Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 13 juni houdende Oproep voor het indienen van Lokale ontwikkelingsstrategieën in het kader van LEADER GLB-NSP

Geldend van 23-06-2023 t/m heden

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Noord-Brabant van 13 juni houdende Oproep voor het indienen van Lokale ontwikkelingsstrategieën in het kader van LEADER GLB-NSP

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

Gelet op Verordening (EU) 2021/2115 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 tot vaststelling van voorschriften inzake steun voor de strategische plannen die de lidstaten in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid opstellen (strategische GLB-plannen) en die uit het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) en het Europees Landbouwfonds voor plattelandsontwikkeling (Elfpo) worden gefinancierd, en tot intrekking van Verordeningen (EU) nr. 1305/2013 en (EU) nr. 1307/2013 (PbEU 2021, L 435);

Gelet op Verordening (EU) 2021/2116 van het Europees Parlement en de Raad van 2 december 2021 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van Verordening (EU) nr. 1306/2013 (PbEU 2021, L 435);

Gelet op artikel 32 van Verordening (EU) 2021/1060 van het Europees Parlement en de Raad van 24 juni 2021 houdende gemeenschappelijke bepalingen inzake het Europees Fonds voor regionale ontwikkeling, het Europees Sociaal Fonds Plus, het Cohesiefonds, het Fonds voor een rechtvaardige transitie en het Europees Fonds voor maritieme zaken, visserij en aquacultuur en de financiële regels voor die fondsen en voor het Fonds voor asiel, migratie en integratie, het Fonds voor interne veiligheid en het Instrument voor financiële steun voor grensbeheer en visumbeleid (EU) nr. 2021/1060 PbEU2021, L231;

Gelet op artikel 3 van de Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 19 december 2022, nr. WJZ/ 21206194, tot uitvoering van verordening (EU) 2021/2115 en verordening (EU) 2021/2116 inzake het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (Regeling uitvoering NSP GLB 2023–2027);

Overwegende dat het wenselijk is dat er Lokale ontwikkelingsstrategieën worden ingediend in het kader van LEADER ten behoeve van het tegengaan van klimaatverandering, efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen, bescherming van biodiversiteit en de sociaal-economische ontwikkeling van plattelandsgebieden in de provincie Noord-Brabant;

Besluiten kennis te geven van de volgende oproep:

Oproep voor het indienen van Lokale ontwikkelingsstrategieën in het kader van LEADER GLB-NSP

Artikel 1 Begripsbepalingen

In dit besluit wordt verstaan onder:

LEADER (Liaison Entre Actions de Développement de l’Économie Rurale): een vanuit de gemeenschap aangestuurde lokale ontwikkeling bedoeld in artikel 31 van Verordening (EU) 2021/1060 in het kader van NSP;

Lokale actiegroep (LAG): vertegenwoordigers van de publieke en private lokale sociaaleconomische belangengroepen, zoals beschreven in artikel 31, lid 2, sub b, en artikel 33 van Vo. (EU) 2021/1060, waarbij noch de overheden, gedefinieerd conform de nationale regels, noch één belangengroep meer dan 49 % van de stemrechten voor de besluitvorming hebben;

Lokale ontwikkelingsstrategie (LOS), of strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling: een strategie zoals beschreven in artikel 31, lid 2, sub c, van Vo. (EU) 2021/1060, juncto artikel 32 lid 1 van diezelfde verordening, met op de plaatselijke doelstellingen en behoeften afgestemde concrete acties, die bijdraagt tot de verwezenlijking van de strategie van de Europese Unie voor slimme, duurzame en inclusieve groei en wordt ontworpen en uitgevoerd door een lokale actiegroep.

Nationaal Strategisch Plan (NSP): de Nederlandse invulling van het nieuwe Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) in de periode 2023 tot en met 2027;

Selectiecomité: comité zoals bedoeld in artikel 32, tweede lid, van verordening 2021/1060.

Artikel 2 Doelstelling

  • 1. LEADER draagt bij aan de doelen uit het NSP:

    • a.

      Doel D (SO4) Klimaatverandering en duurzame energie: Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en meer koolstof vast te leggen, duurzame energie te bevorderen en de ontwikkeling van weerbare teeltsystemen.

    • b.

      Doel E (SO5) Efficiënt beheer van natuurlijke hulpbronnen: Bevordering van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen.

    • c.

      Doel F (SO6) Bescherming van de biodiversiteit: Bijdragen tot het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en tot de instandhouding van habitats en landschappen.

    • d.

      Doel H (SO8) Ontwikkeling in plattelandsgebieden: Bevorderen van de werkgelegenheid, groei, gendergelijkheid, sociale inclusie en lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden, met inbegrip van bio-economie en duurzame bosbouw

  • 2. Iedere LOS draagt in voldoende mate bij aan elk van de vier doelen zoals genoemd in het eerste lid;

  • 3. Ter uitvoering van artikel 32 van verordening (EU) nr. 2021/1060 en artikelen 44 en 45 van verordening (EU) nr. 2021/2116 selecteert Gedeputeerde Staten maximaal drie lokale ontwikkelingsstrategieën.

Artikel 3 Indiening

  • 1. De LOS zoals bedoeld in artikel 2, derde lid, wordt ingediend in het aanvraagtijdvak van 10 juli 2023 tot en met 1 september 2023.

  • 2. De LOS omvat ten minste de elementen genoemd in artikel 32 eerste lid van Verordening (EU) nr. 2021/1060 en wordt opgesteld volgens het format in bijlage 1.

  • 3. De LOS kan uitsluitend worden ingediend door lokale actiegroepen of door een rechtspersoon namens de lokale actiegroep of de lokale actiegroep in oprichting.

Artikel 4 Beoordeling

  • 1. Een ingediende LOS die niet voldoet aan de in artikel 3 gestelde criteria wordt niet in behandeling genomen.

  • 2. Een selectiecomité beoordeelt de LOS aan de hand van de in bijlage 2 opgenomen selectiecriteria.

  • 3. Per criterium wordt een score toegekend van 0 (zeer slecht/niet aanwezig) tot 5 (uitmuntend) en wordt een weging toegepast.

  • 4. Een LOS dient ten minste de per criterium opgegeven minimale score te behalen én in totaal ten minste 66 punten te behalen om voor een positief advies in aanmerking te komen;

  • 5. Het selectiecomité kan een indiener na een eerste beoordeling adviseren verbeteringen aan te brengen;

  • 6. Het selectiecomité beoordeelt, indien van toepassing, de verbeteringen en stelt de definitieve score vast;

  • 7. De ingediende lokale ontwikkelingsstrategieën wordt gerangschikt op basis van de definitieve score.

  • 8. De drie lokale ontwikkelingsstrategieën met de hoogste score komen in aanmerking voor een positief advies.

