Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Deventer

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende regels omtrent de heffing en invordering van haven- en opslaggelden Verordening haven- en opslaggelden 2019

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieDeventer
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende regels omtrent de heffing en invordering van haven- en opslaggelden Verordening haven- en opslaggelden 2019
CiteertitelVerordening haven- en opslaggelden 2019
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

Deze regeling vervangt de Verordening op de heffing en invordering van haven- en opslaggelden 2018.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 216 van de Gemeentewet
  2. artikel 219 van de Gemeentewet
Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

22-11-2018nieuwe regeling

07-11-2018

gmb-2018-247860

2018-001335

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening van de gemeenteraad van de gemeente Deventer houdende regels omtrent de heffing en invordering van haven- en opslaggelden Verordening haven- en opslaggelden 2019

De raad van de gemeente Deventer,

 

Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 25 september 2018, 2018-001335;

 

Gelet op de artikelen 216, 219 en 229, aanhef onderdeel a en b van de Gemeentewet;

 

BESLUIT

 

Vast te stellen de volgende verordening:

 

Verordening op de heffing en invordering van haven- en opslaggelden 2019

Artikel 1 Belastbaar feit

Onder de naam van haven- en opslaggelden worden rechten geheven terzake van het gebruik of genot van gemeentelijk vaarwater, van gemeentelijke kaden en loswallen en van andere werken of terreinen door de gemeente ten behoeve van de scheepvaart gemaakt of ter beschikking gesteld.

Artikel 2 Belastingplicht

Belastingplichtig voor het havengeld is de schipper, de reder, de eigenaar van het vaartuig, degene aan wie het schip in het gebruik is gegeven, of degene die als vertegenwoordiger voor één van dezen optreedt.

Voor het opslaggeld is belastingplichtig degene die de goederen opgeslagen heeft, degene aan wie de opgeslagen goederen toebehoren of degene te wiens behoeve de goederen opgeslagen zijn.

Artikel 3 Begripsomschrijvingen

Deze verordening verstaat onder:

  • a.

    haven: de voor de openbare dienst bestemde wateren en de voor de openbare dienst bestemde werken of inrichtingen die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn;

  • b.

    kade: de voor de openbare dienst bestemde plaats ingericht voor het aanleggen of aangelegd houden van vaartuigen en/of voor het opslaan van goederen ter lading en/ of gelost uit voer- of vaartuigen;

  • c.

    gemeentelijk vaarwater: het in eigendom aan de gemeente toebehorende of bij haar in onderhoud of beheer zijnde openbaar vaarwater;

  • d.

    vaartuig: elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen van of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen;

  • e.

    pleziervaartuig: een vaartuig dat hoofdzakelijk is bestemd of wordt gebruikt voor de recreatie;

  • f.

    woonschip: elk vaartuig dat uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebezigd als, of te oordelen naar zijn constructie of inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd is tot, dag- of nachtverblijf van een of meer personen;

  • g.

    meetbrief: het document als bedoeld in artikel 12c van de Binnenschepenwet;

  • h.

    laadvermogen: het in tonnen uitgedrukte laadvermogen, zoals blijkt uit de bij het vaartuig behorende meetbrief;

  • i.

    ton: een massa van 1.000 kilogram;

  • j.

    dag: de periode van 00.00 uur tot 24.00 uur;

  • k.

    week: een aaneengesloten periode van zeven dagen, beginnende op de dag waarin het gebruik een aanvang neemt;

  • l.

    kalenderjaar: een aaneengesloten periode van twaalf maanden, aanvangende 1 januari en eindigende op 31 december.

Artikel 4 Tarieftoepassing

Voor de toepassing van de tarieven wordt een gedeelte van een dag, een gedeelte van een week, een m², een m³ of een ton als een volle eenheid gerekend.

Artikel 5 Wijze van berekening

  • 1.

    Het haven- en opslaggeld wordt geheven, zodra het gebruik van het gemeentelijk vaarwater, van kaden en loswallen of enig in artikel 1 genoemd gemeentewerk aanvangt.

  • 2.

    Het havengeld wordt, met uitzondering van het bepaalde in artikel 6, eerste lid, onder b en d en vierde lid, geheven naar de inhoud of het laadvermogen gemeten in tonnen. Als inhoudsgrootte van een vaartuig wordt aangenomen de inhoud volgens de geldige meetbrief.

