Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Flevoland

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland houdende het Openstellingsbesluit uitvoering LEADER-projecten provincie Flevoland 2015-2022

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieFlevoland
OrganisatietypeProvincie
Officiële naam regelingBesluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland houdende het Openstellingsbesluit uitvoering LEADER-projecten provincie Flevoland 2015-2022
CiteertitelOpenstellingsbesluit uitvoering LEADER-projecten provincie Flevoland 2015-2022
Vastgesteld doorgedeputeerde staten
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerpsubsidies

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. art. 3.1 Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020
  2. art. 3.3.1 Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020
  3. art. 3.3.2 Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020
  4. art. 3.3.3 Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020
  5. art. 3.3.4 Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020
  6. art. 3.3.5 Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020
  7. art. 3.3.6 Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

03-09-2016artikel 3

30-08-2016

Provinciaal blad 2016, 4936

1950998
21-07-201603-09-2016nieuwe regeling

12-07-2016

Provinciaal blad 2016, 4211

1935955

Tekst van de regeling

Intitulé

Besluit van Gedeputeerde Staten van de provincie Flevoland houdende het Openstellingsbesluit uitvoering LEADER-projecten provincie Flevoland 2015-2022

Gedeputeerde Staten maken bekend dat zij in hun vergadering van 12 juli 2016 onder nummer 1928081 het besluit heeft genomen tot openstelling van de regeling uitvoering LEADER-projecten provincie Flevoland 2015-2022 uit de Subsidieverordening Plattelandsontwikkelingsprogramma (P0P3) provincie Flevoland 2014-2020.

 

Besluit van Gedeputeerde Staten van Flevoland van 12 juli 2016 tot openstelling van LEADER; Uitvoering van LEADER-projecten uit de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020 (Openstellingsbesluit uitvoering van LEADER-projecten provincie Flevoland 2015-2022)

 

Gedeputeerde Staten van Flevoland;

 

Gelet op de artikelen 1.3 en 3.3.1 tot en met 3.3.6 van de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020;

 

Overwegende dat het wenselijk is om middelen beschikbaar te stellen ten behoeve van de uitvoering van de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) LEADER Flevoland en de mogelijkheid tot het indienen van subsidieaanvragen hiervoor.

 

Besluiten:

 

I. Open te stellen: De regeling uitvoering van LEADER-projecten voor de uitvoering van de Lokale Ontwikkelingsstrategie in het kader van LEADER als bedoeld in artikel 3.3.1 tot en met 3.3.6 van de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020 - verder te noemen de Subsidieverordening POP3 - voor de periode van 1 september 2016 tot en met 31 december 2020.

II. Het subsidieplafond voor de openstellingsperiode vast te stellen voor de gehele LEADER- periode tot en met 2020 op € 3.004.000 aan Europese ELFPO-middelen.

III. De ELFPO-middelen moeten met eenzelfde bedrag aan overheidsmiddelen aangevuld worden.

Artikel 1. Begripsbepaling

In dit besluit wordt verstaan onder:

  • a.

     POP3: (PlattelandsOntwikkelingsProgramma 3): het derde Plattelandsontwikkelingsprogramma van Nederland in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling 2014-2020;

  • b.

     ELFPO (Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling): het fonds dat het POP3 programma financiert;

  • c.

     LEADER (Liaison Entre Actions de Développement de l’Économie Rurale): een programma dat vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling in het kader van POP3 stimuleert;

  • d.

     LEADER-subsidie: Europese subsidie zoals bedoeld in hoofdstuk 3 van de Subsidieverordening POP3 provincie Flevoland 2014-2020;

  • e.

     LAG: (Lokale ActieGroep): als bedoeld in artikel 34 van Vo (EU) nr. 1303/2013;

  • f.

     LOS: (Lokale OntwikkelingsStrategie): strategie voor vanuit de gemeenschap geleide lokale ontwikkeling uitgevoerd door een LAG;

  • g.

     Subsidiabele kosten: kosten en/of investeringen die volgens de Subsidieverordening POP3 en het openstellingsbesluit uitvoering LEADER-projecten in aanmerking komen voor steun. In artikel 4 van het openstellingsbesluit uitvoering LEADER-projecten worden de subsidiabele kostensoorten genoemd;

  • h.

