Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Eijsden-Margraten

Reiskosten

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieEijsden-Margraten
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingReiskosten
CiteertitelRegeling reiskosten gemeente Eijsden-Margraten 2011
Vastgesteld doorcollege van burgemeester en wethouders
Onderwerpbestuur en recht
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

CAR-UWO

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

20-09-201601-01-2011N.v.t.

20-09-2016

Onbekend

regeling reiskosten

Tekst van de regeling

Intitulé

Reiskosten

 

 

Reiskosten

Artikel 1 Begripsbepaling

Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:

  • a

    Werkgever: het college van burgemeester en wethouders van Eijsden-Margraten. Bevoegdheden kunnen gemandateerd of gedelegeerd zijn op grond van het delegatie- en mandaatbesluit van de gemeente Eijsden-Margraten.

  • b

    Medewerker: de ambtenaar bedoeld in artikel 1:1, eerste lid onder a CAR-UWO, alsmede personen, die anderszins werkzaam zijn voor werkgever en waarop deze regeling van toepassing wordt verklaard.

  • c

    Standplaats: het adres van de vestiging waar of van waaruit de medewerker zijn werkzaamheden uitoefent. Indien er meerdere vestigingen zijn, geldt als standplaats de vestiging waar of van waaruit de werkzaamheden hoofdzakelijk plaatsvinden.

  • d

    Dienstreis: een noodzakelijke verplaatsing van een medewerker tot het verrichten van een werkgerelateerde activiteit buiten de standplaats, evenals het hiermee verband houdende verblijf buiten deze plaats. Als dienstreis wordt mede aangemerkt het reizen ten behoeve van het volgen van een opleiding-, vorming- en trainingsactiviteit en het (extra) reizen ten behoeve van het verrichten van overwerk.

  • e

    Reiskosten bij dienstreizen:

    • I

      reis- en verblijfkosten in de lijn van de normale uitoefening van de functie

    • II

      reis- en verblijfkosten in het kader van het werken buiten de standplaats

    • III

      reis- en verblijfkosten in het kader van overwerk

    • IV

      reis- en verblijfkosten in het kader van het volgen van opleiding-, vorming- en trainingsactiviteiten buiten de standplaats.

Artikel 2 Gebruik van een (e-)vervoermiddel van gemeentewege

Een dienstreis wordt primair gemaakt met een door de werkgever ter beschikking te stellen (elektrisch) vervoermiddel, op de wijze en onder de voorwaarden, zoals nader door de werkgever wordt aangegeven.

Artikel 3 Gebruik van openbaar vervoer

Van het bepaalde in het vorige lid kan worden afgeweken door gebruik te maken van openbaar vervoer. In dat geval maakt de medewerker gebruik van een door de werkgever te verstrekken OV kaart *. Wanneer gebruik van de OV kaart niet of niet voor de hele dienstreis mogelijk is, declareert de medewerker de door hem gemaakte kosten van openbaar vervoer.

Artikel 4 Gebruik van eigen vervoer

In situaties waarin toepassing kan worden gegeven aan het bepaalde in de artikelen 2 en 3 en waarin de medewerker desondanks gebruik maakt van eigen vervoer wordt géén vergoeding verstrekt; in dat geval blijven de reiskosten geheel voor rekening van de medewerker. Afwijking van het voorgaande is slechts mogelijk:

  • a

    bij de inzet van een eigen vervoermiddel voor aansluitend vervoer *

  • b

    wanneer de dienstreisbestemming vanwege de beperkte actieradius van een te verstrekken (elektrisch) vervoermiddel niet kan worden gehaald én het gebruik van openbaar vervoer in alle redelijkheid onvoldoende uitkomst biedt

  • c

    wanneer géén van gemeentewege te verstrekken (elektrisch) vervoermiddel beschikbaar is én het gebruik van openbaar vervoer in alle redelijkheid onvoldoende uitkomst biedt.

In deze gevallen kan met toestemming van de direct leidinggevende gebruik worden gemaakt van eigen vervoer onder toekenning van de vergoeding als aangegeven in artikel 2 van de reisregeling binnenland *.

Artikel 5 Parkeerkosten

Lid 1

De medewerker maakt zoveel mogelijk gebruik van een door de werkgever te verstrekken parkeerbewijs voor daartoe aangewezen parkeerfaciliteiten. De kosten hiervan komen direct voor rekening van de werkgever.

Lid 2

In overige gevallen declareert de medewerker de gemaakte parkeerkosten overeenkomstig het bepaalde in artikel 7. De parkeerkosten worden netto vergoed.

Artikel 6 Verblijfkosten

De in het kader van een dienstreis gemaakte verblijfkosten worden vergoed op basis van de naar redelijkheid en billijkheid te maken kosten.

Artikel 7 Declaratie

Lid 1

Uitbetaling van de reis- en verblijfkosten geschiedt op declaratiebasis via de salarisadministratie, of – voor personen die niet regulier in deze administratie zijn opgenomen – op de met hen overeen te komen wijze.

