Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Boxtel

Bouwverordening Boxtel

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieBoxtel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingBouwverordening Boxtel
CiteertitelBouwverordening
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpvolkshuisvesting en woningbouw
Eigen onderwerpbouw, bouwen, bouwverordening

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

15e wijziging

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

artikel 8 van de Woningwet

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

23-03-2019Artt. 1.1, 2.1.5, 2.5.1 t/m 2.5.30, 9.1, lid 1, en 12.6, lid 3, en bijlage 9

19-03-2019

gmb-2019-68911

Onbekend
13-04-201223-03-201914e wijziging (inwerkingtreding Bouwbesluit 2012)

10-04-2012

Brabants Centrum, 12-04-2012

Onbekend

Tekst van de regeling

Intitulé

Bouwverordening Boxtel

 

INHOUDSOPGAVE

 

HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

Artikel 1.2 Termijnen (vervallen)

Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente

HOOFDSTUK 2 De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen

Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden

Artikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning (vervallen)

Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens (vervallen)

Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden (vervallen)

Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen (vervallen)

Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek

Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning (vervallen)

Artikel 2.1.7 Bouwregistratie (vervallen)

Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen (vervallen)

Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning

Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag (vervallen)

Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening (vervallen)

Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen (vervallen)

Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening (vervallen)

Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek (vervallen)

Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning (vervallen)

Paragraaf 3 Welstandstoetsing

Artikel 2.3.1 Welstandscriteria (vervallen)

Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond

Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem

Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen

Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen

Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen (vervallen)

Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling (vervallen)

Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (vervallen)

Artikel 2.5.3A Brandweeringang (vervallen)

Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (vervallen)

Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.8 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg (vervallen)

Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken (vervallen)

Artikel 2.5.11 Ligging achtergevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.14 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen (vervallen)

Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen (vervallen)

Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken (vervallen)

Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen (vervallen)

Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen (vervallen)

Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn (vervallen)

Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen (vervallen)

Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken (vervallen)

Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen (vervallen)

Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken (vervallen)

Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte (vervallen)

Artikel 2.5.28 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte (vervallen)

Artikel 2.5.29 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid (vervallen)

Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen (vervallen)

Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen

Artikel 2.6.1 Beginsel inzake brandmeldinstallaties (vervallen)

Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties (vervallen)

Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties (vervallen)

Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties (vervallen)

Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsalarms (vervallen)

Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van ontruimingsinstallaties (vervallen)

Artikel 2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties (vervallen)

Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen (vervallen)

Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)

Artikel 2.6.10 Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen (vervallen)

Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid (vervallen)

Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten (vervallen)

Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen

Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen)

Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen)

Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen)

Artikel 2.7.3A Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming (vervallen)

Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen)

Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen)

Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen)

Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net (vervallen)

HOOFDSTUK 3 Licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken

Artikel 3.1 De wijze van melden (vervallen)

Artikel 3.2 Welstandscriteria (vervallen)

HOOFDSTUK 4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneminvan een bouwwerk

Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden (vervallen)

Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen)

Artikel 4.3 (vervallen)

Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw (vervallen)

Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen)

Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen (vervallen)

Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten (vervallen)

Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein (vervallen)

Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein (vervallen)

Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder (vervallen)

Artikel 4.11 Bouwafval (vervallen)

Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden (vervallen)

Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen (vervallen)

Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming (vervallen)

HOOFDSTUK 5 Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte

Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen

Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen (vervallen)

Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen (vervallen)

Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten (vervallen)

Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen

Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen (vervallen)

Artikel 5.2.2 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen (vervallen)

Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard (vervallen)

Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen (vervallen)

Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in kantoorgebouwen (vervallen)

Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen

Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding (vervallen)

Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet (vervallen)

Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet (vervallen)

Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering (vervallen)

Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering (vervallen)

Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen)

Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen (vervallen)

Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid

Artikel 5.4.1 Preventie (vervallen)

HOOFDSTUK 6 Brandveilig gebruik (vervallen)

HOOFDSTUK 7 Overige gebruiksbepalingen

Paragraaf 1 Overbevolking

Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen (vervallen)

Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens (vervallen)

Paragraaf 2 Staken van het gebruik

Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid (vervallen)

Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne (vervallen)

Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen (vervallen)

Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen

Artikel 7.3.1 (vervallen)

Artikel 7.3.2 Hinder (vervallen)

Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid

Artikel 7.4.1 Preventie (vervallen)

Paragraaf 5 Watergebruik

Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water (vervallen)

Paragraaf 6 Installaties

Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties (vervallen)

HOOFDSTUK 8 Slopen

Paragraaf 1 Omgevingsvergunning voor het slopen

Artikel 8.1.1 Omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen)

Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning (vervallen)

Artikel 8.1.3 In behandeling nemen (vervallen)

Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing (vervallen)

Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen (vervallen)

Artikel 8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen)

Artikel 8.1.7 Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen)

Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen

Artikel 8.2.1 Sloopmelding (vervallen)

Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen (vervallen)

Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen

Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein (vervallen)

Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden (vervallen)

Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt (vervallen)

Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest (vervallen)

Artikel 8.3.6 Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen (vervallen)

Paragraaf 4 Vrij slopen

Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen (vervallen)

HOOFDSTUK 9 Welstand

Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie

Artikel 9.1A De advisering door de stadsbouwmeester

Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie (vervallen)

Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur (vervallen)

Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording

Artikel 9.5 Termijn van advisering

Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting (vervallen)

Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat (vervallen)

Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht (vervallen)

Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken (vervallen)

HOOFDSTUK 10 Overige administratieve bepalingen

Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning (vervallen)

Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen (vervallen)

Artikel 10.3 Overdragen vergunningen (vervallen)

Artikel 10.4 Overdragen mededeling (vervallen)

Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen (vervallen)

Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften

HOOFDSTUK 11 Handhaving

Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw (vervallen)

Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming (vervallen)

Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen (vervallen)

Artikel 11.4 (Vervallen)

HOOFDSTUK 12 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1 Strafbare feiten (vervallen)

Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek (vervallen)

Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen (vervallen)

Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding (vervallen)

Artikel 12.6 Slotbepaling

 

HOOFDSTUK 1 Inleidende bepalingen

Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen

  • 1.

    In deze verordening wordt verstaan onder:

    • bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, met inbegrip van een gedeelte daarvan, die op de plaats van bestemming hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;

    • NEN: een door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut uitgegeven norm.

  • 2.

    In deze verordening wordt verder verstaan onder:

    • bevoegd gezag: dat wat daaronder wordt verstaan in de Woningwet;

    • omgevingsvergunning voor het bouwen: dat wat daaronder wordt verstaan in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht.

Artikel 1.2 Termijnen

(Vervallen)

Artikel 1.3 Indeling van het gebied van de gemeente (alternatief 1)

  • 1.

    Voor de toepassing van deze verordening geldt als indeling van de gemeente:

    • a.

      het gebied binnen de bebouwde kom;

    • b.

      het gebied buiten de bebouwde kom.

  • 2.

    Als gebied binnen de bebouwde kom geldt het gebied, dat op de bij deze verordening behorende kaart als zodanig is aangegeven.

HOOFDSTUK 2 De aanvraag omgevingsvergunning voor het bouwen

Paragraaf 1 Gegevens en bescheiden

Artikel 2.1.1 Aanvraag bouwvergunning

(Vervallen)

Artikel 2.1.2 In de aanvraag op te nemen gegevens

(Vervallen)

Artikel 2.1.3 Bij de aanvraag in te dienen bescheiden

(Vervallen)

Artikel 2.1.4 Gegevens met betrekking tot het coördineren van vergunningaanvragen

(Vervallen)

Artikel 2.1.5 Bodemonderzoek

  • 1.

    Het onderzoek betreffende de bodemgesteldheid als bedoeld in artikel 8, vierde lid, van de Woningwet bestaat in ieder geval uit de resultaten van een recent milieuhygiënisch bodemonderzoek verricht volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl, in overeenstemming met het onderzoeksprotocol dat volgt uit figuur 1. Als op basis van het onderzoek aanleiding bestaat te veronderstellen dat asbest, daaronder mede begrepen asbestvezels, -deeltjes of –stof, in de bodem aanwezig is, vindt het onderzoek mede plaats op de wijze als voorzien in NEN 5707:2015 nl.

  • 2.

    De plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, geldt niet als het bouwen betrekking heeft op een bouwwerk dat naar aard en omvang gelijk is aan een bouwwerk als genoemd in de artikelen 2 of 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht. Deze verwijzing geldt niet voor de hoogtebepalingen in de artikelen 2 en 3 van bijlage II van het Besluit omgevingsrecht.

  • 3.