     Verklaring van cofinanciering: Besluit van gemeente, provincie of waterschap waarin staat welk bedrag aan cofinanciering zij verleent voor de LEADER-subsidie van dat project.

Artikel 2. Subsidiabele activiteit

Subsidie kan worden verstrekt voor de uitvoering van concrete acties die passen binnen de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) van LEADER Flevoland 2015-2020:

  • a.

     versterking sociale innovatie en sociale cohesie;

  • b.

     versterking stad-land relatie;

  • c.

     ontwikkeling recreatie platteland.

Artikel 3. Aanvrager

Subsidie wordt verstrekt aan:

  • a.

     publieke rechtspersonen;

  • b.

     private rechtspersonen;

  • c.

     ondernemingen zonder rechtspersoonlijkheid, met name eenmanszaken, vennootschappen onder firma, commanditaire vennootschappen, maatschappen.

Artikel 4. Subsidiabele kosten

Kosten zijn subsidiabel vanaf het moment dat de aanvraag is ingediend, met uitzondering van voorbereidingskosten. Onverminderd artikel 1.9 tot en met 1.12 van de Subsidieverordening POP3 kan subsidie worden verstrekt voor alle kosten gemaakt ter voorbereiding of uitvoering van projecten die passen binnen de LOS.

  • a.

     de kosten van de bouw, verbetering, verwerving of leasing van onroerende zaken;

  • b.

     de kosten van de aankoop van bebouwde en niet bebouwde gronden zijn subsidiabel tot maximaal 10% van de totale subsidiabele kosten;

  • c.

     de kosten van de koop van nieuwe goederen of huurkoop van nieuwe machines en installaties tot maximaal de marktwaarde van de activa;

  • d.

     de kosten van tweedehands goederen tot maximaal de marktwaarde;

  • e.

     de kosten van adviseurs, architecten en ingenieurs;

  • f.

     de kosten van haalbaarheidsstudies;

  • g.

     de kosten van verwerving of ontwikkeling van computersoftware;

  • h.

     de kosten van verwerving van octrooien, licenties, auteursrechten en merken;

  • i.

     reis- en verblijfkosten;

  • j.

     de kosten voor roerende zaken;

  • k.

     voorbereidingskosten tot één jaar voordat de aanvraag tot subsidie is ingediend. Deze dienen te bestaan uit kosten voor architecten, ingenieurs en adviseurs, adviezen over duurzaamheid op milieu- en economisch gebied en haalbaarheidsstudies. Het mogen ook personeelskosten of mag inbreng zijn van eigen arbeid die hierop betrekking heeft;

  • l.

     niet verrekenbare BTW;

  • m.

     bijdragen in natura (onbetaalde eigen arbeid van niet verloonde ondernemers en bestuursleden van verenigingen of stichtingen die niet op de loonlijst van de begunstigden staan), die wordt gewaardeerd op €35,- per uur;

  • n.

     bijdragen in natura (onbetaalde arbeid van vrijwilligers), die wordt gewaardeerd op €22,- per uur;

  • o.

     personeelskosten van de bij de uitvoering van het project betrokkenen, voor de uren die aantoonbaar ten behoeve van het project zijn gemaakt. Werkelijk gemaakte personeelskosten worden per uur berekend door het meest recente bruto jaarloon te delen door 1.720 uren op basis van een werkweek van 40 uur, vermeerderd met een opslag van 43,5% voor de werkgeverslasten en een opslag van 15% voor de indirecte kosten. Indien er sprak is van een parttime dienstverband, worden de personeelskosten per uur naar rato berekend. Personeelskosten zijn subsidiabel tot maximaal 1.720 uur per persoon per jaar;

  • p.

     de kosten voor leges;

  • q.

     de kosten voor promotie en publiciteit.

Artikel 5. Hoogte subsidie

  • 1

     De subsidie bedraagt maximaal 60% van de totale subsidiabele kosten waarvan;

    • a.

       50% te financieren vanuit Europese ELFPO-middelen;

    • b.

       50% cofinancieringsbijdrage vanuit een of meer overige overheden.

