Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gemeente Cranendonck

Algemene Subsidieverordening Cranendonck 2015

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OverheidsorganisatieGemeente Cranendonck
Officiële naam regelingAlgemene Subsidieverordening Cranendonck 2015
CiteertitelAlgemene Subsidieverordening Cranendonck 2015
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpalgemeen
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Deze regeling vervangt de Subsidieverordening Welzijn 2010.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerking-

treding

Terugwerkende

kracht tot en met

Datum uitwerking-

treding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-07-2015nieuwe regeling

12-05-2015

Gemeenteblad, 2015, nr. 66497

Onbekend.

Tekst van de regeling

Intitulé

Algemene subsidieverordening Cranendonck 2015

Inhoud

Algemene subsidieverordening Cranendonck 2015 1

Inhoud 2

Artikel 1. Begripsomschrijvingen 3

Artikel 2. Reikwijdte 4

Artikel 3. Nadere regels 4

Artikel 4. Europees steunkader 4

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud 5

Artikel 6. Aanvraag 5

Artikel 7. Aanvraagtermijn 5

Artikel 8. Beslistermijn 6

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden 6

Artikel 10. Verantwoording 7

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger 7

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen 7

Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tot en met € 2.000 8

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 2.000 en € 25.000 8

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000 8

Artikel 16. Subsidievaststelling 8

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen 9

Artikel 18. Eigen vermogen, Reserves & Hardheidsclausule 9

Artikel 19. Slotbepalingen 9

De raad van de gemeente Cranendonck;

gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders 14 april 2015 en nr. 2607477;

gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

gezien het advies van de commissie;

besluit vast te stellen de Algemene subsidieverordening Cranendonck 2015:

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • a.

    algemene groepsvrijstellingsverordening: verordening (EG) nr. 800/2008 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 6 augustus 2008 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag met de gemeenschappelijke markt verenigbaar worden verklaard („de algemene groepsvrijstellingsverordening”) (PbEU L 214/3), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • b.

    de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5), verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU L 193/6), dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese regelgeving;

  • c.

    Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;

  • d.

    onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van financiering, die een economische activiteit uitoefent;

  • e.

    Verdrag: Verdrag betreffende de Werking van de Europese Unie;

  • f.

    Subsidie

    • a.

      Basissubsidie: een subsidie voor activiteiten die bij voortduring dan wel periodiek (één jaar of langer) plaatsvinden waarmee de gemeente aangeeft het aanbod van bepaalde activiteiten door een organisatie van belang te vinden, zonder deze activiteiten overwegend naar aard of inhoud te beïnvloeden.

    • b.

      Stimuleringssubsidie: een eenmalige subsidie voor een activiteit/activiteiten met een eenmalig of experimenteel karakter; of een eenmalige subsidie voor een activiteiten waarvan het college heeft aangegeven dat ze die wil stimuleren.

    • c.

      Budgetsubsidie: een subsidie voor activiteiten die bij voortduring dan wel periodiek (één jaar of langer) plaatsvinden en die op grondslag van meetbare activiteiten wordt verleend aan (professionele) organisaties, waarbij een uitvoeringsovereenkomst met de organisatie kan worden gesloten.

    • d.

      Accommodatiesubsidie: een subsidie die bijdraagt aan de kosten van een (VTBC)- accommodatie

    • e.

      Subsidiejaar: het kalenderjaar waarvoor de subsidie wordt verleend.

    • f.

      Subsidieplafond: het bedrag dat gedurende een subsidiejaar ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies.

Artikel 2. Reikwijdte

Eerste lid

  • 1.

    Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door burgemeester en wethouders op de volgende beleidsterreinen, met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is getroffen en subsidies als bedoeld in artikel 4:23, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is):

  • a.

    wonen en leven;

  • b.

    werk en economie;

  • c.

    recreatie en toerisme;

  • d.

    onderwijs;

  • e.

    zorg.

  • 2.

    Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is kunnen burgemeester en wethouders bepalen dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.

Artikel 3. Nadere regels

Burgemeester en wethouders stellen bij nadere regeling (hierna te noemen: nadere regels) vast welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie. Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de subsidiebedragen worden uitbetaald.

Artikel 4. Europees steunkader

  • 1. Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader noodzakelijk is, kunnen burgemeester en wethouders bij nadere regels afwijken van deze verordening en deze aanvullen.

  • 2. Bij nadere regels waarbij is bepaald dat toepassing kan worden gegeven aan een Europees steunkader, verwijst de nadere regels naar het toepasselijke steunkader.

  • 3. Bij subsidies waar een Europees steunkader op van toepassing is, verwijst de verleningsbeschikking naar de toepasselijke bepalingen van het steunkader.

