Regeling vervallen per 01-01-2012

Verordening naamgeving en nummering 2009

Geldend van 01-10-2009 t/m 31-12-2011 met terugwerkende kracht vanaf 01-06-2009

Intitulé

VERORDENING NAAMGEVING EN NUMMERING 2009

Deze verordening bevat de algemene regels voor naamgeving van de openbare ruimte en nummering van verblijfsobjecten.

Artikel 1 Begripsbepalingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • 1.

    College:

    • het college van burgemeester en wethouders.

  • 2.

    BAG:

    • Basisregistraties Adressen en Gebouwen; een registratie van authentieke gegevens voor adressen en gebouwen

  • 3.

    Woonplaats:

    • een door het college als zodanig aangewezen gedeelte van het gemeentelijk grondgebied dat apart wordt onderscheiden en waaraan een woonplaatsnaam is toegekend.

  • 4.

    Openbaar gebied:

    • alle door het college aangewezen en voor het openbaar rijverkeer of andere verkeer openstaande wegen of paden, pleinen, plaatsen, plantsoenen, bruggen, viaducten, knooppunten of daarmee vergelijkbare plaatsen of constructies en alle wateren die, al dan niet met enige beperking, voor het publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn, alsmede daarin begrepen alle bouw- en kunstwerken die daar deel van uitmaken.

  • 5.

    Openbare ruimte:

    • een door het college als zodanig aangewezen gedeelte van het openbaar gebied binnen een woonplaats en waaraan een naam is toegekend.

  • 6.

    Adres:

    • een benaming, bestaande uit een combinatie van woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en nummeraanduiding, die door het college is toegekend aan een als zodanig aangewezen adresseerbaar object.

  • 7.

    Adresseerbaar object:

    • een verblijfsobject, ligplaats of standplaats.

  • 8.

    Verblijfsobject:

    • De kleinste binnen één of meerdere gebouwen gelegen en voor woon-, bedrijfsmatige- of recreatieve doeleinden geschikte eenheid van gebruik, die ontsloten wordt via een eigen toegang vanaf de openbare weg, een erf of een gedeelde verkeersruimte en dat onderwerp kan zijn van rechtshandelingen.

  • 9.

    Ligplaats

    • Een deel van het openbaar water - en in een aantal gevallen grond - dat door het college is bestemd of aangewezen voor het permanent afmeren van een woonschip of een woonark.

  • 10.

    Standplaats

    • Een kavel, bestemd voor het plaatsen van een woonwagen, waarop voorzieningen aanwezig zijn, die op het leidingnet van de openbare nutsbedrijven, van andere instellingen of van de gemeente kunnen worden aangesloten.

  • 11.

    Bouw- en kunstwerk:

    • elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct, hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond en bedoeld is om ter plaatse te functioneren.

  • 12.

    Gebouw:

    • vrijstaande, overdekte en geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte van enige omvang, die voor mensen toegankelijk is, direct of indirect met de grond is verbonden en bedoeld is om ter plaatse te functioneren.

  • 13.

    Nummeraanduiding

    • een nummer dat bestaat uit een of meer Arabische cijfers, al dan niet met toevoeging van een letter, of combinatie van letters en Arabische cijfers.

  • 14.

    Naamdrager

    • Bord waarop een toegekende naam is aangebracht, bijvoorbeeld een straatnaambord.

  • 15.

    Nummerdrager

    • Bord waarop een toegekend nummer is aangebracht, bijvoorbeeld een huisnummerbord.

  • 16.

    Rechthebbende

    • eenieder die krachtens eigendom of een beperkt zakelijk recht de beschikking heeft over een onroerende zaak, alsmede de beheerder.

  • 17.

    Uitvoeringsvoorschriften

    • nadere bepalingen van technische en administratieve aard.

Artikel 2 Naamgeving van woonplaatsen en openbare ruimten

  • 1. Het college stelt voor het totale grondgebied van de gemeente ten minste één woonplaats vast en kan een woonplaats in wijken en/of buurten verdelen en zonodig daaraan namen, letters of nummers toekennen.

