Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bernheze

Nota inzake het intrekken van verleende bouwvergunningen voor bouwwerken/gebouwen die niet gerealiseerd zijn

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBernheze
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingNota inzake het intrekken van verleende bouwvergunningen voor bouwwerken/gebouwen die niet gerealiseerd zijn
CiteertitelNota inzake het intrekken van verleende bouwvergunnigen voor bouwwerken/gebouwen die niet gerealiseerd zijn
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Onbekend

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

13-04-2010Nieuwe regeling

13-04-2010

Bernhezer

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Nota inzake het intrekken van verleende bouwvergunningen voor bouwwerken/gebouwen die niet gerealiseerd zijn

 

 

NOTA INZAKE HET INTREKKEN VAN VERLEENDE

BOUWVERGUNNINGEN VOOR BOUWWERKEN/ GEBOUWEN DIE

NIET GEREALISEERD ZIJN.

 

Door de gemeente Bernheze worden jaarlijks vele bouwvergunningen verleend. De meestebouwwerken/gebouwen worden ook vrij snel gerealiseerd nadat de bouwvergunning hiervoor is

afgegeven. Het komt echter ook voor dat de vergunninghouder geen gebruik van debouwvergunning maakt. Vaak spelen financiële overwegingen hierbij een rol.De vraag waarvoor ons college zich gesteld ziet, is hoe lang een bouwvergunning ongebruiktkan blijven liggen.

 

Waarom intrekken?

Het is om de volgende redenen ongewenst om bouwvergunningen tot in lengte van dagen instand te laten:

1.De gemeente komt soms voor onaangename verrassingen te staan wanneer er opeens een

bouwwerk/gebouw wordt opgericht op basis van een “slapende” bouwvergunning.

Planologische inzichten kunnen namelijk wijzigen en worden in principe elke 10 jaaropnieuw in een bestemmingplan vastgelegd.

2.Wijzigende bouwregelgeving; aan de nieuwste technische eisen wordt met het oprichtenvan een bouwwerk en/of gebouw op basis van een oude bouwvergunning vaak nietmeer voldaan.

3.Daarnaast legt het telkens opnieuw moeten inspecteren van percelen waarop eenbouwvergunning rust (3 tot 4 maal per jaar vinden er inspectierondes plaats onder meerten behoeve van de WOZ) een onevenredig beslag op beschikbare capaciteit van detoezichthouders.

Op grond van artikel 59 van de Woningwet en artikel 4.1. van de Bouwverordening kan hetcollege tot intrekking van een bouwvergunning besluiten:

a.indien blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgavehebben verleend of dat gegevens of bescheiden als bedoeld in artikel 40a, tweede lid WW,niet tijdig zijn overgelegd;

b.indien blijkt dat de houder niet heeft voldaan aan een voorwaarde als bedoeld in artikel56 (nadere voorwaarden/voorschriften);

c.indien binnen de in de bouwverordening bepaalde termijn (26 weken na hetonherroepelijk worden van de bouwvergunning) geen begin is gemaakt met debouwwerkzaamheden;

d.indien de werkzaamheden langer dan de in de bouwverordening bepaalde termijn hebben

stilgelegen (26 weken aaneengesloten) of

e.op verzoek van de vergunninghouder.

 

Beleidskader voor intrekking

Ingevolge deze notitie hebben wij besloten de bouwvergunningen op te splitsen in twee soortenbouwvergunningen t.w.

1) bouwvergunningen verleend aan een *bedrijf;

2) bouwvergunningen verleend aan particulieren.

 

*Geconstateerd is dat indien sprake is van slapende bouwvergunningen bij bedrijven dit met name agrarische

bedrijven zijn.

 

Bedrijven

Ten aanzien van bedrijven sluiten wij aan bij de milieuregelgeving (Wet milieubeheer) en wordtde volgende beleidslijn inzake intrekking van bouwvergunningen vastgesteld.

I.Het bedrijf beschikt over een milieuvergunning of melding maar niet over eenbouwvergunning. De milieuvergunning treedt niet in werking voor wat betreft het deelwaarvoor geen bouwvergunning is afgegeven. Er is geen noodzaak tot intrekking van debouwvergunning. Na 3 jaar vervalt de milieuvergunning van rechtswege voor het

ongebruikte deel.

