Ziet u een fout in deze regeling? Meld het ons op regelgeving@overheid.nl!
Groningen (Gr)

Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011

Wetstechnische informatie

Gegevens van de regeling
OrganisatieGroningen (Gr)
OrganisatietypeGemeente
Officiële naam regelingAlgemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011
CiteertitelAlgemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011
Vastgesteld doorgemeenteraad
Onderwerpmaatschappelijke zorg en welzijn
Eigen onderwerpAlgemene subsidieverordening gemeente Groningen
Externe bijlagenToelichting Algemene toelichting op de wijzigingsverordening Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011 exb-2017-54264 exb-2017-54265

Opmerkingen met betrekking tot de regeling

Artikel 29 bevat een overgangsbepaling.

Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd

Gemeentewet, art. 149

Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving)

Nadere regels subsidies gemeente Groningen

Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen

Datum inwerkingtreding

Terugwerkende kracht tot en met

Datum uitwerkingtreding

Betreft

Datum ondertekening

Bron bekendmaking

Kenmerk voorstel

11-10-2016Wijziging

28-09-2016

gmb-2016-139303

5780423
15-01-201511-10-2016art. 1, 6, 29

17-12-2014

Gemeenteblad, 2015, 02

4705826
09-12-201115-01-2015art. 6, 8, 14, 23, 29 en in de toelichting en algemene toelichting

30-11-2011

Gemeenteblad, 2011, 112

GR 11.2789896

Tekst van de regeling

Intitulé

ALGEMENE SUBSIDIEVERORDENING GEMEENTE GRONINGEN 2011

DE RAAD VAN DE GEMEENTE GRONINGEN;

(GR 11.2610677);

 

Gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 3 mei 2011;

 

Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;

 

HEEFT BESLOTEN:

 

de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011 (ASV 2011) vast te stellen.

Paragraaf 1 Algemene bepalingen

 

Artikel 1 Begripsbepalingen

Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:

  • a.

    college: college van burgemeester en wethouders van Groningen;

  • b.

    incidentele subsidie: subsidie ten behoeve van bijzondere incidentele projecten of activiteiten die niet behoren tot de reguliere bezigheden van de aanvrager en waarvoor het college slechts voor een van tevoren bepaalde tijd van maximaal 4 jaar subsidie wil verstrekken;

  • c.

    jaarlijkse subsidie: subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald aantal boekjaren aan een instelling voor een periode van maximaal 4 jaar wordt verstrekt;

  • d.

    activiteitenplan: een overzicht van de door de subsidieontvanger voorgenomen activiteiten vertaald naar meetbare resultaten en beoogde effecten, alsmede de relatie daarvan met gemeentelijk beleid, uit te voeren binnen een aangegeven termijn.

  • e.

    wnt: de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector van 15 november 2012;

  • f.

    bezoldiging: de som van de beloning, de belastbare vaste en variabele onkostenvergoedingen, beloningen betaalbaar op termijn, winstdelingen en bonusbetalingen, alles zoals beschreven in artikel 1.1 onderdelen e. en f. van de Wnt;

  • g.

    bovenwettelijke bezoldiging: de bezoldiging als bedoeld in artikel 1.1 onder k. van de Wnt voor zover die bezoldiging hoger is dan het bezoldigingsmaximum zoals beschreven in artikel 2.3 Wnt van topfunctionarissen door instellingen die krachtens deze verordening subsidie ontvangen van de gemeente Groningen.

Artikel 2 Reikwijdte verordening (Corresponderen met programmabegroting
  • 1.

    Voor de volgende beleidsterreinen kan subsidie worden verstrekt:

    • 1.

      werk en inkomen;

    • 2.

      economie en werkgelegenheid;

    • 3.

      jeugd en onderwijs;

    • 4.

      welzijn, gezondheid en zorg;

    • 5.

      sport en bewegen;

    • 6.

      cultuur;

    • 7.

      verkeer;

    • 8.

      wonen;

    • 9.

      onderhoud en beheer openbare ruimte

  • 2.