  • 2. Het college kent voor het totale grondgebied van de gemeente namen toe aan te onderscheiden openbare ruimten en zonodig aan bouw- en kunstwerken.

  • 3. Onder vaststellen, verdelen en toekennen, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de vaststelling, verdeling en toekenning.

Artikel 3 Toekennen van adressen aan adresseerbare objecten

  • 1. Het college kent aan elk adresseerbaar object een adres toe, bestaande uit een combinatie van woonplaatsnaam, naam openbare ruimte en nummeraanduiding.

  • 2. Indien aan een adresseerbaar object meer dan één adres wordt toegekend, worden de adressen onderscheiden in hoofdadres en nevenadressen.

  • 3. Onder toekennen, zoals bedoeld in het eerste lid, wordt tevens begrepen het wijzigen en intrekken van de toekenning.

Artikel 4 Namen en nummeraanduidingen aanbrengen

  • 1. Het college draagt er zorg voor dat aan openbare ruimten toegekende namen middels naamdragers (naamborden) zichtbaar en in voldoende aantallen ter plaatse worden aangebracht.

  • 2. Aan een adresseerbaar object dat een adres heeft gekregen, moet de nummeraanduiding op een doeltreffende wijze middels een nummerdrager (nummerbord) zijn aangebracht.

  • 3. Het is eenieder verboden op eigen initiatief naam- of nummerdragers, zoals bedoeld in het eerste en tweede lid, aan te brengen.

Artikel 5 Gedoogplicht naamdragers

  • 1. Indien het college het nodig oordeelt dat borden met een wijk- of buurtaanduiding, borden met namen van openbare ruimten en/of verwijsborden aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of een andere soort terreinafscheiding worden aangebracht, is de rechthebbende verplicht toe te laten dat de hier bedoelde borden overeenkomstig de aanwijzingen van het college worden aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.

  • 2. De rechthebbende dient er zorg voor te dragen dat de in het eerste lid genoemde borden vanaf de openbare weg duidelijk leesbaar blijven.

Artikel 6 Nummerdragers aanbrengen

  • 1. Tenzij door het college anders is besloten, laat het college de nummeraanduiding, alsmede daarmee verband houdende verwijs- en verzamelborden, aanbrengen binnen vier weken na kennisgeving van het besluit aan de rechthebbende.

  • 2. Indien het adresseerbaar object nog niet is voltooid, wordt de nummeraanduiding binnen vier weken na voltooiing aangebracht.

  • 3. Het college kan de in het eerste en tweede lid genoemde termijn verlengen.

Artikel 7 Uitvoeringsvoorschriften

Het college is bevoegd nadere uitvoeringsvoorschriften te stellen betreffende het bepaalde in deze verordening.

Artikel 8 Strafbepaling

  • 1. Overtreding van artikel 4, derde lid, of het niet voldoen aan de bepalingen in artikel 5 en 6, wordt gestraft met een geldboete van de eerste categorie.

  • 2. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening is belast de afdeling Toezicht & Handhaving van de eenheid Publiekszaken.

Artikel 9 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 juni 2009.

Artikel 10 Vervallen oude regels

Met de inwerkingtreding van deze verordening vervalt de “Verordening naamgeving en nummering 2004”, die door het college is vastgesteld op 1 april 2004 en laatstelijk is gewijzigd op 10 oktober 2005.

Artikel 11 Overgangsbepalingen

  • 1. Namen en adressen die op grond van de in artikel 10 genoemde verordening aan openbare ruimten en aan adresseerbare objecten zijn toegekend, blijven na het in werking treden van deze verordening bestaan.

  • 2. Het college kan in afwijking van het eerste lid besluiten dat de op grond van de in het eerste lid genoemde regels en voorschriften toegekende namen en adressen en de daarbij aangebrachte nummerdragers binnen een door hem te bepalen termijn moeten worden vervangen door namen, adressen en nummerdragers die voldoen aan de bij of krachtens deze verordening gestelde voorschriften.