  • 3.

    In afwijking tot bovenstaande bepalingen met betrekking tot de inhoudsmaat van het vaartuig wordt onder de navolgende voorwaarden uitgegaan van de helft van de inhoudsmaat van het vaartuig indien:

    • a.

      minder dan de helft van de inhoudsmaat aan lading van het vaartuig gelost wordt bij een Deventer bedrijf en;

    • b.

      het vaartuig binnen drie dagen de haven weer verlaat en;

    • c.

      de havenmeester te voren schriftelijk op de hoogte is gesteld.

  • 4.

    Als laadvermogen wordt aangenomen de inhoud volgens de geldende meetbrief.

  • 5.

    Indien de geldende meetbrief niet aanwezig is, of bij weigering om deze te tonen, of indien deze niet de vereiste gegevens vermeldt, wordt het laadvermogen van het schip ambtshalve vastgesteld.

  • 6.

    De maatstaf voor de berekening van de opslaggelden is het aantal vierkante meters ingenomen grondoppervlakte.

  • 7.

    Ter bepaling van de door de opgeslagen goederen ingenomen grondoppervlakte wordt de ruimte tussen de goederen mede geacht door die goederen te zijn ingenomen.

Artikel 6 Tarieven

  • 1.

    Het havengeld bedraagt:

    • a.

      voor beroepsvaartuigen die in de gemeente goederen laden of lossen:

      per ton per 2 weken: € 0,20 excl. BTW

      voor beroepsvaartuigen die in de gemeente passagiers in nemen of aan wal zetten: per ton per 2 weken: € 0,20 excl. BTW

      doch met een minimum van € 69,32 excl. BTW, alsmede per reservering van een aanlegplaats een bedrag van € 40,99 excl. BTW.

    • b.

      voor beroepsvaartuigen welke zijn uitgerust voor het verrichten van sleepdiensten:

      per week of gedeelte daarvan: € 19,53 excl. BTW

    • c.

      voor beroepsvaartuigen welke niet onder de groepen a of b vallen en langer dan 48 uur gebruik

      maken van gemeentelijk vaarwater of enig ander in artikel 1 van de verordening genoemd gemeentewerk:

      per ton of gedeelte daarvan: € 0,17 excl. BTW

    • d.

      voor vaartuigen uitgerust, dan wel ingezet als pleziervaartuig:

      per strekkende meter lengte per vier weken € 2,07 excl. BTW

    • e.

      voor vaartuigen die gebruik maken van een sluispassage en een eigen ligplek hebben in de binnenhaven:

      per schutting € 12,80 excl.BTW

  • 2.

    Betaling van het havengeld, genoemd onder lid 1, onder a en c geeft recht op gebruik van de haven voor uitvoeren van een laad- of losactiviteit. Deze activiteit dient binnen veertien dagen te zijn voltooid.

  • 3.

    Het havengeld bedoeld in het 1e lid, sub a, kan jaarlijks voor de duur van één kalenderjaar bij vooruitbetaling per abonnement worden voldaan, in welk geval per ton laadvermo¬gen, waarbij een gedeelte van een ton voor een hele ton wordt gerekend wordt geheven:

    • a.

      voor gebruik ten hoogste iedere twee weken éénmaal € 3,19 excl. BTW

    • b.

      voor gebruik ten hoogste iedere week éénmaal € 6,33 excl. BTW

    • c.

      voor gebruik ten hoogste iedere week tweemaal € 12,70 excl. BTW

    • d.

      voor gebruik meer dan twee malen iedere week € 19,02 excl. BTW

  • 4.

    Voor woonschepen of daarmee gelijk te stellen vaartuigen liggende in het gemeentelijk vaarwater, wordt een recht geheven van de eigenaar, berekend naar in beslag genomen wateroppervlak, bedragende per vierkante meter per jaar € 5,88 of voor het geval de ligplaats minder dan een jaar wordt gebruikt, € 0,49 per vierkante meter per maand of gedeelte daarvan. Een gedeelte van een vierkante meter geldt voor een hele vierkante meter. Over de in dit lid genoemde rechten is geen BTW verschuldigd.

  • 5.

