Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente 's-Hertogenbosch

Algemene subsidieverordening 's-Hertogenbosch

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente 's-Hertogenbosch
Officiële naam regelingAlgemene subsidieverordening 's-Hertogenbosch
CiteertitelAlgemene subsidieverordening 's-Hertogenbosch
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De ASV is vastgesteld op 23 augustus 2011 met reg.nr. 11.0733 en is nadien gewijzigd op 9 oktober 2012 met reg.nr. 12.0864.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

art. 149 Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-201301-01-2016De artikelen 1, 2 en 14 zijn met ingang van 1 januari 2013 gewijzigd conform besluit op 9 oktober 2012, met reg.nr. 12.0864

09-10-2012

Bossche Omroep, 21-10-2012

12.0864

Tekst van de regeling

Intitulé

Algemene subsidieverordening gemeente 's-Hertogenbosch

De raad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch;

 

gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 september 2012, reg.nummer 12.0864,inzake de algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch;

 

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

BESLUIT:

 

vast te stellen de volgende verordening:

HOOFDSTUK 1. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    Raad: raad van de gemeente ‘s-Hertogenbosch

  • b.

    College: college van burgemeester en wethouders van de gemeente ‘s-Hertogenbosch;

  • c.

    Subsidie: de aanspraak op financiële middelen, door het gemeentebestuur verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan betaling voor aan het gemeentebestuur geleverde goederen of diensten.

    De gemeente ’s-Hertogenbosch onderscheidt 2 typen subsidies:

    • -

      Eenmalige subsidie: subsidie ten behoeve van eenmalige projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal vier jaar subsidie wil verstrekken;

    • -

      Jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal vier jaar wordt verstrekt.

  • d.

    Subsidiebeschikking: het besluit waarmee een subsidie wordt verleend, gewijzigd, ingetrokken, geweigerd of vastgesteld;

  • e.

    Awb: de Algemene wet bestuursrecht (Stb. 1992, 315, zoals nadien gewijzigd);

  • f.

    Aanvrager: een (rechts-)persoon die een schriftelijk verzoek indient om subsidie teverkrijgen;

  • g.

    Boekjaar: Het kalenderjaar, tenzij bij wettelijk voorschrift of bij subsidieverlening anders is bepaald.

  • h.

    Subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een boekjaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.

  • i.

    Jaarverslag: een verslag dan wel een jaarverslag dat inzicht geeft in de aard, duur en omvang van de activiteiten en resultaten en een vergelijking tussen de nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen.

  • j.

    Jaarrekening: een financiële verantwoording van de verrichte activiteiten. Deze financiële verantwoording bestaat uit een balans met toelichting en een exploitatierekening met toelichting. De financiële verantwoording moet voldoen aan het gestelde in Burgerlijk Wetboek boek 2 Titel 9.

  • k.

    Social return: de uitstroom naar werk te bevorderen voor mensen die zonder re-integratie ondersteuning niet aan het werk komen door het koppelen van sociale doelstellingen aan het besteden van middelen voor allerlei diensten, werken, leveringen en subsidies.

Artikel 2. Reikwijdte verordening

  • 1. Op basis van de volgende beleidsprogramma’s kan subsidie worden verstrekt:

    • a.

      Bestuursorganen en -ondersteuning;

    • b.

      Dienstverlening;

    • c.

      Sociale verbanden;

    • d.

      Gezondheid;

    • e.

      Veiligheid;

    • f.

      Leren en opgroeien;

    • g.

      Cultureel klimaat;

    • h.

      Wonen en werkomgeving;

    • i.

      Bereikbare stad;

    • j.

      Sport en recreatie;

    • k.

      Milieurespecterende ontwikkelingen;

    • l.

      Cultuurhistorische kwaliteit;

    • m.

      Ruimte voor bedrijvigheid;

    • n.

      Werk en inkomen.

  • 2. Het college kan nadere regels stellen, waarin de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsprogramma zoals bedoeld in het eerste lid worden omschreven.

Artikel 3. Bevoegdheid college

Het college is met inachtneming van hetgeen in deze verordening is bepaald bevoegd tot het verstrekken van subsidie.

HOOFDSTUK 2. SUBSIDIEPLAFOND EN BEGROTINGSVOORBEHOUD

Artikel 4. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1. De raad kan, jaarlijks bij de vaststelling van de begroting, besluiten tot het instellen van subsidieplafond(s). Bij de vaststelling van een subsidieplafond wordt aangegeven op welke wijze het beschikbare bedrag wordt verdeeld.

  • 2. Het college kan nadere regels stellen omtrent de verdeling van het beschikbare bedrag.

  • 3. Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.

HOOFDSTUK 3. AANVRAAG VAN DE SUBSIDIE

Artikel 5. Bij aanvraag in te dienen gegevens

  • 1. De aanvraag voor een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college met behulp van een door het college vastgesteld aanvraagformulier.