    Het bevoegd gezag staat een geheel of gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toe als voor toepassing van artikel 2.4.1 bij het bevoegd gezag reeds bruikbare recente onderzoeksresultaten beschikbaar zijn.

  • 4.

    Het bevoegd gezag kan een gedeeltelijk afwijken van de plicht tot het indienen van een onderzoeksrapport, bedoeld in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, toestaan voor een bouwwerk met een beperkte instandhoudingtermijn als bedoeld in artikel 2.23 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en artikel 5.16 van het Besluit omgevingsrecht als uit het in NEN 5725, uitgave 2009, bedoelde vooronderzoek naar het historisch gebruik en de bodemgesteldheid blijkt dat de locatie onverdacht is of dat de gerezen verdenkingen een volledig veldonderzoek volgens NEN 5740:2009+A1:2016 nl niet rechtvaardigen.

  • 5.

    Als het bouwen pas kan plaatsvinden nadat de aanwezige bouwwerken zijn gesloopt, dient het bodemonderzoek plaats te vinden nadat is gesloopt en voordat met de bouw wordt begonnen.

Artikel 2.1.6 Overige gegevens en bescheiden behorende bij de aanvraag om bouwvergunning

(Vervallen)

Artikel 2.1.7 Bouwregistratie

(Vervallen)

Artikel 2.1.8 Bijzondere bepalingen omtrent de aanvraag om bouwvergunning woonwagens en standplaatsen

(Vervallen)

Paragraaf 2 Behandeling van de aanvraag om bouwvergunning

Artikel 2.2.1 Ontvangst van de aanvraag

(Vervallen)

Artikel 2.2.2 Samenloop met vrijstelling ruimtelijke ordening

(Vervallen)

Artikel 2.2.3 Bekendmaking van termijnen

(Vervallen)

Artikel 2.2.4 In behandeling nemen en fasering bouwvergunningverlening

(Vervallen)

Artikel 2.2.5 In behandeling nemen en bodemonderzoek

(Vervallen)

Artikel 2.2.6 Kennisgeving van rechtswege verleende bouwvergunning

(Vervallen)

Paragraaf 3 Welstandstoetsing

Artikel 2.3.1 Welstandscriteria

(Vervallen)

Paragraaf 4 Het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond

Artikel 2.4.1 Verbod tot bouwen op verontreinigde bodem

Op een bodem die zodanig is verontreinigd dat schade of gevaar is te verwachten voor de gezondheid van de gebruikers, mag niet worden gebouwd voorzover dat bouwen betrekking heeft op een bouwwerk:

  • a.

    waarin voortdurend of nagenoeg voortdurend mensen zullen verblijven;

  • b.

    voor het bouwen waarvan een omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist, en

  • c.

    1. dat de grond raakt;

    2. waarvan de bestaande, niet-wederrechtelijke gebruik niet wordt gehandhaafd.

Artikel 2.4.2 Voorwaarden omgevingsvergunning voor het bouwen

In afwijking van het bepaalde in artikel 2.4.1 en onverminderd het bepaalde in artikel 2.4 van de Regeling omgevingsrecht, kan het bevoegd gezag voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning voor het bouwen, in het geval zij op grond van het in de Regeling omgevingsrecht bedoelde onderzoeksrapport en/of andere bij hen bekende onderzoeksresultaten dan wel op grond van het overeenkomstig het tweede lid van artikel 39 van de Wet bodembescherming goedgekeurde saneringsplan bedoeld in artikel 39, eerste lid, van die Wet van oordeel zijn, dat de bodem niet geschikt is voor het beoogde doel maar door het stellen van voorwaarden alsnog geschikt kan worden gemaakt.

Paragraaf 5 Voorschriften van stedenbouwkundige aard en bereikbaarheidseisen

Artikel 2.5.1 Richtlijnen voor de verlening van vrijstelling van de stedenbouwkundige bepalingen

(Vervallen)

Artikel 2.5.2 Anti-cumulatiebepaling

(Vervallen)

Artikel 2.5.3 Bereikbaarheid van bouwwerken voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen

(Vervallen)

Artikel 2.5.3A Brandweeringang

(Vervallen)

Artikel 2.5.4 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten

(Vervallen)

Artikel 2.5.5 Ligging van de voorgevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.6 Verbod tot bouwen met overschrijding van de voorgevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.7 Toegelaten overschrijding van de voorgevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.8 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de voorgevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.9 Bouwen op de weg

(Vervallen)

Artikel 2.5.10 Plaatsing van de voorgevel ten opzichte van de voorgevelrooilijn. Afschuining van straathoeken

(Vervallen)

Artikel 2.5.11 Ligging achtergevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.12 Verbod tot bouwen met overschrijding van de achtergevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.13 Toegelaten overschrijding van de achtergevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.14 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de achtergevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.15 Erf bij woningen en woongebouwen

(Vervallen)

Artikel 2.5.16 Erf bij overige gebouwen

(Vervallen)

Artikel 2.5.17 Ruimte tussen bouwwerken

(Vervallen)

Artikel 2.5.18 Erf- en terreinafscheidingen

(Vervallen)

Artikel 2.5.19 Bouwen nabij bovengrondse hoogspanningslijnen en ondergrondse hoofdtransportleidingen

(Vervallen)

Artikel 2.5.20 Toegelaten hoogte in de voorgevelrooilijn (Alternatief 1)

(Vervallen)

Artikel 2.5.21 Toegelaten hoogte in de achtergevelrooilijn (Alternatief 1)

(Vervallen)

Artikel 2.5.22 Toegelaten hoogte van zijgevels tegenover een achtergevelrooilijn

(Vervallen)

Artikel 2.5.23 Toegelaten hoogte tussen voor- en achtergevelrooilijnen (Alternatief 1)

(Vervallen)

Artikel 2.5.24 Grootste toegelaten hoogte van bouwwerken (Alternatief 1)

(Vervallen)

Artikel 2.5.25 Hoogte van bouwwerken op niet aan een weg grenzende terreinen

(Vervallen)

Artikel 2.5.26 Wijze van meten van de hoogte van bouwwerken

(Vervallen)

Artikel 2.5.27 Toegelaten afwijkingen van de toegelaten bouwhoogte

(Vervallen)

Artikel 2.5.28 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de toegelaten bouwhoogte

(Vervallen)

Artikel 2.5.29 Vergunningverlening in afwijking van het verbod tot overschrijding van de rooilijnen en van de toegelaten bouwhoogte in geval van voorbereiding van nieuw ruimtelijk beleid

(Vervallen)

Artikel 2.5.30 Parkeergelegenheid en laad- en losmogelijkheden bij of in gebouwen (Alternatief 2)

(Vervallen)

Paragraaf 6 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen

Artikel 2.6.1 Beginsel inzake brandmeldinstallaties

(Vervallen)

Artikel 2.6.2 Aanwezigheid van brandmeldinstallaties

(Vervallen)

Artikel 2.6.3 Omvang van de bewaking door brandmeldinstallaties

(Vervallen)

Artikel 2.6.4 Kwaliteit van brandmeldinstallaties

(Vervallen)

Artikel 2.6.5 Beginsel inzake ontruimingsalarms

(Vervallen)

Artikel 2.6.6 Aanwezigheid van ontruimingsinstallaties

(Vervallen)

Artikel 2.6.7 Kwaliteit van ontruimingsalarminstallaties

(Vervallen)

Artikel 2.6.8 Beginsel inzake vluchtrouteaanduidingen

(Vervallen)

Artikel 2.6.9 Aanwezigheid van vluchtrouteaanduidingen

(Vervallen)

Artikel 2.6.10 Kwaliteit van vluchtrouteaanduidingen

(Vervallen)

Artikel 2.6.11 Gelijkwaardigheid

(Vervallen)

Artikel 2.6.12 Communicatiesysteem voor publieke hulpverleningsdiensten

(Vervallen)

Paragraaf 7 Aansluitplicht op de nutsvoorzieningen

Artikel 2.7.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding

(Vervallen)

Artikel 2.7.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet

(Vervallen)

Artikel 2.7.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet

(Vervallen)

Artikel 2.7.3A Eis tot aansluiting aan de publieke voorziening voor verwarming

(Vervallen)

Artikel 2.7.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering

(Vervallen)

Artikel 2.7.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering

(Vervallen)

Artikel 2.7.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen

(Vervallen)

Artikel 2.7.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen

(Vervallen)

HOOFDSTUK 3 Licht-bouwvergunningplichtige bouwwerken

Artikel 3.1 De wijze van melden

(Vervallen)

