Regeling vervallen per 01-10-2016

Verordening raad van Wmo-vragers

Geldend van 01-01-2007 t/m 30-09-2016

Intitulé

Verordening raad van Wmo-vragers

Raadsbesluit

De raad van de gemeente Nieuwegein;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 15 augustus 2006;

gelet op artikel 12 van de Wet maatschappelijke ondersteuning en op de visienota die vastgesteld is op 16 februari 2006;

b e s l u i t :

vast te stellen: “de verordening Raad van WMO-vragers”.

Artikel 1 Begrippen

  • 1. In deze verordening wordt verstaan onder:

    • a.

      College: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Nieuwegein;

    • b.

      Gemeenteraad: de gemeenteraad van de gemeente Nieuwegein;

    • c.

      Wmo: de Wet maatschappelijke ondersteuning;

    • d.

      Vragers: mensen die maatschappelijke ondersteuning vragen en mogelijk toekomstige vragers van maatschappelijke ondersteuning;

    • e.

      Representatieve organisaties van vragers: plaatselijke en regionale patiënten-, gehandicapten- en cliëntenorganisaties, organisaties van mantelzorgers; organisaties van dak- en thuislozen, organisaties van ouderen, organisaties van jongeren en andere organisaties van vragers op het gebied van maatschappelijke ondersteuning die naar het oordeel van het college representatief zijn.

    • f.

      Raad van Wmo-vragers (verder te noemen “de raad”): een adviesorgaan dat bestaat uit (toekomstige) vragers en vertegenwoordigers van representatieve organisaties vragers, met taken en bevoegdheden zoals omschreven in deze verordening.

  • 2. Voor zover niet anders is bepaald, worden de begrippen in deze verordening gebruikt in dezelfde betekenis als in de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 2 Doelstelling

  • 1. De raad adviseert zoals bedoeld in artikel 12 Wmo.

  • 2. De raad bevordert een goede uitvoering en voortgang van de Wmo.

  • 3. Met de instelling van de raad wordt beoogd om de kennis en ervaring van vragers te betrekken bij de beleidsvorming en de uitvoering van de Wmo en daardoor een meerwaarde te bereiken in de kwaliteit van de Wmo-dienstverlening.

Artikel 3 Taken

  • 1. De raad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college over de ontwerpbeleidsplannen in het kader van de prestatievelden Wmo en de uitvoering daarvan.

  • 2. De raad is alert op ontwikkelingen en knelpunten bij de uitvoering van de Wmo en geeft deze signalen door aan het college.

  • 3. De raad geeft gevraagd en ongevraagd advies aan het college over de werkterreinen van de gemeente die verwant zijn met maatschappelijke ondersteuning. Daartoe worden met name gerekend:

    • Ondersteuning en dienstverlening

    • Welzijn en participatie

    • Wonen, volkshuisvesting en ruimtelijke ordening

    • Woonomgeving en veiligheid

    • Verkeer en vervoer

    • Communicatie

Artikel 4 Samenstelling van de raad

  • 1. De raad bestaat uit minimaal 14 en maximaal 20 leden.

  • 2. De zetels van de raad zijn als volgt verdeeld over de verschillende doelgroepen:

    • Verschillende fysieke functiebeperkingen

    3 tot 4

    • GGZ (of hun vertegenwoordigers)

    1 tot 2

    • Verstandelijk gehandicapten

    (of hun ouders/vertegenwoordigers)

    1 tot 2

    • Dak- en thuislozen

    1

    • Senioren

    3 tot 4

    • Mantelzorgers

    2 tot 3

    • Platform wijknetwerken

    2

    • Cliëntenraad SZ&A

    1

    • Jongerenraad

    1

  • 3. De raad heeft een onafhankelijk voorzitter. De leden kiezen uit hun midden een plaatsvervangend voorzitter.

Artikel 5 Aanwijzing en zittingsduur

  • 1. Voor het werven van de leden en de voorzitter wordt door de gemeente een oproep met profielschets geplaatst in de lokale of regionale media.