    Bij het verstrekken van subsidies geldt voor de onderwerpen welzijn, zorg, re-integratie en onderwijs als belangrijk doel het behoud en de versterking van de lokale infrastructuur.

  • 3.

    In gevallen genoemd in artikel 4:41 lid 2 van de Algemene wet bestuursrecht is de subsidieont-vanger, voor zover verstrekking van subsidie door het college heeft geleid tot vermogensvorming,daarvoor een vergoeding aan het college verschuldigd. Het college kan daarbij nadere regelsstellen.

Artikel 3 Bevoegdheid college
  • 1.

    Het college kan nadere regels stellen, waarin in elk geval de te subsidiëren activiteiten, de doelgroepen en de verdeling van de subsidie per beleidsterrein zoals bedoeld in artikel 2 worden omschreven. Indien het college de bevoegdheid heeft om af te wijken van het bepaalde in deze verordening door het stellen van nadere regels, kan dit slechts voor specifieke omstandigheden bij een beleidsterrein.

  • 2.

    Het college is bevoegd tot uitvoering van deze verordening, waaronder het verstrekken van subsidies met inachtneming van de in de gemeentebegroting opgenomen financiële middelen of het subsidieplafond.

  • 3.

    Indien de begroting daarvoor nog niet is vastgesteld, dan wel goedgekeurd, verstrekt het college subsidies alleen onder de voorwaarde dat voldoende gelden ter beschikking worden gesteld.

Artikel 4 Democratisering, inspraak- en klachtenprocedure, rechten van de mens, anti-discriminatie, emancipatie en toegankelijkheid accommodaties
  • 1.

    De activiteiten van de subsidieontvanger dienen open te staan voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, godsdienst, leeftijd, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid. Deze verplichting geldt niet voor zover er sprake is van een op een specifieke door het gemeentebestuur erkende doelgroep gerichte activiteit.

  • 2.

    De activiteiten van de subsidieontvanger dienen niet strijdig te zijn met in de Grondwet en internationale verdragen algemeen erkende rechten van de mens.

  • 3.

    Het college kan in ieder geval de volgende voorwaarden aan subsidiebeschikkingen verbinden:

    • a.

      de subsidieontvanger dient zijn personeel en de vrijwilligers, alsmede degenen ten behoeve van wie hij activiteiten organiseert, in de gelegenheid te stellen daadwerkelijke invloed uit te oefenen op het beleid van de subsidieontvanger en de uitvoering daarvan;

    • b.

      de in onderdeel a bedoelde participatie dient te zijn geregeld in de statuten, het huishoudelijk reglement en/of een afzonderlijk bestuursbesluit van de rechtspersoon;

    • c.

      de subsidieontvanger dient een klachtenprocedure ingesteld te hebben;

    • d.

      de subsidieontvanger dient beleid te voeren ten aanzien van emancipatie van vrouwen, ouderen, gehandicapten en migranten;

    • e.

      als activiteiten uitgevoerd worden in een accommodatie, dient de subsidieontvanger ervoor te zorgen dat de accommodatie mede bereikbaar, toegankelijk en bruikbaar is voor lichamelijk gehandicapten.

Paragraaf 2 Subsidieplafond

 

Artikel 5 Subsidieplafond
  • 1.

    Het college kan jaarlijks op basis van de door de raad vastgestelde begroting besluiten tot het vaststellen van (een) subsidieplafond(s).

  • 2.

    Bij of krachtens de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid bepaalt het college op welke wijze de beschikbare bedragen worden verdeeld.

Paragraaf 3 Algemene bepalingen uitvoering subsidieverordening

 

Artikel 6 Weigeringsgronden subsidie
  • 1.

    De subsidieverlening kan in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat ernstig gevaar bestaat dat de subsidie mede zal worden gebruikt om uit gepleegde strafbare feiten verkregen of te verkrijgen, op geld waardeerbare voordelen te benutten of om strafbare feiten te plegen (Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur, Wet Bibob).

  • 2.