  • 2. Bij een aanvraag om subsidie overlegt de aanvrager de volgende gegevens:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waar subsidie voor wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelstellingen en resultaten, die daarmee worden nagestreefd, en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

    • c.

      een begroting en dekkingsplan van de kosten van de activiteiten, waar de subsidie voor wordt aangevraagd. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij andere bestuursorganen of private organisaties of personen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

    • d.

      indien van toepassing bij een jaarlijkse subsidie, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

  • 3. Indien een aanvrager voor de eerste maal een jaarlijkse subsidie aanvraagt, voegt hij een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar als bijlagen toe aan het aanvraagformulier.

  • 4. Onverminderd hetgeen daartoe in de Algemene wet bestuursrecht is bepaald is het college bevoegd ook meer of minder gegevens te verlangen, indien die voor het nemen van een beslissing op de aanvraag nodig zijn.

Artikel 6. Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie wordt gedaan uiterlijk 1 juni in het jaar voorafgaand aan het jaar, of de jaren waarop de subsidieaanvraag betrekking heeft.

  • 2. In afwijking van het eerste lid dienen nieuwe of hogere subsidieaanvragen dan het vorige boekjaar uiterlijk 1 februari voorafgaand aan dat boekjaar te worden ingediend.

  • 3. Een aanvraag voor een eenmalige subsidie wordt uiterlijk twee maanden voor de aanvang van de activiteit, waarvoor de subsidie is aangevraagd, ingediend.

  • 4. Het college kan andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag voor daarbij aan te wijzen subsidies.

Artikel 7. Beslistermijn

  • 1. Het college beslist op een aanvraag om een eenmalige subsidie binnen 13 weken na ontvangst van de volledige aanvraag, dan wel, indien het college hiertoe regels heeft opgesteld, 13 weken gerekend vanaf de uiterste indieningtermijn voor het aanvragen van de subsidie.

  • 2. Het college beslist in beginsel op een aanvraag voor een jaarlijkse subsidie uiterlijk vóór 31 december van het jaar waarop de aanvraag is ingediend.

HOOFDSTUK 4. WEIGERING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 8. Weigeringsgronden

Naast de weigeringsgronden genoemd in artikel 4:35 van de Awb kan het college weigeren om

subsidie te verstrekken indien de activiteiten van de aanvrager niet of niet in overwegende mate

gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen.

Artikel 9. Wet BIBOB

Het college kan voor subsidies binnen door de raad vast te stellen beleidsprogramma’s of onderdelen daarvan bepalen dat de gevraagde subsidie kan worden geweigerd of de verleende subsidie kan worden ingetrokken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur.

HOOFDSTUK 5. VERLENING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 10. Verlening subsidie

  • 1. Bij het besluit tot verlenen van de subsidie geeft het college aan op welke wijze de verantwoording plaats vindt.

  • 2. Het college is bevoegd om verplichtingen aan de beschikking tot subsidieverlening te verbinden met betrekking tot het beheer en gebruik van de subsidie.

Artikel 11. Betaling en bevoorschotting

  • 1. Indien een beschikking tot subsidievaststelling als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel a, wordt gegeven, kan de betaling van de gehele subsidie in één bedrag plaatsvinden.

  • 2. Indien een beschikking tot subsidieverlening als bedoeld in artikel 15, eerste lid, onderdeel b, wordt gegeven, kan 100% bevoorschot worden.

  • 3. Indien besloten wordt tot bevoorschotting van de subsidie, wordt in het besluit tot subsidieverlening, de hoogte en de termijnen van de voorschotten bepaald.

HOOFDSTUK 6. VERPLICHTINGEN VAN DE SUBSIDIEONTVANGER

Artikel 12. Tussentijdse rapportage

Bij subsidies, hoger dan € 50.000, welke verleend worden voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan het college de verplichting opleggen tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. Een dergelijke tussentijdse verantwoording wordt in beginsel niet vaker dan één keer per jaar gevraagd.

Artikel 13. Meldingsplicht

  • 1. De subsidieontvanger doet onverwijld mededeling aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden verplichtingen zal worden voldaan.

  • 2. De mededeling als bedoeld in het eerste lid bevat tevens een omschrijving van de reden.

Artikel 14. Overige verplichtingen van de subsidieontvanger

  • 1. De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2. De subsidieontvanger informeert het college zo spoedig mogelijk schriftelijk over:

    • a.

      besluiten of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten, waarvoor subsidie is verleend, dan wel ontbinding van de rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die er toe kunnen leiden dat aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden geheel of gedeeltelijk niet kunnen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de rechtspersoon, de persoon van de bestuurder(s) en het doel van de rechtspersoon.