  • 4. Bij subsidies waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

  • 5. Bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is, komen ondernemingen alleen in aanmerking voor subsidies, die voldoen aan de voorwaarden van de de-minimisverordening.

Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud

  • 1. Burgemeester en wethouders kunnen subsidieplafonds vaststellen. In dat geval bepalen zij bij nadere regels de wijze van verdeling van de betrokken subsidie.

  • 2. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidieplafond verlagen:

    • a.

      als het wordt vastgesteld voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd; of

    • b.

      als de subsidieaanvragen waarop het subsidieplafond betrekking heeft, moeten worden ingediend voordat de begroting voor het betrokken jaar is vastgesteld of goedgekeurd.

  • 3. Bij de bekendmaking van een subsidieplafond dat kan worden verlaagd overeenkomstig het vorige lid, wordt gewezen op de mogelijkheid van verlaging.

  • 4. Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld of goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij de verleningsbeschikking wordt daarop gewezen.

Artikel 6. Aanvraag

  • 1. Een aanvraag om subsidie wordt schriftelijk ingediend bij burgemeester en wethouders met gebruikmaking van een aanvraagformulier.

  • 2. Bij de aanvraag kan bij de aanvrager de volgende gegevens worden opgevraagd:

    • a.

      een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

    • b.

      de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;

    • c.

      een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;

      • i.

        [ als de aanvrager een onderneming is:

      • ii.

        1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd;

      • iii.

        2° een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening (de-minimisverklaring);]

    • d.

      ledenlijst

    • e.

      als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de aanvraag.

  • 3. Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe aan de aanvraag.

  • 4. Bij de nadere regels kan van de voorgaande leden worden afgeweken.

  • 5. Het college kan bepalen dat ook andere dan in dit artikel genoemde gegevens en bescheiden, die voor het beoordelen van de aanvraag van belang zijn, worden overlegd.

Artikel 7. Aanvraagtermijn

  • 1. Een aanvraag voor budgetsubsidies en/of basissubsidies wordt uiterlijk 1 september voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft ingediend.

  • 2. Een aanvraag om een stimuleringssubsidie wordt ingediend tussen 10 weken voordat de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten en 2 weken na uitvoering van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt aangevraagd. Besluit over toekenningdienst binnen 6 weken genomen te worden. Het risico van het te laat indienen (en dus nog geen besluit hebben bij de aanvang van de activiteit) ligt dan bij de aanvrager.

  • 3. Bij de nadere regels kunnen andere termijnen worden gesteld.

  • 4. Een te laat ingediende aanvraag of een onvolledige aanvraag wordt niet in behandeling genomen.

Artikel 8. Beslistermijn

  • 1. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, uiterlijk op 31 decembervan het jaar waarin de aanvraag is ingediend.

  • 2. Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om een subsidie als bedoeld in artikel 7, tweede lid, binnen 6 weken nadat de volledige aanvraag is ingediend. Het risico van het aanvragen later dan 6 weken voor de activiteit, waarbij er mogelijk nog geen besluit is genomen voor aanvang van de activiteit, ligt bij de aanvrager.

  • 3. Bij aanvragen om een subsidie die overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de termijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing heeft genomen.

  • 4. Het college kan besluiten het niet in behandeling nemen, verlenen, afwijzen en vaststellen van subsidie te mandateren aan het hoofd van de afdeling beleid.

Artikel 9. Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden

  • 1. Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht weigeren burgemeester en wethouders de subsidie in ieder geval:

    • a.

      als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de interne markt.

    • b.

      als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke markt is verklaard.

  • 2. Onverminderd het vorige lid kunnen burgemeester en wethouders de subsidie verder in ieder geval weigeren:

    • a.

      als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;

    • b.

      als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;

    • c.

      in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;

    • d.

      als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;

    • e.

      als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;

    • f.

      als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;

    • g.

      in de bij de betrokken nadere regels bepaalde gevallen.

  • 3. Burgemeester en wethouders kunnen een subsidie in ieder geval intrekken in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.

  • 4. Burgemeester en wethouders vorderen een subsidie met rente terug als dit nodig is ter uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.

Artikel 10. Verantwoording

Voor zover dit niet is bepaald bij de nadere regels, wordt bij de verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidie-ontvanger de besteding van de subsidie dient te verantwoorden.

Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger

  • 1. Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal worden voldaan, meldt de subsidie-ontvanger dat onverwijld aan burgemeester en wethouders.

  • 2. Een subsidie-ontvanger informeert burgemeester en wethouders onverwijld schriftelijk over:

    • a.

      beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de gesubsidieerde rechtspersoon;

    • b.

      relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding met derden;

    • c.

      ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de subsidie verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden nagekomen;

    • d.

      wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of bestuurders en het doel van de rechtspersoon.

Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen

  • 1. Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de subsidie tot stand is gebracht.

  • 2. Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten. De verantwoording wordt niet vaker dan één keer per jaar verlangd.

Artikel 13. Eindverantwoording subsidies tot en met € 2.000

  • 1. Basissubsidies tot en met € 2.000 worden door burgemeester en wethouders verleend en gelijktijdig vastgesteld.

  • 2. Stimuleringssubsidies tot en met € 2.000 worden door burgemeester en wethouders verleend en gelijktijdig vastgesteld.

  • 3. In geval van verlening van een subsidie van ten hoogste € 2.000 wordt aanstonds een voorschot verstrekt ter hoogte van de verleende stimuleringssubsidie.

Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tussen € 2.000 en € 25.000

  • 1. Bij subsidies van meer dan € 2.000 doch ten hoogste € 25.000 dient de subsidie-ontvanger uiterlijk 1 april in het jaar nadat de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling in door middel van het verantwoordingsformulier.

  • 2. De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.

  • 3. Bij de nadere regels kan worden bepaald dat op een andere manier wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.

Artikel 15. Eindverantwoording subsidies van meer dan € 25.000

  • 1. Bij subsidies van meer dan € 25.000 dient de subsidie-ontvanger een aanvraag tot vaststelling in:

    a.in geval van een subsidie die per kalenderjaar wordt verstrekt, uiterlijk op 1 april van het jaar dat volgt op het betrokken kalenderjaar;

  • 2. De aanvraag bevat:

    • a.

      een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht;

    • b.

      een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of jaarrekening);

    • c.

      een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting daarop; en

    • d.

      een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk accountant.

  • 4. Bij de nadere regels kunnen andere termijnen worden vastgesteld of andere gegevens worden verlangd.

Artikel 16. Subsidievaststelling

  • 1. Burgemeester en wethouders stellen een budgetsubsidie of basissubsidie vast uiterlijk op 31 decembervan het jaar waarin de aanvraag is ingediend, tenzij bij de nadere regels anders is bepaald.

  • 2. Burgemeester en wethouders stellen een stimuleringssubsidie vast binnen 6 weken na de ontvangst van een aanvraag tot subsidievaststelling, tenzij bij de nadere regels anders is bepaald.

  • 3. Deze termijn kan eenmaal voor ten hoogste 6 weken worden verdaagd.

  • 4. Bij de nadere regels kunnen beleidsterreinen worden aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.

  • 5. Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip, bedoeld in de artikelen 14, eerste lid en 15, eerste lid, is ingediend, kunnen burgemeester en wethouders de subsidie-ontvanger schriftelijk een nieuwe termijn stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kunnen zij overgaan tot ambtshalve vaststelling.

Artikel 17. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen

  • 1. Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met gebruikmaking van een bij de nadere regels of bij de subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.

  • 2. Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven wordt uitgegaan van bij de nadere regels of bij de subsidieverlening voorgeschreven definities.

  • 3. Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.

Artikel 18. Eigen vermogen, Reserves & Hardheidsclausule

1. Reserves

  • a.

    Burgemeester en wethouders kunnen bij de verlening van de subsidie toestaan dat organisaties reserves vormen.

  • b.

    Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vaststellen met betrekking tot het eigen vermogen, de bestemmingsreserve en de egalisatiereserve van de subsidieontvanger.

  • c.

    De algemene reserve bedraagt een nader door het college vast te stellen percentage van de jaarlijks beschikbaar gestelde subsidie.

2.Hardheidsclausule

In bijzondere gevallen en voor zover de toepassing van bepalingen in deze “nadere regels” tot onbillijkheden van overwegende aard zou leiden, kan het college ten gunste van een organisatie van deze “nadere regels” afwijken.

Artikel 19. Slotbepalingen

  • 1.

    De Subsidieverordening welzijn 2010 wordt ingetrokken.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag van bekendmaking.

  • 3.

    Op aanvragen die zijn binnengekomen voor inwerkingtreding van deze verordening en waarop nog niet is beslist, zijn de bepalingen van deze verordening van toepassing.

  • 4.

    Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene subsidieverordening Cranendonck 2015.

  • 5.

    Organisaties die bij ingang van de Algemene subsidieverordening gemeente Cranendonck 2014 meer dan 20% en/of € 1.000,- achteruit gaan in subsidie anders dan ten gevolge van wijzigingen in het aantal Cranendonckse leden, en minimaal de afgelopen 3 jaar subsidie hebben ontvangen, komen in aanmerking voor een zogenaamde afbouwregeling.

Ondertekening

Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Cranendonck

in de openbare vergadering d.d. 12 mei 2015.

DE RAAD VOORNOEMD,

De griffier,

Griffier

De voorzitter,

Burgemeester