Lid 2

De gemaakte kosten worden alleen vergoed op basis van de bij de declaratie te overleggen bewijsstukken *.

Lid 3

Geen aanspraak op vergoeding van kosten bestaat, indien een declaratie niet binnen drie maanden na de kalendermaand waarin de kosten zijn gemaakt bij de werkgever is ingediend.

Artikel 8 Recht op vergoeding

De medewerker heeft recht op een vaste, maandelijkse vergoeding van de reiskosten tussen zijn woning en zijn standplaats. Deze vergoeding wordt verstrekt met inachtneming van onderstaande bepalingen.

Artikel 9 Berekening

Lid 1

Ongeacht de feitelijk door een medewerker te rijden route en de door hem gekozen wijze van vervoer, wordt de vergoeding per maand berekend op basis van de volgende uitgangspunten:

  • a

    De afstand van de woning tot de standplaats wordt “van deur tot deur” berekend op basis van de kortste route per auto. Deze afstand wordt gemeten volgens een door de werkgever in overleg met het georganiseerd overleg aan te wijzen routeplanner *.

  • b

    Wanneer de routeplanner bij toepassing van een andere route-optie een reistijd enkele reisafstand berekent, die tenminste 15 minuten sneller is dan bij de optie “kortste route”, dan wordt voor de berekening van de reisafstand uitgegaan van de alternatieve route-optie en het daarbij behorende, hogere aantal kilometers.

  • c

    Enkele reisafstanden van minder dan 1 kilometer worden afgerond op 1 kilometer.

  • d

    Enkele reisafstanden van meer dan 35 kilometer worden gemaximeerd op 35 kilometer.

  • e

    Voor het aantal reisdagen per jaar wordt uitgegaan van het aantal in de fiscale regelgeving bepaalde dagen, waarbij reeds rekening is gehouden met kortstondige afwezigheid wegens onder andere vakantie, ziekte, incidenteel thuiswerken en zorgverlof *.

  • f

    Vergoeding vindt plaats op basis van de fiscaal wettelijk toegestane, onbelaste vergoeding per kilometer *.

  • g

    Voor de berekening van de vergoeding per maand wordt het retour aantal kilometers per dag vermenigvuldigd met het aantal reisdagen per jaar en met de onbelaste vergoeding per kilometer. De uitkomst hiervan wordt gedeeld door twaalf.

Lid 2

Bij reizen op minder dan gemiddeld vijf dagen per week wordt de vergoeding naar rato berekend. Bij een wisselend werkpatroon wordt uitgegaan van het aantal dagen, waarop gemiddeld genomen wordt gereisd.

Lid 3

De medewerker geeft wijzigingen, die leiden tot een verandering in de hoogte van de vergoeding, tijdig en schriftelijk door aan de werkgever. Een herberekening van de vergoeding wordt doorgevoerd met ingang van de eerste dag van de maand volgende op de maand, waarin de wijziging heeft plaatsgevonden; eenzelfde herberekening vindt plaats in geval van organisatiegerelateerde wijzigingen, waaronder wijziging van de standplaats.

Lid 4

Bij in- of uitdiensttreding wordt de vergoeding toegekend respectievelijk beëindigd vanaf de eerste dag van de maand volgende op de maand, waarin de in- of uitdiensttreding plaatsvindt.

Artikel 10 Afwezigheidsituaties

Lid 1

Bij kortstondige afwezigheid wordt de vergoeding doorbetaald. Van kortstondige afwezigheid is sprake wanneer deze niet langer dan zes aansluitende weken duurt.

Lid 2

Bij langer durende afwezigheid dan zes aansluitende weken, wordt de vergoeding in de maand waarin de afwezigheid is ontstaan en in de daarop volgende kalendermaand doorbetaald. Vervolgens wordt de vergoeding stopgezet. De toekenning van de vergoeding wordt hervat met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op de maand van terugkeer *.

Artikel 11 Onvoorziene gevallen

In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.

Artikel 12 Citeertitel en inwerkingtreding

Deze regeling kan aangehaald worden als de “Regeling reiskosten gemeente Eijsden-Margraten 2011” en treedt met terugwerkende kracht tot 1 januari 2011 in werking.


*

Bijv. de NS business Card, tevens te gebruiken voor parkeren op P+R parkeerterreinen bij NS stations

*

Bijvoorbeeld in de situatie waarin eerst met eigen vervoer naar een station wordt gereden.

*

€ 0,37 bruto per kilometer per 1 januari 2011

*

Vervoerbewijzen, parkeerbonnen, rekening eetgelegenheid, etc. Bij het ontbreken daarvan een kopie bank- of giroafschrift.

*

m.i.v. 1 januari 2011 wordt de ANWB routeplanner toegepast

*

214 werkdagen per jaar per peildatum 2011

*

€ 0,19 per kilometer per peildatum 1 januari 2011

*

conform fiscale richtlijnen