  • 3. Bij subsidies van meer dan € 50.000 behoeft de subsidieontvanger de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

  • 4. Het niet of niet tijdig voldoen aan de mededelingsplicht als neergelegd in artikel 13 en/of de overige verplichtingen als neergelegd in dit artikel kunnen leiden tot het lager vaststellen van subsidie, het intrekken, het terugvorderen, het stopzetten van bevoorschotting, dan wel het verrekenen van subsidie.

  • 5.Bij subsidies van meer dan € 50.000,= is de subsidieontvanger verplicht in de jaarrekening beloningen van medewerkers, inclusief directie en externe inhuur, op te nemen indien deze hoger zijn dan de wettelijke salarisnorm, zoals geregeld in de Wet openbaarmaking uit publieke middelen gefinancierde topinkomens of (per 1 januari 2013) in de Wet normering topinkomens. Bij overschrijding van deze landelijke salarisnorm kan het in de verleningsbeschikking genoemde subsidiebedrag bij de subsidievaststelling worden verminderd.

  • 6.Bij subsidies van meer dan € 50.000,= is de subsidieontvanger verplicht in het beleidsplan op te nemen op welke wijze de organisatie invulling geeft aan het door haar gevoerde beleid rondom social return.

HOOFDSTUK 7. VERANTWOORDING EN VASTSTELLING VAN DE SUBSIDIE

Artikel 15. Subsidies tot en met € 5.000

  • 1. Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college:

    • a.

      direct vastgesteld of;

    • b.

      ambtshalve vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten zijn verricht.

  • 2. Bij een ambtshalve vaststelling als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, kan het college de aanvrager verplichten om op de door hem aangegeven wijze aan te tonen dat de activiteiten, waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen.

Artikel 16. Subsidies van meer dan € 5.000 tot en met € 50.000

  • 1. Indien de subsidieverlening meer bedraagt dan € 5.000, maar minder dan € 50.001, dient de subsidieontvanger uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten een aanvraag tot vaststelling in bij het college.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht.

  • 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overgelegd.

Artikel 17. Subsidies van meer dan € 50.000

  • 1. Indien de subsidieverlening hoger is dan € 50.000, dient de subsidieontvanger een aanvraag tot vaststelling in bij het college:

    • a.

      bij een eenmalige subsidie, uiterlijk 13 weken na het verricht zijn van de activiteiten;

    • b.

      bij een jaarlijks verstrekte subsidie, uiterlijk vóór 1 juni in het jaar na afloop van het kalenderjaar, respectievelijk 4 maanden na het subsidietijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2. De aanvraag tot vaststelling bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag, waaruit blijkt dat de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend, zijn verricht;

    • b.

      een overzicht van de activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten;

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop;

    • d.

      een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

  • 3. Het college kan bepalen dat ook andere, of minder dan, de in dit artikel bedoelde gegevens en bescheiden die voor de vaststelling van belang zijn, worden overlegd.

Artikel 18. Vaststelling subsidie

  • 1. Het college stelt binnen 13 weken na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling de subsidie vast.

  • 2. Indien uit de aard van de subsidie, dan wel de verantwoording daarvan, volgt dat voor de beslissing op de vaststelling van de subsidie een langere termijn nodig is dan de in het eerste lid genoemde termijn, dan bericht het college de subsidieontvanger daarvan zo spoedig mogelijk na ontvangst van de aanvraag tot subsidievaststelling.

  • 3. Het college kan categorieën van subsidies of subsidieontvangers aanwijzen, waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 4. Indien de aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het in het eerste lid genoemd tijdstip is ontvangen, gaat het college zes weken na een eenmalige rappel over tot ambtshalve vaststelling.

HOOFDSTUK 8. OVERIGE BEPALINGEN

Artikel 19. Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1, 2, 3 en 8 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. Het van toepassing verklaren van dit artikel wordt gemotiveerd in het besluit en hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.

Artikel 20. Inwerkingtreding

  • 1. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2013.

  • 2. Op de dag van de inwerkingtreding is de Algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch, die in werking trad per 1 januari 2012, ingetrokken.

Artikel 21. Overgangsbepaling

  • 1. Deze verordening is van toepassing op aanvragen om subsidie voor activiteiten die worden uitgevoerd na 31 december 2012.

  • 2. Voor subsidiebeschikkingen genomen op grond van de subsidieverordening 2012 blijft de vorige subsidieverordening, van kracht per 1 januari 2012, van toepassing.

Artikel 22. Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als algemene subsidieverordening ’s-Hertogenbosch.

Ondertekening

's-Hertogenbosch,

De Gemeenteraad voornoemd,

De griffier,

drs. A. van der Jagt,

De voorzitter,

mr.drs. A.G.J.M. Rombouts