  • 3. Bij het vervangen van een naam, adres en/of nummerdrager, als bedoeld in het tweede lid, zullen zowel de oude en de nieuwe naam als het oude en het nieuwe adres gedurende een jaar na het besluit op grond van artikel 11 tweede lid mogen worden gebruikt op een nadere, bij dat besluit te bepalen wijze.

Artikel 12 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als de "Verordening naamgeving en nummering 2009".

Toelichting bij verordening naamgeving en nummering

De huidige “Verordening naamgeving en nummering” is op 1 april 2004 in werking getreden. Op 1 juli 2009 wordt de Wet basisregistratie”s adressen en gebouwen” van kracht. Deze wet is onderdeel van een programma van de rijksoverheid waarbij meerdere basisregistraties tot stand komen.

Een basisregistratie heeft als doel om een bepaalde soort gegevens op een eenduidige manier eenmalig vast te leggen en binnen de overheid meervoudig te gebruiken. Daarnaast worden basisregistraties ingericht om de kans op fraude terug te dringen.

Gelet op de nieuw te implementeren regelgeving voldoet de huidige verordening reglement niet meer. Er is gekozen voor het invoeren van een nieuw reglement en het daarbij intrekken van het reglement uit 2004.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 2

Over het begrip “woonplaats” en de woonplaatsgrens bestaat veelal onduidelijkheid en ook verschillende definities (Wegenverkeerswet, TNT-Post). Mede op verzoek van TNT-Post, die de postcoderegistratie baseert op woonplaats (niet op gemeentenaam) heeft elke gemeente binnen haar gemeentegrenzen één of meer woonplaatsen vastgesteld. De gemeente Zwolle heeft bij het “reglement naamgeving en nummering 2004” in artikel 2, lid 1 officieel voor het gehele gemeentelijke grondgebied de woonplaats “Zwolle” vastgesteld.

Kernen en buurtschappen als Wijthmen, Berkum, Ittersum, Genne of Mastenbroek vallen dus allen onder de woonplaats Zwolle, gelegen in de gemeente Zwolle. De woonplaats Zwolle is vervolgens verdeeld in stadsdelen, wijken en buurten.

In het kader van de Volkstelling 1971 is tussen gemeenten, de provincie en planologische diensten en het CBS een gebiedsindeling overeengekomen, die wordt aangeduid met de term "CBS wijk- en buurtindeling". Deze indeling werd noodzakelijk geacht, omdat op provinciaal en landelijk niveau behoefte bestond aan inzicht in de onderverdeling van het gemeentelijke grondgebied. Gemeenten dienen zich dan ook te houden aan de CBS wijk- en buurtindeling uit 1970. In de verordening komt daarom het benoemen van de wijken en buurten terug Dit is een bevoegdheid van het college.

In het tweede lid van artikel 2 is het toekennen van namen aan de openbare ruimte geregeld. De openbare ruimte omvat meer dan alleen straten, plantsoenen en wegen. Zo worden bijvoorbeeld ook waterlopen, sierwater, bruggen, viaducten, metrostations, dijken, meren en plassen veelal van een naam voorzien. Omdat het dus om meer dan alleen straatnamen gaat, wordt de term “naamgeving” in dit artikel gebezigd.

In het derde lid is de bevoegdheid van het college vermeld om de naamgeving te wijzigen of in te trekken. Het wijzigen van naamgeving wordt meestal aangeduid als “vernaming”. Uit jurisprudentie is gebleken dat diverse rechters hebben uitgesproken dat het wijzigen van (straat)naam moet worden beschouwd als een algemeen aanvaard maatschappelijk risico dat ten laste dient te komen van de betrokken burgers en bedrijven. Wel is het college - op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur - gehouden aan zorgvuldigheidsnormen. Deze zijn nader uitgewerkt in het “Reglement naamgeving en nummering”, dat de administratieve- en technische uitvoeringsvoorschriften bevat.

