Regeling vervallen per 01-01-2017

Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008 (Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008)

Geldend van 22-12-2009 t/m 26-02-2015

Intitulé

Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008 (Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008)

Besluit van Provinciale Staten van Noord-Holland van 11 februari 2008 en van Utrecht van 18 februari 2008 en van Zuid-Holland van 30 januari 2008 tot vaststelling van het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008 (Prov. Blad 2008, nr. 19) en gewijzigd bij besluit van Provinciale Staten van Utrecht van 26 oktober 2009 en van Provinciale Staten van Noord-Holland van 9 november 2009 (Prov. Blad Noord-Holland 2009, nr. 165)

Hoofdstuk 1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1 Begripsomschrijvingen

Dit reglement verstaat onder:

  • a. wet: de Waterschapswet;

  • b. categorie ingezetenen: de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12,

  • tweede lid, onderdeel a, van de wet;

  • c. categorie ongebouwd: de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12,

  • tweede lid, onderdeel b, van de wet;

  • d. categorie natuurterreinen: de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12,

  • tweede lid, onderdeel c, van de wet;

  • e. categorie bedrijven: de categorie van belanghebbenden, bedoeld in artikel 12,

  • tweede lid, onderdeel d, van de wet;

  • f. Gedeputeerde Staten: Gedeputeerde Staten van Noord-Holland, Gedeputeerde Staten van Utrecht en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, tenzij in het reglement anders is bepaald.

Hoofdstuk 2 Naam, gebied, vestigingsplaats en taak van het waterschap

Artikel 2 Naam

Er is een waterschap met de naam Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, verder aan te duiden als: het waterschap.

Artikel 3 Gebied

1. Het gebied van het waterschap is aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart nr. 1.

2. De grenzen van het in het eerste lid bedoelde gebied kunnen nader worden aangegeven op door gedeputeerde staten vast te stellen detailkaarten.

3. Van elk van de kaarten, bedoeld in het eerste en tweede lid en in artikel 23, derde lid, berust een gewaarmerkt exemplaar bij het waterschap en bij de provincies Noord-Holland, Utrecht en Zuid-Holland.

Artikel 4 Vestigingsplaats

Het waterschap is gevestigd in een door het algemeen bestuur te bepalen gemeente.

Artikel 5 Taak

1. De taak van het waterschap is de waterstaatkundige verzorging van zijn gebied, bedoeld in artikel 3, eerste lid, voor zover deze taak niet aan andere publiekrechtelijke lichamen is opgedragen.

2. De taak, bedoeld in het eerste lid, omvat:

  • a. de zorg voor het watersysteem;

  • b. de zorg voor het zuiveren van afvalwater, hieronder mede begrepen het stedelijk afvalwater dat afkomstig is vanuit het beheersgebied van een aangrenzende waterbeheerder en dat krachtens artikel 3.4 van de Waterwet om doelmatigheidsredenen wordt gezuiverd op een zuiveringstechnisch werk dat in beheer is bij het waterschap.

3. Het waterschap heeft daarnaast als taken de zorg voor:

  • a. vaarwegen;

  • b. de toepassing van de Scheepvaartverkeerswet voor zover het wateren betreft waarvoor

  • het hoogheemraadschap is aangewezen als bevoegd gezag.

4. De zorg voor vaarwegen betreft de vaarwegen die zijn aangegeven op de kaart, bedoeld in artikel 3, eerste lid. 

Hoofdstuk 3 De samenstelling en inrichting van het bestuur van het waterschap

§ 1 Benaming bestuursorganen

Artikel 6 Benaming bestuursorganen

1. Het algemeen bestuur kan worden aangeduid als: het college van hoofdingelanden.

2. Het dagelijks bestuur kan worden aangeduid als: het college van dijkgraaf en hoogheemraden.

3. De voorzitter kan worden aangeduid als: de dijkgraaf.

4. De leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, kunnen worden aangeduid als: hoogheemraden. 

§ 2 Het algemeen bestuur

Artikel 7 Omvang algemeen bestuur

Het algemeen bestuur bestaat uit 30 leden. Hiervan vertegenwoordigen:

  • a. drieëntwintig leden de categorie ingezetenen;

  • b. drie leden de categorie ongebouwd;

  • c. een lid de categorie natuurterreinen;

  • d. drie leden de categorie bedrijven.