  • 2

     Indien de aanvrager een subsidiebedrag aanvraagt dat lager is dan het bedrag dat verkregen wordt door de subsidiabele kosten te vermenigvuldigen met het onder lid 1 genoemde percentage van de totale subsidiabele kosten, wordt dit gezien als het aangevraagde en maximaal te verlenen subsidiebedrag.

Artikel 6. Boven- en ondergrens van de financiële projectomvang

  • 1

     Om voor subsidie in aanmerking te komen dient op moment van de subsidieverlening de subsidie per project minimaal € 30.000,- (EU + cofinanciering overheden) te bedragen.

  • 2

     Indien de totale subsidiabele projectkosten het bedrag van € 333.333,- overstijgen bedraagt de maximale subsidie € 200.000,- (EU + cofinanciering overheden).

Artikel 7. Prioritering subsidieaanvragen

Er wordt afgeweken van de werkwijze in artikel 1.15 (tendering) van de Subsidieverordening POP3. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld en afgehandeld aan de hand van de in artikel 8 en 9 van dit openstellingsbesluit beschreven selectiecriteria.

Artikel 8. Selectiecriteria

Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien de aanvraag past binnen de door Gedeputeerde Staten vastgestelde Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) Flevoland 2015-2020. Het betreft de volgende selectiecriteria:

  • 1.

     De mate waarin het project bijdraagt aan één of meerdere doelen van de LOS, hetgeen blijkt uit de omschrijving van de bijdrage aan:

    • a.

       versterking sociale innovatie en sociale cohesie;

    • b.

       versterking stad-landrelatie;

    • c.

       ontwikkeling recreatie platteland.

  • 2.

     De mate waarin het project past binnen de werkwijze van LEADER, hetgeen blijkt uit:

    • a.

       de bottom-up aanpak;

    • b.

       mobiliseren lokale gemeenschap;

    • c.

       experimenteel en innovatief;

    • d.

       voorbeeldfunctie, overdracht kennis;

    • e.

       gericht op vrouwen, jongeren of ouderen.

  • 3.

     De mate waarin het project haalbaar is vanuit financieel en organisatorisch oogpunt, hetgeen blijkt uit:

    • a.

       de organisatiebeschrijving;

    • b.

       de expertise van de initiatiefnemer;

    • c.

       het realisme van het tijdpad;

    • d.

       het zicht op levensvatbaarheid en continuïteit;

    • e.

       een sluitende en transparante begroting;

    • f.

       een financieringsplan en toezegging van de cofinanciering;

    • g.

       aanwezigheid van vergunningen.

  • 4.

     De mate van efficiency en doelmatigheid van het project hetgeen blijkt uit:

    • a.

       de balans tussen investeringen en de verwachte opbrengst in brede zin;

    • b.

       de meerwaarde die het project krijgt door gebruikmaking van de LEADER-subsidie;

    • c.

       de kleinschaligheid van het project.

Artikel 9. Puntenmethodiek

Ter advisering aan Gedeputeerde Staten worden de projecten door de LAG beoordeeld op basis van de selectiecriteria uit artikel 8, waarbij per criterium het volgend aantal punten wordt toegekend.

  • a.

     Het minimum aantal te behalen punten om voor subsidie in aanmerking te komen voor het criterium uit:

    • -

       artikel 8 lid 1 bedraagt 3 punten;

    • -

       artikel 8 lid 2 bedraagt 10 punten;

    • -

       artikel 8 lid 3 bedraagt 4 punten;

    • -

       artikel 8 lid 4 bedraagt 5 punten.

  • b.

     Het maximale aantal toe te kennen punten voor het criterium uit:

    • -

       artikel 8 lid 1 bedraagt 9 punten;

    • -

       artikel 8 lid 2 bedraagt 15 punten;

    • -

       artikel 8 lid 3 bedraagt 6 punten;

    • -

       artikel 8 lid 4 bedraagt 8 punten.

  • c.

     Projecten dienen minimaal 22 punten te behalen om voor subsidie in aanmerking te komen.

Artikel 10. Weigeringsgronden

Onverminderd het bepaalde in artikel 1.8 van de Subsidieverordening POP3 wordt subsidie geweigerd:

  • a.

     Indien voor dezelfde activiteit en dezelfde subsidiabele kosten reeds subsidie op grond van hoofdstuk 2 is verstrekt;

  • b.