  • 2. Kandidaten voor de raad zijn ervaringsdeskundigen op het brede terrein van de Wmo en hun vertegenwoordigers, al dan niet namens representatieve organisaties van vragers. Daarbij wordt ernaar gestreefd dat de samenstelling van de raad een afspiegeling is van de diversiteit van de lokale bevolking. De leden zijn woonachtig in de gemeente Nieuwegein. Voor de voorzitter is dit niet noodzakelijk.

  • 3. De raad verzorgt zowel de selectie van de leden en de voorzitter als de voordracht aan het college.

  • 4. Bij de oprichting van de raad dragen de Seniorenraad en het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten de kandidaten aan het college aan voor de zetels “Senioren” en “Mensen met fysieke functiebeperkingen”. Het college draagt zorg voor een onafhankelijke beoordelingscommissie voor sollicitaties naar de overige zetels in de raad en een vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad toetst deze onafhankelijkheid.

  • 5. Het college benoemt op basis van de voordracht de leden van de raad.

  • 6. De leden nemen deel aan de raad op persoonlijke titel, zonder last of ruggespraak.

  • 7. De voorzitter en de leden van de raad worden benoemd voor de duur van vier jaar.

  • 8. De voorzitter en de leden van de raad kunnen eenmalig worden herbenoemd voor de duur van vier jaar. Wanneer zij na de eerste periode niet aftreden, wordt de benoeming automatisch gecontinueerd voor de tweede periode.

  • 9. De benoeming eindigt voorts op verzoek van betrokkenen of door verhuizing buiten de gemeente Nieuwegein. De benoeming van de voorzitter eindigt niet door verhuizing buiten de gemeente Nieuwegein.

Artikel 6 Organisatie

  • 1. De raad heeft een plenair overleg, themawerkgroepen en een werkgroepenberaad.

  • 2. Alle leden van de raad nemen deel aan het plenair overleg.

  • 3. De samenstelling van de themawerkgroepen gebeurt naar inzicht van de raad. Zowel leden van de raad als niet-leden kunnen participeren in de werkgroepen.

  • 4. Bij de oprichting van de raad worden de leden van de Seniorenraad en de leden van het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten de werkgroepleden van de themawerkgroepen van de raad.

  • 5. Alle themawerkgroepleden nemen deel aan het werkgroepenberaad.

  • 6. Het werkgroepenberaad bewaakt de samenhang van de resultaten van de themawerkgroepen en zorgt voor de onderlinge verbondenheid van de werkgroepleden.

  • 7. Zowel het plenair overleg als de themawerkgroepen en het werkgroepenberaad kunnen deskundigen uitnodigen of derden raadplegen wanneer dit voor de advisering van belang is.

Artikel 7 Werkwijze en adviestermijnen

  • 1. Voorafgaand aan de besluitvorming vraagt het college advies over de in artikel 3 van deze verordening genoemde werkterreinen.

  • 2. Binnen zes weken nadat daarom verzocht is, brengt de raad advies uit.

  • 3. In het advies van de raad worden ook de eventuele minderheidsstandpunten vermeld. Meerderheids- en minderheidsstandpunten worden daarbij met aantallen vermeld.

  • 4. Het advies van de raad wordt toegevoegd aan het ambtelijk voorstel zoals dat ter besluitvorming aan het college wordt voorgelegd.

  • 5. Indien het college een beslissing neemt die afwijkt van het advies van de raad dan brengt zij dit gemotiveerd schriftelijk ter kennis van de raad.

  • 6. Indien naar het oordeel van het college advisering vooraf zal leiden tot een ongewenste vertraging in de dienstverlening zal een en ander achteraf in de raad ter discussie worden gesteld.

  • 7. Wanneer de raad besluit een gevraagd advies niet uit te brengen, wordt dit besluit meegedeeld aan het college met opgave van de redenen van dit besluit.