  • 9. Indien voor één gebied meerdere lokale ontwikkelingsstrategieën worden ingediend, wordt voor dat gebied de LOS met de hoogste score voorgedragen voor goedkeuring;

  • 10. Het selectiecomité brengt vervolgens een selectieadvies uit aan Gedeputeerde Staten voor verdere besluitvorming;

  • 11. Gedeputeerde Staten besluiten uiterlijk 22 weken na sluitingsdatum op de aanvragen zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, van deze oproep.

Artikel 5 Citeertitel

Dit besluit wordt aangehaald als: oproep tot het indienen van Lokale ontwikkelingsstrategieën in het kader van LEADER GLB-NSP.

Artikel II Inwerkingtreding

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

Ondertekening

’s-Hertogenbosch, 13 juni 2023

Gedeputeerde Staten voornoemd,

de voorzitter

mr. I.R. Adema

de secretaris

drs. P.J. Buijtels

Bijlage 1 behorende bij artikel 3 van de Oproep LEADER-NSP (zie ook toelichting bij bijlage I)

Format lokale ontwikkelingsstrategie

Deel I Beschrijving van de LOS (maximaal 25 pagina’s)

  • 1.

    Totstandkoming en status Ontwikkelingsstrategie

    • Beschrijving van het proces om de gemeenschap bij de ontwikkeling en uitwerking van de strategie te betrekken

    • Beschrijving van de belangengroepen die zijn betrokken bij het eerder beschreven proces

  • 2.

    Gebied

    • 2.1

      Begrenzing

      • Beschrijving/kaart van het geografische gebied

      • Beschrijving van de bevolking waarop de LOS betrekking heeft

    • 2.2

      Gebiedsanalyse

      • Analyse van de ontwikkelingsbehoeften en de mogelijkheden van het gebied (SWOT, krachtenveldanalyse)

      • Aansluiting bij de behoeften (“Needs”) zoals opgenomen in NSP

  • 3.

    Strategie

    • 3.1

      Strategie, NSP-doelen en algemene doelstellingen, inclusief visie daarop en hoe deze aansluit bij de onder 2.2 genoemde behoeften

    • 3.2

      Afrekenbare doelstellingen en meetbare resultaten (inclusief aansluiting bij Resultaatindicatoren zoals opgenomen in NSP)

  • 4.

    Activiteitenplan

    • 4.1

      Uitvoering van projecten, met aandacht voor

      • De doelen waaraan LEADER bij moet dragen zoals beschreven in artikel 2 van deze oproep

      • Gemotiveerde beschrijving van gewenste/verwachte omvang van projecten en de wijze van subsidiëring

      • Gemotiveerde beschrijving van subsidiepercentages per type activiteit, zoals beschikbaar binnen de kaders van EU VO 2021/2115

      • Gemotiveerde beschrijving van de mogelijkheid voor aanvragers om een voorschot aan te vragen (maximaal 50% van verleende subsidie)

      • Beschrijving van de voorwaarden waaronder geen steun zal worden verstrekt

    • 4.2

      Samenwerking

    • 4.3

      Aanjaagactiviteiten in het gebied

    • 4.4

      Deskundigheidsbevordering

    • 4.5

      Communicatie

    • 4.6

      Administratie

  • 5.

    Organisatie

    • 5.1

      Positie, taken en bevoegdheden LAG

    • 5.2

      Profiel en samenstelling LAG

    • 5.3

      Organisatie van de uitvoering

      • Beschrijving van de werkwijze voor het openstellen van LEADER-subsidie, inclusief het bepalen van het plafond

      • de regelingen voor het beheer, de monitoring en de evaluatie waarmee kan worden aangetoond dat de plaatselijke actiegroep de capaciteit heeft om de strategie uit te voeren

  • 6.

    Financiering

    • 6.1

      Begroting

    • 6.2

      Dekkingsplan

      • Een financieel plan, met daarin begrepen de geplande toewijzing uit elk betrokken fonds, en tevens, indien van toepassing, de geplande toewijzing uit het Elfpo, en elk betrokken programma.

Deel II Reglement (maximaal 10 pagina’s)

  • 7.

    Beheer- en toezichtregeling/ beschrijving van de openstellings- en selectieprocedure

    • 7.1

      LAG werkwijze

    • 7.2

      7Wijze van openstellen en plafond bepalen

    • 7.3

      Selectiecriteria en selectieprocedure steunaanvragen

    • 7.4

      Monitoring

    • 7.5

      Effectmeting en evaluatie

Eventuele bijlagen (maximaal 5 pagina’s)

Bijlage 2 behorende bij artikel 4 van de Oproep LEADER-NSP

Selectiecriteria

Kenmerk

Criteria zoals opgenomen in de maatregelfiche

Criteria voor scoring

Weging

Minimale score

Gebied

Een definitie van het gebied. Een beschrijving van de populatie waarop de strategie betrekking heeft. De kernen met meer dan 30.000 inwoners zijn uitgesloten van het LEADER-gebied;

Motivatie voor de keuze van het gebied (het gaat hierbij om de samenhang, aanwezige kritische massa bij de bevolking en de gemeenschappelijke problematiek dat gedragen wordt).

1

3

Probleem-analyse

Een analyse van de ontwikkelingsbehoeften en mogelijkheden met een analyse van de sterke en zwakke punten, kansen en bedreigingen (een SWOT-analyse).

  • De ontwikkelingsbehoeften en mogelijkheden zijn overtuigend beschreven

  • De SWOT analyse geeft een eerlijk en duidelijk beeld van de situatie in het betreffende gebied

De doelen zijn passend bij de doelstellingen van het NSP

3

9

Strategie

Een beschrijving van de strategie en de doelstellingen ervan, een beschrijving van de samenhangende en innovatieve kenmerken van de strategie en een hiërarchie van doelstellingen met meetbare streefdoelen voor outputs of resultaten. De strategie moet aansluiten bij het NSP en, in voorkomend geval, de programma’s van de betreffende ESI-fondsen. De strategie moet aansluiten op de lokale SWOT-analyse en de SWOT-analyse voor het NSP. Uit de strategie moet blijken of er voldoende focus is in de themakeuze door die te beperken tot rond de drie.

  • De strategie is een logische en coherente uitwerking van de probleemanalyse

  • Er is voldoende focus aangebracht door te kiezen voor bepaalde thema’s

  • Doelen zijn SMART geformuleerd

  • Innovatieve kenmerken overtuigen en zijn in het juiste perspectief beschreven

  • De strategie draagt in voldoende mate bij aan ten minste één van de doelen D, E, F en in voldoende mate aan doel H van het NSP

De strategie sluit aan bij de actuele ontwikkelingen en beleid van overheden. Dit geldt met name voor de GGA en BPLG-programma’s van de provincie en de provinciale programma’s voor Landbouw & Voedsel, Water & Bodem en Natuur,

4

12

Bottom-up gebiedsproces

Een beschrijving van het proces waaruit blijkt dat de lokale gemeenschap betrokken is bij de ontwikkeling van de strategie.

