Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Capelle aan den IJssel

Subsidieregeling Maatschappelijke Ondersteuning Capelle aan den IJssel 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieCapelle aan den IJssel
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingSubsidieregeling Maatschappelijke Ondersteuning Capelle aan den IJssel 2019
Citeertitel
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

N.v.t.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2019nieuwe regeling

30-10-2018

gmb-2018-237370

1045431

Tekst van de regeling

Intitulé

Subsidieregeling Maatschappelijke Ondersteuning Capelle aan den IJssel 2019

 

 

Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Capelle aan den IJssel;

gelet op de Algemene subsidieverordening Capelle aan den IJssel 2017 (ASV);

overwegende dat:

 

  • -

    het college op basis van artikel 3 van de ASV bij subsidieregeling vaststelt welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie;

  • -

    het college op basis van artikel 3 van de ASV bij subsidieregeling tevens kan bepalen welke doelgroepen in aanmerking komen voor subsidie;

  • -

    de ASV op het verstrekken van subsidies van toepassing is, voor zover daarvan niet bij subsidieregeling wordt afgeweken;

  • -

    de ASV op onderdelen bij subsidieregeling kan worden aangevuld.   

 

B e s l u i t :

  

vast te stellen de Subsidieregeling Maatschappelijke Ondersteuning Capelle aan den IJssel 2019.

 

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

 

  • 1.

    Begeleid wonen jongvolwassenen voorziening: een specifiek op jongvolwassenen gerichte, tijdelijke woonvoorziening waar jongvolwassenen onder deskundige begeleiding, groepsgewijs of individueel, getraind worden om zelfstandig te gaan wonen.

  • 2.

    Bewoner: een jongvolwassene die woont in een begeleid wonen jongvolwassenen voorziening.

  • 3.

    Inloopvoorziening: een algemene en laagdrempelige gelegenheid voor ontmoeting waar onder deskundige begeleiding gelegenheid is voor het drinken van een kop koffie, het maken van een praatje of het deelnemen aan een programma gericht op de minder zelfredzame burger.

  • 4.

    Inwoner: een persoon die is ingeschreven op een adres in de gemeente Capelle aan den IJssel en die ook feitelijk in de gemeente woont.

  • 5.

    Jongvolwassene: een inwoner van 18 tot en met  25 jaar die door omstandigheden, tijdelijk, niet in staat is om geheel zelfstandig te wonen, maar die dit met op de persoon afgestemde training en begeleiding op termijn wel zal kunnen.

  • 6.

    Minder zelfredzame burger: een inwoner van 18 jaar of ouder die door een gebrek of beperking niet vanzelfsprekend in staat is om zelfstandig contacten te leggen of te onderhouden of te voorzien in een dagbesteding en daardoor dreigt te vereenzamen.

  • 7.

    Wmo 2015: Wet maatschappelijke ondersteuning 2015.  

     

Artikel 2. Toepassingsbereik

Het bepaalde in deze subsidieregeling is alleen van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college voor de in artikel 3 bedoelde activiteiten.

 

 

Artikel 3. Activiteiten

1. Subsidie kan uitsluitend worden verstrekt voor activiteiten - anders dan het bieden van maatwerkvoorzieningen - als bedoeld in de Wmo 2015, die gericht zijn op:

a. Ontmoeting als algemene voorziening

i. het bieden van een inloopvoorziening gericht op voorkoming van vereenzaming;

ii. het bieden van een (gedeeltelijke) dagbesteding aan minder zelfredzame burgers;  

iii. het bieden van respijtzorg ter voorkoming van overbelasting van een mantelzorger van een minder zelfredzame burger;

iv. het bevorderen van het in stand houden of het (opnieuw) opbouwen van een persoonlijk netwerk; of

v. het bieden van een ontmoetingsactiviteit, gericht op minder zelfredzame burgers, waarbij de aard van en omvang van de activiteit een aanvulling is op het bestaande aanbod van ontmoeting.