Artikel 8 Vergaderingen, besluitvorming en verslaglegging

  • 1. Het plenair overleg van de raad vergadert ten minste zes keer per jaar.

  • 2. De voorzitter bepaalt plaats, datum en tijdstip van de vergaderingen.

  • 3. De plenaire vergaderingen zijn openbaar.

  • 4. De besluiten van de raad worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Wanneer de stemmen staken geeft de raad een verdeeld advies.

  • 5. Voor een geldige stemming is de aanwezigheid van tenminste de helft van het aantal leden vereist.

  • 6. De voorzitter heeft geen stemrecht.

  • 7. Besluiten en adviezen van de raad worden schriftelijk vastgelegd.

  • 8. De raad brengt jaarlijks voor 1 april aan het college verslag uit van de werkzaamheden in het voorafgaande kalenderjaar. In dit verslag wordt in ieder geval melding gemaakt van de in de vergadering behandelde onderwerpen en van de uitgebrachte adviezen.

Artikel 9 Faciliteiten en budget

  • 1. Voor het uitvoeren van de taken van de raad worden van gemeentewege beschikbaar gesteld:

    • a.

      een contactfunctionaris voor de aansluiting met het bestuurlijke besluitvormingsproces;

    • b.

      een medewerker voor de ondersteuning van het plenair overleg van de raad en de ondersteuning van het werkgroepenberaad. Deze medewerker is secretaris voor onder meer de organisatie van de vergaderingen, de administratie en het notuleren. De omvang van deze ondersteuning is 18 uur per week;

    • c.

      vergaderruimte voor het plenair overleg en voor het werkgroepenberaad;

    • d.

      toegang tot openbare informatie en gegevens;

    • e.

      vergoeding van de hulpmiddelen die mensen met een functiebeperking nodig hebben om de vergaderingen bij te wonen (bijvoorbeeld een doventolk);

    • f.

      een budget voor:

      • -

        de onkosten van de leden van het plenair overleg en de onkosten van de werkgroepleden die geen lid zijn van de raad (telefoonkosten, schrijfmateriaal, computerkosten);

      • -

        het organiseren van bijeenkomsten met de achterban;

      • -

        deskundigheidsbevordering (informatiemateriaal, het bijwonen van informatieve bijeenkomsten, het uitnodigen van deskundigen);

      • -

        een jaarlijkse activiteit en/of attentie voor de leden van het plenair overleg en voor de werkgroepleden die geen lid zijn van de raad.

  • 2. De omvang van het in lid 1e. en lid 1f. van dit artikel genoemde budget wordt jaarlijks in de gemeentebegroting vastgelegd.

  • 3. De raad legt jaarlijks verantwoording af van de uitgaven. Dit financieel verslag maakt deel uit van het jaarverslag genoemd onder artikel 8 lid 8 van deze verordening.

Artikel 10 Overige bepalingen

  • 1. De raad kan klachten over de uitvoering van deze verordening schriftelijk indienen bij het college.

  • 2. In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college, gehoord de raad.

Artikel 11 Inwerkingtreding en intrekking verwante verordeningen en regelingen

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007, onder het voorbehoud dat de Wmo op dat moment door de Eerste Kamer is goedgekeurd.

  • 2. Onder het voorbehoud dat deze verordening op 1 januari 2007 in werking treedt, worden de “Regeling voor de Seniorenraad 2002” en de “Verordening cliëntenparticipatie integraal gehandicaptenbeleid Gemeente Nieuwegein 2002” ingetrokken per 1 januari 2007.

  • 3. Onder het voorbehoud dat deze verordening op 1 januari 2007 in werking treedt, treden de leden van de Seniorenraad en de leden van het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten af per 1 januari 2007. Maximaal vier leden van elk van deze adviesraden worden benoemd in het plenair overleg van de raad. De overige aftredende leden worden als werkgroeplid betrokken bij de raad.