Een beschrijving waaruit blijkt hoe het bottom-up proces is geborgd tijdens de uitvoering van de LOS.

  • De lokale gemeenschap is voldoende betrokken. Dit blijkt uit de beschrijving van het proces.

  • Er spreekt voldoende motivatie uit voor het uitvoeren van de LOS. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de beschrijving van de betrokkenheid van partijen/het gebied bij het formuleren van de doelen en acties, of uit de beschrijving van de motivatie om de beschreven acties uit te voeren.

  • Uit de beschrijving blijkt dat de LEADER-principes publiek-privaat, gebiedsgericht, integraal, samenwerkend, netwerkversterking en innovatief, en zijn geborgd in het gebiedsproces.

In het proces is afstemming met andere relevante programma’s die uitvoering geven aan de doelen van het NSP voldoende geborgd

4

12

Activiteiten-plan

Uit het activiteitenplan moet blijken hoe de doelstellingen van de ontwikkelingsstrategie in acties worden omgezet.

  • Activiteiten zijn concreet geformuleerd

  • De activiteiten (inspanningen) hebben een logisch verband met de te bereiken doelen binnen de thema’s

In het activiteitenplan zijn (inter)nationale samenwerkingsactiviteiten opgenomen

2

6

Beheer- en toezicht-regelingen

Er moet een beschrijving van de beheer- en toezichtregelingen van de strategie zijn waaruit blijkt dat de LAG in staat is de strategie uit te voeren tot en met 2027. Daarin is omschreven hoe monitoring en evaluatie tijdens de uitvoeringsperiode van de ontwikkelingsstrategie tot en met 2027 gaat plaats vinden. Middels een uitgewerkt reglement waarin de taken en verantwoordelijkheden van de LAG zijn omschreven i.v.m. de selectie van projecten moet blijken dat de LAG een transparante werkwijze beoogt bij de selectie en toekenning van steun en in staat is belangenverstrengeling te voorkomen.

De LAG zal inclusief zijn waarmee wordt bedoeld: een vertegenwoordiging van lokale publieke en private sociaal- economische belangengroepen.

  • Beheer- en toezichtregeling zijn helder omschreven. De stappen zijn duidelijk, rollen- en verantwoordelijkheden zijn duidelijk.

  • De wijze waarop projecten worden geselecteerd is duidelijk beschreven en de selectiecriteria sluiten aan bij de doelstellingen van LEADER en de doelen en activiteiten in de LOS. De wijze waarop belangenverstrengeling wordt voorkomen is helder omschreven.

  • Er is sprake van evenwichtige vertegenwoordiging in de LAG van lokale publieke en private sociaal- economische belangengroepen (er is niet één belangengroep die de besluitvorming domineert) en dit is geborgd voor de gehele uitvoeringsperiode.

Er is sprake van een evenredige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen in de LAG, evenals van andere specifieke kansengroepen

3

9

Financiering en begroting

De lokale ontwikkelingsstrategie moet een financieel plan omvatten met een geplande toewijzing uit elk van de betrokken financiële bronnen (Europa, provincie, gemeenten, waterschappen, privaat). De begroting moet zijn uitgesplitst en aansluiten op de strategie en het activiteitenplan.

Uit het financieringsplan blijkt dat er sprake is van een breed financieel draagvlak en voldoende inbreng van private middelen.

  • De begroting is helder opgebouwd en sluit aan op het activiteitenplan.

  • Het financieringsplan geeft blijk van voldoende financieel draagvlak in het gebied en van de hardheid van beschikbaarheid van de nationale cofinanciering (vanuit provincie en/of lokale besturen in het gebied).

  • Er is aannemelijk gemaakt dat de betrokken gemeenten en waterschappen minimaal 10% bijdragen aan de publieke financiering. De EU draagt hiervoor 80% bij en de insteek is dat de provincie 10% bijdraagt om tot een totale overheidsbijdrage van 100% te komen.

De begroting voor de gehele GLB-periode 2023 – 2027 bevat naast de private inbreng een omvang van in totaal circa 2,5 mln. aan publieke middelen vanuit het LEADER-kader.

3

9

Bestuurs-kracht

De mate waarin de deskundigheid van de leden van de LAG aansluit bij de gekozen thema’s. De mate waarin de LAG in staat is om het programma financieel en administratief te besturen en in stand te houden tot en met 2027.

De mate waarin de LAG in staat wordt geacht om samenwerking te zoeken met andere partnerschappen en/of LAG’s met het oog op synergie.

  • De leden van de LAG zijn representatief voor de gekozen thema’s en daarmee in staat de juiste koers en instrumenten in te zetten bij de uitvoering. Hierbij gaat het om aspecten als:

    • -

      financieel inzicht;

    • -

      erkende positie in het gebied;

    • -

      innovatief vermogen;

    • -

      verbindend leiderschap.

2

6

 
 
 
 
 

Toelichting

I. Algemeen

De uitvoering van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) voor de periode 2023-2027 is vastgelegd in het Nationaal Strategisch Plan (NSP). Daarin is LEADER als verplichte interventie opgenomen van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (ELFPO). LEADER valt onder artikel 77 van EU VO 2021/2115. Nadere bepalingen voor de uitvoering van LEADER zijn uitgewerkt in EU VO 2021/1060. LEADER is een vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling en het beoogt bij te dragen aan de lokale ontwikkeling van plattelandsgebieden. Innovatie, samenwerking en integrale projecten zijn sleutelwoorden voor LEADER. Provincies zijn verantwoordelijk voor de uitvoering van LEADER. Dit is vastgelegd in de ministeriële regeling, nr. WJZ/ 21206194

De Europese Commissie schrijft voor dat er een “Call for proposal” moet worden uitgeschreven, ofwel een oproep voor het indienen van aanvragen voor aanwijzing LEADER-gebieden. Sub regionale gebieden kunnen daarop hun Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) indienen.

Ten behoeve van de duidelijkheid en uniformiteit van de lokale ontwikkelingsstrategieën, is een format opgesteld (bijlage 1 en toelichting bijlage 1).

LEADER wordt tijdens het NSP ingezet voor de doelen op het gebied van klimaat, milieu, biodiversiteit en sociaal economische ontwikkeling (D, E, F en H volgens het NSP). Over de inzet op deze doelen is besloten dat LEADER-gebieden in voldoende mate (met als richtlijn ten minste 15%) moeten bijdragen aan elk van deze vier doelen. Dit betekent dat ieder gebied zich moet inzetten voor al deze doelen.