De formulering van dit artikel sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot het benoemen van de openbare ruimte bij het college indienen. Een dergelijke aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn in ieder geval de hoofdstukken van die wet van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten). In het “Reglement naamgeving en nummering” zijn ook nadere regels opgenomen over het consulteren van de bevolking bij naamgeving.

Artikel 3

Dit artikel regelt het toekennen van nummers aan bouwwerken, gebouwen, complexen, afgebakende terreinen, ligplaatsen en standplaatsen. De wet BAG schrijft voor dat aan alle adresseerbare objecten een adres moet worden toegekend. Omdat het dus om meer gaat dan huisnummers wordt de term “nummeraanduiding” in dit artikel gebruikt.

De formulering van artikel 3 sluit niet uit dat burgers een aanvraag tot nummertoekenning bij het college kunnen indienen. Deze aanvraag kan in de regel worden aangemerkt als een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen in de zin van artikel 1:3, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht. Op de afwikkeling van de aanvraag zijn dan ook wederom in ieder geval de hoofdstukken 3 en 4 van die wet van toepassing (algemene en bijzondere bepalingen over besluiten).

In het derde lid is de bevoegdheid van het college vermeld om een nummer in te trekken of te wijzigen. Het wijzigen van nummering wordt meestal aangeduid als “vernummering”. Uit jurisprudentie is gebleken dat diverse rechters hebben uitgesproken dat het wijzigen van (straat)naam en / of (huis)nummer moet worden beschouwd als een algemeen aanvaard maatschappelijk risico dat ten laste dient te komen van de betrokken burgers en bedrijven. Wel is het college - op grond van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur - gehouden aan zorgvuldigheidsnormen. Deze zijn nader uitgewerkt in het “Reglement naamgeving en nummering”, dat de administratieve- en technische uitvoeringsvoorschriften bevat.

Artikel 4

Naamdragers worden door of vanwege de gemeente aangebracht. De kosten daarvan komen voor rekening van de gemeente.

Het derde lid verbiedt een ieder, die daartoe niet bevoegd is, namen en nummers toe te kennen aan delen van de openbare ruimte, aan de daaraan liggende gemeentelijke bouwwerken en aan ligplaatsen of standplaatsen, door deze zichtbaar ter plaatse aan te brengen.

Vooral het door de burger aanbrengen van een nummer aan zijn onroerende zaak is de laatste decennia hand over hand toegenomen. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat niet alleen "eigen nummers" worden toegekend aan objecten, maar dat dikwijls ook nummers ontbreken, niet leesbaar zijn of zo abstract zijn vormgegeven, dat zij niet meer aan de criteria "doeltreffendheid" voldoen. De criteria van doeltreffendheid zijn opgenomen in het “Reglement naamgeving en nummering” dat de administratieve- en technische uitvoeringsvoorschriften bevat.

Artikel 5

Naamdragers en nummerdragers moeten ter plaatse goed zichtbaar worden aangebracht. Wijkzaken - die belast is met de plaatsing van de borden – kan het nodig achten dat een naamdrager of nummerdrager wordt bevestigd aan een bouwwerk, gebouw, muur, paal, schutting of ander soort terreinafscheiding van een andere rechthebbende. Die rechthebbende is verplicht dit toe te staan.

Het tweede lid bepaalt dat een rechthebbende een eigen verantwoordelijkheid heeft voor het leesbaar en zichtbaar blijven van een naamdrager of nummerdrager die op, aan of bij zijn object is aangebracht.

Artikel 6

Het aanbrengen van nummerdragers met daarop een nummeraanduiding is belegd bij Wijkzaken. Door of namens Wijkzaken worden de nummerdragers aangebracht. Het aanbrengen van de nummerdragers wordt bij grotere bouwprojecten in de praktijk vaak uitbesteed of overgelaten aan de aannemer, als onderdeel van het uitvoeren van een bouwwerk. Ten slotte kan het ook aan de eigenaar worden overgelaten de nummers, conform de nadere gemeentelijke voorschriften, aan te brengen.