  • 4. Onder het voorbehoud dat deze verordening op 1 januari 2007 in werking treedt, komen te vervallen in de bijlage behorende bij de Verordening vergoedingen raads- en commissieleden Nieuwegein onder Categorie B: Seniorenraad, Platform Gehandicapten en Chronisch Zieken.

Artikel 12 Evaluatie

Twee jaar nadat deze verordening in werking is getreden, evalueert het college het functioneren van de raad. Indien de evaluatie daartoe aanleiding geeft wordt deze verordening aangepast.

Artikel 13 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening Raad van Wmo-vragers'.

Ondertekening

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 29 september 2006

de griffier
de voorzitter

Toelichting

Algemeen

Artikel 12 van de Wet maatschappelijke ondersteuning regelt dat de gemeente de (toekomstige) vragers van maatschappelijke ondersteuning betrekt bij de vormgeving van het beleid.

Artikelsgewijze toelichting

Artikel 1 begrippen

Dit artikel spreekt voor zich. Voor zover begrippen in de verordening worden gebruikt die niet in dit artikel zijn benoemd, geldt de betekenis zoals die is bepaald in de Wet maatschappelijke ondersteuning.

Artikel 2 doelstelling

In de visienota Wmo is vastgelegd dat de gemeente Nieuwegein artikel 12 van de Wmo wil realiseren door het instellen van een Raad van Wmo-vragers (de raad).

Artikel 3 taken

De taken van de raad vloeien voort uit de doelstelling zoals verwoord in artikel 2. In het eerste lid wordt aangegeven dat de raad fungeert als een adviesorgaan voor het college. Dit is overeenkomstig artikel 12 van de Wmo.

De raad adviseert over het ontwerpbeleidsplan én de uitvoering daarvan. Artikel 12 van de Wmo spreekt alleen over het ontwerpbeleidsplan. Vanuit de gedachte dat beleid en uitvoering onlosmakelijk aan elkaar verbonden zijn, is de adviesopdracht ruimer gesteld dan in de Wmo.

De raad is geen platform voor individuele belangenbehartiging. Zij adviseren niet over incidenten of individuele situaties.

Artikel 4 en artikel 5 samenstelling raad, aanwijzing en zittingsduur

De raad is samengesteld uit mensen die door hun situatie of beperking (toekomstige) vragers zijn van de Wmo-voorzieningen. Daarnaast zijn er zetels voor deelnemers aan de wijknetwerken en voor vertegenwoordigers van de twee andere adviesraden van de gemeente. Met de verdeling van de zetels over verschillende doelgroepen wordt beoogd om een goede spreiding van ervaringsdeskundigheid in te brengen in de raad. Bij de selectie van kandidaten wordt gestreefd naar diversiteit zodat de samenstelling van de raad een afspiegeling wordt van de bevolking van Nieuwegein.

Om vragers en representatieve organisaties van vragers de gelegenheid te geven zich kandidaat te stellen wordt een oproep geplaatst in de lokale of regionale media. Daarnaast wordt de werving afgestemd op de specifieke doelgroepen. Voor bijvoorbeeld slechtzienden of dak-en thuislozen worden op deze groepen gerichte informatiekanalen en methoden ingezet.

De ontvangen reacties worden als sollicitaties beschouwd. Kandidaten die ongebonden vragers zijn én kandidaten namens organisaties van vragers worden via dezelfde procedure geworven. Dit om een zo groot mogelijk aanbod van kandidaten aan te spreken.

Alle leden van de raad geven advies op persoonlijk titel en betrekken daarbij naar eigen inzicht de signalen van hun achterban. Het is de bedoeling het gemeentelijk beleid te ontwikkelen in direct contact met een aantal mensen die op grond van hun persoonlijke ervaringen en omstandigheden en hun kennis van mensen in soortgelijke omstandigheden, relevante uitspraken kunnen doen over dat beleid.

Om een daadkrachtig besluitvormingsproces te bevorderen is bepaald dat de leden deelnemen zonder last of ruggespraak. Zo zijn de leden vrij om tijdens de vergadering naar eigen inzicht besluiten te nemen.