    De subsidieverlening kan voorts in ieder geval worden geweigerd indien:

    • a.

      de activiteiten niet zijn gericht op door het gemeentebestuur van Groningen erkende belangen binnen de beleidsterreinen als bedoeld in artikel 2;

    • b.

      een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat de aanvrager onvoldoende rekening heeft gehouden met de onderwerpen als bedoeld in artikel 4;

    • c.

      in de activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd al op een andere toereikende wijze wordt voorzien.

  • 3.

    De subsidieverlening of –vaststelling wordt geweigerd voor zover het betreft het bedrag dat een instelling of organisatie die een publieke of semipublieke taak uitvoert aan bovenwettelijke bezoldigingen uitbetaalt of na afloop van het subsidietijdvak blijkt te hebben uitbetaald.

Artikel 6a Toepasselijkheid afdeling 4.2.8

Awb Afdeling 4.2.8 van de Awb is van toepassing op de krachtens deze verordening per boekjaar verstrekte subsidies.

Paragraaf 4 Procedures subsidieverstrekking

 

Subparagraaf 4.1 Uitgebreide procedure

 

Artikel 7 Subsidieaanvraag
  • 1.

    Een aanvraag om subsidieverlening dient uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar, dan wel uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan het schooljaar te worden ingediend.

  • 2.

    In de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid kan het college andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag.

  • 3.

    De aanvraag om een subsidie dient schriftelijk te worden ingediend bij het college. Indien er een (digitaal) aanvraagformulier beschikbaar is, dient de aanvrager daarvan gebruik te maken.

  • 4.

    Het college kan van de in het eerste lid en krachtens het tweede lid gestelde termijnen uitstel verlenen.

Artikel 8 Bij aanvraag in te dienen gegevens
  • 1.

    Bij de indiening van de aanvraag om subsidieverlening dient de aanvrager in ieder geval te overleggen:

    • a.

      het activiteitenplan en, indien eerder in hoofdzaak dezelfde activiteiten hebben plaatsgevonden, het meest recente activiteitenverslag;

    • b.

      de doelstellingen en resultaten die daarmee worden nagestreefd en hoe de activiteiten aan dat doel bijdragen. In het bijzonder ook in welke mate de activiteiten gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen en op door de gemeente vastgestelde doelen of beleidsterreinen;

    • c.

      een gespecificeerde opgave van het bedrag dat de aanvrager denkt nodig te hebben voor het uitvoeren van de activiteiten uit het activiteitenprogramma;

    • d.

      een exemplaar van de begroting, het jaarverslag, de jaarrekening en de daarbij behorende accountantsverklaring als bijlagen bij het aanvraagformulier;

    • e.

      een opgave van bij derden aangevraagde subsidie en/of bijdragen voor dezelfde activiteiten, met daarbij de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen.

    • f.

      een eigen Wnt-verklaring, indien de aanvrager een rechtspersoon is die een (semi-)publieke taak uitvoert, waarin de instelling of organisatie aangeeft, of de bij haar in dienst zijnde functionarissen en werknemers een lager inkomen (brutosalaris, eventuele bonussen, (vertrek)premies en/of toelagen) genieten dan de voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vastgestelde inkomensgrens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wnt.

  • 2.

    Het overleggen van de in het eerste lid, onder a en f genoemde stukken kan achterwege blijven als deze al in het bezit zijn van het college.

Artikel 9 Verzekering
  • 1.

    Een subsidieontvanger is verplicht:

    • a.

      een verzekering af te sluiten tegen wettelijke aansprakelijkheid voor een som van tenminste € 2.500.000,-- per gebeurtenis;

    • b.

      zijn roerende en onroerende zaken behoorlijk te verzekeren en verzekerd te houden tegen schade door brand en eventuele andere door het college aan te geven risico's.

  • 2.

    Het college kan de subsidieontvanger verplichten om een verzekering af te sluiten voor de kosten van juridische bijstand of advisering.

  • 3.

    Het college kan de subsidieontvanger verplichten om een verzekering af te sluiten voor bestuurdersaansprakelijkheid.

Artikel 10 Tussenrapportage
  • 1.

    Bij subsidies van meer dan € 45.000.- voor activiteiten die meer dan een jaar in beslag nemen, is de subsidieontvanger verplicht tot het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten en tot het geven van een prognose voor de tweede zes maanden.