    Het opslaggeld bedraagt:

    • a.

      voor elke week of gedeelte daarvan:

      per m² of gedeelte daarvan door de goederen of voorwerpen in beslag genomen ruimte:

      • -

        voor zover het betreft ondernemers in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968: € 4,04 excl. BTW

      • -

        voor zover het betreft anderen dan ondernemers in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968: € 4,86 incl. BTW

    • b.

      bij meermalig gebruik, in de loop van het kalenderjaar van kaden, oevers en steigers, voor zover een strook grond of oppervlakte wordt verlengd tot ten hoogste 6 meter breedte, per strekkende meter (of gedeelte daarvan) kade, oever of steiger bij wijze van abonnement, bij vooruitbetaling voor het verschuldigd kalenderjaar:

      • -

        voor zover het betreft ondernemers in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968: € 20,09 excl. BTW

      • -

        voor zover het betreft anderen dan ondernemers in de zin van de Wet op de Omzetbelasting 1968: € 24,54 incl. BTW

Artikel 7 Vrijstellingen

Geen haven- of opslaggeld wordt geheven van:

  • a.

    Vaartuigen in eigendom of gebruik bij de Staat der Nederlanden;

  • b.

    Hospitaalschepen of vaartuigen die als zodanig dienst doen;

  • c.

    Vaartuigen in eigendom of gebruik bij de gemeente Deventer;

  • d.

    Roeiboten behorende bij een vaartuig waarvoor havengeld verschuldigd is;

  • e.

    Vaartuigen die wegens ijsgang of andere niet aan belastingplichtige te wijten externe omstandigheden hun reis niet kunnen voortzetten, mits niet wordt geladen en/of gelost;

  • f.

    Beroepsvaartuigen die in de gemeente passagiers innemen of aan wal zetten die verplicht zijn gebruik te maken van de binnenhaven indien de kades langs de IJssel vanwege de waterstanden op dat moment redelijkerwijs niet gebruikt kunnen worden.

Artikel 8 Wijze van heffing

  • 1.

    De rechten in artikel 6, worden m.u.v. de rechten in artikel 6, vierde lid, geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur.

  • 2.

    De rechten in artikel 6, vierde lid worden geheven bij wege van aanslag.

Artikel 9 Termijnen van betaling

  • 1.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de rechten als genoemd in artikel 8, eerste lid, worden betaald op het moment van uitreiking van de kennisgeving.

  • 2.

    Ingeval de kennisgeving als genoemd in artikel 8, eerste lid wordt toegezonden, moeten de rechten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving.

  • 3.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen die worden opgelegd in het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 4.

    In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen die worden opgelegd na het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

  • 5.

    In afwijking van het derde lid van dit artikel geldt, in geval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan, minder is dan € 5.000,-, en zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische incasso kunnen worden afgeschreven van de betaalrekening van de belastingplichtige, dat de aanslagen moeten worden betaald in zoveel termijnen als er na de maand die is vermeld in de dagtekening van het aanslagbiljet, nog volle maanden in het kalenderjaar overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen tenminste drie en ten hoogste tien bedraagt. De eerste termijn vervalt op de 25e dag van de maand volgende op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elke volgende termijn telkens een maand later.

  • 6.

    In afwijking van het vijfde lid van dit artikel moeten aanslagen die worden opgelegd na het belastingjaar waarop zij betrekking hebben, worden betaald in drie gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de volgende termijnen telkens een maand later.

  • 7.

    De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.

Artikel 10 Kwijtschelding

Bij de invordering van haven- en opslaggelden wordt geen kwijtschelding verleend.

Artikel 11 Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels geven met betrekking tot de heffing en invordering van haven- en opslaggelden.

Artikel 12 Inwerkingtreding en citeertitel

  • 1.

    Met ingang van de in het derde lid genoemde datum wordt ingetrokken:

    De “Verordening op de heffing en invordering van haven- en opslaggelden 2018” vastgesteld door de gemeenteraad van Deventer op 8 november 2017, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.

  • 2.

    Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag na die van de bekendmaking.

  • 3.

    De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2019.

  • 4.

    Deze verordening kan worden aangehaald als de "Verordening haven- en opslaggelden 2019".

 

Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 7 november 2018

De raad voornoemd,

de griffier,

R. Weernekers

de voorzitter,

R.C. König