties waarin geen sprake is van gedogen:

- het bestuursorgaan heeft geen weet van de overtreding en kan hier redelijkerwijs niet van op de hoogte zijn,

- wegens capaciteitsgebrek kan (vooralsnog) niet handhavend worden opgetreden (een wrakingsbrief wordt gestuurd),

- de rechter heeft het toepassen van sanctiemiddelen verboden,

- de betrokkene krijgt een waarschuwingsbrief of vooraankondiging met het verzoek om de overtreding op te heffen.

 

Situaties die voor gedogen in aanmerking kunnen komen

Overeenkomstig de landelijke beleidsnota’s “Grenzen aan gedogen” en “Gedogen met beschikkingen” en de huidige lijn van de jurisprudentie kunnen vier situaties voor gedogen in aanmerking komen. Dit zijn de volgende situaties:

 

 

 

a overmachtsituaties

Overmachtsituaties zijn situaties waarin bepaalde activiteiten onvermijdelijk zijn door bijzondere omstandigheden. Deze bijzondere omstandigheden dienen in eerste instantie buiten de invloedssfeer van de betrokkene plaats te vinden. Voorbeelden van bijzondere omstandigheden zijn: een elektriciteitsstoring, of de gevolgen van een heftige storm.

Als sprake is van een overmachtsituatie en hierdoor een overtreding wordt begaan, kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn dat in het concrete geval van handhavend optreden -tijdelijk- kan worden afgezien.

 

b overgangssituaties

In een overgangssituatie kan gedogen aanvaardbaar zijn, indien de consequenties van handhaving niet in een redelijke verhouding staan tot de belangen die met (onmiddellijke) handhaving zouden zijn gediend.

- Sprake kan zijn van nieuwe wetgeving die uiterst ingrijpend is voor een bestaand bedrijf. Dan kan tijdelijk en eventueel voorwaardelijk gedogen geboden zijn.

- Een overgangssituatie doet zich ook voor wanneer regelgeving in voorbereiding is waardoor de betreffende overtreding in de toekomst geen overtreding meer is. In dit geval wordt vooruitlopend op de wijziging geanticipeerd op de nieuwe regelgeving (bijvoorbeeld als vaststaat dat de categorie vergunningvrije bouwwerken verruimd wordt). Hier dient echter bedachtzaam gebruik van worden gemaakt, omdat tijdens de voorbereiding van nieuwe regelgeving tot in een laat stadium de definitieve normstelling gewijzigd kan worden.

- Een derde situatie doet zich voor wanneer een illegale situatie binnen een korte termijn opgeheven wordt. Hier is bijvoorbeeld sprake van bij bedrijfsbeëindiging of sloop.

- Een vierde situatie doet zich voor als een illegale situatie door middel van een begunstigde beschikking op korte termijn gelegaliseerd kan worden en het bestuursorgaan -gelet op de beleidsuitgangspunten- in beginsel bereid is hieraan mee te werken.

 

c situaties waarin het achterliggende belang evident beter is gediend met gedogen

Bij deze categorie van situaties wordt aangegeven dat in sommige gevallen het door de wettelijke norm beschermde belang beter kan worden bereikt met afspraken over de termijn waarbinnen en de wijze waarop de naleving zal plaatsvinden dan met strikte handhaving. Ook hier wordt het uitzonderlijke karakter benadrukt.

In uitzonderingsgevallen kan een oplossing worden gevonden die de doelstelling van de achterliggende norm beter behartigt dan de strikte handhaving van de overtreden norm. Deze situatie doet zich bijvoorbeeld voor als andere, betere veiligheidsmaat-regelen worden getroffen dan op basis van de regelgeving is vereist.

 

 

d situaties waarin een zwaarder wegend belang het gedogen rechtvaardigt

De nota “Gedogen in Nederland/Grenzen aan gedogen” wijst bij deze categorie van situaties op de situatie waarin een rechtsbeginsel ertoe leidt dat andere belangen dan die, die door de overtreden norm worden beschermd, in de door het bestuur te verrichten afweging doorslaggevend moeten worden geacht.

 

Als voorbeeld wordt genoemd een situatie waarin een beroep op het vertrouwensbeginsel (in verband met inlichtingen of toezeggingen van de overheid) zwaarder weegt dan het belang dat bij handhaving is gediend.