Bij de oprichting van de raad wordt deels afgeweken van de openbare procedure. De Seniorenraad en het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten zullen invulling geven aan de zetels “Senioren” en “Mensen met fysieke functiebeperkingen”. Ook de andere twee adviesorganen die vertegenwoordigd worden in de Raad van Wmo-vragers, geven zelf invulling aan de betreffende zetels. Deze regeling geeft invulling aan de wens van de gemeenteraad om de expertise van deze adviesraden te benutten en te behouden. De selectieprocedure van de overige kandidaten wordt uitgevoerd door een onafhankelijke beoordelingscommissie. Een vertrouwenscommissie uit de gemeenteraad toetst deze onafhankelijkheid.

De leden worden benoemd voor de duur van 4 jaar en wanneer zij na deze periode niet aftreden wordt de benoeming automatisch met 4 jaar gecontinueerd. Bij de oprichting van de raad worden alle leden tegelijkertijd benoemd. Voor de continuïteit is het van belang dat niet alle leden op hetzelfde moment aftreden. Daarom zal voor de eerste raad in overleg met de leden een schema van aftreden gemaakt worden.

Artikel 6 organisatie

Ook bij inrichting van de organisatie van de raad is gestreefd naar continuïteit, behoud van de ervaring en de expertise van de bestaande adviesraden. Het plenair overleg van de raad wordt ondersteund door themawerkgroepen. Bij de oprichting van de raad worden alle leden van de Seniorenraad en het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten uitgenodigd om hun werk voort te zetten in de themawerkgroepen van de raad. Een werkgroepenberaad zorgt voor de integraliteit van de werkzaamheden.

Artikel 7 werkwijze en adviestermijnen

Dit artikel beschrijft hoe de raad adviseert en hoe het college omgaat met deze adviezen. Normaliter worden onderwerpen ter advisering voorgelegd aan de raad voordat zij ter besluitvorming aan het college worden aangeboden. Wanneer over een voorstel met spoed een besluit moet worden genomen kan het betreffende voorstel ook achteraf in de raad ter discussie worden gesteld. In dat geval zal de raad tijdig op de hoogte worden gesteld van het feit dat het betreffende onderwerp pas na besluitvorming in het college wordt voorgelegd. Overigens zal bij een advies dat spoed vereist -indien mogelijk- overleg met de raad plaatsvinden over verkorting van de adviestermijn. Dit heeft de voorkeur boven advisering achteraf.

Artikel 9 faciliteiten en budget

In overleg met de Seniorenraad en het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten is afgezien van presentiegelden. Wel wordt voorzien in middelen voor een jaarlijkse gezamenlijke activiteit voor alle leden en werkgroepleden van de raad én/of middelen voor een jaarlijkse attentie als waardering voor de werkzaamheden.

Artikel 11 inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2007. Dit is de datum waarop de Wmo ingaat. Zowel de Seniorenraad als het Platform Chronisch Zieken en Gehandicapten hebben aangegeven dat zij zo spoedig mogelijk, vooruitlopend op de formele ingangsdatum van deze verordening, als Raad van Wmo-vragers aan het werk willen gaan.

Gelijktijdig met het van kracht worden van deze verordening, worden de “Regeling voor de Seniorenraad 2002” en de “Verordening cliëntenparticipatie integraal gehandicaptenbeleid Gemeente Nieuwegein 2002”ingetrokken. Daarmee is de opheffing van deze adviesraden, overeenkomstig het besluit van de gemeenteraad van 16 februari 2006, een feit.

Artikel 12 evaluatie

Na verloop van twee jaar evalueert het college het functioneren van de raad. Daarbij gaat het niet alleen om de beoordeling van de werkzaamheden van de raad. De beoordeling van wijze waarop de gemeente omgaat met de raad en de beoordeling van de verwerking van de adviezen zijn hierbij van even groot belang.