De LOS omvat onder meer een gebiedsstrategie, waarin op basis van een gebiedsproces (bijvoorbeeld een SWOT-analyse) de ambitie voor het gebied is beschreven voor de programmaperiode 2023-2027. Uit dit gebiedsproces moet blijken dat er een breed draagvlak is onder alle belangengroepen in het gebied. Ook bevat de LOS een beschrijving van de Lokale Actiegroep (LAG), die verantwoordelijk is voor de uitvoering van de LOS. Alleen een LAG (in oprichting) of een rechtspersoon in naam van de LAG (in oprichting) kan een LOS indienen. De samenstelling van de LAG dient een goede weerspiegeling te zijn van de samenstelling van het gebied, met extra aandacht voor kwetsbare groepen. De Europese verordening vereist dat lokale besturen deelnemen aan de LAG, samen met vertegenwoordigers van private belangen, waarbij niet één van de belangengroepen de besluitvorming domineert.

Er is budget voor drie LEADER-gebieden in Noord-Brabant met de intentie dat elk gebied een LOS heeft met een omvang van circa 2,5 mln. aan benodigde publieke middelen (subsidie) om alle LEADER-activiteiten in het betreffende gebied voor de periode 2023 – 2027 te kunnen steunen.

De ingediende LOS-en worden beoordeeld door een selectiecomité. Deze geeft de LOS punten op basis van de beschreven selectiecriteria (bijlage 2).

Toelichting Bijlage 1 (Format inhoudsopgave Ontwikkelingsstrategie LEADER 2023-2027)

Op basis van de artikelen over LEADER in EU-VO 2021/1060 (artikelen 31-34) en het over LEADER bepaalde in het NSP programma, is een indeling voor de Lokale Ontwikkelingsstrategie voor LEADER-NSP bepaald. In onderstaande tabel worden de onderdelen met hulpvragen en aandachtspunten toegelicht. De inhoudsopgave in bijlage 2 (selectiecriteria) is verplicht. De onderstaande toelichting in tabelvorm is geen invultabel!

De LOS mag maximaal 40 pagina’s (inclusief bijlagen) omvatten, waarbij deel I uit 25 pagina’s bestaat, deel II uit 10 pagina’ en de bijlagen uit maximaal 5 pagina’s. Op basis hiervan zal een selectiecomité de LOS beoordelen op basis van de criteria en weging in bijlage 2 van deze Oproep. Gedeputeerde Staten van de provincies keuren uiteindelijk de LOS goed of niet.

Hoofdstuk,

paragraaf

Toelichting en hulpvragen

Deel I Beschrijving van de Lokale Ontwikkelingsstrategie

1

Totstandkoming en status Ontwikkelingsstrategie

  • -

    Wie nam het initiatief? Van wie is het plan?

  • -

    Wie waren bij de totstandkoming betrokken? Geef een beschrijving van het proces om de lokale gemeenschap bij de ontwikkeling van de strategie te betrekken.

  • -

    Geef aan welke status de Ontwikkelingsstrategie heeft. Wie heeft het wanneer vastgesteld/onderschreven met bijvoorbeeld een intentieverklaring?

CHECK:

Is hiermee voldoende aangetoond dat er een breed draagvlak voor deze LOS onder de bevolking in het gebied is?

2.1

Gebiedsbegrenzing

  • -

    Geef een definitie van het gebied (met kaart).

  • -

    Geef aan hoeveel inwoners dit begrensde gebied heeft.

  • -

    Geef een onderbouwing voor de gekozen begrenzing. Indien het gebied meer dan 250.000 inwoners telt, moet u onderbouwen waarom dit nodig c.q. logisch is. Toon aan dat het een coherent gebied is.

  • -

    Kernen met meer dan 30.000 inwoners horen niet bij het landelijk gebied en zijn daarom in principe geen onderdeel van het LEADER-gebied. Voor strategieën die bijdragen aan stad-land relaties is het mogelijk, mits goed onderbouwd, ook deze stedelijk gebieden aan te wijzen. Deze stedelijke gebieden dienen apart gemarkeerd te worden op een kaart.

TIPS:

  • -

    Denk aan de relatie met omliggende (LEADER) gebieden.

2.2

Gebiedsanalyse

  • -

    SWOT: Beschrijf de ontwikkelingsbehoeften en mogelijkheden met een analyse van sterkten en zwakten, kansen en bedreigingen (SWOT). Neem hierin ook mee de verschillende (voorziene) relevante overheidsprogramma’s die in het gebied spelen zoals bijvoorbeeld het BPLG en de GGA die een grote overlap met de LEADER-doelen kennen.

  • -

    Ontwikkelingsperspectief: Benoem vervolgens de prioriteiten voor het gebied: wat is heel urgent en belangrijk, wat minder. Beschrijf wat de grootste behoeften en uitdagingen zijn voor het gebied. Met andere woorden: welk ontwikkelingsperspectief is er? Leg hierbij de link naar de in het NSP opgenomen behoeften (“Needs”) voor LEADER.

    Prioritaire behoeften:

    • N.23: Aantrekkelijker platteland voor wonen en recreëren

    • N.24: Aantrekkelijker ondernemers en werkklimaat

  • Overige behoeften:

    • N.12: Klimaatmitigatie: lagere broeikasgasemissies en grotere koolstofvastlegging

    • N.13: Klimaatadaptatie: lagere ecologische, economische schade en waterkwantiteit

    • N.14: Opwekken duurzame energie en energiebesparing

    • N.15: Betere chemische en biologische waterkwaliteit

    • N.16: Versterkte natuurlijke weerbaarheid en waterbergend vermogen landbouwbodems

    • N.17: Betere luchtkwaliteit: minder emissies van broeikasgassen, geurstoffen en fijnstof

    • N.18: Meer en herstel van biodiversiteit

    • N.19: Behoud en herstel van (cultuur)landschappen

  • -

    Geef een krachtenveldanalyse van het netwerk: welke actoren zijn waar op actief?

3.1

Strategie, ’NSP-doelen en algemene doelstelling

Doelstelling:

  • -

    Geef op basis van de gebiedsanalyse een beschrijving van wat de LAG in het gebied wil veranderen of versterken. Beschrijf de algemene doelen van de strategie. Wat wil de LAG bereiken op de gekozen thema’s?

  • -

    Prioriteer deze in mate van urgentie en belang. Benoem eventueel ideeën en ambities voor samenwerking met andere gebieden.

  • -

    Leg ook hier de link naar de NSP-behoeften, die zijn beschreven onder 2.2 van de LOS.

