Verordening tot beperking drankverstrekking

Geldend van 30-06-2000 t/m heden

Intitulé

Verordening tot beperking drankverstrekking

De raad van de gemeente Brielle;

 

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van Brielle van 5 juni 2000, volgnummer: 44;

 

gelet op: artikel 18 (nieuw) van de Drank- en Horecawet en de artikel 149 en 151 van de Gemeentewet;

 

gehoord de politie en de inspecteur van het staatstoezicht op de volksgezondheid;

 

b e s l u i t :

vast te stellen de hierna volgende

Verordening tot beperking drankverstreking.

 

 

Artikel 1

  • A. Het is verboden anders dan om niet sterke drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet voor gebruik ter plaatse te verstrekken in een inrichting:

    • 1.

      waarin onderwijs wordt gegeven;

    • 2.

      die gelegen is op een kampeerterrein;

    • 3.

      die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij sportorganisaties of –instellingen;

    • 4.

      die geheel of voor een deel uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij jeugdorganisaties of –instellingen;

    • 5.

      waarin, of in een onderdeel waarvan uitsluitend of in hoofdzaak geringe etenswaren worden verkocht;

  • B. Indien geen ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 2, kan de Drank- en horecawetvergunning voor inrichtingen als omschreven in artikel 1 A sub 1 tot en met 5 alleen dienen tot het verstrekken van zwak-alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet.

Artikel 2

De burgemeester kan op schriftelijk verzoek ontheffing verlenen van het in artikel 1 gestelde verbod. Aan een ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden. Zij kan te allen tijde worden ingetrokken. De ontheffing geldt niet wanneer een verbod als bedoeld in artikel 3 van kracht is.

Artikel 3

  • A. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte, in een inrichting als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet:

    • a.

      anders dan om niet alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet voor gebruik ter plaatse te verstrekken;

    • b.

      bedrijfsmatig sterke drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet voor gebruik elders dan ter plaatse te verstrekken.

  • B. Het is verboden om in een door de burgemeester aangewezen tijdsruimte, bedrijfsmatig of anders dan om niet alcoholhoudende drank als bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet te verstrekken.

Artikel 4

  • a.

    De burgemeester gaat over tot het aanwijzen van de tijdsruimte als bedoeld in artikel 3 lid A respectievelijk B als de handhaving van de openbare orde, de veiligheid, de zedelijkheid of de volksgezondheid dit vordert, respectievelijk dringend vordert.

  • b.

    De burgemeester hoort voorafgaand aan een aanwijzing de officier van Justitie en het hoofd van de politie basiseenheid Voorne.

Artikel 5

De burgemeester kan bepalen dat het in artikel 3 lid A en B gestelde verbod niet geldt voor bepaalde delen van de gemeente.

Artikel 6

Overtreding van de artikelen 1 en 3 lid A en B en de krachtens artikel 2 gegeven voorschriften wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechtelijke uitspraak.

Artikel 7

Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening beperking drankverstrekking 2000".

Artikel 8

  • a.

    Deze verordening treedt in werking de dag na afkondiging of indien artikel 18 (nieuw) van de Drank- en Horecawet op een later tijdstip in werking treedt op het moment van in werkingtreding van artikel 18 (nieuw) van de Drank- en Horecawet , onder gelijktijdige intrekking van de Verordening tot beperking van de verstrekking van sterke drank( raadsbesluit van 14 september 1976).

  • b.

    Ontheffingen verleend krachtens artikel 3 van de Verordening tot beperking van de verstrekking van sterke drank worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening.

Ondertekening

Aldus besloten door de gemeenteraad van Brielle
in de openbare vergadering van 13 juni 2000,
 
de secretaris,            de voorzitter,
 
W. van Noord.           B.F.A. van der Kluit-de Groot.