b. Begeleid wonen jongvolwassenen voorziening

i. het bieden van een planmatige en individuele begeleiding aan de bewoner(s) gericht op bevordering van de zelfredzaamheid in sociale vaardigheden, woonvaardigheden, financiën, veiligheid, zingeving en dagbesteding (school, werk, vrije tijd);

ii. het bieden van groepsbegeleiding aan de bewoner(s) in de vorm van een regelmatig en gestructureerd toezicht;

iii. het incidenteel bieden van praktische ondersteuning aan de bewoner(s), zowel individueel als groepsgewijs, voor zover dit voor de bewoner(s) nodig is om in maatschappelijk opzicht in die mate zelfredzaam te zijn of te worden dat men zelfstandig en acceptabel kan functioneren in de maatschappij;

iv. het bieden van activiteiten aan bewoner(s) in de vorm van maandelijkse trainingen gekoppeld aan een thema dan wel een activiteit in of voor de wijk; en

v. het bieden van algemene ruimten binnen de begeleid wonen jongvolwassenen voorziening die nodig zijn om de activiteiten bedoeld onder i t/m iv mogelijk te maken.

2. Subsidie voor de activiteiten bedoeld in lid 1, onder a, wordt alleen verstrekt als mede wordt voldaan aan de voorwaarde dat de voorziening aansluit bij de algemene voorziening “De Ontmoeting” genoemd in het Wmo-beleid zoals dat door de gemeenteraad is vastgesteld.

3. Subsidie voor de activiteiten bedoeld in lid 1, onder b wordt alleen verstrekt als mede wordt voldaan aan de voorwaarden dat de voorziening aansluit op het Wmo-beleid zoals dat door de gemeenteraad is vastgesteld.

 

   

Artikel 4. Prestatieafspraken

Met subsidieontvangers worden in de subsidiebeschikking afzonderlijke afspraken gemaakt over de specifiek te verrichten activiteiten en de in dat kader te leveren exacte prestaties.

 

Artikel 5. Subsidieontvanger

1. Subsidie voor activiteiten als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, subonderdelen i. tot en met iv. en voor activiteiten bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder b, subonderdelen i. tot en met v., wordt uitsluitend verstrekt aan een bij notariële akte opgerichte rechtspersoon welke tevens een aanbieder van zorg of welzijn in Capelle aan den IJssel dient te zijn, of op andere wijze betrokken is bij (ondersteuning aan) minder zelfredzame burgers en als zodanig onderdeel uitmaakt van het maatschappelijke werkveld in Capelle aan den IJssel.

2. Subsidie voor activiteiten zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid, onder a, subonderdeel v. wordt uitsluitend verstrekt aan een natuurlijke persoon of een groep van natuurlijke personen.

 

 

Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

Voor subsidie komen alleen in aanmerking de redelijkerwijs te maken kosten die direct verbonden zijn met de uitvoering van een activiteit als bedoeld in artikel 3.

 

 

Artikel 7. Hoogte van de subsidie

Een subsidie verstrekt aan een subsidieontvanger zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid, bedraagt maximaal € 2.000,-.

 

Artikel 8. Aanvraagtermijn

 

  • 1.

    Conform artikel 7, eerste lid, van de ASV, wordt een aanvraag om subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, ingediend vóór 1 april voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 2.

    In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV, kan een aanvrager die voor de eerste maal subsidie aanvraagt die per kalenderjaar wordt verstrekt, de aanvraag indienen tot uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.

  • 3.

    In afwijking van artikel 7, tweede lid, van de ASV, wordt een andere aanvraag om subsidie ingediend vanaf 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft tot uiterlijk 10 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

  • 4.

    In afwijking van artikel 7, eerste lid, van de ASV, wordt een aanvraag om subsidie voor het kalenderjaar 2019 ingediend vóór 1 november 2018.

  • 5.

    Aanvragen ingediend buiten bovengenoemde termijnen worden niet in behandeling genomen. 

 

 

Artikel 9. Beslistermijn

 

  • 1.

    In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV, beslist het college op een aanvraag om subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt en die is ingediend vóór 1 april voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, binnen 8 weken nadat deze uiterste aanvraagdatum is verstreken.

  • 2.

    In afwijking van artikel 8, eerste lid, van de ASV, beslist het college op een aanvraag om subsidie voor het kalenderjaar 2019 binnen 8 weken nadat de uiterste aanvraagdatum, te weten

  • 3.