Artikel 8 Benoeming vertegenwoordigers specifieke categorieën

1. De leden, bedoeld in artikel 7, onderdeel b, worden benoemd door de Land- en Tuinbouw Organisatie Noord. 

2. De leden, bedoeld in artikel 7, onderdeel d, worden gezamenlijk benoemd door de Kamer van Koophandel en Fabrieken Amsterdam, de Kamer van Koophandel en Fabrieken Midden-Nederland en de Kamer van Koophandel en Fabrieken Gooi, Eem- en Flevoland, met dien verstande dat de Kamers bij de benoeming acht slaan op een adequate vertegenwoordiging van de categorie bedrijven in het gebied van elke Kamer, voor zover gelegen binnen het gebied van het waterschap. 

Artikel 9 Reglement van orde

Het algemeen bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast.

§ 3 Het dagelijks bestuur

Artikel 10 Omvang dagelijks bestuur

1. Het dagelijks bestuur bestaat uit de voorzitter en een door het algemeen bestuur te bepalen aantal andere leden dat ten hoogste vijf bedraagt.

2. Het besluit van het algemeen bestuur tot bepaling van het in het eerste lid bedoelde aantal andere leden van het dagelijks bestuur wordt onverwijld schriftelijk aan Gedeputeerde Staten medegedeeld. 

Artikel 11 Benoeming andere leden van het dagelijks bestuur

1. De benoeming van de leden van het dagelijks bestuur vindt plaats in de eerste vergadering van het algemeen bestuur.

2. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland kunnen ontheffing verlenen van het bepaalde in artikel 41, tweede lid, van de wet. 

3. De tot lid van het dagelijks bestuur benoemde wordt geacht de benoeming niet te aanvaarden, indien op de tiende dag na kennisgeving van de benoeming door middel van een aangetekende brief geen mededeling van hem is ontvangen dat hij de benoeming aanvaardt.

4. Wanneer de benoeming niet is aanvaard, vindt zo spoedig mogelijk een nieuwe benoeming plaats.

5. De benoeming ter vervulling van een plaats die tussentijds openvalt, vindt zo spoedig mogelijk plaats nadat de opengevallen plaats in het algemeen bestuur is vervuld, tenzij het algemeen bestuur besluit het aantal leden van het dagelijks bestuur te verminderen of toepassing wordt gegeven aan het tweede lid. 

Artikel 12 Ingang benoeming andere leden van het dagelijks bestuur

1.In het geval van artikel 11, eerste lid, gaat de benoeming van degene, die de benoeming tot lid van het dagelijks bestuur heeft aanvaard, in op het tijdstip waarop ten minste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur, met uitzondering van de voorzitter, zijn benoeming heeft aanvaard of, indien de aanvaarding van de benoeming op een later tijdstip plaatsvindt, op dat tijdstip.

2. Vanaf het tijdstip van aftreden van de leden van het dagelijks bestuur tot het tijdstip, waarop, na de verkiezing van de leden van het nieuwe algemeen bestuur, ten minste de helft van het aantal leden van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, de benoeming heeft aanvaard, treedt de voorzitter in de plaats van het dagelijks bestuur.

Artikel 13 Ontslag op eigen initiatief

1. Een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, kan te allen tijde ontslag nemen. Hij doet daarvan schriftelijk mededeling aan het algemeen bestuur.

2. Het ontslag gaat in een maand na ontvangst van de mededeling, bedoeld in het eerste lid, of zoveel eerder als zijn opvolger de benoeming heeft aanvaard.