Artikel 3.2 Welstandscriteria

(Vervallen)

HOOFDSTUK 4 Plichten tijdens en bij voltooiing van de bouw en bij ingebruikneming van een bouwwerk

Artikel 4.1 Intrekking bouwvergunning bij niet-tijdige start of tussentijdse staking van bouwwerkzaamheden

(Vervallen)

Artikel 4.2 Op het bouwterrein verplicht aanwezige bescheiden

(Vervallen)

Artikel 4.3

(Vervallen)

Artikel 4.4 Het uitzetten van de bouw

(Vervallen)

Artikel 4.5 Kennisgeving aan het bouwtoezicht van start van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden

(Vervallen)

Artikel 4.6 Opmetingen, ontgravingen, opbrekingen en onderzoekingen

(Vervallen)

Artikel 4.7 Bemalen van bouwputten

(Vervallen)

Artikel 4.8 Veiligheid op het bouwterrein

(Vervallen)

Artikel 4.9 Afscheiding van het bouwterrein

(Vervallen)

Artikel 4.10 Veiligheid van hulpmiddelen en het voorkomen van hinder

(Vervallen)

Artikel 4.11 Bouwafval

(Vervallen)

Artikel 4.12 Gereedmelding van (onderdelen van) de bouwwerkzaamheden

(Vervallen)

Artikel 4.13 Melden van werken bij lage temperaturen

(Vervallen)

Artikel 4.14 Verbod tot ingebruikneming

(Vervallen)

HOOFDSTUK 5 Staat van open erven en terreinen, aansluiting op de nutsvoorzieningen en het weren van schadelijk en hinderlijk gedierte

Paragraaf 1 Staat van open erven en terreinen

Artikel 5.1.1 Staat van onderhoud van open erven en terreinen

(Vervallen)

Artikel 5.1.2 Bereikbaarheid van gebouwen voor wegverkeer. Brandblusvoorzieningen

(Vervallen)

Artikel 5.1.3 Bereikbaarheid van gebouwen voor gehandicapten

(Vervallen)

Paragraaf 2 Staat van brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen

Artikel 5.2.1 Voorschriften inzake brandveiligheidinstallaties en vluchtrouteaanduidingen

(Vervallen)

Artikel 5.2.2 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in gebouwen niet zijnde woningen, woongebouwen, logiesverblijven, logiesgebouwen of kantoorgebouwen

(Vervallen)

Artikel 5.2.3 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in woongebouwen van bijzondere aard

(Vervallen)

Artikel 5.2.4 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in logiesverblijven en logiesgebouwen

(Vervallen)

Artikel 5.2.5 Aanwezigheid van brandveiligheidinstallaties in kantoorgebouwen

(Vervallen)

Paragraaf 3 Aansluiting op de nutsvoorzieningen

Artikel 5.3.1 Eis tot aansluiting aan de waterleiding

(Vervallen)

Artikel 5.3.2 Eis tot aansluiting aan het elektriciteitsnet

(Vervallen)

Artikel 5.3.3 Eis tot aansluiting aan het aardgasnet

(Vervallen)

Artikel 5.3.4 Eis tot aansluiting aan de openbare riolering

(Vervallen)

Artikel 5.3.5 Aansluiting anders dan aan de openbare riolering

(Vervallen)

Artikel 5.3.6 Kwaliteit en dimensionering van de buitenriolering op erven en terreinen

(Vervallen)

Artikel 5.3.7 Wijze van meten van de afstand tot de leidingen van het openbare net van de nutsvoorzieningen

(Vervallen)

Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid

Artikel 5.4.1 Preventie

(Vervallen)

HOOFDSTUK 6 Brandveilig gebruik

(Vervallen)

HOOFDSTUK 7 Overige gebruiksbepalingen

Paragraaf 1 Overbevolking

Artikel 7.1.1 Overbevolking van woningen

(Vervallen)

Artikel 7.1.2 Overbevolking van woonwagens

(Vervallen)

Paragraaf 2 Staken van het gebruik

Artikel 7.2.1 Verbod tot gebruik bij bouwvalligheid

(Vervallen)

Artikel 7.2.2 Staken van gebruik wegens gebrek aan veiligheid en gebrek aan hygiëne

(Vervallen)

Artikel 7.2.3 Staken van het gebruik van een woonwagen

(Vervallen)

Paragraaf 3 Gebruik van bouwwerken, open erven en terreinen

Artikel 7.3.1

(Vervallen)

Artikel 7.3.2 Hinder

(Vervallen)

Paragraaf 4 Het weren van schadelijk of hinderlijk gedierte. Reinheid

Artikel 7.4.1 Preventie

(Vervallen)

Paragraaf 5 Watergebruik

Artikel 7.5.1 Verboden gebruik van water

(Vervallen)

Paragraaf 6 Installaties

Artikel 7.6.1 Gebruiksgereed houden van installaties

(Vervallen)

HOOFDSTUK 8 Slopen

Paragraaf 1 Omgevingsvergunning voor het slopen

Artikel 8.1.1 Omgevingsvergunning voor het slopen

(Vervallen)

Artikel 8.1.2 Aanvraag sloopvergunning

(Vervallen)

Artikel 8.1.3 In behandeling nemen

(Vervallen)

Artikel 8.1.4 Termijn van beslissing

(Vervallen)

Artikel 8.1.5 Samenloop van slopen en bouwen

(Vervallen)

Artikel 8.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen

(Vervallen)

Artikel 8.1.7 Intrekken omgevingsvergunning voor het slopen

(Vervallen)

Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen

Artikel 8.2.1 Sloopmelding

(Vervallen)

Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van een omgevingsvergunning voor het slopen

(Vervallen)

Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen

Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein

(Vervallen)

Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden

(Vervallen)

Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen

(Vervallen)

Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt

(Vervallen)

Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest

(Vervallen)

Artikel 8.3.6 Plichten ten aanzien van de sloop van tuinbouwkassen

(Vervallen)

Paragraaf 4 Vrij slopen

Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen

(Vervallen)

HOOFDSTUK 9 Welstand

Artikel 9.1 De advisering door de welstandscommissie (alternatief 2)

  • 1.

    De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant, die uit haar midden personen voordraagt als lid van de welstandscommissie, hierna gezamenlijk te noemen: de welstandscommissie.

  • 2.

    Op de samenstelling, inrichting en werkwijze van de welstandscommissie is bijlage 9 (Reglement op de gemeentelijke welstandscommissie) van toepassing.

Artikel 9.1A De advisering door de stadsbouwmeester

  • 1.

    Bij een wijziging van de welstandsnota waarbij een beeldkwaliteitplan wordt vastgesteld kan de gemeenteraad bepalen dat een stadsbouwmeester kan worden benoemd.

  • 2.

    Burgemeester en wethouders benoemen de stadsbouwmeester en kunnen deze benoeming intrekken. Vanaf het moment dat een stadsbouwmeester is benoemd, is – in afwijking van artikel 9.1, eerste lid – de advisering over redelijke eisen van welstand opgedragen aan de stadsbouwmeester waarbij hij adviseert ten aanzien van bouwplannen gelegen binnen het (deel van het) grondgebied van de gemeente waarvoor het beeldkwaliteitplan is vastgesteld. Vanaf het moment dat de benoeming van een stadsbouwmeester is ingetrokken is artikel 9.1, eerste lid wederom van toepassing.

  • 3.

    Voor verschillende delen van het grondgebied van de gemeente kunnen verschillende stadsbouwmeesters worden benoemd. In dat geval wordt de naam van het beeldkwaliteitplan, de naam van het gebied waar het beeldkwaliteitplan betrekking op heeft of een andere geschikte naam toegevoegd aan de titel stadsbouwmeester.

  • 4.

    Op de rol en functie van de stadsbouwmeester is bijlage 9A (Reglement op de stadsbouwmeester) van toepassing.

Artikel 9.2 Samenstelling van de welstandscommissie

(Vervallen)

Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur

(Vervallen)

Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording

  • 1.

    De welstandscommissie stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor de gemeenteraad, waarin ten minste aan de orde komt:

    • -

      op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandscriteria uit de welstandsnota;

    • -

      de werkwijze van de welstandscommissie;

    • -

      op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen;

    • -

      de aard van de beoordeelde plannen;

    • -

      de bijzondere projecten.

    De welstandscommissie kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder.

  • 2.

    Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de stadsbouwmeester dan wel stadsbouwmeesters.

Artikel 9.5 Termijn van advisering (alternatief 2)

  • 1.

    De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.

  • 2.

    De welstandscommissie brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.

  • 3.

    Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de welstandscommissie een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wat algemene bepalingen omgevingsrecht.

  • 4.

    Het eerste lid tot en met derde lid is van overeenkomstige toepassing op de stadsbouwmeester dan wel stadsbouwmeesters.

Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondelinge toelichting

(Vervallen)

Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat

(Vervallen)

Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht

(Vervallen)

Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken

(Vervallen)

HOOFDSTUK 10 Overige administratieve bepalingen

Artikel 10.1 De aanvraag om woonvergunning

(Vervallen)

Artikel 10.2 De aanvraag om vergunning tot hergebruik van een ontruimde onbewoonbaar verklaarde woning of woonwagen

(Vervallen)

Artikel 10.3 Overdragen vergunningen

(Vervallen)

Artikel 10.4 Overdragen mededeling

(Vervallen)

Artikel 10.5 Het kenteken voor onbewoonbaar verklaarde woningen en woonwagens alsmede onbruikbaar verklaarde standplaatsen

(Vervallen)

Artikel 10.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften

Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening –of in de bij deze verordening behorende bijlagen– wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd.

HOOFDSTUK 11 Handhaving

Artikel 11.1 Stilleggen van de bouw

(Vervallen)

Artikel 11.2 Overtreding van het verbod tot ingebruikneming

(Vervallen)

Artikel 11.3 Stilleggen van het slopen

(Vervallen)

Artikel 11.4

(Vervallen)

HOOFDSTUK 12 Straf-, overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1 Strafbare feiten

(Vervallen)

Artikel 12.2 Overgangsbepaling bodemonderzoek

(Vervallen)

Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen

(Vervallen)

Artikel 12.4

(Vervallen)

Artikel 12.5 Overgangsbepaling sloopmelding

(Vervallen)

Artikel 12.6 Slotbepaling (alternatief 1)

  • 1.

    Deze verordening treedt in werking op de derde dag na die waarop zij is afgekondigd.

  • 2.

    Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervallen:

    • a.

      de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 29 oktober 1987 en alle daarin aangebrachte wijzigingen;

    • b.

      de brandbeveiligingsverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 27 juni 1991 en alle daarin aangebrachte wijzigingen, voor zover deze brandbeveiligingsverordening eisen aan het brandveilig gebruik van bouwwerken stelt.

  • 3.

    Deze verordening kan worden aangehaald als 'Bouwverordening Boxtel'.

Bijlagen

INHOUDSOPGAVE

 

Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning

Artikel 1 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening

Artikel 3 Funderingsplan

Artikel 4 Constructieve en aanverwante gegevens

Artikel 5 Bouwveiligheidsplan

Artikel 6 Eisen ten aanzien van tekeningen

Artikel 7 Eisen ten aanzien van berekeningen

Bijlage 2 Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning

Bijlage 3 Gebruikseisen voor bouwwerken

Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties

Bijlage 5 Toegestane hoeveelheid brandgevaarlijke stoffen

Bijlage 6 Opslag brandgevaarlijke stoffen

Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen

Bijlage 7a Eisenpakket kamerverhuurinrichtingen

Bijlage 8 Checklist voor de visuele inspectie van woningen en daarmee vergelijkbare bouwwerken op de aanwezigheid van asbest

Bijlage 10 Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1 (brandmeldinstallaties)

Bijlage 11 Tabel 2.6.5 behorende bij artikel 2.6.5 (ontruimingsinstallaties)

Bijlage 12 Tabel 2.6.8 behorende bij artikel 2.6.8 (vluchtrouteaanduidingen)

Bijlage 1 Gegevens en bescheiden aanvraag bouwvergunning (vervallen)

Artikel 1 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.3 van de bouwverordening

(Vervallen)

 

Artikel 2 De bij de aanvraag om bouwvergunning behorende gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 2.1.6 van de bouwverordening

(Vervallen)

 

Artikel 3 Funderingsplan

(Vervallen)

 

Artikel 4 Constructieve en aanverwante gegevens

(Vervallen)

 

Artikel 5 Bouwveiligheidsplan

(Vervallen)

 

Artikel 6 Eisen ten aanzien van tekeningen

(Vervallen)

 

Artikel 7 Eisen ten aanzien van berekeningen

(Vervallen)

Bijlage 2 Gegevens en bescheiden aanvraag gebruiksvergunning (vervallen)

Bijlage 3 Gebruikseisen voor bouwwerken (vervallen)

Bijlage 4 Gebruikseisen voor bouwwerken met uitzondering van de niet-gemeenschappelijke ruimten in woonfuncties (vervallen)

Bijlage 5 Toegestane hoeveelheid brandgevaarlijke stoffen (vervallen)

Bijlage 6 Opslag brandgevaarlijke stoffen (vervallen)

Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen (vervallen)

Bijlage 7a Eisenpakket kamerverhuurinrichtingen (vervallen)

Bijlage 8 Checklist voor de visuele inspectie van woningen en daarmee vergelijkbare bouwwerken op de aanwezigheid van asbest (vervallen)

Bijlage 9 Reglement op de welstandscommissie

 

INHOUD

 

  • 1.

    Begripsbepalingen.

  • 2.

    Onafhankelijkheid.

  • 3.

    Samenstelling en benoeming van de commissie.

    • 3.1.

      Samenstelling.

    • 3.2.

      Benoeming en zittingsduur.

  • 4.

    Taakomschrijving.

    • 4.1.

      Taken van de commissie.

      • 4.1.1.

        Wettelijke taken.

      • 4.1.2.

        Niet wettelijk verplichte taken.

    • 4.2.

      Taakomschrijving commissieleden.

      • 4.2.1.

        Taken rayonarchitect als voorzitter van de commissie.

      • 4.2.2.

        Verdere taken van de rayonarchitect.

      • 4.2.3.

        Taken extern architectlid.

      • 4.2.4.

        Taken externe deskundigen.

      • 4.2.5.

        Taken secretaris.

  • 5.

    Werkwijze Bouw- en Woningtoezicht.

  • 6.

    Werkwijze van de commissie.

    • 6.1.1.

      Vooroverleg.

    • 6.2.2.

      Openbare vergadering van de commissie.

      • 6.2.1.

        Locatie, jaarrooster en agenda.

      • 6.2.2.

        Toelichting opdrachtgever/ontwerper – spreekrecht.

    • 6.3.

      Het advies.

  • 7.

    Afwijking van het advies / second opinion.

  • 8.

    Evaluatie en aanpassing van de welstandsnota.

  • 9.

    Excessenregeling.

  • 10.

    Tarieven advisering.

 

  • 1.

    Begripsbepalingen.  

    • 1.1.

      het college: het college van burgemeester en wethouders.

    • 1.2.

      de commissie: de gemeentelijke welstandscommissie.

    • 1.3.

      de secretaris: de door het college aangewezen ambtenaar, die de commissie bijstaat.

    • 1.4.

      Reglement: het Reglement op de gemeentelijke welstandsadvisering.

       

  • 2.

    Onafhankelijkheid.

    • 2.1.

      De gemeenteraad wijst de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant aan als welstandscommissie, die aan het college advies uitbrengt over de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is ingediend, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de in de welstandsnota opgenomen criteria.

    • 2.2.

      De commissie voert haar taak uit in onafhankelijkheid.

       

  • 3.

    Samenstelling en benoeming van de commissie. 

    • 3.1.

      Samenstelling.

      • 3.1.1.

        De commissie bestaat uit een extern architectlid en de rayonarchitect van de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant. Beiden zijn deskundig op het terrein van architectuur en aanverwante vakgebieden. De rayonarchitect zit de commissie voor. De commissie kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door externe deskundigen. Dit betreft disciplines als stedenbouw, architectuurhistorie, bouwhistorie, landschaparchitectuur, etc. Voor zover hier kosten aan zijn verbonden, zullen deze alleen worden vergoed, nadat tevoren toestemming is verleend door de gemeente. Afhankelijk van het type plan dat moet worden behandeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht. De commissie kan slechts adviezen uitbrengen als beide leden of hun plaatsvervangers aanwezig zijn.

    • 3.2.

      Benoeming en zittingsduur.

      • 3.2.1.

        De gemeenteraad mandateert de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant om de leden van de commissie te benoemen en ontslaan.

      • 3.2.2

        De Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant legt de gemeente een lijst voor met de beoogde commissieleden en hun plaatsvervangers. Indien gewenst vindt hierover overleg plaats tussen de gemeente en de Omgevingsdienst Zuidoost-Brabant.

      • 3.2.3.

        De leden en hun plaatsvervangers worden benoemd voor een periode van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens drie jaar.

