Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Bernheze

Verordening marktgelden Bernheze 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBernheze
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening marktgelden Bernheze 2019
CiteertitelVerordening marktgelden Bernheze 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpMarktgelden

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 229 van de Gemeentewet

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019Nieuwe regeling

13-12-2018

gmb-2019-80

1293910/1293976

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening marktgelden Bernheze 2019

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam “marktgelden” worden rechten geheven voor het genot van door of vanwege het gemeentebestuur verstrekte diensten, genoemd in deze verordening en de daarin opgenomen tarieven, zijnde het innemen van een marktplaats op één van de wekelijkse warenmarkten, of zijnde een standwerkersplaats.

Artikel 2 Belastingplicht

De rechten worden geheven van degene aan wie een marktplaats is toegewezen, dan wel van degene die, hetzij voor zichzelf, hetzij voor anderen, ruimte op de markt inneemt.

Artikel 3 Maatstaf van heffing en tarief

De rechten bedragen:

1. voor iedere standwerkersplaats, zoals bedoeld in artikel 1, sub d, van de Marktverordening Bernheze 2013, per dag of een gedeelte daarvan € 1,25 per strekkende meter of gedeelte daarvan in gebruik genomen grond, gemeten langs de zijde, waaraan normaal wordt verkocht, met een minimum van € 5,40.

2. voor iedere marktplaats, zoals bedoeld in artikel 1, sub b, van de Marktverordening Bernheze 2013, per jaar per strekkende meter of gedeelte daarvan in gebruik genomen grond, gemeten langs de zijde, waaraan normaal wordt verkocht € 65,60.

3. het verschuldigde recht als bedoeld onder sub a wordt verhoogd met een opslag van € 1,35 per dag of gedeelte daarvan en het verschuldigde recht als bedoeld onder sub b met een op-slag van € 63,75 per jaar wegens gebruikmaking van de aanwezige stroomvoorziening, indien daartoe een verzoek wordt gedaan.

Artikel 4: Belastingjaar

Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 5: Wijze van heffing

De rechten worden geheven bij wege van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waar-onder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur.

Artikel 6: Ontstaan van de belastingschuld en heffing

1. De rechten zijn verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aan-vang van de belastingplicht.

2. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, zijn de rechten als be-doeld in artikel 3, sub b, verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

3. Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ont-heffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde rechten als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven.

Artikel 7: Termijn van betaling

1. De rechten bedoeld in artikel 3, sub a, eventueel verhoogd met de opslag genoemd onder sub c, moeten bij het innemen van de standwerkersplaats worden voldaan.

2. De rechten bedoeld in artikel 3, sub b, eventueel verhoogd met de opslag genoemd onder sub c, moeten worden betaald in vier termijnen. De eerste termijn vervalt één maand na de dagtekening van de kennisgeving als bedoeld in artikel 5 en elk van de volgende termijnen telkens drie maanden later. Aanslagen met een dagtekening na 31 januari hebben twee betaal-termijnen. De eerste vervalt één maand na de dagtekening van de kennisgeving als bedoeld in artikel 5 en de tweede termijn vervalt drie maanden later.

Artikel 8: Kwijtschelding

De invordering van deze rechten wordt geen kwijtschelding verleend.

 

Artikel 9: Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

De ‘Leidraad invordering belastingen gemeente Bernheze’ is van toepassing.

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden.

Artikel 10: Inwerkingtreding en citeertitel

1. De ‘Verordening marktgelden Bernheze 2018’ van 14 december 2017, wordt ingetrokken met ingang van de in het vierde lid genoemde datum van ingang van deheffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

2. Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2019.

3. In afwijking in zoverre van het in de voorgaande leden bepaalde, blijft, indien de datum van inwerkingtreding van deze verordening ligt na de in het vierde lid genoemde datum van ingang van de heffing, de ingetrokken verordening gelden voor de in de tussenliggende periode plaatsvindende belastbare feiten voor zover ter zake daarvan de heffing van de marktgelden in die periode plaatsvindt.

4. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

5. Deze verordening wordt aangehaald als de ‘Verordening marktgelden Bernheze 2019’

 

Vastgesteld door de raad van de gemeente Bernheze in zijn openbare vergadering van

13 december 2018.

Leandra Kilian Marieke Moorman

plv. griffier voorzitter