    1 november 2018, is verstreken.

  • 4.

    Het college kan de termijn genoemd in het eerste lid eenmaal met ten hoogste 8 weken verdagen.

 

 

Artikel 10. Subsidieplafond en wijze van verdeling

 

  • 1.

    Jaarlijks wordt door de gemeenteraad de programmabegroting vastgesteld met daarin een verdeling van de beschikbare middelen per subsidieregeling. De aldus in de programmabegroting opgenomen middelen gelden voor deze subsidieregeling als subsidieplafond in de zin van artikel 4:22 van de Awb.

  • 2.

    De verdeling van het subsidieplafond voor subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt en die conform artikel 8, eerste lid, zijn aangevraagd vóór 1 april voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, vindt plaats op basis van een vergelijking van de subsidieaanvragen die voor toewijzing in aanmerking zouden komen als hierdoor het subsidieplafond niet zou worden overschreden. De subsidieaanvragen die voor de voorgeschreven aanvraagdatum zijn ontvangen en die voldoen aan de eisen van artikel 6 van de ASV, worden eerst getoetst aan de overige artikelen van de ASV. Als de beoordeling op grond van de ASV geen aanleiding geeft om de aanvraag af te wijzen, wordt de aanvraag getoetst aan deze subsidieregeling. Indien het totaalbedrag van de aanvragen die na deze toetsing voor toewijzing in aanmerking komen het subsidieplafond overschrijdt, worden deze aanvragen met elkaar vergeleken. De aanvragen die op basis van de uitkomsten van deze vergelijking het meest bijdragen aan het realiseren van het gemeentelijk beleid worden in volgorde van de uitkomsten van de vergelijking gehonoreerd tot het niveau van het subsidieplafond.

  • 3.

    De verdeling van het subsidieplafond voor subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt en die conform artikel 8, tweede lid, zijn aangevraagd voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en de verdeling van het subsidieplafond voor andere aanvragen om subsidie, vindt plaats op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen die voldoen aan de eisen van de ASV en deze subsidieregeling. Indien op de dag dat het subsidieplafond wordt bereikt meer dan één aanvraag wordt ontvangen, wordt de onderlinge rangschikking van de aanvragen vastgesteld door middel van loting.

  • 4.

    Bij de verdeling van het subsidieplafond voor het jaar 2019 is het vorige lid mede van toepassing op de aanvragen om subsidie die conform het bepaalde in artikel 8, vierde lid, zijn ingediend voor 1 november 2018.

 

 

Artikel 11. Verplichtingen

 

  • 1.

    Subsidie voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, lid 1, onder a, wordt alleen verstrekt als mede wordt voldaan aan de volgende verplichtingen:

  • a.

    het verzorgen van voldoende deskundige begeleiding;

  • b.

    het verzorgen of organiseren van een gevarieerd programma afgestemd op en samengesteld in overleg met de doelgroep.

  • 2.

    Subsidieontvangers die activiteiten ontplooien met of voor kinderen dienen een beleid te voeren, gericht op het waarborgen van een veilige omgeving voor kinderen.

  • 3.

    Bij de subsidieverlening kunnen aan de subsidieontvanger nog andere dan de in het vorige lid vermelde verplichtingen worden opgelegd.

  • 4.

    Subsidie voor de activiteiten bedoeld in artikel 3, lid 1, onder b wordt alleen verstrekt als mede wordt voldaan aan de volgende verplichtingen:

  • a.

    het verzorgen van voldoende deskundige individuele- en groepsbegeleiding;

  • b.

    het bieden van voldoende toezicht en ondersteuning, afgestemd op de bewoners;

  • c.

    het organiseren van een gevarieerd activiteitenprogramma afgestemd op en samengesteld in overleg met de bewoners. 

     

     

Artikel 12. Slotbepalingen

 

  • 1.

    Deze subsidieregeling treedt in werking op 1 januari 2019.

  • 2.

    Deze subsidieregeling wordt aangehaald als: Subsidieregeling Maatschappelijke Ondersteuning Capelle aan den IJssel 2019.

  

Capelle aan den IJssel, 30 oktober 2018.