      • 3.2.4.

        Bij afwezigheid van het externe architectlid en/of de rayonarchitect treden plaatsvervangers op in de commissievergadering.

      • 3.2.5.

        De rayonarchitect, het externe architectlid en hun plaatsvervangers zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan het advies over de welstandsaspecten wordt beïnvloed.

         

  • 4.

    Taakomschrijving.

    • 4.1.

      Taken van de commissie. De commissie is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken. De wettelijk verplichte taken worden uitgevoerd op grond van de Woningwet. De commissie is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijke welstandsbeleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota.

      • 4.1.1.

        Wettelijke taken.

        • 4.1.1.1.

          Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken. De welstandscommissie adviseert het college over de welstandsaspecten van. omgevingsvergunningen voor het bouwen.

        • 4.1.1.2.

          (vervallen)

        • 4.1.1.3.

          Jaarverslag commissie. De commissie legt de gemeenteraad één maal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de commissie tenminste uiteen op welke wijze zij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria. Tenminste één maal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de commissie.

      • 4.1.2.

        Niet wettelijk verplichte taken.

        • 4.1.2.1.

          Vooroverleg: De gemeente kan opdracht geven aan de commissie om onder regie van de gemeente en op verzoek van de commissie, de gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht vooroverleg te voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen.

        • 4.1.2.2.

          Excessen: De commissie zal desgevraagd adviseren in het geval van: excessen; buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn.

        • 4.1.2.3.

          Reclames:de beoordeling van aanvragen voor reclames (inzake de gemeentelijke APV).

        • 4.1.2.4.

          Verdere niet wettelijk verplichte taken zijn bijvoorbeeld: - inloopspreekuur: desgewenst zal de commissie tijd inruimen voor een vast inloopspreekuur. Belanghebbenden kunnen daarin advies van de commissie krijgen ten behoeve van de voorbereiding van bouwplannen. De afspraken voor dit inloopspreekuur worden door de secretaris gemaakt. Overigens wordt het spreekuur gestructureerd naar analogie van het bepaalde in artikel 6.2; - de herziening van de welstandsnota; - het desgevraagd adviseren op basis van welstandseisen op zienswijzen, bezwaarschriften etc. De in dit 4e lid genoemde taken worden als maatwerk beschouwd en zullen afzonderlijk in rekening worden gebracht.

    • 4.2.

      Taakomschrijving commissieleden.

      • 4.2.1.

        Taken rayonarchitect als voorzitter van de commissie.

        • 4.2.1.1.

          De rayonarchitect is verantwoordelijk voor het functioneren van de commissie en de kwaliteit van de advisering. De rayonarchitect waakt er voor dat de commissie adviseert binnen de kaders van het gemeentelijke welstandsbeleid.

        • 4.2.1.2.

          Tijdens de openbare vergadering treedt de rayonarchitect op als gastheer voor de aanwezigen. Hij legt in het kort de vergaderprocedure uit en informeert wie van de aanwezige belanghebbenden op zijn of haar plan een toelichting wil geven. Indien een plan in vooroverleg is besproken geeft de rayonarchitect een korte samenvatting van hetgeen in dat stadium van het planproces is besproken.

        • 4.2.1.3.

          De rayonarchitect geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang van de agenda. Hij geeft na de inhoudelijke discussie over een adviesaanvraag voor alle aanwezigen een korte en heldere samenvatting.

        • 4.2.1.4.

          Bij het overleg met de gemeente (bestuurders en ambtenaren) en met de pers treedt de rayonarchitect namens de commissie naar buiten.

        • 4.2.1.5.5.

          De rayonarchitect houdt met het medelid van zijn commissie een jaarlijkse, inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden. De resultaten worden opgenomen in het jaarlijkse verslag van de commissie aan de gemeenteraad.

      • 4.2.2.

        Verdere taken van de rayonarchitect.

        • 4.2.2.1.

          Hij onderhoudt de contacten met het gemeentebestuur en de relevante gemeentelijke diensten.

        • 4.2.2.2.

          Indien een adviesaanvrage niet is voorzien van de in artikel 5 genoemde bescheiden, neemt de rayonarchitect de adviesaanvraag niet voor behandeling in de commissie aan.

        • 4.2.2.3.

          De rayonarchitect legt de conclusie over een bouwplan vast in een schriftelijk advies en voorziet die conclusie van een motivering.

        • 4.2.2.4.

          De rayonarchitect is verantwoordelijk voor het spreekuur indien dat in de gemeente bestaat en legt van elk gevoerd gesprek puntsgewijs de gemaakte afspraken vast.

      • 4.3.

        Taken extern architectlid.

        • 4.3.1.

          Het externe architectlid geeft op basis van zijn deskundigheid een onafhankelijke visie op de adviesaanvragen.

        • 4.3.2.

          Wanneer hij een zakelijke binding heeft met een plan waarvoor advies wordt gevraagd, wordt hij voor de betreffende vergadering vervangen.

        • 4.3.3.

          Het architectlid overlegt tijdens de vergadering met aanvragers, architecten en andere ontwerpers en hoort eventuele belanghebbenden.

        • 4.3.4.

          Hij tekent de in 6.3 bedoelde adviezen voor akkoord.

      • 4.4.

        Taken externe deskundigen. De aan de commissievergadering deelnemende externe deskundigen geven vanuit hun ervaring en inzicht in het vakgebied een onafhankelijke visie op de adviesaanvragen. Wanneer een externe deskundige een zakelijke binding heeft met een plan waarvoor advies wordt gevraagd, dan laat hij zich voor de betreffende commissievergadering vervangen.

      • 4.5.

        Taken secretaris. De secretaris verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling in de commissie voor. Hij voorziet de commissie van de benodigde bescheiden. Relevante informatie voor het beoordelen van plannen is/zijn: a. de gemeentelijke welstandsnota; b. de bestemmingsplanbepalingen; c. de beeldkwaliteitplannen; d. luchtfoto’s (indien mogelijk); e. het stedenbouwkundig advies of advies ruimtelijke ontwikkeling; f. informatie over eerdere behandeling(en) van het plan; g. vergelijkbare aanvragen die door de commissie zijn beoordeeld.

        • 4.5.1.

          De secretaris stelt, zo nodig in overleg met de rayonarchitect, de agenda voor de vergadering vast.

        • 4.5.2.

          Hij is verantwoordelijk voor het openbaar maken van de agenda van de vergaderingen van de commissie.

        • 4.5.3.

          De secretaris heeft geen stemrecht. 

           

  • 5.

    Werkwijze ‘Bouw- en Woningtoezicht’.

    • 5.1.

      De ambtenaar BWT draagt er zorg voor dat alleen bouwplannen waarvan de planologische aanvaardbaarheid vaststaat, voor advies aan de commissie worden voorgelegd.

    • 5.2.

      De ambtenaar BWT controleert of plannen (inclusief de plannen die worden aangeboden voor vooroverleg) voldoen aan de indieningsvereisten als genoemd in de Regeling omgevingsrecht. Onder Artikel 2.5 Redelijke eisen van welstand zijn hier als vereiste bescheiden aangegeven:

      • 5.2.1.

        Tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van de belendende bebouwing.

      • 5.2.2.

        Detailtekeningen van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk.

      • 5.2.3.

        Foto’s van de bestaande situatie en omliggende bebouwing.

      • 5.2.4

        Opgave materiaal- en kleurgebruik van toe te passen bouwmaterialen (uitwendige scheidingsconstructie).

         

      Andere gegevens, noodzakelijk voor de beoordeling zijn:

      • 5.2.5

        Bouwkundige tekeningen met adequate informatie over plattegronden en doorsneden.

      • 5.2.6

        Een situatietekening waarop aangegeven de locatie, de rooilijnen, de belendingen en de inrichting van het bouwterrein.

      • 5.2.7

        Een volledig ingevulde kleur- en/of materiaalstaat.

      • 5.2.8

        De gegevens en bescheiden worden via de digitale database tevoren aan de rayonarchitect aangeleverd.

         

  • 6.

    Werkwijze van de commissie.

    • 6.1.

      Vooroverleg.

      • 6.1.1.

        De gemeente kan in het kader van vooroverleg ten behoeve van een omgevingsvergunning voor het bouwen een schetsplan ter advisering voorleggen aan de commissie.

      • 6.1.2.

        Van dat vooroverleg wordt een verslag gemaakt, dat met de besproken bescheiden in het gemeentelijk  projectdossier wordt opgenomen.

      • 6.1.3.