  • 2.

    In de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid kan het college afwijken van het in het eerste lid gestelde.

Artikel 11 Beslistermijn
  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om subsidieverlening binnen 13 weken, nadat de gegevens als bedoeld in artikel 8 zijn ontvangen, tenzij er een uiterste termijn voor de indiening van de aanvraag wordt genoemd in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid. De termijn van 13 weken begint in dat geval op de dag, nadat de uiterste termijn is verstreken.

  • 2.

    Het college kan de in het eerste lid gestelde termijn met ten hoogste 6 weken verlengen.

  • 3.

    In de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid kan het college afwijken van het in het eerste lid gestelde.

Artikel 12 Vaststelling
  • 1.

    De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de activiteiten, zoals bedoeld in het activiteitenprogramma, of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag om subsidievaststelling in.

  • 2.

    Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de subsidieontvanger een financiële en inhoudelijke rapportage omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3.

    In de inhoudelijke rapportage dienen in ieder geval te zijn beschreven de aard en de omvang van de activiteiten en een vergelijking tussen nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen.

  • 4a.

    De in het tweede lid bedoelde financiële rapportage wordt bij subsidiebedragen van meer dan € 100.000 voorzien van een goedkeurende verklaring van getrouwheid, zonder beperking, zoals bedoeld in artikel 393 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een daartoe bevoegde accountant. Daarbij wordt tevens gerapporteerd omtrent recht- en doelmatigheid, alsmede over de naleving van de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden.

  • 4.b

    In afwijking van het vorige lid kan het college de subsidieontvanger verplichten om de in het tweede lid bedoelde financiële rapportage te voorzien van een accountantsverklaring waaruit blijkt dat de subsidie rechtmatig is besteed en dat de aan de subsidieverlening verbonden verplichtingen zijn nageleefd, als de indiening van de in het vorige lid bedoelde accountantsverklaring vanwege bijzondere omstandigheden in redelijkheid niet van de subsidieontvanger kan worden gevergd.

  • 5.

    Het college kan bij subsidiebedragen van minder dan € 100.000,- de leden 4a of 4b van overeenkomstige toepassing verklaren.

  • 6.

    Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken, nadat de aanvraag tot vaststelling is ingediend.

Subparagraaf 4.2 Reguliere procedure

 

Artikel 13 Subsidieaanvraag
  • 1.

    Een aanvraag om subsidieverlening van structurele subsidies dient uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan het subsidiejaar, dan wel uiterlijk op 1 mei voorafgaand aan het schooljaar, te worden ingediend.

  • 2.

    Een aanvraag om subsidieverlening van incidentele subsidies dient uiterlijk 8 weken voordat de subsidiabele activiteit van start gaat te worden ingediend.

  • 3.

    In de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid kan het college andere termijnen stellen voor het indienen van een aanvraag.

  • 4.

    De aanvraag om een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Indien er een (digitaal) aanvraagformulier beschikbaar is, dient de aanvrager daarvan gebruik te maken.

  • 5.

    Het college kan van de in het eerste en tweede lid en krachtens het derde lid gestelde termijnen uitstel verlenen.

Artikel 14 Bij aanvraag in te dienen gegevens
  • 1.

    Bij de indiening van de aanvraag om subsidieverlening dient de aanvrager in ieder geval te overleggen:

    • a.

      het activiteitenplan en, indien eerder in hoofdzaak dezelfde activiteiten hebben plaats­gevonden, het meest recente activiteitenverslag;

    • b.

      een gespecificeerde opgave van het bedrag dat de aanvrager denkt nodig te hebben voor het uitvoeren van de activiteiten uit het activiteiten­programma;

    • c.

      een opgave van bij derden aangevraagde subsidie en/of bijdragen voor de­zelfde activitei­ten, met daarbij de stand van zaken met be­trekking tot de beoordeling van die aanvraag of aanvragen;

    • d.

      een eigen Wnt-verklaring, indien de aanvrager een rechtspersoon is die een (semi-)publieke taak uitvoert, waarin de instelling of organisatie aangeeft, of de bij haar in dienst zijnde functionarissen en werknemers een lager inkomen (brutosalaris, eventuele bonussen, (vertrek)premies en/of toelagen) genieten dan de voor het jaar voorafgaand aan het subsidiejaar vastgestelde inkomensgrens als bedoeld in artikel 2.3 van de Wnt.