     Indien het project niet past binnen de door Gedeputeerde Staten goedgekeurde LOS;

  • c.

     Indien de aanvraag onvoldoende punten behaald op de selectiecriteria zoals genoemd in artikel 8 en 9;

  • d.

     Er bij de subsidieaanvraag geen verklaring van cofinanciering kan worden overlegd van één of meerdere andere overheden die bereid zijn de overige 50% cofinanciering van de subsidie bij te dragen.

Artikel 11. Bevoorschotting en verplichtingen aanvrager

  • 1

     Aanvragers ontvangen bij beschikking een eenmalig voorschot vooruitlopend op realisatie van 25% van de subsidie. Daarna wordt er bevoorschot op basis van realisatie tot maximaal 90% van de subsidie. Een project wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten en bij volledige uitnutting volgt de laatste 10% na afrekening van het project.

  • 2

     Er kunnen maximaal twee voorschotten op grond van artikel 1.23 per jaar worden aangevraagd.

  • 3

     In afwijking van artikel 1.17, lid 1, onder f, van de Subsidieverordening POP3, mag de projectduur langer dan drie jaren zijn, maar dient het project uiterlijk op 31 december 2022 te zijn voltooid.

Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het Provinciaal Blad waarin zij wordt geplaatst.

 

Aldus vastgesteld in de vergadering van Gedeputeerde Staten van provincie Flevoland van 12 juli 2016.

 

Gedeputeerde Staten van Flevoland,

de secretaris, de voorzitter,

Toelichting

Op 19 januari 2016 hebben Gedeputeerde Staten van Flevoland als uitwerking van de LEADER-maatregel uit het Plattelandsontwikkelingsprogramma 2014-2020 (POP3) provincie Flevoland de Lokale Ontwikkelingsstrategie Flevoland vastgesteld. De voorliggende regeling is bedoeld is bedoeld voor initiatiefnemers van projecten die invulling geven aan deze Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) Flevoland. Subsidieaanvragen worden op volgorde van binnenkomst beoordeeld door een door Gedeputeerde Staten ingestelde Lokale Adviesgroep (LAG). De selectiecriteria zijn beschreven in artikel 8 van de regeling en onderbouwd in de Lokale Ontwikkelingsstrategie.

 

Hoogte subsidie

De regeling voorziet in maximaal 60% tegemoetkoming in de kosten voor de uitvoering van lokale initiatieven die bijdragen aan versterking van sociale innovatie en sociale cohesie, versterking stad-land relatie en ontwikkeling recreatie platteland passend binnen de LOS. De verdeelsleutel voor de subsidieverstrekking ligt vast in de LOS, waarbij de initiatiefnemers moeten zorgen voor een cofinanciering van 40% door private partijen. Dat kan zowel betaalde kosten alsook bijdrage in natura in de vorm van uren van onbetaalde arbeid betreffen. De hoogte van de subsidie is tot maximaal de hoogte van de daadwerkelijke ‘out-of-pocket’ gemaakte en betaalde kosten.

 

De hoogte van de subsidie is samengesteld uit financiële bijdragen van meerdere overheden. De Europese Unie draagt 50% van de subsidie bij. De overige 50% dient te worden bijgedragen door een derde overheid. Aan de subsidie-aanvrager de taak ervoor zorg te dragen dat de bijdrage van deze overheid is gegarandeerd. Dit blijkt uit minimaal een bijgevoegde intentieverklaring tot bijdrage van de desbetreffende overheid bij de projectaanvraag.

 

Schematisch ziet de financiering van een project van € 100.000,- subsidiabele projectkosten bij een gehanteerd subsidiepercentage van 60% er als volgt uit:

  • -

     Subsidie 60%:

    • o

       Bijdrage Europa € 30.000,-;

    • o

       Bijdrage derde overheid € 30.000,-;

    • o

       Eigen bijdrage 40%

    • o

       Bijdrage aanvrager € 40.000,- (zowel betaalde kosten alsook bijdrage in natura in de vorm van uren van onbetaalde arbeid).