        Het vooroverleg vindt bij uitzondering in beslotenheid plaats.

    • 6.2.

      Openbare vergadering van de commissie.

      • 6.2.1.

        Locatie, jaarrooster en agenda

        • 6.2.1.

          De commissie vergadert op een vaste locatie, eenmaal per vier weken op een vaste dag en een vast tijdstip, volgens een tevoren per kalenderjaar vast te stellen rooster. Afhankelijk van het planaanbod worden extra vergaderingen gehouden, kunnen vergaderingen worden verplaatst of kunnen geplande vergaderingen vervallen.

        • 6.2.1.2.

          De data en tijdstippen van de vergaderingen worden opgenomen in het jaarrooster. Deze data en tijdstippen en de locatie van iedere vergadering worden tijdig vóór de vergadering openbaar gemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een andere, naar het oordeel van het college, geschikte wijze.

        • 6.2.1.3.

          De agenda van de vergadering van de commissie wordt tijdig vóór die vergadering bekend gemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een andere, naar het oordeel van het college, geschikte wijze.

        • 6.2.1.4.

          De behandeling van plannen door de commissie is openbaar, tenzij de voorzitter, het college of de belanghebbende van oordeel is dat er op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur klemmende redenen aanwezig zijn voor geheimhouding. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen als voor het formuleren van de conclusie c.q. het advies.

      • 6.2.2.

        Toelichting opdrachtgever / ontwerper – spreekrecht.

        De aanvrager of diens gemachtigde kan (al dan niet op verzoek van de commissie) in de vergadering van de commissie waarin het betreffende plan wordt behandeld, dit plan nader toelichten. Zij kunnen dit vermelden op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij Bouw- en Woningtoezicht. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen.

    • 6.3.

      Het advies

      • 6.3.1.

        De commissie toetst het plan aan het gemeentelijke welstandsbeleid (welstandsnota).

      • 6.3.2.

        De commissie formuleert het uit te brengen advies in heldere en duidelijke bewoordingen. Het gebruik van abstracte taal en jargon wordt vermeden.

      • 6.3.3.

        Het advies wordt direct geformuleerd en bij de gemeente achtergelaten.

      • 6.3.4.

        Een welstandsadvies kan de volgende uitkomst hebben:

         

        Voldoet:

        De commissie is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Desgewenst motiveert de commissie haar advies schriftelijk.

         

        Voldoet mits (voldoet niet tenzij):

        De commissie is van mening dat het plan op onderdelen niet voldoet aan de toetsingscriteria uit de welstandsnota, tenzij tegemoet gekomen wordt aan de geformuleerde bezwaren op die punten. De commissie omschrijft nauwkeurig welke onderdelen van het plan bezwaarlijk zijn. In het geval het college het advies overneemt, krijgt de aanvrager, voor zover dit nog past binnen de beschikbare beslistermijn, de gelegenheid om de plannen te wijzigen en aan de bezwaarpunten tegemoet te komen.

         

        Voldoet niet:

        De commissie is van oordeel dat het plan strijdig is met redelijke eisen van welstand. Een negatief welstandsadvies betekent dat indien het college het advies overneemt, het bouwplan ingrijpend gewijzigd moet worden. Een negatief advies wordt nauwkeurig schriftelijk gemotiveerd. Hierin staat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria, een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten en een aanbeveling tot aanpassing van het plan.

         

        Aanhouden:

        De commissie kan het advies aanhouden – waarbij Bouw- en Woningtoezicht aangeeft of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende beslistermijn – wanneer:

        • -

          meer informatie of een toelichting van de opdrachtgever/ ontwerper noodzakelijk is. Dit kan het geval zijn wanneer de hoofdopzet van het plan (de bouwmassa-vorm) voldoet aan redelijke eisen van welstand en de geveluitwerkingen evenals de materialisering en detailleringen ter advisering worden opgevraagd;

        • -

          de commissie van oordeel is dat bijzondere omstandigheden nopen tot afwijking van het gemeentelijke welstandsbeleid. Zij geeft dan gemotiveerd aan op grond waarvan afwijking gerechtvaardigd is.

           

  • 7.

    Afwijking van het advies / second opinion.

    • 7.1.

      Het bevoegd gezag kan bij het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het advies van de commissie, indien hij van mening is dat de commissie de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd of toegepast. De redenen voor de afwijking worden bij de bekendmaking van het besluit vermeld. Alvorens definitief te beslissen biedt het bevoegd gezag de commissie de mogelijkheid van heroverweging van het eerder uitgebrachte advies.

    • 7.2.

      Het bevoegd gezag heeft op grond van artikel 2.10, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid om bij strijdigheid van een bouwplan met redelijke eisen van welstand toch een omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen, indien hij van oordeel is dat daarvoor gewichtige redenen zijn. De afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen gemotiveerd.

    • 7.3.

      Het college kan eventueel op advies van de commissie gemotiveerd afwijken van de in de gemeentelijke welstandsnota vastgelegde welstandscriteria. Dat kan in het geval dat een bouwplan niet voldoet aan de welstandscriteria, maar wel voldoet aan redelijke eisen van welstand. In die gevallen moet worden verwezen naar de algemene beoordelingscriteria die in de welstandnota zijn opgenomen.

    • 7.4.

      Indien het college zich niet kan verenigen met het advies van de commissie, kan hij een ‘second opinion’ inwinnen bij een andere commissie. Alvorens daartoe over te gaan stelt het college de commissie daarvan op de hoogte. 

       

  • 8.

    Evaluatie en aanpassing van de welstandsnota.

    • 8.1.

      Het college brengt aan de gemeenteraad jaarlijks verslag uit over de uitvoering van het welstandsbeleid. Voor de aspecten die in dit verslag tenminste aan de orde moeten komen, wordt verwezen naar artikel 12c van de Woningwet.

    • 8.2.

      Tenminste één maal per jaar vindt een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het college en de commissie.

    • 8.3.

      De gemeenteraad beslist op grond van de jaarverslagen en evaluaties over eventuele aanvullingen en/of aanpassingen van de gemeentelijke welstandsnota.

       

  • 9.

    Excessenregeling.

    Het bevoegd gezag kan de commissie vragen te adviseren over bestaande bouwwerken die in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Dat is het geval wanneer het gaat om buitensporigheden in het uiterlijk van een bouwwerk, die ook voor niet-deskundigen evident zijn. Hiervoor zijn in de welstandsnota algemene criteria opgenomen.

 

Bijlage 9a Reglement op de stadsbouwmeester

Vergadering op verzoek

Ingaande 1 oktober 2010

 

INHOUD

 

  • 1.

    Begripsbepalingen.

  • 2.

    Onafhankelijkheid.

  • 3.

    Kwalificatie en benoeming van de stadsbouwmeester.

    • 3.1.

      Kwalificatie.

    • 3.2.

      Benoeming en zittingsduur.

  • 4.

    Taakomschrijving.

    • 4.1.

      Taken van de stadsbouwmeester.

      • 4.1.1.

        Wettelijke taken.

      • 4.1.2.

        Niet wettelijk verplichte taken.

    • 4.2.

      Taakomschrijving advisering stadsbouwmeester.

      • 4.2.1.

        Taken stadsbouwmeester.

      • 4.2.2.

        Taken externe deskundigen.

      • 4.2.3.

        Taken secretaris.

  • 5.

    Werkwijze Bouw- en Woningtoezicht.

  • 6.

    Werkwijze van de stadsbouwmeester.

    • 6.1.

      Vooroverleg.

    • 6.2.

      Openbare vergadering van de stadsbouwmeester.

      • 6.2.1.

        Locatie en agenda.

      • 6.2.2.

        Toelichting opdrachtgever/ontwerper – spreekrecht.

    • 6.3.

      Het advies.

  • 7.

    Afwijking van het advies / second opinion.

  • 8.

    Evaluatie en aanpassing van de welstandsnota.

  • 9.

    Excessenregeling.

     

  • 1.

    Begripsbepalingen.  

    • 1.1.

      Het college: het college van burgemeester en wethouders.

    • 1.2.

      De stadsbouwmeester: de door het college benoemde stadsbouwmeester.

    • 1.3.

      De secretaris: de door het college aangewezen ambtenaar, die de stadsbouwmeester bijstaat.

    • 1.4.

      De commissie: de gemeentelijke welstandscommissie.

    • 1.5.

      Reglement: het reglement op de stadsbouwmeester.

       

  • 2.

    Onafhankelijkheid.

    • 2.1.