 

Uitgangspunt is, dat slechts in zeer bijzondere gevallen ruimte is om op basis van het beginsel van onevenredigheid niet tot handhaving over te gaan. Het algemeen belang van de naleving van wettelijke voorschriften wordt in beginsel zwaarwegend geacht. Voor de bepaling of handhavend optreden onevenredig is wordt gekeken naar de concrete situatie. Hierbij wordt aansluiting gezocht bij de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

 

3.7.3 Voorwaarden waaraan het gedogen moet voldoen

 

Op grond van de vooraan in paragraaf 3.7.2 genoemde beleidsnota’s en de normen van de Algemene wet bestuursrecht moet het gedogen voldoen aan de volgende voorwaarden:

1. In beginsel geschiedt het gedogen schriftelijk door het nemen van een expliciet gedoogbesluit, dat aan alle relevante vereisten uit de Awb voldoet (qua motivering, kenbare belangenafweging en procedure).

2. Het openbaar ministerie of de politie dient op de hoogte te worden gebracht van de ontstane gedoogsituatie. Desgewenst (op instigatie van het openbaar ministerie) dient de te nemen gedoogbeslissing te worden overgelegd.

3. In het gedoogbesluit wordt aangegeven dat de gedoogde activiteit geheel voor eigen risico van de overtreder/rechthebbende plaatsvindt.

4. Waar nodig dient de gedoogbeschikking te worden voorzien van beschermende/ beperkende voorwaarden.

5. Regelmatig moet toezicht worden gehouden op de te gedogen activiteit en de naleving van de beschermende/beperkende voorwaarden uit het gedoogbesluit.

6. Indien van toepassing (met name bij overgangssituaties) dient aan het gedogen een ontvankelijke vergunningaanvraag ten grondslag te liggen, of dient in de gedoogbeschikking voor het indienen van een ontvankelijke aanvraag een termijn te zijn gegeven.

7. Het gedogen moet zoveel mogelijk in omvang en/of tijd worden beperkt. De situatie mag in beginsel slechts tijdelijk worden gedoogd. Dit betekent dat een concrete eindtermijn moet worden genoemd. De totale tijdspanne waarbinnen wordt gedoogd, moet zo kort mogelijk zijn.

8. De bereidheid om te gedogen kan door nieuwe feiten en omstandigheden herzien worden. Niet-naleven van de gedoogvoorwaarden kan aanleiding zijn om alsnog handhavend op te treden.

 

 

3.7.4 Historisch gegroeide situaties

 

Een uitzondering op het voormelde beginsel dat gedogen uitdrukkelijk, schriftelijk en tijdelijk dient plaats te vinden, doet zich voor bij historische gegroeide situaties waarin niet tot handhaving wordt overgegaan.

De reden hiervoor is dat het alsnog nemen van een besluit voor deze gevallen veel capaciteit kost, die beter aan andere handhavingstaken kan worden besteed. Indien echter in het concrete geval belangen van derden op het spel staan, of onduidelijkheid bestaat over de status van de situatie, moet alsnog een gedoog- of handhavingsbesluit genomen worden.

 

Bijlage 8 Bevoegdheden taken en verantwoordelijkheden GOA

Sinds juli 2013 beschikt de gemeente Zoeterwoude over gemeentelijke opsporingsambtenaren(GOA) die van de gemeente Leiden worden ingehuurd. Een gemeentelijk opsporingsambtenaar (GOA) is een functionaris die niet in dienst is van de politie of marechaussee, maar wel opsporingsbevoegdheid heeft. De gemeentelijke opsporingsambtenaar controleert of voorgeschreven regels in lokale verordeningen en landelijke wetgeving worden nageleefd en levert zo een belangrijke bijdrage aan de veiligheid en leefbaarheid in Zoeterwoude.

 

Om de zichtbaarheid op straat te bevorderen draagt de GOA een uniform met herkenbaar insigne en doen het werk zowel per auto, scooter als lopend. Voor het efficiënt en effectief uitoefenen van de taken van de GOA, is het van belang dat hij samenwerkt met zowel interne als externe relaties (bijv. de politie, de Milieudienst, BIZ verenging).