 

Het college van burgemeester en wethouders voornoemd,

de secretaris, de burgemeester,

   

drs. A. de Baat mr. P. Oskam

 

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

 

Algemeen

Deze regeling bevat op onderdelen specifieke aanvullingen of wijzigingen op de ASV.

 

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Dit artikel spreekt voor zichzelf.

 

Artikel 2. Toepassingsbereik

Dit artikel spreekt voor zichzelf.

 

Artikel 3. Activiteiten

Met de activiteiten beschreven in het eerste lid van dit artikel worden andere activiteiten bedoeld dan de maatwerkvoorzieningen zoals vastgelegd in de Wmo 2015. Maatwerkvoorzieningen vallend onder die wet, worden door de gemeente ingekocht en niet gesubsidieerd.

 

Artikel 4. Prestatieafspraken

In de subsidiebeschikking kunnen de te verrichten activiteiten nader worden gespecificeerd. Hierbij kan worden gedacht aan het maken van afspraken over te bereiken aantallen, maar ook aan afspraken over de samenwerking met andere partijen en cofinanciering (zie ook artikel 11).

 

Artikel 5. Subsidieontvanger

Op grond van artikel 3 van de ASV bepaalt het college voor zover van toepassing in een subsidieregeling tevens welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen. In dit artikel wordt voor de Subsidieregeling Maatschappelijke Ondersteuning vastgelegd aan welke partijen een subsidie kan worden verstrekt.

 

Ten aanzien van subsidieverstrekking aan (een groep van) natuurlijke personen wordt het volgende opgemerkt.

 

  • 1.

    Belang aansprakelijkheidsverzekering

    De gemeente is in beginsel niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. Degene die de activiteit uitvoert en daarbij (op onrechtmatige wijze) schade veroorzaakt wel.

    Voor natuurlijke personen geldt dat zij voor deze schade privé aansprakelijk zijn. Het is daarom van belang dat de subsidieontvanger een aansprakelijkheidsverzekering heeft die dergelijke schade vergoedt. Natuurlijke personen die op individuele basis gesubsidieerde activiteiten ontplooien, hebben in dit kader een andere positie dan natuurlijke personen die in organisatorisch verband actief zijn.

     

    1a. Aansprakelijkheidsverzekering - groep van natuurlijke personen

    Indien de subsidieontvanger een groep van natuurlijke personen betreft, kan deze groep vallen onder de dekking van de VNG Vrijwilligersverzekering, waarvoor de gemeente een polis heeft afgesloten bij Centraal Beheer Achmea. Deze verzekering is afgesloten ten behoeve van alle vrijwilligers die in enig organisatorisch verband onverplicht en onbetaald werkzaamheden verrichten ten behoeve van anderen en/of de samenleving en waarbij een maatschappelijk belang wordt gediend. Wat betreft natuurlijke personen bestaat het collectief verzekeringspakket uit:

    • een ongevallen- en persoonlijke eigendommenverzekering voor vrijwilligers;

    • een aansprakelijkheidsverzekering voor vrijwilligers;

    • een rechtsbijstandsverzekering voor vrijwilligers;

    • een bestuurdersaansprakelijkheidsverzekering voor vrijwilligers.

    Het gaat hierbij om een secundaire verzekering. Dit betekent dat deze verzekering alleen van kracht is, voor zover de schade niet is gedekt door een andere verzekering al dan niet van oudere datum.

    Men hoeft zich niet als vrijwilliger aan te melden voor de verzekering. Ook hoeft geen urenregistratie te worden bijgehouden.

     

    Niet verzekerd zijn:

    • de vrijwillige politie en de vrijwillige brandweer, vanwege speciaal voor hen getroffen rechtspositieregelingen;

    • vrijwilligers die actief zijn voor een Vereniging van Eigenaren of een huurdersvereniging, omdat deze

    organisaties het eigen belang tot doel hebben en niet een maatschappelijk belang;

    • vrijwilligers die zich op individuele basis inzetten, zonder dat sprake is van enig organisatorisch verband.