In de verordening is gekozen voor een formulering, waarbij de eigenaar het nummer dient aan te brengen, tenzij het college anders besluit. Het laatste kan bijvoorbeeld het geval zijn bij nieuwbouwprojecten, waarbij een uniform uitgevoerde nummering wenselijk wordt geacht. De verantwoordelijkheid voor het aanbrengen van een nummerdrager met daarop de nummeraanduiding is opgenomen in het “Reglement naamgeving en nummering” dat de administratieve- en technische uitvoeringsvoorschriften bevat.

In het tweede lid is bepaald dat voor gevallen waarin het object nog niet is voltooid een andere termijn geldt. Het derde lid geeft het college de mogelijkheid de in het eerste en tweede lid genoemde termijnen te verlengen.

Artikel 7

Dit artikel biedt het college de mogelijkheid nadere administratieve- en technische uitvoeringsvoorschriften te geven. Er kan in dit verband worden gedacht aan algemene technische eisen aan het te gebruiken materiaal (bestand tegen weersinvloeden), alsmede aan een aantal technische zaken, zoals de methode van nummering en maatvoering van de borden.

Naast meer technische uitvoeringsvoorschriften kan ook om verschillende redenen worden gedacht aan uitvoeringsvoorschriften van meer administratieve aard. In de eerste plaats vervullen naam- en nummergegevens een zeer wezenlijke functie in het maatschappelijk verkeer. De dienstverlening (brandbestrijding, ambulancevervoer, postbezorging enzovoorts) kan niet zonder deze informatie. In de tweede plaats zijn tal van gemeentelijke registraties geordend op de volgorde van straatnaam en huisnummer. In de derde plaats is een systematische en eenduidige verstrekking van naam- en nummergegevens aan vele instanties noodzakelijk.

Zo bestaan er verplichtingen tot registratie van authentieke adresgegevens volgens de wet BAG. Ook moeten deze authentieke gegevens geleverd worden aan de Landelijke Voorziening. De overheid is verplicht gegevens te betrekken uit authentieke registraties.

Ten slotte vervullen de adresgegevens een belangrijke rol bij de uitkering uit het Gemeentefonds.

De administratieve- en technische uitvoeringsvoorschriften zijn opgenomen in een “Reglement naamgeving en nummering”, dat door het college wordt vastgesteld.

Artikel 8

Het opleggen van verplichtingen, zoals vervat in de verordening, heeft alleen zin wanneer deze ook kunnen worden afgedwongen, zodra de regels worden overtreden. Het is gebruikelijk aan lichte overtredingen een geldboete van de eerste categorie te verbinden.

Op grond van het tweede lid wordt de afdeling Toezicht en Handhaving van de eenheid Publiekszaken belast met de controle op de naleving van de regels die in deze verordening en in het “reglement naamgeving en nummering”zijn opgenomen.

Het aanbrengen en onderhouden van de straatnaamborden en dergelijke zijn taken waarmee de daartoe aangewezen - gebiedsgericht werkende - ambtenaren van de afdeling Uitvoering (eenheid Wijkzaken) belast zijn.

Artikel 10

Dit artikel regelt het vervallen van de oude bepalingen. Deze regels en voorschriften moeten met name genoemd worden. Er kan niet worden volstaan met de zinsnede “met de inwerkingtreding van deze verordening komen alle eerdere regels en voorschriften te vervallen”. De strekking van het artikel spreekt verder voor zich.

Artikel 11

Het principe van het benoemen van de openbare ruimte en het nummeren van bouwwerken, gebouwen, complexen, onbebouwde terreinen, ligplaatsen en standplaatsen dateert al uit de vorige eeuw. In de loop van de tijd hebben vele voorschriften gegolden. Het is niet zinvol bij de invoering van de verordening te eisen dat alle huisnummers in de gemeente dienen te worden aangepast aan de nieuwe uitvoeringsvoorschriften. Bij vervanging wordt aangesloten bij de nieuwe regels.

Nummers, die onder het oude regime tot stand zijn gekomen, blijven gehandhaafd. Het college heeft wel de mogelijkheid aanpassing van nummers te eisen.