  • 2.

    Het overleggen van de in het eerste lid, onder a genoemde stukken kan achterwege blijven, als deze al in bezit zijn van het college.

Artikel 15 Verzekering

Het college kan de subsidieontvanger verplichten:

  • a.

    een verzekering af te sluiten tegen wettelijke aansprakelijkheid voor een som van tenminste € 2.500.000,-- per gebeurtenis;

  • b.

    zijn roerende en onroerende zaken behoorlijk te verzekeren en verzekerd te houden tegen schade door brand en eventuele andere door het college aan te geven risico's.

Artikel 16 Beslistermijn
  • 1.

    Het college beslist op een aanvraag om subsidieverlening binnen 8 weken, nadat de gegevens als bedoeld in artikel 14 zijn ontvangen, tenzij er een uiterste termijn voor de indiening van de aanvraag wordt genoemd in de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid. De termijn van 8 weken begint in dat geval op de dag, nadat de uiterste termijn is verstreken.

  • 2.

    Het college kan de in het eerste lid gestelde termijn met ten hoogste 6 weken verlengen.

Artikel 17 Vaststelling
  • 1.

    De subsidieontvanger dient binnen 13 weken na afloop van de activiteiten, zoals bedoeld in het activiteitenprogramma, of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag tot subsidievaststelling in, tenzij het college in nadere regels of bij de subsidieverlening heeft bepaald dat de aanvraag pas wordt ingediend telkens na afloop van een gedeelte van het tijdvak, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    Bij de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de subsidieontvanger een financiële en inhoudelijke rapportage omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.

  • 3.

    In de inhoudelijke rapportage worden in ieder geval beschreven de aard en de omvang van de activiteiten en een vergelijking tussen nagestreefde en gerealiseerde doelstellingen en een toelichting op de verschillen.

  • 4.

    De in het tweede lid bedoelde financiële rapportage wordt bij subsidiebedragen van meer dan € 100.000,-- voorzien van een goedkeurende verklaring van getrouwheid, zonder beperking, zoals bedoeld in artikel 393 boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van een daartoe bevoegde accountant. Daarbij wordt tevens gerapporteerd omtrent recht- en doelmatigheid, alsmede over de naleving van de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden.

  • 5.

    Het college kan bij subsidiebedragen van minder dan € 100.000,-- het vierde lid van overeenkomstige toepassing verklaren.

  • 6.

    Het college stelt de subsidie vast binnen 13 weken, nadat de aanvraag tot vaststelling is ingediend.

Subparagraaf 4.3 Lichte procedure

 

Artikel 18 Lichte aanvragen
  • 1.

    Een aanvraag om subsidie dient uiterlijk 8 weken voordat de subsidiabele activiteit van start gaat te worden ingediend.

  • 2.

    De aanvraag om een subsidie wordt schriftelijk ingediend bij het college. Indien er een (digitaal) aanvraagformulier beschikbaar is, dient de aanvrager daarvan gebruik te maken.

  • 3.

    Het college kan binnen een daarvoor te bepalen termijn de overlegging van stukken of anderszins nadere informatie verlangen als het dat voor de beoordeling van de subsidieaanvraag nodig acht.

  • 4.

    Subsidies worden door het college direct vastgesteld, zonder dat de subsidieontvanger een aanvraag voor subsidievaststelling hoeft in te dienen.

  • 5.

    Het college stelt de subsidie vast binnen 8 weken, nadat de aanvraag om subsidie is ingediend.

  • 6.

    Bij de vaststelling kan het college de aanvrager verplichten, om na het plaatsvinden van de activiteit waarvoor de subsidie is verstrekt, aan te tonen dat deze heeft plaatsgevonden en dat is voldaan aan de aan de subsidiebeschikking verbonden voorwaarden.