1b.  Aansprakelijkheidsverzekering - natuurlijke personen die niet in organisatorisch verband actief zijn

Indien de subsidieontvanger een natuurlijk persoon is die op individuele basis actief is, zonder dat sprake is van enig organisatorisch verband, dan valt deze subsidieontvanger niet onder de dekking van

bovengenoemde verzekering. In dit geval is de subsidieontvanger afhankelijk van een eigen persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering, waarbij het de vraag is of de persoonlijke aansprakelijkheidsverzekering schade dekt die voortvloeit uit de uitvoering van de gesubsidieerde activiteiten. Het is de verantwoordelijkheid van de subsidieontvanger om in dit geval contact op te nemen met zijn of haar verzekeraar om na te gaan wat onder de dekking van de verzekering valt en na te gaan wat de mogelijke (financiële) risico's zijn.

 

  • 1.

    Financiële verplichting

    Wie in een groep van natuurlijke personen of als individueel natuurlijk persoon subsidie ontvangt, krijgt dit op persoonlijke titel. Dit betekent dat wanneer de afgesproken prestaties (waarvoor de subsidie is verleend) niet worden geleverd, de subsidie kan worden teruggevorderd. In dit geval is/zijn de subsidieontvanger(s) met zijn of haar privévermogen aansprakelijk.

     

  • 2.

    Bijstandsuitkering

    Indien een natuurlijke persoon een bijstandsuitkering ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie aan te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken casemanager van Sociale Zaken IJsselgemeenten. Dit om te voorkomen dat de subsidie gezien wordt als inkomsten en mogelijk in mindering worden gebracht op de uitkering, dan wel dat de uitkering later worden teruggevorderd of dat er zelfs een boete wordt opgelegd. Ook zal de betrokken casemanager beoordelen of het is toegestaan om de gesubsidieerde activiteiten uit te voeren met behoud van uitkering en of dit past binnen een eventueel re-integratietraject.

     

  • 3.

    Overige uitkeringen

    Indien een natuurlijk persoon een uitkering, anders dan een bijstandsuitkering, ontvangt en hij of zij voornemens is om een subsidie aan te vragen, dan wordt aangeraden om voorafgaand aan de subsidieaanvraag dit voornemen te bespreken met de betrokken uitkerende instantie. In overleg met de instantie kan worden bepaald of het ontvangen van een subsidie en het uitvoeren van de gesubsidieerde activiteiten mogelijk is of niet.

     

    Artikel 6. Kosten die voor subsidie in aanmerking komen

    Dit artikel spreekt voor zichzelf.

     

    Artikel 7. Hoogte van de subsidie

    Dit artikel spreekt voor zichzelf.

     

    Artikel 8. Aanvraagtermijn

    In de ASV en in deze subsidieregeling worden twee soorten subsidies onderscheiden; subsidie voor de duur van een kalenderjaar en subsidie die niet per kalenderjaar wordt verstrekt (aangeduid als 'andere aanvragen om subsidie' of 'andere subsidies').

    Subsidies die voor de duur van een kalenderjaar worden verstrekt, kunnen op twee momenten worden aangevraagd. Conform artikel 7, eerste lid, van de ASV dient de aanvraag te worden ingediend vóór

    1 april voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft. In het tweede lid van artikel 8 van deze subsidieregeling wordt hierop een uitzondering gemaakt voor aanvragers die voor de eerste keer een subsidie voor de duur van een kalenderjaar aanvragen. Deze aanvraag kan tot uiterlijk 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, worden ingediend. Deze uitzondering wordt gemaakt om nieuwe aanvragers, die nog niet bekend zijn met de subsidieregelingen van de gemeente, in de gelegenheid te stellen om op een latere datum een aanvraag om subsidie in te dienen. Hierbij dient de aanvrager er wel rekening mee te houden dat de aanvragers die vóór 1 april een aanvraag om subsidie hebben ingediend, bij de verdeling van het subsidieplafond (zie artikel 10) voor gaan. Een risico van het indienen van een aanvraag op een later tijdstip is dan ook dat het subsidieplafond mogelijk al bereikt is.

     

    In het derde lid van dit artikel is bepaald dat subsidies die niet per kalenderjaar worden verstrekt, het gehele jaar door kunnen worden aangevraagd, maar niet eerder dan 1 oktober van het jaar voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft en niet later dan 10 weken voordat de aanvrager wil beginnen met de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd.