LEADER NSP-doelen:

Is het NSP is opgenomen dat LEADER in Nederland wordt ingezet voor de doelen:

  • D (ofwel SO4): Bijdragen tot matiging van en aanpassing aan klimaatverandering, onder meer door de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen en meer koolstof vast te leggen, en duurzame energie te bevorderen

  • E (ofwel SO5): Bevordering van de duurzame ontwikkeling en het efficiënte beheer van natuurlijke hulpbronnen zoals water, bodem en lucht, onder meer door de afhankelijkheid van chemische middelen te verkleinen

  • F (ofwel SO6): Bijdragen tot het tot staan brengen en ombuigen van biodiversiteitsverlies, tot versterking van ecosysteemdiensten en tot de instandhouding van habitats en landschappen

  • H (ofwel SO8): Bevordering van de werkgelegenheid, groei, gendergelijkheid, waaronder deelname van vrouwen in het boerenbedrijf, sociale inclusie en lokale ontwikkeling in plattelandsgebieden, ook in de circulaire bio-economie en de duurzame bosbouw

Daarnaast heeft ieder gebied de keuze om aan elk van de andere doelen van het NSP bij te dragen:

  • A (ofwel SO1): Het bieden van steun met het oog op een leefbaar bedrijfsinkomen en veerkracht van de landbouwsector in de hele Unie, en behoeve van een grotere voedselzekerheid voor de lange termijn, van een meer diverse landbouw, en van een economisch duurzame landbouwproductie in de Unie

  • B (ofwel SO2): Vergroting van de marktgerichtheid en het concurrentievermogen van landbouwbedrijven voor zowel de korte als de lange termijn, onder meer door meer aandacht voor onderzoek, technologie en digitalisering

  • C (ofwel SO3): Verbeteren van de positie van de landbouwers in de waardeketen

  • G (ofwel SO7): Het aantrekken en vasthouden van jonge landbouwers en andere nieuwe landbouwers en bevordering van duurzame bedrijfsontwikkeling in plattelandsgebieden

  • I (ofwel SO9): SO9 Beter inspelen door de landbouw van de Unie op de maatschappelijke verwachtingen inzake voedsel en gezondheid, onder meer wat betreft hoogkwalitatief, veilig en voedzaam voedsel dat op duurzame wijze is geproduceerd, en voorts vermindering van de voedselverspilling, verbetering van het dierenwelzijn, en bestrijding van antimicrobiële resistentie

  • J (ofwel XCO): Horizontale doelstelling: de sector moderniseren door kennis, innovatie en digitalisering in de landbouw en in plattelandsgebieden te stimuleren en te delen, en het benutten daarvan bevorderen

Advies is om niet aan alle doelen van het NSP bij te willen dragen. Dan verliest de strategie focus en daarmee mogelijk uitvoerbaarheid.

Mate van integraliteit en vernieuwing:

  • -

    Geef een beschrijving van de integraliteit. Hiermee wordt bedoeld welke sectoren, samenwerkingsverbanden, instrumenten en eventueel relaties met andere (LEADER)gebieden bij zullen dragen aan de strategie;

  • -

    Geef een beschrijving van het innovatieve aspecten. Hiermee wordt bedoeld welke nieuwe diensten, producten of werkwijzen een plek krijgen in de gekozen strategie. Het gaat hier met name om hoe nieuwe ideeën zullen worden opgepakt en verder worden geholpen en niet om een vooraf bepaalde toetsingskader over wat wel of niet innovatief is.

Aansluiting bij (beleid)context:

  • -

    De LAG is niet de enige die in het gebied aan de slag gaat met realisatie van doelen. Ook provincie, gemeenten en waterschappen doen dat, ieder op hun eigen manier en met eigen doelstellingen en werkwijzen.

  • -

  • -

  • -

    werkwijzen. Beschrijf en borg binnen het kader van bovengenoemde doelen de aansluiting met de acties bij de beleidsprogramma’s van de provincie en de betrokken gemeenten en waterschappen waar relevant. Denk hierbij aan de programma’s voor Landbouw en Voedsel (zoals rond stikstof, innovatie, jonge boeren en biologische landbouw), Water en Bodem (zoals de Kaderrichtlijn Water), en Natuur (zoals rond biodiversiteit), maar ook de BPLG en GGA met grotendeels overlappende doelen.

  • -

    Naast publieke actoren zijn er diverse overige partijen die in het gebied een belang hebben. Beschrijf in de strategie hoe de aansluiting

  • -

met deze andere partijen in het gebied aansluiting plaatsvindt tijdens de uitvoering.

OPTIE:

Afhankelijk van keuze van de LAG: Beschrijf in hoeverre de strategie bijdraagt aan de thematische doelstelling van andere fondsen (EFRO, ESF, EFMV) en horizontale doelstellingen op overkoepelende thema’s innovatie, milieu en klimaatverandering.

TIPS:

  • -

    Denk aan afstemming en eventuele samenwerking met andere deelnemers in NSP zoals waterschappen, collectieven agrarisch natuurbeheer, innovatiegroepen,etc.

  • -

    Zorg voor een heldere onderbouwing met de keuze van de verschillende submaatregelen (zie bij 6.1)

CHECK:

  • -

    Toont de LAG aan dat de bottom-up werkwijze op degelijke en doordachte wijze vorm gaat krijgen? Waar kan LEADER het verschil kan gaan maken op de gekozen thema’s?

  • -

    Zit er voldoende focus in de strategie?

  • -

    Is de relatie met de gebiedsanalyse en SWOT duidelijk?

3.2

Meetbare doelstellingen

  • -

    Beschrijf afrekenbare doelstellingen en meetbare resultaten door indicatoren en streefwaarden (aantal en in de tijd) te benoemen, doe dit eveneens voor de Resultaatindicatoren (zie hieronder); Maak hierbij een onderscheid tussen output- en outcome-doelstellingen.

INFO:

Resultaatindicatoren

Bij rapportage aan de Europese Commissie dient vooral aandacht te worden besteedt aan de behaalde resultaten. Dit gebeurd aan de hand van vooraf bepaalde Resultaatindicatoren (R). Voor LEADER zijn de R’s die van toepassing zijn opgenomen in het NSP. Dit zijn:

  • R.38: Aandeel van de plattelandsbevolking dat valt onder een plaatselijke ontwikkelingsstrategie

  • R.41: Aandeel van de plattelandsbevolking dat betere toegang tot diensten en infrastructuur door GLB-steun geniet

  • R.42: Aantal personen dat onder ondersteunde projecten voor sociale inclusie valt

In de LOS dient onderbouwd te zijn opgenomen welke resultaten verwacht worden op ieder van deze indicatoren. De voortgang in het behalen van deze resultaten zal gedurende de uitvoering van de LOS onderdeel zijn van de evaluatie die de LAG uitvoert.

Output-doelstellingen zijn doelstellingen op het gebied van de prestaties die je als LAG wilt leveren. Zij hebben daarmee een directe relatie met de inspanningen die je als LAG levert. Met andere woorden: de prestaties zijn door de LAG direct stuurbaar. Het voordeel van dergelijke doelstellingen is

dat de LAG zichzelf duidelijke normen kan opleggen en daarop afgerekend kan worden.

Outcome-doelstellingen zijn doelstellingen op het gebied van de maatschappelijke effecten die je als LAG wil bereiken. Het voordeel hiervan is dat je gaat meten of je beleid het gewenste effect heeft gehad. Deze mogen zowel gekwantificeerd worden als in kwalitatieve termen uitgedrukt worden.