Paragraaf 5 Betaling, voorschotten en verrekening

 

Artikel 19 Betalingstermijn

Het subsidiebedrag wordt betaald binnen 3 weken nadat de beschikking tot subsidievaststelling is bekendgemaakt.

Artikel 20 Betaling
  • 1.

    Het college betaalt subsidies onder verrekening van verleende voorschotten bij de vaststelling in 1 keer uit.

  • 2.

    In de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid kan het college afwijken van het in dit artikel bepaalde.

Artikel 21 Betaling aan ander dan aanvrager

De betaling kan geschieden aan een ander dan de aanvrager.

Artikel 22 Verrekening

Het college kan een terug te vorderen bedrag verrekenen met een aan dezelfde subsidieontvanger

voor dezelfde of voor andere activiteiten verstrekte subsidie, eventueel voor een ander tijdvak.

Paragraaf 6 Overige bepalingen

 

Artikel 23 Meldingsplicht
  • 1.

    De subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, zodra aannemelijk is dat de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend, niet of geheel niet zullen worden verricht of dat niet of geheel niet aan de aan de beschikking tot subsidieverlening verbonden voorwaarden zal worden voldaan.

  • 2.

    Een subsidieontvanger doet onverwijld melding aan het college, indien hij, na indiening van de aanvraag tot verlening, danwel de aanvraag tot vaststelling, de in artikel 6, derde lid bedoelde norm overschrijdt. Deze verplichting geldt zolang de subsidie niet is vastgesteld.

Artikel 24 Overige verplichtingen van de subsidieontvanger
  • 1.

    De subsidieontvanger verricht de activiteiten, waarvoor de subsidie is verleend.

  • 2.

    De subsidieontvanger behoeft de toestemming van het college voor handelingen als vermeld in artikel 4:71 Algemene wet bestuursrecht.

  • 3.

    In de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid kan het college afwijken van het in dit artikel bepaalde.

Artikel 25 Toezicht en controle
  • 1.

    Het college kan ambtenaren of andere personen aanwijzen die met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast.

  • 2.

    De door het college aangewezen accountant heeft de bevoegdheid tot review op de verrichte werkzaamheden van de controlerend accountant van de subsidieontvanger.

  • 3.

    Indien de administratie door een derde wordt gevoerd, is de subsidieontvanger verplicht alle medewerking te verlenen en zonodig toestemming te geven voor inzage bij deze derde.

Artikel 26 Tegengaan vervreemdingen

Het is een subsidieontvanger niet toegestaan om meer dan € 500,- om niet aan derden ter beschikking te stellen.

Artikel 27 Hardheidsclausule

Het college kan, in bijzondere gevallen, een bepaling of bepalingen van deze verordening of van de nadere regels zoals bedoeld in artikel 3, eerste lid buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 28 Intrekking

De Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2002 wordt ingetrokken.

Artikel 29 Overgangsbepalingen
  • 1.

    Op subsidies die zijn verleend of vastgesteld onder de werking van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2002, blijven de bepalingen uit die verordening van toepassing.

  • 2.

    Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om subsidieverstrekking op grond van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2002 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011 toegepast.

  • 3.

    Op bezwaarschriften gericht tegen een beschikking op een aanvraag om subsidieverstrekking krachtens de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2002 wordt beslist met toepassing van de Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011.

  • 4.

    Op artikel 6 lid 3 van deze verordening zijn de overgangsbepalingen van de artikelen 7.1 tot en met 7.5 Wnt van overeenkomstige toepassing.

Artikel 30 Inwerkingtreding

Deze verordening treedt in werking op 1 november 2011.

Artikel 31 Citeertitel

Deze verordening wordt aangehaald als Algemene subsidieverordening gemeente Groningen 2011.

Gedaan te Groningen in de openbare raadsvergadering van 22 juni 2011.

 

 

De griffier,                                                         De voorzitter,

 

 

 

 

 

Mr. L.A.M. (Leo) Aarden                                      Dr. J.P. (Peter) Rehwinkel.

Toelichting

Toelichting