Artikel 14 Vervanging leden van het dagelijks bestuur

1. Bij langdurige afwezigheid van een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, of indien een lid van het dagelijks bestuur met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, kan hij worden vervangen door een lid van het algemeen bestuur, aan te wijzen door het algemeen bestuur.

2. Degene die gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken voor een lid van het dagelijks bestuur, niet zijnde de voorzitter, heeft waargenomen, geniet een vergoeding ten bedrage van de voor dat lid vastgestelde bezoldiging. De vergoeding wordt verminderd met hetgeen als lid van het algemeen bestuur als vergoeding wordt ontvangen.

Artikel 15 Reglement van orde

Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast, dat aan het algemeen bestuur wordt toegezonden.

§ 4 De voorzitter

Artikel 16 Benoeming voorzitter

1. Alvorens een aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter als bedoeld in artikel 46, derde lid, van de wet, wordt opgemaakt, wordt, behalve in het geval van herbenoeming, een open sollicitatieprocedure gevolgd.

2. Indien de aanbeveling uit meer dan één persoon bestaat, wordt over iedere plaats op de aanbeveling afzonderlijk gestemd. 

3. Voor de toepassing van artikel 46, derde en vijfde lid, van de wet wordt onder Gedeputeerde Staten verstaan: Gedeputeerde Staten van Noord-Holland.

4. De stemming in verband met de in artikel 46, derde lid, van de wet bedoelde aanbeveling wordt, indien het een vacature ten gevolge van de periodieke aftreding betreft, ten minste twee maanden voor de datum van aftreding, en indien het een tussentijdse vacature betreft, binnen vier maanden na het ontstaan van de vacature, gehouden.

5. Samen met de aanbeveling voor de benoeming van de voorzitter wordt een uittreksel uit de notulen van de gehouden stemming aan Gedeputeerde Staten van Noord-Holland gezonden.

6. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland zenden, na het horen van Gedeputeerde Staten van Utrecht en Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland, de aanbeveling door aan de minister.

7. De aflegging van de eed (verklaring en gelofte), bedoeld in artikel 50 van de wet, vindt plaats in handen van de Commissaris van de Koning in de provincie Noord-Holland.

Artikel 17 Woonplaats voorzitter

1. De voorzitter heeft zijn werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap.

2. Het algemeen bestuur kan, al dan niet voor een bepaalde periode, ontheffing verlenen van de verplichting om de werkelijke woonplaats in het gebied van het waterschap te hebben.

§ 5 De secretaris

Artikel 18 Benoeming secretaris

De benoeming van de secretaris vindt plaats op voordracht van het dagelijks bestuur door het algemeen bestuur. 

Artikel 19 Taken en bevoegdheden

Artikel 33, eerste en tweede lid, van de wet is van overeenkomstige toepassing op de secretaris en zijn vervanger.

Hoofdstuk 4 Toezicht

Artikel 20 Toezichtsbevoegdheid

1. Het toezicht op het waterschap wordt uitgeoefend door Gedeputeerde Staten van Noord- Holland en van Utrecht gezamenlijk, tenzij anders bepaald.

2. Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en van Utrecht bepalen in onderling overleg op welke wijze de voorbereiding en besluitvorming zal plaatsvinden over hetgeen ter zake van het gemeenschappelijk toezicht moet worden beslist.

Artikel 21 Goedkeuring

Vervallen.

Artikel 22 Meldingen

1. Het dagelijks bestuur zendt onverwijld aan Gedeputeerde Staten ter kennisneming besluiten tot: 

  • a. oprichting van, deelneming in of opheffing van een rechtspersoon;

  • b. het vaststellen, wijzigen of intrekken van verordeningen, huishoudelijke verordeningen daaronder niet begrepen;

  • c. het vaststellen, wijzigen of intrekken van een legger;

  • d. het aangaan, wijzigen of ontbinden van belangrijke overeenkomsten betreffende de waterstaat:

  • e. het vaststellen van ontwerppeilbesluiten;

  • f. het vaststellen van ontwerpverordeningen, op grond van artikel 78 van de wet, waarin de regels ten aanzien van grondwateronttrekkingen en -infiltraties zijn opgenomen;

  • g. het vaststellen van ontwerp-calamiteitenplannen, bedoeld in artikel 5.29, derde lid, van de Waterwet, alsmede de besluiten tot vaststelling van de calamiteitenplannen.