 

De hoogte van het subsidiepercentage en het minimale en maximale subsidiebedrag is door de LAG bepaald en door Gedeputeerde Staten opgenomen in het openstellingsbesluit. Dit betekent dat subsidie niet wordt toegekend wanneer het aangevraagde subsidiebedrag lager ligt dan het in de regeling genoemde minimumbedrag. Bij aanvraag kan maximaal het in de regeling genoemde maximum subsidiebedrag worden aangevraagd. Wanneer bij vaststelling meer subsidiabele projectkosten worden gerealiseerd dan begroot, dan blijft het subsidiebedrag zoals weergegeven in de subsidieverleningsbeschikking van toepassing.

 

Procedure van aanvraag

Flevolandse inwoners en organisaties met projectideeën gericht op plattelandsontwikkeling kunnen op de LEADER website alle informatie zoals de LOS met selectiecriteria, procedures en contactpersonen vinden. Een initiatiefnemer met een idee kan een projectideeformulier invullen. Vervolgens kan de initiatiefnemer contact opnemen voor intakegesprek met de subsidieadviseur van de gemeente. Tijdens het intakegesprek wordt besproken of het projectidee (in potentie) past binnen de LOS. De gemeente bepaald samen met de initiatiefnemers of het projectidee d.m.v. een informele toetsing (in een pitch) voorgelegd wordt aan de LAG. Als het projectidee past of zou kunnen passen denkt de LAG mee bij de uitwerking van idee naar plan en brengt de initiatiefnemer eventueel in contact met andere partners in het netwerk. Wanneer de initiatiefnemer inschat voldoende kans te hebben op honorering van het projectvoorstel wordt een voorstel geschreven en vraagt cofinanciering van de gemeente. Indien de gemeente een verklaring van cofinanciering afgeeft kan het projectvoorstel informeel worden getoetst door de LAG. Het (eventueel)aangepaste projectvoorstel kan worden ingediend bij RVO.nl via de website www.leaderflevoland.nl.

 

Beoordeling projectvoorstellen/selectiecriteria/puntenmethodiek

Na indiening van de projectvoorstellen worden de stukken beoordeeld op volledigheid (1e toets) door RVO.nl. Indien blijkt dat de aanvraag nog aanvullingen behoeft, wordt de aanvrager in de gelegenheid gesteld deze aan te vullen. Na afronding van deze beoordeling wordt het project inhoudelijk getoetst (2e toets) door RVO.nl. Hierbij wordt beoordeeld of het project binnen de kaders van het openstellingsbesluit past.

 

De Europese Commissie verlangt dat de goede projecten voor subsidie in aanmerking komen (3e toets). De LAG beoordeeld op kwalitatieve gronden en heeft in de LOS hun selectiecriteria, puntenmethodiek en hulpvragen opgenomen. Aan de hand van deze, in het openstellingsbesluit overgenomen selectiecriteria, worden punten aan een project toegekend. Deze werkzaamheden zijn door Gedeputeerde Staten aan de LAG opgedragen. De individuele leden van de LAG kennen aan de ingediende projectvoorstellen een bepaalde score toe. Het gemiddelde van de individuele scores bepaalt de totaalscore van een projectvoorstel. De LAG brengt haar advies over het project uit aan Gedeputeerde Staten. De LAG organiseert minimaal 3 maal per jaar een vergadering waarin aanvragen worden beoordeeld. In het openstellingsbesluit is een bepaalde puntenmethodiek opgenomen. Deze methodiek houdt in dat per selectiecriterium een maximaal aantal punten kan worden behaald. Zoals eerder genoemd wordt de hoogte van deze puntenscore bepaald door de LAG. Tevens wordt per criterium een minimumscore gehanteerd. Dit betekent dat voor elk criterium een minimale score moet worden behaald om voor subsidie in aanmerking te komen. Wordt bij één criterium niet aan deze eis voldaan, dan komt het project niet voor subsidie in aanmerking.

 

Om te garanderen dat ieder projectvoorstel aan een bepaalde minimumeis voldoet is in het openstellingsbesluit opgenomen dat als totaalscore een bepaald minimum aantal punten moet worden behaald. Ook hier geldt dat, indien het minimum niet wordt behaald, het project niet voor subsidie in aanmerking komt. Meer informatie vind u op www.leaderflevoland.nl.