      Het college benoemt de stadsbouwmeester, die aan het college advies uitbrengt over de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarvoor een omgevingsvergunning voor het bouwen is ingediend, in strijd zijn met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de in de welstandsnota opgenomen criteria.

    • 2.2.

      De stadsbouwmeester voert zijn taak uit in onafhankelijkheid.

       

  • 3.

    Kwalificatie en benoeming van de stadsbouwmeester. 

    • 3.1.

      Kwalificatie.

      • 3.1.1.

        De stadsbouwmeester is deskundig op het terrein van architectuur en aanverwante vakgebieden. De stadsbouwmeester kan zich naar eigen inzicht laten bijstaan door externe deskundigen. Dit betreft disciplines als stedenbouw, architectuurhistorie, bouwhistorie, landschaparchitectuur, etc. Voor zover hier kosten aan zijn verbonden, zullen deze alleen worden vergoed, nadat tevoren toestemming is verleend door de gemeente. Afhankelijk van het type plan dat moet worden behandeld, nemen de extra deskundigen deel aan de vergadering. Zij hebben geen stemrecht.

    • 3.2.

      Benoeming en zittingsduur.

      • 3.2.1.

        Het college benoemt en ontslaat de stadsbouwmeester en zijn plaatsvervanger.

      • 3.2.2.

        De stadsbouwmeester en zijn plaatsvervanger worden benoemd voor onbepaalde tijd met een maximum van drie jaar, met de mogelijkheid van verlenging met nog eens drie jaar.

      • 3.2.3.

        Bij afwezigheid van de stadsbouwmeester treedt zijn plaatsvervanger op in de vergadering.

      • 3.2.4.

        De stadsbouwmeester en zijn plaatsvervanger zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan het advies over de welstandsaspecten wordt beïnvloed.  

         

  • 4.

    Taakomschrijving.

    • 4.1.

      Taken van de stadsbouwmeester. De stadsbouwmeester is belast met zowel wettelijk verplichte als niet wettelijk verplichte taken. De wettelijk verplichte taken worden uitgevoerd op grond van de Woningwet. De stadsbouwmeester is beleidsmatig gebonden aan het gemeentelijke welstandsbeleid, zoals dat is vastgelegd in de gemeentelijke welstandsnota en het van toepassing zijnde beeldkwaliteitplan.

      • 4.1.1.

        Wettelijke taken.

        • 4.1.1.1.

          Toetsing van vergunningplichtige bouwwerken. De stadsbouwmeester adviseert het college over de welstandsaspecten van omgevingsvergunningen voor het bouwen.

        • 4.1.1.2.

          (Vervallen)

        • 4.1.1.3.

          Jaarverslag stadsbouwmeester. De stadsbouwmeester legt de gemeenteraad één maal per jaar een verslag voor van de door hem verrichte werkzaamheden. In het verslag zet de stadsbouwmeester tenminste uiteen op welke wijze hij toepassing heeft gegeven aan de welstandscriteria. Tenminste één maal per jaar vindt, ten behoeve van het jaarverslag, een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het gemeentebestuur en de stadsbouwmeester.

      • 4.1.2.

        Niet wettelijk verplichte taken.

        • 4.1.2.1.

          Vooroverleg: De gemeente kan opdracht geven aan de stadsbouwmeester om onder regie van de gemeente en op verzoek van de stadsbouwmeester, de gemeente of de aanvrager, noodzakelijk geacht vooroverleg te voeren met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen.

        • 4.1.2.2.

          Excessen: De stadsbouwmeester zal desgevraagd adviseren in het geval van: excessen; buitensporigheden in het uiterlijk van bouwwerken die ook voor niet-deskundigen evident zijn.

        • 4.1.2.3.

          Reclames: de beoordeling van aanvragen voor reclames (inzake de gemeentelijke APV).

        • 4.1.2.4.

          Verdere niet wettelijk verplichte taken zijn bijvoorbeeld: het desgevraagd adviseren op basis van welstandseisen op zienswijzen, bezwaarschriften etc.

    • 4.2.

      Taakomschrijving advisering stadsbouwmeester.

      • 4.2.1.

        Taken stadsbouwmeester.

        • 4.2.1.1.

          De stadsbouwmeester is verantwoordelijk voor de kwaliteit van de advisering. Hij waakt er voor dat geadviseerd wordt binnen de kaders van het gemeentelijke welstandsbeleid.

        • 4.2.1.2.

          Tijdens de openbare vergadering treedt de stadsbouwmeester op als gastheer voor de aanwezigen. Hij legt in het kort de vergaderprocedure uit en informeert wie van de aanwezige belanghebbenden op zijn of haar plan een toelichting wil geven. Indien een plan in vooroverleg is besproken geeft de stadsbouwmeester een korte samenvatting van hetgeen in dat stadium van het planproces is besproken.

        • 4.2.1.3.

          De stadsbouwmeester geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang van de agenda. Hij geeft na de inhoudelijke discussie over een adviesaanvraag voor alle aanwezigen een korte en heldere samenvatting.

        • 4.2.1.4.

          Hij onderhoudt de contacten met het gemeentebestuur, de relevante gemeentelijke diensten en de pers.

        • 4.2.1.5.

          Indien een adviesaanvrage niet is voorzien van de in artikel 5 genoemde bescheiden, neemt de stadsbouwmeester de adviesaanvraag niet voor behandeling aan.

        • 4.2.1.6.

          De stadsbouwmeester geeft op basis van zijn deskundigheid een onafhankelijke visie op de adviesaanvragen.

        • 4.2.1.7.

          Wanneer hij een zakelijke binding heeft met een plan waarvoor advies wordt gevraagd, wordt hij voor de betreffende vergadering vervangen.

        • 4.2.1.8.

          De stadsbouwmeester overlegt tijdens de vergadering met aanvragers, architecten en andere ontwerpers en hoort eventuele belanghebbenden.

        • 4.2.1.9.

          De stadsbouwmeester legt de conclusie over een bouwplan vast in een schriftelijk advies en voorziet die conclusie van een motivering.

        • 4.2.1.10.

          Hij tekent de in 6.3 bedoelde adviezen voor akkoord.

      • 4.2.2.

        Taken externe deskundigen. De aan de commissievergadering deelnemende externe deskundigen geven vanuit hun ervaring en inzicht in het vakgebied een onafhankelijke visie op de adviesaanvragen. Wanneer een externe deskundige een zakelijke binding heeft met een plan waarvoor advies wordt gevraagd, dan laat hij zich voor de betreffende welstandsvergadering vervangen.

      • 4.2.3.

        Taken secretaris. De secretaris verzamelt relevante informatie en bereidt de behandeling in de commissie voor. Hij voorziet de stadsbouwmeester van de benodigde bescheiden. Relevante informatie voor het beoordelen van plannen bestaat uit: a. de gemeentelijke welstandsnota; b. de bestemmingsplanbepalingen; c. de beeldkwaliteitplannen; d. luchtfoto’s (indien mogelijk); e. het stedenbouwkundig advies of advies ruimtelijke ontwikkeling; f. informatie over eerdere behandeling(en) van het plan; g. vergelijkbare aanvragen die door de stadsbouwmeester dan wel de welstandscommissie zijn beoordeeld.

        • 4.2.3.1.

          De secretaris stelt, zo nodig in overleg met de stadsbouwmeester, de agenda voor de vergadering vast.

        • 4.2.3.2.

          Hij is verantwoordelijk voor het openbaar maken van de agenda van de vergaderingen van de stadsbouwmeester.

        • 4.2.3.3.

          De secretaris heeft geen stemrecht. 

           

  • 5.

    Werkwijze ‘Bouw- en Woningtoezicht’.

    • 5.1.

      De ambtenaar BWT draagt er zorg voor dat alleen bouwplannen waarvan de planologische aanvaardbaarheid vaststaat, voor advies aan de stadsbouwmeester worden voorgelegd.

    • 5.2.

      De ambtenaar BWT controleert of plannen (inclusief de plannen die worden aangeboden voor vooroverleg) voldoen aan de indieningsvereisten als genoemd in de Regeling omgevingsrecht. Onder Artikel 2.5 Redelijke eisen van welstand zijn hier als vereiste bescheiden aangegeven:

      • 5.21.

        Tekeningen van alle gevels van het bouwwerk, inclusief de gevels van de belendende bebouwing.

      • 5.22.

        Detailtekeningen van gezichtsbepalende delen van het bouwwerk.

      • 5.2.3.

        Foto’s van de bestaande situatie en omliggende bebouwing.

      • 5.2.4.