CHECK:

Zijn de doelstellingen SMART geformuleerd zodat monitoring en evaluatie in de uitvoering en verantwoording ook eenvoudig en transparant kan plaats vinden?

TIP:

Voor de overzichtelijkheid kan gebruik worden gemaakt van een doelenboom of een DIN (doelen- inspanningennetwerk).

4

Activiteitenplan

Activiteitenplan

  • -

    Benoem de activiteiten waaruit moet blijken hoe de doelstellingen van de ontwikkelingsstrategie worden bereikt. Wat ga je concreet doen, wie gaat het doen, wanneer ga je het doen en met welke middelen?

  • -

    Beschrijf het aantal projecten dat wordt verwacht, met daarbij de verwachte omvang van de projecten (gemiddelden)

  • -

    Beschrijft de wijze waarop de projecten worden gesubsidieerd (worden er vereenvoudigde kostenopties ingezet, en zo ja welke);

  • -

    Benoem en onderbouw het subsidiepercentage/de subsidiepercentages per activiteit

  • -

    Benoem en onderbouw waarom of het verstrekken van voorschotten wel of niet wenselijk is (tot maximaal 50% van de verleende subsidie)

  • -

    Beschrijf onder welke situatie of op basis van welke kenmerken er geen subsidie zal worden verleend.

Meerjaren planning

Maak hiervoor een grove (meer-jaren)planning.

INFO:

De wijze waarop de LAG het activiteitenplan beschrijft is niet voorgeschreven.

Indien in het kader van een project onder de LOS (mede) investering(en) worden gedaan, dan worden het subsidiepercentage en de \

subsidievoorwaarden conform de interventietypes voor Investeringen toegepast (Artikel 68(4b) SPR) zoals voor investeringen (art 73):

  • Maximum subsidiepercentage voor productieve investeringen is 65% van de subsidiabele kosten

  • Voor investeringen, die een bijdrage leveren aan milieu- en klimaatdoelstellingen en dierenwelzijn geldt een mogelijkheid voor verhoogd subsidiepercentage tot en met 80%;

  • voor specifieke groepen en jonge landbouwers onder de 40 jaar is een verhoogd subsidiepercentage mogelijk tot en met 80%;

  • voor subsidie niet gericht op investeringen bedraagt het subsidiepercentage maximaal 100%.

Het percentage wordt door de LAG bepaald in de LOS waarbij voor enige uniformiteit gekozen kan worden voor 40, 60, 80 of 100%;

Subsidiëring kan plaatsvinden op basis van vergoeding van gemaakte kosten of vereenvoudigde kostenopties, te weten: vaste (vooraf bepaalde) bedragen of vaste (vooraf vastgelegde) percentages.

Indien opgenomen in de LOS kan ook worden gewerkt met subsidieverlening op basis van begrotingssubsidies, dat wil zeggen: Op basis van begroting van de aanvrager wordt de prestatie en lumpsum vastgesteld (prestatieverantwoording);

Afhankelijk van de hoogte van het subsidiebedrag en de doelgroep-risico-analyse zal worden aangegeven welke stukken nodig zijn ter onderbouwing. Indien opgenomen in de LOS zijn voorschotten mogelijk tot maximaal 50%;

TIP:

De LAG kan bijvoorbeeld de volgende basisactiviteiten onderscheiden:

  • 1.

    Uitvoering van projecten

  • 2.

    Samenwerking

  • 3.

    Aanjaagkosten/Deskundigheidsbevordering

  • 4.

    Bestuur en organisatie LAG

  • 5.

    Communicatie

  • 6.

    Administratie

Ad. 1 Dit zijn de projecten die de LAG in het gebied wil (laten) uitvoeren. Het kunnen projecten zijn die de LAG zelf initieert maar ook projecten die door andere partijen worden uitgevoerd.

Ad. 2 Dit betreft activiteiten die zijn gericht op voorbereiding (haalbaarheidsstudies, technische uitwerking, administratie en uitvoering) en uitvoering van samenwerkingsactiviteiten met andere gebieden. Voorwaarde is dat de LAG kan aantonen van plan te zijn een concreet project uit te voeren.

Ad. 3 Hierbij kan het gaan om specifieke ‘’aanjaagactiviteiten’’ en ‘’capaciteitsopbouw’’: bijvoorbeeld bijeenkomsten organiseren, trainingen aanbieden voor deskundigheidsbevordering en ter ondersteuning van aanvragers om kwalitatief goede projecten te kunnen ontwikkelen, uitvoeren en verantwoorden, en ervaringen over te kunnen dragen.

Ad. 4 Bestuur en organisatie van de LAG: de vergaderingen, projectbeoordelingen, verslaglegging bijeenkomsten, openbare bijeenkomsten, deelname aan andermans activiteiten (congressen, trainingen), projectmonitoring en effectbeschrijving (link met M&E) etcetera

Ad. 5 Communicatieactiviteiten: Beschrijf op hoofdlijnen welke doelgroepen en communicatiemiddelen de LAG wil ontwikkelen ter ondersteuning van het behalen van de doelen.

Ad. 6 Administratie: financiële administratie, beheer dossiers, handhaving reglement etc

TIP:

Voor eenvoud in de uitvoering en tussen aanvragers in het gebied, kan de LAG ervoor kiezen voor alle projecten hetzelfde subsidiepercentage te hanteren. Rekening houdend met alle wettelijke voorwaarden (zoals staatssteun en de-minimis) kan de LAG daarvoor een subsidiepercentage kiezen tussen 40% en 65%. Daar kan in de LOS al een keuze voor beschreven worden, maar deze kan ook worden uitgesteld tot de fase van openstelling. Beschrijf de geprefereerde werkwijze in de LOS.

5.1

Positie, taken en bevoegdheden LAG

  • -

    Beschrijf de taken en bevoegdheden van de LAG.

  • -

    Welke relatie en rolverdeling is er tussen LAG, provincie, betaalorgaan, andere partners in de uitvoering van deze LOS? Wat is de relatie met andere grote actoren in het gebied? Welke (juridische) rechtsvorm heeft de LAG of wie vertegenwoordigd de LAG? Waarom?

INFO:

  • -

    Een lid van de LAG mag de LAG formeel vertegenwoordigen. Of er wordt een rechtspersoon opgericht.

  • -

    Ga met je eigen provincie na hoe de rolverdeling tussen RVO-provincie en LAG het beste precies zal gaan werken. Ten tijde van opstellen van dit format is de rolverdeling landelijk en per provincie nog niet concreet bekend.

5.2

Profiel en samenstelling LAG

  • -

    Profiel van de LAG: Welke kenmerkende kwaliteiten, deskundigheden, netwerken, samenstelling (publiek-privaat, man, vrouw, jong oud sectoren etc.) heeft de groep als geheel? Hoe sluit dit aan bij de strategie en thema’s?