2. In afwijking van het eerste lid zendt het algemeen bestuur de besluiten, bedoeld in de onderdelen c, d, en e. toe aan gedeputeerde staten van de provincie, waarin het grondgebied is gelegen, waarop het besluit in hoofdzaak betrekking heeft.

Hoofdstuk 5 Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 23 Overgangsrecht

1. Ten aanzien van de voorzitter die zijn functie bekleedt op de datum van inwerkingtreding van dit reglement is artikel 17 niet van toepassing.

2. De artikelen 5, 9 en 23 van het Reglement van Bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht, zoals deze luiden op de datum van inwerkingtreding van dit reglement, blijven van kracht tot 8 januari 2009 voor de op de datum van inwerkingtreding van dit reglement zitting hebbende leden van het algemeen bestuur en dagelijks bestuur.

3. Voor gebied dat bij de inwerkingtreding van dit reglement deel gaat uitmaken van het waterschap of van een ander waterschap, en als zodanig is aangegeven op de bij dit reglement behorende kaart nr. 2, blijft het recht ten aanzien van de heffing of invordering van de omslagen en verontreinigingsheffing, zoals het gold vóór de datum van inwerkingtreding van dit reglement, tot 1 januari 2009 van toepassing. De bestuursorganen die tot de datum van inwerkingtreding van dit reglement bevoegd waren ten aanzien van de bedoelde heffing of invordering, oefenen de bevoegdheden tot 1 januari 2009 uit. Deze bestuursorganen blijven na 1 januari 2009 als enige bevoegd ten aanzien van de in de eerste volzin bedoelde belastingen, die betrekking hebben op belastingtijdvakken die zijn aangevangen vóór 1 januari 2009, en op belastbare feiten die zich voor dat tijdstip hebben voorgedaan.

4. De op de dag, voorafgaand aan de datum van inwerkingtreding van dit reglement voor het gebied, bedoeld in het derde lid, geldende waterschapsbesluiten blijven van kracht zolang het bevoegde bestuursorgaan niet anders beslist. De bevoegde bestuursorganen oefenen met ingang van de datum van inwerkingtreding van dit reglement de bevoegdheden die samenhangen met de in de eerste volzin bedoelde besluiten uit, zolang de besluiten hun rechtskracht behouden.

Artikel 24 Wijzigingen van beperkte strekking

Provinciale Staten van Noord-Holland en van Utrecht zijn gezamenlijk bevoegd tot wijzigingen van beperkte strekking van dit reglement.

Artikel 25 Inwerkingtreding

Dit reglement treedt in werking op 31 maart 2008.

Artikel 26 Citeertitel

Dit reglement wordt aangehaald als: Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008.

Ondertekening

Haarlem, 11 februari 2008 Provinciale Staten van Noord-Holland, H.C.J.L. BORGHOUTS, voorzitter. C.A. PETERS, griffier.
Utrecht, 18 februari 2008 Provinciale Staten van Utrecht, R.C. ROBBERTSEN, voorzitter. L.C.A.W. GRAAFHUIS, griffier.
Den Haag, 30 januari 2008 Provinciale Staten van Zuid-Holland, J. FRANSSEN, voorzitter. H. ENGELS-VAN NIJEN, griffier.
Goedgekeurd bij ministeriële beschikking van 21 maart 2008, nummer HDJZ-WAT-2008-409

Bijlage behorende bij het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008

Kaart nr. 1. bedoeld in artikel 3, eerste lid, van het Reglement van bestuur voor het Hoogheemraadschap Amstel, Gooi en Vecht 2008