Parkeerverordening Ommen 2019

Geldend van 01-02-2019 t/m heden

Intitulé

Parkeerverordening Ommen 2019

De raad van de gemeente Ommen,

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 december 2018;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994 en de Verordening op de heffing en de invordering van parkeerbelasting Ommen 2019;

Besluit:

vast te stellen de Parkeerverordening Ommen 2019.

Afdeling I. Definities en begripsomschrijvingen

Artikel 1

In deze verordening wordt verstaan onder:

a. RVV 1990: het Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;

b. motorvoertuigen: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 van het RVV 1990;

c. parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het

onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande

terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden;

d. houder: degene die naar omstandigheden als houder van een voertuig moet worden beschouwd, met dien verstande dat voor een voertuig dat ingeschreven in het – krachtens

de WVW 1994 – aangehouden register van opgegeven kentekens als houder wordt aangemerkt:

a. degene op wiens naam het voor het voertuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het register was ingeschreven, of;

b. degene die middels een leaseovereenkomst of een verklaring van de werkgever kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten tijde van het

parkeren op naam van de leasemaatschappij respectievelijk de werkgever in het register was ingeschreven, of;

c. degene die middels een verklaring kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten tijde van het parkeren op naam van een ander in het register

was ingeschreven;

e. belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die:

a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of

b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd;

f. vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen belanghebbendenplaatsen;

g. vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie ene vergunning is verleend;

h. aanvrager: de natuurlijke persoon die:

a. houder is van het betreffende motorvoertuig, of

b. ingeschreven staat op hetzelfde woonadres als de houder van het motorvoertuig, en

c. een verzoek richt aan het college tot het verlenen van een vergunning;

i. Privé parkeergelegenheid: parkeergelegenheid die niet openbaar toegankelijk is;

j. Bewoner: inwoner van de gemeente Ommen die staat ingeschreven als ingezetene in de basisregistratie personen van de gemeente Ommen op het adres dat hij/zij bewoont als zelfstandige woning;

k. Zelfstandige woning: de woning welke een eigen toegang heeft en welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten die woning;

l. Adres: het adres zoals dat bekend staat in de basisregistratie personen.

Afdeling II. Plaatsen voor vergunninghouders, vergunningen en vergunningbewijzen

Artikel 2

1. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten gelegen in de bebouwde kom van Ommen aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan daarbij onderscheid maken in categorieën.

2. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan.

3. In de geldende Verordening Parkeerbelasting is het tarief voor de vergunning vermeld.

Artikel 3

1. Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen.

2. Het college kan nadere regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning.

3. Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan de in de nadere regels genoemde vereisten.

4. Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen.

5. Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte.

Artikel 4

1. Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning.

2. Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis

gesteld.

Artikel 5

1. Een vergunning wordt per kalenderjaar verleend.

2. De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens:

a. de periode waarvoor de vergunning geldt;

b. het gebied waarvoor de vergunning geldt;

c. het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend.

Artikel 6

Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen:

a. op verzoek van de vergunninghouder;

b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is in het gebied waarvoor de vergunning is verleend;

c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning;

d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen;

e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan;

f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften;

g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt;

h. om redenen van openbaar belang.

Afdeling III. Verbodsbepalingen

Artikel 7

1. Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden:

a. zonder vergunning;

b. zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning;

c. in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften.

2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Artikel 8

1. Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan op een belanghebbenden plaats;

2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel.

Ondertekening

Afdeling IV. Strafbepaling

Artikel 9

Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of een geldboete van de eerste categorie.

Afdeling V. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 10

Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen.

Artikel 11 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening Ommen 2019

Artikel 12

Deze verordening treedt in werking op 1 februari 2019.

Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Ommen d.d. 24 januari 2019

De raad voornoemd,
De griffier, De voorzitter,
J.A.R. Tenkink, mr. drs. J.M. Vroomen