II. Het bedrijf beschikt over een milieuvergunning of melding en ook over eenbouwvergunning. Op grond van de milieuwetgeving heeft de vergunninghouder eenperiode van 3 jaar –mede gelet op economische motieven- om de inrichting, narealisering van de bouw, in werking te nemen. Deze termijn van 3 jaar biedt voldoenderuimte om met de bouwwerkzaamheden een aanvang te nemen.

In verband met de eenduidigheid wijzen wij er op dat deze regel ook betrekking heeft op debedrijfswoning(en) en daarbij behorende bijgebouwen.

 

Particulieren

Ten aanzien van particulieren sluiten wij aan bij de termijn zoals opgenomen in debouwverordening en wordt de vergunninghouder een dubbele termijn geboden, in casu 1 jaar.

Deze termijn biedt voldoende ruimte om de noodzakelijke voorbereidingen te treffen omvervolgens te kunnen starten met de bouwwerkzaamheden binnen 1 jaar na afgifte van debouwvergunning.

Voor de goede orde wijzen wij er op dat de zogenaamde meldingen (voor wijziging van de Woningwet in

2003) waarvan geen gebruik is gemaakt na 13 weken van rechtswege kwamen te vervallen.

Procedure tot intrekking

Wanneer een bouwvergunning 1 jaar (voor particulieren) of 3 jaar (voor bedrijven) na de datum

van afgifte nog niet is gebruikt c.q. wanneer er nog geen aanvang is gemaakt met debouwwerkzaamheden, dan ontvangt de vergunninghouder een brief waarin ons college hetvoornemen meedeelt de verleende bouwvergunning in te trekken.

Voordat een besluit wordt genomen, wordt de vergunninghouder ingevolge artikel 4:8 van deAlgemene wet bestuursrecht, in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over dit voorgenomenbesluit naar voren te brengen. Hiervoor wordt een termijn van 6 weken gegeven.

Met inachtneming van de individuele argumenten neemt ons college vervolgens een voorbezwaar- en beroep vatbaar besluit.

In beginsel zijn wij van oordeel dat economische/financiële motieven om nog geen gebruik temaken van een verleende bouwvergunning onvoldoende grond zijn om de bouwvergunning

verder in stand te laten. Wij gaan er van uit dat een vergunninghouder zich voorafgaand aan eenvergunningaanvraag hierop heeft georiënteerd. Een verdere overweging hierbij is dat het eenbedrijf of inwoner vrij staat om een nieuwe bouwvergunning aan te vragen op het moment dathiervan wel daadwerkelijk binnen redelijke termijn gebruik zal worden gemaakt. Een nieuweaanvraag wordt dan getoetst aan de op dat moment geldende regelgeving.

Verlenging termijn

Verlenging van hiervoor aangegeven termijnen van 1 resp. 3 jaar kan maximaal met nog 1 jaarop basis van zienswijzen. Deze termijn van 1 jaar achten wij voldoende lang om denoodzakelijke voorbereidingen te treffen zodat binnen deze termijn van 1 jaar alsnog gestart kanworden met de bouwwerkzaamheden.

Slechts indien er sprake is van zeer bijzondere omstandigheden op grond waarvan het nietredelijk of billijk is deze termijn te stellen heeft het college de bevoegdheid om éénmalig,gemotiveerd hiervan af te wijken.

In de vergadering van 13 april 2010 hebben wij besloten om bovenstaand beleid op twee puntente nuanceren:

1.Wanneer sprake is van een onderhandelingssituatie tussen de vergunninghouder ende gemeente, dan wordt van deze bevoegdheid tot het intrekking van een

bouwvergunning, geen gebruik gemaakt. Wij willen voorkomen dat gebruikmakingvan deze bevoegdheid leidt tot een verslechtering van de onderhandelingspositie vande andere partij.

2.De huidige economische situatie kan vaker aanleiding zijn om gebruik te maken vande in dit beleidstuk opgenomen hardheidsclausule. Met toepassing van de

hardheidsclausule kunnen wij besluiten om een vergunninghouder een langereinstandhoudingstermijn te geven dan de standaardtermijn van 1 jaar.

 

Vastgesteld door het college van burgemeester en

Wethouders van de gemeente Bernheze

op 6 september 2005

aangepast op 13 april 2010