  • -

    De samenstelling van de groep: Geef het aantal leden, beschrijf de gewenste deskundigheden/en netwerken om strategie en doelen te behalen. Hoe sluit dat aan op de strategie en thema’s?

  • -

    Wordt gewerkt met afvaardigingen of op persoonlijke titel met netwerken, of een andere variant?

  • -

    Hoe is de verdeling publiek-privaat? Met privaat wordt niet uitsluitend privépersonen bedoeld, maar ook private organisaties zoals verenigingen en stichtingen.

  • -

    Hoe is de inclusiviteit van de LAG geborgd in de oprichting en gedurende de uitvoeringsperiode?

  • -

    Hoe is de groep tot stand gekomen?

INFO:

Met Inclusiviteit wordt bedoeld dat de LAG een goede weerspiegeling moet zijn van de bevolking in het gebied, waarbij extra aandacht is voor kwetsbare groepen.

CHECK:

Voor de toetsingscriteria op ‘’Bestuurskracht’’ moet de LAG kunnen aantonen:

  • -

    De mate waarin de deskundigheid van de leden van de LAG aansluit bij de gekozen prioriteiten (thema’s); m.a.w. wat is de capaciteitsopbouw van de leden?

  • -

    De mate waarin de LAG in staat wordt geacht om samenwerking te zoeken met andere partnerschappen en/of LAG’s met het oog op synergie.

  • -

    Maximaal 49% van de LAG-leden mag een publieke organisatie vertegenwoordigen.

TIPS:

  • -

    Beschrijf het verschil met de vorige LEADER-groep indien er sprake is van een vervolg.

  • -

    Laat ook hier zien hoe je de professionaliseringsslag vorm geeft in de samenstelling van de groep, de rechtspersoon of anderszins.

  • -

    Onderbouw de commitment van leden van de LAG en afspraken met andere partijen of programma’s met bijvoorbeeld intentieverklaringen e.d.

5.3

Organisatie van de uitvoering

Hier geef je op hoofdlijnen aan hoe je e.e.a. organiseert. De precieze uitwerking volgt in deel II het reglement.

  • -

    Wat is algemene werkwijze van LAG als professioneel, actief en aanjagend streeknetwerk?

  • -

    Hoe wordt de LAG georganiseerd en ondersteund (leiding, communicatie, administratie etc.).

  • -

    Wie heeft de verantwoordelijkheid voor de administratie en financieel beheer? Wat is taak- en rolverdeling met RVO en provincie? Wie gaat betalingen uitvoeren voor steunaanvragen? Wie beheert werkbudget van de LAG?

  • -

    Beschrijf de wijze waarop besluitvorming plaatsvind ten aanzien van openstellingen voor de uitvoering van de LOS en het bepalen van subsidieplafonds voor deze openstellingen;

  • -

    Beschrijf de maatregelen die worden genomen voor het beheer, de monitoring en de evaluatie waarmee kan worden aangetoond dat de LAG ook echt in staat is om de strategie uit te voeren;

  • -

    Komt er een ‘’standplaats’’ voor een kantoor/contactadres?

  • -

    Welke instanties/organisaties/doelgroepen zijn of worden betrokken en wat is hun rol?

CHECK:

Leg een link met het activiteitenplan en de communicatie.

6.1

Begroting

De LOS moet een financieel plan omvatten met een geplande toewijzing uit elk van de betrokken Europese Structuur- en Investeringsfondsen (ELFPO voor LEADER in Nederland). De begroting moet zijn uitgesplitst en aansluiten op de strategie en het activiteitenplan.

Stel de begroting zo op dat het inzicht geeft in eventuele submaatregelen die de LAG onderscheid, zoals bijvoorbeeld:

  • -

    Maximaal 25% van het budget voor lopende kosten, promotie en voorlichting (m.n. beheerskosten LAG, vergaderkosten, administratie).

    De kosten die voor deze activiteiten worden uitgeven mogen nooit meer dan 25% van het voor het gebied beschikbare budget bedragen. Subsidiabel zijn operationele kosten, personeelskosten, opleidingskosten, kosten PR, financiële kosten, kosten M&E en kosten voor aanjagen en faciliteren potentiële begunstigden;

  • -

    Minimaal 75% van het budget voor:

    • -

      steun aan projecten in het eigen gebied

    • -

      steun aan projecten voor samenwerking van de LAG met andere Europese LAG’s

6.2

Dekkingsplan

  • -

    Uit het financieringsplan blijkt dat er sprake is van een breed financieel draagvlak en voldoende inbreng van private middelen.

  • -

    Onderbouwing van de publieke bijdrage kan worden aangetoond door een intentieverklaring van een overheidsbestuur;

  • -

    Projecten kunnen uit verschillende Europese Structuurfondsen worden gefinancierd mits er hiervoor middelen beschikbaar worden gesteld en mits verantwoord aan de managementautoriteit van het betrokken fonds. Indien dit het geval is dan dient u een inschatting te maken van de bijdragen vanuit de andere fondsen

  • -

    Voor wat betreft de verhouding tussen EU (ELFPO bijdrage) en nationale cofinanciering zijn de spelregels als volgt:

    Voor de uitvoering van de LOS: het Elfpo-budget (EU-middelen) dat beschikbaar wordt gesteld voor de uitvoering van de LOS, wordt aangevuld met provinciale cofinanciering (10% van het Elfpo-bedrag). Lokale overheden in het gebied dienen minimaal 10% van het Elfpo-bedrag bij te dragen als cofinanciering. Er komt voor Noord-Brabant een budget beschikbaar dat toereikend is voor drie LEADER-gebieden om elk voor circa 2,5 min van publieke middelen te voorzien voor de gehele GLB-periode. Het streven is daarom hiermee rekening te houden.

    Op projectniveau: hierover moeten nog nadere afspraken worden gemaakt. Dit heeft te maken met een afwijkende verhouding EU-cofinanciering in Overijssel ten opzichte van de afspraken met Brussel.

    Tip:

    Omdat het lastig is om vooraf private bijdragen geregeld te krijgen, kun je bijvoorbeeld in de selectiecriteria en bepaling van de hoogte van de bijdrage, een ‘’sleutel’’ opnemen voor private bijdragen.

Hoofdstuk/paragraaf

Toelichting

Deel II Beheer- en toezichtregeling (reglement LAG)

Hier moet een beschrijving van de beheer- en toezichtregelingen van de strategie zijn waaruit blijkt dat de LAG in staat is de strategie uit te voeren tot en met 2022. Geef een controleerbare en verifieerbare omschrijving van wat de LAG gaat doen om toezicht op de uitvoering te houden.

7.1

LAG Werkwijze en verantwoording

Werkwijze:

  • -

    Hoe vaak komt de LAG elk jaar bij elkaar?

  • -

    Hoe wordt de agenda gevormd?

