Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Gennep

Verordening baatbelasting winkelerf kern Gennep

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGennep
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingVerordening baatbelasting winkelerf kern Gennep
CiteertitelVerordening baatbelasting winkelerf kern Gennep
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpfinanciën en economie
Eigen onderwerp

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Geconsolideerde versie van 8 wijzigingsverordeningen.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

  1. artikel 216, Gemeentewet;
  2. artikel 222, Gemeentewet;

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Geen.

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

01-01-2008Wijzigingen van art. 1, 2, 3, 4, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 14, 15. Toevoegen van art. 8a, 14a. Intrekken van art. 10, 11, 13, 14.

26-11-2007

Gemeenteblad, 2007, nr. 20

geen.

Tekst van de regeling

Intitulé

Verordening baatbelasting winkelerf kern Gennep

De raad van de gemeente Gennep;

 Gelezen de voorstellen van het college van burgemeester en wethouders d.d. 4 januari 1980, 10 maart 1988, 8 november 1990, 16 oktober 1992, 17 juni 1994, 17 februari 1995, 13 december 1996, 17 april 1998, 30 oktober 2007,

 Gelet op artikel 216 en artikel 222 van de Gemeentewet;

 BESLUIT:

 vast te stellen de volgende verordening:

 Verordening op de heffing en invordering van een baatbelasting winkelerf Zandstraat, Markt en Niersstraat 

Artikel 1 Voorwerp der belasting

Terzake van de onroerende zaken, welke zijn gebaat door de aanleg van het winkelerf in de Zandstraat, de Markt en de Niersstraat, zoals in rood aangegeven op de bij deze verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte tekening, bestaande uit het aanbrengen van een sierbestrating, banken, bloembakken, papierbakken, bomen en verlichting, wordt een jaarlijkse belasting geheven, zulks ter verkrijging van een billijke bijdrage in de ten laste van de gemeente blijvende kosten van die voorzieningen.

Artikel 2 Begripsomschrijving

Onder onroerende zaken worden verstaan gebouwde eigendommen met de bij die eigendommen behorende gebouwde aanhorigheden.

Artikel 3 Belastingplicht

  • 1

    De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het belastingjaar van de onroerende zaak als bedoeld in artikel 1 het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht.

  • 2

    Voor de toepassing van het eerste lid wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt diegene, die bij het begin van het belastingjaar als zodanig bij het kadaster bekend staat, tenzij blijkt dat op dat tijdstip een ander de genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht was.

Artikel 4 Grondslag van de belasting

  • 1

    De grondslag waarnaar de belasting wordt geheven is het langs de grond gemeten aantal strekkende meters, waarmee een onroerend zaak grenst aan de Zandstraat, de Markt en/of de Niersstraat, als zodanig aangegeven op de in artikel 1 genoemde tekening.

  • 2

    Bij het bepalen van het aantal strekkende meters worden delen van minder dan één meter verwaarloosd.

Artikel 5 Belastingtarief

De belasting bedraagt per belastingjaar f. 60,-- per strekkende meter.

Artikel 6 Wijze en tijdsduur van de heffing

  • 1

    De belasting wordt geheven bij wege van aanslag.

  • 2

    De belasting wordt, behoudens in geval van voldoening in eens overeenkomstig het bepaalde in artikel 8, jaarlijks geheven en wel gedurende dertig achtereenvolgende belastingjaren.

Artikel 7 Belastingjaar

Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar.

Artikel 8  

  • 1

    Op aanvraag van de belastingplichtige bij de in artikel 231, tweede lid, onderdeel b, van de Gemeentewet bedoelde gemeenteambtenaar wordt de belasting ineens geheven naar een bedrag, dat gelijk is aan de contante waarde van de belastingbedragen, welke geheven zouden zijn - beoordeeld naar de omstandigheden bij het begin van het belastingjaar, waarin de aanvraag wordt gedaan - voor elk van de nog aan te vangen belastingjaren.

  • 2

    De contante waarde, bedoeld in het vorige lid, wordt berekend naar een rentevoet van 9 ¼ % per jaar en wordt op volle guldens naar beneden afgerond. 

Artikel 8a Betalingstermijn

In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.

Artikel 9  

De belasting wordt niet geheven van:

  • 1.

    onroerende zaken, welke uitsluitend worden gebruikt voor woondoeleinden;

  • 2.

    onroerende zaken, waarvan de gemeente de genothebbende is krachtens eigendom, bezit of beperkt recht en die in hoofdzaak worden gebruikt voor de publieke dienst van de gemeente;

  • 3.

    onroerende zaken, welke in hoofdszaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor openbare bijeenkomsten van genootschappen op geestelijke grondslag - andere dan kerkgenootschappen - die rechtspersoon met volledige rechtsbevoegdheid zijn, voor het gezamenlijk beleven van en zich bezinnen op de aan die genootschappen ten grondslag liggende levensovertuiging;

  • 4.

    onroerende zaken, in hoofdzaak dienende tot inrichting ter bevordering van cultuur, mits de genothebbende is een rechtspersoonlijkheid bezettende instelling en het behalen van winst niet wordt beoogd.

  • 5.

    straatmeubilair, waaronder worden begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen.

Artikel 10  

Vervallen (besluit van 27 april 1998)

Artikel 11  

Vervallen (besluit van 27 april 1998)

Artikel 12  

Vervallen (besluit van 23 april 1991)

Artikel 13  

Vervallen (besluit van 27 april 1998)

Artikel 14  

Vervallen (besluit van 27 april 1998)

Artikel 14a Nadere regels door het college van burgemeester en wethouders

Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de baatbelasting.

Artikel 15 Inwerkingtreding en citeerartikel

  • 1

    Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2008, of indien dit later is, met ingang van de tweede dag na die van de bekendmaking.

  • 2

    Deze verordening kan worden aangehaald als "Verordening baatbelasting winkelerf kern Gennep".

Aldus besloten in de openbare vergadering van 26 november 2007

de raad voornoemd,

voorzitter

griffier