        Opgave materiaal- en kleurgebruik van toe te passen bouwmaterialen (uitwendige scheidingsconstructie).

        Andere gegevens, noodzakelijk voor de beoordeling zijn:

      • 5.2.5.

        Bouwkundige tekeningen met adequate informatie over plattegronden en doorsneden.

      • 5.2.6.

        Een situatietekening waarop aangegeven de locatie, de rooilijnen, de belendingen en de inrichting van het bouwterrein.

      • 5.2.7.

        Een volledig ingevulde kleur- en/of materiaalstaat. 

         

  • 6.

    Werkwijze van de stadsbouwmeester.

    • 6.1.

      Vooroverleg.

      • 6.1.1.

        De gemeente kan in het kader van vooroverleg ten behoeve van een omgevingsvergunning voor het bouwen een schetsplan ter advisering voorleggen aan de stadsbouwmeester.

      • 6.1.2.

        Van dat vooroverleg wordt een verslag gemaakt, dat met de besproken bescheiden in het gemeentelijk  projectdossier wordt opgenomen.

      • 6.1.3.

        Het vooroverleg vindt bij uitzondering in beslotenheid plaats.

    • 6.2.

      Openbare vergadering van de stadsbouwmeester.

      • 6.2.1.

        Locatie en agenda

        • 6.2.1.1.

          De stadsbouwmeester vergadert op verzoek van het college of op verzoek van de secretaris namens het college.

        • 6.2.1.2.

          Deze data en tijdstippen en de locatie van iedere vergadering worden tijdig vóór de vergadering openbaar gemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een andere, naar het oordeel van het college, geschikte wijze.

        • 6.2.1.3.

          De agenda van de vergadering van de stadsbouwmeester wordt tijdig vóór die vergadering bekend gemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad of een dag-, nieuws- of huis-aan-huisblad dan wel op een andere, naar het oordeel van het college, geschikte wijze.

        • 6.2.1.4.

          De behandeling van plannen door de stadsbouwmeester is openbaar, tenzij de voorzitter, het college of de belanghebbende van oordeel is dat er op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur klemmende redenen aanwezig zijn voor geheimhouding.

      • 6.2.2.

        Toelichting opdrachtgever / ontwerper – spreekrecht.

        De aanvrager of diens gemachtigde kan (al dan niet op verzoek van de commissie) in de vergadering van de stadsbouwmeester waarin het betreffende plan wordt behandeld, dit plan nader toelichten. Zij kunnen dit vermelden op het daarvoor bestemde formulier of rechtstreeks bij Bouw- en Woningtoezicht. De gemeente zorgt voor de uitnodigingen.

    • 6.3.

      Het advies

      • 6.3.1.

        De stadsbouwmeester toetst het plan aan het gemeentelijke welstandsbeleid (welstandsnota en beeldkwaliteitplan).

      • 6.3.2.

        De stadsbouwmeester formuleert het uit te brengen advies in heldere en duidelijke bewoordingen. Het gebruik van abstracte taal en jargon wordt vermeden.

      • 6.3.3.

        Het advies wordt direct geformuleerd en bij de gemeente achtergelaten.

      • 6.3.4.

        Een welstandsadvies kan de volgende uitkomst hebben:

         

        Voldoet:

        De stadsbouwmeester is van oordeel dat het plan volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet in strijd is met redelijke eisen van welstand. Desgewenst motiveert de stadsbouwmeester zijn advies schriftelijk.

         

        Voldoet mits (voldoet niet tenzij):

        De stadsbouwmeester is van mening dat het plan op onderdelen niet voldoet aan de toetsingscriteria uit de welstandsnota, tenzij tegemoet gekomen wordt aan de geformuleerde bezwaren op die punten. De stadsbouwmeester omschrijft nauwkeurig welke onderdelen van het plan bezwaarlijk zijn. In het geval het college het advies overneemt, krijgt de aanvrager, voor zover dit nog past binnen de beschikbare beslistermijn, de gelegenheid om de plannen te wijzigen en aan de bezwaarpunten tegemoet te komen.

         

        Voldoet niet:

        De stadsbouwmeester is van oordeel dat het plan strijdig is met redelijke eisen van welstand. Een negatief welstandsadvies betekent dat indien het college het advies overneemt, het bouwplan ingrijpend gewijzigd moet worden. Een negatief advies wordt nauwkeurig schriftelijk gemotiveerd. Hierin staat een korte omschrijving van het ingediende plan, een verwijzing naar de van toepassing zijnde welstandscriteria, een samenvatting van de beoordeling van het plan op die punten en een aanbeveling tot aanpassing van het plan.

         

        Aanhouden:

        De stadsbouwmeester kan het advies aanhouden – waarbij Bouw- en Woningtoezicht aangeeft of en hoe lang dit mogelijk is binnen de resterende beslistermijn – wanneer:

        • -

          meer informatie of een toelichting van de opdrachtgever/ ontwerper noodzakelijk is. Dit kan het geval zijn wanneer de hoofdopzet van het plan (de bouwmassa-vorm) voldoet aan redelijke eisen van welstand en de geveluitwerkingen evenals de materialisering en detailleringen ter advisering worden opgevraagd;

        • -

          de stadsbouwmeester van oordeel is dat bijzondere omstandigheden nopen tot afwijking van het gemeentelijke welstandsbeleid. Hij geeft dan gemotiveerd aan op grond waarvan afwijking gerechtvaardigd is.

           

  • 7.

    Afwijking van het advies / second opinion.

    • 7.1.

      Het bevoegd gezag kan bij het besluit tot verlening van een omgevingsvergunning voor het bouwen afwijken van het advies van de stadsbouwmeester, indien hij van mening is dat de stadsbouwmeester de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd of toegepast. De redenen voor de afwijking worden bij de bekendmaking van het besluit vermeld. Alvorens definitief te beslissen biedt het bevoegd gezag de stadsbouwmeester de mogelijkheid van heroverweging van het eerder uitgebrachte advies.

    • 7.2.

      Het bevoegd gezag heeft op grond van artikel 2.10, eerste lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht de mogelijkheid om bij strijdigheid van een bouwplan met redelijke eisen van welstand toch een omgevingsvergunning voor het bouwen te verlenen, indien hij van oordeel is dat daarvoor gewichtige redenen zijn. De afwijking wordt in de beslissing op de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen gemotiveerd.

    • 7.3.

      Het college kan eventueel op advies van de stadsbouwmeester gemotiveerd afwijken van de in de gemeentelijke welstandsnota vastgelegde welstandscriteria. Dat kan in het geval dat een bouwplan niet voldoet aan de welstandscriteria, maar wel voldoet aan redelijke eisen van welstand. In die gevallen moet worden verwezen naar de algemene beoordelingscriteria die in de welstandnota zijn opgenomen.

    • 7.4.

      Indien het college zich niet kan verenigen met het advies van de stadsbouwmeester, kan hij een ‘second opinion’ inwinnen bij de commissie of een andere welstandscommissie. Alvorens daartoe over te gaan stelt het college de stadsbouwmeester daarvan op de hoogte. 

       

  • 8.

    Evaluatie en aanpassing van de welstandsnota.

    • 8.1.

      Het college brengt aan de gemeenteraad jaarlijks verslag uit over de uitvoering van het welstandsbeleid. Voor de aspecten die in dit verslag tenminste aan de orde moeten komen, wordt verwezen naar artikel 12c van de Woningwet.

    • 8.2.

      Tenminste één maal per jaar vindt een evaluatiegesprek plaats tussen een vertegenwoordiging van het college en de stadsbouwmeester.

    • 8.3.

      De gemeenteraad beslist op grond van de jaarverslagen en evaluaties over eventuele aanvullingen en/of aanpassingen van de gemeentelijke welstandsnota. 

       

  • 9.

    Excessenregeling.

    Het bevoegd gezag kan de stadsbouwmeester vragen te adviseren over bestaande bouwwerken die in ernstige mate in strijd zijn met redelijke eisen van welstand. Dat is het geval wanneer het gaat om buitensporigheden in het uiterlijk van een bouwwerk, die ook voor niet-deskundigen evident zijn. Hiervoor zijn in de welstandsnota algemene criteria opgenomen.

Bijlage 10 Tabel 2.6.1 behorende bij artikel 2.6.1 (brandmeldinstallaties) (vervallen)

Bijlage 11 Tabel 2.6.5 behorende bij artikel 2.6.5 (ontruimingsinstallaties) (vervallen)

Bijlage 12 Tabel 2.6.8 behorende bij artikel 2.6.8 (vluchtrouteaanduidingen) (vervallen)