 

Om handhavingstaken adequaat uit te voeren, is de BOA bevoegd om onder meer boetes uit te schrijven, ID-bewijzen te vragen en voertuigen/voorwerpen weg te laten slepen. Meldingen voor de GOA komen telefonisch, via persoonlijke contacten en via de politie binnen. Deze meldingen betreffen voor Zoeterwoude voornamelijk parkeeroverlast door voertuigen (caravans, aanhangers), hondenpoepoverlast, vervuiling ( vuildump).

 

De rol van de GOA:

- het achterhalen van de dader

- het aanspreken van de dader op de overtreding

- het coördineren van een oplossing (eventueel in samenwerking met de algemene dienst, politie etc.)

 

De GOA taak is onder te verdelen in:

 

1. Preventie

 

Preventie is gericht op het voorkomen van overlast. Dit kan gebeuren door voorlichting en  actieve surveillance. Hierbij vervult de GOA tevens een signaalfunctie ten behoeve van de algemene dienst op zowel het gebied van beheer openbare ruimte, groenvoorziening en reiniging.

 

2. Repressie

 

Repressie richt zich op het toezicht en de handhaving. De GOA controleert op de naleving van regels. Daarnaast reageert de BOA op binnengekomen meldingen van burgers, bedrijven en samenwerkingspartners.

 

De GOA is bevoegd om op de volgende gebieden toezicht te houden, te handhaven en waar mogelijk proces-verbaal op te maken:

  • -

    Handhaving Algemene plaatselijke verordening

  • -

    Handhaving Afvalstoffenverordening 2005

  • -

    Handhaving wegenverkeerswet 1994 m.b.t. stilstaand verkeer

  • -

    Handhaving Drank- en Horecawet

     

Het werkterrein van de gemeentelijk opsporingsambtenaar is zeer divers. De afhandeling van meldingen neemt een groot gedeelte van de tijd in beslag en de resterende tijd wordt gebruikt voor preventie door surveillance. In verband met de grote verscheidenheid aan taken en verantwoordelijkheden binnen het onderdeel repressie, de intensieve behandeling van meldingen en de beschikbare capaciteit wordt jaarlijks een nieuwe prioriteitstelling opgesteld rekening houdend met de prioriteiten van de overkoepelende risicomatrix.

 

Deze prioriteitstelling dient voor de GOA een goede handleiding te zijn bij de invulling van de taken. Voor de inwoners van Zoeterwoude biedt deze prioriteitstelling meer inzicht en duidelijkheid in waar de GOA zijn prioriteiten legt met betrekking tot de meldingen en klachten van de burgers.

 

Toekomstige ontwikkelingen, verschuiving en/of uitbreiding van taken kunnen mogelijke consequenties hebben voor de capaciteitsbehoefte.

 

Bijlage 9 Overzicht van alle in- en externe overleggen gericht op Omgevingsvergunningen en toezicht en handhaving.

Overleg

Doel

Frequentie

Coördinatoren overleg

Intern: bespreken voorgang, sturen op prioriteiten

1x per 2 wkn

Overleg Omgevingsvergunningen

Intern: bespreken ingekomen aanvragen

1x per 2 wkn

Overleg BWT

Intern: technische zaken/ontwikkelingen bij bouwaanvragen

1x per 4 wkn

Overleg RO

Intern: Bespreken ontwikkelingen/vraagstukken

1x per 4 wkn

Voortgangsoverleg projecten

Intern/extern: bespreken ontwikkelingen bij projecten

1x per 4 wkn

Vooroverleg

Extern op verzoek van initiatiefnemers

pm

Algemeen advies

Extern op verzoek van initiatiefnemers

pm

Overleg met portefeuillehouders

Intern: bespreken voorgang vergunningverlening, toezicht en handhaving

1 x pw

Overleg met Buitengewoon opsporingsambtenaren

Intern/extern: bespreken aandachtspunten

 

Regionaal overleg wet VTH

Extern: bespreken samenwerking

4x per jaar

Vakberaad Regio

Extern: kennis en ervaring delen in de regio

2-4 x per jaar

Overleg over systemen tbv wet VTH

Extern: afstemmen systemen en processen op regionaal niveau

1 x per mnd