  • -

    Hoe vindt besluitvorming plaats in het algemeen? (voor specifiek besluitvorming over openstelling en plafonds en toekenning steun aan aanvragen, zie volgende paragraaf)

  • -

    Hoe gaat de LAG om met tussentijds vertrek van LAG-leden en invulling van vacante plekken?

Verantwoording

  • -

    Hoe en aan wie wordt verantwoording afgelegd?

  • -

    Geef een opzet voor een jaarverslag.

  • -

    Wat en hoe maakt de LAG besluiten openbaar? Verwijs eventueel naar paragraaf communicatie.

  • -

    Omschrijf hoe belangenverstrengeling in het algemeen voorkomen kan worden/hoe de LAG inzicht geeft.

En wat de LAG nog meer wil regelen voor een transparante, niet-discriminatoire en aanjagende werkwijze en professionele organisatie.

7.2

Wijze van openstellen en plafond bepalen

  • -

    Hoe vind de besluitvorming in de LAG over openstellen en subsidieplafonds plaats?

  • -

    Beschrijf de werkwijze van openstellen.

  • -

    Beschrijf de wijze van publicatie van openstellingen.

7.3

Selectiecriteria en -procedure voor steunaanvragen bij de LAG

Laat zien hoe je komt tot beoordeling van ‘’de beste’’ (innovatieve) projecten!

Selectiecriteria en bepaling hoogte bijdrage:

  • -

    Beschrijf de te hanteren selectiecriteria voor het toekennen van een bijdrage aan steunaanvragen. Gebruik hiervoor de landelijke handreiking (Zie site www.netwerkplatteland.nl).

  • -

    De wijze waarop de LAG innovatie gaat toetsen moet expliciet aan de orde komen.

  • -

    Hoe wordt de hoogte van de steun bepaald? Gaat dit via een percentage of door een vast bedrag. Welke aspecten worden daarbij meegenomen om overcompensatie te voorkomen en de middelen effectief en efficiënt in te zetten. Wordt daarbij rekening gehouden met een zekere risicofactor, de mate van innovatie, het collectief belang, de toegankelijkheid en overdraagbaarheid van het project?

Aanvraag en besluitvormingsprocedure:

  • -

    Beschrijf de selectieprocedure met inbegrip van openstellingen, besluitvorming en wijze van publicatie/bekendmaking van de besluiten.

  • -

    Gaat de LAG werken met een tendering (openstelling paar keer per jaar) of kunnen aanvragers doorlopend een steunaanvraag indienen?

  • -

  • -

  • -

    Hoe worden de juiste stemverhoudingen geborgd? Bij projectselectie- en voordracht moet tenminste 51% van het aantal stemgerechtigde leden uit niet-overheden bestaan.

  • -

    Hoe gaat de LAG belangenverstrengeling voorkomen? (bijvoorbeeld door een LAG-lid die zelf een project heeft ingediend te verzoeken om tijdens de stemming de vergadering te verlaten of zich van een stem te onthouden. Het gaat hier om de wijze waarop dit wordt vastgelegd en openbaar gemaakt wordt).

  • -

    Hoe verloopt de procedure na steuntoekenning door de LAG tot het moment van uitbetaling aan aanvragers? Denk daarbij aan de voortgangsrapportages, monitoring etc. Neem een processchema op waarin ook de rol van de provincie en betaalorgaan is opgenomen.

  • -

  • -

    Gaat de LAG de betreffende provincie en eventueel andere spelers de mogelijkheid geven om te adviseren over de selectie van de projecten? Zo ja hoe worden hierover afspraken gemaakt? Opmerking: in Nederland zal het provinciale advies geborgd zijn door de goedkeuring van de LOS door Gedeputeerde Staten . Geef dus aan hoe andere financiers betrokken worden.

  • -

    Omschrijf hoe de LAG projecten tussentijds en bij de vaststelling van de subsidie gaat beoordelen (zie ook paragraaf monitoring).

  • -

    Hoe wordt de besluitvorming vastgelegd, gepubliceerd en bewaard?

CHECK:

  • -

    De selectieprocedure en de selectiecriteria worden vastgelegd in een reglement en openbaar gemaakt.( Wat is de handelingswijze in geval van onenigheid? In welke gevallen mag een LAG lid niet deelnemen aan stemming?)

  • -

    Het verslag van de besluitvorming over de geselecteerde projecten is openbaar. Hieruit moet zowel de stemverhouding binnen de LAG als het optreden tijdens de vergadering van bepaalde belanghebbenden kunnen worden achterhaald.

  • -

    Beschrijf de aanvraag- en beoordelingsprocedure in het reglement.

  • -

    De selectiecriteria moeten transparant, niet-discriminatoir, meetbaar en controleerbaar zijn.

De selectiecriteria moeten eerlijk en logisch zijn, de selectie moet zijn gebaseerd op consistente en relevante criteria

CHECK:

Projecten moeten bijdragen aan:

  • -

    De prioriteiten van de verordening (EU) Nr. 2021/2115

  • -

    De prioriteiten voor LEADER zoals deze zijn gedefinieerd in de partnerschapsovereenkomst.

  • -

    De doelen van de lokale ontwikkelingsstrategie

7.4

Monitoring

  • -

    Hoe gaat de LAG de voortgang van de projecten en steunactiviteiten monitoren en welke indicatoren gebruikt de LAG? Bij het RVO is IT-ondersteuning voor LEADER aanwezig tot en met het afhandelen van de uitbetaling. Meer informatie bij de betreffende provincie.

  • -

    Wat is de rol van de LAG-leden bij monitoring? Waarom en hoe blijft de LAG betrokken bij uitvoering, of zelfs na afronding van projecten?

  • -

  • -

    Beschrijf hoe tijdens de uitvoering de output en effecten worden bijgehouden zowel kwalitatief als kwantitatief, zowel op projectniveau (van ideeën bijhouden/volgen tot uitvoeringsprojecten) als op LOS-niveau.

  • -

    Hoe communiceert de LAG hierover?

7.5

Effectmeting en evaluatie

  • -

    Op welke manier ziet de LAG toe op de effecten van haar activiteiten en hoe wordt dit in kaart gebracht?

  • -

    Op welke punten, hoe, en hoe vaak, door en met wie wordt geëvalueerd?

  • -

    Wat gaat de LAG doen met die uitkomsten?

  • -

    Hoe wordt eventueel bijgesteld?

  • -

    Wat is rol van de LAG, van anderen hierbij?

  • -

    Hoe communiceert de LAG hierover?

Tip:

Zoek andere LAG’s op om hierover kennis te delen. In de vorige LEADER-periode hebben enkele LAG’S enkele korte onderzoeken gedaan naar de effecten van hun programma’s. Zie site www.netwerkplatteland.nl

Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant,

de voorzitter

mr. I.R. Adema

de secretaris

drs. P.J. Buijtels