     

Artikel 9. Beslistermijn

Het eerste lid van dit artikel bevat een afwijking van artikel 8, eerste lid van de ASV. Deze afwijking houdt in dat het college pas beslist op een aanvraag om subsidie (die per kalenderjaar wordt verstrekt en die is ingediend voor 1 april) binnen 8 weken na 1 april, in plaats van binnen 8 weken na ontvangst van de volledige aanvraag.

 

Artikel 9, tweede lid, houdt in dat bovenstaande beslistermijn eenmaal met maximaal 8 weken kan worden verlengd.

 

De besluitvorming over aanvragen om subsidie voor een kalenderjaar die met gebruikmaking van de mogelijkheid van artikel 8, tweede lid, zijn ingediend voor 1 oktober en de besluitvorming over andere aanvragen om subsidie, vindt plaats conform ASV, dus binnen 8 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend.

Ook deze termijn kan eenmaal met maximaal 8 weken worden verlengd.

 

Artikel 10. Subsidieplafond en wijze van verdeling

De raad stelt met het vaststellen van een subsidieplafond een maximum aan het bedrag dat voor bepaalde subsidies beschikbaar is. Als het totaal van de aanvragen die voor toewijzing in aanmerking komen het subsidieplafond overschrijdt, zal dit bedrag worden verdeeld. Deze verdeling vindt, voor subsidies die per kalenderjaar worden verstrekt en die zijn aangevraagd vóór 1 april voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, plaats op basis van een vergelijking van de aanvragen die voor toewijzing in aanmerking zouden komen als het subsidieplafond hierdoor niet zou worden overschreden. Dit betekent dat eerst wordt onderzocht of de aanvragen op tijd zijn ingediend en compleet zijn, alsmede of zij voldoen aan de overige eisen die in de ASV worden gesteld. In dit kader wordt ook afgewogen of er een reden is om de aanvraag af te wijzen op grond van een van de afwijzingsgronden van artikel 9 van de ASV. Vervolgens worden de aanvragen getoetst aan deze subsidieregeling. Daarbij wordt onder meer beoordeeld of de aanvraag activiteiten betreft die op grond van de subsidieregeling in principe kunnen worden gesubsidieerd en of de aanvrager behoort tot de doelgroep van de subsidieregeling. Als het totaalbedrag van de aanvragen die na deze procedure zouden kunnen worden toegewezen het bedrag van het subsidieplafond overschrijdt, vindt een vergelijking van de aanvragen plaats. Daarbij wordt bezien welke te subsidiëren activiteiten het meest zullen bijdragen aan de beleidsdoelen die met de subsidie nagestreefd worden. De volgorde van de aanvragen wordt bepaald door de mate waarin de activiteiten relevant zijn voor het bereiken van de beleidsdoelen. In deze volgorde komen de aanvragen voor het volledige bedrag tot het niveau van het subsidieplafond voor toewijzing in aanmerking. Gezien deze systematiek van verdeling van het subsidieplafond is het voor aanvragers van belang om ervoor te zorgen dat het college op de uiterste aanvraagdatum beschikt over een complete aanvraag.

 

Voor de andere aanvragen om subsidie én voor aanvragen om subsidie die per kalenderjaar worden verstrekt en die zijn aangevraagd voor 1 oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft, wordt het subsidieplafond verdeeld op basis van de volgorde van binnenkomst van de aanvragen.

Als een aanvraag niet compleet is, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld om zijn aanvraag aan te vullen. In dat geval geldt de datum waarop de aanvraag compleet is als ontvangstdatum.

 

Artikel 11. Verplichtingen

Een belangrijk aspect van het creëren van een veilige omgeving voor kinderen is het voorkomen van seksueel grensoverschrijdend gedrag. Bij de invulling van het beleid, dat erop gericht is om een veilige omgeving voor kinderen te waarborgen, kan gedacht worden aan het vragen van een Verklaring omtrent het gedrag (VOG) van medewerkers die met kinderen werken. Tevens kan gebruik worden gemaakt van de toolkit en het stappenplan zoals omschreven op de website www.inveiligehanden.nl.

 

Artikel 12. Slotbepalingen

Dit artikel spreekt voor zichzelf.